CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-05-10 v1.0 JMecologie R23.008 QS Leeuwarden WTC - Cambuurstadion.pdf

Informatieve bijeenkomst 10 juli 2023, gemeente Leeuwarden6.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion QuickScan

JM ecologie b.v., 2023

QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming Rapportnummer R23.008 Status 1.0 (definitief) Datum 15-05-2023 Opdrachtgever Gemeente Leeuwarden Oldehoofsterkerkhof 2 8900 JA Leeuwarden Auteur Jessica Hovius Controle Jildou Dekker Voorpagina Overzicht plangebied Te citeren als Hovius, J., 2023. QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport R23.008 JM ecologie b.v., Gorredijk.

JM ecologie b.v. Leitswei 12 8401 CL Gorredijk

Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar © 2023 JM ecologie b.v. worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Inhoud Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 2 1.2 Globale ligging .................................................................................................................................................... 2 1.3 Structuur natuurwetgeving in Nederland ........................................................................................................... 3 1.4 Scope van de QuickScan ..................................................................................................................................... 5 1.5 Werkwijze ........................................................................................................................................................... 5 Beschrijving locatie en ingreep ........................................................................................................................... 7 2.1 Locatie .................................................................................................................................................................

7 2.2 Ingreep ................................................................................................................................................................ 8 Resultaten bureaustudie en veldbezoek (soortbescherming) .............................................................................12 3.1 Bureaustudie ..................................................................................................................................................... 12 3.2 Veldbezoek ....................................................................................................................................................... 12 Effecten en gevolgen ..........................................................................................................................................16 4.1 Overzicht beschermde soorten......................................................................................................................... 16 4.2 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna ...........................................................

16 Vervolgstappen ..................................................................................................................................................18 5.1 Vleermuizen, essentiële vliegroutes ................................................................................................................. 18 Conclusie............................................................................................................................................................19 Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Inleiding 1.1

Aanleiding De gemeente Leeuwarden, hierna te noemen de opdrachtgever, is in 2020 begonnen met het omvormen en bouwrijp maken van het plangebied ten behoeve van de plaatsing van het nieuwe Cambuurstadion. Voorafgaand aan de werkzaamheden is er een QuickScan en een aanvullend nader onderzoek uitgevoerd. Vervolgens is er een ontheffing aangevraagd op de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Wegens uitstel van bouwactiviteiten en het niet (tijdig) inschakelen van een ecoloog, zijn de bomenrijen langs de Harlingertrekweg en het Dockumer Lokaeltsje gekapt zonder dat de effecten hiervan ecologisch getoetst waren. Hierdoor dienen de reeds uitgevoerde ecologische onderzoeken opnieuw uitgevoerd te worden. In 2022 is daarom onderzoek gedaan naar het effect van het verdwijnen van de bomen op eventuele aanwezige essentiële vliegroutes van vleermuizen door JM laatvliegers b.v. (Krösschell, 2022). Daarnaast is er nog een QuickScan uitgevoerd om de effecten van de bouwverlichting op deze essentiële vliegroutes te onderzoeken (Maris, 2022). Uit dit nader onderzoek en uit een door JM ecologie b.v. uitgevoerde QuickScan (Maris, 2022) is gebleken dat door de werkzaamheden de situatie dermate veranderd is ten opzichte van de eerder getoetste situatie; de essentiële vliegroute van vleermuizen langs het Dockumer Lokaeltsje is verloren gegaan.

De Harlingervaart en het hier aanwezige groen worden beiden nog gebruikt als vliegrouteondersteuning. Deze worden ook beide als essentieel aangemerkt, gezien het ontbreken van geschikte alternatieven in de omgeving. Ook is de bomenrij langs de Slauerhoffweg mogelijk in gebruik als vliegroute. Om negatieve effecten van lichtval op deze vliegroutes te voorkomen is in samenwerking met een ecoloog van JM ecologie b.v. een lichtplan opgesteld (Maris, 2022). Daarnaast heeft de provincie Friesland (het bevoegd gezag) als eis gesteld dat er voor 1 april 2023 herstelmaatregelen uitgevoerd dienen te worden en dat er een nieuwe QuickScan wordt uitgevoerd waarin de effecten op beschermde natuurwaarden van de gebruiksfase van het stadion worden getoetst met aanvullend een herstelplan voor het beperken en compenseren van eventuele in de QuickScan geconstateerde negatieve effecten. Onderliggende QuickScan is uitgevoerd om te onderzoeken wat de effecten zijn op beschermde natuurwaarden en of er vervolgstappen nodig zijn ten aanzien van de ontwikkelfase van het project.

