2020-03-31 NHL tussenrapportage ontwikkeling methodiek en monitoring zorg in en om school gemeente Leeuwarden
Tekst van het document
Herinrichten steunstructuur in en om school: ontwerpgericht praktijkgericht onderzoek naar een nieuwe steunstructuur in het PO/KOV (IKC) in Leeuwarden CONCEPT Tussenrapportage d.d. 26-2-2020 Leeuwarden, februari 2020 NHL Stenden Hogeschool Dr. J. (Janneke) Metselaar, Dr. B. (Bert) Wienen, Dr. I. (Ineke) Oenema-Mostert & Dr. J. (Jelle) Dijkstra Inhoud 1. Nieuwe steunstructuur 12- ................................................2 2.
Onderbouwing Steunstructuur 12- ..........................................2
Bouwstenen integrale preventieve aanpak ....................................3 Jeugd Ondersteuner Kindcentra Leeuwarden ...................................4 Ontwikkeling en onderbouwing ...............................................4 3.
Tussentijdse inventarisatie: uitkomsten focussessies .....................6
Opzet en deelnemers focussessies ...........................................6 Ervaringen met de inzet van de jeugdondersteuner ...........................6 Zichtbaar en benaderbaar ...................................................7 Proces .....................................................................8 Opbrengst Steunstructuur 12- ...............................................8 Randvoorwaarden ............................................................9 4.
Outline methodiekbeschrijving ...........................................10
Overdraagbaarheid .........................................................10 Reflectie en kwaliteitsverbetering ........................................10 Professionalisering .......................................................11 Werkwijze om te komen tot de methodiekbeschrijving ........................11 In de grondverf: doelgroep ................................................12 In de grondverf: aanpak in concrete fasen en stappen ......................13 Work in progress ..........................................................14 5.
Conclusies en aanbevelingen op basis van de tussenrapportage ............15
Conclusies ten aanzien van de opbrengsten .................................15 Nog niet behaalde opbrengsten .............................................16 Voorwaarden voor opbrengsten van de steunstructuur ........................17 Aanbevelingen en suggesties tot doorontwikkeling ..........................20 6.
Bronnen .................................................................21
Bijlage 1: Probleemstelling, vraagstelling en ontwikkeldoelstelling ........22 NHL Stenden Hogeschool | Pagina 1 van 28
Bijlage 2: Deelnemers focussessies .........................................24 Bijlage 3: Opbrengsten gelieerd aan de functieopdracht .....................26
1. Nieuwe steunstructuur 12In Leeuwarden is medio 2019 op drie IKC’s een nieuwe steunstructuur 12- van start gegaan door de inzet van drie Jeugd Ondersteuners Kindcentra (jeugdondersteuners). Deze nieuwe steunstructuur1 wordt onderbouwd door een methodiekbeschrijving en monitoring van de inhoudelijke opbrengsten. NHL Stenden Hogeschool voert het onderzoek m.b.t. een eerste verkenning t.b.v. een methodiekontwikkeling inclusief monitoring t.a.v. het inrichten van de nieuwe steunstructuur in en om school (zie bijlage 1: probleem-, vraag- en ontwikkeldoelstelling). Dit onderzoek vindt plaats in de april 2019 tot en met september 2020. In het najaar van 2019 is de behoefte ontstaan om tussentijds een eerste inventarisatie te doen van wat er op de pilotlocaties in het kader van de steunstructuur 12- heeft plaatsgevonden en wat daar de opbrengst van is geweest in de ervaringen van betrokkenen. Om tot deze eerste inventarisatie te komen hebben er zes focussessies plaatsgevonden in november 2019 en januari 2020. In deze rapportage komen, na een korte onderbouwing, de uitkomsten van deze focussessies en de outline van de methodiekbeschrijving aan bod. De tussenrapportage wordt afgesloten met voorlopige conclusies en aanbevelingen.
2. Onderbouwing Steunstructuur 12Tijdens de ontwikkelingen van transitie en transformatie van de jeugdhulp verdienen de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor jeugd onverminderd aandacht. Kwalitatief goede hulp draagt namelijk bij aan het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen. In de afgelopen jaren groeit de aandacht voor de effectiviteit van de zorg voor jeugd. De ontwikkelingen van praktijkverbetering vergen echter een lange adem. Het algemene beeld ontstaat van een sector die veel innoveert, maar uiteindelijk weinig vooruitgang boekt. De vernieuwingen in het jeugddomein in Leeuwarden bieden de kans om dit beeld te doorbreken. De weg is ingeslagen om een steunstructuur te realiseren waarin de jeugdondersteuner in nauwe samenwerking met jeugdigen en ouders in de school en naaste omgeving ondersteuning biedt. Met het oog op het bestendigen van de samenwerking onderwijs-zorg-jeugd wordt geadviseerd om (Peters, 2018): 1
Opdrachtformulering van Voskuylen en Michorius (2018): Herinrichten steunstructuur in en om school: Opdracht voor het opzetten van een onderzoeksplan voor komende 1 ½ jaar met een meerjarig perspectief uitgevoerd door lectoren van NHL Stenden met als thema; De kracht van samen: aanpak sociaal domein. NHL Stenden Hogeschool | Pagina 2 van 28
•
te zorgen voor een evenwichtig palet aan professionals rond kinderen en jongeren, die ingeschakeld kunnen worden waar nodig. Om de IKC-teams te verbreden met medewerkers van jeugdhulp- en/of zorgorganisaties, afhankelijk van de populatie;
•
als onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, vrijblijvende lokale afspraken te maken;
•
ouders en opvoeders vertrouwd te maken met het zorg- en jeugdhulpaanbod via het IKC. Met ouders actief samen te werken neem hen in ieder proces rond het kind goed mee.
zorg
en
gemeenten
niet-
Met het herinrichten van de steunstructuur in en om IKC’s wordt in Leeuwarden gekozen voor een integrale aanpak waarin verschillende professies bij elkaar worden gebracht die met elkaar samenwerken. Bouwstenen integrale preventieve aanpak In een integrale verpakt:
preventieve
aanpak
zitten
drie
noodzakelijke
1) vanuit het perspectief van het kind en zijn omgeving, met aandacht voor alle leefgebieden;
elementen
ouders/verzorgers
en
2) organisatorisch: het samenbrengen van functies en organisaties in een organisatievorm. Het gaat hierbij om het interprofessioneel samenwerken, ook wel multidisciplinair, interdisciplinair genoemd; 3) methodisch: Het onderling afstemmen van verschillende deskundigheden en werkwijzen – de kennis en kunde van professionals – om tot één, op elkaar afgestemd plan voor de cliënt te kunnen komen. In een dergelijke aanpak wordt in samenhang en afstemming domein overstijgend samengewerkt aan effectieve en efficiënte hulp en ondersteuning bij hulpvragen van gezinnen, dichtbij en ter preventie van (escalatie van) problematiek. De ondersteuning is gericht op het zo snel, eenvoudig en duurzaam mogelijk oplossen van meervoudige problemen. Het versterken van de veerkracht, het vergroten van zelfregie, zelfredzaamheid en participatie en het benutten van het eigen netwerk daarbij, zijn vertrekpunt. Dit heeft voordelen: • • • • • •
Laagdrempelig beschikbaar en zichtbaar, ondersteuning en zorg dichtbij. Vroegtijdig signaleren en interveniëren. Maatwerk in samenwerking met gezinnen en het netwerk. Goede dosering (niet alles tegelijk) wanneer er verschillende vraagstukken spelen. Prioriteren in samenspraak met degenen die het betreft. Doublures af laten nemen en langs elkaar heen werken verminderen.
