CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-09-28 eindmeting jeugdondersteuners op IKC_ Sinzer GrantThornton 2021

Informatieve bijeenkomst - oranjezaal 25 oktober 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Uitvoeringsprogramma Kansen voor Kinderen 28.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Leeuwarden

Jeugdondersteuners op een IKC – Steunstructuur 12Eindmeting 2021

Inhoud

1. Introductie ........................................................................................................... 4 2. De Effecten ......................................................................................................... 6 3. Casussen .......................................................................................................... 21 4. Aanbevelingen en Kansen................................................................................ 27 5. Bijlagen ............................................................................................................. 30

3

1.Introductie

Een terugblik In februari 2019 is de Gemeente Leeuwarden gestart met de pilot ‘Integraal werken rondom zorg en opvang’. Op drie IKC’s is een jeugdondersteuner geplaatst binnen de interne zorginfrastructuur, onder meer om problemen bij kinderen en in gezinnen tijdig te signaleren en afhankelijk van de aard en ernst hiervan direct te interveniëren of door te verwijzen. Sinzer heeft voor aanvang van het aantreden van de jeugdondersteuners, in Q1 2019, op de drie oorspronkelijk geselecteerde IKC’s een nulmeting uitgevoerd. In Q2 van 2019 is IKC X uit de pilot gestroomd en vervangen door IKC C. Voor IKC C in de pilot is in Q3 van 2019 een nulmeting uitgevoerd. In deze nulmeting maakten we een profiel van de buurt van het IKC, vroegen we IB-ers, leerkrachten en pedagogisch medewerkers om op kindniveau problematiek en zorggebruik te inventariseren, interviewden we medewerkers van het IKC en van de sociale wijkteams, en vroegen we binnen de gemeente gegevens over de zorgtoewijzingen van de IKC-populaties op. Het doel hiervan was ten eerste om de IKC-directies en jeugdondersteuners bij aanvang van de pilot te kunnen voorzien van inzicht in problematiek die op dat moment in beeld was. We brachten advies uit over prioriteiten in de aanpak per IKC. Ten tweede was de nulmeting de basis voor de monitoring.

De meest opvallende uitkomst van de nulmeting was de invloed van de (zorg)cultuur en zorgstructuur van elk IKC op het zorggebruik van de leerlingen - die uit de data bleek. De gedeelde visie van de IKC-teams op (de duiding van) problematiek en de aanpak hiervan, was goed te herkennen in het zorggebruik. Bovendien was er sprake van een zwakke correlatie tussen waargenomen problematiek en zorggebruik, anders gezegd: de jeugdhulp die per populatie werd afgenomen leek onvoldoende terecht te komen bij de jeugdigen met de grootste ondersteuningsvragen. Dit toonde het grote potentieel van de steunstructuur 12-: aanpassingen binnen en rondom het IKC kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een efficiënt jeugdhulpgebruik. In Q1 2020 is voor de twee IKC’s die vanaf de start aan de pilot deelnemen - IKC B en IKC A - een tweede meting uitgevoerd. Deze nameting bestond uit het opnieuw inventariseren van problematiek en zorggebruik – ditmaal door de jeugdondersteuners – en het voeren van gesprekken met de jeugdondersteuners over hun ervaringen. De meest opvallende uitkomst uit deze nameting was een extreme gerapporteerde afname van tweedelijns zorggebruik binnen de populaties van deze twee IKC’s. Op basis van de bevindingen in de nulmeting deden we zes aanbevelingen. Hierop blikken we verderop in dit rapport terug.

Eindmeting In dit rapport doen we verslag van de eindmeting van de pilot Steunstructuur 12-. In het kader van de eindmeting is voor de derde keer een inventarisatie van problematiek en zorggebruik gemaakt. Hiernaast zijn interne en externe samenwerkingspartners van de jeugdondersteuners gevraagd naar hun ervaringen met de aanpak. Ook zijn de Jeugdwet-toewijzingen in de periode okt. 2018 - febr. 2021 geanalyseerd.

In 2020 en 2021 zijn in totaal zeventien casussen waar een jeugdondersteuner bij betrokken was in detail beschreven en gemonetariseerd in een kosten-batenanalyse. Per casus is vastgesteld welke extra inzet binnen en buiten het IKC plaatsvond, als gevolg van de betrokkenheid van de jeugdondersteuner. En welke verwachte verergering van problematiek en zwaardere inzet van zorg daarmee voorkomen is. Hiermee is meer

4

zicht verkregen op de mogelijke besparingen, als effect van de jeugdondersteuner. Daarnaast hebben we met in totaal 21 personen gesproken rondom de functie van de jeugdondersteuners.1

In de monitoring van de steunstructuur 12- zijn de effecten van drie jaar jeugdondersteuners in kaart gebracht en hebben we inzicht verworven in de belangrijkste elementen in de aanpak: wat werkt en wat zijn voorwaarden voor het behalen van de gestelde doelen? Wat kan in de toekomst nog beter?

1 Voor de volledige lijst van gesprekspartners: zie bijlage

5

2. De Effecten

De effecten zijn opgehaald middels kwantitatieve en kwalitatieve dataverzameling, waarbij de kwantitatieve data is geanalyseerd op IKC niveau. De analyse van kwalitatieve data is op overkoepelend niveau gedaan, om zo de werkzame elementen die tot resultaten hebben geleid toe te schrijven op de functie van de jeugdondersteuner en niet de persoonlijk invulling van de functie. De persoonlijke invalshoek van elke JOK is vanzelfsprekend in zekere mate van invloed op de uitkomsten van de pilot, tijdens de interviews is echter nadruk gelegd op het duiden van de effecten van het plaatsen van een jeugdondersteuner en minder op het functioneren van de persoon. Telkens is gevraagd welke activiteiten van de jeugdondersteuner op welke wijze hebben bijgedragen aan veranderingen. Zo kan er aandacht besteed worden aan de werkzame elementen die hebben geleid tot bepaalde resultaten.

Trends die we hebben waargenomen ➔ De jeugdondersteuners hebben door initiatieven op het gebied van zorgstructuur, overleggen en administraties bijgedragen aan meer samenwerking, contact en overdracht tussen de kinderopvang en school. Dit draagt sterk bij aan de integrale aanpak van een IKC en aan het preventief werken. Waarbij het bewustzijn en de acceptatie van de rol van het IKC in het ondersteunen van de bredere ontwikkeling van het kind wordt vergroot. ➔ Door de inzet van de jeugdondersteuners is er meer samenwerking met externe zorgpartners, waardoor er meer grip op de zorgroutes is. Het IKC wordt nu meer beschouwd als serieuze gesprekspartner voor zorgverleners; door de kennis van het aanbod aan zorg en netwerk onder zorgverleners worden kinderen sneller toe geleid naar passende zorg; en de jeugdondersteuners hebben contact met de POH-GGZ, waardoor ook de doorverwijzingen via de huisarts en zonder tussenkomst van maatschappelijke voorzieningen, voor het eerst binnen de invloedssfeer van de gemeente zijn gebracht. Een deel van de zorgroutes wordt voorkomen of stopgezet door laagdrempelige hulp van de jeugdondersteuner zelf.

➔ Met het plaatsen van de jeugdondersteuner zien we een verandering in het signaleren van problematiek. En dan vooral in het signaleren van de problematiek achter het gedrag. Voorheen werd dit minder gesignaleerd en werd vooral gericht op het gedrag van het kind zelf. Tijdens de pilot werd eerst waargenomen dat er meer in de breedte gesignaleerd werd - waarmee ook problematisch gedrag wat niet leidt tot slechtere leerprestaties of onrust in de klas beter in beeld kwam. In de eindmeting bleek ook de

problematiek achter een deel van het probleemgedrag, in de gezinnen en omgeving van kinderen, beter bekend was. Met de inzet van de jeugdondersteuner groeit het bewustzijn en de acceptatie van de rol van het IKC, in het ondersteunen van de bredere ontwikkeling en het creëren van een betere pedagogische omgeving. Ook leidt het tot een afname van onnodige zorg en vroege toeleiding naar nodige zorg. Met als uiteindelijk doel dat kinderen zich op hun eigen manier optimaal kunnen ontwikkelen.

