24122022_Rekenkamerbrief Huisvestingsbeleid Kwetsbare groepen
Tekst van het document
Rekenkamer Aan de Raad van de gemeente Leeuwarden
Vooronderzoek huisvesting voor kwetsbare groepen
(058) 751 2630 R.A. Duijtshoff 3 19 december 2022 Geachte gemeenteraad, In 2021 heeft de rekenkamer een vooronderzoek uitgevoerd naar de huisvesting voor kwetsbare groepen. Daartoe heeft de rekenkamer documentenonderzoek gedaan, interviews gehouden met leden van het college, ambtenaren en een onderzoeker van Companen. Companen heeft in opdracht van het college van de gemeente Leeuwarden in 2021 een inventarisatie gemaakt van wat er al ligt op het gebied van analyse, visievorming en beleid op het terrein van Wonen en Zorg. Begin december 2021 heeft de rekenkamer de eerste bevindingen gedeeld in een gesprek met een klankbordgroep van raadsleden. Op basis van het vooronderzoek en dat gesprek is een rekenkamerbrief geschreven en verstuurd naar de klankbordgroep van raadsleden. Naar aanleiding van de bespreking van de brief in de klankbordgroep (in februari 2022) is besloten om het rapport van Companen af te wachten en dan te beslissen over het al dan niet opstarten van een rekenkameronderzoek naar huisvesting voor kwetsbare groepen. De rekenkamer ontving het rapport begin juni 2022. De rekenkamer heeft vervolgens een tweede gesprek met ambtenaren gevoerd op 14 juli 2022. Er bleek sinds de rekenkamerbrief het nodige te zijn gebeurd.
Zo heeft het Rijk heeft de Nationale Woon- en Bouwagenda opgesteld, die veel invloed zal hebben op het huisvestingsbeleid en het programma Wonen en Zorg van de gemeente Leeuwarden. Besluit rekenkamer t.a.v. onderzoek huisvestingsbeleid kwetsbare groepen De rekenkamer heeft, mede naar aanleiding van het tweede gesprek met de klankbordgroep besloten om in deze fase geen onderzoek te starten naar huisvesting voor kwetsbare groepen, maar de raad met deze rekenkamerbrief te informeren over de nieuwste ontwikkelingen en een aantal aanbevelingen te doen om de ontwikkelingen op dit terrein goed te kunnen volgen.
Blad 2
Leeswijzer In deze rekenkamerbrief blikken we eerst kort terug op de lokale ontwikkelingen op het terrein van huisvesting voor kwetsbare groepen en de betrokkenheid van raad en rekenkamer bij het onderwerp. Dit wordt gevolgd door een korte schets van de actuele lokale situatie en de landelijke ontwikkelingen op het terrein van huisvesting voor kwetsbare groepen. We sluiten de brief af met een aantal aanbevelingen voor de raad. Aan deze brief zijn drie bijlagen toegevoegd. In de eerste bijlage staan de bevindingen uit het vooronderzoek van de rekenkamer. De tweede bijlage schetst een aantal zaken die het voeren van een huisvestingsbeleid bemoeilijken. In de derde bijlage zijn de landelijke ontwikkelingen zoals vastgelegd in de Nationale Woon- en Bouwagenda samengevat. In deze agenda staan de landelijke ambities voor de periode tot 2030 centraal.
Korte terugblik De motie van december 2019 Hoewel het huisvestingsbeleid voor kwetsbare groepen, onder meer ook naar aanleiding van ontwikkelingen in de Vlietzone, al langer een thema vormt, komt het vanaf het najaar van 2019 explicieter op de agenda van de raad. Op 4 december 2019 wordt een motie aangenomen over huisvesting van kwetsbare groepen. In de motie ‘opvang en huisvesting kwetsbare groepen’ vraagt de raad om een aantal zaken: -
het opstellen van een duurzame visie voor de opvang en huisvesting van kwetsbare groepen in de gemeente Leeuwarden;
-
hierin een balans te vinden tussen goede, effectieve opvang en een houdbare situatie voor de buurt, de wijk of het dorp waarin deze opvang is gevestigd;
-
een nadere omschrijving van het begrip kwetsbare groep en
-
waar deze visie raakvlakken heeft met de volkshuisvestingsvisie, deze hierin ook mee te nemen.
Augustus 2020: reactie van het college In een brief aan de raad, gedateerd 18 augustus 2020, schetst het college wat er gedaan is met de motie van december 2019. Om te beginnen is een nadere omschrijving van de doelgroep tot stand gekomen. “De kwetsbare inwoners waar de motie betrekking op heeft zijn inwoners waarbij problemen zijn op drie thema’s: zorg en ondersteuning, huisvesting en overlast en veiligheid.” Daarnaast meldt het college het voornemen te hebben het opstellen van de visie op de huisvesting van kwetsbare groepen te laten lopen via de lopende projecten en programma’s waarbij ook de gemeenteraad wordt betrokken. Het
Blad 3
gaat daarbij om projecten zoals de volkshuisvestingsvisie, de brede aanpak dakloosheid en de toekomst van Beschermd Wonen. Samen met de indieners van de motie is geconcludeerd dat het ontwikkelen van een separate visie geen toegevoegde waarde heeft, maar dat dit onderdeel is van deze projecten en programma’s. Begin 2021 verschijnt dan ‘de Volkshuisvestingsvisie 2021, Leeuwarden: ongedeeld en vitaal!’, met daarin zoals aangekondigd door het college ook een visie op de huisvesting van kwetsbare groepen. December 2021: een benen-op-tafel sessie met raadsleden Op 1 december 2021 heeft de Rekenkamer met enkele raadsleden een ‘benenop-tafel-gesprek’ gevoerd om na te gaan waar de raad op dit moment staat inzake de ‘huisvesting voor kwetsbare groepen’. De raadsleden gaven om te beginnen aan meer sturing te willen op het onderwerp en daartoe meer informatie nodig te hebben. “Wij krijgen van het college alleen informatie wanneer wij ernaar vragen.” Daarnaast wenst de raad een heldere visie op het woonbeleid voor kwetsbare groepen. De visie zou volgens raadsleden informatie moeten bevatten over definiëring, prioritering, instrumentarium en budgettering. -
Definiëring: wat is de definitie van 'kwetsbare groepen', welke groepen zijn er, wat is de aard van die groepen, wat is de omvang van die groepen, wat zijn de vragen van die groepen?
-
Prioritering: zijn alle doelgroepen in beeld, is er beleid voor alle groepen, welke doelgroepen zijn belangrijk en welke minder?
-
Instrumentarium: welk instrumentarium heeft de gemeente tot zijn beschikking en wordt dat wel gebruikt? Welke bruikbare (beleids)initiatieven zijn er in andere gemeenten ingezet?
-
Budgettering: welke geldstromen zijn er, hoeveel budget is beschikbaar en waaraan wordt dat besteed?
Daarnaast wijzen de raadsleden op het belang om huisvestingsbeleid in samenhang te zien met de leefbaarheid, de binding en het draagvlak in buurten, wijken en dorpen.