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 3 van 28
Jeugd Ondersteuner Kindcentra Leeuwarden De aanloop naar de inzet van Jeugd Ondersteuner Kindcentra is ruim een decennium geleden ingezet met de ontwikkeling van IKC’s waarin primair onderwijs en kinderopvang samenwerken. In de loop van deze ontwikkeling zijn casussen onder de loep genomen, is een breed bestuurlijk draagvlak ontstaan en wordt de urgentie ervaren om het verschil te willen maken: normaliseren, problematiek terugdringen en daarmee de kosten verminderen. De steunstructuur 12- is van start gegaan in drie proeftuinen (IKC De Weide, IKC Franciscus, IKC Prins Willem Alexander) waar jeugdondersteuners expertise inbrengen en van de integrale preventieve werkwijze werk gaan maken. De opdracht die zij meekrijgen, is kortweg vierledig: 1) preventie; 2) normaliseren; 3) professionaliseren; 4) casusregie (inzet waar nodig). De uitvoering van deze opdracht wordt zichtbaar in: focus op 0-6 jarige kinderen, casusregie, breed preventieaanbod, een professioneel team, en efficiënter samenwerken (doublures af laten nemen en langs elkaar heen werken verminderen). Het is niet de bedoeling het wiel uit te vinden. Gebruik maken van wat beschikbaar is, bijvoorbeeld aan preventieaanbod en zich bewezen heeft, is een praktisch uitgangspunt.
Ontwikkeling en onderbouwing Er is geen kant en klare blauwdruk voor de steunstructuur, daarom èn vanwege de aandacht voor de kwaliteit van de zorg vindt in de periode april 2019 tot en met september 2020 praktijkgericht ontwikkelonderzoek plaats. Vanuit twee invalshoeken: 1) probleemanalyse, nulmeting, van de startsituatie van de proeftuinen; 2) methodiekontwikkeling en monitoring. Het eerste heeft tot doel om met de beoogde aanpak goed aan te sluiten bij de situaties in de proeftuinen. Het tweede heeft tot doel om te komen tot een eerste aanzet van een overdraagbare beschrijving van de werkwijze en onderbouwing. Ten behoeve van de onderbouwing worden in de eigen praktijk de elementen tegen het licht gehouden waarvan bekend is dat ze er toe doen (Verheyden & De Lange, 2016). Voor goede interdisciplinaire teamsamenwerking bezitten professionals hun vakinhoudelijke competenties, maar ook het vermogen om boven het eigen specialisme te staan, betrouwbaar te zijn en open te communiceren. Ze zijn inventief en hebben lef. Effectieve teamsamenwerking wordt gekenmerkt door een gedeelde urgentie en onderlinge afhankelijkheid en een open communicatie en reflectie op de samenwerking. Professionals worden ondersteund door een organisatie die in staat is om het gezamenlijke belang voorop te stellen.
Duidelijke samenwerkingsafspraken zijn belangrijk, en er wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van een gezamenlijke taal en concrete werkprocessen (Verheyden & De Lange, 2016).
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 4 van 28
Deze kennis draagt bij aan de onderbouwing van de methodiekbeschrijving. Praktijkgericht en ontwerpgericht komt de steunstructuur met betrokkenen tot stand. De ervaringen van jeugdigen en gezin staan hierbij centraal.
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 5 van 28
3. Tussentijdse inventarisatie: uitkomsten focussessies Opzet en deelnemers focussessies In het najaar van 2019 is de behoefte ontstaan om tussentijds een eerste inventarisatie te doen van wat er op de pilotlocaties in het kader van de steunstructuur 12- heeft plaatsgevonden en wat daar de opbrengst van is geweest. Om tot deze eerste inventarisatie te komen hebben er zes focussessies plaatsgevonden in november 2019 en januari 2020. Het doel van de focussessies was om te inventariseren wat de opbrengst is van de nieuwe steunstructuur in de ervaringen van betrokkenen. Aan de hand van een matrix met daarin een tijdslijn en naar groep betrokkenen uitgesplitst (bijv. projectleiding, schoolbestuur, school directie, jeugdondersteuners) zijn de opgedane ervaringen opgehaald. Op losse flappen zijn overige indrukken verzameld t.a.v. opbrengst, randvoorwaarden en toekomstperspectieven. De eerste focussessie heeft, bij wijze van proefsessie, in november 2019 plaatsgevonden met de projectleiding van de herinrichting steunstructuur 12-. Vervolgens hebben in januari 2020 vijf sessies plaatsgevonden: sessie 1-3 met betrokkenen van de drie pilotlocaties (IKC de Willem Alexander i.o., IKC De Weide en IKC Franciscus); sessie 4 met sociaal werkers, jeugdverpleegkundigen, jeugdondersteuners, (pre-)Jeugdexpertteam en coaches; en sessie 5 met het uitvoeringsteam (zie bijlage 2).
