CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-04-03 Antwoorden op nagekomen vragen kwartaalsessie jeugdagenda 19 maart 2025

Debat Oranjezaal 2 juni 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen 19 maart, 9 april en 14 mei3.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nagekomen vragen kwartaalsessie jeugdagenda 19 maart 2025

ChristenUnie (Niesink) 1. Hoe ga je contact leggen met een vertrouwenspersoon wanneer je niet mag bellen? • De vertrouwenspersoon is via telefoon of chat bereikbaar. De vertrouwenspersoon komt langs op plekken waar kinderen en jongeren verblijven die te maken hebben met jeugdzorg. Bij Open jeugdzorg is dit 1 keer per 2 weken, bij Gesloten jeugdzorg 1 keer per week en bij Gezinshuizen 4 keer per jaar. 2. Welke stappen kan de gemeente nog zetten om het stelsel rond de vertrouwenspersonen te verbeteren? • In de uitwerking van de motie zijn de volgende verbeterpunten naar voren gekomen: o De informatieverstrekking over het recht op onafhankelijke clientondersteuning aan jongeren duidelijker en simpeler maken. o In het Fries kwaliteitskader Jeugdhulp de eis over informatieverstrekking aan scherpen o De informatieverstrekking bij verwijzers (GI's, POH's, Jeugdexpertteam) aan scherpen. o Periodieke voorlichting voor professionals over vertrouwenswerk. o Informatie over vertrouwenswerk zichtbaar op plekken waar jongeren komen (scholen, buurthuizen etc.). o Contactmogelijkheden vertrouwenspersoon/ onafhankelijk clientondersteuning aan laten sluiten bij wensen jongeren. o Afspraken maken met vertrouwenswerk/ onafhankelijke clientondersteuning over aanwezigheid op woonlocaties. o Jaarlijks met jongeren in gesprek over de uitvoering van Vertrouwenswerk/ onafhankelijk clientondersteuning.

• De komende tijd gaan we met de betrokken partijen (intern en extern) in gesprek over hoe we uitvoering kunnen geven aan bovenstaande verbeterpunten. 3. Hoe vergroten we de veerkracht als in de praktijk de jongeren worden tegengewerkt? • De veerkracht vergroten we door middel van de acties benoemd onder pijler 1 van de Jeugd Agenda. 4. Hoe heeft de gemeente zicht op dat die hogere intensiteiten ook daadwerkelijk worden geleverd? Is het niet zo dat de aanbieder hier redelijk vrijuit op kan declareren?

•

De verwijzer (Jeugdexpertteam/ GI) checkt bij de evaluatie, tussentijds en aan het eind van het traject, of de doelen en de resultaten uit het ondersteuningsplan zijn behaald.

•

De GI’s en de gebiedsteams stellen vast welke ondersteuningsbehoefte er is, welk profiel van toepassing is en welke resultaten gesteld worden. De aanbieder stelt vervolgens vast welke intensiteit nodig is om de gewenste doelen en resultaten te behalen. Aan de intensiteiten is een tarief gekoppeld dat reëel is voor het hulpverleningstraject dat wordt ingezet1. Het te declareren bedrag kan bij gecontracteerde aanbieders nooit hoger zijn dan het bedrag dat aan het profiel en de intensiteit is gekoppeld. Aanbieders kunnen daarmee niet vrijuit declareren. Wanneer we vanuit het berichtenverkeer signaleren dat een aanbieder op bepaalde onderdelen afwijkt van vergelijkbare aanbieders geven we deze signalen door aan contractmanagement SDF. Contractmanagement gaat daarop in gesprek met de aanbieder. Hierbij kan gedacht worden aan signalen als: langere zorgduur dan gemiddeld, gemiddeld hogere intensiteit vragen, vaker vervolgtraject inzetten. Er wordt momenteel vanuit SDF gewerkt aan de mogelijkheid om Materiële Controles (= een vorm van een rechtmatigheidstoets) uit te kunnen voeren bij aanbieders. Daarmee kunnen we controleren of de afgesproken ondersteuning daadwerkelijk geleverd is.

