Aanvraagfomulier Vangnetuitkering Participatiewet over 2024
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2024 Versie: uitgebreid verzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2025 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.
Uitgebreid formulier Dit betreft het uitgebreide formulier. Gemeenten die over 2022 en/of 2023 ook een vangnetuitkering hebben ontvangen, dienen gebruik te maken van dit formulier. Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in de voorafgaande jaren een vangnetuitkering is toegekend.
Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.
Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2024 De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden 1
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
2
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden.
A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort In 2024 is een tekort ontstaan op het BUIG budget van de gemeente Leeuwarden van € 9.467.620 (budget € 91.998.834, kosten € 101.466.454). Het tekort op de BUIG laat zich verklaren door meerdere oorzaken, hieronder worden enkele belangrijke oorzaken genoemd: • Ongunstige werking van het verdeelmodel. Kenmerken van Leeuwarden zorgen ervoor dat we ongunstig uit het verdeelmodel komen, hierbij is te denken aan een kenmerk als de centrum functie. • De ingewikkelde bijstandsopgave door enkele (regionale) kenmerken die ertoe leiden dat het bestand minder snel daalt dan wenselijk is om het tekort te reduceren. • Groei complexere doelgroepen binnen de bijstandsgerechtigden als jongeren (< 27 jaar), personen die al een geruime tijd in de bijstand zitten en statushouders. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Leeuwarden kent een structureel tekort op het BUIG budget, het aandeel bijstandsgerechtigden ligt structureel hoger vergeleken met het landelijk gemiddelde. De opgave is weerbarstig, dit maakt dat het pakket aan maatregelen om het tekort te reduceren divers van aard is.
Maatregelen houden verband met: • het vergroten van uitstroom naar werk, waarbij volop ingezet wordt op loonkostensubsidie; • het reduceren van instroom (vooral voor de doelgroep jongeren); • het verhogen inkomsten van de bijstandsgerechtigden (zoals promoten parttime werken); • het handhaven op misbruik van de bijstandsuitkering; • het stimuleren van de doelgroep om ´meer mee te doen´ en daarmee mensen in beweging te krijgen. Een aanvullende maatregel die niet verband houdt met het verlagen van de kosten, maar juist met het vergroten van het budget is deelname aan de landelijke werkgroep over het verdeelmodel, dat 3
inzoomt op de tekort-gemeenten. De werkgroep zoekt naar (financiële) handreikingen. Uitkomst van deze werkgroep is een voorstel om de vangnetuitkering van de tekort-gemeenten te vergroten. In 2025 zal besloten worden over dit voorstel. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen De maatregelen, als aanvulling op de effecten van reguliere inzet van trajecten en begeleiding, hebben als doel de kosten te reduceren. Maatregelen hebben een kwantitatieve doelstelling, daar waar dit onvoldoende mogelijk is heeft de maatregel een kwalitatief effect. In deze aanvraag wordt het beoogde effect van de maatregelen toegelicht. Hierbij is een belangrijke kanttekening te maken. Onderzoeken die zijn uitgevoerd in het najaar van 2022 en 2023 (AEF/De beleidsonderzoekers en Significant/APE) tonen aan dat de belangrijkste oorzaak ligt bij het verdeelmodel. Dit maakt dat gemeente Leeuwarden het ombuigen van het tekort BUIG niet (volledig) zelf in de hand heeft.
4
Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen bij de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
x
De kadernota, de begroting.
x
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
x
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)
x
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.
x
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
x
Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
5
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
6
A. Analyse van de oorzaken van het tekort In dit onderdeel dient het college een analyse op te nemen van de oorzaken van het tekort (A1). Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Ook dient het college een analyse op te nemen van de effecten van de getroffen maatregelen in voorgaande jaren, zoals die zijn beschreven in de aanvraag voor een vangnetuitkering over 2022 en/of 2023 (A2). A1.
Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente
Omvang tekort Leeuwarden Voor het jaar 2024 komt de Gemeente Leeuwarden uit op een tekort op het BUIG budget. Het tekort is het verschil tussen het definitieve budget en de gerealiseerde kosten. Dit tekort wordt verantwoord in de jaarrekening van de gemeente en via de Sisa bijlage (G2). Uit de jaarrekening en de Sisa bijlage blijkt dat de gemeente Leeuwarden over 2024 een tekort op het Rijksbudget heeft van € 9.467.620. Onderstaand de opstelling voor de berekening van de vangnetuitkering. Er wordt een Vangnetuitkering van € 1.283.854 aangevraagd. Omvang BUIG budget Definitief BUIG budget 2023 Voorlopig BUIG budget 2024 Nader voorlopig BUIG budget 2024 Definitief BUIG budget 2024
€ 84.322.359 € 86.992.915 € 84.742.002 € 91.998.834
Tekort BUIG budget 2024 Rijksbudget BUIG (definitief) 2024 Kosten BUIG gem. Leeuwarden 2024 Tekort BUIG 2024 Eigen risico o.b.v. vangnetregeling 2024 Resultaat (tekort) t.b.v. vangnetuitkering 2024 Bedrag aanvraag vangnetuitkering 2024