6

Wat gebeurde er in de signalering van problematiek en het zorggebruik? Uit de resultaten van de na- en eindmeting is een verandering op te maken rondom signalering, mate van zorggebruik, het soort zorggebruik en mogelijk ook in de leerlingen en gezinnen waaraan hulp wordt verleend. Aan het begin van de pilot was er sprake van selectieve signalering en ondersignalering. Er was onvoldoende zicht op het zorggebruik en weinig besef van de invloed van de zorgcultuur binnen het IKC op het zorggebruik van kinderen en gezinnen. Er werd relatief veel gebruik gemaakt van kindgerichte tweedelijnszorg in de JGGZ. In de tussenmeting - na het eerste jaar van de jeugdondersteuners - werd een verschuiving van signalering gezien, waarbij de problematiek achter het gedrag beter in beeld kwam en de signalering in de voorschoolse groepen en onderbouw toenam. Ook was het zorggebruik beter in beeld. Er bleek een afname van J-GGZgebruik en een toename van laagdrempelige eerstelijnszorg en systeemgerichte jeugd- en opvoedhulp. Uit de nameting, twee jaar na aanvang van de pilot, blijkt dat de signalering opnieuw is verbeterd. Hierdoor is internaliserende problematiek, gezinsproblematiek en problematiek achter gedrag - in gezinnen en omgeving - nog beter in beeld. Het gebruik van eerstelijnszorg en jeugd- en opvoedhulp is verder toegenomen.

Figuur: verandering in signalering problematiek

7

De afname van het GGZ-gebruik zet niet overal door2, maar uit de kwalitatieve dataverzameling blijkt dat het bewustzijn van signaleren en zorggebruik sterk is verhoogd. Er is een verandering waar te nemen op aanpak en samenwerking op IKC-niveau. Zowel intern- als extern gericht. Zo is uit meerdere interviews met de jeugdondersteuners, verschillende medewerkers en verschillende zorgpartners gebleken dat er meer zicht en een betere grip lijkt te zijn op de verschillende zorgroutes. Bij één IKC is er een duidelijke verschuiving van zorg populaties zichtbaar: een hoog gebruik van kortdurende GGZ-trajecten (diagnostiek en korte behandeling) heeft plaatsgemaakt voor langduriger trajecten binnen de GGZ en jeugd-en opvoedhulp. Dit duidt op het bereiken van een andere groep, met een meer intensieve zorgvraag. Deze verschuiving is toe te wijzen aan het inzetten op meer oudercontact en het ‘achter de voordeur komen’. Er is een verschuiving te zien van onder signalering, naar bredere signalering en dan naar andere signalering. De aandacht voor (gezins)problematiek achter gedrag is terug te zien in de verschuiving in zorggebruik van meer kindgerichte GGZ, naar laagdrempelige eerstelijnszorg en meer systeemgerichte jeugd- en opvoedhulp.

Bovendien lijkt de zorg meer terecht te komen bij de kinderen en gezinnen die dit het hardst nodig hebben: de samenhang tussen problematiek en zorggebruik zijn verbeterd. Het streven is om tot een duurzame verandering te komen, die zorgt voor kansengelijkheid zonder dat de kosten oplopen voor individuele zorgtrajecten. Hiervoor dient de beweging zich verder te verschuiven, richting selectief en universeel niveau.

2 Het is belangrijk om op te merken dat het zorggebruik van kinderen in 2020 is beïnvloedt door de corona-maatregelen. Landelijk werd waargenomen dat

het zorggebruik korte tijd afnam - onder meer door een complete stop van groepstrajecten. Ook is waargenomen dat de psychische problematiek onder jeugdigen toenam als gevolg van de corona-maatregelen, evenals factoren in de gezinssituatie die voorspellers zijn voor kindproblematiek (waaronder armoede, stress en kindermishandeling).

8

Wat gebeurde er in de breedte voor kinderen, gezinnen, het IKC en de omgeving? De jeugdondersteuners brachten verschillende effecten teweeg. Deze effecten leiden gezamenlijk tot een duidelijke verandering. De na- en eindmetingen bevestigen dat het plaatsen van een jeugdondersteuner oplossingen biedt voor de aandachtspunten die in de nulmeting waren ontdekt.

Aanbevelingen na nulmeting 2018 • • • • • •

Bewustwording van eigen zorgcultuur en effecten op kinderen Verbeterde signalering in groepen Preventieve aanpak 0-6 Problematiek achter gedrag in beeld Ouders weten beter wat normaal gedrag is, inclusief hobbels in ontwikkeling Beter afgestemde zorg naar systeem door samenwerking met SWT en POH / huisartsen

Resultaten eindmeting 2021

✓ ✓ ✓

✓ ✓ ✓

Normalisering in aanpak, extremen vallen weg Bredere signalering, interne vroeghulp Betere signalering 0-6, meer contact met ouders n.a.v. signalen, betere duiding gedrag, betere zorgstructuur en administratie opvangschool, bredere rolopvatting opvang en meer zelfvertrouwen pedagogisch medewerkers Meer zicht op problemen achter gedrag, verschuiving van kindgerichte J-GGZ naar laagdrempelige interne hulp en systeemgerichte jeugd- en opvoedhulp Afname kortdurende GGZ-trajecten (diagnose, korte behandeltrajecten) IKC wordt meer betrokken als serieuze partner in zorgroutes. Grip op routes, ook via huisarts

Effectenketen In gesprekken met de jeugdondersteuners, medewerkers van de IKC’s en externe hulpverleners zijn de effecten besproken. En er werd ingezoomd op de onderdelen in de aanpak die hieraan bijdroegen. Ook werd er aandacht besteed aan de effecten van de jeugdondersteuner voor de intermediaire doelgroepen. De opbrengsten uit deze gesprekken zijn weergegeven in de effectenketen op pagina 11.

Werkzame elementen in de aanpak: hoe verklaren we de effecten? De Steunstructuur 12- omvat een integrale preventieve aanpak, waarin drie soorten preventie zijn te onderscheiden: universele, selectieve en gerichte (geïndiceerde) preventie. Universele preventie is bedoeld voor iedereen, selectieve preventie voor groepen met een verhoogd risico en gerichte (geïndiceerde) preventie voor individuen met een verhoogd risico. De werkzaamheden van de jeugdondersteuners hebben zich tot nu toe voor een belangrijk deel gericht op gerichte preventie, oftewel op casusniveau. Hierin hebben zij hun vaardigheden en ervaring als respectievelijk (school)maatschappelijk werker, kindercoach en jeugdzorgwerker, ingezet om laagdrempelige hulp te verlenen, waarmee inzet van externe hulp in gevallen voorkomen is. Deze inschatting maken alle jeugdondersteuners, ook vinden we hier bevestiging van in de cijfers.

9

De jeugdondersteuners hebben zichzelf nadrukkelijk laagdrempelig gepositioneerd richting ouders. De een deed dit door veel op het schoolplein aanwezig te zijn, een ander door regelmatig op de fiets te stappen en zoveel mogelijk aan te sluiten bij de leefwereld van ouders - onder meer door het afstemmen van haar kledingkeuze hierop. Twee van de drie jeugdondersteuners hebben in het bijzonder ingezet op een systeemgerichte aanpak van problematiek en dit vertaalt zich in een veel beter beeld van wat er speelt in gezinnen, en een verschuiving van kindgerichte J-GGZ naar gezinsgerichte jeugd- en opvoedhulp. De afname van kortdurende J-GGZ trajecten binnen één IKC in het bijzonder is toe te schrijven aan de voorlichtende activiteiten van een jeugdondersteuner aan ouders over normaal kind gedrag en de hobbels in de ontwikkeling die hierbij kunnen horen. Structurele overleggen met zorgverleners hebben van het IKC een stevig gesprekspartner gemaakt in de relatie onderwijs-zorg. Dit draagt volgens diverse geïnterviewden bij aan een betere toeleiding naar passende zorg en het voorkomen van onnodige zorg. Het overdragen van kennis in de praktijk, door collega’s mee te nemen in het traject van observatie tot eventuele zorgtoeleiding, heeft bijgedragen aan een toegenomen zelfvertrouwen en minder handelingsverlegenheid bij vermoedens van problematiek onder groepskrachten.

