Antwoorden op vragen w&b bij het pré-omgevingsplan
Tekst van het document
Beantwoording vragen naar aanleiding van wensen en bedenkingen Pre-omgevingsplan Leeuwarden – Buitengebied Zuid Aan de raad zijn wensen en bedenkingen gevraagd over de 22 besluitpunten zoals opgenomen in bijlage 2 van de Uitleg van het Pre-omgevingsplan. Daarnaast zijn wensen en bedenkingen gevraagd ten aanzien van de in bijlage 4 opgenomen Tabellen gebiedstypen (bouwen, gebruik en functieverandering). Naast de verkregen wensen en bedenkingen is er ook nog een aantal vragen gesteld door de verschillende fracties. In dit document treft u de ambtelijke reactie (op volgorde van besluitpunt) aan op de gestelde vragen.
N.a.v. besluitpunt 1 •
Hoe gaan we het uitgewerkte 'pre plan' omzetten naar een visie voor de hele gemeente?
Antwoord: De visie is leidend en het omgevingsplan haakt hier op in. Aangezien deze pilot veel eerder van start is gegaan vindt er een zorgvuldige afstemming plaats tussen beide instrumenten en opstellers. N.a.v. besluitpunt 2 •
Kunnen de strakke begrenzingen belemmerend werken met name op de grenzen van de gebiedstypen?
Antwoord: De grenzen van gebiedstypes zijn nooit dusdanig hard dat dit voor de toekomst belemmeringen opwerpt voor gewenste ontwikkelingen. N.a.v. besluitpunt 4 •
Indeling Veenweidegebied pre op wijkt af van het geactualiseerde bodemsoortenkaartje in het Provinciale Veenweideprogramma van de provincie Fryslân ten noorden en noordwesten van Grou. Wat is daarvan de reden? En wat zijn de consequenties voor de agrarische sector in dat gebied?
Antwoord: In de Notitie Bouwstenen (onderdeel A) is toegelicht dat aansluiting zal worden gezocht bij de begrenzing die de provincie en Wetterskip hanteren. •
Kunnen we niet werken naar per gebied maximaal aantal vee met het huidige uitgangspunt?
Antwoord: Het is niet de bedoeling om in het omgevingsplan de dierenaantallen te reguleren. Hiervoor zijn inderdaad andere wetten en regels van toepassing, bijvoorbeeld via eisen aan ammoniakuitstoot, geur of grondgebondenheid. Er komt dan ook geen regeling in het omgevingsplan waarin een maximum aan het aantal te houden dieren zal worden gesteld. •
Boeren melden ons dat er geen communicatie is geweest na de bijeenkomst in 2017 in Van der Valk. Is dat juist?
Antwoord: Waarschijnlijk wordt hier gedoeld op de geplande bijeenkomsten in najaar 2020 in hotel Van der Valk die georganiseerd zijn onder regie vanuit het Veenweideprogramma met gedeputeerde Hoogland en DB-lid Van Weperen van het Wetterskip. I.v.m. Corona-maatregelen zijn dit online bijeenkomsten geweest. De Leeuwarder bestuurder (Wassink) was aanwezig op 12 november 2020, maar verhinderd wegens een raadsvergadering op 9 december 2020.
1
In augustus 2020 is afgesproken dat onder regie van het Veenweideprogramma een projectteam en stuurgroep wordt opgezet met vertegenwoordiging van alle stakeholders in het gebied. Deze gaan vervolgens aan de slag met opstellen van een gebiedsplan. Het initiatief voor overleg ligt in dezen bij de provinciale gebiedsregisseur. •
Wat wordt in dit plan verstaan onder 'intensieve en grootschalige landbouw?
Antwoord: Hierna worden de verschillende gehanteerde begrippen toegelicht. grondgebonden agrarische bedrijfsvoering: een agrarische bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf, op de wijze van een melkrundveehouderijbedrijf, een schapenhouderijbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een vollegronds tuinbouwbedrijf en naar de aard daarmee gelijk te stellen agrarische bedrijven. (bestemmingsplan) intensief veehouderijbedrijf: een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen. (bestemmingsplan) grondgebonden agrarisch bedrijf: agrarisch bedrijf waarbij het gebruik van agrarische gronden in de omgeving van het bedrijf noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf, in de vorm van akkerbouw, vollegrondstuinbouw, fruitteelt en boomteelt, grondgebonden veehouderij, en naar de aard daarmee vergelijkbare bedrijven.