•

•

1

SDF, praktijkhandboek aanbieders

5. Welke inzichten van de afgelopen jaren hebben geleid tot welke aanpassingen in de visie op jeugdhulp binnen de gemeente Leeuwarden. En welke aanpassingen kunnen we eventueel nog verwachten? • Bij het opstellen van de Jeugd Agenda is nadrukkelijk gekeken naar de wetenschappelijke onderzoeken en kennis op basis van ervaring (zie ook bijlage B van de Jeugd Agenda). De inzichten die vanuit daar opgedaan zijn hebben geleid tot de visie van de Jeugd Agenda. De inzichten die het recent verschenen rapport Groeipijn opleveren, sluiten aan bij Jeugd Agenda en zijn geen aanleiding voor aanpassingen in visie.

GroenLinks (Dragstra) Pijler 1 actie 1 1. Wat is de samenstelling van de groep van 100 meedenkende jongeren?

•

Voor het uitvoeringsprogramma jongerenwerk is input opgehaald onder afgerond 100 jongeren (totaal 101). Dit behoefteonderzoek is in samenwerking met jongerenwerk Amaryllis uitgevoerd. In Jimmy’s en op verschillende voortgezet onderwijs locaties in de stad en in Grou zijn vragenlijsten door jongerenwerkers bij de jongeren afgenomen. Van de ondervraagde jongeren is 51 procent man, 48 procent vrouw en 1 procent non-binair. Van de ondervraagden was 81 procent tussen de 10 en 15 jaar, 17 procent tussen de 16 en 23 jaar en 3 procent tussen 24 en 27 jaar. Jongeren zijn uitgenodigd voor de opvolgende pizzasessie. Hierin zijn resultaten teruggekoppeld en verdiepende vragen aan de jongeren gesteld. • Bij de uitwerking van de Motie geef jongeren een stem hebben we een groep van 22 jongeren betrokken (vanuit Jimmy’s/Stjoer en Zorgbelang). Daarnaast is er een groep jongeren actief betrokken geweest bij het opstellen van de Jeugd Agenda. Deze groep heeft aangegeven ook bij de verdere uitwerking betrokken te willen zijn. 2. Zijn ook ouders als meedenkend betrokken? Zo nee waarom niet zo ja op welke wijze? • Ouders zijn niet betrokken bij dit proces. Onze focus richt zich op dit moment op de jongeren. Pijler 1 actie 5 1. Hoeveel buurtgenoten zijn actief en op welke plekken in de gemeente? • Op dit moment (maart 2025) zijn er 46 vraaggezinnen.

Dit zijn de gezinnen die graag steun willen ontvangen. 88% betreft een één-oudergezin en 12% vluchtelinggezin. 45 Vraaggezinnen wonen in de stad Leeuwarden, 1 in een dorp. In de stad is de verhouding ongeveer 65% Leeuwarden Oost en 35% daarbuiten. Op dit moment (maart 2025) zijn er 74 steungezinnen. Dit zijn gezinnen die steun willen bieden. 33% van deze gezinnen woont buiten de stad, 66% in de stad. 2. Is er zicht op verloop en de betekenis van deze gezinnen voor gesteunde ouders? • Ja dat zicht is er. Buurtgezinnen houdt effectrapportages bij, zowel kwalitatief als kwantitatief. De effectrapportage over de jaren 2023 en 2024 is bijna af. Wanneer de effectrapportage beschikbaar is, wordt deze met de eerstvolgende kwartaalbrief gedeeld. Pijler 2 actie 2 Op welke wijze kan de raad kennisnemen van de inhoudelijk evaluatie? Dit omdat de wijze van invulling van de plus uren voor ons wel belangrijk is. • In september 2024 zijn de eerste Jeugdondersteuners begonnen. Sinds 1 maart jl. is het team op volledige sterkte inclusief de aanvulling vanuit de brugfunctionarissen. Er is op dit moment nog geen inhoudelijke evaluatie omdat hiervoor het team eerst op volle sterkte