De drie locaties verschillen in de mate waarin de jeugdondersteuner er al een tijdje actief is. Op locaties waar vrij recent (september 2019) de jeugdondersteuner, als gevolg van een wisseling, actief van start is gegaan, is nog sprake van een opbouwfase. In de hiernavolgende paragrafen komen achtereenvolgens: 1) de ervaringen met de inzet van de jeugdondersteuner aan bod; 2) de zichtbaarheid en benaderbaarheid van de jeugdondersteuner; 3) ervaringen met het proces van het realiseren van de nieuwe steunstructuur op de drie locaties; 4) de ervaren opbrengsten in termen van succesfactoren; en tot slot, 5) de randvoorwaarden die betrokkenen hebben aangedragen tijdens de focussessies. Ervaringen met de inzet van de jeugdondersteuner De tevredenheid op de IKC’s over de jeugdondersteuner is groot. De jeugdondersteuner wordt ervaren als een aanvulling op de expertise binnen het IKC. De jeugdondersteuner ondersteunt in signaleren. Dit is een professionalisering van het onderwijs en kinderopvang. Er is op de pilotlocaties sprake van een goede klik met de jeugdondersteuners. De jeugdondersteuner heeft een open houding, is betrokken, heeft ervaring en kijkt naar de grote lijnen. Onderwijs en kinderopvang kunnen niet altijd achter de voordeur kijken. De jeugdondersteuner komt wel binnen bij gezinnen. NHL Stenden Hogeschool | Pagina 6 van 28
De jeugdondersteuner is nodig voor preventieve inzet en om een brug te slaan naar wijkteam en/of huisbezoek. Een voorbeeld van een situatie met een kind dat al een tijdje niet naar school gaat waarin het wijkteam niet binnen komt bij het gezin. De moeder heeft contact gehad met de jeugdondersteuner en via haar mag het wijkteam wel naar binnen. Het kind gaat nu weer naar school. Een ander voorbeeld betreft gedragsproblematiek die zich kan ontwikkelen tot een gedragsstoornis. Door betere regulatie wordt dit voorkomen. Ondersteuning is dichtbij. Er is sprake van meer rust en structuur thuis bij ouders. School is erg belangrijk voor ouders dus die delen niet alle problematiek. Omdat de jeugdondersteuner niet ‘van school’ is, krijgt die wel het vertrouwen. Belang van ouders; niet diagnosticeren want ouders zijn bang voor instanties. De jeugdondersteuner signaleert en adviseert en stelt geen diagnose. Dat voelt veilig. De situatie voordat de jeugdondersteuner actief was, werd gekenmerkt door dat ouders in gesprekken wel hulp accepteerden, maar dat ouders wanneer er iemand belde voor een afspraak toch niet meewerkten. In de huidige situatie wordt er direct na een gesprek actie ondernomen waardoor ouders bij nader inzien niet afhaken. Zichtbaar en benaderbaar Men kan makkelijk bij de jeugdondersteuner binnenlopen of hem/haar aanspreken. Ouders weten hem/haar snel te vinden.
De jeugdondersteuner op zijn/haar beurt loopt regelmatig binnen bij bijvoorbeeld de kinderopvang en speelleergroep. Het wordt als prettig ervaren dat er iemand is die objectief observeert en kan adviseren. De jeugdondersteuner kijkt blanco naar een casus. De jeugdondersteuner wordt bijvoorbeeld gevraagd om mee te denken en te observeren. Soms is de jeugdondersteuner omwille van ‘een paar extra ogen’ aanwezig bij gesprekken of in de klas. Terugkerende vragen zijn dan: Wat zie je en wat vind je? Wat zie jij dat wij niet zien? De jeugdondersteuner en leerkracht bespreken vervolgens: Wat hebben we samen gezien? En ze kijken of en waar er inzet gewenst is (preventief). Soms betekent het ook (originele praktische) oplossingen zoeken, waarbij het perspectief verlegd wordt van kind naar context. Als een kind specifiek door de jeugdondersteuner wordt geobserveerd, wordt eerst toestemming van de ouders gevraagd. Jeugdondersteuners voeren veel overleg over leerlingen, over de stappen die gezet gaan worden. Op sommige locaties is sprake van elke week structureel overleg over leerlingen. Daarin wordt samen gekeken en afgestemd wie wat oppakt. Op basis van de ervaringen wordt van de jeugdondersteuner verwacht NHL Stenden Hogeschool | Pagina 7 van 28
dat deze verbindt (met leerkrachten en kinderen), laagdrempelig is, een open houding heeft, vertrouwen wekt en praktijkgericht werkt. Proces Het proces in de aanloop naar de nieuwe steunstructuur 12- met de jeugdondersteuners liep niet zoals verwacht. De sollicitatieprocedure bleek bijvoorbeeld ingewikkelder dan gedacht. Op de locaties werd de beginfase met de jeugdondersteuner soms gekenmerkt door een periode van zoeken en aftasten. Het was niet op alle locaties meteen duidelijk wat er zou gebeuren. In het begin was het soms zoeken naar: wat mag je een jeugdondersteuner vragen? Bij start is bijvoorbeeld ook gekeken naar waar zetten we de jeugdondersteuner in? De inzet van de jeugdondersteuner kwam zodoende voorzichtiger op gang. Er was sprake van een opstartfase die gekenmerkt wordt door wennen. Dit wordt bijvoorbeeld verklaard door cultuur in kinderopvang. Men is niet gewend dat er iemand rondloopt. Moeten we een praatje maken of juist niet? Heel praktisch heeft de praktijk ook moeten uitwijzen waar een jeugdondersteuner zijn/haar werkplek heeft. Er was bijvoorbeeld op één van de locaties eerst sprake van een kantoor aan de buitenkant van het gebouw, dat werkte niet. Nu heeft de jeugdondersteuner een eigen kantoor in de ouderenkamer. De inzet van de jeugdondersteuner varieert tussen de pilot locaties van twee tot drie dagen per week.
De indruk is dat een aanstelling van minimaal 3 dagen noodzakelijk is. ‘Vertrouwen’ en ‘relatie’ is belangrijk in hulpverlening. Daarin is continuïteit van belang. De jeugdondersteuners zijn niet uitwisselbaar tussen locaties. Als persoon brengt JOK-er eigen kwaliteiten mee. Vertrouwen binnen een team. Iedereen heeft z’n eigen netwerk. Je kunt, met een goede overdracht, wel werk overnemen, maar dat kost tijd. Sinds enige tijd focust de jeugdondersteuner zich meer op jongere groepen. Hij/zij is actief betrokken bij het bespreken van zaken voordat het kind naar de basisschool gaat (vroege signalering). De jeugdondersteuner is meer en meer gericht op preventie. Er komt in de praktijk ook meer en meer aandacht voor het reflecteren op casussen binnen het basisteam. Dit moet in de toekomst structureel vorm krijgen. Opbrengst Steunstructuur 12Tijdens de focussessies zijn succesfactoren worden aangemerkt:
verschillende
opbrengsten
genoemd.
Als
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 8 van 28
•
•
•
• •
•
• • •
• •
• •
Nu al veel voorbeelden dat er in de gezinnen veel gebeurt, zelfs al bij peuters (hulpverlening thuis). Thuiszitters zijn beter in beeld na de komst van de jeugdondersteuner. Door de inzet van de jeugdondersteuner werken partijen beter samen. De school neemt bijvoorbeeld het initiatief om met hulpverlening en ouders om de tafel te gaan zitten en de samenwerking te verbeteren. Vóór de komst van de jeugdondersteuner hadden gezinnen wel een contactpersoon uit het wijkteam maar daar had de school/het IKC geen weet van. Door de jeugdondersteuner zijn lijnen korter. Ouders ervaren de jeugdondersteuner als laagdrempelig; als onderdeel van het IKC. Stap om aan te spreken is veel kleiner. De jeugdondersteuner heeft een ‘makelaarsfunctie’ en een ‘regiefunctie’. Het IKC krijgt door de jeugdondersteuner meer een regiefunctie. Het IKC durft nu ouders makkelijker vragen te stellen doordat zaken sneller zichtbaar worden. Door de geografische ligging van één van de IKC’s, heeft het IKC te maken met drie wijkteams. Nu gebundeld in één aanspreekpunt: de jeugdondersteuner. Jeugdondersteuner kan bij ouders thuis komen (IKC niet). Leerkrachten zijn minder handelingsverlegen. Als zij het niet weten, is er hulp dichtbij binnen het IKC. Het wordt ervaren als een succesfactor dat de jeugdondersteuner 'van niemand is'.