€ 91.998.834 € 101.466.454 € 9.467.620 € 6.899.913 (7,5% x € 91.998.834) € 2.567.707 € 1.283.854 (50% x resultaat)
Ontwikkeling kosten 2024 t.o.v. 2023 Landelijk is het aantal bijstandsontvangers over 2024 met ruim 1,5% gestegen (bron CBS) t.o.v. 2023. Het aantal bijstandontvangers is voor de gemeente Leeuwarden in 2024 met ruim 2,5% gestegen t.o.v. de eindstand van 2023 (eindstand 2023: circa 5.260 en voorlopige eindstand 2024: circa 5.400. Als de gemiddelde prijs per bijstandsgerechtigde wordt berekend door de totale kosten BUIG, exclusief kosten Loonkostensubsidie (LKS), af te zetten tegen het gemiddelde volume over 2024, dan is deze gemiddelde prijs over 2024 t.o.v. 2023 met circa 6,7% gestegen. Deze stijging kan grotendeels verklaard worden door de stijging van de bijstandsuitkeringen als gevolg van de stijging van het wettelijk minimum loon (WML). De bijstandsuitkeringen zijn per 1 januari 2024 met 3,73% en per 1 juli 2024 met 1,92% gestegen. 7
Belangrijkste oorzaken tekort Weging kenmerken Leeuwarden in het BUIG Verdeelmodel Leeuwarden zit structureel ongunstig in het verdeelmodel van de BUIG waardoor we een structureel tekort gemeente blijven. Dit wordt veroorzaakt door kenmerken als 1. centrumfunctie, 2. veel (ex-) studenten met psychische problematiek, 3. Ligging dichtbij de zee en 4. Veel segregatie in de wijken. In de vangnetaanvraag over het jaar 2023 is hier dieper op ingegaan. Leeuwarden heeft hier de afgelopen jaren aandacht voor gevraagd en dit gaat leiden tot aangepaste regelgeving. Zie ook verder in deze aanvraag onder B2. Beschrijving getroffen externe maatregelen. Hoge verwachte bijstandskans in Leeuwarden Na de constatering door Significant APE in hun onderzoek over 2023 blijkt dat ook in 2024 sprake is van een hogere verwachte kans op bijstand dan gemiddeld in Nederland. Dat maakt de opgave om het volume te verlagen groot. In Leeuwarden is een hoge vertegenwoordiging van alleenstaanden en éénouder huishoudens die dit percentage omhoog stuwen. Door zijn status als centrumgemeente heeft Leeuwarden een aanzuigende werking op doelgroepen die afhankelijk zijn van zorginstanties en ondersteuningsstructuren. Juist deze doelgroepen hebben het lastiger om uit de bijstand komen. Hierbij is het niet helpend dat Leeuwarden niet beschikt over een sterke economische structuur.
Leeuwarden kent veel MKB en daardoor is absorptievermogen van de arbeidsmarkt voor deze doelgroep relatief beperkt. Economische groei in onze regio blijft achter t.o.v. de landelijke groei. Voor een succesvolle toeleiding naar werk is een economisch klimaat nodig dat dit mogelijk maakt. Er moet meer moeite worden gedaan om bijstandsontvangers te plaatsen in de gemeente Leeuwarden. Uit de voorlopige cijfers van het CBS blijkt dat het aantal personen met een bijstandsuitkering landelijk over 2024 met circa 1,5% is toegenomen. De gemeente Leeuwarden komt met een stijging van iets meer dan 2,5% uit boven het landelijk gemiddelde. Dit is een vergelijkbaar verschil vergeleken met 2023. Toename jongeren in de bijstand In Leeuwarden is over 2024 wederom sprake van een behoorlijke toename van het aantal bijstandsuitkeringen onder jongeren tot 27 jaar. Dit wordt bevestigd door de cijfers van het RMC en VSV. Dit betreft zowel jongeren met als zonder een startkwalificatie (VSV’ers). Het aantal jongeren dat gebruik maakt van voorzieningen (Open House) is ook sterk gestegen in 2024 t.o.v. 2023. Onderstaand een overzicht van toename aantal jongeren in de bijstand. Jaar Instroom < 27 jaar Uitstroom < 27 jaar Verschil in-uit
2021 376 341 35
2022 513 413 100
2023 629 432 197
2024 686 460 226
Instroom > 27 jaar Uitstroom > 27 jaar Verschil in-uit
1.070 877 942 918 1.469 1.175 1.038 998 - 399 - 298 - 96 -80
Mutatie t.o.v. voorgaand jaar 2022 2023 2024 36% 23% 9% 21% 5% 6% -18% -20%
7% -12%
-3% -4%
8
Aandeel in totale Instroom < 27 jaar Uitstroom < 27 jaar
2021 33% 19%
2022 37% 26%
2023 40% 29%
2024 43% 32%
Hieruit blijkt dat het aandeel van de instroom < 27 jaar t.o.v. de totale instroom, een stijgende trend laat zien. Het lukt niet om alle ingestroomde jongeren naar de arbeidsmarkt te begeleiden en de problematiek is complexer dan voorheen. Landelijk nam het aandeel jongeren < 27 jaar in de bijstand met 7% toe t.o.v. 2023 (bron CBS). Het aandeel jongeren < 27 jaar in het totale bijstandsbestand Leeuwarden bedroeg per eind 2023 circa 570 en per eind 2024 circa 797. Dit is een toename van circa 40% over 2024 t.o.v. de eindstand 2023. Een deel van deze groei is te verklaren door een toename van instroom nieuwe statushouders. Herinstroom bijstandsontvangers Uit onderstaande grafiek (bron Divosa Benchmark), blijkt dat Leeuwarden een relatief hoog percentage herinstroom heeft. Dit betreft bijstandsontvangers die eerder zijn uitgestroomd maar die binnen een termijn van bijvoorbeeld 12 maanden weer instromen. Hieruit blijkt dat duurzame uitstroom moeilijk is. In een eerdere analyse van de cijfers van herinstroom van gemeente Leeuwarden over de jaren 2022 en 2023 is geconstateerd dat tijdelijke uitstroom uit de bijstand i.v.m. detentie, gevolgd door instroom in bijstand, één van de meest voorkomende reden van herinstroom blijkt te zijn. Daarnaast blijkt dat meer dan 50% van de herinstromers al binnen 3 maanden de bijstand weer in stroomt.
Dit wordt deels veroorzaakt door de arbeidsmarkt; relatief veel seizoensarbeid. Dit kan ook veroorzaakt worden doordat onderliggende problemen om duurzaam aan het werk blijven onvoldoende opgelost zijn.
