2021-18-11 - GLL - Technische vragen warmtevisie
Tekst van het document
Transitievisie Warmte d.d. 14 november 2021 Technische vragen •
Raadsbrief, blad 2 Bij een ‘no-go van de geothermiebron: “We zullen ons dan meer focussen op de overige 12 buurten waar een ander warmtesysteem wordt geadviseerd?” -> welke buurten zijn dat? Zijn deze nu ook aangemerkt als kansrijke wijk in paragraaf 4.3 van de visie of zijn het weer andere buurten?
Nee dit zijn in de basis geen andere buurten, dit zijn inderdaad de buurten die nu al kansrijk zijn voor 2030 en een ander warmtesysteem hebben dan een warmtenet gevoed door de geothermie bron. We bedoelen dan: Stiens, Baard, Easterlittens, Húns, Leons, Oranjewijk, Aldlan, Rapenburg, Nijlan en de Zwetteparken. •
Raadsbrief, blad 3. “De integratie daarvan in het toekomstig Omgevingsplan, met daarvoor een vaststelling in de raad, is de juiste weg.” -> het Omgevingsplan wordt een verzameling van verschillende regels. o Waarom wordt het Omgevingsplan als meest geschikte (Omgevingswet)instrument gezien voor het vervolg van de warmtetransitie? Waarom wordt er bijvoorbeeld niet gekozen voor een Omgevingsprogramma?
In het Omgevingsplan kan ‘hard’ worden opgenomen wat de beste optie voor Warmtesysteem zal worden, vastgesteld door gemeenteraad. Daarmee is het duidelijk wat toekomstige optie zal zijn en worden ambities en opties daarmee getransformeerd tot duidelijkheid. Een programma heeft nog geen directe doorwerking naar particuliere pandeigenaren. Als je juist een uitwerking wilt waarin je direct aan individuele pandeigenaren afspraken wil vastleggen hoe zij met de aanpak van woning om moeten gaan of juist anders is de aanpak via een Omgevingsplan voor de hand liggender. Dat betekent wel een zwaardere procedure met vaststelling door de gemeenteraad. o
Zijn er al voorbeelden van Omgevingsplannen of Bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte waarin regels zijn opgenomen t.a.v. warmte?
De echte uitgewerkte voorbeelden zijn bij ons nog niet bekend. Het wettelijk kader voor het stellen van regels in het omgevingsplan over het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving is nog in ontwikkeling. Er wordt nog gewerkt aan de uitwerking van de rijksregels die bij de energietransitie het kader voor de gemeentelijke omgevingsplanregels gaan vormen. Dat kader moet de gemeenten voldoende lokale maatwerkruimte bieden voor de gemeentelijke regierol bij de overstap naar een duurzame warmtevoorziening. De verwachting is dat gemeenten hun daarmee samenhangende regels vanaf medio 2023 in het omgevingsplan kunnen opnemen. In Omgevingsplan wordt dan tevens doel en ambitie vastgelegd.
•
Raadsbrief, blad 5. Met de toekenning uit het Volkshuisvestingsfonds worden de komende jaren 1610 particuliere woningen in Oost-Leeuwarden gerenoveerd en verduurzaamd. Waarom zijn Oud-Oost (inclusief de Vlietzone) niet meegenomen bij de kansrijke wijken voor 2030?
Het volkshuisvestingsfonds wordt gebruikt om de woningen een aantal energielabel stappen verder te brengen, dus in de basis inzetten op isolatie. Van het aardgas is dan één stap verder en kan daarna snel plaatsvinden. Deze 1610 woningen zijn verdeeld over een aantal buurten in oost, en zorgen er dus niet direct voor dat één buurt kansrijk wordt. De komende 10 jaar wordt het fonds gebruikt voor de verduurzaming van de woningen, en daarmee worden ze voor na 2030 wel kansrijk. •
Raadsbrief, blad 5 / p33 visie. Kan een toelichting worden gegeven op de beschikbare middelen voor de energietransitie in de komende jaren? o Het bedrag van €476.000 is structureel beschikbaar toch? Dit is het bedrag dat is opgenomen in het collegeprogramma. Voor welke inspanningen wordt dit geld ingezet?
Het bedrag wat op pagina 41 van de warmtevisie is opgenomen is structureel beschikbaar en wordt ingezet voor de totale inspanning in het kader van de uitvoering van de Leeuwarder Energie Agenda. De precieze uiteenzetting van dit budget is door de raad besloten bij de behandeling van de LEA (dossiernr 1028, febr '21). o
Regie op Waar komt het genoemde bedrag van €250.000 vandaan en waar wordt het aan besteed?