Met name voor de groepen met 0-6 jarigen is hier veel op gebeurd, dat hebben we gehoord in gesprekken met de jeugdondersteuners, pedagogisch medewerkers en leerkrachten en zien we terug in de cijfers door een verbeterde signalering in deze groepen. De verwachting is dat, naarmate de jeugdondersteuners langer aanwezig zijn op het IKC, hun activiteiten steeds meer naar de ‘voorkant’ van de preventie-aanpak zullen opschuiven. Er zal steeds minder sprake zijn van gerichte preventie voor individuen en steeds meer van universele en selectieve preventie voor alle kinderen en gezinnen die verbonden aan het IKC.

10

11

IKC Franciscus IKC A

Wens inzet jeugdondersteuner Verder invulling geven aan systeemgericht werken Context:

• Hoog aantal minimakinderen • Hoog percentage psychosociale problematiek onder ouderpopulatie

• Toename kinderen met problematiek thuis • Start nauwere samenwerking sociaal Wijkteam • Visie: systeemgericht werken om kinderen tot leren te brengen door ontspannenheid en het opheffen van belemmeringen

Startpunt volgens IKC zelf:

Speerpunten jeugdondersteuner:

Goede basis vanuit bestaande aanwezigheid schoolmaatschappelijk werker, kinderen in midden- en bovenbouw en hun gezinnen ontvangen meeste ondersteuning. Uitgebreide zorgstructuur, met nog weinig aansluiting tussen voorschoolse opvang en school.

• Preventie 0-7 jaar • Voortzetten Intern hulpaanbod middenen bovenbouw bij lichte problematiek

• Aandacht voor systeemproblematiek (in het bijzonder in relatie tot armoede & schulden; versterking van netwerk) • Bewegen en gezond eten • Professionalisering groepskrachten

De jeugdondersteuner heeft ingezet op: Professionaliseren: • Coaching PM’ers en leerkrachten om zorggesprekken te voeren en hulpaanbod te kunnen doen. • Inzetten op gedragsproblematiek: PM begeleiden in observeren en vroeg signaleren en waar nodig specialisten betrekken. • Trainingsaanbod over wat signalen zijn • Aanpassing zorgoverleg: pedagogisch specialist uit voorschoolse groepen aanwezig • nieuwe expertgroep 0-6, meer preventief aanbod 0-6 en een IKC-brede training in signalering

Normaliseren in plaats van problematiseren: • Het eigen tempo van leren en opgroeien normaliseren • Focus op wat kind wel kan in plaats van wat het niet kan • Praten over ADHD en makkelijke oplossingen • Met kinderen samen gezond koken, laten zien wat normaal eten is • Buitenspeeldag met randprogramma voor ouders rondom tablet – en telefoongebruik en belang van buitenspelen • Taboedoorbrekende gesprekken met ouders over bijvoorbeeld armoede

Betrekken van alle stakeholders – verbreding netwerk • Samenwerking met Sociale Wijkteam • GGD 🡪 intern JGZ-verpleegkundige • Overleg met Huisarts en POH: overleg en sparren over kind en op casusniveau En ook: • Ouderparticipatie: opzetten van netwerk om ouders onderling te verbinden. • Met kinderen zelf praten en in verbinding staan • Achter de voordeur komen, thuisbezoeken • Armoedebestrijding: oplossingen betalingsachterstand • Veel ingezet op eerst laagdrempelig interne hulp aan te bieden, voordat zorgroute wordt ingezet

Wat is er gebeurd? Q4 2018: nulmeting • Sterke interne eerstelijn (16%), laag tweedelijns gebruik. -Weinig jeugd- en opvoedhulp • gem. GGZ gebruik • Veel aandacht naar systeem • ondersignalering ouderproblematiek, mishandeling en internaliserende problematiek (slechts 2% vs 15% ext. problematiek). • Weinig signalering in onderbouw, ook t.o.v. voorschoolse groepen.

Q1 2020: nameting • Meer signalering in onderbouw • toename van signalering alle vormen van gezinsproblematiek, incl. ouderproblematiek en mishandeling. • Afname GGZ-gebruik, ondanks toename van gesignaleerde problematiek op kind (en gezins)niveau. Dit wordt verklaard vanuit interne vroeginterventie • Afname hulp door sociaalwijkteam, omdat dit nu intern vertegenwoordigd is (jeugdondersteuner werkt deeltijd voor wijkteam)

Q2 2021: eindmeting • Verdere toename signalering in de onderbouw, met uitzondering van internaliserende problematiek waarop signalering achterblijft. • In de onderbouw wordt nu voor het eerst ook kindermishandeling gesignaleerd en is een toename van signalering overige gezinsproblematiek. Hier is goed een trend zichtbaar: eerst kindproblematiek meer in beeld (onderbouw 2020), daarna (achterliggende) gezinsproblematiek ook (onderbouw 2021). GGZ meer dan gehalveerd sinds aanvang pilot en nu op zeer laag 4%. Externe jeugd- en opvoedhulp ook heel laag, heel veel is intern opgepakt.

Reflectie van de onderzoekers Binnen dit IKC weten we dat er stevig is ingezet op het terugdringen van zorggebruik, waarbij er veel aandacht is geweest voor normaliseren. We zien dit terug in de cijfers rondom het zorggebruik dat geleidelijk aan wordt teruggedrongen. Uit kwalitatieve data werd duidelijk dat er veel casussen intern zijn aangepakt en afgehandeld door de jeugdondersteuner. Dit is in lijn met de verwachting die vooraf aan de pilotperiode is vastgesteld, maar het is belangrijk om het toeleiden naar zorg die wel nodig is niet onderschikt te maken aan het terugdringen van onnodig zorggebruik.

IKC A: gesignaleerde kindproblematiek totaal 25%

20%

15%

10%

5%

0% Emotionele problemen

Gedragsproblemen

Problemen in persoonlijkheidsontw.

2019

2020

Problemen in sociale vaardig.

Problemen lichamelijk

Problemen in cognitieve ont- wikkeling

2021*

IKC A: gesignaleerde gezinsproblematiek totaal 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Ontoe- reikende Verwaar- lozing, miskwaliteiten in opvoeding handeling, seksueel misbruik

Instabiele opvoedingssituatie

2019

2020

2021

Problemen van ouder

Problemen in omstandig-heden gezin

% Leerlingen met toewijzing: IKC A x Leeuwarden 10% 9% 8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0% 1

2

3

4

5

6

7

Oktober ‘18

8

Februari ‘21

IKC A

Gemiddelde Leeuwarden

IKC A: index 120 100 80 60 40 20 0 1

2

3

Oktober ‘18

Schadelast per toewijzing

4

5

6

7 Februari ‘21

Percentage leerlingen met toewijzing

8

IKC B Wens inzet jeugdondersteuner Meer ‘in gezinnen komen’, meer zicht en grip op zorggebruik

Context:

• Beneden gemiddeld aantal minimakinderen • laag percentage psychosociale problematiek onder kinderen • Mix tussen kinderen van hoogopgeleide ouders en laagopgeleide ouders • Volgens IKC gemis van veiligheid, stabiliteit en structuur meest voorkomende problematiek onder eigen populatie • Meeloopgedrag met oudere hangjongeren

Startpunt volgens IKC zelf

Speerpunten aanpak van de jeugdondersteuner

Afgelopen jaren sterk ingezet op terugdringen van straatcultuur en toename gevoel van veiligheid; toename interne kennis op het gebied van vroegsignalering en gedragsproblematiek. Desondanks is signalering van problematiek laag, tegenover een relatief hoog jeugdhulpgebruik - met name binnen de J-GGZ. In het team bestaat de ervaring dat deze trajecten vaak te kort zijn of onvoldoende op de hulpvraag aansluiten.