Maar het heeft soms ook een aanzuigende werking: alles op het bord van de jeugdondersteuner. Het is belangrijk dat de jeugdondersteuners ruimte krijgen van het IKC. IKC moet deel controle opgeven, niet alles zelf willen doen. Op het IKC speelt veel, problemen sudderen door. Nu kan een deskundig iemand zich hierover buigen en de tijd nemen probleem op te lossen. Succes van de steunstructuur is het ontlasten van het onderwijs en kinderopvang dat het gat gedicht wordt tussen onderwijs/kinderopvang en zorg. In korte tijd zitten de juiste mensen aan tafel voor het kind. Hulp kind gaat niet meer ten koste van de werktijd. De samenwerking met de jeugdondersteuner werkt werkdruk verlagend voor medewerkers. Decentralisatie van de regie heeft geleid tot slagkracht in de wijk, doordat IKC innovatieplaatsen voor jeugdbeleid zijn.
Randvoorwaarden Naast opbrengsten zijn tijdens de focussessies ook randvoorwaarden voor de nieuwe steunstructuur benoemd: • Een gedegen analyse van problematiek is van belang; het IKC moet weten wat nodig is en moet zicht hebben op de leerling populatie en problematiek. Van belang goed beeld vormen van de kinderen/ populatie om vroegtijdig te signaleren wat nodig is voor hulp en ontwikkeling van kind. NHL Stenden Hogeschool | Pagina 9 van 28
•
• • •
De jeugdondersteuner heeft eigenlijk een oproepbaar team nodig met professionals. Naast de jeugdondersteuner moet het mogelijk zijn om meer expertise in te zetten (onafhankelijke experts). Zorg voor voeding en feedback door externen. Een basisvoorwaarde voor de steunstructuur is de vorming van IKC’s: die lopen; die waren er, daar is op voortgebouwd. Visie gemeente. Ruimte, regels, ruggensteun. Ruimte aan de jeugdondersteuner (visie) en het borgen van het proces. Een belangrijke randvoorwaarde bij het werken met de nieuwe structuur is dat de vraag centraal staat: 'Wat doe je nu niet meer?' i.p.v. de stellingname 'Er komt een nieuwe structuur bij'.
Alvorens op basis van deze uitkomsten eerste conclusies te trekken, wordt de stand van zaken omtrent de methodiekbeschrijving beschreven. Aan de methodiekbeschrijving is sinds medio 2019 in maandelijkse werksessies onder begeleiding van een docent/onderzoeker van NHL Stenden Hogeschool met de jeugdondersteuners gewerkt.
4. Outline methodiekbeschrijving Leidraad voor het ontwikkelen van de steunstructuur is het uitgangspunt dat de steunstructuur in een methodiekbeschrijving zijn beslag krijgt. Het ontwikkelen van de steunstructuur en het beschrijven van de methodiek gaan zodoende gedurende het project hand in hand. De methodiekbeschrijving komt van pas bij de brede implementatie van de steunstructuur en bij het overdraagbaar maken de steunstructuur (en het proces om te komen tot een nieuwe steunstructuur) naar andere IKC’s. Het expliciteren van het doel, de doelgroep, de werkwijze en de onderbouwing van een methodiek, maakt de methodiek inzichtelijk en draagt bij aan de overdraagbaarheid van de methodiek. Met de eerste verkenning van de methodiekbeschrijving wordt een document beoogd dat de aanpak en daarmee samenhangende onderwerpen als het doel, de doelgroep en het probleem omvat. Naast onderbouwing, heeft het beschrijven van een werkwijze nog een aantal andere doelen (Booijink, Kuiper & Lammersen, 2012): Overdraagbaarheid Het beschrijven van een methodiek maakt deze overdraagbaar, zodat meer mensen met de interventie kunnen werken. Het is waardevol om een beschrijving te hebben van de werkwijze waarmee jeugdondersteuners binnen het IKC werken. Daarnaast kan de werkwijze hierdoor beschikbaar gesteld worden aan anderen.
Door kennis te delen en voort te bouwen op elkaars kennis, kan er efficiënter gewerkt en kunnen de doelgroepen beter geholpen worden.
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 10 van 28
Reflectie en kwaliteitsverbetering Tegelijkertijd heeft een werkwijze op papier zetten ook een lerend effect. Het stimuleert tot nadenken over het doel, de doelgroep en wat er gedaan wordt en wanneer. Het stimuleert ook te reflecteren tot waarom iets op een bepaalde manier gedaan wordt. Ook komen mogelijke hiaten aan het licht: wat is er nog meer nodig om deze werkwijze met succes toe te passen. Professionalisering Het draagt bij aan de professionalisering van het werk wanneer een organisatie beproefde interventies van andere organisaties inzet of zelf interventies ontwikkelt, vastlegt en evalueert. Het uitwisselen van interventies en het gezamenlijk verrichten van inspanningen om de kwaliteit ervan steeds te verbeteren is goed voor de professionele uitstraling van de sector. Werkwijze om te komen tot de methodiekbeschrijving Vanaf mei 2019 zijn er maandelijks (met uitzondering van de maanden juli en augustus) werksessies met de jeugdondersteuners waarin per bijeenkomst een onderdeel van een methodiekontwikkeling besproken wordt. Hierbij wordt een outline aangehouden met een aantal vaste onderdelen van een methodiekontwikkeling zoals het Nederlands Jeugdinstituut deze hanteert (zie kader).
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 11 van 28
Outline methodiekbeschrijving 1)
Probleem: wat behelst het probleem en wat gebeurt er als er niets wordt gedaan? Wat is de vraagstelling?
2)
Doelgroep: Kenmerken van de doelgroep, indicaties en contraindicaties. Wat zijn beïnvloedbare en niet beïnvloedbare factoren?
3)
Doelstelling: Hoe ziet de situatie er uit na de interventie. Welke problematiek moet verminderen, welke vaardigheden worden gestimuleerd of welke factoren die bijdragen aan de problematiek worden weggenomen.
4)
Uitvoering en beleid: Welk type instellingen kan met de interventie aan de slag, welk type uitvoerders is hier voor nodig, binnen welk beleid past de interventie, wat is relevantie wet- en regelgeving?