Globaal is de inschatting als volgt: • • • • •
Diepte doorrekening per buurt, nog specifieker maken dan warmtevisie: €70.000,Voeren van huiskamergesprekken: €70.000,Communicatie per wijk: €50.000,- (bewustwordingsacties, info avonden, koken op inductie, enquête etc.) Schrijven plan: €10.000,Projectleiding, begeleiding en pocket money: €50.000,o
Klopt dat naast de genoemde bedragen voor wijkuitvoeringsplannen nog (p.33) nog aanvullende middelen beschikbaar zijn voor algemene werkzaamheden in het kader van de energietransitie (denk aan actualisatie RES/Transitievisie, ondersteuning bewonersinitiatieven, afstemming Liander, duurzaamheidsregelingen, sociaal energiebeleid, enz)
Klopt, naast die bedragen zijn voor algemene werkzaamheden zoals sociaal energiebeleid. We verwijzen hierbij naar het raadsbesluit LEA (dossiernr 1028, febr '21).
o
Tijdens Prinsjesdag maakte het kabinet bekend dat er ca. €7 miljard beschikbaar komt voor de energietransitie en de verduurzaming van woningen en bedrijven. Is bekend welk deel hiervan beschikbaar komt voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving? Zitten hier ook middelen bij voor de uitvoeringskracht van de gemeenten
Het kabinet heeft inderdaad op Prinsjesdag aangekondigd om € 6,8 miljard extra uit te geven aan klimaatmaatregelen. De € 6,8 miljard gaan naar: • • • • •
subsidies om eigenaren van gebouwen te helpen bij verduurzaming; duurzame energie en andere technologieën die de CO2-uitstoot verlagen; de energie-infrastructuur van de toekomst; maatregelen voor minder CO2 in de industrie; de uitvoering van bestaande afspraken uit het Klimaatakkoord.
•
Extra geld voor bestaande klimaatafspraken: Het kabinet maakt ook geld vrij om de uitvoering van de afspraken uit het klimaatakkoord op tempo te houden. Het gaat om € 73 miljoen. Dat geld gaat naar de uitvoeringskosten van decentrale overheden, zoals waterschappen en provincies. Hoeveel hiervan voor Leeuwarden beschikbaar is, is nog niet bekend. o
Daarnaast lopen er nog gesprekken met het Rijk over het beschikbaar stellen van structurele middelen. Welke vorderingen zijn hierin te melden. Wanneer wordt hier meer duidelijkheid over verwacht?
Hier worden pas vorderingen verwacht bij de vorming van een nieuw kabinet. o
Welke lobby-inspanningen worden er op dit vlak allemaal verricht?
De lobby inspanningen voor o.a. structurele middelen vinden plaats in samenwerkingsverband van de G40. Daarnaast zijn wij zelf ook als gemeente constant in gesprek met o.a. de RVO en BZK over het verkrijgen van middelen. •
P.11 Visie. Wat is de stand van zaken mbt uivoering van de motie CO2-uitstoot overige sectoren? (goed voor 63% van de CO2-uitstoot in de gemeente)
Deze is klaar en zal begin december in college worden besproken en direct daarna naar raad worden gestuurd •
P.13 “Voor een warmtenet geldt dat dit in verband met de al aanwezige infrastructuur niet overal ondergronds in te passen is”-> waar is dit het geval?
Dit is vooral aan de orde in de binnenstad en gebieden zoals in straten zoals in Huizum-west met veel bomen en relatief nauw straatprofiel. Op een aantal plekken in de stad is het door de “drukte” in de ondergrond dus niet altijd mogelijk om een warmtenet aan te leggen.
•
P.14 “Bij deze groei in werkgelegenheid is het wel belangrijk dat er ook genoeg personeel is in deze sectoren”. Wat wordt er op dit vlak gedaan? Kunnen we meer mensen omscholen richting duurzame techniek? Kan Leeuwarden hiervoor gebruik maken van het Just Transition Fund? 438 miljoen euro uit Europese fondsen voor Noord-Nederland | Omrop Fryslân (omropfryslan.nl)
Wij weten van verschillende initiatieven om personeel op te leiden en klaar te stomen voor een carrière in duurzaamheid en duurzame techniek. Zoals het Techniekpact, opleidingsprojecten van partijen als netwerkbedrijf Liander en via opleidingen die door Fryslân Werkt en de partners van de Scholingsalliantie Noord worden aangeboden (bijvoorbeeld kansen verzilveren in de techniek: https://www.snn.nl/nieuws/werkgevers-vakbonden-en-overheden-slaan-handen-ineen-voorbouwers-en-technici). Concreet leiden we ook bij de gemeente mensen op als energiecoach. Verder zijn er voor Noord-Nederland verschillende Europese fondsen beschikbaar die naast andere thema’s ook kunnen worden ingezet voor banen in duurzame techniek. In totaal gaat het om een bedrag van 438 mln. waarvan 330 mln. uit het Just Transition Fund (JTF)en 108 mln. uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Vanuit Friesland en Leeuwarden hebben we voor deze programma’s verschillende projecten en initiatieven geïdentificeerd die mensen opleiden voor een baan mbt energie en circulaire economie (human capital). We zijn betrokken bij overleg over de inzet van het EFRO en het JTF in Noord-Nederland, maar ons aandeel met name in het JTF, is afhankelijk van beslissingen die nog door het Rijk en de Europese Commissie moeten worden genomen. •
P.21-22 Kansrijke buurten o Bij Camminghaburen Noord en Rapenburg wordt aangegeven dat buurtbewoners een duidelijke voorkeur voor een alternatief hebben. Welke alternatief is dat?