(verordening Romte Fryslân) grondgebonden veehouderij: een veehouderij waarbij voldoende grond in de omgeving van het bedrijf aanwezig is om overwegend te voorzien in de mestafzet en het benodigde ruwvoer van de veehouderij, inclusief een neventak niet-grondgebonden veehouderij die wat betreft aard en schaal ondergeschikt is aan de grondgebonden bedrijfsvoering. (verordening Romte Fryslân) niet-grondgebonden veehouderij (intensieve veehouderij): agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals varkens-, pluimvee-, pelsdier-, of vleeskalverhouderij, rundveemesterij, niet grondgebonden geiten-, schapenhouderij, of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden veehouderijen. (verordening Romte Fryslân) •
Wat wordt bedoeld met bebouwing?
Antwoord: Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde (bijvoorbeeld overkappingen, silo’s en erf- en terreinafscheidingen). • Er zijn al boeren die boven de 100% zitten (140 tot 160%). Antwoord: In het gebiedstype Veenweide zijn geen boeren die meer dan de “bij recht” toegestane hoeveelheid bebouwing hebben. •
Hoe komt u aan de getallen 27 tot 42%? Wij horen ter plaatse hele andere cijfers.
Antwoord: Dit is bepaald aan de hand van de aanwezige bebouwing (vierkante meters) in relatie tot de “bij recht” toegestane maximale bouwmogelijkheden.
2
•
Hoe heeft u de maximale hoogte van 6 m vastgesteld? Volgens onze informatie is dit veel te warm voor het vee in de zomer; Daarom staan er al stallen van 15m hoog.
Antwoord: Binnen het voorstel voor zowel het gebiedstype Agrarisch als Veenweide is aangegeven dat gebouwen (niet zijnde bedrijfswoningen) maximaal 12 meter hoog mogen worden gebouwd of hoger als de bestaande situatie hoger is dan 12 meter. •
Als uit waardetaxatie blijkt dat de bedrijven minder waard zijn geworden door deze plannen of niet of minder interessant zijn voor opvolging, gaat u dat dan compenseren? Zo nee; waarom niet? Zo ja; op welke wijze?
Antwoord: Het omgevingsplan zal niet voor waardedaling zorgen. De bestaande gebruiks- en bouwmogelijkheden (bij recht) blijven bestaan. Ook in het Veenweidegebied is (na een procedure) uitbreiding tot 2 hectare mogelijk. Naast bestaande gebruiksmogelijkheden, zal er daarnaast ook een verruiming in de mogelijkheden voor een recreatieve neventak worden opgenomen. •
Bent u met het Wetterskip in overleg om maat werk te leveren m.b.t. gewenste droge en natte percelen? Vroeger konden boeren dat zelf regelen door schotten te bedienen. Die mogelijkheid is ontnomen en wil men graag terug.
Antwoord: De gemeente zal in nauw overleg met het Wetterskip de relevante onderwerpen nader invullen. N.a.v. besluitpunt 5 •
Volgens onze informatie ligt er ruim 100 cm tot 30 cm klei bovenop het veen. Is dat feit in de overwegingen meegenomen?
Antwoord: De begrenzing van het Veenweide in het Pre-omgevingsplan is gebaseerd op peilvakken en een combinatie van verschillende dikte van veenpakketten. Overigens zal voor de begrenzing van het gebiedstype Veenweide aansluiting worden gezocht bij de begrenzing die provincie en Wetterskip hanteren. N.a.v. besluitpunt 7 •
Het college is voorstander van grootschalige ontwikkelingen zie besluitpunt 1; zou dit kunnen betekenen dat het college de andere kant uitkijkt wanneer zulke ontwikkelingen in beeld komen?