5)
Aanpak in concrete fasen/stappen (opbouw methodiek/werkwijze): a) Hoe is aanpak te faseren? Wat gebeurt er in iedere fase? Hoe verloopt de overgang van de een naar de andere fase, wat is de tijdsduur? b) Benodigde competenties van de uitvoerder. c) Randvoorwaarden voor toepassing (bijvoorbeeld draagvlak, rol management, gedeelde visie, samenwerking met andere organisaties, eisen aan de ruimte, eisen aan kwaliteitsbewaking).
6)
Theoretische onderbouwing: Wat waarvan de interventie uitgaat?
zijn
uitgangspunten
van
de
visie
a) Achtergrondinformatie over de werkwijze. b) Visie achter de werkwijze. c) Verantwoording van de nieuwe ondersteuningsstructuur. In de grondverf: doelgroep Onderdeel 2 ‘doelgroep’ is in de werksessies reeds aan bod gekomen. Kortweg worden als primaire doelgroep van de nieuwe steunstructuur, het kind en het betrokken gezin beschouwd. De beschrijving van specifieke kenmerken van de doelgroep, indicaties en contra-indicaties is nog in ontwikkeling. Daarnaast komen intermediaire doelgroepen en de kenmerken daarvan in dit onderdeel van de methodiekbeschrijving aan bod (bijvoorbeeld de volwassenen binnen het IKC die met het kind te maken hebben: leerkrachten, ib-er, pedagogisch medewerkers etc.).
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 12 van 28
In de grondverf: aanpak in concrete fasen en stappen Onderdeel 5 ‘Aanpak in concrete fasen/stappen (opbouw methodiek/werkwijze)’ is eveneens in de werksessies die met de jeugdondersteuners hebben plaatsgevonden, aan bod gekomen. Dit mondt uit in de beschrijving van de werkwijze in concrete fasen en stappen. De jeugdondersteuner is op het IKC aanwezig en vormt de verbinding tussen onderwijs, opvang en zorg. Het doel van de jeugdondersteuner is een zo optimaal mogelijke ontwikkeling van het kind te bewerkstelligen. Preventief werken en normaliseren zijn hierbij sleutelbegrippen, maar daarnaast zijn de werkzaamheden van de jeugdondersteuner ook curatief van aard. Invulling van de werkzaamheden is afhankelijk van factoren op verschillende niveaus, bijvoorbeeld het type problematiek in de casus, kenmerken van het IKC, aansturing vanuit de directie en ook de kenmerken van de jeugdondersteuner zelf. De aanpak van de jeugdondersteuner is in hoge mate contexten persoonsafhankelijk. Daarnaast volgt de aanpak vaak de casus en verloopt een aanpak om die reden niet volgens een vaste structuur. Desondanks is een aantal globale punten in de aanpak wel te herkennen. De werkzaamheden van de jeugdondersteuner richten zich op meerdere doelgroepen, maar primair op het kind. Daarnaast staan ouder/verzorgers centraal in de aanpak, evenals medewerkers van het IKC.
Fasering In de aanpak is globaal onderscheid te maken in een aantal fasen. Deze fasen zijn met name zichtbaar bij casussen gericht op kind en/of hun systeem. De stappen die de jeugdondersteuners hierin zetten, hangen samen met de wijze waarop en de mate waarin een team is samengesteld waarin signalen binnenkomen en worden besproken. In de methodiekbeschrijving zal per fase (startfase, fase van uitvoering en fase van afsluiting) een overzicht gegeven worden van de belangrijkste activiteiten van de jeugdondersteuners. Benodigde competenties van de uitvoerder Om als jeugdondersteuner goed te kunnen functioneren, is allereerst het systeem waarin de jeugdondersteuner opereert van belang. Zo is steun vanuit de directie van het IKC essentieel. Van hen en andere betrokkenen (binnen en buiten het IKC) wordt flexibiliteit en het vermogen om ‘out of the box te denken’ gevraagd. Ook van invloed op hoe de jeugdondersteuner werkt en wat deze kan bereiken, is dat het zorgsysteem waar men een beroep op moet doen, mee beweegt. Korte lijnen binnen het IKC zijn belangrijk. Men loopt echter nog vaak aan tegen lange wachttijden bij zorgaanbieders. Met de kanttekening dat het systeem dus essentieel is, is er als er wordt ingezoomd op de jeugdondersteuner zelf, een aantal competenties, vaardigheden en persoonskenmerken te formuleren die belangrijk zijn. NHL Stenden Hogeschool | Pagina 13 van 28
Randvoorwaarden In deze passage van de methodiekbeschrijving zal het gaan over randvoorwaarden. Dit deel is nog in ontwikkeling, gedacht moet worden aan onder meer de volgende zaken: • • •
• •
• •
Draagvlak, vertrouwen vanuit schoolbesturen en directie. Mogelijkheid tot maatwerk bij keuze/koppeling jeugdondersteuner en IKC. Draagvlak en een flexibele houding van de andere professionals (leerkrachten, IB’ers, pedagogisch medewerkers) binnen het IKC en bij samenwerkingspartijen buiten het IKC. Investering in de nieuwe steunstructuur in tijd en geld. Daarnaast is een contextuele randvoorwaarde dat de gemeentelijke ontwikkelingen op het gebied van jeugdzorg steeds gevolgd worden en dat er steeds wordt gekeken op welke wijze hiermee rekening moet worden gehouden in relatie tot de inzet van de jeugdondersteuner op het IKC. Onafhankelijkheid van de jeugdondersteuners is belangrijk. Een eigen werkplek binnen het IKC waarbij privacy van ouder en kind gewaarborgd kunnen worden.
Work in progress In de methodiekbeschrijving zal ook de aanleiding voor de steunstructuur beschreven worden. Onderwerpen zijn hierbij o.a. het collegeprogramma ‘de kracht van samen’, alle jeugdigen van 0-23 in beeld, op tijd passende hulp, grip op zorgconsumptie, toename complexe problematiek en het bieden van inclusieve onderwijsondersteuning. Tevens komt de context waarin de steunstructuur in de praktijk vorm krijgt aan bod. Het zal daarbij gaan om een overzicht van de kenmerken en omgeving van de drie IKC’s, de zorgstructuren op de IKC’s en de inzet van de jeugdondersteuner op de drie locaties. Wat betreft de methodiekbeschrijving is zichtbaar gemaakt dat er een ‘state of the art’ en bruikbare outline gehanteerd wordt, die in werksessies met de jeugdondersteuners werkenderwijs inhoud krijgt. Met name de doelgroep en de aanpak in concrete fasen en stappen (o.a. fasering, competenties, randvoorwaarden) staan in de grondverf. Vanwege de rijke opbrengst van de zes focussessies komen de verslagen van deze sessies goed van pas in de verdere ontwikkeling van de methodiekbeschrijving. Deze opbrengst wordt in het vervolg in de werksessies benut om te komen tot het beoogde ‘levende document’ waarin de eerste verkenning van een methodiekontwikkeling zijn beslag krijgt.