Laag aandeel verrekende inkomsten Een belangrijk onderdeel dat de prijs van de uitkering bepaalt, zijn de inkomsten van bijstandsgerechtigden. De verrekening van inkomsten met de uitkering in Leeuwarden is relatief laag. 9
Zowel het percentage van het aantal bijstandsontvangers dat parttime werkt als de gemiddelde inkomsten per werkende bijstandsontvanger is relatief laag. Onderstaande grafische weergave maakt dit duidelijk.
Weinig beweging in statisch deel van het bestand bijstandsgerechtigden Gemeente Leeuwarden heeft in de jaren 2018-2022 volop ingezet op actieve bestandsdaling en benadering van de kansrijke doelgroepen. Resultaat is daling van het bijstandsvolume van 6300 in het jaar 2018 naar 5182 aan het eind van het jaar 2022. Vanaf medio 2022 is een start gemaakt met benadering van de doelgroepen met een langere afstand tot de arbeidsmarkt. Het in beweging brengen hiervan en realiseren van bestandsdaling is een proces van lange adem, dat begint bij het stimuleren van ‘meedoen’. Bovendien wordt door de analyse van dit deel van de bijstandspopulatie duidelijk dat niet iedereen in staat is om uit te stromen naar werk, onderwijs of ondernemerschap. Dit beeld is ongewijzigd t.o.v. de situatie in 2023. Statushouders en inburgeraars Een deel van de toename van bijstandsgerechtigden wordt veroorzaakt door de instroom van statushouders. Statushouders hebben een lange periode nodig om begeleid te worden naar de arbeidsmarkt. Cijfers uit de factsheet Statushouders tonen aan dat de graad van arbeidsparticipatie na 10 jaar, circa 55% bedraagt. Landelijk is het aandeel van deze groep binnen het totaal van de bijstandgerechtigden toegenomen. Dit zien we ook terug in de Leeuwarder situatie. Per oktober 2024 is het aantal inburgeraars, met achtergrond AZC dat een bijstandsuitkering ontvangt 395.
Sinds januari 2020 is dit aantal toegenomen met 274.
10
A2.
Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren
Het college heeft via onderstaande hoofdlijnen maatregelen getroffen om het tekort de BUIG te reduceren: 1. Accenten in de toegang, begeleiding en handelingsperspectief t.a.v. succesvolle bestandsdaling; 2. Invloed uitoefenen via de Werkgroep Verdeelmodel op een aanpassing van het model t.g.v. structureel tekort-gemeenten. 1 Inzetten op toegang, begeleiding en handelingsperspectief In onderdeel B van de aanvraag Vangnetuitkering wordt gericht ingegaan de diverse maatregelen, ook wordt het effect van de bestaande maatregelen toegelicht. Hieronder wordt een analyse gegeven van de overkoepelende in- en uitstroomcijfers. In- en uitstroomcijfers BUIG Instroom % groei instroom
Uitstroom
% groei uitstroom
Netto groei absoluut
2022
1322
1527
2023
1581
19,%
1501
-1,7%
80
2024
1529
-3,3%
1384
-7,8%
145
-205
(voorlopige cijfers)
In lijn met de landelijke trend zien we het BUIG bestand na 2023 verder doorgroeien in 2024. In 2023 was er een sterkte stijging van instroom, deze groei is in 2024 afgeremd en afgenomen tot een kleine krimp. De uitstroom ligt in 2024 echter lager dan de voorgaande twee jaren. Als we in de uitstroom cijfers inzoomen op de ‘beïnvloedbare’ uitstroom zien we dat hier in verhouding geen verandering is geweest in de redenen van uitstroom. Beïnvloedbare uitstroom betreft de uitstroom naar werk, scholing en door handhaving.
11
Uitstroom naar reden
2022
2023
2024
Werk
31%
34%
34%
Scholing
4%
5%
5%
Handhaving
8%
7%
7%
Andere inkomsten
12%
1%
1%
Verloop
29%
34%
33%
Overig
3%
2%
2%
Geen CBS indeling
13%
17%
18%
Uit cijfers van de Divosa Benchmark Jaarkaart blijkt dat het uitstroom percentage door werk op hetzelfde niveau ligt als het landelijke beeld. Dit geldt ook voor de uitstroom door Handhaving. De uitstroom door scholing ligt hoger dan het landelijk percentage. Loonkostensubsidie (LKS) Als we inzoomen op het aanjagen en realiseren van meer uitstroom zien we dat het middel LKS steeds vaker ingezet wordt. Uit het eerder uitgevoerde onderzoek van Significant/APE kwam dit ook sterk naar voren als mogelijkheid, dus handelingsperspectief, voor gemeente Leeuwarden. LKS zetten we o.a. in samenwerking met het sociaal ontwikkelbedrijf (Caparis) in. Vanaf 2022 is met andere aandeelhoudende gemeenten gewerkt aan perspectief voor het sociaal ontwikkelbedrijf (Perspectiefgroep), waarbij instroom via beschut werk en baan- afspraak-banen gestimuleerd is. Het effect is dat er daadwerkelijk significante groei is van het aantal inwoners dat met LKS actief is op de arbeidsmarkt. We monitoren deze groei o.a. via de financiële uitgaven. Hieruit ontstaat het volgende beeld:
Jaar 2020 Jaar 2021 Jaar 2022 Jaar 2023 Jaar 2024
€ € € € €
LKS kosten
% toename kosten
1.357.566 1.872.124 2.235.257 3.083.231 4.144.580
38% 19% 38% 34% (gecorrigeerd voor effect stijging WML is dit circa 28%)
Per jaar ultimo 2024 bedraagt het aantal LKS betaaldossiers Banen Afspraak Banen (BAB) en Beschut Werk circa 320. Dit is een toename van circa 63 (25%) t.o.v. de eindstand 2023.