Antwoord: Besluitpunt 7 gaat over gezondheid. Bij grote ontwikkelingen wordt zeker getoetst op gezondheidsaspecten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de nu al geldende wetgeving over luchtkwaliteit. Bij ruimte voor grootschalige ontwikkelingen is in besluitpunt 1 juist aangegeven dat deze extra aandacht verdienen (lees: goed inpasbaar moeten zijn qua bijvoorbeeld landschappelijke inpassing en milieu eisen). N.a.v. besluitpunt 8 •
Het is toch niet de bedoeling dat de gemeenteraad opnieuw een soort van gemeentelijke welstandscommissie in het leven roept? Vergelijkbaar met Hûs en Hiem?
Antwoord: Dit jaar wordt nader onderzocht hoe de gemeente in het vervolg met welstand (in het algemeen) wil omgaan. Dit kent dus een zelfstandig proces wat met de nodige zorgvuldigheid op dit moment
3
wordt voorbereid. De uitkomsten hiervan zullen hierna worden verwerkt in het ontwerp omgevingsplan. N.a.v. besluitpunt 10 •
Het is mooi dat er maatregelen opgenomen worden alleen voor wie zijn de kosten die hieraan verbonden zijn?
Antwoord: Het omgevingsplan kent geen regels met betrekking tot verdeling van kosten. Onderzocht zal worden of er voor duurzaamheidsmaatregelen subsidie kan worden verstrekt. •
Worden daartoe middelen beschikbaar gesteld voor bewoners/ondernemers?
Antwoord: Zie het antwoord hiervoor. N.a.v. besluitpunt 12 •
Zou dit kunnen betekenen dat de gemeente op de stoel gaat zitten van het Ministerie van Defensie?
Antwoord: De strekking van deze vraag begrijpen wij niet. Wellicht is het mogelijk dat u deze vraag nader kunt toelichten. Voor het omgevingsplan Leeuwarden – Buitengebied Zuid is luchtkwaliteit geen beperkende factor. •
Zou Defensie zich ook iets aantrekken van de Gemeente Leeuwarden?
Antwoord: Hiervoor verwijzen wij naar ons voorgaande antwoord. N.a.v. besluitpunt 14 •
Is dit te vergelijken met besluitpunt 13. Betekent dit dat FAMKE, het kaartmateriaal over archeologie meegenomen wordt in het omgevingsplan?
Antwoord: Het gemeentelijk kaartmateriaal, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan ‘partiële herziening Archeologie’, zal worden overgenomen in het omgevingsplan. N.a.v. besluitpunt 16 •
Om hoe veel gebouwen (nog aan te wijzen gemeentelijke monumenten) gaat het?
Antwoord: Dit betreft ca. 75 gebouwen. N.a.v. besluitpunt 17 •
Geldt dit ook voor de gebieden die woon en bedrijfsgebied worden? En is zo'n onderzoek dan een formaliteit of word hier ook iets mee gedaan? Of moet een dergelijk onderzoek het 'gewenste resultaat' opleveren?
Antwoord: Bij ontwikkelingen dient een ecologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit is geen formaliteit. De uitkomst kan bijvoorbeeld zijn dat er geen licht op een bepaalde watergang mag schijnen in
4
verband met een vliegroute voor vleermuizen. In het ontwerp wordt daar dan daadwerkelijk rekening mee gehouden. N.a.v. besluitpunt 20 •
Geldt dit voor zowel ondergrondse als bovengrondse transportleidingen/kabels en geldt dit ook voor kabels en leidingen die bij Klic van het kadaster bekend zijn?
Antwoord: Dit betreft de hoofdtransportleidingen zoals deze nu ook zijn opgenomen in de bestemmingsplannen. N.a.v. gebiedstype Dorp - functieverandering •
Er zijn ook panden met een dubbelfunctie, als zo'n woning te klein wordt voor de dubbele bestemming kan dan de enkele bestemming gewoon doorgaan?