Actuele stand van zaken Complexiteit van het vraagstuk Het huisvestingsbeleid voor kwetsbare inwoners is een complex beleidsterrein (zie ook bijlage 1). Ten eerste zijn er verschillende groepen kwetsbare inwoners die sterk van elkaar verschillen en ieder voor zich om eigen benaderingen en oplossingen vragen. Veruit de grootste groep inwoners met problemen op twee van de thema’s zorg en ondersteuning, huisvesting en overlast en veiligheid betreft ouderen met een problematiek op de thema’s wonen en zorg. Een tweede groep inwoners die aan de definitie van
Blad 4
‘kwetsbare groepen’ voldoet betreft de groep waar de motie van de raad van 4 december 2019 op doelde. Dat is een bont en divers geheel van jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg, inwoners die uitstromen uit beschermd wonen, inwoners die uitstromen uit detentie, dak- of thuislozen, inwoners met psychische problemen, inwoners met beperkingen en inwoners met schulden/betalingsachterstanden. Het gaat om kwetsbare inwoners met veelal een stapeling van problemen op het gebied van huisvesting, zorg en overlast en veiligheid. En dan zijn er nog inwoners met uitsluitend huisvestingsproblematiek, bijvoorbeeld statushouders, studenten, spoedzoekers en jongeren die geen passende woning kunnen vinden. Ten tweede zijn er maatschappelijke ontwikkelingen die het vraagstuk van de huisvesting van kwetsbare inwoners nog vergroten, omdat de doelgroepen alleen maar lijken te groeien. Voorbeelden daarvan zijn ouderen die steeds langer thuis blijven wonen en zorg aan huis ontvangen, statushouders, (internationale) studenten, arbeidsmigranten en voormalige bewoners van zorginstellingen. Daar tegenover staat dat de gemeente een relatief beperkt eigen instrumentarium heeft en daarom de opgave heeft om binnen een breed samenwerkingsverband met diverse partijen het thema huisvesting voor kwetsbare groepen op te pakken. Dit alles betekent ook dat er diverse geldstromen zijn.
En als sluitstuk van de complexiteit: voorlopig is er zeker nog een schaarste aan het belangrijkste instrument om huisvestingsproblematiek op te lossen: geschikte woningen. Ontwikkeling in Leeuwarden De gemeente Leeuwarden is goed op weg om binnen die complexe werkelijkheid haar weg te vinden. Van 2014 tot 2016 bestaat een actieprogramma ‘wonen en zorg’. En in 2018 wordt een (door)start gemaakt met het integraal benaderen van ‘wonen en zorg’. Dat resulteerde nog niet in een overkoepelende visie op huisvesting voor kwetsbare groepen, maar wel in een aantal documenten/programma’s ter zake: de ‘Brede Aanpak Dakloosheid in Friesland’, het landelijk actieprogramma ‘Weer thuis’, ‘De toekomstvisie Beschermd Wonen’ en ‘De Volkshuisvestingsvisie 2021, Leeuwarden: ongedeeld en vitaal’. In gesprekken met de ambtelijke organisatie en het college werd eind 2021 nog aangegeven dat het nog de vraag was of een overkoepelende visie op huisvesting voor kwetsbare groepen wel een volgende stap zou moeten zijn, of dat de bestaande documenten en programma’s voldoende richting kunnen geven. Die vraag lag ook ten grondslag aan het onderzoek van Companen. Het college argumenteerde: “Wij gaan nu niet veel tijd steken in het schrijven van zo'n visie. De prioriteit ligt nu bij het 'de neuzen dezelfde kant op krijgen bij de partners in de stad'.
Wij kunnen daar niet zo heel veel doen, maar datgene dat wij wel kunnen pakken wij stevig aan in samenwerking met betrokken partners. Wij proberen wonen en zorg weer samen te voegen.” Dat is ook wat de landelijke, interbestuurlijke werkgroep versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen in juli 2021 aanbeveelt met het Adviesrapport ‘Een thuis voor iedereen’ (zie bijlage 2).
Blad 5
Companen schetst in het rapport ‘Samen sterk: Visie op wonen in een vitale samenleving’ van februari 2022 een proces om te komen tot een gezamenlijke, gedragen visie met partners in de stad. Companen biedt aan om dit proces te begeleiden. De nationale woon- en bouwagenda In maart 2022 publiceert het Rijk de Nationale Woon- en Bouwagenda (zie ook bijlage 3). De agenda kent drie kerndoelen: 1. Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar. 2. Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. 3. Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen. Met zes onderliggende programma’s van de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt invulling gegeven aan het realiseren van de doelstellingen.1 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Programma woningbouw; Een thuis voor iedereen; Betaalbaar wonen; Verduurzaming gebouwde omgeving; Leefbaarheid en veiligheid en Wonen en ouderen.
De belangrijkste wijzigingen voor gemeenten zijn dat: -
elke gemeente verplicht een woon-zorgvisie moet vaststellen voor 1 januari 2024; woon-zorg voor ouderen onderdeel moet zijn van deze woon-zorg visie; de provincie een toezichthoudende rol krijgt; de rijksoverheid de omvang van de aandachtsgroepen per regio in kaart brengt; de rijksoverheid het aantal te bouwen woningen per regio bepaalt en corporaties wettelijk verplicht worden om prestatieafspraken te maken met gemeenten.
Binnen het programma ‘Een thuis voor iedereen’, dat zich in het bijzonder op de verschillende groepen kwetsbare inwoners richt, zijn vier actielijnen opgesteld:
1 https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/nationale-woon-en-
bouwagenda/infographic
Blad 6
1. 2. 3. 4.
Het realiseren van voldoende betaalbare en passende woningen. Zorgen voor een evenredige verdeling over alle gemeenten. Het combineren van wonen, zorg, welzijn en werk. Het inzetten op preventie.
Daarbij merkt het Rijk op dat zorgen voor voldoende betaalbare woningen met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding, evenwichtig verdeeld over gemeenten, inzicht vereist in de woon- en zorgbehoeften van mensen uit de aandachtsgroepen. Veel scherper dan nu dient de opgave in beeld te zijn, zowel landelijk, regionaal als lokaal. Dat vraagt om duidelijker definities en beter zicht op de aantallen. Er zullen indicatoren worden uitgewerkt aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of de huisvestingspositie van mensen uit aandachtsgroepen verbetert. Door de Nationale Woon- en Bouwagenda is de urgentie van een breed gedragen woonzorgvisie nog eens versterkt en het college van Leeuwarden heeft beslist om het proces om tot een woonzorgvisie te komen zelf te gaan begeleiden, in de verwachting dat hierdoor het draagvlak van partners in de stad wordt vergroot.
Aanbevelingen voor de raad Het Rijk heeft in oktober 2022 prestatieafspraken gemaakt met de Provincie Fryslân.2 In Friesland staan 17.500 nieuwe woningen gepland tot 2030. Vanaf december 2022 wordt deze bestuurlijke afspraak omgezet in een regionale woondeal. In deze regionale woondeal wordt bijvoorbeeld vastgelegd welke locaties in samenwerking met corporaties en marktpartijen ontwikkeld worden, wat het aandeel betaalbare woningbouw is en voor welke groepen wordt gebouwd. Per 1 januari 2024 moet de gemeentelijke woonzorgvisie zijn vastgelegd, waarin ouderen en andere aandachtsgroepen bijzondere aandacht krijgen. De gemeente Leeuwarden maakt prestatieafspraken met corporaties en wil afspraken maken met onder meer de zorg- en welzijnspartijen. De opgave moet in 2030 gerealiseerd zijn. Het college is voornemens om de raad mee te nemen in dit proces. De raad zal ook een aantal stukken moeten vaststellen, zoals de in de nieuwe agenda verplichte urgentieverordening. Het college wil de raad als eerste stap informeren over de woondeal. Aanbeveling 1 Vraag het college om een startnotitie met tijdlijn en beslismomenten voor de raad.
