CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording aanvullende technische vragen meeropbrengst OZB niet woningen - VVD(2)

Debat Oranjezaal 10 december 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Beantwoording (aanvullende) technische vragen520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vraag 1: Is het juridisch en technisch mogelijk om het teveel geïnde OZB voor niet-woningen ook alleen terug te storten bij aanslagen die voldoen aan een, vooraf vastgesteld, drempelbedrag? Met andere woorden: teveel betaalde OZB wordt alleen teruggestort indien er meer dan 50 euro (voorbeeld) teveel is geïnd? Antwoord 1: Technisch gezien is het wel mogelijk, maar juridisch gezien is het ingewikkelder. Omdat voor elk object hetzelfde percentage (3,13%) te veel is berekend, gaat het om vergelijkbare gevallen. Eigenaren en gebruikers van objecten die geen terugbetaling krijgen, zouden zich kunnen beroepen op het gelijkheidsbeginsel. Dit brengt het risico met zich mee dat de gemeente alsnog gedwongen wordt om de bedragen die niet zijn uitbetaald, alsnog terug te betalen. Daarnaast, als dit risico geaccepteerd wordt, blijft de vraag hoe om te gaan met personen of bedrijven die meerdere objecten bezitten of gebruiken. Door alle kleine bedragen van die objecten bij elkaar op te tellen, kunnen ze uiteindelijk boven de drempel uitkomen en mogelijk toch in aanmerking komen voor een terugbetaling. De vraag is dan: • •

Wordt aan deze subjecten wel alles uitbetaald? Of wordt voor de objecten met een terug te betalen bedrag van € 50,- of meer wel terugbetaald en voor de overige objecten niet (met veel vragen als gevolg hiervan en een extra risico op beroep op het gelijkheidsbeginsel)

Vraag 2: Stel dat we kiezen voor zo’n drempelbedrag van 50 euro: om hoeveel terugbetalingen gaat het dan nog? Antwoord 2: Op objectniveau gaat het dan 1.750 objecten, zowel eigendom als gebruik, ofwel 3.500 aan te passen aanslagregels met een verwerkingstijd van 10 minuten per aanslagregel ofwel 35.000 minuten = 583 uur = grofweg 0,45 fte voor een heel jaar. Of grofweg 1 fte voor een half jaar. Worden subjecten met meerdere objecten meegenomen die per saldo ook boven het drempelbedrag van € 50,- uitkomen, dan is het aantal objecten waarvoor terugbetaling moet worden verzorgd flink hoger.

Vraag 3: In hoeverre scheelt dit in de verwerkingskosten voor de dienst? Antwoord 3: Als alleen voor objecten die boven de drempel van € 50 uitkomen wordt terugbetaald (de eerder genoemde 3.500 belastingaanslagen), dan kost het verwerken van deze aanvragen voor één vaste medewerker (dus geen tijdelijke medewerker) minimaal € 50.000, wat een kwart is van het eerder genoemde bedrag van € 200.000. Ter verduidelijking: één medewerker zou hier ongeveer een half jaar mee bezig zijn. Om ervoor te zorgen dat alle terugbetalingen binnen drie maanden worden afgehandeld, zijn er drie maanden lang twee fulltime medewerkers (2 fte) nodig. Wordt dit door medewerkers uitgevoerd die normaal bezig zijn met andere belastingzaken, dan ontstaat er een onacceptabele vertraging in de belastingheffing en -invordering. Om te voorkomen dat de normale werking van de organisatie in gevaar komt, kan er tijdelijk extra personeel worden ingehuurd. Dit maakt de kosten echter dubbel zo hoog (minimaal € 100.000), en er is een groot risico op fouten, omdat het personeel goed bekend moet zijn met de specifieke software waarmee de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd.

Gelet op de hierboven verstrekte antwoorden wordt terugbetaling van bedragen vanaf een bepaald drempelbedrag om zowel juridische redenen als uitvoeringstechnische redenen sterk ontraden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=09c4c2be-1efc-49db-b778-fa40176ca287