Beantwoording technische vragen beleidskader wonen in de dorpen .pdf
Tekst van het document
Technische vragen beleidskader wonen in de dorpen Per dorp wordt een 5 % indicatieve groeiruimte aangehouden. Hoe moeten we deze 5 % interpreteren? Betreft het hier het totaal aantal extra woningen met in- en uitbreiding, of alleen het aantal woningen als uitbreiding (uitgezonderd inbreiding dus)? Zoals het beleidskader aangeeft gaat herbestemming en inbreiding voor uitbreiding, dus de 5% groeiruimte betreft zowel herbestemming/inbreiding als uitbreiding. Dat heeft ook te maken met het feit dat er getoetst wordt aan de ladder duurzame verstedelijking. Aangetoond moet worden dat er behoefte is aan de geplande woningen en dat deze niet binnen bestaand bebouwd gebied kunnen worden gebouwd. In onze woningbouwafspraken met de provincie is een verdeling gemaakt in bouwruimte binnen bebouwd gebied en bouwruimte buiten bebouwd gebied. 2/3 van de bouwruimte betreft binnenstedelijk en 1/3 van de bouwruimte is uitbreiding. Bij een groei van 5% van het aantal woningen (gegevens 2021) over 10 jaar dan spreken we over 680 woningen. In de woningbouwafspraken met de provincie is t/m 2030 ruimte opgenomen voor 1074 wooneenheden in de dorpen. In de woningbouwafspraken is als toelichting opgenomen: “Om tijdig deze woningen te kunnen realiseren is voldoende (harde) plancapaciteit nodig om te kunnen voorzien in de woningbehoefte tot 2030.
Gelet op de onzekerheid die planvorming en planologische procedures met zich mee kunnen brengen is 30% extra plancapaciteit nodig, zoals u ook in uw verzoek stelt, om bij planuitval snel te kunnen blijven voorzien in de woningbehoefte.” Deze ruimte is er met 1074 eenheden voor de dorpen. Ter informatie worden de woningbouwafspraken met planaanbod meegestuurd.
Hoe verhoudt 5 % groeiruimte zich tot de groei van het aantal huishoudens in de dorpen voor de komende 10-15 jaar? Als we kijken naar de resultaten van de woningmarktonderzoeken in Grou en Stiens, dan is dat een realistische groeicurve. Uit het onderzoek in Grou blijkt dat tot 2030 het aantal huishoudens toeneemt met 100, wanneer wordt ingezet op scenario’s doorstroming en maximaal aantrekken dan betreft de woningbehoefte 125 – 165. In 2021 had Grou 2682 huishoudens, 5% daarvan is 134. Uit het onderzoek in Stiens blijkt dat tot 2030 het aantal huishoudens toeneemt met 170 (trendscenario). In 2021 had Stiens 3243 huishoudens, 5% daarvan is 162. Het is aan te nemen dat de prognoses uit deze onderzoeken vergelijkbaar zullen zijn voor de andere dorpen. De 5% groei voor alle dorpen voor de komende 10 jaar wordt daarmee onderbouwd. Ter informatie worden beide woningmarktonderzoeken meegestuurd.
Woningsplitsing: als voorwaarde wordt maximaal 1 extra woning genoemd. Wat is de afweging om niet meer woningen toe te staan (bijv. bij hele grote woningen)? Dat zijn echt uitzonderlijke situaties, dan zullen we maatwerp toepassen. Bij dergelijke situaties is de aanvraag complexer en moet naar meer onderwerpen gekeken worden zoals brandveiligheid, parkeren, privacy omwonenden, voldoende bergruimte, etc.
Waarom zijn Grou en Stiens buiten het afwegingskader wonen in de dorpen gehouden? Waarom is een aanvullend woningmarktonderzoek nodig voor deze dorpen? Op welk moment kunnen we dit aanvullend woningmarktonderzoek verwachten? En is er de verwachting dat dit consequenties heeft voor het afwegingskader ‘wonen in de dorpen’ in het algemeen, en de andere dorpen in het bijzonder? Stiens en Grou zijn niet buiten het afwegingskader gehouden, er heeft juist een aanvullend onderzoek plaatsgevonden voor deze dorpen. Zodoende dat we voor deze regionale voorzieningenkernen gedegen informatie hebben over de te verwachten groei en behoefte naar woonsegmenten. Extra aanleidingen hiervoor zijn het uitbreidingsplan Steenslân II in Stiens en de dorpsvisie Grou i.c.m. het onderzoek naar de invulling van het Halbertsmaterrein. De rapporten zijn bijgevoegd. De resultaten geeft de gemeente meer onderbouwing om te sturen op de woningbouwplannen in deze kernen. Tevens bieden deze rapporten ook voor andere dorpen informatie voor de te verwachten ontwikkelingen.
-
Kader tijdelijk wonen: deze wordt gesteld op maximaal 10 jaar. Waarom niet langer?
Dit onderdeel geldt specifiek voor wonen in een vrijstaand bijgebouw. We zien dit als een extra mogelijkheid om de bestaande bebouwing in het dorp te benutten. Deze situaties zullen specifiek beoordeeld moeten worden, is maatwerk voor nodig. Mocht een bepaalde situatie zich lenen voor een permanente woonbestemming, dan kan dat overwogen worden en dan wordt daarvoor een procedure gevoerd.
Het beleidskader is bedoeld voor de komende 15 jaar (deel A) in deel B (factsheets dorpen) wordt echter een termijn van 10 jaar aangehouden voor de groeiruimte. Waarom dit verschil in termijnen? De groeiruimte voor 10 jaar wordt aangehouden, omdat dit ook de tijdshorizon is voor de provinciale woningbouwafspraken. Qua beleid kijken wij echter verder, omdat het voor een langere termijn dan 10 jaar effecten zal hebben. In het beleid gaat het niet alleen over uitbreiding, maar hebben we ook aandacht voor de bestaande voorraad. Na 2030 zullen naar de huidige verwachtingen de huishoudens minder toenemen en in sommige dorpen stabiliseren. Het beleid wil voorkomen dat er verslechtering in de bestaande voorraad ontstaat.
Het beleidskader wordt gezien als een flexibel document. Dat suggereert dat het kan wijzigen. Op welke wijze worden wijzigingen voorgelegd aan de Raad? De Omgevingsvisie zelf, maar ook de daarop gebaseerde uitwerkingen in de vorm van een Beleidskader of een Ontwikkelkader, zijn flexibel van aard. Dat wil in dit verband zeggen dat het geen kaders zijn die voor tien jaar of langer onveranderd toegepast moeten worden, maar dat er met de tijd op grond van specifieke ontwikkelingen aanpassingen kunnen volgen die aanleiding geven tot een geactualiseerd Beleidskader. Het gaat dan letterlijk om veranderingen in de ‘kaders’. Indien er veranderingen optreden in de uitwerking van die kaders, is een actualisering niet vereist; wel zullen dergelijke veranderingen vanzelfsprekend aan de raad gemeld worden.