CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Besluitvorming (raad) 1 december 2021, gemeente Leeuwarden22.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Mede gelet daarop heeft initiatiefnemer aan het bevoegd gezag verzocht de onderhavige te bouwen woning ca. 25 meter in noordelijke richting te verschuiven waardoor de te realiseren gevoelige bebouwing op ruime afstand van ten opzichte van perceel De Zwemmer 5 wordt gezet. Hierdoor verbetert de situatie aanmerkelijk en wordt perceel 3 de maximale ruimte gegund voor de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten. Dit in tegenstelling tot de vigerende planologische invulling. 4. Op perceel De Zwemmer 1 is een watersportbedrijf gevestigd. Dit bedrijf is een categorie 3.1.-bedrijf (o.a. meer dan 25 ligplaatsen) met bijbehorende richtafstand van 50 meter. Wederom vanwege de karakterisering als “gemengd gebied” kan genoemde richtafstand worden verkleind naar 30 meter. De werkelijk afstand tot de te bouwen bedraagt ca. 80 meter zodat ook in dit geval ruimschoots aan de voorgeschreven richtafstand wordt voldaan.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

11 Conclusie Uitgaande van de maximaal te vergunnen geluidwaarden overeenkomstig het Activiteitenbesluit en de daarop afgestemde geluidisolatie van de gevels van de te bouwen woning op perceel De Zwemmer 5 wordt enerzijds volledig recht gedaan aan de planologische bestemmingen van de omliggende percelen en wordt anderzijds een acceptabel woon- en leefklimaat geschapen voor de bewoners van de nieuw te bouwen woning. Ten overvloede wordt daarnaast voldaan aan de richtafstanden zoals genoemd in de VNG-brochure “bedrijven en Milieuzonering”. Tenslotte wordt met het verschuiven van het bouwvlak op perceel De Zwemmer 5 in noordelijke richting de planologische- en milieu hygiënische situatie voor De Zwemmer 3 aanmerkelijk verbeterd. 3.1.2. Bodemkwaliteit Een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van een functie waar langdurig of frequent mensen verblijven, dient gemotiveerd te worden waarom de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. De volksgezondheid mag niet in het geding zijn. In juni 2016 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd2. Vanwege verhoogde gehalten en concentraties is een aanvullend onderzoek3 uitgevoerd. Dat aanvullend onderzoek heeft aangetoond dat in twee boringen (nrs. 12 en 13) sterk verhoogde gehalten aan lood voorkomen. In de overige monsters zijn geen tot licht verhoogde gehalten aan lood gemeten.

Naar aanleiding van de resultaten van genoemde onderzoeken is een sanering op de locatie De Zwemmer 5 uitgevoerd. De gemeente Leeuwarden heeft in mei 2017 geconcludeerd dat de sanering overeenkomstig de saneringsdoelstelling is uitgevoerd, op grond waarvan de gemeente in haar besluit van 16 mei 2017 vastgesteld heeft dat “de uitgevoerde sanering geen aanleiding geeft om een beperking op te leggen op het betrokken perceel”. Een exemplaar van het gemeentelijk besluit is als bijlage 2 toegevoegd. Conclusie Het bevoegd gezag heeft aangegeven dat de sanering goed is uitgevoerd. Het aspect bodem is derhalve geen belemmering voor onderhavig nieuwbouwplan.

2 3

Bron: WMR nr. 163131/JvA 29 juni 2016 Bron: WMR nr. 163131AO/JvA 20 juli 2016

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

12 3.1.3. Luchtkwaliteit Algemeen Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit aangepakt moeten worden. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de Minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die ‘niet in betekenende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Hierbij worden de volgende situaties onderscheiden: ➢ een project heeft een effect van minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2).

Dit komt overeen met 1,2 Vg/m3 voor zowel PM10 als NO2; ➢ een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing van de grenswaarden; projecten zoals woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen of kantoorlocaties met een kantooroppervlak van niet meer dan 100.000 m². Toetsing In onderhavig geval is sprake van vervangende nieuwbouw. Bovendien wordt een voormalige bedrijfslocatie ingevuld met een woonbestemming. Normaliter trekt een bedrijfslocatie meer verkeer aan dan sec een woonbestemming. Van extra verkeersbewegingen en daarmee annex een negatieve bijdrage aan de luchtkwaliteit is in dit geval geen sprake. Conclusie Het aspect ‘Luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor het initiatief. 3.1.4 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen zoals brandstof, LPG, vuurwerk en munitie. Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege: a. het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen);

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

13 b. het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); c. het gebruik van luchthavens. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde.