2 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/10/13/minister-hugo-de-jonge-
maakt-provinciale-woningbouwafspraken-voor-900.000-nieuwe-woningen
Blad 7
De verantwoordelijke ambtenaren hebben uitgesproken de raad vroegtijdig mee te willen nemen in het proces. Het proces is complex en langdurig en er zijn meerdere momenten waarop de raad kaders kan stellen. Vraag het college om een startnotitie waarin het proces wordt beschreven, inclusief de momenten waarop de raad geacht wordt kaders vast te stellen. Te denken valt hier aan welke prestatieafspraken worden gemaakt, de doelstellingen en prioritering bij de afzonderlijke doelgroepen en een urgentieverordening.
Aanbeveling 2 Voer discussie over de informatie die de raad wil ontvangen. Voer de discussie over welke informatie de raad wanneer wil ontvangen om deze kaders weloverwogen vast te kunnen stellen en om te kunnen controleren op het proces tot 2030. Dit betreft bijvoorbeeld informatie over: aard en omvang van de verschillende doelgroepen; -
prioritering aandachtsgroepen;
-
voortgang van de prestatieafspraken met partners;
-
voortgang van de realisatie van woningen;
-
voortgang plaatsing van de doelgroepen en
-
beschikbaar en benut budget.
Aanbeveling 3 Geef de hoogste prioriteit aan de integrale woonzorgvisie. Het college heeft tot 1 januari 2024 de tijd om de woonzorgvisie vast te stellen. De visie moet worden opgesteld in samenwerking met partners in de stad. Dit is een langdurig en intensief traject waarvoor voldoende middelen vrijgemaakt moeten zijn. Geef als raad daarom de hoogste prioriteit aan het invullen van de woondeals en het opstellen van de woonzorgvisie. Stel hiervoor voldoende budget vast.
Aanbeveling 4 Controleer of alle doelgroepen in de woonzorgvisie voldoende aandacht krijgen. In de bestaande beleidsstukken3 is nog geen of onvoldoende aandacht voor de huisvestingsproblematiek van mensen met een handicap (medisch afhankelijken), studenten en arbeidsmigranten, terwijl bij deze doelgroep wel sprake lijkt te zijn van meerdere criteria die een aandachtsgroep definiëren: huisvestingstekort, benodigde zorg en overlast/veiligheid. Het is dus zaak om
3 In de vastgestelde visie ‘Wonen in dorpen’ is bijvoorbeeld uitsluitend aandacht voor
ouderen, statushouders en uitstromers uit beschermd wonen.
Blad 8
te controleren of alle doelgroepen die in landelijke stukken worden genoemd ook in gemeente Leeuwarden voldoende aandacht krijgen.
Tot slot Wij adviseren de gemeenteraad om kennis te nemen van de aanbevelingen zoals beschreven in deze brief.
Hoogachtend, Namens de Rekenkamer gemeente Leeuwarden,
Ir. H.A. Lokhorst Voorzitter
Blad 9
Bijlage 1: Bevindingen vooronderzoek rekenkamer De aard van kwetsbare groepen Het onderwerp ‘huisvesting van kwetsbare groepen’ geeft aanleiding tot een aantal vragen, onder meer naar de aard en omvang van deze groepen, of er voor elke kwetsbare groep voldoende en passende aandacht bestaat binnen het beleid en of alle beschikbare instrumenten voor deze groepen wel worden benut. In deze paragraaf wordt beschreven wat bekend is over de aard van de kwetsbare groepen zoals bedoeld in de motie van de raad van 4 december 2019. In het kader van huisvesting behoort een inwoner van Leeuwarden tot een kwetsbare groep als er sprake is van een problematiek op twee of drie van de thema’s: wonen, zorg/ondersteuning en veiligheid/overlast. Veruit de grootste groep inwoners die aan deze definitie voldoet, betreft ouderen met een problematiek op de thema’s wonen en zorg. De tendens is dat deze ouderen steeds langer thuis blijven wonen en zorg aan huis ontvangen. In die samenhang kampen ouderen met een (groeiende) zorgbehoefte, hetgeen leidt tot aangepaste woonwensen. De groep ouderen met een zorgvraag blijft de komende jaren nog verder doorgroeien. De belangrijkste overeenkomst binnen deze groep is weliswaar de leeftijd, maar de groep ouderen is zeer divers in zowel de aard van de zorgvraag als in de aard van de woonwensen.
In haar beleid besteedt de gemeente Leeuwarden veel tijd en energie aan de huisvestingsproblematiek voor deze groep inwoners. Omdat het daarbij om grote aantallen inwoners gaat, heeft de huisvesting van ouderen een grote invloed op de woningvoorraad en daarmee de huisvesting van andere inwoners. Een tweede groep inwoners die aan de definitie van ‘kwetsbare groepen’ voldoet is heel divers: jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg, inwoners die uitstromen uit beschermd wonen, inwoners die uitstromen uit detentie, dakof thuislozen, inwoners met psychische problemen, al dan niet met een Oggzindicatie4, inwoners met beperkingen, inwoners met schulden/betalingsachterstanden, et cetera. De inwoners hebben problemen op de thema’s wonen en zorg en soms ook op het thema overlast/veiligheid. Ondanks dat de samenstelling van deze doelgroepen heel divers is, komen de woonwensen redelijk overeen: goedkope woningen in een prikkelarme omgeving met een overzichtelijke (woon)situatie. Wel is er onderscheid te maken tussen huishoudens die tijdelijke ondersteuning nodig hebben en huishoudens die meer permanent geholpen moeten worden. Inwoners met uitsluitend huisvestingsproblematiek zijn er tenslotte natuurlijk ook, bijvoorbeeld statushouders, studenten, en jongeren die geen passende woning kunnen vinden.
4
Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) is het hulp bieden aan kwetsbare mensen, die ondanks soms zware problemen niet zelfstandig of vrijwillig hulp zoeken. Het gaat vaak om langdurende en ingewikkelde problematiek. Ok wel genoemd: bemoeizorg.
Blad 10
In den lande is er geen eensluidende definitie van ‘kwetsbare groep’ met het oog op huisvestingsproblematiek voor handen. In het adviesrapport van de landelijke, interbestuurlijke werkgroep versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen – ‘Een thuis voor iedereen’5 geeft de werkgroep een bruikbare indeling van de aandachtsgroepen6, waarbij de werkgroep opmerkt dat het indelen lastig is en soms onvoldoende recht doet aan de situatie waarin iemand zich bevindt. De landelijke aandachtsgroepen zijn (p. 11): Ruim 500.000 arbeidsmigranten met de verwachting dat het aantal door vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt de komende jaren zal toenemen. Ongeveer 36.000 dak- en thuisloze mensen volgens de cijfers van het CBS. Ouderen, van wie het aantal 75-plussers, nu 1,4 miljoen, de komende decennia zal verdubbelen en waarvan een aanzienlijk percentage een specifieke woonzorgbehoefte heeft. Een lastig in aantal te schatten sociaal urgenten en dreigend daklozen. Een eveneens lastig in te schatten groep medisch urgenten en rolstoelafhankelijken, waarvan ook rond de 100.000 zorgbehoeftige 75plussers deel uitmaken. Een jaarlijkse variabele instroom van op dit moment ongeveer 11.000 statushouders. Ruim 700.000 (deels internationale) studenten in het hoger onderwijs waarvan ongeveer de helft uitwonend en ruim 500.000 studenten in het MBO waarvan ongeveer 20% uitwonend is.