moest zijn. Gedurende dit jaar zal een evaluatiemodel worden ingericht en we verwachten eind 2025 over de eerste gegevens te beschikken. Daarnaast doet de Hanze Hoge school een 5- jarig onderzoek naar functie van jeugdondersteuners en brugfunctionarissen zowel in de gemeente Leeuwarden als Groningen. Pijler 3 Hoe lang is de wachtlijst op dit moment? • De wachtlijst beweegt zich vanwege toename spoed en crisis in de afgelopen maanden rond de 100 zaken. Er is een plan opgesteld om deze lijst terug te brengen. Kosten: 1. In hoeverre lopen de kosten voor jeugdzorg in de pas met andere jaren of is er een trendbreuk? • We zagen in 2024 de kosten voor jeugdzorg verder oplopen. Dit komt vooral door een: o Toename van intensiteit en zorgzwaarte o Ombouw van grotere verblijfsinstellingen naar kleinschalige woon- en verblijfsvormen o Indexering van tarieven o Verwerking van (incidentele) kosten uit voorgaande jaren 2. Worden kosten die indirect aan jeugdzorg gekoppeld zijn nu onder andere kosten ondergebracht. Met andere woorden: kosten worden wel gemaakt maar anders weggeschreven? (Aanpassing methodiek ipv aanpassing kosten). • Nee, er is geen aanpassing van methodiek geweest.

CDA (Hoedemaker) 1. Het aantal buurtgezinnen is uitgebreid, in hoeveel dorpen binnen onze gemeente zijn de buurtgezinnen nu actief? • Buurtgezinnen is uitgebreid in uren en werkgebied vanaf de zomer van 2024. Buurtgezinnen is nu beschikbaar voor alle inwoners van de gemeente Leeuwarden. 45 Vraaggezinnen wonen in de stad Leeuwarden, 1 in een dorp. In de stad is de verhouding ongeveer 65% Leeuwarden Oost en 35% daarbuiten.33% van de steungezinnen woont buiten de stad, 66% in de stad. 2. Op hoeveel locaties binnen de Kinderopvang is Alert4you ingezet en wanneer is het duidelijk of dit structureel wordt ingezet binnen de kinderopvang? • De methodiek Alert4You is ingezet op de 13 IKC's. Er heeft recentelijk een evaluatie plaats gevonden, waarbij Jeugdhulp Friesland, Kinderopvangorganisaties SKF en Sinne Kinderopvang en de Gemeente gezamenlijk hun ervaringen hebben gedeeld en geëvalueerd. Uit de evaluatie blijkt dat de inzet succesvol was, maar er is geen vraag meer naar deze methodiek binnen de kinderopvang. 3. De methode Kies wordt momenteel ingezet binnen het MBO en twee VO-locaties. Waarom niet meer in het primair onderwijs? • De KIES methode wordt sinds 2022 op scholen in het primair onderwijs georganiseerd. KIES (Kinderen In Een Scheiding) is ontwikkeld om kinderen, jongeren en ouders te begeleiden bij een scheiding.

STORM is een preventieprogramma, vanuit een samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulporganisaties en gemeenten. Het programma is er voor jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 12-21 jaar in het VO en MBO. STORM richt zich op het vergroten van de mentale gezondheid voor meer zelfvertrouwen, weerbaarheid en veerkracht. 4. In het voorjaar is er een nascholing voor de jeugdconsulenten over “Verklarende Analyse” is er binnen deze nascholing ook aandacht voor de samenwerking met het onderwijs?