Figuur 5: Overzicht risicokaart transportroute via het water en overstromingskans. De situering van het plangebied is met een rode cirkel aangeduid. Bron: risicokaart.

Het Van Harinxmakanaal en de kans op een overstroming staan op de risicokaart vermeld als risicobron. Conclusie De afstand tussen het Van Harinxmakanaal en het plangebied bedraagt circa 250 meter. Het aspect externe veiligheid levert derhalve geen beperkingen op voor dit initiatief. Het aspect overstromingen komt in de volgende paragraaf aan de orde. 3.2

Omgevingsaspect water De watertoets procedure is een vast onderdeel van een planologische procedure. De watertoets is het instrument dat zorgt dat de waterbelangen in de planvorming voldoende aandacht krijgen. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

14 Uit de watertoets blijkt, figuur 6, dat er twee aandachtspunten zijn. Het plangebied ligt deels in de invloedssfeer van een hoofdwatergang. Bovendien ligt het plangebied vrij voor de boezem. Dit wil zeggen dat het gebied niet is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Wetterskip Fryslân adviseert in dit verband om hiermee rekening te houden bij het bepalen van de aanleghoogte. De volledige reactie van It Wetterskip is als bijlage 3 toegevoegd. Aangezien sprake is van vervangende nieuwbouw en sloop van een oude boerderij, wordt geen verharding toegevoegd. Compensatie derhalve niet nodig. Sterker, met de realisering van de insteekhaven wordt het wateroppervlak juist vergroot.

Figuur 6: Kaart digitale watertoets. Bron: W etterskip Fryslân.

Conclusie Met de opmerkingen en aanbevelingen zal bij de uitvoering rekening gehouden worden. Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. 3.3

Omgevingsaspect ecologie Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden van het plangebied. Bescherming in het kader van de natuurweten regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming zijn de Wet natuurbescherming en provinciale verordeningen van toepassing. De provincies beschermen waardevolle natuurgebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland en het weidevogelgebied.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

15

Figuur 7: Plangebied De Zwemmer 5. Bron: Google Maps.

Ook kunnen natuurgebieden of andere gebieden die essentieel zijn voor het behoud van bepaalde flora en fauna, aangewezen worden als Europees vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijn gebied (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Ook de bescherming van individuele plant- en diersoorten is geregeld in deze wet. Het plangebied zelf maakt geen deel uit van natuurlijk beschermde gebieden. De sloop van de boerderij heeft enkele jaren geleden reeds plaatsgevonden. De bouwlocatie beschikt niet over watergangen of begroeiing e.d. met waardevolle (beschermde) flora of fauna. Voor zover dat nodig is, zal bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening gehouden worden met het broedseizoen. De bestaande bomen blijven gehandhaafd en er wordt gedeeltelijk een natuurvriendelijke oever gecreëerd. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming zal in acht moeten worden genomen, vanwege o.a. werkzaamheden aan oevers en sloot. Daarnaast zal rekening moeten worden gehouden met broedende vogels, dat kan door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Conclusie Gesteld kan worden dat natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

16 3.4

Omgevingsaspect archeologie en cultuurhistorie Archeologie Op Europese schaal heeft Nederland zich verbonden aan het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’. Dit is gericht op het behouden van archeologische waarden in de bodem. Uitgangspunt hierbij is het uitvoeren van een onderzoek naar archeologische waarden in het plangebied voor het vaststellen van een bestemmingsplan. Ook het zogenoemde veroorzakerprincipe is een uitgangspunt van het Verdrag van Malta. Dit betekent dat diegene die mogelijke archeologische waarden in de bodem verstoord, financieel verantwoordelijk is voor voldoende onderzoek naar en het behoud van die archeologische waarden. Op Nederlandse schaal is de belangrijkste wettelijke basis voor het behoud van erfgoed per 1 juli 2016 de Erfgoedwet. De kern van deze wet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex-situ). Op provinciale schaal heeft de provincie Fryslân het initiatief genomen om het bodemarchief in kaart te brengen op de zogenaamde Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.).