Aan deze QuickScan ontwikkelfase ligt ten grondslag de eerder uitgevoerde ecologische onderzoeken, de eerder verleende en inmiddels verlopen ontheffing Wet Natuurbescherming met bijbehorend activiteitenplan, de met de provincie overeengekomen herstelmaatregelen 2022-2023 en het voor onderliggende QuickScan uitgevoerde onderzoek. Tevens wordt er los van deze QuickScan ontwikkelfase ook een QuickScan gebruiksfase uitgevoerd met als doel het toetsen van effecten op beschermde natuurwaarden tijdens de gebruiksfase.

1.2

Globale ligging Het plangebied ligt in een industrieel gebied in Leeuwarden, gemeente Leeuwarden, provincie Friesland. Het gebied is afgesloten door de Slauerhoffweg in het westen, de Heliconweg en Elfstedenhal in het noorden, de Heliconweg en een groenstrook in het oosten en de Harlingervaart ten zuiden.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 2 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rode kader) in Leeuwarden (bron achtergrond: Esri).

1.3

Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen), maar vindt zijn oorsprong in de Wnb. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. Tot slot bestaan er diverse provinciaal beschermde natuurgebieden. De bescherming van deze gebieden wordt middels provinciaal beleid geregeld en valt derhalve tevens niet onder de Wet natuurbescherming. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 3 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten.

De meeste provincies en het Rijk hanteren de “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012”. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht. In de provincie Friesland treedt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten in werking met ingang van de Omgevingswet. De provincie Groningen hanteert geen officiële lijst, maar stelt dat essentiële nesten functioneel niet weggenomen mogen worden. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan, zolang dit niet leidt tot het beschadigen van de functionaliteit van een vaste voortplantings- of rustplaats. Tevens mag de verstoring er niet toe leiden dat de leefomgeving die nodig is om de vaste voortplantings- of rustplaats te laten functioneren, in het geding komt.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 4 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen één of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen één of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode.

Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

1.4

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande wijziging, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, NatuurNetwerk Nederland en overige provinciale gebiedsbescherming) en de bescherming Houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen en rond het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande werkzaamheden en/of wijziging meerdere jaren wordt, of indien de omstandigheden significant wijzigen, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

1.5

Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 5 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Veldbezoek De veldbezoeken zijn afgelegd door Jessica Hovius, ecoloog van JM ecologie b.v., op 19 december 2022 en op 7 februari 2023. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden. Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de werkzaamheden en/of wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatsvinden.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 6 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Beschrijving locatie en ingreep 2.1

Locatie Het plangebied ligt binnen een industrieel gebied in het oosten van Leeuwarden. Langs de westzijde van het plangebied loopt de Slauerhoffweg. Aan de noordzijde van het plangebied ligt de schaatsbaan van Leeuwarden. Ten noordoosten van het plangebied is een woonwijk gelegen die nu wordt afgeschermd door een groen geluidsscherm. Ten zuiden van het plangebied loopt de Halingertrekweg en de Harlingervaart. Aan de oostzijde loopt een oude spoorlijn genaamd het Dockumer Lokaeltsje. Het plangebied bestaat uit een bouwrijp perceel waar bouwwerkzaamheden plaatsvinden en bouwmaterialen, bouwketen en machines aanwezig zijn. Aan de noordzijde is een McDonald’s gebouwd waarbij de auto’s die door de McDrive gaan langs de noordzijde van het pand langs rijden. Vanaf de Slauerhoffweg aan de westzijde loopt een weg richting het oosten (Stadionplein). Deze weg wordt halverwege het plangebied de Heliconweg.

Afbeelding 2.1. Begrenzing van het plangebied in Leeuwarden (rood kader) (bron achtergrond: Esri).