• Interne zorgstructuur en administratie • Preventie 0-7 jaar • Intern hulpaanbod midden- en bovenbouw bij lichte problematiek • Versterken relaties met ouders en verzorgers • Brug slaan tussen zorg en onderwijs; grip op zorggebruik

De jeugdondersteuner heeft ingezet op: Professionaliseren: • Wekelijkse start afstemmingsoverleg JOKIB-Directeur • Coaching op het gebied van oudergesprekken • Sparringpartner voor IKC-medewerkers op casusniveau • Structureel maandelijks overleg met externe zorgpartners: GGD, Sociaal Wijkteam en POH Signaleren: • Introduceren van groei-document: dossier per kind • Observaties op kind- en groepsniveau 1 keer per 6 weken -> waar nodig overleg en terugkoppeling docent en/of IB’er • Op speciale dagen en evenement aanwezig om te observeren

Normaliseren in plaats van problematiseren: • Zorgen wegnemen bij PM door stapje terug te zetten en uit te zoomen. • Kijken naar individuele ontwikkelingscurve van het kind • Veel ingezet op kindgesprekken, met name bij de ouderen kinderen, vanuit de overtuiging en ervaring dat ventileren vaak genoeg is. • Alternatieve routes aanbieden aan ouders die snel naar zorg willen stappen • Normaliseren vooral bij hoogopgeleide ouders (onnodige zorgen wegnemen)

Betrekken van alle stakeholders – verbreding netwerk • Structureel overleg met praktijkondersteuner • Huisbezoeken • Ingezet op intern groeidocument voor betere overdracht tussen kinderopvang en school. En ook: • Voorkomen van handelingsverlegenheid bij ouders

• Casus regie en overzicht zorgroutes, ter voorkoming dat ouders gaan ‘shoppen’.

• Wantrouwen bij ouders wegens negatieve ervaring met zorg wegnemen

• Critical friend: Wat zie je allemaal gebeuren in groepen, organisatiestructuur en de leiding.

Wat is er gebeurd?

Q4 2018: nulmeting • Weinig signalering op elk vlak: kind- en ouderproblematiek • Weinig zicht op zorggebruik. • Heel weinig eerstelijnszorggebruik (4%), • gem. GGZ gebruik ondanks heel lage signalering kindproblematiek,

Q1 2020: nameting • Afname van de voorheen relatief hoge signalering in de onderbouw van gedragsproblematiek en cognitieve problematiek • Toename van deze signalering in de voorschoolse groepen waar dit voorheen grotendeels ontbrak. • Verschuivingen zijn klein. Geen verandering in gesignaleerde gezinsproblematiek. • Verschuiving van kindgerichte GGZ naar meer laagdrempelige en systeemgerichte eerstelijns en jeugd- en opvoedhulp.

Q2 2021: eindmeting • Enorme toename van gesignaleerde externaliseerde problematiek en problemen in sociale vaardigheden in onderbouw, afname van beide in bovenbouw. • Geen signalering cognitieve problematiek onderbouw meer, wijst op andere of uitgestelde duiding • Toename gesignaleerde problemen ouder in met name onderbouw, toename gesignaleerde instabiliteit van opvoedsituatie in alle bouwen (effect van achter de voordeur komen). • Toename eerstelijnshulpgebruik en jeugd- en opvoedhulp.

Hier is goed een trend zichtbaar: Een betere signalering van problematiek en daarna meer zicht op achterliggende problemen en reflectie hiervan in type zorg dat wordt ingezet

Reflectie van de onderzoekers Het percentage kinderen dat zorg afneemt is afgenomen, de kosten per traject zijn hoger geworden. We leiden hier voorzichtig een normaliserend effect uit af: het aantal kinderen dat -vaak via de huisarts - kortdurende GGZ-trajecten (bijvoorbeeld diagnostiek bij vermoedens van ADHD) afneemt is afgenomen, het aantal kinderen en gezinnen waar eerstelijns en jeugd- en opvoedhulp naartoe gaat is toegenomen. Dit betreft een ander deel van de populatie, de route van huisarts naar GGZ wordt vaker bewandeld door hoogopgeleide ouders die deze wegen kennen, de route via eerstelijnshulp (waaronder het Sociaal Wijkteam) naar jeugd- en opvoedhulp wordt vaker gebruikt door meer kwetsbare doelgroepen.

IKC B: gesignaleerde kindproblematiek totaal 18% 16% 14% 12% 10%

8% 6% 4% 2% 0% Emotionele problemen

Gedragsproblemen

Problemen in Problemen in persoonlijk- sociale vaardig. heidsontw.

2019

2020

Problemen lichamelijk

Problemen in cogni- tieve ontwikkeling

2021*

IKC B: Gesignaleerde gezinsproblematiek totaal 25%

20%

15%

10%

5%

0% Ontoe- reikende kwaliteiten in opvoeding

Verwaarlozing, mishandeling, seksueel misbruik

Instabiele opvoedingssituatie

2019

2020

2021

Problemen van ouder

Problemen in omstandigheden gezin

% Leerlingen met toewijzing: IKC Bx Leeuwarden 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 1

2

3

4

5

6

7

Oktober ‘18

8

Februari ‘21

IKC B

Gemiddelde Leeuwarden

IKC B: index 300 250 200 150 100 50 0 1

2

3

Oktober ‘18

Schadelast per toewijzing

4

5

6

7

8

Februari ‘21

Percentage leerlingen met toewijzing

IKC C

Wens inzet jeugdondersteuner: Een betere overdracht vanuit voorschoolse groepen naar de onderbouw door middel van periodieke overlegstructuren. Speerpunten aanpak van de jeugdondersteuner:

Context:

Startpunt volgens IKC zelf:

• Bovengemiddeld aantal

Volgens het IKC is er een lage frustratietolerantie en gaan leerproblemen gepaard met ‘in de frustratie schieten en niks meer willen’, met name in de middenbouw. Deze problemen worden gerelateerd door het IKC aan problemen en het gedrag van de ouders. Hiernaast bestaat een vermoeden dat het hoge percentage scheidingen in de ouderpopulatie bijdraagt aan kindproblematiek.

minimakinderen • laag percentage psychosociale problematiek onder kinderen • Mix tussen kinderen van hoogopgeleide ouders en laagopgeleide ouders • Hoog aantal scheidingen ouders

• Geregeld observeren en kijken naar de problematiek achter gedrag • Nauw contact met leerkrachten en transparantie over aanpak op casusniveau; de genomen stappen, denkwijze en handelen inzichtelijk maken ten behoeve van coaching en professionalisering • Laagdrempelig contact met ouders • Intern hulpaanbod midden- en bovenbouw bij lichte problematiek • Ambitie voor out-of-the-box oplossingen

De jeugdondersteuner heeft ingezet op: Professionaliseren: • Installatie peuter-kleuteroverleg • Coaching op het gebied van ondersteuning op casusniveau • Brugfunctie tussen voorschoolse opvang en school Signaleren: • Observatie bij kinderopvang • Oudercontact op school

Normaliseren in plaats van problematiseren: • Op casusniveau collega’s coachen en meenemen in inzichten van de jeugdondersteuner • Niet toegekomen aan preventief en collectief aanbod rondom normaliseren • Waar mogelijk lichte ondersteuning in kindgesprekken

Betrekken van alle stakeholders – verbreding netwerk: • Kortere lijnen naar en binnen zorgnetwerk • Brugfunctie tussen zorg en ouders (kijkt mee op zorgroutes en casusregie) En ook: • Veel moeten investeren in de positionering van een jeugdondersteuner binnen de organisatie. • Opbouwen van kennisnetwerk rondom het IKC om raad en advies in te roepen waar nodig

Wat is er gebeurd? Q3/4 2019: nulmeting • Het vermoeden van verband tussen scheidingen en problematiek werd niet bevestigd in de kwantitatieve data. Geen correlatie tussen instabiele opvoedsituatie (veel scheidingen) en kindproblematiek. • Hoge signalering van internaliserende en externaliserende gedragsproblematiek in de onderbouw.

