2021-09-28 Uitvoeringsprogramma Kansen voor Kinderen 2 2021-2028
Tekst van het document
Uitvoerings programma Kansen voor Kinderen 2 2021- 2028
Inhoudsopgave Voorwoord 5 Samenvatting 7 1. Kansen voor kinderen (2016-2020) Resultaten en uitdagingen 2. Kansen voor Kinderen 2 Kinderen in kwetsbare situaties
8
10
2.1. Intensivering en doorontwikkeling 10 2.2. Doelen en aanpak 10 2.3. Succesfactoren 12 3. Verbinding 14 Samenwerking tussen opvang, onderwijs en ondersteuning 3.1. Achtergrond 14 3.2. Pilot Steunstructuur 12- 14 3.3. Opdracht college B&W 14 4. Financiële dekking 16 5. Overleg- en organisatiestructuur
18
Bijlagen 1. 2.
Samenvatting notitie Analyse aandachtsgebieden Integrale Kindcentra als voertuig
20 22
4
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2
Voorwoord Leeuwarden is Global Goals gemeente. Als het gaat om kinderen en onderwijs zijn met name de Global Goals 1 en 4 van belang. Global Goal 1 gaat over het halveren van het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft, het zorgen voor gelijke toegang tot basisvoorzieningen, gelijke economische kansen en het vergroten van de weerbaarheid van mensen in kwetsbare situaties.1 Global Goal 4 gaat over goed en inclusief onderwijs en een leven lang leren.2 De gemeente Leeuwarden vindt het belangrijk dat kinderen zich goed kunnen ontwikkelen en gelijke kansen krijgen; thuis, op de opvang en op school. 3 Ook kinderen in kwetsbare situaties. Daarom zet de gemeente in op de ontwikkeling van Integrale Kindcentra (IKC’s). Juist op IKC’s kunnen kinderen in kwetsbare situaties al in een vroeg stadium de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.
In de periode 2016-2020 hebben we al stevig ingezet op ‘Kansen voor Kinderen’. Nu is het tijd om de koers van de Integrale Kindcentra in Leeuwarden te intensiveren en door te ontwikkelen. We richten de focus vooral op de kinderen en kwetsbare gezinnen in de aandachtsgebieden in Leeuwarden. De tijd is rijp voor Kansen voor Kinderen fase 2.
Alle kinderen in Leeuwarden hebben recht op gelijke kansen. Alleen samen kunnen we zorgen voor goed en inclusief onderwijs en kinderopvang. Het motto voor fase 2: ‘Selectief investeren om ongelijkheid tegen te gaan’.
Leeuwarden wil kwetsbare gezinnen in onze gemeente gelijke kansen bieden. Maar hoe doen we dat? Die vraag wordt binnen de gemeente vaak vanuit verschillende beleidsterreinen bekeken, afzonderlijk voor opvang, onderwijs, welzijn en zorg. Dit leidt tot versnippering van aandacht en geld, en tot partiële in plaats van integrale oplossingen. Het gevolg is dat Leeuwarden, ondanks jarenlange inspanningen, nog steeds slecht scoort als het gaat om het aantal kinderen dat opgroeit in kwetsbare gezinnen, kinderen in armoede en kinderen met een risico op een onderwijsachterstand. Om werkelijk verschil te maken voor de Global Goals en om de effectiviteit van onze aanpak te verhogen, is meer focus nodig. Hoe zorgen we ervoor dat álle kinderen in Leeuwarden gelijke kansen krijgen, op school, op de opvang en bij voorschoolse en buitenschoolse activiteiten. Hoe kunnen we gezamenlijk bouwen aan een dekkend ondersteuningsaanbod voor kinderen in kwetsbare situaties. Daarover gaat deze notitie, daarover zijn wij in dialoog met het primair onderwijs en de kinderopvang.
1
https://vng.nl/artikelen/global-goal-1-geen-armoede
2
https://vng.nl/artikelen/global-goal-4-kwaliteitsonderwijs
3
Collegeakkoord De Kracht van Samen
5
“ 6
“
Met een goed preventief jeugdbeleid kan voorkomen worden dat alledaagse vragen rond opgroeien en opvoeden uitgroeien tot problemen. Preventie heeft betrekking op het voorkomen, vroegtijdig signaleren en aanpakken van risico’s en problemen. Hiervoor kunnen gericht interventies worden ingezet, waarbij drie soorten preventie zijn te onderscheiden: universele, selectieve en geïndiceerde preventie. Universele preventie is bedoeld voor iedereen, selectieve preventie voor groepen met een verhoogd risico en geïndiceerde preventie voor individuen met een verhoogd risico. Preventief beleid werkt het beste als het doelgericht, gecoördineerd, samenhangend en langdurig wordt uitgevoerd.
Bij goede preventie worden niet alleen dreigende problemen aangepakt, maar wordt ook geïnvesteerd in beschermende factoren, zoals ouderbetrokkenheid en sociale netwerken. Aandacht voor beschermende factoren zorgt ervoor dat preventie niet leidt tot overmatig veel aandacht voor alle mogelijke risico's voor gezond, veilig en kansrijk opgroeien. Versterking van positieve factoren kan allerlei risico's compenseren. Dat vergroot de kans op een omvangrijk en duurzaam resultaat
Bastiaanssen, Hamberg & Ince, 2020
Van Yperen, Van de Maat & Prakken, 2019
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2
Samenvatting De gemeente Leeuwarden wil de ontwikkelings kansen voor kinderen vergroten door te investeren in het jonge kind4 en meer preventief te werken. De Integrale Kindcentra (IKC’s), met name in de aandachtsgebieden, spelen hierbij een belangrijke rol. De IKC’s in deze wijken en buurten zijn de plekken waar het uitvoeringsprogramma ‘Kansen voor Kinderen 2’ (KvK2) in de periode 2021-2028 handen en voeten krijgt, omdat in die buurten en wijken de problematiek het grootst is. Het nieuwe uitvoeringsprogramma is onder meer gebaseerd op de evaluatie van de subsidieregeling Kansen voor Kinderen (2016-2020), de adviezen van de IKC-commissie en het eindrapport van de pilot Steunstructuur 12-. De keuze om te focussen op de aandachtsgebieden is gebaseerd op de uitkomsten van de Analyse Aandachtsgebieden (zie bijlage 1). Met KvK2 intensiveren we de koers die we in 2016-2020 hebben ingezet. Het is van cruciaal belang dat alle betrokken partijen zich hieraan committeren: de koepels primair onderwijs, de kinderopvangorganisaties, de (jeugd)hulporganisaties en de gemeente. Zowel inhoudelijk als financieel. Want alleen samen kunnen we de doorontwikkeling van IKC’s mogelijk maken. Door te focussen op kinderen in de aandachtsgebieden zetten we gezamenlijk de volgende stap in de IKC-ontwikkeling. Gelijke kansen voor alle kinderen. Op weg naar de realisatie van de Global Goals.