12
2
Effect werkgroep verdeelmodel
Gemeente Leeuwarden heeft aandacht gevraagd voor haar situatie en andere structureel tekort gemeenten. Dit sluit ook aan bij het onderzoek van AEF/De beleidsonderzoekers over relatie tussen omvang tekort en uitvoering van beleid. Het ministerie van SZW heeft een werkgroep ingesteld met deelnemers uit meerdere gemeenten, Toetsingscommissie vangnet PW, ROB, VNG en Divosa. In 2024 is overeenstemming bereikt over aanpassing van de regelgeving. In voorjaar 2025 is deze op de bestuurlijke tafels en commissies besproken. Het voornemen is om de gewijzigde regelgeving met ingang van het jaar 2026 in te laten gaan, waardoor deze ook slaat op de vangnetaanvragen en -uitkeringen over budgetjaar 2025. Hierdoor wordt een dempend effect verwacht op de tekorten van de gemeente.
13
B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Onder een externe maatregel wordt verstaan: een maatregel die tot stand is gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente). Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Indien maatregelen tot stand komen zonder inbreng van externen worden deze als intern aangemerkt. Bij B1 (beschrijving getroffen interne maatregelen) en B2 (Beschrijving getroffen externe maatregelen) mag het college ingaan op eerder getroffen maatregelen die in 2024 zijn voortgezet. Ook kan het college ingaan op maatregelen die na evaluatie zijn stopgezet en op maatregelen die vanaf 2024 nieuw zijn getroffen. Het college dient bij B1 minimaal één interne maatregel en bij B2 minimaal één externe maatregel te benoemen. Vereiste hierbij is dat deze maatregelen vóór 15 augustus 2025 zijn getroffen. B1.
Beschrijving getroffen interne maatregelen
De missie van de gemeente Leeuwarden is onveranderd; vanaf 2030 geen jongeren in de bijstand en van het huidige bestand moet minimaal 75% actief zijn op de arbeidsmarkt. Het beleid is in 2023 voortgezet en geïntensiveerd middels (aanvullende) maatregelen. Voor 2024 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: Arbeidsfit Met het instrument Arbeidsfit kunnen we een bredere doelgroep bedienen. Kandidaten die nu niet klaar zijn voor een traject met LKS, kunnen we gericht begeleiden, zodat zij dit binnen een jaar wel zijn. Dit zorgt voor meer zicht op de doelgroep en uiteindelijk op meer uitstroom naar werk met LKS. Het instrument Arbeidsfit wordt meer aangescherpt, zodat de juiste doelgroep begeleid wordt door de jobcoaches. Namelijk de groep die binnen een jaar uitstroomt naar werk met LKS. We hebben gemerkt dat er nu nog teveel uitstroom naar andere routes is (regulier werk, dagbesteding). Expeditie 2030 In de Expeditie 2030 wordt de denkrichting uitgewerkt die uit drie onderdelen bestaat: ‘De mens zien’, ‘klantreis’ en ‘Slimmer werken’. Dit is een meerjarig programma dat per jaar nieuwe activiteiten ontwikkelt. Vanuit slimmer werken zijn we in 2023 aan de slag gegaan om procesmatig werken te implementeren binnen Uitvoering Sociaal Domein. Daarnaast zijn we technische systeemoptimalisaties aan het uitvoeren waardoor wij een beter beeld krijgen bij onze doelgroep.
Een hogere datakwaliteit realiseren waardoor we een betere koppeling kunnen maken tussen het aanbod en onze Persoonlijke doelgroep. Daarnaast boeken we tijdwinst die we inzetten om de kwaliteit van ons proces te verhogen.
14
Lifecoaches Leeuwarden Oost Vanuit het programma Leeuwarden Oost (in het kader van NPLV: Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid) is gestart met de inzet van lifecoaches. De coaches blijven een langere periode betrokken in het leven van de jongere. Onderstaande ambities en taken behoren bij de coaches: - Sneller oppakken van jongeren in de zoekperiode door middel van verdeling door robot. - Streven naar duurzame uitstroom. Voorkomen dat jongeren weer instromen in de uitkering door nazorg te bieden wanneer jongeren zijn uitgestroomd naar school. - Kwetsbare jongeren sneller doorgeleiden naar aanvraag uitkering, zodat deze jongeren sneller op juiste traject/pad worden gezet. - Kansrijke jongeren sneller oppakken en intensiever begeleiden zodat uit de melding geen aanvraag vloeit. - Aansluiten van consulenten op VSO/PRO scholen om jongeren te plaatsen op een opleiding of werk (met LKS) voordat ze mogelijk recht hebben op een uitkering (vanaf 16 jaar). - Samen met het ROC (Firda) onderzoek gestart naar de uitval van kwetsbare jongeren op school en doorval naar Doorstroompunt en P-wet uitkering. In 2025 wordt de mogelijkheid onderzocht om in samenwerking met Fryslan Werkt een lifecoach in te zetten voor de regio en dan met name voor de vso-pro doelgroep.
Statushouders: inzet Accountmanager inburgering/ taalstages In 2023 hebben we ingezet op het realiseren van taalstages voor statushouders. Taal is een essentieel onderdeel om te integreren in de maatschappij en de stap naar werk, onderwijs of ondernemerschap te zetten. Daarbij is het belangrijk om kennis te nemen van de arbeidsmarkt. Om deze taalstages te realiseren is er ingezet op accountmanagement en taalcoaching op de werkvloer. De accountmanager is verantwoordelijk voor het werven van de taalstages bij werkgevers. De taalcoach coacht de kandidaat op de werkvloer en ondersteunt waar nodig de werkgever om deze te ontlasten en het traject succesvol te doen verlopen. Hierbij gaat het niet alleen over taal, maar ook over de verschillen in cultuur. Hierbij is een cultuur sensitieve benadering cruciaal. De taalstage is een goed traject gebleken om de taal van de statushouders te verbeteren. Ook krijgen kandidaten een beter beeld van de arbeidsmarkt in Nederland. Dit levert een goede bijdrage aan het inburgeringstraject en vergroot de kansen op werk. Tegelijkertijd is het een mooie kans voor werkgevers om de statushouders, op een laagdrempelige manier en met begeleiding vanuit de gemeente, in te zetten op de (krappe) arbeidsmarkt. Onderzocht wordt naar (financiële) mogelijkheden om deze trajecten voort te zetten in de bestaande dienstverlening.