Een gedifferentieerde groep van duizenden mensen die uitstromen uit een intramurale situatie. Naar schatting 60.000-70.000 mensen bij wie woonwagenbewoning onderdeel is van de culturele identiteit: woonwagenbewoners. Leeuwarden heeft geen visie of overkoepelend beleid voor ‘huisvesting van kwetsbare groepen’. De beleidsmedewerkers van de gemeente Leeuwarden stellen dat er voor de huisvesting van alle kwetsbare groepen aandacht is in vier documenten/programma’s: 1. De ‘Volkhuisvestingsvisie 2021, Leeuwarden: ongedeeld en vitaal!’ (verder genoemd: ‘De volkshuisvestingsvisie’), gemeente Leeuwarden;
5
Adviesrapport interbestuurlijke werkgroep versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen, juli 2021 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/07/08/een-thuis-vooriedereen. 6 In deze brief gebruikt de Rekenkamer de begrippen ‘kwetsbare groepen’ en ‘aandachtsgroepen’ naast elkaar. Wellicht dat later een keuze voor een van beide begrippen wordt gemaakt.
Blad 11
2. ‘Brede Aanpak Dakloosheid in Friesland 2021, Iedereen gewoon thuis’ (verder genoemd: ‘Brede aanpak dakloosheid’), Samenwerkende gemeenten en opvangaanbieders in Friesland; 3. Landelijk actieprogramma ‘Weer Thuis’, VNG (verder genoemd: ‘Weer thuis’) en 4. De ‘Toekomstvisie Beschermd Wonen en opvang voor 2018 en verder’ (verder genoemd: ‘De toekomstvisie BW’), SDF. In de Volkshuisvestingsvisie 2021 is expliciet aandacht voor de huisvestingsproblematiek van ouderen, sociaal urgenten en dreigend daklozen, statushouders (als subdoelgroep van sociaal urgenten), inwoners die uitstromen uit een intramurale situatie (als subdoelgroep van sociaal urgenten) en woonwagenbewoners. Doelgroepen die niet expliciet aan bod komen in de volkshuisvestingsvisie zijn: arbeidsmigranten, dak- en thuislozen, medisch urgenten en rolstoelafhankelijken, studenten en inwoners die uitstromen uit detentie. Voor (dreigende) dak- en thuislozen is expliciete aandacht in ‘Brede aanpak dakloosheid’. Hierin worden ook mensen die uitstromen uit detentie genoemd. Voor mensen die uitstromen uit intramurale voorzieningen, is er aandacht vanuit het plan ‘De Toekomstvisie BW’ en ‘Weer Thuis’. Wanneer de uitkomsten in het adviesrapport van de landelijke, interbestuurlijke werkgroep worden samengebracht met de groepen die in de gemeentelijke documenten/programma’s worden genoemd, ontstaat het onderstaande beeld.
Doelgroepen die door de landelijke werkgroep genoemd worden en waarvoor de rekenkamer in het vooronderzoek geen beleid heeft gevonden zijn: arbeidsmigranten, medisch urgenten en rolstoelafhankelijken. Voor studenten is ook geen specifieke aandacht, anders dan dat zij genoemd worden als ‘concurrent’ voor de goedkope huursector in de Volkshuisvestingsvisie. De bevindingen zijn schematisch weergegeven in Tabel 1. Tabel 1: beleid voor kwetsbare groepen in Leeuwarden Aandachtsgroep
Aandacht in volkshuisvestingsvisie
Verdere aandacht
Arbeidsmigranten Dak- en thuisloze mensen
Niet genoemd Dak- en thuisloze mensen vormen geen aparte categorie in de ‘Volkshuisvestingsvisie’ Paragraaf 6 is volledig gewijd aan ouderen Leeuwarden heeft 9 categorieën mensen gedefinieerd die voor urgentie in aanmerking komen: - Mensen die uit een blijf-vanmijn-lijf huis komen - Alleenstaande Minderjarige
Niet gevonden Aandacht voor dak- en thuislozen in ‘Brede aanpak dakloosheid’
Ouderen Sociaal urgenten en dreigend daklozen
Mensen die uit een blijf-van-mijnlijfhuis komen, uitstromen uit beschermd wonen of uit maatschappelijke opvang, vormen de doelgroep van de ‘Toekomstvisie BW’ en van het
Blad 12
Medisch urgenten en rolstoelafhankelijken
Statushouders
Studenten Uitstromers intramurale situatie8
Vreemdelingen (AMV) - Uitstroom Jeugdhulpinstelling7 - Uitstroom Maatschappelijke Opvang - Uitstroom Beschermd Wonen - Statushouders - Vanwege het bieden of geven van mantelzorg - Vanwege herstructurering - Maatwerk Uitsluitend genoemd bij ‘trends en ontwikkelingen’: ook hier is de trend om zorg extramuraal te bieden. Verder geen aandacht in het beleid, geen reden voor urgentie Dat is een categorie binnen sociaal urgenten met prioriteit (op basis van art. 28 Huisvestingswet 2014) Wel genoemd, maar niet als aandachtsgroep - Uitstroom uit Beschermd wonen valt onder sociaal urgenten - Uitstroom uit detentie wordt niet specifiek genoemd
actieprogramma ‘Weer thuis’.
Niet gevonden
In ‘Brede aanpak dakloosheid’ wordt uitstroom uit detentie genoemd als aandachtsgroep voor toeleiding naar passende zorg
- Uitstroom uit intramurale forensische zorg en jeugdzorg valt onder sociaal urgenten Woonwagenbewoners
Wordt genoemd als ‘specifieke woonvorm’ op basis waarvan specifieke toewijzingscriteria gerechtvaardigd zijn.
Opvallend is dat mensen met schulden in ‘Een thuis voor iedereen’ niet worden genoemd als aandachtsgroep. De beleidsmedewerkers van gemeente Leeuwarden noemden in het voorinterview mensen met schulden wel als kwetsbare groep. In de ‘Volkshuisvestingsvisie’ staat (p.24) dat het nodig is om
7
Jongeren die uitstromen uit een jeugdhulpinstelling vormen – samen met de AMV’s – de categorie ‘kwetsbare jongeren’ in de ‘Volkshuisvestingsvisie’ (p. 32). 8 Inwoners die op basis van een indicatie beschermd wonen vanuit een instelling uitstromen, dan wel vanuit detentie uitstromen of uit intramurale forensische zorg (inclusief uitstroom jeugdzorg). Bron: ‘Een thuis voor iedereen’.