Doelstellingen De doelstellingen van Kansen voor Kinderen 2 (2021-2028) zijn: Verminderen van ongelijkheid Verbeteren van kwaliteitsonderwijs/opvang Bevorderen van goede gezondheid en welzijn
Strategie IKC’s in de aandachtsgebieden kunnen een ‘Plus’ krijgen. Dit betekent dat er voor hen extra middelen, personeel en ondersteuning beschikbaar zijn om de leef- en leeromstandigheden voor kinderen te verbeteren en de kans op achterstanden in onderwijs en opvang te verkleinen. Daar nemen we bewust een periode van 8 jaar voor. Naast de Plus IKC’s is er ook extra aandacht voor (nog te vormen) IKC’s in kleine kernen/ dorpen en IKC’s speciaal onderwijs. De IKC’s in alle andere wijken zetten het eerder ingezette pad van IKContwikkeling voort.
Aanpak Om de gestelde doelen te behalen, is meer samenhang tussen beleidsterreinen nodig. Daarom leggen we de verbinding tussen het beleid rond de Steunstructuur 12-, de versterking van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en de Plus IKC’s. KvK2 is de paraplu waaronder deze beleidsterreinen worden samengebracht. Mogelijk komen hier in de toekomst nog andere beleidsterreinen bij zoals de te ontwikkelen gemeentelijke notitie armoede. Op basis van KvK2 gaan we met de verschillende onderwijskoepels en de kinderopvangorganisaties om tafel om per IKC meerjarige resultaatafspraken te maken. Ook gaan we leercommunities opzetten. De resultaatafspraken gaan over de te behalen doelen en resultaten (gefaseerd in 8 jaar), de financiële bijdragen van gemeente, onderwijs en kinderopvang, de omzetting van de data-analyse in een passend aanbod, de aansturing van het IKC, de efficiente inzet van het huidige personeel na toevoeging van extra expertise. Op deze manier bieden we elk IKC ruimte voor maatwerk en eigenaarschap en benutten we de kracht vanuit de basis.
Monitoring en verbetering De resultaten van de Plus IKC’s worden gemonitord en geëvalueerd. Onder andere door het lectoraat Zorg voor Jeugd van NHL/ Stenden en de Academische Werkplaats C4Youth. Het doel is om tot een methodebeschrijving te komen die door andere gemeenten en IKC’s kan worden overgenomen.
Leeswijzer In hoofdstuk 1 vatten we de resultaten en uitdagingen samen van het beleid in de periode 2016-2020: Kansen voor Kinderen. In hoofdstuk 2 beschrijven we hoe het nieuwe uitvoeringsprogramma Kansen voor Kinderen 2 daarop voortbouwt: we intensiveren de IKC-ontwikkeling in de aandachtsgebieden. In hoofdstuk 3 lichten we toe waarom we kiezen voor de verbinding tussen opvang, onderwijs en de Steunstructuur 12- en hoe we daaraan vorm geven. In hoofdstuk 4, 5 en 6 gaan we in op de financiële dekking, de organisatieen overlegstructuur en de planning.
4
Zie Collegeprogramma ‘De kracht van samen’
7
1. Kansen voor kinderen (2016-2020) Resultaten en uitdagingen De subsidieregeling Kansen voor Kinderen werd in de periode 2016-2020 ingezet om de IKContwikkeling te stimuleren. De subsidieregeling gaf de IKC’s veel vrijheid in de keuze van activiteiten waarin extra werd geïnvesteerd. Voorwaarde was dat het IKC een gedragen visie en profiel had waaraan de subsidie een bijdrage kon leveren. Bij de toewijzing van subsidies speelde de IKCcommissie een belangrijke rol. Deze commissie bestaat merendeels uit vertegenwoordigers van de schoolbesturen en een vertegenwoordiging van de kinderopvang. Alle aanvragen zijn door de commissie op dezelfde wijze beoordeeld. De commissie adviseerde het college van B&W over de honorering van de subsidieaanvragen en gaf ook advies over de aanpassing van de subsidieregeling in de nieuwe periode.
8
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2
Uitkomsten evaluatie fase 1 Bij de brede evaluatie van de IKC-ontwikkeling in 2020 zijn de opbrengsten van de subsidieregeling Kansen voor Kinderen in kaart gebracht. Daarbij kwamen de volgende resultaten en vraagstukken/ uitdagingen naar voren: Resultaten: Eind 2020 waren er in totaal 29 IKC’s in Leeuwarden in ontwikkeling; dat is bijna de helft van alle basisscholen en kinderopvangorganisaties binnen de gemeentegrenzen. Bij ongeveer de helft van de IKC’s ervaren medewerkers dat ze in één team samenwerken. De scheiding tussen opvang en onderwijs bestaat voor hen niet meer. In de overige IKC’s wordt hard gewerkt aan de verdere integratie van opvang en onderwijs. Bij de subsidieronde in 2020 heeft de IKC-commissie de IKC’s waar de integratie naar haar oordeel niet snel genoeg gaat, een inspanningsverplichting opgelegd om dit binnen een aangegeven termijn te verbeteren. In 2019-2020 kregen IKC’s die een verplicht verlengde leertijd invoerden voorrang bij de toewijzing van subsidies. In zeven IKC’s is de verplicht verlengde leertijd ingevoerd. 70 à 80% van de subsidies worden al toegekend aan IKC’s in aandachtsgebieden. Dit zijn over het algemeen de gebieden waar de meeste armoede voorkomt en veel kinderen een hogere kwetsbaarheid hebben.