Met het verdrag van Malta en als gevolg daarvan het sinds 2017 in de wet vastgelegde archeologische bestel, is het rijksbeleid erop gericht om het archeologisch erfgoed te behouden in de bodem. In de bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen moet een archeologieparagraaf worden opgenomen. De archeologische (verwachtings)waarde en vindplaatsen moeten in beeld worden gebracht. Voor gebieden met een archeologische verwachtingswaarde geldt een archeologische onderzoeksplicht. Het perceel heeft een lage archeologische verwachtingswaarde; ter plekke zijn geen archeologische waarden te verwachten. Archeologie is geen beletsel voor dit initiatief. Cultuurhistorie Sinds januari 2012 hebben gemeenten op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de opdracht om bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat voor waarden er aanwezig zijn. Dit betekent dat naast archeologie, ook een beschrijving moet worden gegeven van de historische (steden)bouwkunde en historische geografie.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

17 Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. Toetsing Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Fryslân staan de cultuurhistorische waarden aangegeven rond het plangebied. Het betreft de vaarweg de Nauwe Greuns en een oude looproute. Het plangebied - nu bekend als Zwemmer 5 - ligt aan de nauwe Greuns, een oude waterverbinding die Leeuwarden nog tot op de dag van vandaag verbind met het waterrijke achterland van Grou en omgeving.

Figuur 8: Bebouwing langs de Nauwe Greuns. Bron: fam. Buith.

Op de locatie stond tot voor kort nog een boerderij die zeer waarschijnlijk de eerste bebouwing vormde langs dit stukje van de Nauwe Greuns. Afgaande op oude kadastrale gegevens en kaarten werd deze boerderij omstreeks 1830 gebouwd. Weduwe Stienstra was de eerste eigenaar. Latere kaarten laten zien dat vrij kort daarna ten noorden nog een boerderij gebouwd is en aan de overzijde een woning met schuur. Het dichtst bij zijnde gehucht is Hempens met een eigen brug en een kerk. De rest van de gebouwde omgeving wordt gevormd door her en der verspreide boerderijnen in een kaal open landschap. Opmerkelijk genoeg verandert er tot het begin van deze eeuw niet of nauwelijks iets aan dit beeld. Er komen wat verharde wegen en westelijk van Hempens ontstaat ook het gehucht Teerns. Wellicht de grootste impact op dit gebied heeft de aanleg van het nieuwe Van Harinxma kanaal zo rond 1950. De Nauwe Greuns verliest op dat moment zijn rol als belangrijke waterverbinding.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

18 In de luwte van het nieuwe, druk bevaren kanaal lijken ook de boerderijen langzaam hun agrarische functie te verliezen. Kort voor de eeuwwisseling zien we het gebied definitief transformeren naar meer watersport gerelateerde bedrijvigheid zoals een werf en klein jachthavens. Terwijl in het begin van deze eeuw de naaste omgeving in een hoog tempo verandert van grasland tot de nieuwe woonwijk Zuiderburen, blijven de beide eerder genoemde boerderijen langs de nauwe Greuns nog een lange tijd overeind staan (tot ± 2016).

Figuur 9: In vogelvlucht de ontwikkeling van Hempens – Zuiderburen.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

19

Maar dan - na bijna tweehonderd jaar - valt ook definitief het doek voor deze twee gebouwen waarmee het laatste stukje historie op deze locatie is verdwenen. Wat resteert is een kleine afwijkende enclave – schiereiland omgeven door rechtlijnig verkavelde woonbuurten. Conclusie Op de Nauwe Greuns is de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’ van toepassing. Zoals omschreven is een groot deel van de cultuurhistorische waarden niet in stand gebleven. Wat resteert is het schiereiland met een kleine doorkijk naar het verleden. De verschijningsvorm van de schuurwoning in combinatie met de insteekhaven is zo’n aspect met een knipoog naar het verleden. Het verloop van de watergang Nauwe Greuns blijft verder ongewijzigd. De insteekhaven omvat en relatief klein deel van de totale oever en het verloop van de hoofdwatergang blijft intact en duidelijk zichtbaar. In die zin kan worden gesteld dat de omgevingsaspecten archeologie en cultuurhistorie niet in onevenredige mate worden aangetast en derhalve geen belemmering vormen voor dit initiatief. 3.5