Blad 13
zicht te krijgen op de omvang van mensen met (huur)schulden. Ook in de ‘Brede aanpak dakloosheid’ is aandacht voor schulden.9 Teruggrijpend op de definitie van het college dat huisvesting van kwetsbare groepen raakt aan twee of drie van de thema’s huisvesting, zorg/ondersteuning en overlast/veiligheid, kan voor dit onderzoek vastgesteld worden dat de volgende groepen inwoners als ‘kwetsbare groepen’ gedefinieerd kunnen worden: Kwetsbare jongeren - Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV) - Uitstroom Jeugdhulpinstelling - Jongeren met schulden Dreigend dak- en thuislozen - Mensen die uit een blijf-van-mijn-lijf huis komen - Uitstroom Maatschappelijke Opvang - Uitstroom Beschermd Wonen - Uitstroom Detentie - (Uitstroom Jeugdhulpinstelling) - Mensen/gezinnen met schulden Overige kwetsbare groepen - Dak- en thuislozen - Ouderen - Medisch urgenten en rolstoelafhankelijken
Verder kan op basis van Tabel 1 worden geconcludeerd dat met de ‘Volkshuisvestingsvisie’, het actieprogramma ‘Weer thuis’, de ‘Brede aanpak dakloosheid’ en ‘De Toekomstvisie BW’ op een of andere manier aandacht bestaat voor al deze doelgroepen, m.u.v. medisch urgenten en rolstoelafhankelijken. De omvang van kwetsbare groepen De gemeente Leeuwarden heeft geen monitoringssystematiek ingericht voor de omvang van de kwetsbare groepen en geeft hiervoor een aantal redenen. Ten eerste is het college voorzichtig met het labelen van inwoners als ‘doelgroep’ om stigmatisering te voorkomen. Ten tweede is er een risico dat het labelen van kwetsbare groepen kan leiden tot een heel omvangrijke groep inwoners, waar je vanwege de omvang geen beleid meer aan kunt koppelen. “Als je iedereen urgent verklaart is niemand meer urgent (Tjeerdema).” Ten derde is de lijst van doelgroepen met definities geen vast gegeven, waardoor het 9
In de ‘Brede aanpak dakloosheid’ worden schulden op vijf plaatsen genoemd: schulden als een oorzaak van dreigende dakloosheid, als onderdeel van multiproblematiek; de betrokkenheid van woningcorporaties als partner, voor het signaleren van huurschulden; het voorkomen/oplossen van schulden als onderdeel van preventie van dakloosheid; het voorkomen/oplossen van schulden als een doel van het project ‘Gewoon thuis (housing first)’; het verhelpen van schulden bij jongeren als onderdeel van project ‘Skills in de Stad’.
Blad 14
college het risico loopt een toename van de omvang van een doelgroep te moeten rapporteren, die niet aan (falend) beleid gewijd kan worden. De beleidsadviseurs van de gemeente Leeuwarden noemen drie zaken die het definiëren, monitoren en beheersen van de omvang van doelgroepen lastig en risicovol maakt: 1. Autonome ontwikkelingen (vergrijzing, ontgroening, migratie, gasprijzen, etc.). Hier heeft de gemeente weinig invloed op, maar de ontwikkelingen hebben wel invloed op de aard en omvang van doelgroepen; 2. Keuzes die buurgemeenten maken (wel of niet aanbieden van bijvoorbeeld maatschappelijke opvang, beschermd wonen en vrouwenopvang): het niet aanbieden van bepaalde vormen van zorg aan kwetsbare inwoners door buurgemeenten of zelfs ver daarbuiten kan ervoor zorgen dat de instroom in voorzieningen in Leeuwarden toeneemt (aanbod creëert vraag). 3. Beleidsgestuurde ontwikkelingen (definities, wijzigingen in regelgeving): als je bijvoorbeeld definieert dat eenzamen tot de kwetsbare doelgroepen horen, dan wordt je doelgroep ineens een stuk groter. Tijdens het vooronderzoek is gebleken dat het college wel zicht heeft op de omvang van enkele kwetsbare groepen. (Zie tabel 2) Tabel 2: Omvang van kwetsbare groepen in Leeuwarden Kwetsbare groep Kwetsbare jongeren Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen
Uitstroom uit jeugdinstelling Jongeren met schulden Dreigend dak- en thuislozen
10
Aard van de groep
Omvang van de groep
Een asielzoeker die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en die zonder begeleiding of verzorging van een ouder of voogd in Nederland verblijft. Valt onder sociaal urgent10 Valt onder sociaal urgent
Het aantal statushouders is bekend, of het aandeel AMV’s hierbinnen ook bekend is, is in het vooronderzoek niet naar boven gekomen.
Er is overlap tussen dak- en thuislozen, mensen die uitstromen uit maatschappelijke opvang, beschermd wonen, detentie,
In 2019 (Friesland) - Maakten ca. 430 unieke personen gebruik van de Dagopvang. - Verbleven ca. 260 unieke personen 1 of meer nachten in de Nachtopvang.
Leeuwarden heeft enige cijfers over de uitstroom uit jeugdhulpinstellingen/gesloten jeugdhulp Omvang is niet bekend
Het aantal plaatsen voor sociaal urgenten is 250 per jaar (interview: Hein de Haan). Deze mensen hebben voorrang bij de toewijzing van sociale huurwoningen.
Blad 15
jeugdhulpinstelling, mensen/ jongeren met schulden, en AMV’s.
Mensen die uit een blijf-van-mijn-lijf huis komen Uitstroom Maatschappelijke Opvang Uitstroom Beschermd Wonen
Belangrijk aandeel bestaat uit vrouwen die bij Fier opgevangen worden. Valt onder sociaal urgent Valt onder sociaal urgent Valt onder sociaal urgent
Hierover zijn cijfers bekend Leeuwarden heeft cijfers over de uitstroom uit beschermd wonen in de Wet langdurige zorg (Wlz). Leeuwarden heeft cijfers over hoeveel mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen in Leeuwarden wonen, maar zij hebben niet allemaal een huisvestingsprobleem en zijn niet allemaal per definitie kwetsbaar. Is in het vooronderzoek niet naar boven gekomen. Er is (enig) zicht op de omvang van gezinnen met schulden die huren via woningcorporaties. De omvang van gezinnen met schulden die particulier huren is onbekend.
Uitstroom Detentie Mensen/ gezinnen met schulden
Overige kwetsbare groepen Dak- en thuisloze De groep die aanklopt voor mensen dag- of nachtopvang wordt steeds meer divers en steeds jonger. Dit is ook een landelijke trend. Medisch urgenten en rolstoelafhankelijken Ouderen
- Hebben ca. 95 personen een traject doorlopen in de Algemene Opvang. - Is aan ca 235 personen crisisopvang geboden en aan 47 personen verlengd verblijf. - Is aan 45 jongeren opvang geboden in het Huis voor Jongeren. - Werden ca. 150 jongeren begeleid vanuit het interventiewerk jongeren. - Werden ca. 100 volwassenen begeleid vanuit het interventiewerk volwassenen. - Hebben ca. 95 personen deelgenomen aan een activeringstraject vanuit SKREP. - Hebben 23 jongeren een gestart met een traject in het project Kamers met Kansen. - Had het ACT team een caseload van ca. 70 personen in zorg. Er zijn cijfers bekend over het aantal vrouwen in de vrouwenopvang. Meer dan de helft komt van buiten Friesland.
Groep wordt voorlopig steeds groter en de gemiddelde leeftijd (en zorgbehoefte) neemt toe.
+/- 35 daklozen per nacht in de opvang in Leeuwarden, al jaren stabiel, maar het aandeel jongeren stijgt (interview beleid).
Is in het vooronderzoek niet naar boven gekomen. Leeuwarden heeft realistische cijfers over het aantal ouderen en het aantal plekken in intramurale voorzieningen is bekend. Niet bekend is het aantal ouderen dat gebruik maakt van de Wlz vanuit een eigen woning.