IKC’s hebben een eigen profiel: een deel van de IKC’s kiest voor één thema zoals muziek of gezondheid, er zijn ook IKC’s met een breed extra aanbod. Dit biedt keuzemogelijkheden. Het betrekken van ouders bij IKC’s blijkt lastig, al zijn er goede voorbeelden van IKC’s waar dat wel lukt. De IKC-commissie heeft tijdens de laatste subsidieronde verscheidene IKC’s een inspanningsverplichting opgelegd om de ouderbetrokkenheid te verbeteren. Vraagstukken en uitdagingen: Het groeiende aantal subsidieaanvragen van IKC’s overschrijdt het beschikbare budget; dat dwingt tot het maken van keuzes. De verschillende beleidsterreinen die invloed hebben op de leefomstandigheden en het welbevinden van kinderen zijn niet altijd op elkaar afgestemd. Dit betreft bijvoorbeeld preventie, armoede, VVE, media, gezondheid, cultuur, sport/bewegen. De doorontwikkeling van IKC’s vergt meer integraal beleid en samenwerking binnen het sociaal domein.
Voor kinderopvang zijn rijksbudgetten voor VVE beschikbaar afkomstig uit Onderwijsachterstandenbeleid (OAB). De gemeenten bepalen hiervoor de inzet. Versterking van de doorgaande ontwikkelings-/ leerlijn vergt verdergaande afstemming met het onderwijs.
Tussenevaluatie pilot jeugdondersteuners In 2019 is een pilot gestart met de inzet van jeugdondersteuners op drie IKC’s. Daarbij worden onderwijs, kinderopvang en preventieve ondersteuning/zorg met elkaar verbonden. In 2020 heeft NHL/ Stenden een tussenevaluatie uitgevoerd. De eerste resultaten van de pilot waren positief en geven reden om het aantal jeugdondersteuners uit te breiden. Een van de succesfactoren van de inzet van jeugdondersteuners op IKC’s is hun onafhankelijkheid. Die onafhankelijkheid moeten worden geborgd. Daarom hebben we de mogelijkheden verkend voor een vorm van neutraal werkgeverschap (zie hoofdstuk 3).
Het primair onderwijs ontvangt vanuit het ministerie van OCW onderwijs achterstand budgetten. Deze middelen kunnen, aangevuld met gemeentelijk budget, gerichter worden ingezet.
9
2. Kansen voor Kinderen 2 Kinderen in kwetsbare situaties 2.1. Intensivering en doorontwikkeling In Leeuwarden groeien nog steeds veel kinderen op in kwetsbare opvoedsituaties en armoede. Jarenlange inspanningen hebben niet tot aantoonbare verbeteringen geleid als het gaat om ontwikkelingskansen van kinderen. De gemeente, onderwijskoepels, kinderopvangorganisaties en (jeugd)hulp instellingen hebben allemaal in hun visie staan dat zij zich richten op ‘de ontwikkeling van kinderen van 0-12 jaar’, vaak met extra aandacht voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. Dit heeft echter te weinig effect wanneer de samenhang ontbreekt met de aanpak van onderliggende problematiek zoals armoede, echtscheidingsvraagstukken en ontwikkelingsachterstanden. Om die reden starten we een nieuw traject waarin gemeente, onderwijs en kinderopvang een intensieve samenwerking aangaan. Het doel is om tot een geïntegreerde inhoudelijke en organisatorische aanpak te komen die effectief bijdraagt aan de ontwikkeling van de jeugd tot 12 jaar. Op basis van het bijeenbrengen van verschillende landelijke, regionale en lokale data zijn de aandachtsgebieden binnen de gemeente bepaald. De vraag van ouders en kinderen in deze aandachtsgebieden bepaalt het preventieve maatwerkaanbod dat door de IKC’s wordt ontwikkeld.
De ervaring leert dat de kans op succes het grootst is als er meerjarige politieke én bestuurlijke borging is, maar ook als de (financiële) verantwoordelijkheden en het eigenaarschap bij de betrokken professionals zelf worden belegd. Als IKC’s zelf in ‘the lead’ zijn bij het bepalen van het maatwerkaanbod, ontstaan er nieuwe vormen van samenwerking op het gebied van ondersteuning en preventie. Daarom bieden wij de IKC’s in aandachtsgebieden de mogelijkheid om een Plus-profiel te krijgen. Dit geeft de IKC’s de kans om een meerjarig, samenhangend, geïntegreerd en preventief aanbod te ontwikkelen dat voor kinderen in kwetsbare situaties het verschil gaat maken. Een nieuw pad inslaan vergt durf en creativiteit. Een nieuwe aanpak wordt immers niet altijd gedekt door oude regelgeving. Ook moeten muren tussen onderwijs, opvang en gemeente worden doorbroken. Daarom nemen we een periode van 8 jaar om deze nieuwe aanpak te ontwikkelen en te implementeren. Dat geeft ruimte voor tussentijdse evaluatie en waar nodig bijsturing of aanscherping van het beleid. Sleutelwoorden zijn: openheid, vertrouwen en domein-overstijgend denken en handelen.
2.2. Differentiatie in IKC’s In fase 1 van de IKC-ontwikkeling is een brede basis gelegd. Voor alle IKC’s gelden de volgende kenmerken: Ieder IKC werkt vanuit één pedagogische visie. Het gehele team (opvang en onderwijs) wordt aangestuurd op basis van gelijkheidwaardigheid tussen onderwijs en kinderopvang. Ieder IKC biedt op basis van zijn pedagogische visie een bij de populatie (kinderen en ouders) passend aanbod van preventieve zorg. Een aanbod dat op evenwichtige wijze de cognitieve, sociaalemotionele, culturele en fysieke ontwikkeling van kinderen bevordert. Ouders worden zoveel mogelijk betrokken en meegenomen in de ontwikkelingslijn van hun kinderen. Waar gewenst worden ouders ondersteund bij opvoedingsvraagstukken. De VVE wordt zowel in de vroegschool als in de voorschool vanuit die ene pedagogische visie gegeven. De ontwikkelingslijn van kinderen wordt niet gehinderd door de overgang tussen voor- en vroegschool.
10
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2
Kinderen worden uitgedaagd om al hun talenten (voor zover passend bij het profiel van het IKC) te ontwikkelen en om steeds het beste van zichzelf te laten zien. In fase 2 bouwen we voort op deze basis, maar maken we onderscheid tussen drie vormen IKC’s. Dit geeft ons de kans om selectief te investeren om de kansenongelijkheid van kinderen tegen te gaan: A. IKC’s in aandachtsgebieden: de Plus IKC’s B. IKC’s die niet in aandachtsgebieden liggen C. IKC ontwikkeling in kleine kernen/dorpen A. IKC’s in de aandachtsgebieden: Plus IKC’s De focus ligt op de Plus IKC’s in de aandachtsgebieden. Daar wonen de meest kansarme gezinnen en de kinderen die de meeste aandacht behoeven (zie bijlage 1: Samenvatting Analyse aandachtsgebieden). De geografische aandachtsgebieden zijn bepaald op basis van wetenschappelijke indicatoren. Deze classificatie wordt tweejaarlijks in het bestuurlijk overleg herijkt. Om de leefomstandigheden voor deze kinderen te verbeteren en de kans op achterstanden in het onderwijs en opvang substantieel te verkleinen, krijgen de Plus IKC’s extra middelen, personeel en ondersteuning.
