7.-NOVEX-Werksessie-landbouw-de-Lelylijn-Elzinga-Oterdoom
Tekst van het document
Werksessie landbouw de Lelylijn 6 februari 2024 te Drachten Definitief Verslag
Aanwezigen: R. Huisman, R. Koot, S. Knobbe, H. van der Wal, H. Hulshoff, E. Zandvliet, J.T. Kooistra, A. Rops, D. Beuling, A. Rijpkema, T. van Wijk, J. Klink, K. Munneke, R. Visser, D. Bergsma, I. de Lange, G. Elzinga, T. Oterdoom. Introductie: Na een welkom en introductie door Ina de Lange (projectorganisatie de Lelylijn) presenteert Durk Bergsma (projectorganisatie de Lelylijn) de Lelylijn, zowel qua inhoud als proces. De sheets worden naar de deelnemers gestuurd samen met het verslag. De bijeenkomst wordt ondersteund door Gertjan Elzinga en Titian Oterdoom. Zij zijn als onafhankelijk bureau ingehuurd en verzorgen ook de gespreksleiding en het verslag van deze bijeenkomst. Met betrekking tot de Lelylijn bevinden we ons nu in de voorbereidingsfase van de betrokken overheden. De drie provincies Flevoland, Fryslân en Groningen werken samen met het Rijk aan een voorbereidingsfase om al dan niet te komen tot een startbeslissing. Er is feitelijk nog geen sprake van een project, dat is het pas als er een startbeslissing voor een verkenningsfase is genomen. Dat is voorzien eind 2024. Toch is het van belang in deze voorbereidingsfase vanuit de verschillende belangen de aandachtspunten en vragen te inventariseren. De landbouw is één van de belangen waarvoor aandachtspunten en vragen worden geïnventariseerd.
Komt er een vervolg op deze voorbereidingsfase dan worden deze zaken meegenomen in de verdere stappen, te beginnen met de verkenningsfase vanaf 2025. De presentatie van Durk Bergsma wordt nagezonden. Onderstaand zijn de belangrijkste zaken weergegeven die tijdens de werksessie op 6 februari 2024 naar voren zijn gebracht. Inbreng vanuit de landbouw: Vanuit de landbouw is er geen behoefte aan de aanleg van de Lelylijn. Het gaat immers ten koste van landbouwgrond. Niet alleen vanwege de aanleg van de spoorlijn zelf, maar ook door ruimtelijke ontwikkelingen in en om huidige en toekomstige stationsgebieden (wonen, werken, recreëren etc). Grote zorg is bovendien dat daar waar natuurgebieden beïnvloed worden, ter compensatie extra grond onttrokken wordt aan de landbouw. Dus behalve de feitelijk voor het spoor benodigde grond zal er sprake zijn van een schaduwwerking voor de landbouw via ruimteclaims vanuit andere sectoren. Dat is temeer onwenselijk aangezien het huidige landbouwbeleid gericht is op extensivering van de landbouw. En extensivering lukt alleen als je als boer meer grond onder je bedrijf hebt. De grond van stoppende landbouwbedrijven is nodig voor de extensivering van overblijvende agrarische bedrijven. Er is vanuit landbouwperspectief dus meer grond met agrarische bestemming nodig in plaats van minder.
1/4 Definitieve versie 27-2-2024
Mocht de besluitvorming er toe leiden dat de Lelylijn vanwege andere maatschappelijke belangen wel wordt aangelegd, dan is het zaak om dit zo aan te pakken dat het de landbouwsector zo weinig mogelijk in de wielen rijdt en de betrokken boeren juist vooruit helpt in de toch al grote uitdagingen waar ze voor staan. De agrarische bedrijven moeten levensvatbaar blijven met een gezond toekomstperspectief. Als er bij een boer wordt aangeklopt in het kader van de aanleg van de Lelylijn dan moet het de betreffende boer vooruit helpen. Als positief voorbeeld wordt de benadering van Vitens bij Nij Beets in Friesland genoemd. Opgemerkt wordt dat de aankoop van landbouwgrond slechts een fractie is van de totale kosten voor de aanleg van de Lelylijn. Eerdere ervaringen met infrastructurele projecten leren dat het niet vanzelfsprekend is dat het voor alle boeren even goed wordt opgelost. De rijksoverheid zal optreden als bevoegd gezag en de boeren vrezen een smalle basis en te beperkte middelen om hen tegemoet te komen: er wordt dan uitgegaan van vergoeding van de kosten van de grond. Maar het verliezen van grond betekent voor een bedrijf ook kostbare aanpassingen op andere vlakken in de bedrijfsvoering. Een volledige schadeloosstelling is dan nodig om uit de kosten te komen (smalle benadering), laat staan dat het helpt bij het geven van voldoende toekomstperspectief (bredere benadering).
Voor een gezond agrarisch perspectief moet er naast volledige schadeloosstelling in brede zin ook een toekomstperspectief (plus) zijn zodat het bedrijf levensvatbaar blijft. Juist de regio (de betrokken provincies en gemeenten) moeten vooraf goede afspraken met het rijk maken om extra mogelijkheden te creëren ten behoeve van zo’n plus in een integrale gebiedsgerichte aanpak, aanvullend aan het wettelijk kader. Ervaringen rondom bijvoorbeeld de Centrale As en N33 laten zien dat dit wel degelijk mogelijk is, maar dan is het cruciaal dat dit in een vroegtijdig stadium wordt afgedwongen. Mocht de Lelylijn bij je aankloppen, dan is het belangrijk dat je als boer wordt ontzorgd. Wat wil je als boer, hoe zie je jouw toekomst voor je en hoe kan daar op een passende manier invulling aan worden gegeven? Het gaat dan niet alleen om geld, maar ook om een pakket aan instrumenten die jou als boer verder kunnen helpen. Als instrumenten worden genoemd kavelruil en ruilgrond, bedrijfsverplaatsing en stoppersregeling. Kijk niet alleen naar grond, maar ook naar gebouwen, neventakken of aanpassing van je bedrijfsvoering. Is er sprake van bedrijfsverplaatsing of zijn er in een gebied stoppers, dan is het zaak om de vrijkomende grond te herverdelen onder de blijvers: vergroten huiskavel, verbeteren ontsluiting en/of verkavelingssituatie en meer grond per bedrijf.
