Ambtshalve ingebrachte wijzigingsvoorstellen bestemmingsplan ‘Goutum – Overijsselseweg 10 (Waterenclave)
Tekst van het document
Ambtshalve ingebrachte wijzigingsvoorstellen bestemmingsplan ‘Goutum – Overijsselseweg 10 (Waterenclave) Aan de gemeenteraad worden de volgende ambtshalve wijzigingen voorgesteld ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Het betreft wijzigingen van de plankaart en wijzigingen van de planregels. Wijzigingen plankaart De plankaart is ter plaatse van de rode vlakken aangepast.
Uitsnede bestemmingsplan ‘Goutum – Overijsselseweg 10 (Waterenclave)’ Ambtshalve wijziging 1 In het bovenste rode vlak is de aanduiding ‘bedrijfswoning’ verwijderd. Ter plaatse zit al een functieaanduiding voor ‘maximaal 1 woning’. De aanduiding ‘bedrijfswoning’ is overbodig en is daarom verwijderd. Ambtshalve wijziging 2 In het onderste rode vlak is een bouwvlak toegevoegd met een maximale bouwhoogte van 1 meter. Het gaat hier om een verbinding tussen de aanwezig waterkelders. Bij het ontwerpbestemmingsplan was nog geen sprake van de verbinding tussen de waterkelders middels een tunnel. Omdat de tunnel een gebouw is op basis van het bestemmingsplan, is hiervoor een bouwvlak aangebracht.
Wijzigingen planregels Ambtshalve wijziging 3 Op basis van ambtshalve wijziging nummer 1 is een bedrijfswoning ook verwijderd uit de regels onder 3.1 (Bestemmingsomschrijving). Ambtshalve wijziging 4 Op advies van de provincie Fryslân is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de landschappelijk erfinrichting van het perceel. De volgende regel is opgenomen in het bestemmingsplan: 3.3.2 Voorwaardelijke verplichting - Landschappelijk erfinrichtingsplan a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming zonder de uitvoering en instandhouding van de in Bijlage 2 opgenomen landschappelijke inpassing. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen één jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de in Bijlage 2 opgenomen landschappelijke inpassing. Ambtshalve wijziging 5 De regels voor het bouwen van aan – uit en bijgebouwen (3.2.2) zijn aangepast. In het ontwerpbestemmingsplan golden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw zal zowel binnen als buiten het bouwvlak ten hoogste 75 m² bedragen; b.
de goothoogte van een aan- of uitbouw of bijgebouw zal ten hoogste 4 m bedragen; c. de dakhelling van een aan- of uitbouw of bijgebouw zal ten hoogste 60° bedragen. Dit is gewijzigd naar: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de dakhelling van een aan- of uitbouw of bijgebouw zal ten hoogste 60° bedragen Op het perceel is namelijk al rekening gehouden met een bouwen van berging/opslagruimte voor de genoemde functies. Hiervoor is al een bouwvlak aanwezig. Het is daarom niet nodig om buiten het bouwvlak te bouwen. Om verrommeling te voorkomen, zijn de regels voor het bouwen van aan – uit en bijgebouwen aangepast. Ambtshalve wijziging 6 In de bestemmingsomschrijving (artikel 3.1) zijn bedrijven toegestaan die genoemd worden in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2. In deze lijst staan ook functies die niet gewenst zijn op deze locatie. In het ontwerpbestemmingsplan werden deze functies niet uitgesloten. De bestemmingsomschrijving (artikel 3.1) en de specifieke gebruiksregels (artikel 3.3) worden gewijzigd in die zin dat zelfstandige bedrijven in detailhandel, horeca en opslaggebouwen worden uitgesloten.
Ambtshalve wijziging 7 De specifieke gebruiksregels (artikel 3.3.1) voor een aan-huis-verbonden beroep en bedrijf zijn aangepast. In het ontwerpbestemmingsplan waren ruimere regels opgenomen voor een aan-huis-verbonden beroep en bedrijf. Zo mocht de bedrijfsvloeroppervlakte 50% van het vloeroppervlakte van de woning
bedragen, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte per woning ten hoogste 75 m2 bedraagt. En het totaal aantal werkenden bij beroepsuitoefening mocht 4 bedragen en bij bedrijfsuitoefening 3. Deze specifieke gebruiksregels (artikel 3.3.1) zijn aangepast naar de gangbare regels voor een aan-huisverbonden beroep en bedrijf binnen de gemeente Leeuwarden, in die zin dat: Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan-huis- verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, zodanig dat: 1. de bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de totale vloeroppervlakte van de aanwezige woning, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte per woning ten hoogste 50 m² mag bedragen; 2. de activiteit niet (mede) wordt uitgeoefend door de eigenaar of één van de bewoners van de betreffende woning; 3. het totale aantal werkenden bij een beroepsuitoefening niet meer dan drie bedraagt en bij een bedrijfsuitoefening niet meer dan twee.