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 14 van 28
5. Conclusies en tussenrapportage
aanbevelingen
op
basis
van
de
In deze tussenrapportage is verslag gedaan van de opbrengst van de steunstructuur 12- zoals deze ervaren wordt door betrokkenen nadat in maart 2019 actief van start is gegaan met de werkwijze. Tevens is gerapporteerd over de stand van zaken omtrent de methodiekbeschrijving. De uitkomsten van de focussessies nodigen uit tot een aantal samenvattende conclusies. In dit laatste onderdeel van deze tussenrapportage worden deze uitgewerkt. Conclusies ten aanzien van de opbrengsten Er worden zeven conclusies naar aanleiding van de steunstructuur 12- en de opbrengsten ervan getrokken:
ervaringen
met
de
1)
Alle betrokken partners op uitvoeringsniveau geven tevredenheid en urgentie van de rol van de jeugdondersteuners aan. Leerkrachten, directeuren, pedagogisch medewerkers en Intern Begeleiders (coördinatoren passend onderwijs) zijn allemaal positief. Dat is opvallend, omdat onderwijs/kinderopvang en jeugdhulp twee gescheiden systemen zijn die in de regel met enige argwaan naar elkaar kijken. Er lijkt zodoende echt een fundamentele en positieve ontwikkeling in gang gezet te zijn.
2)
Leerkrachten geven aan dat zij weer meer toekomen aan het lesgeven in de klas.
3)
Alle betrokken leerkrachten geven aan iets te hebben aan de tips of de ondersteuning van de jeugdondersteuner en bevestigen de benodigde expertise en competentie van de jeugdondersteuners.
4)
De jeugdondersteuners maken op alle drie de IKC’s onderdeel van de zorgstructuur, ze zijn bekend, ze hebben een rol en worden als deskundig ervaren. De jeugdondersteuner heeft goed beeld van alle jeugdhulp- en zorgtrajecten die er lopen op de school. In hoeverre de steunstructuur nog in een opbouwfase verkeert of al verder uitgekristalliseerd is, verschilt per locatie. Op twee van de drie scholen is een goede link tussen onderwijs en kinderopvang zichtbaar en speelt de jeugdondersteuner ook een rol op de kinderopvang. De aanpak van de jeugdondersteuner is in hoge mate context- en persoonsafhankelijk. Dit betekent dat op de ene schoollocatie de jeugdondersteuner ingezet wordt in de groep of voor groepsinterventies. En dat op een andere locatie de inzet voornamelijk gericht is op het individu (kind, gezin).
5)
Op alle drie de IKC’s heeft de jeugdondersteuning toegang gekregen tot gezinnen die anders niet open zouden staan voor hulp. Dit komt doordat de jeugdondersteuner laagdrempelig is en de jeugdondersteuner de relatie tussen leerkracht – ouder (die er altijd is) gebruikt en als uitgangspunt neemt en zodoende vertrouwd wordt. Ook wordt op NHL Stenden Hogeschool | Pagina 15 van 28
verschillende IKC’s genoemd dat huisbezoeken mogelijk zijn geworden. Het betreft dan niet alleen huisbezoeken van de jeugdondersteuner, maar ook van andere ondersteuning uit de wijk waarmee voorheen geen contact met gezinnen tot stand kwam. 6)
Op organisatieniveau betekent de nieuwe rol van de jeugdondersteuner ook nieuwe wensen en benodigdheden in de structuur rondom de jeugdondersteuner die meer op strategisch niveau liggen. Opbrengst van deze pilot is het inzicht dat met deze nieuwe rol ook systemen moeten mee veranderen.
7)
De jeugdondersteuner is een ‘vehikel’ om verandering en transformatie tot stand te brengen. Door een andere rol toe te voegen binnen het IKC worden processen blootgelegd, wordt de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang versneld en wordt meer duidelijk welke ‘overbodige’ functies er zijn of functies die kunnen worden toegevoegd aan de rol van de jeugdondersteuner (denk aan de mogelijkheid om te indiceren voor VVE).
Aanvullend op deze conclusies zijn deze in bijlage 3 gelieerd aan de functieopdracht afkomstig uit het Herijkte Koersdocument sociaal domein, juli 2018. Nog niet behaalde opbrengsten Naast het benoemen van de opbrengsten, heeft het tussentijds ophalen van de ervaringen ook inzicht opgeleverd in een vijftal reflecties op nog niet behaalde opbrengsten en aspecten die in de nabije toekomst aandacht behoeven. 1)
Hoewel de eerste signalen er zijn, is minder dan gedacht aangetroffen dat de jeugdondersteuners meer preventief kunnen gaan werken door er echt eerder bij te zijn. We zien nu dat de jeugdondersteuner vooral preventief is in het (verder) escaleren van situaties. De beweging naar voren (kleine signalen oppakken, voorstellen voor collectieve inzet in de jongere groepen, groepen ouders) komt (nog) niet in hoge mate uit de verf. Dit wordt mogelijk verklaard door het gegeven dat er nog niet heel lang, feitelijk sinds het begin van dit school jaar, september 2019, met de jeugdondersteuners gewerkt wordt. We zien wel de gerichtheid van de jeugdondersteuners op meer preventie en de verwachting is ook dat deze stap snel gemaakt gaat worden.
2)
Op niet alle IKC’s is de rol van de jeugdondersteuner volledig duidelijk en is de koppeling gemaakt met professionals uit het onderwijs die betrokken zijn bij zorg (overkoepelende teams, samenwerkingsverband enz.).
3)
Zoals benoemd is de jeugdondersteuner een ‘vehikel’ om verandering tot stand te brengen. Hij/zij vervult een disruptieve rol. Oplossingen die NHL Stenden Hogeschool | Pagina 16 van 28
soms voor de hand liggen (voorbeeld: een bus regelen zodat kinderen er eens wat vaker uit kunnen, naschoolse activiteiten onder schooltijd organiseren) worden nog als ‘onmogelijkheid’ genoemd. Er valt nog winst te behalen in het buiten kaders denken en handelen. 4)
De eerste stappen zijn gezet, er zijn gezinnen die beter bereikt worden en waar de jeugdondersteuner mag ondersteunen in het gezin. Nog niet geheel duidelijk is of het ook lukt om laagfrequent de gezinnen langdurig te ondersteunen (i.p.v. meer reguliere kortdurende interventies vanuit de jeugdhulp).
5)
In de structuur/systeem achter de jeugdondersteuner is nog niet veel veranderd. Dat maakt dat jeugdondersteuners te kampen hebben met wachtlijsten en veel organisatiedynamiek. Mogelijk gaat het Jeugdexpertteam daarin in positieve zin verandering bieden. Deze is per 1 januari 2020 ingesteld.