Q2 2021: eindmeting • Afname van de voorheen relatief hoge signalering in de onderbouw. Dit duidt op een beter begrip van normaal kindgedrag en individuele ontwikkelingscurve. • Toename van signalering van alle kindproblematiek in de midden- en bovenbouw, met soms wel een stijging van 18 procent punt. • Signalering van mishandeling is naar 0% gegaan, duidt mogelijk op over nuancering van problematiek bij het in contact zijn met ouders. • Zicht op het gebruik van eerstelijns hulp is meer dan verdubbeld. • Sterke stijging (1 naar 5 %) van betrokkenheid jeugdbescherming en Veilig Thuis. Duidt mogelijk op onder signalering van mishandeling. Of mogelijk wordt ingezette hulp als voldoende effectief beoordeeld. • Zicht op gebruik van jeugd- en opvoedhulp en GGZ-gebruik is verdubbeld. De toewijzingen zijn niet gestegen, waaruit blijkt dat signalering sterk is toegenomen. Hier is goed een trend zichtbaar: Van ondersignalering van problematiek achter gedrag, naar bredere signalering en meer zicht op daadwerkelijk zorggebruik.

Reflectie van de onderzoekers Hoewel we niet veel verandering zien in de kwantitatieve data rondom het zorggebruik, zien we wel een duidelijke verschuiving in de signalering van de problematiek. Er lijkt meer grip en zicht te zijn op het zorggebruik met de komst van de jeugdondersteuner. Een belangrijke verandering is op het gebied van organisatiecultuur zichtbaar. Uit de kwalitatieve data maken we op dat er een enorme kennisslag is gemaakt rondom zorg, problematiek en zorggebruik. Uit de kwantitatieve data zien we dit terug in een bredere signalering van problematiek en meer kennis van wat er bij het kind en het gezin speelt. Het IKC heeft hiermee een bredere ontwikkeltaak opgepakt.

IKC C: gesignaleerde kindproblematiek totaal 18% 16%

14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% Emotionele problemen

Gedragsproblemen

Problemen in Problemen in sociale persoonlijkheidsontw vaardigheden

2019

Problemen lichamelijk

Problemen in cognitieve ontwikkeling

2021*

IKC C: gesignaleerde gezinsproblematiek totaal 30%

25%

20%

15%

10%

5%

0% Ontoereikende Verwaarlozing, kwaliteiten in opvoeding mishandeling, seksueel misbruik

Instabiele opvoedingssituatie

2019

2021

Problemen van ouder

Problemen in omstandigheden gezin

% Leerlingen met toewijzing: IK C x Leeuwarden 12%

10% 8% 6% 4% 2%

0% 1

2

3

4

5

6

7

Oktober ‘18

8

Februari ‘21

IKC C

Gemiddelde Leeuwarden

Index: IKC C 160 140 120 100 80 60 40 20 0 1

2

3

Oktober ‘18

Schadelijst per toewijzing

4

5

6

7

8

Februari ‘21

Percentage leerlingen met toewijzing

3. Casussen

Casussen De jeugdondersteuners van de drie pilot-IKC’s hebben in 2020 acht casussen (zie rapportage ‘Monetarising casussen’ - Sinzer, 2020) en in 2021 negen casussen aangedragen waar zij de afgelopen jaren bij betrokken waren. Per casus is een kosten-baten analyse gemaakt van de inzet van de jeugdondersteuner. Samen met de jeugdondersteuners is vastgesteld welke extra inzet binnen en buiten het IKC plaatsvond als gevolg van de betrokkenheid van de jeugdondersteuner. En welke verwachte verergering van problematiek en zwaardere inzet van zorg daarmee is voorkomen. Gemiddeld leidde de inzet van de jeugdondersteuner in de totaal verzamelde casussen tot een besparing van ca. € 14.590,- voor de gemeente Leeuwarden, in het brede sociale domein. Besparingen betroffen onder meer inzet van: leerplichtambtenaar; pedagoog GGD; maatwerkvoorziening; (bijzondere) bijstand; J-GGZ diagnostiek en behandeling; Veilig Thuis en/of de Raad voor de Kinderbescherming; schuldsanering; en het Behandeling en Expertise Centrum Jonge Kind. In dit hoofdstuk volgt de uitwerking van de negen casussen die werden verzameld in 2021. Deze casussen tonen aan wat de activiteiten van de jeugdondersteuner op casusniveau kunnen opleveren voor het betreffende kind en voor een efficiënte inzet van middelen vanuit het sociaal domein.

21

Casus 1 Totaal bespaarde kosten gemeente: € 8.777,55 Inzet door interventie van JOK

Gem. Leeuwarden

Uren JOK

Verwachte kosten zonder inzet JOK

Opvoedondersteuning

Gem. Leeuwarden €4.000,(Gem. indicatiestelling voor Jeugdhulptraject gericht op ontwikkeling opvoedvaardigheden ouders, gemeente Leeuwarden)

Integrale vroeghulp traject

Gem. Leeuwarden € 5,248,80 Gem. trajectduur 9 maanden, 6 uur per maand, € 97,20/uur

Traject leerplicht

Gem. Leeuwarden €486,schatting 6 uur op basis van gemiddelden

13.25 uur x €75 = €994,Gem. Leeuwarden

Uren GGD Pedagoog

3 uur x €85 = €255,Gem. Leeuwarden

VVE – coach

4 uur x €83,-= €332,Gemeente Leeuwarden

Leerkracht

IB-er

1,75 uur x €75,-= €131,25 Gemeente Leeuwarden

Gem. Leeuwarden 2e lijns 10 x €83 = €830,psychologische zorg schatting gehanteerde uurtarief bij (moeder) indicatiestellingen

1 uur X €75,-= €75,-

Totaal gemaakte kosten: € 1.787,25

Totaal voorkomen kosten: € 10.564,80

Gemaakte kosten door gem. Leeuwarden: € 1.787,25

Voorkomen kosten voor gem. Leeuwarden: € 10.564,80

22

Casus 2 Totaal bespaarde kosten gemeente: €3.647,25 Inzet door interventie van JOK Gem. Leeuwarden

Uren JOK

11,5 uur x €75,-= € 862,50

Intern Begeleider

Gem. Leeuwarden 4 uur x €75,- = 300

Verwachte kosten zonder inzet JOK korte termijn Gem. Leeuwarden € 4.000,Opvoedondersteunin (Gem. indicatiestelling voor Jeugdhulptraject gtraject gericht op ontwikkeling opvoedvaardigheden ouders, gemeente Leeuwarden) 10 x €83 = €830,2e lijns schatting gehanteerde uurtarief bij psychologische zorg indicatiestellingen

Gem. Leeuwarden Leerplichtambt 0,25 uur x €81,- = € enaar 20,25 Kans op lange termijn Traject leerplicht

€810,- (schatting 10 uur op basis van gemiddelden)

Totaal gemaakte kosten: € 1182,75

Totaal voorkomen kosten: € 4.830,- / lange termijn: €5.640,-

Gemaakte kosten door gem. Leeuwarden: € 1182,75

Voorkomen kosten voor gem. Leeuwarden: € 4.830,-

Casus 3 Totaal bespaarde kosten gemeente: € 210,Inzet door interventie van JOK

Verwachte kosten zonder inzet JOK

Gem. Leeuwarden Uren JOK

8 uur x €75= 600,-

Traject psycholoog

€810,- (schatting 10 uur op basis van gemiddelden)

Totaal gemaakte kosten: € 600,-

Totaal voorkomen kosten: €810,-

Gemaakte kosten door gem. Leeuwarden: € 600,-

Voorkomen kosten voor gem. Leeuwarden: €810,-

23

Casus 4 Totaal bespaarde kosten gemeente: € 4.981,30 Inzet door interventie van JOK Verwachte kosten zonder inzet JOK Gem. Leeuwarden Gem. Leeuwarden Integrale vroeghulp € 5.248,80 traject Gem. trajectduur 9 maanden, 6 uur per Uren JOK 3 uur x €75 = €225,maand, € 97,20/uur Gem. Leeuwarden Uren GGD arts