Inkoopkader open house Om zoveel mogelijk mensen uit te kunnen laten stromen naar school, werk of ondernemerschap is in 2023 een nieuwe open house toelatingsprocedure in de markt gezet. Middels deze open house worden bij externe partijen trajecten (diagnostiek en analyse, werkervaringsplaatsen en coachingstrajecten) ingekocht waarmee mensen worden begeleid naar werk en als dat nog niet mogelijk is een vervolgstap in een traject naar werk. Het uitgangspunt is altijd maatwerk. Doel van de inzet van externe instrumenten is gericht op inwoners die we zelf niet kunnen helpen omdat specialistische hulp nodig is of omdat de werksoorten niet in de eigen organisatie (Vizier Op Werk) worden aangeboden. Wij merken dat consulenten tevreden zijn met de huidige werkwijze ‘open house trajecten’. Dit toetsen we door het inzetten van enquêtes. De resultaten van de enquêtes verwerken wij in een dashboard. Het beoogde effect om een transitie te laten plaatsvinden in de functie ‘consulent werk’. Doordat wij 80% van ons klantenbestand zichtbaar in beweging willen zien kan onze consulent een regierol pakken in het 15
traject van onze klant in plaats van een meer dienstverlenende rol. Door deze beweging te maken kunnen wij meer klanten tegelijk bedienen. Wanneer een klant in ‘beweging’ is (participeert in de maatschappij) streven wij naar meer doorstroom en uitstroom wat zal bijdragen aan onze missie van Expeditie 2023. Samenwerking Economische Zaken (EZ) Gemeente Leeuwarden Om werkgevers binnen gemeente Leeuwarden beter van dienst te zijn hebben de teams Economische Zaken en Werk hun gezamenlijke dienstverlening afgestemd. Team EZ richt zich op de werkgever als ondernemer en Team Werk richt zich op de werkgever vanuit werkgeversdienstverlening en beoogt hiermee het realiseren van uitstroom door middel van directe plaatsingen, werkervaringsplaatsen en/of zij-instroom. Door de gezamenlijke afstemming weten de accountmanagers elkaar beter te vinden. Deeltijdpremie verhoging Deze maatregel is onderdeel van het coalitieakkoord en is in 2023 ingevoerd. In 2023 is deze premie verhoogd van 8% naar 25%. De hoogte van Premie parttimewerk is 25% van wat klant met parttime werk heeft verdiend. Hier is een maximum per maand aan verbonden. Doel van deze premie is om parttime werk naast een uitkering meer lonend te maken voor de bijstandsgerechtigde en ervoor te zorgen dat bijstandsgerechtigden meer parttime gaan werken naast een uitkering.
In 2024 was er een lichte stijging van 11% naar 12% van het aantal bijstandsgerechtigden die naast de uitkering parttime aan het werk is. Zoekperiode jongeren voorkomen/ verkorten In de zoekperiode is snelheid en efficiency van groot belang. Waar in het recent verleden er 4 tot 7 dagen tussen melding van de jongere en het contact met een consulent lag, is deze doorlooptijd aanzienlijk verkort door een robot. Wanneer de jongere zich nu digitaal meldt via Werk.nl, dan haalt de robot deze melding op, maakt een proces aan in de Suite en verdeelt deze binnen 1 dag aan een consulent. Hierbij houdt de robot ook rekening met diverse specialismes binnen het team zodat de melding direct bij de juiste consulent komt te liggen en stuurt de consulent automatisch een melding via mail. De consulent pakt de melding op binnen 1 dag, zodat de jongere in de meeste gevallen vandaag wordt gesproken terwijl zij zich gisteren hebben gemeld. Deze maatregel is inmiddels een standaard werkwijze geworden. Pilot Basisbanen Met ingang van 1 oktober 2023 is de pilot voor de inzet van basisbanen gestart. In een basisbaan verrichten uitkeringsgerechtigden additionele werkzaamheden bij werkgevers/organisaties in de (semi)publieke sector in wijken en dorpen van de gemeente Leeuwarden. Doordat de werkzaamheden additioneel zijn, is er geen sprake van verdringing.