•

De regionale scholing met betrekking tot de verklarende analyse zal vanaf april 2025 plaatsvinden. Alle jeugdconsulenten en gedragswetenschappers van het Jeugdexpertteam zullen deze training volgen. De verklarende analyse is een methode waarbij de oorzaken van een probleem of situatie worden onderzoekt. In plaats van alleen naar de symptomen te kijken, wordt geprobeerd de onderliggende factoren te identificeren. Het doel is om een diepere verklaring te vinden voor het probleem en zo effectievere oplossingen te bedenken. Na de training zijn Jeugdconsulenten en gedragswetenschappers samen met het gezin en betrokkenen vanuit het formele en informele netwerk in staat tijdig te signaleren wanneer een verklarende analyse wenselijk is en dat dan samen goed vorm te geven. Het onderwijs is onderdeel van het formele netwerk en zal vanuit die rol betrokken worden bij de Verklarende Analyse. 5. De motie “Geef jongeren een stem” vraagt expliciet naar de kwartaalrapportages rondom de vertrouwenspersoon. De zichtbaarheid binnen de niet residentiële behandelingen is nog laag. Op welke manier krijgt dit aandacht? • Jeugdstem (organisatie die de vertrouwenspersoon levert) levert jaarlijks een jaarrapportage aan de jeugdhulpaanbieders en GI’s waarin ze verslag doen van de hulp die ze dat jaar hebben geboden. Zo worden onder andere het aantal gesprekken en opvallende signalen gerapporteerd.

Aan de hand van deze jaarrapportage vindt een gesprek plaats tussen de vertrouwenspersonen en de directie van de jeugdhulpaanbieder of GI. Er wordt dan gekeken of de signalen gelden voor de hele organisatie of enkel voor een bepaalde groep en aan de hand daarvan kunnen acties geformuleerd worden. Daarnaast komen de verbeterpunten die de vertrouwenspersoon aandraagt terug in het kwaliteitsverslag van de jeugdhulpaanbieder. In het kwaliteitsverslag moet worden opgenomen op welke wijze klachten, signalen en incidenten hebben bijgedragen aan aanpassingen van de geboden jeugdhulp. Dit is geborgd in de overeenkomst die de jeugdhulpaanbieder met SDF heeft afgesloten. Tijdens de contractmanagement gesprekken is het kwaliteitsverslag onderwerp van gesprek. • De zichtbaarheid bij niet residentiele jeugdhulp aanbieders (en verwijzers) kan vergroot worden. Zie antwoord bij vraag 2 ChristenUnie voor de verbeterpunten. 6. Uit hoeveel FTE bestaat het jeugdexpertteam nu en hoe gaat het met het ziekteverzuim • Per maart bedraagt de bezetting van het Jeugdexpertteam circa 26 fte en er is nog vacatureruimte van 1,5 fte. Het ziekteverzuimpercentage bedraagt 6%. 7. Hoeveel uren heeft de klachtenbemiddelaar binnen het jeugdexpertteam? • Daarvoor is 8-12 uur per maand voor beschikbaar.

Partij van de Arbeid (de Caluwe) 1. Is er een vaste groep jeugd of jongeren die als klankbord fungeert? Zo, nee: behoort een vaste klankbordgroep met ervaringsdeskundigen vanuit de jeugdzorg tot de opties?

•

Bij het opstellen van de Jeugd Agenda is een groep jongeren betrokken. Deze groep wordt nog steeds betrokken bij vraagstukken die de Jeugd Agenda raken. Daarnaast is er in contact met Stjoer, Zorgbelang (de adviesvangers) en Jimmy’s een groep jongeren betrokken bij de uitwerking van de motie ‘geef jongeren een stem’. Vanuit het regionale project ‘De Fryske regiovisie jeugdhulp’ wordt een Ervaringsdeskundigen pool ingericht waar we als Friese gemeenten (en onze samenwerkingspartners) gebruik van kunnen maken. De opdracht hiervoor is gegund aan Zorgbelang en begin 2025 is er gestart met het opzetten van de pool. Daarnaast is binnen Stjoer het E-team aanwezig. Dit is een team met jongeren tussen de 18 en 30 jaar die ervaring hebben met jeugdhulpverlening, jeugdreclassering en/of jeugdbescherming en daardoor te maken hebben gehad met ontwrichting, crisis, ondersteuning en herstel. Het betreft een samenwerking tussen

2.

3.

4.

5.

6.