Als boeren kun je onderling aan de slag met een vrijwillige kavelruil, maar voor een infrastructurele ingreep als de Lelylijn ligt het meer voor de hand om hier vanuit de overheid actief een faciliterende rol te spelen door middel van een grondbank, waarin grond beschikbaar is en blijft voor de boeren. Zorg er dus voor dat de betrokken overheden zich vooraf hebben geprepareerd en de juiste regelingen en bijbehorende budgetten kunnen inzetten. Dat voorkomt ook gedoe rondom vermeende staatssteun. Voorgesteld wordt om dit aan de hand van een “landbouwparagraaf” concreet invulling te geven als er een positieve startbeslissing wordt genomen eind dit jaar. Wordt de Lelylijn daadwerkelijk aangelegd via een nader te bepalen tracé, dan wordt uitgegaan van een werkstrook van minimaal 100 meter breed. Onder andere bij bochten zal dit breder zijn. Vanuit het landbouwbelang zou deze extra ruimte benut moeten worden voor het realiseren van NPLG doelen (klimaat, water en natuur), zodat dit niet ten koste gaat van
2/4 Definitieve versie 27-2-2024
de resterende landbouwgrond. Naast de NPLG doelen kan ook worden gedacht aan een combinatie van zo’n strook met zonnepanelen, nutsleidingen, waterberging etc. Of het benutten van vrijkomende grond voor ophogen of egaliseren van agrarische percelen. Mogelijk kunnen boeren deze gronden in eigendom houden en/of beheren tegen passende vergoedingen. Verder is veiligheid en bereikbaarheid een belangrijk aandachtspunt voor de boeren. Let er op dat aan te leggen tunnels voldoende hoog, breed en veilig zijn om ook landbouwverkeer in combinatie met ander verkeer te faciliteren. Andere zaken die naar voren komen: • Voorkom dat slecht beheer langs een nieuwe spoorlijn leidt tot overlast (onkruid, ongedierte, afval ..). • Kan uitbreiding van het hoogspanningsnetwerk worden gecombineerd met de Lelylijn? Is lastig ,vanwege het magnetisch veld geldt een minimale afstand van 750 meter. • Woongenot, geluidsoverlast: als boerengezin woon en werk je op je eigen bedrijf. Hou hier nadrukkelijk rekening mee en zorg voor een gezonde afstand van het spoor tot omliggende agrarische bedrijven. Het is belangrijk om vroegtijdig in kaart te brengen wat de impact van de Lelylijn is op de landbouwsector in brede zin. Geconcludeerd wordt dat het wenselijk is dat hiervoor een Landbouw Effect Rapportage (LER) wordt opgesteld bij het zetten van volgende stappen in de planvorming.
Afronding en vervolg: De samenstelling van deze werksessie landbouw is op zich prima en één werksessie voor de drie provincies is in deze fase voldoende. Pas als de Lelylijn concreter wordt, zou er specifieker per provincie kunnen worden gekeken. Voor het vervolg is het advies voldoende aandacht te houden voor de breedte van de afvaardiging vanuit de landbouw. De deelnemers zien graag het verslag van deze werksessie tegemoet. Als dit getrouw weergeeft wat besproken is, zien zij op dit moment geen aanleiding voor een extra werksessie landbouw in deze voorbereidingsfase tot eind van dit jaar. Dat is ook het beeld van Ina de Lange en Durk Bergsma (projectorganisatie de Lelylijn). Er zijn nog wel openstaande vragen over de kostenraming voor de Lelylijn: hoeveel gaat de Lelylijn kosten, welk deel daarbinnen is dan beschikbaar voor “de landbouwparagraaf” en is dat voldoende? Nadat het eindconcept verslag is rondgestuurd en de aanwezigen hebben gereageerd, komen Roel Visser, Ina de Lange, Durk Bergsma en Gertjan Elzinga bijeen om te bepalen of deze werksessie landbouw voor nu voldoende is of dat er nog vervolgactie gewenst is, bijvoorbeeld over de vraag t.a.v. de kosten. Uiteraard worden de deelnemers hierover geïnformeerd en wordt het definitieve verslag rondgestuurd samen met de gepresenteerde sheets.
3/4 Definitieve versie 27-2-2024
De komende periode worden vanuit de projectorganisatie de Lelylijn berichten en kaartbeelden naar buiten gebracht. Kaartbeelden liggen gevoelig maar zijn tegelijkertijd noodzakelijk voor het informeren van betrokkenen, belanghebbenden en de bestuurders die besluiten over een eventueel vervolg. Durk Bergsma benadrukt nog een keer dat er in deze fase geen inhoudelijke besluiten worden genomen, ook niet t.a.v. het tracé. Mocht daar behoefte aan zijn, dan komt de projectorganisatie graag langs om een en ander nader toe te lichten. Ook in geval van vragen, opmerkingen of zorgen: neem contact op met Ina de Lange via w.j.de.lange@provinciegroningen.nl of telefonisch op +31 (0)6 55 19 04 73
= = =
4/4 Definitieve versie 27-2-2024