Een basisbaan levert een positieve bijdrage aan de leefbaarheid in de gemeente Leeuwarden. Daarnaast wordt aansluiting gezocht bij werkgevers in kanssectoren die een bijdrage leveren aan de economische groei van de gemeente Leeuwarden. Vanuit het coalitieakkoord is er budget (€500.000) beschikbaar gesteld om basisbanen in het leven te roepen. Het volledige budget wordt inmiddels benut. Inkomstenverrekening (surplus) – optimaliseren proces Surplus houdt in dat de inkomsten uit parttime werk door de werkgever wordt overgemaakt naar de gemeente. De uitkeringsgerechtigde ontvangt zijn volledige uitkering. Er wordt al langer ingezet op de verrekenwijze surplus. Hiermee willen we de drempel om te gaan werken naast de bijstand verlagen, het moet de inwoner gemakkelijker en aantrekkelijker worden gemaakt om aan het werk te gaan en te blijven. Door surplus zorgen we voor een stabiel inkomen, verminderen we de administratieve rompslomp voor inwoners en voorkomen we het ontstaan van vorderingen. 16
We zien dat surplus echt succesvol is en voor financiële rust bij de inwoners ontstaat. Daarom zijn we in 2025 gestart met nog actiever communiceren over de inzet van surplus binnen onze toegangsteams en loopt er een onderzoek hoe deze communicatie nog effectiever kan worden zodat surplus makkelijker ingezet wordt. Buitenkans De sectoren Uitvoering Sociaal Domein en de Inrichting en Beheer Buitenruimte slaan de handen ineen. Het doel is om gebruik te maken van het beschikbare arbeidspotentieel (minder mensen aan de kant) om zoveel mogelijk werkzaamheden in de buitenruimte zelf uit te voeren. Dit betaalde werk gaat worden uitgevoerd door medewerkers van de Buitendienst, aangevuld met mensen met afstand tot de arbeidsmarkt die al dan niet een uitkering ontvangen. Deze groep krijgt de kans om met begeleiding en opleiding door te groeien naar betaald werk of een passende participatieplek. In 2024 zijn er 16 deelnemers vanuit de gemeente aangemeld bij de Buitenkans. Er is in 2024 stapsgewijs werk teruggehaald door de Buitendienst en hierdoor heeft er ook geleidelijke instroom moeten plaatsvinden om deze werkzaamheden binnen Buitenkans uit te voeren. Scan voorliggende voorzieningen In 2024 is er door een externe partij (SOZA XPERT) met een scan voorliggende voorzieningen gestart. Het project loopt tot 1 juli 2025.
Dan is het hele bijstandsbestand gescreend en zijn de aanvragen voor de voorliggende voorzieningen gedaan. Het besluit op deze aanvragen kan wel even op zich laten wachten, aangezien vooral arbeid medische dossiers zijn die nog door een arts of arbeidsdeskundige beoordeeld moeten worden. Maatregelen die nieuw zijn getroffen: Eerst Werk Aanleiding om te starten met deze maatregel waren de afnemende uitstroom cijfers in 2024 (zie onderdeel A 2).Eerst Werk is een programma dat gericht is snelle uitstroom van inwoners die een korte afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Het doel van Eerst Werk is dat de klant zelf in beweging komt, zelfstandig solliciteert en uiteindelijk een betaalde baan vindt. Het gaat om een kortdurend traject van 8 weken waarin veelvuldig contact met de klant centraal staat. Het gaast dan om minimaal 4 contactmomenten per week en het inzetten van diverse themabijeenkomsten. We trainen daarbij op sollicitatievaardigheden en een realistisch beeld van de arbeidsmark. De eerste 2 projecten in 2024 laten een uitstroom zien van 50%. In 2025 zijn we het derde project gestart en streven we naar een uitstroom van 65%. Hiervoor liggen we op dit moment op koers.
17
B2.
Beschrijving getroffen externe maatregelen
Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Werkbezoeken a) Gemeente NW-Friesland, sociaal ontwikkelbedrijf Pastiel, gemeente Amstelveen en sociaal ontwikkelbedrijf Senzer. b) Leren van elkaar over klantreizen, delen toekomstige ontwikkelingen, vergelijken van uitdagingen door regionale overeenkomsten & verschillen en inzichten ophalen die betrekking hebben op de inzet van en de samenwerking met het SW bedrijf. c) De inzichten dragen bij aan de (door)ontwikkeling van de maatregelen weergegeven in deze aanvraag Vangnetuitkering. Externe jobcoaching a) Grotere accounts die zelf de jobcoaching aanbieden. b) Door een goede samenwerking zorgen we voor meer kansen bij deze bedrijven, dus meer plaatsingen LKS. Externe jobcoaching wordt toegekend als dit aan de voorwaarden voldoet zoals omschreven in het breed offensief. c) We investeren sterk in een goede relatie met deze accounts.
Samenwerking praktijkscholen a) Praktijkscholen b) Preventief werken is zo vroeg mogelijk in contact komen met jongeren met hogere bijstandskans. c) We werken intensief samen met de praktijkscholen. De jobcoaches van de gemeente Leeuwarden sluiten tijdens de stageperiode al aan met als doel doorstroom naar een betaalde baan met LKS te realiseren en te voorkomen dat de jongeren in de bijstandsuitkering terecht komen. Samenwerking UWV m.b.t. inzet LKS a) UWV b) Stimuleren dat men in het arbeidsproces blijft. c) Kandidaten werkzaam met LKS, die uitgevallen zijn op werk, die recht hebben op een WW uitkering, maar wel voldoen aan de voorwaarden van een LKS traject, houden we actief in de caseload van de jobcoach, zodat zij direct doorgeplaatst kunnen worden naar een passende baan met LKS.
18
Intensivering samenwerking Caparis a) Caparis is het sociaal ontwikkelbedrijf voor gemeente Leeuwarden en andere gemeenten in de regio. b) Het verkorten van de ‘klantreis’ draagt bij aan de kans van slagen. Loketten op verschillende plekken bemoeilijkt de klantreis. Daarom is in 2024 een gezamenlijk (Vizier op werk en Caparis) intake team opgezet. Dit heeft geresulteerd in een verbetering van de klantreis waardoor integraal de verschillende samenwerkende teams beter en efficiënter de klanten kunnen “aanbieden”. De klant stroomt hiermee automatisch de analyse fase in (van de in totaal 15 weken aan begeleiding) van 5 weken, waar bekeken wordt welke inzet er eventueel extra of anders ingezet moet/ kan worden. c) Er wordt samengewerkt om meer bijstandsontvangers via beschut werk en BAB indicaties naar werk te begeleiden. Maatregel 1: Vizier op Werk gehuisvest bij Caparis Met ingang van november 2023 is Vizier op Werk ingehuisd bij Caparis. Vizier op Werk is een gemeentelijke afdeling. Vizier op werk (nieuwe stijl), omvat op dit moment een 4-tal praktijk stromen waarbij ook nauw begeleid wordt in het aanleren van werkgeversvaardigheden. Hier worden coachend werk begeleiders voor ingezet. De huidige stromen zijn; metaal, houtbewerking en elektra. Beoogd wordt, om fietstechniek, basis ICT, groen, horeca hieraan toe te voegen.