2

Jeugdhulp Friesland, Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, KIEN, Stjoer en Zorgbelang Fryslân. Jeugdzorgwerkers (en gemeenten) hebben de mogelijkheid om met deze ervaringsdeskundige jongeren in gesprek te gaan. Tot slot wordt jongerenparticipatie ook vanuit het beleidskader Overheid en samenleving verder versterkt. Zo wordt er gewerkt aan een platform waar lokale jongerenorganisaties en organisaties voor jongeren onderdeel van zijn. Jongeren kunnen zelf onderwerpen aandragen die zij belangrijk vinden. Met bovenstaande initiatieven is een vaste klankbordgroep met ervaringsdeskundige jongeren beschikbaar. • Ook kan de gemeente via dit platform jongeren vragen om over beleid en plannen van de gemeente mee te denken. Afhankelijk van de onderwerpen kunnen dit wisselende groepen jongeren zijn. We onderzoeken de verbinding tussen de brede Jeugdagenda en het platform. Herijking IKC’s: op welke manier worden de uitvoerenden van de werkvloer (directeuren, leraren, ouders?) hierbij betrokken? Wat is de planning? • In het bestuurlijk overleg over de Jeugd Agenda met het primair onderwijs, kinderopvang en gemeente is afgesproken dat een bestaande werkgroep van stafmedewerkers vanuit onderwijs, kinderopvang en beleidsmedewerkers van de gemeente een voorstel gaan maken in de tweede helft van 2025. De uitvoering van herijking vindt door de gemeente plaats in 2026.

Is de analyse uitgevoerd rondom de toename duurdere trajecten? En wat kan hierover worden gezegd? Zo niet, wanneer is de analyse beschikbaar? • We zien vanuit het berichtenverkeer een toename van kosten bij een kleine groep jeugdigen. Deze jeugdigen worden vooral door de Gecertificeerde Instellingen doorverwezen en hebben vaak een traject in combinatie met verblijf. De kosten van verblijf zijn gestegen als gevolg van de ombouw naar kleinschalige woonvoorzieningen. Ook landelijk wordt geconstateerd dat dit belangrijke oorzaak is van de toename in kosten2. Welke ervaringen zijn er nu met Sterk in Firda tot nog toe? Wat kan er hierover worden gezegd? Wetende dat de start recent/ begin 2025. • De methodiek Sterk in Firda is sinds januari 2025 operationeel. Dit voorjaar wordt er een onderzoeksopzet gemaakt door NHL Stenden voor de evaluatie van de Methodiek Sterk in Firda. In het najaar worden de eerste resultaten van de werkwijze opgehaald. Preventie in Limburg: Voeren van regie, nadrukkelijkere rol van de jeugdwerker ism gezin en uitvoerders? Is dit een aanvullende kans voor Leeuwarden? • Met deze aanpak zijn wij (nog) niet bekend. Wel hebben we binnen de gemeente Leeuwarden het project ‘zicht op veiligheid’ wat vanuit het programma Toekomstscenario wordt uitgevoerd.

Met dit project willen we de samenwerking en afstemming tussen het gezin, het Jeugdexpertteam, de GI, en Veilig Thuis versterken. Dit moet zorgen voor een efficiëntere inzet van middelen en een betere coördinatie van zorg ten behoeve van het gezin. Hoe leer je van meerdere en andere gemeenten over welke (preventieve) aanpakken werken • Door actief te zijn in regionale en landelijk netwerken, het volgen van publicaties etc. horen we van andere gemeenten (en organisaties) welke preventieve aanpakken effectief zijn. In sommige gevallen trekken we nauw op met andere gemeenten. Een voorbeeld hiervan is de OKO-aanpak (Opgroeien in een Kansrijke Omgeving). Dit is een onderbouwde en datagestuurde aanpak gericht op het voorkomen van middelengebruik en het bevorderen van de mentale gezondheid van jongeren. De aanpak richt zich op de omgeving van jongeren, verdeeld in vier domeinen: gezin, school, peergroep en vrije tijd. In de aanpak gaan samenwerkingspartners aan de slag met het versterken van beschermende factoren en pakken risicofactoren aan. Hierin zoeken we contacten met verschillende gemeenten die al langer succes hebben met deze aanpak zoals de gemeenten Súdwest