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 7 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

2.2

Ingreep Geplande gebruiksinrichting In het centrum van het plangebied zal het Cambuurstadion gebouwd worden. De gevels van dit stadion worden bijna 22 meter hoog (exclusief lichtmasten). In elke hoek van het stadion wordt een lichtmast gerealiseerd van circa 38 meter hoog vanaf de grond. De lichtmasten zullen pas in de gebruiksfase getest worden. Ten westen van het stadion worden parkeervakken aangelegd en wordt er een TV compound en mediaruimte gerealiseerd. Ten zuiden en zuidwesten van het stadion worden tevens parkeervakken gerealiseerd voor de ‘uitsupporters’ en een ‘keervak’ voor de spelersbus van de tegenpartij. Hiervoor komt ook een in- en uitrit aan de zuidwestzijde bij de Slauerhoffweg. De supporters van Cambuur kunnen bij de noordzijde het parkeerterrein op en af. Op de gevels van het stadion wil men gevelreclame gaan aanbrengen. Aan de zuid- en westzijde wil men dynamische reclamepanelen aanbrengen. Aan de oost- en noordzijde zal er statische en analoge reclamepanelen worden aangebracht. Aan de westelijke gevel waar de hoofdingang gesitueerd zal zijn, zal de gevelreclame bestaan uit twee ledwall panelen. Ook wil men het wapen van Cambuur gaan aanlichten (lamp er op laten schijnen) en zal de naamgeving van het stadion (de letters) verlicht zijn.

Het gebruik van het stadion, inclusief de bijbehorende lichtuitstraling wordt in onderliggende QuickScan ontwikkelfase nog niet getoetst en komt aan bod in de QuickScan gebruiksfase. Naast de gevelreclame wil men een reclamemast voor de McDonald’s en twee reclamemasten van maximaal 15 meter hoog realiseren. Aan de westzijde bij de hoofdingang worden 8 vlaggenmasten geplaatst, het is nog onbekend of deze verlicht worden. De gevelreclame, reclamemasten en het mogelijk aanlichten van de vlaggenmasten behoren tot de plannen bij de gebruiksfase en worden derhalve niet getoetst in onderliggende QuickScan. Tot slot worden er mogelijk nog twee gebouwen aan de zuidzijde van het plangebied gebouwd. De exacte plannen hiervoor staan nog niet vast waardoor mogelijke effecten van deze bebouwing zowel in de ontwikkelfase als in de gebruiksfase niet getoetst kan worden in onderliggende QuickScan. Inrichting huidige situatie aan de hand van herstelmaatregelen 2022-2023 Aan de noordzijde van het plangebied is een McDonald’s gebouwd. Om de lichtuitstraling van passerend verkeer zoveel mogelijk te beperken zijn er groene schermen geplaatst van circa een meter hoog (zie afbeeldingen 2.5 en 2.6).

Daarnaast zijn er nog bomen geplant langs de watergang aan de noordzijde van het terrein van de McDonald’s om lichtuitstraling van de lantaarnpalen op het parkeerterrein zoveel mogelijk te beperken (zie afbeelding 2.14). Op het parkeerterrein van de McDonald’s zijn lantaarnpalen met kofferarmatuur geplaatst. Langs fietspaden en wegen zijn lichtmasten geplaatst. Op een gedeelte van deze lichtmasten bestaat de mogelijkheid om aan één zijde een kap te plaatsen zodat het licht bijna niet uitstraalt naar een zijde (zie afbeelding 2.12). Conform de herstelmaatregelen 2022-2023 zijn in de lichtmasten welke langs de watergang staan aan de oostzijde van de McDonald’s afschermende kappen geplaatst om uitstraling van het licht op de watergang zoveel mogelijk te voorkomen. Langs het Dockumer Lokaeltjse zijn dergelijke kappen in de lichtmasten toegepast aan de zijde van de bomen. Op een aantal plekken in het gebied worden in de gebruiksfase lichtmasten geplaatst of vervangen. Het lichtplan hiervoor wordt beoordeeld in de QuickScan gebruiksfase. Daarnaast zijn er conform de herstelmaatregelen 2022-2023 recent (week van 1 februari 2023) bomen herplant aan de zuidzijde van het plangebied. Het gaat om zuiliepen en zwarte elzen van 6 meter hoog, die om en om geplant zijn (zie afbeeldingen 2.11 en 2.10). Als ondergroei zijn er struikvormers geplaatst (zoals meidoorn en gewone vlier).