Via een samenwerking met de Buitendienst en Caparis worden groen plek trajecten georganiseerd. Daarnaast zijn er trajecten voor lassen, timmeren etc. Doel is om te komen tot een nauwere samenwerking om mensen beter te plaatsen op een re-integratietraject. Maatregel 2: Perspectiefgroep Caparis In het voorjaar van 2022 is de Perspectiefgroep Caparis gestart. Deze perspectiefgroep is samengesteld uit deelnemers van de aandeelhoudende gemeenten en management Caparis. Voor de terugkoppeling is meermaals een bestuurlijke conferentie gehouden met wethouders en management en Raad van Commissarissen van Caparis NV. Uitkomst van dit traject is om naast de bestaande dienstverleningsovereenkomsten meer mensen bij Caparis onder te brengen met een Beschut Werk en Baanafspraak indicatie. Daarnaast liggen er voor het Sociaal Ontwikkelbedrijf opdracht om hun organisatie geschikt te maken voor de toekomst. Er is een start gemaakt met een nieuwe structuur van samenwerken op financieel, operationeel en tactisch niveau. Dit om gezamenlijk beter inzicht te krijgen waarop directer (bij) gestuurd kan worden in geval van trends en tendensen. Structureel of incidenteel. Estafette a) Omrin Estafette, locatie Leeuwarden. Dit is de kringloopwinkel van afvalverwerker Omrin.
b) Beschikbare werkplekken in een werksetting waar deelnemers algemene werknemersvaardigheden kunnen ontwikkelen zijn van belang voor de duurzame inzetbaarheid. c) De pilot bestaat uit het beschikbaar stellen van deze werkplekken. Het betreft deelnemers met een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt. Estafette Omrin gaat onder de paraplu van Vizier op Werk mee in de doorontwikkeling van een programma dat deelnemers richting werk begeleidt. Managementgesprek bench-learn bijeenkomst a) Divosa/Stimulansz b) De Divosa benchmark biedt houvast om de Leeuwarder situatie te monitoren met landelijke cijfers en prestaties. Jaarlijks vindt dit ‘leer’gesprek plaats. De situatie en prestaties van Leeuwarden ten opzichte van soortgelijke gemeenten en het landelijke beeld is geschetst en 19
intensief besproken. De uitkomsten van de bijeenkomst worden verder besproken in het managementteam van de sector. In die gesprekken wordt beoordeeld of dit moet leiden tot (aanvullende) maatregelen of het aanbrengen van accenten in de huidige werkwijze. c) De inzichten dragen bij aan de (door)ontwikkeling van de maatregelen weergegeven in deze aanvraag Vangnetuitkering. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet: Samenwerkingsverband Dreamfabryk a) Dreamfabryk; deze organisatie biedt een programma dat gericht is op de versterking van de autonomie van het individu en daarmee ook aandacht voor eigen regie en verantwoordelijkheid. Er wordt geluisterd naar wat iemand werkelijk zou willen in zijn leven, dit vergroot de kans op duurzame veranderingen in iemands leven. Er wordt naar de individuele mogelijkheden gekeken en er wordt geprobeerd belemmeringen weg te nemen. b) Naar aanleiding van de pilot in 2023 is het programma van de Dreamfabryk verlengd met een jaar. Er zijn in 2024 179 klanten aangemeld bij de Dreamfabryk. De klanten kwamen voornamelijk uit de doelgroepen met een langere afstand tot de arbeidsmarkt. In de resultaten zagen wij terug dat de Dreamfabryk niet het gewenste (snellere of betere) resultaat heeft behaald. Het aantal klanten wat zij in totaal konden oppakken lag ook lager dan vooraf was ingeschat.
c) De samenwerking met de Dreamfabryk niet voortgezet. Het was een eenmalige inzet om een bepaalde doelgroep te bedienen. Dit heeft niet bijgedragen aan het gewenste resultaat van meer beweging in ons klantenbestand en/of meer uitstroom.
20
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen wordt gemonitord (C2). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). Indien het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk is, kan het college volstaan met een kwalitatieve toelichting. C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. De maatregelen beschreven bij onderdeel B zijn onder te verdelen in maatregelen met een kwalitatief effect en maatregelen met een kwantitatief effect, maatregelen waar dus (bij)gestuurd op het behalen van een meetbaar doel. In deze paragraaf wordt ingezoomd op de maatregelen met een beoogd kwantitatief/ meetbaar effect. Ook maatregelen waarbij er concrete zaken/ tools worden opgeleverd worden hier vermeld. Inzet op uitstroom via loonkostensubsidie Het beoogde effect is om het aantal bijstandsgerechtigden dat m.b.v. loonkostensubsidie een baan kan vinden toe te laten nemen.