De inzet is gericht op de volgende doelen: Verminderen van ongelijkheid Verbeteren van kwaliteitsonderwijs/opvang Bevorderen van goede gezondheid en welzijn Een Plus IKC is bij uitstek de plaats waar eventuele ontwikkelings-/onderwijsachterstanden en opvoedingsproblemen van kinderen vroegtijdig in beeld komen en met betrekkelijk eenvoudige middelen kunnen worden aangepakt. Daarbij worden de verschillende leefgebieden van het kind en de context van het gezin betrokken. Een vraaggestuurd ondersteunings- en pedagogisch aanbod biedt kinderen niet alleen meer kansen, maar voorkomt ook dat problemen verergeren. Door vroegtijdige signalering en een passende aanpak voorkomen we dat kinderen in een later stadium tweedelijns (jeugd) zorg nodig hebben. Procesbegeleiders De Plus IKC’s nemen deel aan een proces van ontwerpen, ontwikkelen, evalueren, bijstellen, monitoring en kennisdeling. Ze krijgen begeleiding en ondersteuning van, bij voorkeur, gezamenlijk gefinacieerde procesbegeleiders.
Resultaatafspraken Voor elk Plus IKC worden met de betrokken koepelorganisatie primair onderwijs en de betrokken kinderopvangorganisatie meerjarige resultaatafspraken gemaakt. Deze afspraken gaan over de te behalen doelen/resultaten (gefaseerd in 8 jaar), de financiële bijdragen van gemeente, onderwijs en kinderopvang, de omzetting van data-analyse in een passend aanbod, de aansturing van het IKC, de opbouw van een nieuw functiehuis IKC en de inrichting van onderwijs/opvang. De resultaatafspraken kunnen per Plus IKC verschillen. Zo bieden we per IKC ruimte voor maatwerk en eigenaarschap. Monitoring We zetten monitoring in om te meten of de doelen en de resultaatafspraken worden behaald. De monitoringcyclus (Plan, Do, Check, Act) is onderdeel van de werkwijze binnen het Plus IKC en valt samen met het IKC-jaarplan. De resultaten worden jaarlijks samengevat in een rapportage. Deze wordt opgesteld in opdracht van de Ontwikkelgroep. Deze Ontwikkelgroep bestaat uit afgevaardigden van de gemeente, primair onderwijs en kinderopvang organisaties. De resultaten worden met betrokkenen en belangstellenden gedeeld. Voorwaarden De IKC’s in aandachtsgebieden ontvangen het predicaat ‘Plus IKC’ als zij aan de volgende voorwaarden voldoen.
Een Plus IKC: wordt geleid door een innovatieve directie/ directeur met een duidelijke visie op ondersteuning, pedagogiek en ouderbetrokkenheid, die op basis van gelijkheidwaardigheid tussen onderwijs en kinderopvang leiding geeft; heeft leerkrachten en pedagogisch medewerkers die bereid zijn hun werkwijze op basis van de uitkomsten van de analyse aan te passen; is gemotiveerd om 8 jaar deel te nemen aan de uitvoering van Kansen voor Kinderen 2; stelt meerjarige resultaatafspraken vast in overleg met eigen koepelorganisatie, de betrokken kinderopvangorganisatie en de gemeente Leeuwarden; staat open voor de versterking van het IKC-team met jeugdondersteuners, een pedagoog en procesbegeleider.
11
zet de extra middelen in voor een preventief, vraaggestuurd aanbod op basis van data-analyse, ervaringen en signalen; integreert het aanbod in het bestaande IKC en organiseert dit zo dicht mogelijk bij ouders en kinderen; heeft de ruimte om ‘andere’ oplossingen te bedenken; bijvoorbeeld collectief in plaats van per individu, of gericht op de leerkracht of pedagogisch medewerker in plaats van op het kind; heeft aandacht voor (collectieve) preventie, om te voorkomen dat curatieve of repressieve maatregelen nodig zijn; neemt deel aan data-analyses, onderzoek en onderlinge kennisdeling; is bereid mee te denken en toe te werken naar een nieuw IKC-functiehuis. B. IKC’s buiten de aandachtsgebieden: Reguliere IKC’s In de reguliere IKC’s is de algemene preventie op orde. Er is in de afgelopen jaren veel geinvesteerd in het versterken van de verbinding tussen leerkrachten, pedagogisch medewerkers en ouders. Deze synergie heeft geleid tot een schil van beschermende factoren rondom de ontwikkeling van het kind. Er is een sterke basis gelegd. Ook reguliere IKC’s zijn blijvend in ontwikkeling. Zij kunnen daarom gebruik blijven maken van de subsidieregeling Kansen voor Kinderen 2, al is het beschikbare budget kleiner omdat de focus op IKC’s in aandachtsgebieden ligt.
Zij kunnen subsidie krijgen om (enige tijd) een extra aanbod te bekostigen voor alle kinderen, inclusief de kinderen in de opvang. Dat aanbod moet uiteraard passen in het profiel van het IKC en voortkomen uit de analyse van het betreffende gebied of de wijk. Daarnaast is er een basis ondersteuningsaanbod beschikbaar op het terrein van o.a. echtscheiding, ouderbetrokkenheid, rouwverwerking, faalangst/ weerbaarheid, lichte opvoedingsondersteuning. De jeugdondersteuner en de pedagoog kunnen op afroep worden geconsulteerd.
12
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2
C. IKC ontwikkeling in kleine kernen/dorpen Door de verschillende gemeentelijke herindelingen heeft de gemeente Leeuwarden de verantwoordelijkheid gekregen voor een groot aantal kleine kernen en dorpen. Wij willen dorpen waar een school gevestigd, stimuleren om van die school een IKC te maken. Hierdoor wordt het IKC een verbindend element in het dorp. Wanneer de kernpartners: primair onderwijs en kinderopvang gemotiveerd zijn voor het proces naar IKC-ontwikkeling kunnen zij een gemeentelijk procesbegeleider inzetten.