Blad 16
Concluderend over de aard en omvang van de kwetsbare groepen: De gemeente Leeuwarden beschouwt inwoners als kwetsbaar wanneer sprake is van een problematiek op twee of drie van de thema’s: wonen, zorg/ondersteuning en veiligheid/overlast. Veruit de grootste groep inwoners die aan deze definitie voldoet, betreft ouderen met een problematiek op de thema’s wonen en zorg. Een tweede groep inwoners die aan de definitie van ‘kwetsbare groepen’ voldoet betreft de groep waar de motie van de raad van 4 december 2019 op doelde. Dat is een bont en divers geheel: jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg, inwoners die uitstromen uit beschermd wonen, inwoners die uitstromen uit detentie, dak- of thuislozen, inwoners met psychische problemen, inwoners met beperkingen, en inwoners met schulden/betalingsachterstanden. En dan zijn er nog inwoners met uitsluitend huisvestingsproblematiek, bijvoorbeeld statushouders, studenten, spoedzoekers en jongeren die geen passende woning kunnen vinden. De gemeente Leeuwarden heeft geen monitoringssystematiek ingericht voor de omvang van de kwetsbare groepen. Tijdens het vooronderzoek is gebleken dat het college wel zicht heeft op de omvang van enkele kwetsbare groepen.
Het beleid inzake kwetsbare groepen In deze paragraaf worden om te beginnen kort de uitdagingen beschreven waar de gemeente Leeuwarden voor staat met deze opgave. Daarna komen het beleid en het instrumentarium aan bod. De uitdagingen op het gebied van Wonen en Zorg De volkshuisvesting is met de huidige krapte op de woningmarkt en de stijgende kosten voor huur en energie een zeer complex vraagstuk. Dat ook kwetsbare groepen gehuisvest moeten worden maakt het vraagstuk nog complexer. In ‘Een thuis voor iedereen’ heeft de landelijke werkgroep een analyse gemaakt van het vraagstuk en komt tot de volgende bevindingen over de huisvesting van aandachtsgroepen:11 1. onvoldoende monitoring en ongelijke verdeling; 2. toenemende zorgvraag en achterblijvende zorgbudgetten; 3. de investeringskracht van woningcorporaties is onvoldoende; 4. leefbaarheid in de wijk staat onder toenemende druk; 5. bestuurlijke samenwerking is hard nodig.
11
In bijlage 1 is de uitkomst van de analyse van de landelijke huisvestingsproblematiek door de interbestuurlijke werkgroep ‘versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen’ opgenomen.
Blad 17
De problemen die de werkgroep in Nederland signaleert zijn allemaal ook in dit vooronderzoek in Leeuwarden naar voren gekomen. Daarnaast noemt het college nog een aantal uitdagingen waar de gemeente Leeuwarden mee kampt: -
voor inwoners in een intramurale voorziening kan regelmatig geen passende huisvesting gevonden worden, waardoor mensen onnodig (lang) in de zorg blijven hangen;
-
Leeuwarden is zowel centrumgemeente als ‘klant’ van SDF; niet alle deelnemende gemeenten zitten op dezelfde lijn als het gaat om inkoop van maatschappelijke ondersteuning, beschermd wonen, vrouwenopvang en openbare geestelijke gezondheidszorg;
-
per 1 januari 2022 is gestart met de doordecentralisatie van beschermd wonen12; vanaf 2023 gaat het budget voor individuele gemeenten langzaam omhoog en voor de centrumgemeente omlaag (looptijd 10 jaar). Veel mensen die nu in beschermd wonen zitten gaan straks over naar de Wet langdurige zorg ( Wlz) (beleidsadviseurs schatten in dat in Leeuwarden 50% overgaat); Leeuwarden heeft nog geen antwoord op de volgende vragen: wat betekent dat voor Leeuwarden en wat voor Friesland? Wie blijven er over in beschermd wonen? Wie komen in de Wlz? Waar wonen die mensen nu? Wat moet regionaal gedaan worden en wat lokaal? De verwachting bestaat dat lokale gemeenten meer inspanning zullen stoppen in het voorkomen van intramurale zorg in geval zij de kosten daarvan zelf moeten betalen; toch wil Leeuwarden ook sturen op de vraag op welke manier de andere gemeenten hier mee omgaan, omdat bepaalde voorzieningen centraal in Leeuwarden blijven en op het budget van Leeuwarden drukken;
-
woningcorporaties hebben een maatschappelijke opdracht, maar het college kan de uitvoering daarvan niet bepalen; corporaties worden betrokken bij de ambities op het gebied van verduurzaming, betaalbaarheid en mensen met urgentie. “Je kunt geen opdrachten blijven stapelen (De Haan)”;
-
de gemeente is verantwoordelijk voor vele opgaven (Wmo, Wet inburgering, Jeugdwet, Huisvesting van wetsbare groepen), maar tegelijkertijd in de praktijk vooral de uitvoeringsorganisatie; het Rijk bepaalt grotendeels het budget en dat budget is niet toereikend;
de belangrijkste belemmerende factor is evenwel het te klein aantal beschikbare woningen op de juiste plaatsen en van de gewenste kwaliteit om de kwetsbare groepen te kunnen spreiden; het vastgoed is nog lang niet afgestemd op de behoeften van nu; er staan nu bijvoorbeeld 300 eenheden leeg door een mismatch in kwaliteit. 12 Zie bijvoorbeeld: https://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-
organisatie/kennispartners/bmc/de-financiele-doordecentralisatie-beschermdwonen.16305090.lynkx
Blad 18
Het beleid op het gebied van huisvesting van kwetsbare groepen In ‘de volkshuisvestingsvisie’ worden alle inwoners van Leeuwarden meegenomen, omdat de huisvesting van de ene groep invloed heeft op de andere groepen. Als er bijvoorbeeld onvoldoende aantrekkelijke woningen zijn voor ouderen met een zorgvraag, blijven zij in gezinswoningen wonen, waardoor de natuurlijk doorstroom stagneert en de uitstroom uit bijvoorbeeld beschermd wonen problematisch wordt. En bijvoorbeeld studenten hebben grotendeels dezelfde woonwensen als veel mensen die uitstromen uit intramurale voorzieningen. Naast deze doorstroomproblematiek speelt ook het vraagstuk van draaglast versus draagvlak van wijken en dorpen. Binnen bestaande wettelijke kaders moet gezocht worden naar een evenwichtige verdeling van inwoners met problematiek over de verschillende wijken en dorpen. Leeuwarden heeft ervoor gekozen om geen specifiek beleidskader voor huisvesting van kwetsbare groepen te ontwikkelen. Een dergelijk beleidskader zou veel overlap vertonen met ‘De volkshuisvestingsvisie’, ‘De toekomstvisie BW’ en de ‘Brede aanpak dakloosheid’. Wel is een huisvestingsverordening in de maak om meer grip te krijgen op de fysieke kant van het wonen.
Integrale benadering De landelijke werkgroep benadrukt het belang van een integrale benadering van de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen: De aanpak van de huisvestingsopgave vereist een gelijktijdige inspanning van meerdere bestuurslagen en over meerdere domeinen. Een effectieve aanpak van de woonzorgopgave voor aandachtsgroepen is ten eerste gebaat bij de erkenning van de complexiteit en deze tegemoet te treden met meer kennis en capaciteit dan nu voorhanden is. En ten tweede in het gelijktijdig meesturen en regisseren door overheidslagen als provincie en Rijk én het financieel faciliteren van de randvoorwaarden. Bron: Een thuis voor iedereen Tot 2014 bestaan in Leeuwarden een programma wonen en een programma zorg naast elkaar. Van 2014 tot 2016 bestaat een integraal actieprogramma ‘wonen en zorg’. Daarna kreeg een integrale aanpak een jaar lang nauwelijks aandacht. In 2018 is evenwel een (door)start gemaakt met het integraal benaderen van ‘wonen en zorg’. Het ligt in de bedoeling dat na de verkiezingen (2022) ‘wonen en zorg’ een eigenstandig programma worden. Het college laat de woonopdracht naar eigen zeggen ook steeds meer doorklinken in de andere thema’s, bijvoorbeeld in het armoedebeleid.
