CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Addendum Energie & Warmte 2025-2030

Besluitvorming (raad) 26 november 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Addendum omgevingsvisie Energie & Warmte en Beleidsprogramma Energie 2025-20303.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Addendum 3 op de Omgevingsvisie Gemeente Leeuwarden – Energie en Warmte 1. Inleiding 1.1 Inleiding en achtergrond Op 22 december 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Gemeente Leeuwarden vastgesteld. Deze bevat de strategische hoofdlijnen van beleid voor de fysieke leefomgeving en beschrijft de ambities die de gemeente Leeuwarden heeft voor de stad, de dorpen en het buitengebied. Door middel van ontwikkelprincipes Vergroenen, Verbinden en Verwaarden wordt sturing gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente. De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Bij de vaststelling daarvan heeft de gemeenteraad bepaald dat deze visie voor specifieke thema’s en gebieden verder uitgewerkt en uitgevoerd moet worden. Door te werken met de beleidsinstrumenten van de Omgevingswet geeft het college door middel van het vaststellen van programma’s verdere uitwerking en uitvoering aan de omgevingsvisie. Voor thema’s stelt het college beleidsprogramma’s vast; voor gebieden ontwikkelprogramma’s. In dit geval stelt de raad een addendum op de omgevingsvisie vast voor het thema energie en warmte. Daarbinnen werkt het college de kaders verder uit aan de hand van een beleidsprogramma energie (2025) en een Warmteprogramma (2026). Dat laatste is een verplicht instrument op grond van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie.

1.2 Aanleiding voor dit addendum In onze maatschappij en economie speelt energie een cruciale rol: energie is nodig om te wonen, te werken en te reizen. De levering van energie via het bestaande, hiërarchisch opgebouwde energiesysteem is niet meer vanzelfsprekend, we worden steeds meer geconfronteerd met netcongestie. Het opwekken van elektriciteit kan daarom niet meer los worden gezien van gebruik, opslag en transport van energie. Om nieuwe woningen te kunnen blijven bouwen en verduurzaming van de economie mogelijk te maken is de

overgang naar een nieuw energiesysteem noodzakelijk, gebaseerd op duurzame en decentraal opgewekte energie. De huidige Leeuwarder Energie Agenda stamt uit 2021 en liep eind 2024 af en wordt vervangen door een Addendum op de Omgevingsvisie Energie en Warmte en een Beleidsprogramma Energie. De Leeuwarder Energie Agenda was op een aantal onderdelen niet meer actueel. Zo is er vanuit het coalitieakkoord ‘Nu investeren in de toekomst’ het streven opgenomen om de CO2-reductie ambitie te verhogen naar 60%. Deze verhoging maakt dat een aantal onderliggende doelen achterhaald zijn. Tot slot vragen verschillende ontwikkelingen (zoals hogere energieprijzen, druk op het elektriciteitsnet, nieuwe landelijke wetgeving en technologische innovatie) in de energietransitie om een aanpassing van de Omgevingsvisie en de kader omtrent energie en warmte. Daarnaast is er de Warmtevisie uit 2021, die loopt af in 2026 en zal in datzelfde jaar worden herijkt naar een Warmteprogramma. Dit warmteprogramma wordt verplicht zodra de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) van kracht is. De beoogde inwerkingtreding van de Wgiw is 1 juli 2025. Met dit addendum worden ook de strategische hoofdlijnen voor dit Warmteprogramma alvast vastgelegd. Met dit Addendum op de Omgevingsvisie Energie en Warmte en het Beleidsprogramma Energie wordt beleid voor de energietransitie geactualiseerd.

Hierin wordt de koers geschetst voor het de energietransitie, met ambities voor 2030 en waar mogelijk een doorkijk naar de lange termijn van 2050. In de Omgevingsvisie Gemeente Leeuwarden uit 2021 is op visieniveau een aantal strategische hoofdlijnen opgenomen voor de energietransitie. Daaronder viel destijds een focus op energieopwekking en daarnaast vol inzetten op energiebesparing, fossielvrij in 2050. Om dat te bereiken moest er in 2030 23% energie worden bespaard en 85% van de energie in de gebouwde omgeving duurzaam worden opgewekt. Deze doelen voor 2030 waren direct gelinkt aan de ambitie om in 2030 49% CO2 te reduceren. In dit addendum wordt een nieuwe ambitie van 60% CO2-reductie vastgelegd voor 2030 en wordt er een doorkijk gegeven naar 2050. De bijbehorende doelen voor 2030 worden ook gewijzigd. Daarnaast worden er een aantal leidende principes voorgesteld voor de energietransitie. Deze leidende principes vullen de (gewijzigde) hoofdlijnen aan.