Voorwaarden voor opbrengsten van de steunstructuur Tot slot heeft de tussentijdse inventarisatie aan het licht gebracht wat voorwaarden zijn voor het goed uit de verf laten komen van de steunstructuur en het tot zijn/haar recht laten komen van de jeugdondersteuner. De ervaring leert dat hoe beter aan de voorwaarden wordt voldaan, hoe hoger de opbrengst is: 1)
Absolute voorwaarde voor het welslagen van de rol van de jeugdondersteuner is een helder pedagogisch en didactisch klimaat in het IKC. Een heldere teamstructuur en rolopvatting van de pedagogisch medewerker en de leraar.
2)
Het IKC moet open staan voor de jeugdondersteuner en deze positie geven. Op de IKC’s waar in korte tijd het meeste effect is behaald, weet iedereen op het IKC de rol en opdracht van de jeugdondersteuner, wordt de jeugdondersteuner benut voor individuele casussen en uitgenodigd om ook iets ‘te vinden’ van de cultuur en manier van werken in het IKC. Een helder idee en visie over de rol en positie van de jeugdondersteuner van de directie van het IKC draagt hier aan bij.
3)
De jeugdondersteuner moet de kunst verstaan om zich in te voegen in het schools/kinderopvangsysteem, zonder er onderdeel vanuit te maken. Deze persoon moet in staat zijn om ‘positie’ te nemen. Daarvoor is onafhankelijkheid van belang die organisatorisch is belegd door onafhankelijk werkgeverschap en onafhankelijke supervisie.
4)
De jeugdondersteuner moet de mogelijkheid hebben om ‘andere oplossingen’ te bedenken voor problemen die eerder ook een oplossing kregen. Bijvoorbeeld in het collectief in plaats van individueel, of van een focus op het kind naar een focus op het handelen van de leraar of de NHL Stenden Hogeschool | Pagina 17 van 28
pedagogisch medewerker. Dat vraagt dat de jeugdondersteuner door leraren en pedagogisch medewerker als een sparring partner wordt gezien. 5)
De jeugdondersteuner is laagdrempelig beschikbaar. Veel horen we terug dat ouders op de scholen waar de pilot nu is uitgerold in de voorgaande jaren een argwaan hebben ontwikkeld ten opzichte van de jeugdhulp en instellingen in algemeen. De jeugdondersteuner moet de kunst verstaan om aan de ene kant laagdrempelig te zijn, langdurig betrokken te kunnen zijn op gezinnen en aan de andere kant niet overlopen te worden.
6)
Stevige projectleiding met goede lijnen met schoolbesturen en binnen alle geledingen in het stadhuis is een belangrijke randvoorwaarde gebleken. Stevigheid in het nemen van besluiten (bijvoorbeeld switchen van IKC als e.e.a. niet naar verwachting verloopt), bestaande structuren transformeren en aanpassen en vasthouden aan de inhoudelijke lijn (vertrekpunt: wat is goed voor het kind).
In onderstaande tabel is samengevat wat op basis van de tussentijdse inventarisatie de stimulerende en belemmerende factoren zijn op de verschillende organisatieniveaus van de steunstructuur 12-. Tabel 1: Stimulerende steunstructuur 12-
en
belemmerende
factoren
Top 3 stimulerende factoren
per
organisatieniveau
van
Top 3 belemmerende factoren
Jeugdondersteuner
1. Kennis en expertise; 2. Invoegen + onafhankelijke positie houden; 3. Langdurige relaties en vertrouwen.
1. Ingezogen raken in het systeem; 2. Blijven bieden van behandeling & ondersteuning op individuele leerling; 3. Niet kunnen schakelen van perspectief
Directie IKC (directeur / IB)
1. Visie, ruimte en positie geven; 2. Stimuleren van goed pedagogisch/didactisc h klimaat; 3. Aanspreken van personeel.
1. Vaagheid in rollen en posities; 2. Geen taken overlaten aan de jeugdondersteuner; 3. Geen samenwerking met kinderopvang waardoor inzet eerder niet tot stand komt.
Schoolbesturen
1. Opnemen onderwijs zorg in overkoepelende visie; 2. Directeuren en IB ruimte geven voor innovatie; 3. Investeren in pedagogisch en didactisch klimaat in de IKC.
1. Meedoen omdat andere scholen ook meedoen; 2. Zorg als losstaand (andere agenda) zien van ontwikkelingen in IKC; 3. Niet sturen van directies.
Gemeente
1. Investeren in lange termijn; 2. Investeren in ruime
1. Sturen op systemen in plaats van inhoud; 2. Alleen de ‘voorkant’
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 18 van 28
de
Projectleiding
opvatting preventie (eerder bij, relationeel); 3. Sturen op transformatie en inhoud.
van de keten veranderen; 3. Korte termijn resultaten i.p.v. relationeel lange termijn.
1. Optimaal speelruimte geven; 2. Kritische luis in de pels op functies omtrent de jeugdondersteuner; 3. Daadkracht en ruimte om systemen aan te passen en rollen te veranderen.
1. Operationeel te betrokken; 2. Afhankelijk van 1 persoon; 3. Te weinig ruimte binnen gemeentelijke systemen (systeemdominantie).
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 19 van 28
Aanbevelingen en suggesties tot doorontwikkeling Op basis van de tussentijdse inventarisatie van de ervaringen met de steunstructuur 12- en de opbrengsten ervan doen we een drietal aanbevelingen: 1) Geef de pilot een vervolg en volg langjarig de verrichtingen van de jeugdondersteuner. Harde indicatoren voor verandering zijn onder andere: 1) minder verwijzingen naar tweedelijnszorg; 2) verwijzingen die er zijn vinden eerder plaats; 3) minder verwijzingen via huisarts; 3) de jeugdondersteuner initieert meer groepsactiviteiten; 4) opbrengstencijfers; 5) vermindering schoolverzuim. 2) Intensiveer de ondersteuning van de jeugdondersteuners in scholing, supervisie en ontwikkeling ook in het kader van de SKJ registratie. Ontwikkel duidelijkheid over de verantwoordelijkheid van de jeugdondersteuners rondom veiligheid. 3) Onderhoud de link tussen de dagelijkse uitvoering van de jeugdondersteuners en de strategische besluiten via de projectleider. Zie de jeugdondersteuner als vehikel tot verandering en transformatie.