2.3. Succesfactoren We hebben in fase 1 geleerd wat de succesfactoren voor de IKC-ontwikkeling zijn. Deze succesfactoren nemen we mee naar fase 2. Van onderop We houden vast aan het motto: ‘Kracht vanuit de basis’. De aanpak en invulling van de IKC-ontwikkeling worden gedragen door het hele IKC-team, de ouderraden van de kinderopvang en de oudergeleding van de MR dan wel de IKC-raad. De aanpak en invulling doen recht aan de specifieke situatie van een bepaald IKC. Investeren in draagvlak De uitvoering van het uitvoeringsprogramma KvK2 vraagt een gezamenlijk inhoudelijk, financieel en juridisch commitment van de betrokken partijen. Dit is onderwerp van dialoog met de besturen van de kinderopvangorganisaties en onderwijskoepels, en de partners in de zorg, hulpverlening en armoedebestrijding. Het doel is overeenstemming te bereiken over de gezamenlijke ambitie en over ieders rol bij het realiseren daarvan. Deze gesprekken zijn al gaande. Samenwerking tussen domeinen Het scheppen van gelijke kansen voor alle kinderen vraagt samenwerking over domeingrenzen heen. In theorie deelt iedereen deze ambitie, in de uitvoering blijkt dit vaak lastig. Met respect voor ieders professie wordt daarom van alle betrokkenen gevaagd om in openheid en met wederzijds vertrouwen in gesprek te gaan over ieders taken en rollen vanuit het gezamenlijke doel: het kind centraal zetten en meer kansen bieden.
Monitoring en evaluaties Met fase 2 intensiveren we de koers die we in 2016 hebben ingezet. Als er al gemeenten zijn die iets soortgelijks doen als wij, dan zijn ze in hetzelfde stadium. Daarom kiezen wij ervoor om net als bij de pilot jeugdondersteuners, de ontwikkeling van de Plus IKC’s te laten volgen en begeleiden door o.a. het lectoraat Zorg voor Jeugd van NHL/ Stenden en de Academische Werkplaats C4Youth. Op basis van de uitkomsten wordt het beleid zo nodig bijgesteld. Uitwisseling van ervaringen Een van de doelen van fase 1 was om te leren van elkaars ervaringen. Dit gebeurde onder meer door masterclasses, bijeenkomsten en open IKC-dagen. In fase 2 willen we dit leer-element versterken. We vormen rond de Plus IKC’s een lerende gemeenschap, bijvoorbeeld in de vorm van een IKC-academie, waarin Plus IKC’s ervaringen en best practices uitwisselen. We bieden de teamleaden van Plus IKC’s mogelijkheden tot deskundigheidsbevordering en ontwikkelen een nieuw IKC-functiehuis. Door toevoeging van de jeugdondersteuner en pedagoog ontstaan namelijk overlappingen met huidige functies binnen het IKC. Rol IKC-commissie In fase 1 heeft de IKC-commissie belangrijk werk verricht met de beoordeling van subsidieaanvragen. Ook gaf zij het college van B&W advies over de voortzetting van de subsidieregeling in de nieuwe periode.
We hechten eraan dat de IKC-commissie in ieder geval in het begin van fase 2 in functie blijft om de subsidieaanvragen van IKC’s buiten de aandachtsgebieden te beoordelen. Daarnaast kan de IKC-commissie een adviserende en/of ondersteunende rol op zich nemen in de IKContwikkelingen van de reguliere IKC’s en dorpen.
13
3. Meer verbinding Samenwerking tussen opvang, onderwijs en ondersteuning 3.1 Achtergrond Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdhulp (Jeugdwet). De inkomsten die de gemeente Leeuwarden hiervoor vanuit het Rijk ontvangt, lopen echter uit de pas met de uitgaven. Dit komt enerzijds doordat de decentralisatie gepaard ging met een bezuiniging, maar ook doordat steeds meer kinderen jeugdhulp nodig hebben. De gemeente heeft verschillende strategieën ingezet om de kosten voor Jeugdhulp te verminderen (Koersdocument 2018).
3.2. Pilot Steunstructuur 12Een van de strategiën om de kosten voor Jeugdhulp te verminderen is de Steun structuur 12-. 5 Deze steunstructuur houdt in dat in 2018 een pilot is gestart met de inzet van drie jeugdondersteuners. De jeugd ondersteuners zijn ingezet in drie IKC’s en zetten zich samen met het team in voor een integrale en preventieve aanpak van problemen bij de jeugd van 0 tot 12 jaar. De inzet van de jeugdondersteuners is gericht op een breed preventieaanbod, professionalisering van het team, effectieve samenwerking met externen en versterking van de casusregie. De achterliggende gedachte is dat als problemen vroegtijdig worden aangepakt, een beroep op tweedelijns zorg kan worden voorkomen. Op termijn wordt hiervan een besparing van kosten verwacht.
14
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2
De uitwerking van de functie jeugdondersteuners6 is in overleg en met medefinaciering van alle betrokken partijen tot stand gekomen: Proloog, Bisschop Möller Stichting, PCBO e.o., Stichting Kinderopvang Friesland, Sinne Kinderopvang en de gemeente Leeuwarden. In maart 2020 heeft het lectoraat Stenden/ NHL een tussenevaluatie van de Steunstructuur 12- uitgevoerd. Daaruit kwam naar voren dat de jeugdondersteuners binnen de IKC’s breed worden gedragen en als een zinvolle uitbreiding van het IKC-team worden gezien. Directeuren, leraren, intern begeleiders en coördinatoren passend onderwijs, ze zijn allemaal positief over de inzet van jeugdondersteuners. De betrokken besturen van de koepelorganisaties primair onderwijs, de kinderopvangorganisaties en de gemeente hebben op basis van hun eigen ervaringen en de tussenevaluatie geconcludeerd dat Leeuwarden met de inzet van jeugdondersteuners een goede koers te pakken heeft. De jeugdondersteuners blijken effectief in het verbinden en integreren van zorg- en onderwijstrajecten, wat tot preventieve en efficiëntere ondersteuning leidt. De tussenevaluatie is de basis voor een eerste beschrijving van de ondersteunings methodiek. Deze wordt in september 2021 opgeleverd door NHL/ Stenden. Doel is om tot een methodiekbeschrijving te komen die overdraagbaar is naar andere gemeenten en onderwijs-en kinderopvangorganisaties.