1.3 Status Dit addendum op de Omgevingsvisie is deels een aanpassing en deels een aanvulling op het oorspronkelijke document en is daarmee een volwaardig onderdeel van de Omgevingsvisie van de gemeente Leeuwarden. Het Beleidsprogramma Energie geeft hier verdere uitwerking aan en geldt als programma in de zin van de Omgevingswet.

2. Omgevingsvisie 2021 In de vastgestelde omgevingsvisie Gemeente Leeuwarden ‘Vergroenen, verbinden, verwaarden’ zijn de volgende teksten opgenomen met betrekking tot energie: •

• • •

•

•

• •

•

•

“Voor de toekomstbestendigheid van onze groenblauwe regio zijn een CO2-neutrale samenleving en economie nodig. Wij willen onze bijdrage leveren aan de energietransitie en de overstap maken naar schonere en meer duurzame manieren van energieopwekking, zoals windenergie, zonne-energie, waterkracht, geothermie en aquathermie.” “Dit vraagt ook om stevige aanpassingen in de energie-infrastructuur. Regie hierop vinden wij essentieel.” “Naast onze focus op energieopwekking zetten wij ook vol in op energiebesparing.” “Wij willen een volledig duurzame energievoorziening in 2050 en daarmee volledig onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Om dat te bereiken hebben we in 2030 23% energie bespaard ten opzichte van 2020 en wordt 85% van de energie in de bebouwde omgeving duurzaam opgewekt.” “Om dit te realiseren zetten we de komende tijd maximaal in op duurzame energieopwekking in het bebouwd gebied, bijvoorbeeld door zonnepanelen op daken van woningen, bedrijfspanden, boven parkeerterreinen en met andere vormen van dubbel ruimtegebruik.” “Wij realiseren ons echter dat we er met alleen ‘zon op dak’ absoluut niet komen. Zonneparken en windmolens zijn ook nodig.

Er wordt gezocht naar locaties waar functies gebundeld kunnen worden en/of kansen ontstaan voor een bredere transitie in het landelijk gebied.” “In het zoekgebied energieopgave aan de westkant van de stad zoeken we naar een koppeling met nieuwe en bestaande functies in de energie-infrastructuur.” “In het buitengebied zoeken we naar koppelkansen met de bredere landbouw- en plattelandstransitie. Op het moment dat we de leefomgeving veranderen, moet dat een verbetering voor de leefomgeving opleveren. Daarbij worden potentiële gebieden gewogen in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Eigenaarschap en draagvlak in een gebied vinden wij essentieel voor de realisatie van installaties voor energieopwekking aldaar.” “We maken ruimte voor duurzame vormen van energieopwekking, mits ingepast met respect voor het landschap. We werken aan energiebesparing en wekken bij voorkeur zoveel mogelijk duurzame energie op in de gebouwde omgeving nabij de eindgebruiker.“ “Zoek naar logische verbindingen bij energieopwekking, bijvoorbeeld energiecampus / zonneweide/ nieuw onderstation en zoek naar sociaal rendement.”

Daarnaast is in de Omgevingsvisie een zoekgebied opgenomen met betrekking tot de energieopgave. Ook de energiecampus is specifiek aangeduid in het kaartbeeld.

Figuur uit de huidige omgevingsvisie Leeuwarden 2021.

3. Addendum Energie & Warmte Dit hoofdstuk vormt een aanpassing en aanvulling op de geldende Omgevingsvisie. In het verlengde van de Friese Energievisie schetsen we eerst een beeld van het Leeuwarder Energiesysteem in 2050. Vervolgens gaan we in op aangepaste doelstellingen. Deze hebben betrekking op het jaar 2030.