0,5 uur x €85,-= € 42,50

Totaal gemaakte kosten: € 267,50

Totaal voorkomen kosten: € 5.248,80

Gemaakte kosten door gem. Leeuwarden: € 267,50

Voorkomen kosten voor gem. Leeuwarden: € 5.248,80

Casus 5 Totaal bespaarde kosten gemeente: €5.504,Inzet door interventie van JOK Verwachte kosten zonder inzet JOK Gem. Leeuwarden Gem. Leeuwarden Inzet wijkteam 5 uur x €75 = €375,Uren JOK 3 uur x €75 = €225,Gem. Leeuwarden Sociaal werker

0,5 uur X €75,-= € 37,50

IB-er

Gem. Leeuwarden 0,5 uur X €75,-= € 37,50

€ 4.000,Opvoedondersteunin (Gem. indicatiestelling voor Jeugdhulptraject gstraject gericht op ontwikkeling opvoedvaardigheden ouders, gemeente Leeuwarden) J-GGZ Diagnostiek € 1204,-

Rijk Overplaatsing SO

€ 30.000,-

Totaal gemaakte kosten: € 300,-

Totaal voorkomen kosten: € 35.579,-

Gemaakte kosten door gem. Leeuwarden: € 300,-

Voorkomen kosten voor gem. Leeuwarden: € 5.579,-

24

Casus 6 Totaal bespaarde kosten gemeente: - € 296,75 Inzet door interventie van JOK

Uren JOK

Verwachte kosten zonder inzet JOK

Gem. Leeuwarden

Rijk

2 uur x €75 = €150,-

Overplaatsing SO

€ 30.000,-

Gem. Leeuwarden Logopedist

0,25x € 92,00 = €23,-

VVE – coach

Gem. Leeuwarden 0,5 x €75.- = € 37,50

IB-er

Gem. Leeuwarden 0,75 x € 75,- = € 56,25

Opstapje

niet gemonitariseerd

Screening logopedist

Gem. Leeuwarden €30,- (vanuit IKC betaald)

Totaal gemaakte kosten: € 296,75

Totaal voorkomen kosten: € 30.000,-

Gemaakte kosten door gem. Leeuwarden: € 296,75

nvt

Casus 7 Totaal bespaarde kosten gemeente: € 1.885,Inzet door interventie van JOK

Uren JOK

Verwachte kosten zonder inzet JOK € 550,- (gebaseerd op prijstlijst andere KIES traject gemeente) Gem. Leeuwarden Gem. Leeuwarden 6 x 75 = € 450,Mediation traject € 450,betaald via jeugdwet 3 gesprekken á €150Gem. Leeuwarden Veilig Thuis melding € 1.335,-

Totaal gemaakte kosten: € 450,-

Totaal voorkomen kosten: € 2.335,-

Gemaakte kosten door gem. Leeuwarden: € 450,-

Voorkomen kosten voor gem. Leeuwarden: € 2.335,-

25

Casus 8 Totaal bespaarde kosten gemeente: € 71.540,Inzet door interventie van JOK

Verwachte kosten zonder inzet JOK

Gem. Leeuwarden Uren JOK

18 x €75 = € 1.350,-

Huisuitzetting gezin

Gem. Leeuwarden JGZ 5 x €75 = €375,verpleegkundige GGD Pedagoog

Gem. Leeuwarden 3 x €85 = €255,-

Kinderarts

Gem. Leeuwarden 2 x €115 = €230,-

Route schuldsanering BEC het Hofke

Gem. Leeuwarden € 6.000,huisuitzetting huurwoning/keer (effectencalculator) Gem. Leeuwarden €2.750,Gem. Leeuwarden € 55-75.000,00

Totaal gemaakte kosten: € 2.210,-

Totaal voorkomen kosten: € 73.750,-

Gemaakte kosten door gem. Leeuwarden: € 2.210,-

Voorkomen kosten voor gem. Leeuwarden: € 73.750,-

Casus 9 Totaal bespaarde kosten gemeente: € 3.700,Inzet door interventie van JOK

Verwachte kosten zonder inzet JOK

Gem. Leeuwarden Uren JOK

5 uur x €75 = €375,-

Inzet Wijkteam

2e lijns hulpverlening

Gem. Leeuwarden 5 uur x €75 = €375,-

Gem. leeuwarden €3.700,J_GGZ traject (kosten gebaseerd op landelijk gemiddelde)

Totaal gemaakte kosten: € 375,-

Totaal voorkomen kosten: € 4.075,-

Gemaakte kosten door gem. Leeuwarden: € 375,-

Voorkomen kosten voor gem. Leeuwarden: € 4.075,-

26

4. Aanbevelingen en Kansen

Impactvol inzetten van de jeugdondersteuner Naast het ophalen van effecten en het in kaart brengen van de werkbare elementen, keken we de afgelopen drie jaar ook naar de voorwaarden voor het succesvol inzetten van een jeugdondersteuner. Wat is er nodig om de jeugdondersteuner optimaal het werk te kunnen laten doen? Waar liggen eventuele knelpunten? En hoe voorkom je bijvoorbeeld dat de jeugdondersteuner wordt meegesleurd in de waan van de dag? Dit zijn we te weten gekomen:

Belangrijk dat het IKC voorbereid is op de functie van de jeugdondersteuner Op de IKC’s waar in korte tijd het meeste effect is behaald, kent iedereen op het IKC de rol en opdracht van de jeugdondersteuner. En wordt de jeugdondersteuner benut voor individuele casussen en uitgenodigd om ook iets ‘te vinden’ van de cultuur en manier van werken in het IKC. Een helder idee en visie over de rol en positie van de jeugdondersteuner van de directie van het IKC draagt hieraan bij. Er dient draagvlak te zijn. Het is verder van belang dat de directeur, samen met de jeugdondersteuner, de IB-er en pedagogische specialist, de visie in gezamenlijkheid verder ontwikkelen. Op die manier kan de rol van de jeugdondersteuner beter vorm krijgen.

Een helder pedagogisch en didactisch klimaat, waar lef aanwezig is om te durven veranderen Hierbij is het van een belang dat er een vernieuwende directie is, met een duidelijke visie op de inzet van de jeugdondersteuner. Die daarnaast ruimte geeft aan eigen inzicht en verandering van koers waar nodig. Leerkrachten en pedagogisch medewerkers moeten bereid zijn hun werkwijze op basis van de uitkomsten van nulmeting en monitoring aan te passen. Daarnaast is het wenselijk dat er genoeg ruimte is om ‘andere’ oplossingen te bedenken. Denk hierbij aan collectief in plaats van per individu, of gericht op de leerkracht of pedagogisch medewerker in plaats van op het kind. Zichtbaar was ook dat op de huidige IKC’s deze ruimte niet altijd aanwezig was vanuit de directie, maar ook dat de ruimte om te innoveren en out of the box te werken niet altijd is benut. Dit komt mede doordat in sommige gevallen veel geïnvesteerd is in het bestendigen van een rol binnen het huidige team. En omdat het aan daadkracht ontbrak om buiten de gebaande paden en wegen om te denken. Daarnaast was te zien dat op casusniveau problematiek soms op een andere manier werd benaderd, maar dat dit niet op zo’n manier is geborgd dat in soortgelijke toekomstige situaties hetzelfde wordt gehandeld.

Problematiek in beeld (nulmeting) en op basis daarvan afgebakende doelen/gerichte opgave en continue bijsturing Op alle IKC’s heeft een nulmeting plaatsgevonden waaruit richtingen zijn meegegeven om aan te werken. Op de IKC’s waar een duidelijk doelstelling is gevormd, vond er een duurzame verandering plaats. Het is dus

27

wenselijk om, naast de in beeld gekregen problematiek, duidelijk afgebakende doelen op te stellen. Om op deze manier tot het meest waardevolle effect te komen. Door dit te monitoren en bij te sturen waar nodig, is de jeugdondersteuner het meest waardevol in te zetten met een gerichte opgave.

Onafhankelijkheid jeugdondersteuner borgen De jeugdondersteuner dient in staat te zijn om ‘positie’ te nemen. Daarvoor is onafhankelijkheid van belang, die organisatorisch is belegd door onafhankelijk werkgeverschap en onafhankelijke supervisie.