3.3. Opdracht college B&W Op basis van de tussenevaluatie heeft het college van B&W besloten de Steunstructuur 12- voort te zetten. Het heeft daarnaast om een breed gedragen advies gevraagd over twee vragen: Hoe kan de Steunstructuur 12- inhoudelijk en financieel gefaseerd worden uitgebreid? Op welke manier kan het werkgeverschap voor de jeugdondersteuners geregeld worden en hoe past dit binnen de organisatiestructuur? Deze vragen zijn met de betrokken organisaties besproken en vervolgens uitgewerkt in onderstaande voorstellen.
5
De Steunstructuur 12- is één van de initiatieven m.b.t verbinding onderwijs-zorg vanuit Actieplan Foar Fryske en één van de 11 inspiratieregio’s vanuit de landelijk Aanpak Mét Andere Ogen.
6
Zie ook de animatie: https://vimeo.com/338674822/300db7796d
Uitbreiding Steunstructuur 12-
Toevoeging pedagoog GGD
Het budget dat in de collegeperiode 2018-2022 beschikbaar is voor de Steunstructuur 12-, biedt ruimte voor de inzet van 3 jeugdondersteuners (elk 22 uur per week) en de bijbehorende proceskosten, maar niet voor uitbreiding. Om toch tot een gefaseerde uitbreiding te komen, zijn we op zoek gegaan naar budget bij andere beleidsterreinen die raakvlakken hebben met de Steunstructuur 12-, zoals de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE).
Om opvoedvragen van ouders en ontwikkelingsproblemen van kinderen vroegtijdig en laagdrempelig te signaleren, wordt aan het Plus IKC-team ook een pedagoog toegevoegd, voor enkele uren per week. De pedagoog, afkomstig uit het GGD-team Opvoedpunt, ondersteunt de totstandkoming van een passend individueel of collectief laagdrempelig aanbod om het betreffende gezin of kind te ondersteunen.
De rijksmiddelen VVE hebben als doel kinderen beter voor te bereiden op de start van hun schoolcarrière. In de gemeente Leeuwarden is hiervoor een dekkend aanbod van VVE voor alle peuters. De kinderopvangorganisaties bieden VVE binnen hun kinderdagverblijven of in de speelleergroepen. We vinden het passend om het resterende deel van de VVE-middelen te verbinden aan de doelstelling van Kansen voor Kinderen 2 en de Steunstructuur 12-. Bovendien biedt dit ook kansen. Uit de evaluatie van de pilot bleek dat de inzet van de jeugdondersteuners tot nu toe vooral gericht was op 4-12-jarigen en minder op 0-4-jarigen. We wenden een deel van de VVE-middelen daarom aan voor de inzet van een jeugdondersteuner VVE, die zich met name richt op kinderen van 0-7 jaar, additioneel aan de inzet van de reguliere jeugdondersteuner.
Het multidisciplinaire Plus IKC-team bestaat daarmee uit: leerkrachten, pedagogisch medewerkers, cultuur-, sport-en mediacoaches, jeugdondersteuners en een pedagoog. Deze professionals werken vanuit verschillende disciplines samen aan één eenzelfde opdracht: elk kind brede ontwikkelruimte geven.8
7
De gefaseerde uitbreiding van de Steunstructuur 12voor de periode 2021-2028 ziet er als volgt uit: De huidige jeugdondersteuners 0-12-jarigen worden tot eind 2022 ingezet op Plus IKC’s. Voor de periode na 2022 zal het nieuwe college een financieel besluit moeten nemen. Op Plus IKC’s worden gefaseerd jeugdondersteuners VVE (16 uur) ingezet voor 0-7-jarigen.
Organisatie werkgeverschap De huidige jeugdondersteuners hebben een onafhankelijke positie. Ze zijn dus niet in dienst van één van de betrokken organisaties. Dit draagt eraan bij dat zij met professionele afstand naar de ondersteuningsstructuur rondom het kind kijken. Hun onafhankelijkheid helpt hen om knelpunten eerder te herkennen, te benoemen en aan te pakken. Dit is één van de succesfactoren van de Steunstructuur 12-, en moet daarom ook in de toekomst geborgd blijven. Er is bij de betrokken organisaties draagvlak om de huidige jeugdondersteuners 12- en VVE onder te brengen in een bestaande, centrale organisatie, maar wel dusdanig dat hun onafhankelijkheid gewaarborgd blijft; bij voorkeur bij het Jeugdexpertteam (JET) als preventieve voorhoede van het JET en als borging van de onafhankelijke positie. Een suggestie die, na een vergelijk van voor- en nadelen van de verschillende werkgeverschapsvormen wordt onderschreven.
Beide functies kunnen binnen een Plus IKC worden samengevoegd. Ook is het mogelijk om een van beide functies qua uren op te plussen. De taken en functie-eisen van beide functies worden in samenspraak met de betrokken organisaties op basis van ervaringen aangescherpt. De inzet en resultaten van beide functies worden gemonitord. Ook wordt er een scholingstraject voor jeugdondesteuners opgezet.
7
De huidige beschikbare middelen uit het College programma 2018-2022 worden vanaf 2018 ingezet voor de proces- en loonkosten voor inrichting van de Steunstructuur 12-. Het jaarlijkse budget is respectievelijk: 160, 200, 200, 200K, aangevuld met een financiële bijdrage van de betrokken partijen
8
Zie Bijlage 4: aanbod reguliere IKC en Plus IKC.
Het tempo waarin de gefaseerde uitbreiding wordt uitgevoerd, is afhankelijk van de (inhoudelijke en financiële) resultaatafspraken die de gemeente Leeuwarden in 2022 maakt met de koepelorganisaties primair onderwijs en de kinderopvangorganisaties. 15
4. Financiële dekking
keuzes die door het nieuwe college worden gemaakt na de gemeenteraadsverkiezingen 2022; financiële bijdragen vanuit primair onderwijs en kinderopvang voor Steunstructuur 12-. Middelen onderwijsorganisaties
Kansen voor Kinderen 1 (2016-2020) Om tot een substantieel budget voor de subsidieregeling Kansen voor Kinderen te komen, zijn in 2016 verschillende budgetten en regelingen gebundeld, zowel vanuit het Rijk als vanuit de gemeente. De middelen waren bedoeld voor de opvoeding en ontwikkeling van kinderen, dan wel voor het bestrijden van onderwijsachterstanden, zoals de OAB-middelen. Deze bundeling van middelen was de eerste stap om de versnippering van budgetten in het onderwijsdomein tegen te gaan. Door meerdere budgetten te bundelen en beschikbaar te stellen voor de IKC-ontwikkeling konden we met hetzelfde geld veel meer bereiken. Sinds 2016 zijn er vijf subsidieronde geweest. In 2016 was er een budget van € 350.000 beschikbaar voor zeven IKC’s, voor de uitwerking van de IKC-profielen. In 2021 was er € 750.000 beschikbaar en werd er door 29 IKC’s subsidie aangevraagd.9 Omdat de aanvragen het beschikbare budget inmiddels ver overschrijden, moeten er keuzes worden gemaakt. Welke aanvragen worden gehoroneerd en welke niet? Waar liggen de prioriteiten? Deze vragen leidden tot de koers die we in fase 2 inzetten.