In dat kader stelt het college dat het nog zoeken is naar de wijze waarop de combinatie van het ruimtelijke instrumentarium (omgevingsvergunning, bestemmingplannen, et cetera) en het zorgdomein (projectsturing, indicaties en sturing op de organisatiekant) in de praktijk gestalte moet krijgen.
Blad 19
Het beschikbare instrumentarium De gemeente Leeuwarden beschikt niet over een volledig overzicht van het beschikbare instrumentarium om de genoemde uitdagingen op te lossen, maar is daar wel hard mee bezig en hanteert daarbij een integrale benadering. Leeuwarden heeft bureau Companen opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren naar de omvang van doelgroepen in relatie tot de woonbehoefte (bestaande data). Daarbij zijn 20 interviews met wethouders, zorgaanbieders, ASD, corporaties, et cetera gehouden. Het doel van het onderzoek is een beeld te schetsen van wat er speelt bij de stakeholders: ‘Begrijpt iedereen elkaar? Wat doet iedereen? Wie is waarvoor verantwoordelijk?’
De conclusie van Companen over de opgave: In de basis is er een goed beeld van de opgave. Dit zou voldoende moeten zijn om een visie wonen en zorg op te stellen. Wel is het van belang om richting de uitvoering de geïdentificeerde witte vlekken in te vullen. Als dit beeld niet verduidelijkt of geactualiseerd wordt is het onze ervaring dat de gemeente het risico loopt dat gesprekken mogelijk dood lopen op de vraag: “hoeveel en voor wie?”. Het is onze ervaring dat een gedragen beeld van de opgave als versneller fungeert. Het helpt partijen vanuit het algemene belang en de centrale opgave te denken in plaats van de huidige manier van werken en het eigen belang. Bron ‘Samen sterk: Visie op wonen in een vitale samenleving,’ Companen, februari 2022, p.7
Vanaf 1 januari 2022 is de opkoopbescherming13 van kracht. Gemeenten kunnen op basis daarvan gebieden aanwijzen waar geen huizen opgekocht mogen worden om te verhuren. Leeuwarden is bezig met de implementatie van deze opkoopbescherming. Door de lumpsum aanbesteding van Amaryllis/Windkracht 058 (lokale Wmo) wordt het moeilijker voor aanbieders Beschermd Wonen om de combinatie zorg/wonen met afhankelijkheidsrelatie in stand te houden. In de nieuwe contracten (per 1 januari of 1 maart 2022) met zorgaanbieders mag de huisvesting niet meer afhankelijk zijn van de zorg. Mensen moeten kunnen blijven wonen als de zorg afloopt. Daardoor wordt het voor zorgaanbieders minder aantrekkelijk om huizen te kopen en de combinatie zorg/wonen (beschermd thuis) aan te bieden. Om het probleem van het onnodig (lang) in zorg blijven hangen op te lossen, streeft het college ernaar om de instelling die de zorg verleent ook (mede) verantwoordelijk te maken voor de huisvesting, zodat een prikkel voor handen is om na afloop van de behandeling zelfstandige huisvesting voor uitstromers te vinden. Dat uitgangspunt heeft een veel prominentere plaats gekregen bij het beschikken van de initiële zorg.
Blad 20
In het contact met woningcorporaties wordt op twee manieren gestuurd op een spreiding van kwetsbare groepen over wijken en dorpen. Corporaties mogen jaarlijks een x aantal woningen buiten de reguliere toewijzingscriteria om toewijzen aan sociaal urgenten. Daarnaast maakt Leeuwarden prestatieafspraken om de bouw van het aantal nieuwe woningen. Om het verschil tussen de kwaliteit van de vraag en het aanbod van huurwoningen aan te pakken, zoekt het college naar ‘tussenvoorzieningen’ die nu nog niet of amper bestaan. Dat betreft bijvoorbeeld aangepaste woonvormen voor groepen mensen die uitstromen uit beschermd wonen, maar nog wel enige ambulante begeleiding nodig hebben. In zowel het convenant ‘Weer thuis’ als in de ‘Brede aanpak dakloosheid’ wordt erop gestuurd die tussenvoorzieningen niet alleen in Leeuwarden neer te zetten.
13 https://www.woningmarktbeleid.nl/onderwerpen/opkoopbescherming
Blad 21
Bijlage 2: Kernproblemen huisvestingsopgave kwetsbare groepen Onvoldoende monitoring en ongelijke verdeling Sturing op de woningmarkt vraagt inzicht in structurele cijfers. Een deel van de aandachtsgroepen is slecht in beeld. Betrokken partijen constateren bovendien dat aandachtsgroepen ongelijk verdeeld zijn doordat de sociale huurvoorraad sterk verschilt per gemeente. Mede omdat de maatschappelijke opvang en beschermd wonen-voorzieningen vaak zijn gevestigd in de centrumgemeente.
Toenemende zorgvraag en achterblijvende zorgbudgetten Op lokaal niveau concentreren de aandachtsgroepen zich in een brede opgave. De ondersteunende budgetten voor de kwetsbare groepen zijn ontoereikend en zijn zodanig verdeeld, dat gemeenten een perverse financiële prikkel ervaren om deze groepen niet te huisvesten. Zij hebben het gevoel financieel gestraft te worden als zij deze groepen huisvesten, omdat de zorg- en ondersteuningsbudgetten niet direct of onvoldoende meebewegen. Ook woningcorporaties hebben hier in hun wijken en complexen last van. Zij kunnen weliswaar in de huisvesting voorzien, maar er is voor deze groep meer nodig dan alleen een dak boven het hoofd. Bij wonen hoort dan ook onmiddellijk zorg en begeleiding. De investeringskracht van woningcorporaties is onvoldoende Aandachtsgroepen hebben vooral behoefte aan een woning met een lage huurprijs die snel beschikbaar is. Er zijn te weinig van dergelijke woningen en bijbouwen is niet rendabel met een lage huurprijs. Woningbouwcorporaties geven aan dat zij onvoldoende investeringskracht hebben om voldoende sociale woningbouw mogelijk te maken. Doordat zowel woningcorporaties als gemeenten financieel krap zitten, is het ook extra ingewikkeld om betaalbare bouwlocaties te vinden. Dit laatste vraagt om stevige keuzes in de ruimtelijk ordening.
Leefbaarheid in de wijk staat onder toenemende druk Een belangrijke randvoorwaarde is een goede leefbaarheid in wijken. Veel partijen wensen daarom een mix van dragende en vragende bewoners. Door het ontbreken van woningen met een lage huurprijs of juist een concentratie van woningen met een lage huurprijs in dezelfde buurten, is deze menging niet altijd mogelijk. In bepaalde wijken staat de leefbaarheid ernstig onder druk. Steeds meer woningcorporaties willen wel overgaan tot de bouw van midden huurwoningen en sociale koopwoningen en hopen dat de tijdelijk afgeschafte markttoets definitief verdwijnt.