3.1 Het Leeuwarder energiesysteem van 2050 Energie in Leeuwarden is van en voor ons allemaal De energie in Leeuwarden is toegankelijk en betaalbaar voor iedereen in Fryslân. Productie, opslag en gebruik van energie wordt lokaal vormgegeven. We zijn daarmee zo veel mogelijk zelfvoorzienend, maar staan altijd nog in verbinding met het centrale energiesysteem. Het centrale systeem bestaat uit een aantal clusters met grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Het Leeuwarder energiesysteem is onderdeel van het Friese energiesysteem, dat op zijn beurt weer in verbinding staat met het landelijke netwerk. Denk bijvoorbeeld aan de waterstofbackbone voor flexibel vermogen of via het hoogspanningsnetwerk voor duurzame elektriciteit vanaf de Noordzee. Leeuwarden heeft aanzienlijk energie bespaard, zodat het landschap en energiesysteem zorgvuldig wordt ingezet. De Leeuwarder energievraag is in 2050 fors teruggebracht. Besparing heeft plaatsgevonden in bedrijfspanden, in huizen en door efficiëntere apparaten en elektrisch vervoer. Huizen en gebouwen zijn goed geïsoleerd waardoor de energiebehoefte flink gedaald is. Gebruik van elektrisch openbaar vervoer en deelmobiliteit is de norm. Ondernemers profiteren van een aantrekkelijk vestigingsbeleid.

Er vinden reguliere gesprekken met ondernemers plaats om verder te besparen of om bij te dragen aan een betrouwbaar en gebalanceerd energiesysteem. Leeuwarden heeft een robuust en flexibel energiesysteem De combinatie van een gevarieerde energiemix met opslag, en conversie van elektriciteit, warmte en gassen zorgt ervoor dat het energiesysteem goed kan bufferen. Door het gebruik van slimme technologieën kunnen energiestromen efficiënt worden beheerd en kan vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd. Elektriciteit vormt de basis van het energienetwerk in 2050. Deze elektriciteit wordt in 2050 vooral lokaal opgewekt door zonnepanelen en windmolens. Om pieken in de vraag op te vangen en het elektriciteitsnet te ontlasten, wordt energie opgeslagen in batterijen en slim verdeeld. Het elektriciteitsnet is versterkt en uitgebreid, zodat het geschikt is voor grootschalige duurzame opwek en het gebruik van deze groene stroom. Deze elektriciteit wordt breed ingezet, zowel in woningen als bij bedrijven en in de industrie. Huishoudens verwarmen, koken en rijden elektrisch, en bedrijven gaan over op elektrische technieken zoals warmtepompen, e-boilers en inductieprocessen. Elektriciteit wordt daarmee de stille kracht achter een duurzame gemeente. Aanvullend hieraan kunnen groen gas en waterstof een rol spelen, daar waar elektriciteit niet goed toe te passen is.

De warmtevoorziening in Leeuwarden is in 2050 volledig aardgasvrij De warmte komt uit lokale en hernieuwbare bronnen zoals de bodem, het oppervlaktewater of de buitenlucht. In de stad spelen warmtenetten een belangrijke rol: deze leveren duurzame warmte aan hele wijken en buurten. Waar warmtenetten minder goed passen, worden individuele warmtepompen bij woningen ingezet. Zo krijgt elke wijk de oplossing die het beste past bij de gebouwde omgeving en het warmteverbruik. In de dorpen ligt de nadruk op individuele warmtepompen, soms ondersteund door kleinschalige warmtenetten. In het buitengebied wordt per woning een warmtepomp toegepast op basis van lucht-, water- of bodemwarmte.

3.2 Nieuwe doelstellingen voor 2030 Om tot 2030 de benodigde stappen te kunnen zetten, zijn een aantal nieuwe doelstellingen van toepassing. Nieuw CO2-reductiedoel voor 2030 Een toekomstbestendige groenblauwe regio vraagt om een CO2-neutrale samenleving en economie. Daarom blijft de ambitie staan om in 2050 fossielvrij te zijn. Om deze ambitie te halen wordt de ambitie voor 2030 om 49% CO2 te reduceren verhoogd naar 60% CO2reductie. Dit vraagt dat onze bijdrage aan de energietransitie en de overstap naar schonere en duurzame energie wordt geïntensiveerd. Dat betekent meer duurzame stroomopwek, minder aardgasgebruik in de gebouwen en het verschonen van fossiele mobiliteit. Het vraagt ook om nog meer aanpassingen in de energie-infrastructuur en -opslag. Nieuw besparingsdoel voor 2030 De focus in de omgevingsvisie lag op energieopwekking (lees: stroomopwekking) met daarnaast volle inzet op energiebesparing in de gebouwde omgeving. De inzet op energiebesparing gaan we verhogen. Om 60% CO2-reductie te behalen in 2030 is meer besparing van energie noodzakelijk. Het besparingsdoel zal daarom worden opgehoogd van 23% minder energieverbruik ten opzichte van het jaar 2020 naar 27% minder energieverbruik ten opzichte van 2018. We zien dat dit haalbaar is, omdat inwoners en bedrijven vanwege stijgende energieprijzen steeds meer de noodzaak van isoleren en besparen inzien.