Kansen voor kinderen 2 (2021-2028) Het uitvoeringsprogramma KvK2 beslaat een periode van 8 jaar. Om de gezamenlijke ambitie rond Plus IKC’s waar te maken, worden ook in de komende periode de middelen gebundeld. Zowel het Rijk en de gemeente als ook de onderwijsen kinderopvangorganisaties dragen daaraan bij. Het beschikbare budget hangt af van de volgende variabelen:
De koepelorganisaties voor primair onderwijs ontvangen middelen vanuit het Rijk in het kader van OAB (zie hieronder). Deze middelen kunnen deels worden ingezet voor KvK2. De hoogte van de bijdragen worden per organisatie en per Plus IKC vastgelegd in de resultaatafspraken. OAB-middelen De OAB-middelen worden sinds 2019 verdeeld volgens een nieuwe systematiek op basis van door het CBS ontwikkelde achterstandsindicatoren. Dit betekent dat zowel de gemeente als het primair onderwijs in achterstandsgebieden middelen ontvangen. De gemeente zet een deel van de OABmiddelen in voor de subsidieregeling Kansen voor Kinderen, zodat met name IKC’s een preventief en passend aanbod kunnen realiseren. VVE-middelen Een deel van de OAB-middelen wordt ingezet voor de jeugdondersteuners VVE in Plus IKC’s. Hiermee kunnen 9 jeugdondersteuners voor 16 uur per week op een Plus IKC worden ingezet. Incidentele middelen Collegeprogramma De middelen voor de Steunstructuur 12worden gedekt uit incidentele middelen vanuit het Collegeprogramma 2018-2022, aangevuld met financiële bijdragen vanuit het primair onderwijs en kinderopvangorganisaties. Om de Steunstructuur 12- in de periode na 2022 te continuren of uit te breiden, moet het nieuwe college een financieel besluit nemen.
We blijven de mogelijkheden verkennen om aanvullende dekking te vinden vanuit andere beleidsgebieden, zoals het Preventiebudget Jeugd en het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs.
de hoogte van de Rijksmiddelen voor onderwijsachterstandenbeleid (OAB); de hoogte van de lumpsum-gelden voor het onderwijs;
9
16
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2
Een IKC van 175 leerlingen (inclusief kinderen van de kinderopvang) heeft jaarlijks minimaal € 50.000 aan subsidie nodig om inhoud te kunnen geven aan zijn IKC-profiel
17
5. Organisatieen overlegstructuur Plus IKC’s Het motto van de Leeuwarder IKC-ontwikkeling is Kracht vanuit de basis. Het zwaartepunt ligt bij de IKC’s zelf. Het eigenaarschap ligt hiermee ‘laag’ in de organisatiestructuur. Per Plus IKC worden resultaatafspraken gemaakt door de gemeente, de betrokken koepelorganisatie primair onderwijs en de betrokken kinder opvangorganisatie. Deze afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Om de IKC’s te ondersteunen, is een organisatie- en overlegstructuur ingericht.
Resultaatafspraken per onderwijskoepel, IKC en de daarmee samenwerkende KOV organisatie(s) Bestuurlijk overleg PO/KOV/Wethouder Delen van ervaringen - low profile
Ontwikkelgroep Afgevaardigden PO/KOV/GGD etc. Werkgroepen uitzetten
IKC’s Proloog + Sinne/SKF 18
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2
IKC’s PCBO + Sinne
IKC’s BMS + Sinne
“ Kracht vanuit de basis ” Toelichting Bestuurlijk overleg, afgevaardigden van school besturen en kinderopvangorganisaties. In dit informele overleg worden ervaringen uitgewisseld. Desgewenst is ook de wethouder hierbij aanwezig. Ontwikkelgroep: bestaat uit gemandateerde afgevaardigden van de gemeente, primair onderwijs en kinderopvang organisaties. De groep stuurt de verschillende werkgroepen aan, verzamelt de uitkomsten en adviezen vanuit de werkgroepen.
Werkgroepen: voorbeelden van werkgroepen zijn: ontwikkeling functie jeugdondersteuners; scholing en training; kwaliteitsteam VVE; dataanalyse en monitoring etc. Werkgroepen kunnen tijdelijk of structureel van aard zijn. Projectleiders: de gemeentelijke projectleiders KvK2 organiseren de bestuurlijke overleggen en de bijeenkomsten van de Ontwikkelgroep. Beiden nemen zowel deel aan het bestuurlijk overleg als aan het Ontwikkelteam en incidenteel aan afzonderlijke bestuurlijke en lokale IKC-overleggen.
19
Bijlage 1 Samenvatting Analyse aandachtsgebieden Deze samenvatting van de analyse van de wijken of gebieden van Leeuwarden is bedoeld voor het vaststellen van de aandachtsgebieden en de mogelijke Plus IKC’s voor het uitvoerings programma Kansen voor Kinderen 2. Deze analyse geeft inzicht in de kwetsbare gebieden en kinderen in onze gemeente. Dit is van belang om het beleid uitvoeringsprogramma effectief en doeltreffend in te kunnen zetten.
