Artikel over AZC-Rol Troelstraweg
Tekst van het document
De wijze raadslieden
Er was eens een burgervader van een middelgrote gemeente. Zoiets als Leeuwarden. Deze burgervader wilde graag zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Hij had samen met zijn bestuur besloten een AZC te vestigen in zijn stad. Vol goede moed begon de zoektocht naar een geschikte locatie. Maar na twee jaar op papier zoeken, zonk de moed hem in zijn schoenen. Te duur, niet passend in de omgeving of bij de beoogde ontwikkelingen. Gelukkig had hij een betrokken collega, die dol op bouwen was. Hij kende wel een weldoener die vast wel een locatie wist. Dus hij stuurde een appje en twee dagen later was de locatie rond. De burgervader zat de plek niet echt lekker: te klein, grenzend aan de hekken van een militair gebied met zones van geluidsoverlast en munitieopslag? Zonder woonbestemming, veel vergunningengedoe, en tjee 10 mensen in een huis stoppen? En hé, waarom stond er nog meer huisjes ingetekend? Dat waren randzaken, werd hem verteld. Ze hadden nog een jaartje om hun plannetjes stilletjes voor te bereiden. De burgervader was gerustgesteld. Een klein jaartje later was de grote dag. Ze mochten hun geheimpje verklappen. Maar wat een teleurstelling. Geen applaus. Maar vragen. Heel veel vragen, vanuit zijn eigen bestuur en ook van omwonenden.
“Verhip, dacht hij, die was ik eigenlijk wel een beetje vergeten.” Maar zoals zijn betrokken collega al zei: “het is zuur voor ze, maar er is nu eenmaal woningnood.” Ondertussen was de weldoener druk bezig daar nog een stuk grond te kopen. “Het waait vast wel over,” zei de vrouw van de burgervader. Maar niets was minder waar. Er kwamen juist meer vragen, lastige WOO-verzoeken en de eerste advocaat meldde zich al. De burgervader werd wat wanhopig, hij wilde zo graag zijn maatschappelijke verantwoording nemen. Gelukkig waren er wijze raadslieden. Zij overtuigden de burgervader deze ongeschikte locatie af te blazen en nu echt open te kaart spelen. Dat luchtte hem op. En dan gingen ze samen op zoek en natuurlijk mocht de opdrachtgever mee. Zo vonden ze al snel een wel geschikte en ruime locatie, zonder militairen en waakhonden. En de weldoener? Die bleek een echte weldoener. En nam zijn verantwoordelijkheid. Hij schonk zijn gekochte stukken grond terug aan de natuur. Als milieubuffer en groene zone. Precies zoals beschreven in het gemeentelijke bestemmingsplan. En zo leefde iedereen nog lang en gelukkig.