Daarnaast is de opdrachtgever nog voornemens om op deze locatie een inheems zaadmengsel in te zaaien zodra de vochtbalans in de grond dit toelaat.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 8 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

De opdrachtgever is voornemens om in september 2024 de werkzaamheden te kunnen afronden. In deze QuickScan ontwikkelfase wordt beoordeeld of er in de ontwikkelfase negatieve effecten zijn op de nog aanwezige vliegroutes van vleermuizen inclusief de reeds uitgevoerde herstelmaatregelen 20222023 en wordt er vanuit gegaan dat de vliegroutes van vleermuizen die destijds zijn aangetast en/of zijn verdwenen weer hersteld worden in de eindsituatie volgens een nog op te stellen herstelplan behorend bij de QuickScan gebruiksfase. Daarnaast is er voor het gebruik van bouwverlichting tijdens de bouw van het stadion reeds een verlichtingsplan opgesteld (Maris, 2022).

Afbeelding 2.2. Huidige plannen voor het stadion en de omgeving. Aan de oostzijde van het stadion ligt het WTC gebouw. Aan de noordzijde van het stadion ligt de McDonald’s en de schaatsbaan (bron: gemeente Leeuwarden, 2023).

Afbeelding 2.3. Overzicht van het reeds bouwrijp gemaakte plangebied gezien vanaf zuidzijde.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

Afbeelding 2.4. Toekomstige locatie van het stadion gezien vanaf noordzijde.

blad 9 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Afbeelding 2.5. Groene schermen langs de zuidzijde van de McDonald’s.

Afbeelding 2.6. Groene schermen langs de noordzijde van de McDonald’s.

Afbeelding 2.7. Oostzijde plangebied.

Afbeelding 2.8. Noordoostzijde plangebied.

Afbeelding 2.9. Groene geluidsscherm noordoostzijde plangebied.

Afbeelding 2.10. Lichtmast met afschermende kap.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 10 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Afbeelding 2.11. Herplante bomen aan de zuidzijden van het plangebied.

Afbeelding 2.12. Herplante bomen aan de zuidzijde van het plangebied.

Afbeelding 2.13. Struikvormers zuidzijde plangebied.

Afbeelding 2.14. Nieuw aangeplante bomen noordzijde van de McDonald’s.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 11 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Resultaten bureaustudie en veldbezoek (soortbescherming) 3.1

Bureaustudie In 2020 door Bügelhajema een activiteitenplan Wet natuurbescherming voor het plangebied gemaakt. Dit activiteitenplan is gebaseerd op een tevens door Bügelhajema uitgevoerde ecologische inventarisatie. Echter is er door de gemeente Leeuwarden niet gehandeld volgens dit activiteitenplan en derhalve zijn er een aantal ecologische elementen verloren gegaan binnen het plangebied. Hierdoor dienen de reeds uitgevoerde ecologische onderzoeken opnieuw uitgevoerd te worden. Onderliggende QuickScan is uitgevoerd om te onderzoeken wat de effecten zijn op beschermde natuurwaarden in de ontwikkelfase. De situatie is echter niet zodanig gewijzigd dat er andere soorten worden verwacht dan in de eerder uitgevoerde bureaustudie naar voren zijn gekomen. Derhalve zullen de natuurwaarden behandeld worden uit de QuickScan waar het activiteitenplan op is gebaseerd, zijnde de algemene broedvogels en de essentiële vliegroutes van vleermuizen.

3.2

Veldbezoek Gedurende het veldbezoek is, naast het plangebied, een zone rondom het plangebied bezocht om de aanwezige natuurwaarden te inventariseren. Deze zone wordt gehanteerd, omdat werkzaamheden die plaatsvinden binnen het plangebied effecten kunnen hebben op de omgeving. Deze zone wordt door de ter zake kundige ecoloog tijdens het terreinbezoek bepaald. Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep.

3.2.1

Vogels Uit de eerder uitgevoerde ecologische inventarisatie van het gebied en recente veldbezoeken op 19 januari en 7 februari 2023, is de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en de aanwezigheid van mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5) uitgesloten. Algemene broedvogels Er is binnen en rond het plangebied geschikt habitat aanwezig voor diverse soorten algemene broedvogels. Langs de watergang de Harlingervaart en de watergang bij de McDonald’s kunnen diverse watervogels tot broeden komen zoals de meerkoet. In de aanwezige bomen zouden algemene broedvogels als de houtduif tot broeden kunnen komen. Aanwezigheid van algemene broedvogels kan derhalve niet uitgesloten worden. Consequenties van de ingreep op algemene broedvogels staan beschreven in paragraaf 4.2.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 12 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

3.2.2

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.

Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijven In het plangebied is geen bebouwing aanwezig die mogelijk dient als kraam-, paar-, winter- of zomerverblijfplaats van gebouwbewonende vleermuissoorten.

Het pand van de McDonald’s heeft geen geschikte invliegopeningen, ook de bebouwing ten oosten van het plangebied, de industriële loodsen en de bouwketen zijn niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Er zijn tevens geen bomen aanwezig met geschikte holtes voor boombewonende vleermuissoorten. Wel zijn er woningen ten noordoosten van het plangebied, in de woonwijk gelegen bij de Bilderdijkstraat en de Nicolaas Beestraat die mogelijk geschikt zijn als kraam-, paar- of zomerverblijfplaats van gebouwbewonende vleermuissoorten zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Deze bevinden zich echter buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden tijdens de ontwikkelfase. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van zowel gebouw- als boombewonende vleermuissoorten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden tijdens de ontwikkelfase kan uitgesloten worden.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 13 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Vliegroutes Om te onderzoeken hoe het verdwijnen van een aantal ecologische elementen van invloed is geweest op de in eerder nader onderzoek aangetoonde aanwezige essentiële vliegroutes, en voornamelijk hoe de (mogelijk) resterende essentiële vliegroutes zich verhouden tot de huidige plannen is door de Provincie Fryslân en de gemeente Leeuwarden besloten om aanvullend nader onderzoek uit te voeren langs de Harlingervaart en nabijgelegen het resterende/opnieuw aangeplante groen. Uit dit onderzoek blijkt dat de Harlingervaart (inclusief oever) en het groen langs de Harlingertrekweg een essentiële vliegroute vormen voor onder andere de meervleermuis, laatvlieger, gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis. Daarnaast kwam uit het vleermuisonderzoek gedaan in 2019, voorafgaand aan het bouwrijp maken van het plangebied, naar voren dat de groenstrook langs het Dockumer Lokaeltsje tevens een essentiële vliegroute voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger betrof (zie afbeelding 3.1). Uit de nadere onderzoeken bleken er tevens enkele vleermuizen langs de bomenrij aan de Slauerhoffweg te vliegen (westzijde plangebied). Echter was het vliegroute onderzoek niet specifiek gericht op de Slauerhoffweg waardoor een mogelijke essentiële vliegroute niet kan worden uitgesloten.

In 2023 zal er ten behoeve van de QuickScan gebruiksfase monitoring plaatsvinden van mogelijke vliegroutes van vleermuizen langs de Slauerhoffweg. Ook de zuidzijde van het plangebied langs de Harlingertrekvaart zal nogmaals gemonitord worden. Consequenties van de ingreep op aanwezige essentiële vliegroutes van vleermuizen wordt behandelt in paragraaf 4.2

Afbeelding 3.1. Essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger langs het Dockumer Lokaeltsje (grote rode pijlen) aangetroffen bij het nader onderzoek uitgevoerd in 2019 (bron: BügelHajema, 2020).

Foerageergebied

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 14 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

De omgeving van het plangebied is geschikt als foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen. Aangezien er in de omgeving van het plangebied genoeg, minstens even geschikt foerageergebied aanwezig is, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied beschouwd.

3.2.3

Overige beschermde natuurwaarden Onderliggende QuickScan is uitgevoerd om te onderzoeken wat de effecten zijn op beschermde natuurwaarden in de ontwikkelfase waarbij alleen de met zekerheid vaststaande onderdelen van de plannen getoetst zijn. Door de huidige situatie en de ligging van het plangebied worden er geen andere soorten verwacht dan in de eerder uitgevoerde QuickScan naar voren zijn gekomen.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 15 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Effecten en gevolgen 4.1

Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Tabel 4.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden. 3.1 = Vogelrichtlijn, 3.5 = Habitatrichtlijn, 3.10 = nationaal beschermd.