We gaan dit vanuit de gemeente actief ondersteunen en stimuleren. Afgeleid van het ‘gemiddelde’ doel formuleren we in het beleidsprogramma ook indicatieve besparingsdoelen voor de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie en landbouw. Nieuw doel en uitgangspunten voor duurzame warmte Naast de besparing van energie moet ook de resterende warmtevoorziening versneld CO2neutraal worden. Dit kan alleen met behulp van duurzame warmtebronnen in combinatie met elektrificatie. Duurzame bronnen voor warmte zijn geothermie, aquathermie en warmtepompen (individueel of collectief aangesloten op een warmtenet) in combinatie met warmte-opslag. Waar dat technisch en financieel haalbaar is, zetten we in bebouwd gebied zoveel als mogelijk in op collectieve warmtenetten. Dit biedt in dichter bebouwd gebied meerdere voordelen ten opzichte van individuele warmtepompen. In het aankomende warmteprogramma zal nader worden uitgewerkt waar we de warmtenetten voor ons zien. Daar waar het niet mogelijk blijkt een warmtenet te realiseren, zal een in de meeste gevallen een individuele warmtepomp het alternatief zijn.

De Wet collectieve warmte (Wcw) en Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geven de gemeente hierbij een actieve sturende rol in de warmtetransitie. Als gemeente zien we grote voordelen in de realisatie van collectieve warmte. Deze hebben in veel gevallen de laagste maatschappelijke kosten, ze zijn duurzaam, hebben minder impact op het elektriciteitsnet en minder ruimtelijk impact. Bij nieuwe realisatie van warmtenetten sturen we op de volgende publieke uitgangspunten: • Duurzaamheid Hernieuwbare warmte of restwarmte, minimale CO2-uitstoot. • Betaalbaarheid Transparante tarieven (‘kostprijs plus’). • Betrouwbaarheid Robuust netwerk met zoveel mogelijk warmtenetten met variatie in warmtebronnen en voldoende opslagcapaciteit in warmtebuffers. • Toegankelijkheid Aanbod voor alle bewoners in gebieden waar een warmtenet haalbaar is. • Integraliteit Afstemming met andere opgaven zoals rioleringsprojecten of herstructurering. • Openheid aan de bronzijde Flexibel gebruik van verschillende duurzame bronnen op het warmtenet. De uitvoering van de warmtetransitie wordt verder uitgewerkt in een warmteprogramma (eind 2026 gereed).

Nieuwe doelstellingen voor duurzame stroomopwek Om de doelen voor 2030 (en uiteindelijk 2050) te halen en niet afhankelijk te blijven van een gecentraliseerd energienet (met veel congestieproblematiek) is een snellere verduurzaming van de decentrale stroomproductie nodig. Daarom verhogen we het doel voor 2030 en breiden we het bereik van dit doel uit. Waar de doelstelling in de Leeuwarder Energieagenda alleen gerelateerd was aan de gebouwde omgeving, kiezen we nu voor een opwekdoelstelling voor alle sectoren (dus ook industrie en mobiliteit). Het doel is om 70% van het gemeentelijke stroomverbruik duurzaam op te wekken in 2030. Duurzame bronnen voor stroom zijn windturbines en zonnepanelen, aangevuld met batterijopslag. Zonneladder We maken gebruik van het principe van de zonneladder. Dat betekent dat we pas zonneenergie op veld gaan realiseren, op het moment dat blijkt dat zonne-energie op daken niet voldoende oplevert om de gemeente van duurzame stroom te voorzien. Op basis van onderzoek naar de potentie van zon op daken komt naar voren dat de benodigde hoeveelheid zonnestroom die nodig is voor de gemeente niet volledig van de daken valt te halen. Daarom nemen we in het Beleidsprogramma Energie aanvullend ook een doelstelling voor zon op veld op. Dit sluit aan bij de richting uit de huidige omgevingsvisie (zie H2).