Antwoord: De strekking van deze vraag is ons (voor op dit moment) helaas niet duidelijk om deze van een antwoord te voorzien. Wellicht kan de vraag worden verduidelijkt aan de hand van een voorbeeld. Overige vragen (geen besluitnummers genoemd door vragenstellers) •
Wat mag wel en wat mag niet? Waar komen nieuwe ontwikkelingen, die de bestaande bedrijfsvoering kunnen schaden (bijv. fiets- en wandelpaden, houtbouw etc.)? Wat worden de uitbreidingsmogelijkheden? Worden maatregelen die bedoeld zijn om CO2 uitstoot te beperken, diervriendelijker bouwen e.d. onmogelijk gemaakt door beperkende maatregelen?
Antwoord: Ontwikkelingen rondom agrarische bedrijven mogen de agrarische bedrijfsvoering niet schaden. Dat is zo onder de huidige regelgeving en dat verandert niet. De uitbreidingsmogelijkheden betreffen het benutten van het bouwvlak van 1 hectare. Daarnaast kan er middels een procedure, uitgebreid worden naar 2 hectare. De in de vraag genoemde maatregelen kunnen wellicht binnen de hectare die bij recht toegestaan is. Zo niet, dan kan dat aanleiding zijn uit te breiden buiten de 1 hectare middels een procedure. •
De fractie plaatst vraagtekens bij de formulering 'flexibele' regels. Het roept de associatie op met 'de één mag iets wel, de ander niet' hoe verhouden flexibiliteit en maatwerk zich tot rechtszekerheid van burgers? Hoe is een (bestuurs-) rechter in staat om 'flexibele' regels te toetsen? Hoe wordt- bot gezegd- voorkomen dat (bouw)cowboys de vrije hand krijgen?
Antwoord: Ten aanzien van flexibele regels kan worden aangegeven dat dit altijd onder een voorwaarden is (ja mits). Dit biedt de benodigde rechtszekerheid. •
Wanneer is de aansluiting van Leeuwarden op het DSO te verwachten?
Antwoord: Een aansluiting is al gerealiseerd voor alle applicaties (plannen, vergunningen/meldingen en toepasbare regels). Op dit moment is dit nog een testomgeving. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt wordt dit een productieomgeving. •
Wat is concreet het doel dat het college bij ingang van de Omgevingswet gerealiseerd wil hebben?
Antwoord: Voldoen aan de wettelijke eisen van de Omgevingswet (het kunnen publiceren van omgevingsdocumenten, het kunnen ontvangen van aanvragen en meldingen, het kunnen behandelen
5
en beoordelen van aanvragen, het kunnen aanleveren van toepasbare regels voor aanvraagformulieren en vergunningenchecks). •
Kan het college een overzicht verstrekken van de stappen die tot die datum in een tijdsplan genomen zullen gaan worden? (zgn. Roadmap)
Antwoord: Hiervoor verwijzen wij u graag naar de eerder gedeelde Tijdlijn waar alle onderwerpen zijn benoemd en de hieruit volgende sessies (scholing, discussienota’s en besluitvorming). •
Is de in het pré omgevingsplan beschreven werkwijze getoetst op de juridische consequenties? Het omgevingsplan lijkt flink te schuren met de visie van de boerenstand.
Antwoord: Hiervoor verwijzen wij u naar de Notie Bouwstenen. Naar aanleiding van de ingediende inspraak- en overlegreacties en de ontvangen wensen en bedenkingen is het voorstel van het college op een aantal punten aangepast (de belangrijkste zaken worden ook kort samengevat in de raadsbrief). •
Is er al inzicht in de mogelijke kosten die er wellicht ter compensatie van schade en verlies van inkomsten zullen moeten worden gemaakt?
Antwoord: Het omgevingsplan zal niet voor waardedaling (schade of verlies) zorgen. De bestaande gebruiks- en bouwmogelijkheden (bij recht) blijven bestaan. Ook in het Veenweidegebied is (na een procedure en onder voorwaarden) uitbreiding tot 2 hectare mogelijk. Naast bestaande gebruiksmogelijkheden, zal er een verruiming in de mogelijkheden voor een recreatieve neventak worden opgenomen. •
Is de gemeente verplicht de kosten voor ondersteuning bij het opstellen van de zienswijze te vergoeden, zoals sommige boeren vragen?
