Als Burger op het woonwagenkamp
Tekst van het document
Geachte raadsleden, Ik ben en woon bijna op het woonwagenkamp aan Leeuwarden. Aan mij is gevraagd mijn verhaal te vertellen over hoe ik het heb ervaren om als “burger” in te burgeren op het woonwagenkamp. Ruim 19 jaar geleden kreeg ik een relatie met , afkomstig van het woonwagenkamp aan de . Net als vele “burgers” had ik een (onbewust) vooroordeel of een zogenoemde spanning om voor het eerst naar mijn schoonfamilie op het kamp te gaan. Ik ben half Thais, dus heb een licht getinte huid, ik kom zelf niet van de wagen dus hoe zullen ze mij ontvangen. Zo onzeker en vol spanning om voor het eerst mee te gaan naar mijn schoonfamilie, zo snel zag ik in een korte tijd een mooie familie, een mooie warme en gezellige gemeenschap waarbij iedereen elkaar helpt, zomaar bij elkaar binnenloopt, aan tafel schuift etc. Het is een eigen bijzondere gemeenschap maar dat heeft mij nooit een gevoel gegeven dat ik niet welkom was. In de tijd dat wij samen kwamen werd er inmiddels gebouwd aan onze wagen die nu aan De Tuinderij staat. Hoewel ik in die tijd op zoek was naar een eigen woning zijn wij uiteindelijk vrij snel gaan samenwonen op De Tuinderij. Het was voor ons geen optie om in een huis te gaan want “ je krijgt niet uit de wagen”.
Hoewel het eerst wel even wennen was dat mensen zomaar bij ons binnen stapte en zo ineens ook weer verdwenen, bij je aan tafel schoven op het moment dat je wilde gaan eten, raakte ik wel snel gewend en voelde het heel dichtbij de Thaise cultuur van mijn moeder. Het meest bijzondere wat ik in al die jaren heb mogen ervaren is dat we gewoon echt een familie zijn. Ooms, tantes, neven, nichten, achterneven- nichten, achter achterneven- en nichten etc, het voelt zo dichtbij als je eerstegraadsfamilie. Het zijn je buren, je vrienden en je familie in één. De grote nicht is als een grote zus en het kleine neefje pak je op alsof het je eigen kind is. Met de een ben je uiteraard wat hechter dan de ander maar op het moment dat er iets gebeurd in de familie sta je met elkaar en voor elkaar. Als voorbeeld. Ruim 12 jaar geleden werd ik gebeld door mijn moeder dat er iets aan de hand was met mijn vader. Wij hadden op dat moment onze dochter van 4 en onze pasgeboren dochter van 2,5 maand. Op het moment dat ik nog met mijn moeder belde pakte de kinderen op en bracht ze bij zijn nicht tegenover ons waarbij hij alleen zei “er is wat met haar vader” en zo zijn wij in de auto gestapt naar Tytsjerk waarna ik vervolgens de hele nacht in Groningen heb doorgebracht.
Wetende dat onze kinderen ten alle tijden in goede handen zijn onder de familie gaf ons de rust en de ruimte ervoor mijn ouders te kunnen zijn. Dit is een van de prachtige voorbeelden van wat leven in deze gemeenschap zo bijzonder maakt. Of je veel samen bent of niet, in momenten van nood maar ook van blijdschap zijn er weinig woorden nodig om er voor elkaar te zijn. Daarnaast is het zorgen voor elkaar wel echt kenmerkend. Het zorgen voor de “oudjes”, in de ochtend, de middag, de avond, er is altijd wel iemand. Het bij elkaar wonen zorgt ervoor dat diegene die hulpbehoevend is de nodige hulp krijgt op elk moment van dag. Een verzorgingshuis hoeft niet want wij zorgen met elkaar. Eenzaamheid hoeft niet want we zijn samen. Dit alles is wat wij wensen voor onze 3 kinderen en voor iedereen die op dit moment wacht op een standplaats. Dat zij in de toekomst kunnen leven zoals ze zijn opgegroeid. Met het krakende geluid van het hout van de wagen, de schoenen voor de deur op de trap en met het allerbelangrijkste, hun familie.