Belangrijk vanuit gemeente: als aanjager betrokken blijven en ruimte laten voor ontdekkend/ontwerpend leren en inrichten Een stevige gemeentelijke projectleiding, met goede lijnen met onderwijsbesturen, directies van kinderopvang en binnen alle geledingen van de gemeente, bleek een belangrijke randvoorwaarde te zijn. Ook stevigheid in het nemen van besluiten, bestaande structuren transformeren en aanpassen en vasthouden aan de inhoudelijke lijnen is van belang. Het uitgangspunt: samen ontdekken wat werkt. En voortdurend reflecteren en bijsturen.

‘Eilandjes’ met bepaalde norm voorkomen: intervisie tussen jeugdondersteuners Jeugdondersteuners dienen een periodiek afstemmingsoverleg te organiseren, waarin ze hun rol en positie bespreken en ervaringen delen. Dit bevordert de professionalisering van de jeugdondersteuner en voorkomt tunnelvisies.

Jeugdondersteuners toerusten met vaardigheden om kennis over te dragen, structurele veranderingen te initiëren en waar nodig te leiden Alle jeugdondersteuners zijn, afzonderlijk van elkaar, op verschillende gebieden vakinhoudelijk sterk onderlegd. Dit zorgt ervoor dat de jeugdondersteuners op casusniveau van veel betekenis kunnen zijn voor elkaar. Bijvoorbeeld door bepaalde casussen op te pakken of de desbetreffende collega te ondersteunen en te coachen. We zien dat de jeugdondersteuners heel goed weten wat ze doen, maar dat het lastig blijkt om deze kennis en ervaring over te brengen en te borgen binnen de hele organisatie, bij de directie, leerkrachten en ouders. Het is aan te bevelen om de jeugdondersteuners toe te rusten met vaardigheden buiten de bestaande vakinhoudelijke kennis, om zo IKC-breed een duurzame verandering te verankeren. Alle jeugdondersteuners gaven aan om op het gebied van kennisoverdracht, leiderschap en het initiëren van structurele veranderingen coaching of opleiding te willen.

Belangrijk voor continuïteit: inbedding nieuwe werkwijze in structuren die niet persoonsafhankelijk zijn Opvolgend op het punt hierboven: het is belangrijk dat de werkwijze, de nieuwe overlegstructuren en het verstevigen van het zorgnetwerk ingebed wordt in het IKC als organisatie. Het is niet de bedoeling dat deze elementen persoonsafhankelijk worden. Dit is wel gezien in de pilot: een aantal elementen zijn verdwenen na vertrek van een jeugdondersteuner, omdat het teveel aan deze persoon hing, in plaats van aan het gehele IKC.

Meer naar buiten gericht werken Het meest effect rondom het voorkomen van onnodig lange trajecten en het versnellen van de zorgroutes, is bereikt op de IKC’s waar: veel ingezet is op het contact met en het betrekken van ouders, het zorgnetwerk

28

rondom het kind goed in beeld brengen en hierin een rol nemen en het bij elkaar brengen van externe zorgpartners.

Aansluiten op actualiteiten in het jeugddomein De doelen worden het meest effectief bereikt als de gemeentelijke ontwikkelingen op het gebied van diverse beleidsterreinen, zoals jeugdzorg, sociaal domein, armoedebestrijding en gezondheidsbevordering, steeds gevolgd worden. En dat er steeds wordt gekeken op welke manier hiermee rekening moet worden gehouden, in relatie tot de inzet van de jeugdondersteuner op het IKC.

Stevige visie op het aanpassen van het systeem, in plaats van het kind laten aanpassen aan het huidige systeem Met de plaatsing van de jeugdondersteuners is de weg ingeslagen om op IKC-niveau meer in te zetten op samenwerkingen en om veranderingen in de praktijk aan te brengen. In plaats van het kind aan te passen aan de huidige werkwijzen en structuren, zoals momenteel vaak de realiteit is. Uit de data, zowel kwantitatief als kwalitatief, is te concluderen dat dit een positieve uitwerking heeft. De weg is ingeslagen, maar het is wenselijk om hierop de visie te verstevigen en het gemeentebreed nog een stap verder te brengen.

Punten van aandacht Privacy punt van aandacht – jeugdondersteuner kan hier rol innemen Uit de gesprekken bleek dat de privacy van het kind en diens leefomgeving soms in het geding komt. Vanuit meerdere externe zorgpartners is aangeven dat de jeugdondersteuner hierin meer een rol kan pakken om de privacy te waarborgen en hierop regie kan pakken.

Doorbreek het ‘’topdown gevoel’’ Uit de gesprekken bleek dat de IKC’s bij de start van de jeugdondersteuners een afwachtende houding hebben aangenomen. Hoewel de besturen en directies van de IKC vanaf het begin van de pilot betrokken zijn geweest, is er onvoldoende gevoel van eigenaarschap ervaren. Dit heeft mede gezorgd voor een langere opstartperiode dan vooraf gewenst. - Hierbij speelt ook de rol die de IKC's en hun besturen hier zelf in hebben aangenomen mogelijk een rol. Bij eerdere vernieuwingen in zorgstructuren in het onderwijs - zoals de invoering van het Passend onderwijs in 2014 en de Leerling Gebonden Financiering in 2003 - werd in evaluaties een afwachtende en gereserveerde houding vanuit de sector gerapporteerd.

Per locatie verschillend welke soort jeugdondersteuner Er is niet een eenduidig beeld van welke achtergrond een jeugdondersteuner zou moeten hebben, mede doordat de jeugdondersteuner op het snijvlak van zorg en onderwijs staat. Per IKC kan het verschillen in welke mate een zorg- of onderwijsachtergrond van de jeugdondersteuner wenselijk is.

Aandacht voor: van wie is de jeugdondersteuner? ‘’De jeugdondersteuner is van iedereen en van niemand’’. Deze omschrijving is meermaals naar voren gekomen tijdens de gesprekken. Dit brengt voordelen met zich mee zoals de flexibiliteit en laagdrempeligheid van de jeugdondersteuner, maar brengt ook een zekere mate van onduidelijkheid met zich mee. Het is te overwegen om hier meer visie op te vormen.

29

5. Bijlagen

1. Tabellen turflijsten 2019-2021 IKC A Tabel 2a: Percentages gesignaleerde kindproblematiek op IKC A Voorschools

Onderbouw

Middenbouw

Bovenbouw

Totaal IKC

2019

2020 2021 2019 2020 2021 2019 2020 2021

2019 2020 2021 2019 2020 2021*

Emotionele problemen

3%

0%

-

Gedrags- problemen

13%

17%

-

Problemen in persoonlijkheidsontw.

0%

1%

Problemen in sociale vaardig.

3%

Problemen lichamelijk Problemen in cognitieve ontwikkeling

0%

4% 1%

1%

0%

1%

5%

4% 4%

2%

2%

2%

6%

13% 16% 16% 16%

17%

24%

28% 20% 15% 19% 18%

-

0%

1% 12%

0%

1%

4%

0%

3% 1%

1%

2%

5%

0%

-

0%

1% 14%

0%

1%

3%

0%

0% 0%

1%

1%

5%

6%

14%

-

0%

18% 18%

0%

6%

10%

0%

3% 6%

1%

9%

12%

0%

0%

-

2%

3% 20% 22% 16%

28%

28%

14% 16% 14% 9%

22%

30

Tabel 2b: Percentages gesignaleerde gezinsproblematiek op IKC A Voorschools

Onderbouw

Middenbouw

Bovenbouw

Totaal IKC

2019

2020 2021 2019 2020 2021 2019 2020

2021

2019 2020

2021

2019

2020

2021

Ontoereikende kwaliteiten in opvoeding

7%

10%

-

12% 18% 15% 17% 32%

32%

22% 18%

18%

15%

21%

23%

Verwaarlozing, mis- handeling, seksueel misbruik

1%

3%

-

0%

8%

6%

0% 5%

6%

0%

5%

7%

Instabiele opvoedingssituatie

4%

10%

-

19% 29% 38% 31% 31%

34%

29% 26%

31%

23%

25%

34%

Problemen van ouder

7%

11%

-

2%

0% 18%

17%

2% 14%

16%

2%

13%

13%

Problemen in omstandigheden gezin

2%

9%

-

27% 25% 12% 24% 31%

35%

23% 15%

22%

20%

21%

24%

0% 8%

6% 5%

0%

Tabel 2c: Percentage bekend zorggebruik op IKC A eerste lijn

2019 2020 2021

tweede lijn

Overig

SWT / jeugdjeugd- en jeugd- jeugd- jeugdreHumani- bescherm- opvoed- hulp GGZ LVB classering tas/steun- ing punt 16% 4% 3% 9% 1% 1% 12% 17%