Welstand [Architectonisch en stedenbouwkundige inpassing] Het schetsontwerp voor de schuurwoning is gemaakt door studio SKA. Initiatiefnemers en architect hechten waarde aan de historische achtergrond van dit gebied. Zijn lange geschiedenis als verbindend waterlint tussen stad en het zuidelijk gelegen waterrijke platteland van Grou en Eernewoude. Een route die veel bevaren werd door handelslieden, vissers en boeren. Bij het ontwerp is naar de relatie met de historie van de Nauwe Greuns gezocht. Studio SKA heeft de opdracht voor de schuurwoning vanaf het begin beschouwd als een stedenbouwkundig en architectonisch geheel. De functies van het woon- en schuurgedeelte lopen in het ontwerp in elkaar door en zijn niet strikt gescheiden in een stereotype hoofd- en bijgebouw. Kijkend vanaf het water –de westzijde- zal de bebouwing zich moeten openen om invulling te kunnen geven aan de woonfunctie. Maar de verwijzing naar een houtenwerfcomplex is duidelijk aanwezig.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

20

Figuur 10: Illustratie nieuwe situatie vanaf de Nauwe Greuns.. Bron: Studio SKA.

Conclusie Welstandsadvisering ‘Hus en Hiem’ heeft bij brief d.d. 8 januari 2019 een positief advies afgegeven en heeft geoordeeld dat het plan, getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria, voldoet aan redelijke eisen van welstand. Er wordt derhalve voldaan aan de redelijke eisen van welstand. 3.6

Verkeer en parkeren Verkeer & parkeren Het perceel De Zwemmer 5 is prima bereikbaar. Het parkeren op het eigen terrein is gelet op de omvang en de invulling van het perceel geen enkel probleem. Conclusie Verkeerstechnisch zijn geen belemmeringen te verwachten.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

21 IV

UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN Wettelijk bestaat er de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een plan. In dat verband wordt er een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

4.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De aanvraag omgevingsvergunning doorloopt de in de Wabo voorgeschreven procedure. Dit betekent dat de aanvraag gedurende zes weken ter inzage ligt voor zienswijzen, Tijdens deze periode bestaat voor een ieder de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen. Aan de hand van de ingekomen zienswijzen kan het plan eventueel worden aangepast. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gehouden. Tegen de omgevingvergunning is beroep mogelijk bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

4.2

Economische uitvoerbaarheid De kosten worden gedekt uit de leges. De eventuele planschade wordt betaald door de initiatiefnemer. Voorts wordt het project volledig gefinancierd door de initiatiefnemer en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze niet over voldoende financiële middelen beschikt om dit project te realiseren.

Conclusie Het te realiseren project past goed in de ruimtelijke structuur van de omgeving en past in het beleid van de gemeente Leeuwarden. Nu er ook voor het overige geen redenen zijn waarom niet kan worden meegewerkt, is de afwijking van het bestemmingsplan aanvaardbaar. In de nieuwe situatie is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Om deze redenen kan worden meegewerkt aan dit plan door middel van het volgen van de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

22 BRONVERMELDING

BIJLAGE I

➢ Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Rijk

➢ ‘Om de kwaliteit fan de romte’ Streekplan 2007

Provinsje Fryslân

➢ Verordening Romte Fryslân 2014

Provinsje Fryslân

➢ Bestemmingsplan Leeuwarden 9 oktober 2018

Gemeente Leeuwarden

➢ Brief 16 mei 2017 inzake sanering

Gemeente Leeuwarden

➢ Afwegingskader woningbouw 2016

Gemeente Leeuwarden

➢ Brochure Bedrijven en Milieuzonering 2009

VNG

➢ Bouw- en situatietekeningen

Studio SKA Oldekerk

➢ Situatieschets

Google Maps

➢ Cultuurhistorische waardenkaart

Provinsje Fryslân

➢ Natuuroverzicht kaart

Provinsje Fryslân

➢ Watervergunning 13 juli 2018

Wetterskip Fryslân

➢ Reactie d.d. 15 december 2018 inzake watertoets

Wetterskip Fryslân

➢ Risicokaart

www.risicokaart.nl

➢ Verkennend bodemonderzoek 163131/JvA 29 juni 2016

WMR Rinsumageest

➢ Aanvullend bodemonderzoek 163131AO/JvA 20 juli 2016

WMR Rinsumageest

➢ NIBM tool

Infomil

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

23 Besluit 16 mei 2017

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

Bijlage 2

24

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

25 Reactie Wetterskip

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

Bijlage 3

26

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

27

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw schuurwoning perceel De Zwemmer 5 Leeuwarden

Bijlage 2 Watertoets

datum 22-7-2020 dossiercode 20200722-2-23894 Wateradvies normale procedure Project: Leeuwarden - De Zwemmer 3 en 5 Gemeente: Leeuwarden Aanvrager: Jan - Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, Voor het plan Leeuwarden - De Zwemmer 3 en 5 heeft u een watertoets aangevraagd waaruit blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd.

Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Regionale en lokale kering Het plangebied ligt binnen de zonering van de waterkering.

De begrenzing van deze zones kunt u raadplegen op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/leggerkaart. Hoofdwateren Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen tenzij e.e.a. is geregeld in een Watervergunning, zie bij onderdeel Waterwet voor meer informatie over dit onderwerp. De locaties van de hoofdwateren kunt u vinden op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/leggerkaart Kaderichtlijn water, KRW Wetterskip Fryslân heeft volgens de Kaderrichtlijn Water en de Waterwet de plicht om maatregelen te nemen om de ecologische doelen te bereiken die per waterlichaam zijn vastgelegd en ook om deze te beschermen. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u naar de informatie die u kunt vinden via onderstaande link: www.wetterskipfryslan.nl/documenten/bestuur/waterbeheerplan-2016-2021/KRWBeslisnota.pdf/view.

Vrij voor de boezem Het plangebied ligt vrij voor de boezem. Dit wil zeggen dat het gebied niet is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Wij adviseren u om hiermee rekening te houden bij het bepalen van de aanleghoogte. Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk.

Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk (>200 m2)

Landelijk (>1.500 m2)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Demping van oppervlaktewater Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetterskip Fryslân dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden in hetzelfde peilgebied. Voor de demping heeft u een watervergunning nodig. Voor meer informatie verwijzen we u graag door naar het onderdeel Waterwet in deze uitgangsnotitie. Relatie tussen Water en Ruimte Het veiligheidsbeleid van het waterschap en de ruimtelijke ordening ontmoeten elkaar op verschillende momenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het bestemmen van reserveringszones achter primaire waterkeringen en bij het bestemmen van regionale voormalige zeedijken tot waterkering in de bestemmingsplannen. Als in bestemmingsplannen nieuwbouw plaatsvindt op locaties boven 'maatgevend boezempeil, gemiddelde waterstand tijdens maatgevende omstandigheden' die eenmaal per 100 of 300 jaar kunnen optreden, wordt een toename van de gevolgschade bij een overstroming vanuit de Friese boezem voorkomen. Voor het bepalen van de hoogteligging van het plangebied verwijzen wij u graag door naar http://www.ahn.nl/index.html Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten.

Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Opslag agrarische bedrijfsstoffen Vanaf het erf mogen geen verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Door mest en perssappen uit de voeropslagen kan verontreiniging worden veroorzaakt als deze naar de bodem of het oppervlaktewater (af)stromen. Per 1 januari 2018 is de Maatlat Schoon Erf van kracht, www.maatlatschoonerf.nlDe maatlat is opgenomen in de MIA/Vamil regeling. Ook door afstromend regenwater dat in contact is geweest met een niet bezemschoon erf en een niet bezemschone voeropslag kan het oppervlaktewater verontreinigd worden. De initiatiefnemer dient deze erfafspoeling te allen tijde te voorkomen door bepaalde maatregelen te nemen. Voor informatie en advies over erfinrichting kunt u contact opnemen met cluster Handhaving van Wetterskip Fryslân.

Informatie waterobjecten Voor meer informatie over bijvoorbeeld de ligging en de beheer- en onderhoudsstatus van waterobjecten in het plangebied verwijzen wij u door naar leggerkaart op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/kaarten/leggerkaart

Beleid Wetterskip Fryslân En wat doen we morgen met water? In het Waterbeheerplan 2016 2021 beschrijft Wetterskip Fryslân de doelen voor de komende jaren, voor meer informatie zie onze website www.wetterskipfryslan.nl/waterbeheerplan-2016-2021 Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden bij water of dijken heeft u een watervergunning nodig. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. U kunt eerst checken wat u nodig heeft. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Vragen Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterbelangen in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Wetterskip Fryslân denkt graag met u mee! U kunt contact met ons opnemen via de onderstaande contactgegevens. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen.

De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet, Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl www.dewatertoets.nl

REGELS

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=796b0549-d809-45a6-84b9-28d4242e7940