Verhouding zon/ wind Om beter aan te sluiten bij de reële tijdsgebonden vraag naar duurzame stroom en rekening houdend met de uitkomsten van de PWE, houden we de ambitie voor zon op veld beperkt. Daar staat tegenover dat de ambitie voor windenergie wel omhooggaat. Van de stroomvraag in het eindplaatje van 2050 zal 40% van zonne-energie komen en 60% uit windenergie. Dat komt omdat de energievraag in de winter hoger is dan in de zomer, vanwege de winterse warmtevraag. Met het opnemen van een hoger aanbod windenergie ontstaat een meer gespreid aanbod van duurzame stroom.

Clustering van opwek: De Zwette, de Hemrik, Nieuw Stroomland (binnen de Haak) en vliegbasis Om te veel versnippering van opwek in het buitengebied te voorkomen, willen we conform het uitgangspunt van de Friese energievisie grootschalige opwek van stroom via zonne- en windenergie gaan clusteren. Om te voorkomen dat de aanleg van veel nieuwe energieinfrastructuur noodzakelijk is, ligt een ruimtelijke clustering nabij grote energievragers en bestaande onderstations het meeste voor de hand. Naast inpassing in het energienetwerk, geeft dit ook mogelijkheden voor een ruimtelijke/landschappelijke inpassing en combinatie met andere functies. We zien daarbij bedrijventerrein De Zwette, de Hemrik, het gebied Nieuw Stroomland binnen de Haak en het gebied rondom de vliegbasis als kansrijke zoekgebieden (zie onderstaande afbeelding). In Nieuw Stroomland komt een nieuw onderstation (Boksumerdyk) en zit veel vraag naar energie, zowel vanuit het bedrijventerrein als de zuidwestelijke zijde van de stad. Hier kan een energiehub ontstaan met combinatie van verschillende energiebronnen, opslag en conversie van energie.

Kaart: Zoekgebieden voor grootschalige opwek met zonne- en windenergie.

Concreet betekent dit het volgende voor 2030: • •

•

Zonne-energie op dak: toe werken naar 150 MW opgesteld vermogen op daken, zowel bij huishoudens als bedrijven. Zonne-energie op veld: toe werken naar 150 MW opgesteld vermogen zon op veld. Nieuwe locaties zijn bijvoorbeeld Nieuw Stroomland (binnen de Haak) en rondom de vliegbasis via veldopstelling. De benodigde ruimte varieert afhankelijk van de vorm van het zonnepark. Multifunctioneel ruimtegebruik heeft de voorkeur, bijvoorbeeld via een energietuin of via agri-pv (combinatie van landbouw en zonnepanelen). Windenergie: toe werken naar 100 MW opgesteld vermogen aan windenergie. Nieuwe turbines op bedrijventerreinen De Zwette en de Hemrik en in het gebied Nieuw Stroomland (binnen de Haak). Bij gebruik van hogere turbines met meer vermogen, zijn er minder stuks nodig. Ondanks minimale voetafdruk hebben deze turbines invloed op zicht, geluid en slagschaduw. Daarom streven we naar een zorgvuldige landschappelijke inpassing (zie ruimtelijke principes onderstaand).

Mobiliteit Door stevige inzet op lopen, fietsen, openbaar vervoer en elektrisch rijden wordt ook op het gebied van mobiliteit energie bespaard. Om de overstap van fossiele brandstofauto's naar schone elektrische auto's te versnellen, rollen we in de gemeente de laadinfrastructuur zo efficiënt mogelijk uit. Het uitgangspunt daarbij is dat het laden van elektrische voertuigen zoveel mogelijk op pleinen en ‘hubs’ gebeurt en minder in de straat. Op die manier kunnen de laadpalen efficiënt worden aangelegd en gebruikt en is er beter te sturen op netbewust of slim laden. De gemeente zal een rol nemen in het eigendom en de exploitatie van de laadinfrastructuur, om zo lage prijzen te kunnen geven aan de inwoners en de opbrengsten in de gemeenschap te kunnen houden. Verdere uitwerking zit in het Beleidskader Mobiliteit. Batterijopslag Batterijopslag zal een rol gaan spelen in het stabiliseren van het stroomnet op alle spanningsniveaus. We reserveren ruimte voor de batterijopslag die nodig is voor de lokale situatie op het net en we verlangen van initiatiefnemers dat zij de batterijen netcongestieverzachtend gaan inzetten. De netbeheerders hebben hierin primair de verantwoordelijkheid, maar we zullen dit als gemeente ook actief aanmoedigen.