1% 3%

4% 2%

5% 4%

0% 0%

0% 0%

leerplicht motorisch, spraak

4% 1%

4% 11%

Veilig Thuis

Hulp/zorg ouders

7%

3%

1% 0%

0% 0%

31

IKC B Tabel 1a: Percentages gesignaleerde kindproblematiek op IKC B Voorschools

Onderbouw

Middenbouw

Bovenbouw

Totaal IKC*

2019

2020 2021

2019 2020 2021 2019 2020 2021 2019 2020 2021 2019 2020 2021*

Emotionele problemen

0%

2%

-

5%

0% 0%

8%

11%

2%

4%

4%

1%

Gedragsproblemen

0%

4%

-

10%

4% 21% 16% 16% 15% 10%

14%

8%

9%

10%

14%

Problemen in persoonlijkheidsontw.

2%

0%

-

5%

0% 0%

Problemen in sociale vaardig.

4%

2%

-

0%

Problemen lichamelijk

0%

0%

-

Problemen in cogni- tieve ontwikkeling

16%

6%

-

2%

0%

0%

0%

1%

5%

3%

2%

2%

2%

0% 27% 2%

11% 11%

1%

6%

2%

2%

5%

12%

0%

0% 0%

0%

0%

4%

2%

4%

1%

0%

2%

20%

17% 0% 12% 16%

6%

8%

22%

16%

13% 16%

8%

0%

2%

2%

Tabel 1b: Percentages gesignaleerde gezinsproblematiek op IKC B

Voorschools

Onderbouw

Middenbouw

Bovenbouw

Totaal IKC

2019

2020 2021 2019 2020 2021 2019 2020 2021 2019 2020

2021

2019 2020 2021

Ontoereikende kwaliteiten in opvoeding

2%

4%

-

0%

0% 15% 8% 0% 0% 6% 6%

3%

4%

3% 5%

Verwaarlozing, mishandeling, seksueel misbruik

0%

0%

-

0%

2% 0% 0% 0% 0% 1% 2%

0%

1%

1% 0%

Instabiele opvoedingssituatie

0%

0%

-

0%

7% 13% 5% 11% 21% 8% 11%

33%

7%

7% 23%

Problemen van ouder

0%

0%

-

0%

0% 13% 5% 2% 8% 3% 5%

2%

2%

2% 7%

Problemen in omstandigheden gezin

0%

0%

-

0%

0% 6% 0% 0% 2% 0% 3%

2%

0%

1% 3%

32

Tabel 1c: Percentage bekend zorggebruik op IKC B eerste lijn tweede lijn

2019

Overig

SWT / jeugdjeugd- en jeugd- jeugd- jeugdreHumani- bescherm- opvoed- hulp GGZ LVB classering tas/steun- ing punt 4% 1% 1% 10% 0% 0%

2020 2021

6% 7%

0% 3%

4% 7%

0% 10%

0% 1%

0% 0%

leerplicht motorisch, spraak

Veilig Thuis

Hulp/zorg ouders

1%

0%

0%

1% 0%

0%

0%

2% 8%

IKC C Tabel 3a: Percentages gesignaleerde kindproblematiek op IKC C Voorschools 2019

Onderbouw

2020 2021 2019 2020 2021

Middenbouw 2019

Bovenbouw

Totaal IKC*

2020 2021 2019 2020 2021 2019 2020 2021*

Emotionele problemen

-

-

-

15%

-

11%

6%

-

15% 6%

-

23% 9%

-

17%

Gedragsproblemen

-

-

-

17%

-

8%

5%

-

14% 2%

-

18% 8%

-

14%

Problemen in persoonlijk heidsontw.

-

-

-

11%

-

5%

4%

-

18% 7%

-

13% 7%

-

12%

Problemen in sociale vaardig.

-

-

-

4%

-

2%

13%

-

7% 5%

-

10% 11%

-

7%

Problemen lichamelijk

-

-

-

23%

-

1%

24%

-

15% 9%

-

23% 14%

-

14%

Problemen in cognitieve ontwikkeling

-

-

-

5%

-

1%

27%

-

17% 9%

-

16% 15%

-

12%

33

Tabel 3b: Percentages gesignaleerde gezinsproblematiek op IKC C Voorschools 2019

Onderbouw

Middenbouw

Bovenbouw

2020 2021 2019 2020 2021 2019 2020 2021 2019 2020

Totaal IKC

2021

2019 2020 2021

Ontoereikende kwaliteiten in opvoeding

-

-

-

15%

-

12% 17%

-

20%

7%

-

12%

13%

-

14%

Verwaarlozing, mishandeling, seksueel misbruik

-

-

-

5%

-

0%

2%

-

0%

7%

-

0%

5%

-

0%

Instabiele opvoedingssituatie

-

-

-

13%

-

11% 18%

-

26% 30%

-

42%

20%

-

28%

Problemen van ouder

-

-

-

9%

-

6%

5%

-

19%

3%

-

9%

6%

-

11%

Problemen in omstandigheden gezin

-

-

-

13%

-

2%

4%

-

6%

7%

-

3%

8%

-

4%

Tabel 3c: Percentage bekend zorggebruik op IKC C eerste lijn tweede lijn SWT / Humanitas/steunpunt 2019 4% 2020 2021

10%

jeugdjeugd- en bescherm- opvoed- hulp ing

Overig

jeugd- jeugd- jeugdreGGZ LVB classering

1%

1%

3%

0%

0%

5%

3%

8%

0%

0%

leerplicht motorisch, spraak

1% -

6%

Veilig Thuis

Hulp/zorg ouders

0%

0%

0%

0%

34

2. Interviewlijst IKC A

IKC B

Functie

Functie

Jeugdondersteuner

Jeugdondersteuner

JGZ Verpleegkundige GGD

Pedagogisch specialist en VVE Coach Sinne Kinderopvang

Leerkracht en coördinator onderbouw Coördinator Sinne kinderopvang Directeur Directeur Coördinator Passend Onderwijs Intern begeleider/Adjunct directeur Pedagogisch Specialist Sinne Kinderopvang Leerkracht groep 1/2

IKC C Functie

Jeugdondersteuner Directeur Interne begeleider Praktijkondersteuner

Overig Functie

Adviseur Jeugd expertteam Gemeente Leeuwarden Jeugdhulp Friesland Coach van de drie jeugdondersteuners (zelfstandige)

Pedagogisch medewerker kinderopvang Leerkracht groep 4 en onderbouw coördinator

35

Colofon © Sinzer – Grant Thornton Joyce Lagerweij – Managing impact consultant Aimée van der Wolde – Senior impact consultant

CONTACT www.sinzer.org info@sinzer.org

Auteurs < add names >

36

info@sinzer.org +31 6 54 39 73 63 De Passage 150 1101 AX Amsterdam

©2021 Grant Thornton Specialist Advisory Services B.V., handelend onder de naam Sinzer, is lid van Grant Thornton International Ltd (Grant Thornton International). Grant Thornton Specialist Advisory Services B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 22031267. Op al onze diensten zijn de algemene voorwaarden van toepassing. Op verzoek ontvangt u een exemplaar van deze voorwaarden. Iedere aansprakelijkheid is beperkt zoals vermeld in de algemene voorwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=82ad0115-834c-48ee-b561-458299f56f14