Wijken vergelijken Bij de analyse is gebruik gemaakt van een aantal landelijke onderzoeken en gemeentelijke monitorings-instrumenten, waaronder het databoek Kinderen in Tel (2016), het OAB-dashboard van het CBS en de Jeugdmonitor van de gemeente. Aangevulde met data afkomstig van het primair onderwijs en de kinderopvanginstellingen. Bij Kinderen in Tel ligt de nadruk op de leefsituatie van kinderen. Het databoek bundelt de data over de ontwikkelingen en verschillen in leefsituatie van kinderen en jongeren op landelijk, provinciaal, gemeentelijk en wijkniveau. Deze informatie biedt een basis voor een vergelijking tussen wijken. Daardoor ontstaat een helder beeld van het welzijn van kinderen en jongeren op lokaal niveau. In het databoek van 2016 worden de gegevens uit 2013, 2014 en 2015 vergeleken. (recentere versie is niet beschikbaar). Bij het OAB-dashboard ligt de nadruk op de verwachte onderwijsachterstand. De scores van het CBS drukken de verwachte achterstandsproblematiek per gemeente uit. Het is voor gemeenten van belang om te weten op welke plekken het
20
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2
risico op onderwijsachterstanden het grootst is. Het dashboard brengt per gemeente de spreiding van kinderen met een risico op onderwijsachterstanden op wijkniveau in beeld. De Jeugdmonitor van de gemeente Leeuwarden is samengesteld uit een aantal bronnen, waarvan de wijkenquête en de jeugdmonitor van de GGD de belangrijkste zijn. De Jeugdmonitor is qua indicatoren iets breder dan het databoekKinderen in Tel of het OAB-dashboard. Uit de verschillende monitoren komt een harde kern van wijken naar voren waar kinderen de meeste risico’s ervaren bij het opgroeien. Het gaat om de volgende zeven aandachtsgebieden: Heechterp & Schieringen Vrijheidswijk Bilgaard & Havankpark e.o. Potmargezone, Oud-Oost Nijlân & De Zwette Huizum-West In deze gebieden bevinden zich meerdere IKC’s. Negen daarvan komen, op basis van de locatieanalyse, in aanmerking voor het predicaat Plus IKC. Om continuïteit en rust te bieden kan het Plus IKC predicaat voor vier jaar aan onderstaande IKC worden toegekend, tenzij na de tweejaarlijkse herijking blijkt dat de situatie dermate is veranderd dat er een aanpassing plaats moet vinden. Daarnaast vindt er, ter verdieping van de analyse aandachtswijken, de komende jaren verder onderzoek plaats. Proloog 1. OBS Montessori/Eestroom 2. Aventurijn 3. IKC Plataan 4. OBS Potmarge 5. IKC het Palet PCBO e.o. 6. IKC Prins Maurits 7. IKC Prins Constantijn 8.
IKC de Kinderkoepel Bisschop Möller Stichting 9. IKC Franciscus
21
Bijlage 2 Integrale Kindcentra als voertuig Het begrip ‘Integraal Kindcentrum’ komt veelvuldig in dit uitvoeringsprogramma voor. Voor alle helderheid: een IKC is een vehikel, dus geen doel op zichzelf. We kiezen voor dit voertuig om de volgende redenen: IKC’s zijn de enige, laagdrempelige basisvoorziening die door kinderen en hun ouders minimaal 12 jaar wordt bezocht. Het is een voorziening waar de professionals kennis en contact hebben over en met ouders en kinderen. Tevens hebben deze professionals zicht op de thuissituatie en de stimulerende en belemmerende factoren in de gezinssituatie en kunnen hier tijdig op acteren. De behoefte om dit laatste te kunnen bieden vanuit een IKC is de laatste 10 jaar toegenomen. Leeuwarden kent een zeer succesvolle IKContwikkeling, zie de Evaluatie IKC-ontwikkeling Leeuwarden (maart 2020). Landelijk behoren we tot de koplopers op het gebied van IKContwikkeling. Ter illustratie: de helft van alle scholen/opvanglocaties in Leeuwarden is een IKC of een IKC in ontwikkeling. Er is brede consensus over de wenselijkheid en noodzaak tot doorontwikkeling van IKC’s. De integratie tussen onderwijs en opvang komt de ontwikkeling van kinderen van 0-12 jaar ten goede door het creëren van doorgaande ontwikkelingslijnen en het effenen van de kunstmatige overgang van opvang naar onderwijs.
De werkwijze met de Steunstructuur 12(inzet jeugdondersteuners) heeft aangetoond dat de inzet van een multidisciplinair team acterend vanuit de vraag, inhoudelijk en financieel succesvol is. Deze eerste ervaringen op drie IKC’s dienen volgens het collegebesluit van maart 2020 uitgebreid te worden.
Definitie IKC Aangezien er geen landelijk vastgestelde definitie van een IKC bestaat, is in 2012 een Leeuwarder definitie vastgesteld. De bestaande omschrijving geven we hieronder weer. De definitie die we in fase 1 (2016) hanteerden is voor fase 2 (2021) aangescherpt.
Definitie IKC in Kansen voor Kinderen (2016-2020) Een IKC biedt kinderen van 0 tot en met 12 jaar een totaalaanbod in cognitief, sociaal-emotioneel, cultureel en fysiek opzicht, op basis van één pedagogische visie. Een IKC biedt kinderopvang en primair onderwijs aan in één doorlopende lijn, met één aansturing, onder verantwoordelijkheid van een schoolbestuur. Kinderen krijgen daardoor de kans om hun talenten ten volle te ontwikkelen, en worden voor het vervolg van hun opleiding en maatschappelijke ontwikkeling in de best mogelijke startpositie gezet. Omdat dit alles in nadrukkelijke samenspraak met de ouders gebeurt, gaat er ook een lerend effect uit naar ouders. Bovendien krijgt de kwaliteit van scholen een impuls. Het IKC heeft de mogelijkheid om accenten te leggen die passen bij de herkomst en mogelijkheden van leerlingen en ouders. De maatschappelijke opbrengsten daarvan dragen op langere termijn bij aan participatiebevordering, armoedebestrijding, gezondheidsontwikkeling en de ontwikkelkracht van de gemeente.
Definitie IKC in Kansen voor Kinderen (2021-2028) Een IKC is een voorziening waar kinderopvang en onderwijs onder één dak gehuisvest zijn. Dit IKC biedt kinderen van 0 tot en met 12 jaar een totaalaanbod in zorg, cognitief, sociaalemotioneel, cultureel en fysiek opzicht op basis van één pedagogische visie. Het aanbod wordt geïntegreerd aangeboden en komt tot stand op basis van één visie die op haar beurt voortkomt uit analyse van beschikbare data over doelgroep, wijk, ouders en kinderen die dit IKC bezoeken. Een IKC biedt kinderopvang en primair onderwijs in één doorlopende lijn. De aansturing geschiedt op basis van gelijkheidwaardigheid tussen onderwijs en kinderopvang. IKC’s in aandachtsgebieden krijgen een ‘plus’; extra middelen om een vraaggericht aanbod te realiseren gericht op preventie, armoede, specifieke problematiek (bijvoorbeeld echtscheiding). Deze ‘plus’ locaties dienen aan voorwaarden te voldoen, worden ondersteund en begeleid.
22
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2
23
24
UITVOERINGSPROGRAMMA KANSEN VOOR KINDEREN 2