Soortgroep

4.2

Soort(en)

Bescherming

Aanwezig

Algemene broedvogels Diverse soorten

3.1

Potentieel

Vleermuizen

3.5

Aanwezig

Essentiele vliegroutes

Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Algemene broedvogels In het plangebied en binnen de verstoringszone hiervan kunnen meerdere algemene broedvogels tot broeden komen. Het gaat hier vooral om vogels die tot broeden kunnen komen langs watergangen en in bomen. Doordat er een constante bedrijvigheid is binnen het plangebied in de vorm van bouwactiviteit en normaal verkeer aanwezig is zullen soorten die tot broeden komen binnen het plangebied geen last hebben van deze menselijke activiteiten. Mogelijke broedvogels binnen het plangebied zijn gewend aan een urbane omgeving waardoor significante negatieve effecten op algemene broedvogels uitgesloten kunnen worden.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 16 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Vleermuizen Uit de nadere onderzoeken is gebleken dat de Harlingervaart en de groenstrook langs het Dockumer Lokaeltsje essentiële vliegroutes vormen voor onder andere de meervleermuis (enkel Harlingervaart), gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis (enkel Harlingervaart) en rosse vleermuis. Deze beide lijnvormige elementen zijn essentieel, omdat gelijkwaardige alternatieven in de omgeving niet aanwezig zijn. Door lichtverstoring kunnen aanwezige vleermuizen gedesoriënteerd raken, ten gevolge daarvan kan het functioneren verminderen van aanwezige essentiële vliegroutes. De groenstrook van het Dockumer Lokaeltsje, ten oosten van het stadion betreft een essentiële vliegroute voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Er zal geen straatverlichting worden aangebracht langs het zuidelijke deel van het Dockumer Lokaeltsje. Bij het noordelijke deel van het Dockumer Lokaeltsje is wel reeds straatverlichting aangebracht. Ter hoogte van het fietsenrek staan vier lichtmasten langs het Dockumer Lokaeltsje. In deze straatverlichting zijn kappen geplaatst zodat deze niet uitstralen naar de oostzijde en dus op de bomen die onderdeel zijn van de essentiële vliegroute. Tevens heeft er ecologische begeleiding plaatsgevonden om de aanwezige bouwverlichting zo te plaatsen zodat deze niet op de essentiële vliegroutes gericht staan.

Iets meer ten noorden, aan de Heliconweg (ten oosten van de McDonald’s) zijn ten oosten van de watergang drie lichtmasten aangepast met een kap zodat het licht niet uitstraalt naar de watergang. Een vierde lichtmast stond precies in het midden van de vliegroute (tussen de bomen en de watergang in), deze lichtmast is nu uitgeschakeld. Bij het groene geluidsscherm in het noordoosten van het plangebied zijn tevens drie lichtmasten met kap geplaatst waardoor het licht niet uitstraalt naar het groene geluidsscherm. Bij één lichtmast is geen kap geplaatst, deze lichtmast bevindt zich aan de westzijde van het groene geluidsscherm. De westzijde van het groene geluidsscherm is hoger dan het middengedeelte en de oostzijde van het groene geluidsscherm waardoor het licht niet uitstraalt naar het noorden op de vliegroute. Verder staat deze lichtmast ver genoeg naar het oosten om geen verstorende lichtuitstraling richting het westen te hebben op de het Dockumer Lokaeltsje. Negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen in het oosten van het plangebied tijdens de ontwikkelingsfase zijn om deze redenen uitgesloten. Langs de zuidzijde van het plangebied zijn bomen geplant en enkele struikvormers. Langs het fietspad langs de Harlingervaart staan lichtmasten met kofferarmatuur. Deze lichtmasten stonden er echter al ten tijden van het vliegroute onderzoek.

Daarnaast heeft er ecologische begeleiding plaatsgevonden om de aanwezige bouwverlichting zo te plaatsen zodat deze niet op de essentiële vliegroutes gericht staan. Negatieve effecten op essentiële vliegroutes langs de zuidzijde van het plangebied tijdens de ontwikkelingsfase kunnen hierdoor uitgesloten worden. Aan de westzijde van het plangebied, staat een bomenrij langs de Slauerhoffweg. Het is nog onbekend of dit een essentiële vliegroute voor vleermuizen betreft. Hier wordt in de actieve periode van vleermuizen in 2023 onderzoek naar gedaan. Langs deze weg en bomenrijen zijn reeds lichtmasten aanwezig. Tevens is er bij de ecologische begeleiding ten aanzien van de bouwverlichting op gelet dat deze bouwverlichting niet uitstraalt naar de omgeving. Hierdoor kunnen negatieve effecten op een potentieel aanwezige essentiële vliegroute langs de Slauerhoffweg tijdens de ontwikkelfase uitgesloten worden. Negatieve effecten op essentiële vliegroutes voor vleermuizen tijdens de ontwikkelfase van het stadion zijn uitgesloten. Echter dient er bij een verandering in de situatie van bijvoorbeeld de bouwverlichting eerst contact te worden opgenomen met de betrokken ecoloog.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 17 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Vervolgstappen In dit hoofdstuk worden de vervolgmaatregelen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 4 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgstap kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een specifieke werkwijze worden omschreven waardoor negatieve effecten worden voorkomen en de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Tabel 5.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is. 3.1 = Vogelrichtlijn, 3.5 = Habitatrichtlijn, 3.10 = nationaal beschermd.