Improven, Uitgavenonderzoek Jeugdzorg 2023 & 2024

Fryslân en Urk en trekken we op met een aantal gemeenten die net als wij starten met de aanpak. 7. Hoe kijken we nu aan tegen leefklimaat onderzoek? Het is effectief, is de conclusie, maar mits goed opgevolgd. Wat is er nodig, om dit goed op te volgen? • Een leefklimaat onderzoek is een moment opname. Wanneer de resultaten van het onderzoek beschikbaar zijn, kan de samenstelling van en de situatie op de woongroep alweer gewijzigd zijn. Daarom is het belangrijk dat er naast het leefklimaat onderzoek andere manieren zijn waarop jongeren hun stem kunnen laten horen (via bijvoorbeeld Cliëntenraden, cliënt ervaringsonderzoeken en toegang tot vertrouwenspersoon). De uitkomsten van het leefklimaat onderzoek moeten altijd gedeeld worden met de jongeren en medewerkers. Vervolgens moeten duidelijke doelen gesteld worden en moet er geëvalueerd worden om het leefklimaat te kunnen verbeteren. Nog openstaande vraag van de VVD (Kamminga) tijdens de sessie: de absolute aantallen van de 40% ‘afgewezen’ vragen om doorverwijzing door het Jeugdexpertteam? • De openstaande vraag was tweeledig. Enerzijds werd gevraagd naar het absolute aantal van de 40% afgewezen aanvragen en anderzijds naar het effect daarvan op de caseload van de jeugdconsulenten. Ter verduidelijking: bij de genoemde 40% is geen sprake van een afwijzing maar van een terugverwijzing van het Jeugdexpertteam naar Amaryllis.

Reden van de terugverwijzing kan zijn omdat het dossier niet compleet is of er beoordeeld is dat er in het voorliggend veld een passende oplossing beschikbaar is. o Het aangegeven percentage van 40% was gebaseerd op 75 aanmeldingen (gedurende 4 maanden) waarvan 30 zijn terugverwezen naar Amaryllis. o Wanneer we kijken naar het effect van de terugverwijzingen op de caseload dan zien we dat er geen sprake is van een daling van caseload en werkdruk. Vermindering van instroom leidt tot het kunnen oppakken van zaken van de wachtlijst en dus niet tot vermindering van caseload. We zien op dit moment een daling van het aantal “terugverwijzingen”. D66 (Margré) 1. Gesloten Jeugdzorg: Zijn alternatieve vormen zoals Dushi huizen of Heppie Thuis interessant? Worden deze alternatieve vormen nu meegenomen/onderzocht in de transformatie van de gesloten jeugdzorg. • De beantwoording van deze vraag wordt meegenomen in de informerende bijeenkomst over Jeugdhulp op 9 april 2025. 2. Behoort het afstoten van de gesloten jeugdzorg bij Jeugdhulp Fryslân tot een optie bij het verdere vormgeven van de transformatie? • De beantwoording van deze vraag wordt meegenomen in de informerende bijeenkomst over Jeugdhulp op 9 april 2025. 3.

Uit de beantwoording van onze Schriftelijke vragen over de nieuwe plekken voor gesloten jeugdhulp bleek dat de wethouder er vertrouwen in had middels intensieve toetsing van de kwaliteitseisen en kaders dat de nieuwe plek gestart kon worden voor gesloten jeugdzorg. Nu is er toch weer een opnamestop in Drachten. Waarom is het toch weer misgegaan in Drachten, ondanks alle intensiveringen van afspraken e.d tussen SDF en JFH? • De beantwoording van deze vraag wordt meegenomen in de informerende bijeenkomst over Jeugdhulp op 9 april 2025. 4. Krijgen wij de concretisering van het toekomstige portofolio van JHF ook naar ons als raad. (1 april bekend).

•

De beantwoording van deze vraag wordt meegenomen in de informerende bijeenkomst over Jeugdhulp op 9 april 2025.