Blad 22
Bestuurlijke samenwerking is hard nodig De aanpak van de huisvestingsopgave vereist een gelijktijdige inspanning van meerdere bestuurslagen en over meerdere domeinen. Een effectieve aanpak van de woonzorgopgave voor aandachtsgroepen is ten eerste gebaat bij de erkenning van de complexiteit en deze tegemoet te treden met meer kennis en capaciteit dan nu voorhanden is. En ten tweede in het gelijktijdig meesturen en regisseren door overheidslagen als provincie en Rijk én het financieel faciliteren van de randvoorwaarden. Bron: ‘Een thuis voor iedereen’
Blad 23
Bijlage 3: De Nationale woon- en bouwagenda (2022)14 Iedereen moet goed kunnen wonen. Op dit moment is dit helaas niet altijd het geval. De beschikbaarheid van een passende woning staat voor veel mensen onder druk: mensen zijn onvoldoende in staat om snel een woning te vinden die bij hen past. Dit hangt sterk samen met de betaalbaarheid van wonen: veel mensen hebben moeite met hun woonlasten of kunnen geen voor hen betaalbare woning vinden. Daarnaast is de kwaliteit in toenemende mate een probleem: veel woningen passen niet bij de levensfase of woonbehoefte, zijn niet duurzaam of staan in een wijk waar sprake is van slecht onderhoud of waar de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat. De oorzaken - Demografische ontwikkelingen: de bevolking groeit en verandert van samenstelling; - Gebrek aan regie: zonder centrale sturing en programmering komen mensen lokaal in de knel; - Financiële omstandigheden: stijgende prijzen en lage rente leiden tot verkeerde prikkels en ongelijke kansen; - Gebrek aan capaciteit en te lange bouwtijd; - Woningbouw is één van de ruimtelijke opgaven; - Stapeling van sociale problematiek in kwetsbare wijken; Te laag tempo in verduurzaming. De doelen 1. Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar. 2. Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen.
Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. 3. Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen. Zes programma’s Met de zes onderliggende programma’s van de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt invulling gegeven aan het realiseren van de doelstellingen. 1. Woningbouw: tot en met 2030 moeten er 900.000 woningen gebouwd worden waarvan minimaal tweederde ‘betaalbaar’. Hiervoor heeft het Rijk vier actielijnen ontwikkeld: 1. Versterken regie 2. Sneller van initiatief naar realisatie 3. Stimuleren snelle woningbouw en 4. Grootschalige woningbouw 14
https://www.volkshuisvestingnederland.nl/documenten/publicaties/2022/03/11/natio nale-woon--en-bouwagenda
Blad 24
2. Een thuis voor iedereen: (gericht op aandachtsgroepen): Rijk, gemeenten, brancheorganisaties en lokale partijen werken samen om passende huisvesting voor aandachtsgroepen te realiseren. 3. Betaalbaar wonen: richt zich op het geven van gelijkere kansen, het bieden van betere bescherming aan kopers en huurders en het tegengaan van excessen op de woningmarkt. 4. Verduurzaming gebouwde omgeving: zet in op energiebesparing, isoleren, verwarmen met warmtepomp en opwekken van energie met duurzame bronnen. Het Rijk ondersteunt en ontzorgt. 5. Leefbaarheid en veiligheid: samen met bewoners, lokale maatschappelijke partners en overheid investeert het Rijk in een betere woonomgeving met meer kansen voor inwoners. 6. Wonen en zorg voor ouderen: realisatie van nieuwe woon(zorg)vormen die passen bij de wensen van senioren, die woningen vrijmaken voor de jongere generatie.
Een thuis voor iedereen (programma 2 gericht op aandachtsgroepen) Doel programma Het rijk wil dat er voor mensen uit aandachtsgroepen voldoende betaalbare woningen zijn, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en waar nodig met de juiste zorg, opvang, ondersteuning en begeleiding. Actielijnen Het programma legt het brede fundament voor het verbeteren van de huisvesting voor mensen uit aandachtsgroepen. Dit gebeurt met een generieke aanpak langs vier actielijnen. Gezien de grote diversiteit aan omstandigheden waarin mensen zich bevinden, kan er naast een generieke aanpak ook een specifieke aanpak nodig zijn. Om aan die verschillen recht te doen, komt er in ieder geval een specifieke aanpak voor dak- en thuisloze mensen, voor arbeidsmigranten en studenten. Actielijn 1: Het realiseren van voldoende betaalbare en passende woningen Er is een groot tekort aan met name betaalbare woningen. Met het oog op passende woningen voor mensen met een laag inkomen, waaronder aandachtsgroepen, is een toename nodig van het aandeel sociale huur in de woningvoorraad. Met het programma Woningbouw wordt de realisatie van betaalbare woningen opgepakt. Hier komen de programma’s Woningbouw en Een thuis voor iedereen samen. Actielijn 2: Zorgen voor een evenredige verdeling over alle gemeenten Voor vitale en leefbare wijken is het belangrijk dat er mensen met diverse achtergronden wonen.
Het rijk wil een evenwichtiger verdeling van mensen uit aandachtsgroepen over gemeenten. Daartoe zou elke gemeente ten minste 30 procent sociale huur in de woningvoorraad moeten hebben. De uitwerking van
Blad 25
dit streven wordt meegenomen in de prestatieafspraken die met corporaties en medeoverheden worden gemaakt. Actielijn 3: Het combineren van wonen, zorg, welzijn en werk Een thuis is voor de mensen die het rijk wil helpen met dit programma meer dan een huis alleen. Passende huisvesting en zorg, begeleiding of ondersteuning moeten gelijktijdig gerealiseerd worden. Daartoe wordt naar de volgende aanpak toegewerkt. Op gemeentelijk en provincieniveau worden de woon- en zorgbehoeften in kaart gebracht. Gemeenten werken in verplichte verbrede woonzorgvisies uit hoe zij invulling geven aan de verschillende behoeften van aandachtsgroepen en stemmen dit regionaal af. De woonzorgvisies vormen de basis voor gemeenten om op lokaal niveau bindende afspraken te maken met woningcorporaties, particuliere verhuurders, zorgaanbieders/zorgkantoren en andere partijen in het fysiek en sociaal domein over de prestaties die geleverd moeten worden om aan de woon- en zorgbehoeften te voldoen. Actielijn 4: Het inzetten op preventie Zo veel mogelijk voorkomen dat mensen tot een aandachtsgroep gaan behoren, is niet alleen voor de betrokkene, maar ook de maatschappij als geheel winst. Het voorkomen van dakloosheid heef hierbij prioriteit.
Bij deze actielijn hoort ook de brede schuldenaanpak, participatie, inburgering, de zorg voor veiligheid en bovenal de zorg voor kwetsbare jongeren zodat zij een goede start op de woningmarkt kunnen maken. Zorgen voor voldoende betaalbare woningen met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding, evenwichtig verdeeld over gemeenten, vereist inzicht in de woon- en zorgbehoeften van mensen uit aandachtsgroepen. Veel scherper dan nu dient de opgave in beeld te zijn, zowel landelijk, regionaal als lokaal. Dat vraagt om duidelijker definities en beter zicht op de aantallen. Het rijk zal indicatoren uitwerken aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of de huisvestingspositie van mensen uit aandachtsgroepen verbetert. Daarbij moet bedacht worden dat sommige aandachtsgroepen behoefte hebben aan een ander type woonplek voor een passend thuis dan een gehele woning. Denk aan studenten of arbeidsmigranten, waar het ook kan gaan om onzelfstandige woonruimten als kamers en gedeelde woonruimten. Hier wordt in het programma rekening mee gehouden. Er wordt gewerkt aan een integrale ondersteuningsstructuur om in het bijzonder de gemeenten bij de opgave te faciliteren.