Soortgroep

Vleermuizen

5.1

Soort(en)

Essentiële vliegroutes

Bescherming

3.5

Aanwezig

Aanwezig

Vervolgactie Bij een verandering in de situatie de ecoloog raadplegen. Herstelplan en QuickScan gebruiksfase opstellen.

Vleermuizen, essentiële vliegroutes In deze QuickScan zijn alleen mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in de ontwikkelfase beoordeeld. Er wordt – naast de reeds uitgevoerde herstelmaatregelen 2022-2023 ten behoeve van het herstel van de vliegroutes - vanuit gegaan dat effecten op beschermde natuurwaarden tijdens de gebruiksfase nog beoordeeld worden en de vliegroutes van vleermuizen die destijds zijn aangetast en/of zijn verdwenen weer hersteld worden volgens een nog op te stellen herstelplan voor de definitieve inrichting van de gebruiksfase. Indien er veranderingen ten opzichte van de huidige situatie van de bouwverlichting of de openbare inrichting benodigd zijn, dient er eerst contact te worden opgezocht met de betrokken ecoloog.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 18 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Conclusie In opdracht van de gemeente Leeuwarden heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd op de bouwlocatie en de omgeving van het nieuw te realiseren Cambuurstadion te Leeuwarden. Onderliggende QuickScan is uitgevoerd om te onderzoeken wat de effecten zijn op beschermde natuurwaarden tijdens de ontwikkelfase van het stadion en de omgeving van het stadion. In deze QuickScan zijn alleen mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in de ontwikkelfase beoordeeld. Negatieve effecten ten aanzien van beschermde natuurwaarden ten behoeve van de werkzaamheden tijdens de ontwikkelfase kunnen worden uitgesloten. Er wordt vanuit gegaan dat de vliegroutes van vleermuizen die destijds zijn aangetast en/of zijn verdwenen weer hersteld worden volgens een nog op te stellen herstelplan en dat effecten op beschermde natuurwaarden tijdens de gebruiksfase nog beoordeeld worden. Indien er veranderingen ten opzichte van de huidige situatie van de bouwverlichting of de openbare inrichting benodigd zijn, dient er eerst contact te worden opgezocht met de ecoloog.

Gorredijk, mei 2023 JM ecologie b.v.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 19 van 20

Gemeente Leeuwarden QuickScan Leeuwarden, WTC – Cambuurstadion

Geraadpleegde bronnen • • • •

• • • • • • •

Omon, B., 2020. Activiteitenplan Wet natuurbescherming bestemmingsplan Leeuwarden Gebiedsontwikkeling WTC/Cambuur. BügelHajema Adviseurs bv, Leeuwarden. BügelHajema adviseurs, 2019. Ecologische inventarisatie WTC/Cambuur-terrein. BügelHajema adviseurs, Leeuwarden. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. Krösschell, G.M., 2022. Nader Onderzoek Leeuwarden, Harlingervaart; Nader Onderzoek in het kader van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Rapport R22.151 JM laatvliegers b.v., Gorredijk. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Blake, D & A. Hutson (1994). Use of lamplit roads by foraging bats in southern England. Journal of Zoology, 224: 453 - 462. Verboom, B. (1998). The use of edge habitats by commuting and foraging bats. Thesis. IBN scientific contributions 10, University of Wageningen. Limpens, H, P. Twisk & G. Veenbaas (2004). Met vleermuizen overweg. Brochure uitgegeven door ministerie van verkeer en waterstaat en zoogdierenvereniging. Haarsma, A-J. (2010). Protocol vleermuizen en natte infrastructuur. Een voorstel Rapport 2010.1. Batweter onderzoek en advies, Heemstede. Signify. 2021. Lichthinder onderzoek, Nieuw Stadion Cambuur, 0400027790.

Datum: 15 mei 2023 rapport: R23.008, versie 1.0

blad 20 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=ba7d87f6-5ec4-4651-af81-43083882ecc6