Zowel in Camminghaburen Noord als Rapenburg is dit een collectief warmtenet. o
Bij verschillende buurten wordt aangegeven dat er een koppelkans ligt met het onderhoud van de riolering. Liggen hier ook mogelijkheden voor andere groene koppelkansen? (vergroening openbare ruimte, fiets- en voetgangervriendelijke inrichting). Worden hier integrale plannen voor gemaakt?
Absoluut liggen hier kansen, ook met bijvoorbeeld klimaatadaptatie en het gebruik van circulaire materialen wanneer je naar de inrichting kijkt. Wanneer er in de toekomst uitvoeringsplannen worden gemaakt worden deze kansen integraal meegenomen. In de visie is al zo goed mogelijk geprobeerd om deze kansen inzichtelijk te maken en in de analyse mee te nemen. In een uitvoeringsplan moet nader gekeken worden of deze kans ook echt voordoet, en meegenomen kan worden. •
P.23 “Wat het gekozen alternatief voor aardgas ook is, de gemeente speelt altijd een rol bij de overstap. Hoeveel regie de gemeente heeft kan wel verschillen.” -> is per buurt / warmteoptie duidelijk welke rol de gemeente heeft? En communiceert ze daar ook over? Ik kan me voorstellen dat de verwachtingen hierover niet altijd duidelijk zijn
Klopt, in de gesprekken met de verschillende buurten moet dit duidelijk worden, dis heeft ook te maken met de nieuwe overheid: wat willen inwoners van de buurt zelf als rol en welke rol van de gemeente past daar dan het beste bij. Dan zal er ook over gecommuniceerd worden wat een ieders rol is.
•
P.25 “Vraagt het verbruik om meer capaciteit, dan verzwaart de beheerder het net.” -> loop je door deze manier van werken niet steeds achter de feiten aan? En werkt het ook niet zo dat het net moet worden aangepast/verzwaard voordat je verder kunt met een bepaalde warmteoptie? Hoe doorbreken we deze kip-ei-discussie?
Met deze visie doorbreken we dat al voor een gedeelte. De buurten/gebieden die nu als volledig elektrisch op de kaart staan bieden richting voor de gesprekken met en planning voor Liander. Er kan dan voor die gebieden bekeken worden of het net voldoet wanneer iedereen in 2050 volledig elektrisch zou worden. Dit zijn dan in principe niet de buurten waar we direct aan de slag gaan. Hiermee creëren we de benodigde tijd om het net aan te passen als dat nodig blijkt. •
P.27 In het lijstje activiteiten van de gemeente staat “Het investeren in aardwarmte en warmtenetten”. Waar/hoe doen we dat op dit moment als gemeente? Worden de investeringen niet gedaan door marktpartijen?
De investering in de huidige plannen voor een warmtenet en de Geothermie boring doen inderdaad marktpartijen. Wij investeren momenteel in de vorm van ambtelijke uren in coördinatie, planning en communicatie. •
P.28 Hier wordt ingegaan op het toepassen van sociaal krediet. Kan worden toegelicht hoe dit werkt? Bijv. Wie komt hiervoor in aanmerking? Op welke wijze wordt dit aangeboden bij de doelgroep? En door welke partij worden het risico afgedekt dat er niet kan worden terugbetaald?
Er is een groep woningeigenaren die niet gebruik kunnen maken van een reguliere lening en ook niet in aanmerking komen voor een duurzaamheidslening. Zij kunnen dus geen vergaande isolatiemaatregelen nemen om de energierekening omlaag te brengen en meer comfort in de woning te krijgen. Het betreft de groep inwoners met een eigen woning en een minimum inkomen (tot 130% van het Wsm) of inwoners met een eigen woning die vanwege een andere reden geen reguliere lening kunnen krijgen (negatieve BKR notering of omdat ze niet door de verplichte inkomenstoets komen bij de toetsing van de bank). Er zal eerst een pilot worden opgezet waarin we streven 20 woningeigenaren te bereiken. Onze gemeentelijke energiecoaches spelen een rol in het aanbieden van deze lening, naast dat we het via het energieloket kenbaar kunnen maken. Kredietbank Nederland zal de lening verstrekken. Het gaat om een relatief kleine lening van max. €2.500,Dit kost de gemeente een bedrag € 7.900,- voor de afkoop van het verschil tussen het rentepercentage van 5% van de Kredietbank en het percentage van de lening van 1.6% Deze kosten komen ten laste van het budget van de incidentele coronamiddelen van armoede en schulden sociaal domein. Daarnaast heeft de gemeente vanuit hetzelfde budget een bedrag van € 20.000,gereserveerd voor een borgstelling.