Hiervoor wordt het cluster ‘LKS’ verder uitgebreid, zodat alle kandidaten die onder de doelgroep vallen, direct begeleid kunnen worden via Arbeidsfit of naar een reguliere baan met LKS. Zodoende hebben we de doelstelling in 2024 van het aantal te behalen plaatsingen met LKS kunnen verhogen met 100 plaatsingen t.o.v. de realisatie in 2023. De doelstelling voor 2025 is 130 nieuwe LKS plaatsingen te realiseren en daarnaast de lopende LKS trajecten te onderhouden naar duurzame vaste contracten. Expeditie 2030 In 2025 wordt via het OIP (Open Inwoners Portaal) wordt mijnleeuwarden.nl ontsloten, hét klantportaal waar alle inwoners van Leeuwarden al hun zaken met de gemeente kunnen regelen. De aanvraag levensonderhoud (ALO) is hier als vragenlijst via Open Formulieren ingericht, zodat de klant rechtstreeks zijn aanvraag bij de gemeente kan indienen. Aan deze module ALO worden 2 vragenlijsten toegevoegd met betrekking tot de afstand tot, en kansen op, de arbeidsmarkt. Alle gegevens worden automatisch in Suite verwerkt met de bedoeling de ALO binnen enkele dagen door Team Inkomen af te handelen. Dit werkt klantgericht, waarbij de klant meer grip op en inzicht in zijn aanvraag heeft, en deze sneller (in dagen in plaats van weken) afgehandeld kan worden.
In 2025 wordt ook een matchingtool geïmplementeerd waarmee bijstandsgerechtigden sneller en beter te koppelen zijn aan kansrijke banen of ander (best passend) aanbod. Door de hulpvraag van de klant centraal te stellen, relevante klantkenmerken te benutten en de doelgroep (en segment) te bepalen, moet USD sneller (automatisch) in staat zijn het voor de klant juiste proces en relevante aanbod (vacatures / instrumenten / voorzieningen / sociale kaart) te bepalen. Dit leidt tot een effectieve (datagedreven) aanpak, waarbij bijstandsgerechtigden beter (klantgericht) geholpen worden, duurzaam uitstromen of naar vermogen participeren (parttime werken) in de maatschappij. Scan voorliggende voorzieningen 21
Gemeenten die een dergelijke scan laten uitvoeren besparen gemiddeld tot 5% op de bijstandsuitgaven. In Leeuwarden is in 2019 deze scan ook uitgevoerd en leverde een besparing op van € 815.813 (ca 1%). Na afronding scan en afronding van de mutaties van bijstand naar voorliggende voorzieningen kan het resultaat van de scan, dus de tekortreductie, in 2025 gekwantificeerd worden. Inkomstenverrekening (surplus) Met de optimalisatie van de communicatie verwachten wij een toename van het aantal parttime werkenden. In 2025 wordt ingezet op het breder bekend maken van de verrekenwijze surplus. Doel is om het aantal surplus deelnemers van 9% van de parttime werkenden op te laten lopen tot 15% en de inkomstenverrekening a.g.v. deeltijdwerk te laten toenemen (lees: daling gemiddelde prijs per uitkering). Estafette Bij Estafette zijn structureel 25 werkplekken beschikbaar in een werksetting waar deelnemers algemene werknemersvaardigheden kunnen ontwikkelen. Beoogd effect is dat de deelnemers na afloop van het traject een vervolgstap kunnen zetten naar duurzame uitstroom. Pilot Basisbanen De basisbaan is in het leven geroepen om uitkeringsgerechtigden additionele werkzaamheden bij werkgevers/organisaties in de (semi)publieke sector in wijken en dorpen van de gemeente Leeuwarden te verrichten.
Met als mogelijk beoogd effect een tussenstap naar de reguliere arbeidsmarkt en de bemiddeling vanuit de gemeente. Alle basisbanen zijn ingevuld. Wanneer wij kunnen aantonen dat dit een effectieve manier van werken is willen wij onderzoeken of de basisbaan toegevoegd kan worden aan de reguliere dienstverlening. De voortgang zijn wij aan het monitoren om te kunnen meten wat hiervan het effect is. Deeltijdpremie verhoging Ondanks deze forse verhoging van 8% naar 25% was er eind 2023 nog geen zichtbaar effect geweest van het aantal parttime werkenden. In 2024 is deeltijdwerk bij aanvang werken gepromoot. Het aandeel parttime werkenden is in 2024 gestegen van 11% naar 12%. Beoogd doel is een verdere stijging van de bijverdienste per parttimer en een toename van het aantal parttimers dat bijverdient in de bijstand. Statushouders: inzet Accountmanager inburgering/ taalstages De doelstelling is 225 taalstages tot 31-12-2025. Tot en met 2024 zijn er 141 inburgeraars met het traject gestart. In 2025 worden er nog 84 inburgeraars op een taalstage geplaatst. Deze doelstelling laat zich niet één op één vertalen in een reductie voor het tekort op het BUIG budget, maar wij verwachten een positieve bijdrage. Tot en met heeft deze inzet geleid tot 12 inburgeraars die aan het werk zijn gegaan, 6 inburgeraars zijn een opleiding gestart en 6 inburgeraars verrichten nu vrijwilligerswerk.
Buitenkans De samenwerking tussen team Werk en de Buitendienst heeft het beoogde effect om mensen uit de bijstand in te zetten voor werkzaamheden in de Buitendienst van de gemeente. Doel is om mensen te laten doorstromen naar een baan bij de buitendienst of reguliere werkgevers in de sectoren waar mensen bij Buitenkans aan het werk zijn.
22
C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Via Cognos rapportages monitoren we ontwikkeling volume, instroom en uitstroom algemeen, uitvoering van maatregelen en effect en de positie en ontwikkeling van de doelgroepen in het cliëntenbestand. Verder gebruiken we voor voorspellingen van kosten en effecten een ‘prognosesheet BUIG’ waarmee we volume en financiële ontwikkelingen kunnen simuleren en prognosticeren. Daarnaast is met de SEO rekentool en de LIAS BUIG applicatie monitoring van effecten mogelijk. In periodieke voortgangsrapportages, en -overleggen en portefeuille overleggen worden de ontwikkelingen gedeeld en besproken. Daarnaast wordt via de planning en control cyclus de raad geïnformeerd via de begroting, de tussentijdse rapportage (najaar) en de jaarrekening.
23
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] verklaart dat het vóór 15 augustus 2025 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ___________
24
2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2025 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,
Naam van de ondertekenaar: ___________ 25