Voor batterijopslag op hoogspanningsniveau verkennen we samen met de provincie en Tennet de ruimte en mogelijkheden voor batterijopslag en onder welke aanvullende voorwaarden we dit willen toestaan. Ook bij batterijopslag op hoogspanningsniveau moet er lokale meerwaarde zijn. Voor batterijen op middenspannings- en laagspanningsniveau is de ruimtevraag beperkt. Netcongestie Om netcongestie tegen te gaan volgen we drie lijnen: ‘slimmer net’, ‘versneld uitbreiden’ en ‘voorspellen in programmeren’. Vooral die laatste twee hebben een ruimtelijke uitwerking. Versneld uitbreiden betekent dat er meer kabels de grond ingaan, trafo's geplaatst worden en een hoogspanningsstation wordt gebouwd (‘Boksumerdyk’). ‘Voorspellen en programmeren’ gaat over het integraal afstemmen van energie-infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijven.

3.3 Leidende principes ruimtegebruik In de uitvoering van de energietransitie gaan we uit van de volgende leidende principes. Deze leidende principes zijn overkoepelend en werken door de ambities en doelstellingen heen. We beperken het ruimtebeslag van de energietransitie door energiebesparing en slimme keuzes. Door zoveel mogelijk in te zetten op energiebesparing, toepassing van collectieve warmteoplossingen en een gebalanceerde mix van energiebronnen, beperken we het ruimtebeslag van de energietransitie. Ook het clusteren van energievragers en -opwekkers beperkt de ruimtelijke impact doordat er minder infrastructuur nodig is. Meervoudig ruimtegebruik en functiecombinaties We kiezen voor een integrale benadering waarin energieopwek, netinfrastructuur en ruimtegebruik gezamenlijk worden afgewogen. Nieuwe functies zoals zonnevelden of laadpleinen worden waar mogelijk gecombineerd met andere functies zoals landbouw (agripv), recreatie (energietuinen) of biodiversiteit. Bij ieder project beoordelen we de ruimtelijke impact en zoeken we naar combinaties van functies en opgaven. Stad, dorp, buitengebied Conform de gemeentelijke omgevingsvisie maken we in dit beleidsprogramma ook onderscheid tussen de stad, de dorpen en het buitengebied. •

•

•

De grootschalige opwek concentreren we bij de stad omdat we hier de beste mogelijkheden zien voor het combineren van energievraag en -aanbod, inpassing op het energienetwerk en landschappelijke inpassing. Daarnaast is bij de dorpen ruimte voor een kleinschalig zonnepark en/of een dorpsmolen. Bij de grotere dorpen Stiens en Grou is door de aanwezigheid van een bedrijventerrein een grotere energievraag. Het ligt voor de hand om daar – in de lijn van het principe ‘schaal bij schaal’ – een iets grotere hoeveelheid energie-opwek toe te staan. We denken daarbij aan enkele windturbines of een zonnepark in de orde van 5–10 hectare. In het buitengebied zien we vooral ruimte voor zon-op-dak, kleine molens en monovergisting bij agrarische bedrijven.

Zorgvuldig ontwerp en ontwerpend onderzoek Bij elke vorm van energieopwekking moet sprake zijn van zorgvuldig ontwerp en aandacht voor de inpassing. Voor opwekinstallaties op gebouwen hebben we daarom welstandsrichtlijnen. Bij het realiseren van zonneparken of windturbines maken we een landschappelijk inpassingsplan. Ook benutten we Atelier Stadsbouwmeester om ruimtelijke verkenningen te doen naar geschikte locaties voor energieopwekking in combinatie met andere functies.

3.4 Actieve rol gemeente De afgelopen jaren heeft de gemeente een steeds belangrijkere rol gespeeld bij collectieve warmteprojecten. Om de publieke belangen goed te kunnen borgen, blijven we deze rol vervullen en bouwen we die verder uit. Een gemeentelijke deelname in energie- en warmteprojecten kan ook bijdragen aan een sociale energietransitie en een betere verdeling van lusten en lasten. Bijvoorbeeld door projecten te initiëren, samen met (lokale) partijen te ontwikkelen of (gedeeltelijk) in eigendom te nemen. Daarom onderzoeken we de mogelijkheden om een gemeentelijk energie- en warmtebedrijf op te richten. De exacte rol en de wijze waarop we invulling geven aan een

publiek meerderheidsbelang op basis van de Wet collectieve warmte moet verder worden afgebakend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=9249c833-298f-4eb7-9e68-ce208a949f3c