Antwoord: Nee. •
Hoe zit het nu precies met de uitspraak dat er uitbreiding van de bebouwing mogelijk is tot 1 ha? Roept veel verwondering en verwarring op.
Antwoord: “Bij recht” mogen agrariërs een bouwvlak van 1 hectare bebouwen. Uit onderzoek blijkt dat de bouwvlakken van agrariërs in het Veenweidegebied voor slechts 27 tot 42% (van die ene hectare) zijn bebouwd. Er is derhalve nog ruimte voor uitbreiding. •
Komen de kaarten voor gebiedstypering zoals gehanteerd door Provincie en Wetterskip overeen met die van de Gemeente?
Antwoord: In de reactienota is toegelicht dat aansluiting zal worden gezocht bij de begrenzing die provincie en Wetterskip hanteren. •
Er bestaat ongerustheid bij gemeenten over de hoogte van de kosten van invoering. Heeft Leeuwarden die ongerustheid ook?
Antwoord: We delen de ongerustheid. De discussie hierover is op VNG-niveau echter nog in volle gang. Tijdens de algemene ledenvergadering op 16 juni 2021 hebben de leden van de VNG zich uitgesproken over de beoogde nieuwe datum voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en over de stijgende kosten die de wet met zich meebrengt. De motie is met grote meerderheid aangenomen. Ook Leeuwarden heeft deze motie gesteund. De motie vraagt de VNG om alles wat in haar macht ligt te doen om in 2022 een compensatie te krijgen voor de stijgende invoeringskosten. Daarnaast vraagt de motie om op de financiële evaluatiemomenten in 2022, 2023 en 2027 al voorlopige compensatie te krijgen als blijkt dat de terugverdientijd van 10 jaar op die momenten niet haalbaar blijkt.
6
De minister onderschrijft het uitgangspunt dat de Omgevingswet budgetneutraal moet worden ingevoerd, maar kan op dit moment geen toezeggingen doen over tegemoetkoming. Ze heeft toegezegd de claims voor de compensatie van de invoeringskosten door te geleiden naar de onderhandelingstafels voor de rijksbegroting 2022. De claim voor de voor de compensatie van de structurele effecten legt de minister op de formatietafel. De VNG blijft hier aandacht voor vragen. •
Gemeenten dragen de invoeringskosten maar mogen de baten zelf houden. Welke zijn die baten en denkt Leeuwarden die ook te innen?
Antwoord: Hier zijn verschillende scenario’s voor te bedenken, bijvoorbeeld in het geval van leges (alles vergunningsvrij, meer vergunningen), maar ook het niveau van informatievoorziening/dienstverlening (meer of minder). Op dit moment is hier echter nog geen antwoord op te geven aangezien we midden in het proces richting Omgevingswet zitten: er moeten nog veel keuzes worden gemaakt. Voor diverse onderwerpen wordt uw raad voorzien van discussienota’s met scenario’s (bijvoorbeeld over leges). Hierover zal uiteindelijk door uw raad besluitvorming moeten plaatsvinden. Dit is eind 2021 voorzien. •
Maakt Leeuwarden gebruik van de mogelijkheden van de werkplaats DSO keten. Zo nee, hoe maakt Leeuwarden gebruik van de ervaringen van andere Gemeenten?
Antwoord: Voor de aangeschafte software is Leeuwarden aangehaakt bij overleggen met leveranciers/andere gemeenten. Er is afstemming met de omliggende gemeenten. De aanbesteding voor de benodigde software is in Shared Service Center verband opgepakt. •
Kan de Raad meegenomen worden in de 'oefensessie toepasbare regels' om de toepasbare regels te zien en te oefenen met de vragenbomen?
Antwoord:
Indien gewenst kan hiervoor een scholingssessie / presentatie worden gegeven, bijvoorbeeld aan de Raadswerkgroep Omgevingswet. •
Kan de pod cast DSO aan de Raad verstrekt worden?
Antwoord: Deze is ons niet bekend. Via navolgende link is ook extra informatie beschikbaar omtrent het DSO.
Home - Aan de slag met de Omgevingswet
7