5. Moeten we eventueel rekening houden met financiële tegenvallers voor onze gemeente als het gaat om de financiële situatie van JHF (nav update eind maart). • De beantwoording van deze vraag wordt meegenomen in de informerende bijeenkomst over Jeugdhulp op 9 april 2025. 6. Jeugdwet Artikel 2.2.2.c ‘Welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcomecriteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Waar kan ik dit nu terugvinden? Hoe wordt hier nu uitvoering aan gegeven? Gebrek aan data/indicatoren bij gemeente is ook een zeer groot kritiekpunt van ‘Groeipijn’). Kan er nogmaals uitleg gegeven worden hoe uitvoering wordt gegeven aan dit artikel uit de Jeugdwet? • In het Fries kwaliteitskader jeugdhulp voor specialistische jeugdhulp aanbieders en de subsidie afspraken zijn de prestatie- indicatoren vastgelegd. Door middel van Samenwerken aan Resultaat en Kwaliteit (SARK) wordt getoetst of aanbieders hieraan voldoen. De Gecertificeerde Instelling rapporteren hier halfjaarlijks op. 7. De oproep naar het Rijk is duidelijk (ook in relatie tot Groeipijn).

Maar heeft het college een plan B als het Rijk niet met extra financiering komt? En hoe vangen we dit op in het meest slechte scenario? Algemene Reserve? • Dit betreft een vraag voor het college. 8. Jeugdondersteuners: Hoe gaat het hiermee? Staat de filosofie nog overeind? Monitoring/strakke aansturing/niet ambtelijk denken/vrije rol/Ligt dit nu stil? Wanneer kunnen we een volgende evaluatie hiervan verwachten? • Sinds 1 maart jl. is het team op volledige sterkte (12) inclusief de aanvulling vanuit de brugfunctionarissen. De filosofie en de beschreven methodiek van de jeugdondersteuners wordt nog steeds toegepast. Alle jeugdondersteuners hebben een onafhankelijke positie binnen de scholen en pakken hun rol daardoor neutraal op en passen per school maatwerk toe. Gedurende dit jaar zal een evaluatiemodel worden ingericht en we verwachten eind 2025 over de eerste gegevens te beschikken. 9. Beschikbaarheidsfinanciering een goede manier om woningen sneller beschikbaar te maken voor jongeren? (Stichting het Vergeten Kind) Is deze vorm van financiering interessant om te onderzoeken/te gaan implementeren? • De beantwoording van deze vraag wordt meegenomen in de informerende bijeenkomst over Jeugdhulp op 9 april 2025. 10.

Toezegging wethouder debat Woodbrookers: SDF gaat onderzoeken hoe en door wie we als gemeenten, binnen onze cirkel van invloed, (naast de huidige checks op certificering, opleiding etc.) een actievere rol kunnen aannemen in het toezien op de kwaliteit van zorg en behandeling die de gecontracteerde aanbieders leveren, m.n. bij Jeugdhulp Friesland waar behandelcentrum Woodbrookers deel van uitmaakt. We zijn benieuwd een ‘actievere’ uitvoering uit blijkt. Kan er wellicht een uitleg hierover worden gegeven? • De beantwoording van deze vraag wordt meegenomen in de informerende bijeenkomst over Jeugdhulp op 9 april 2025. 11. Vertrouwenspersoon staat ‘op papier’ goed voor een kind in de jeugdzorg, maar is er ook een analyse waarom in de praktijk toch weinig jeugdigen de vertrouwenspersoon weten te vinden? • Uit de gesprekken met de jongeren komt naar voren dat een groot deel van de jongeren niet wist dat ze gebruik konden maken van een onafhankelijk cliëntondersteuner of vertrouwenspersoon. Jongeren die wel wisten van de onafhankelijk cliëntondersteuner of vertrouwenspersoon geven aan dat het niet duidelijk was wat de rol en taken van de cliëntondersteuner was of hoe ze contact op konden nemen. Dit wijst erop dat de zichtbaarheid en de informatieverstrekking te kort is geschoten. Zie antwoord vraag 2 ChristenUnie voor de verbeterpunten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=499f4118-7780-4954-84c8-1919752b37eb