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 20 van 28
6. Bronnen Andriessen, D. (2011). Kennisstroom en prakijkstroom. In J. van Aken en D. Andriessen, Handboek ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek. Wetenschap met effect, p.79-93. Den Haag: Boom Lemma uitgevers. Booijink, M., Kuiper, C. & Lammersen, G. (2012). Hoe schrijf ik een handboek. Een schrijfwijzer om succesvolle interventies schriftelijk overdraagbaar te maken. Utrecht: Movisie. Foolen, N., Van der Steege, M., & De Lange, M. (2011). Beschrijven van methodisch handelen. Handreiking om te komen tot een overdraagbare interventie. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Peeters, R. (2018). Mét andere ogen. Advies voor versnelling en bestendiging van de samenwerking onderwijs-zorg-jeugd. Op verzoek van de coalitie onderwijs-zorg-jeugd, 23 november 2018. Van Aken, J., & Andriessen, D. (red.) (2011). Inleiding. In J. van Aken en D. Andriessen, Handboek ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek. Wetenschap met effect, p. 15-23. Den Haag: Boom Lemma uitgevers. Verheyden, E., & De Lange, M. (2016). Wat werkt bij integrale jeugdhulp? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Voskuylen, H., & Michorius, J. (2018). Herinrichten steunstructuur in en om school: Opdracht voor het opzetten van een onderzoeksplan voor komende 1 ½ jaar met een meerjarig perspectief uitgevoerd door lectoren van NHL Stenden met als thema; De kracht van samen: aanpak sociaal domein. Leeuwarden: Gemeente Leeuwarden.
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 21 van 28
Bijlage 1: Probleemstelling, ontwikkeldoelstelling
vraagstelling
en
In de opdrachtformulering is benoemd dat in scholen/IKC’s individuele en groepsgewijze meervoudige problematiek toeneemt. Tevens is geconstateerd dat ondersteuning op scholen/IKC’s probleem gedreven en casusgericht tot stand komt. Scholen en kinderopvang geven aan onvoldoende in te kunnen spelen op gedragsproblemen. Gevolg is dat er te weinig preventief gewerkt wordt wat opschaling naar dure 2e-lijns zorg tot gevolg heeft. Het doel van het beoogde onderzoek is tweeledig: 1)
Een eerste verkenning t.b.v. de beschrijving en onderbouwing van de methodiek van de nieuwe steunstructuur in en om scholen/IKC’s;
2)
Het opzetten van een monitor waarmee de output en outcome van de steunstructuur inzichtelijk gemaakt worden.
De beschrijving van de methodiek ‘ligt niet voor het oprapen’: met de nieuwe steunstructuur wordt vanaf september 2018 in drie ‘proeftuinen’, d.w.z. schoollocaties primair onderwijs en kinderopvang in Leeuwarden, gewerkt., De nieuwe steunstructuur is nog niet uitgekristalliseerd en wordt procesgericht ontwikkeld. Dit praktijkvraagstuk vraagt zodoende om een ontwerpgerichte benadering. Ontwerpgericht praktijkgericht onderzoek richt zich niet alleen op het beschrijven en verklaren van typen veldproblemen, maar richt zich ook op het ontwikkelen en testen van generieke oplossingen voor die veldproblemen (Van Aken & Andriessen, 2011, p.15). De contouren van de outcome waar de nieuwe steunstructuur in dient te voorzien, zijn in de opdrachtformulering reeds benoemd. Met het oog op het ontwerpgerichte onderzoek brengen we daar op basis van het volgende een nuancering in aan. De verwachting is dat bij toepassing van de nieuwe steunstructuur bepaalde directe uitkomsten worden verkregen. Kenmerkend voor directe uitkomsten is dat er een korte causale keten is tussen interventie en uitkomst (Van Aken, 2011a), respectievelijk de nieuwe steunstructuur en de opbrengst (output en outcome) ervan. Vaak heeft de directe uitkomst tot doel om een bepaalde uiteindelijke uitkomst te bevorderen. Maar dan is de relatie tussen interventie en uitkomst vaak moeilijk te bewijzen (Van Aken, 2011a).
In dit licht beschouwen we vooralsnog als directe uitkomsten van de nieuwe steunstructuur: 1)
Creëren van pedagogische omgeving waarin alle jeugd van 0-12/14 jaar samen kunnen opgroeien.
2)
Kwaliteitsslag: een inclusieve voorziening van hoge kwaliteit, o.a. de kwaliteit, deskundigheid en professionaliteit van de medewerkers verhogen. NHL Stenden Hogeschool | Pagina 22 van 28
3)
Sneller en effectiever reageren op ontwikkelingsvragen van jeugd en opvoedvragen van ouders.
En als uiteindelijke uitkomsten van de nieuwe steunstructuur op de lange termijn: 4)
Vermindering van 2e-lijns zorg op een school/IKC.
5)
Ketenaanpak 0-23 jaar: het proactief opsporen en detecteren van kwetsbare groepen kinderen met als doel voorkomen van uitval van leerlingen in het VO, MBO en meer kans op behalen van startkwalificaties.
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 23 van 28
Bijlage 2: Deelnemers focussessies Aan de focussessies hebben de volgende personen (in alfabetische volgorde) deelgenomen: • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Anne Swarts (leerkracht 1+2) Annemarie Braaksma (JOK’er Willem Alexander) Annemieke Huiskamp (onderwijskundig beleidsmedewerker PCBO) Arjo de Vries (leerkracht 8) Avelieke van der Meer (coördinator passend onderwijs IKC) Carla de Boer (IB) Ciska van Aken (directeur school) Dirkje de Hoop (leerkracht groep 1+2 en onderbouw coördinator) Egbert Zwolle (directeur IKC ) Geeske Faber (manager kindcentra Sinne) Greetje Kanderienes (PM’er op speelleergroep, expertgroep 0-6) Hannie Wildschut( GGD verpleegkundige IKC Franciscus) Hanny Voskuylen (projectleider) Ilse Hagen (JOK’er IKC De Weide) Ingrid Keuning (IB’er) Jan Nico Teerenstra (werkgever/ SBO) Jelisa van Andel (sociaal Werker IKC Franciscus) Jelmer Bouwstra (social werker wijkteam Zuid, contactpersoon De Weide en Willem Alexander) Jetta van Lingen - Seinstra (coördinator passend onderwijs IKC) José Eshuis (leerkracht 1-2) Joukje Mee (jeugdverpleegkundige 0-12 GGD Willem Alexander) Katinka Foelan (leerkracht groep 1-2, expertgroep 0-6) Laura Hollander (manager kindcentra/ bestuur Sinne) Liesbeth Buijs (coach jeugdondersteuners) Maarten van de Beek (gem.
Leeuwarden) Marie Dekker (leerkracht groep 1-2) Marleen Sinneman (pedagogisch medewerker speelleergroep) Martine Joustra (pedagogisch specialist Sinne, onderdeel basisteam) Nienke Bokma (VVE coach Sinne) Renate Herba (Jeugdconsulent JET Oud Oost/ Franciscus) Ruerd Kuiper (directeur onderwijs Proloog) Laura Hollander (manager kindcentra Sinne) Sanne van der Meer (Sinne, pedagogisch specialist) Saskia Maurits (pedagogisch beleidsmedewerker) Saskia Mout (SKF) Sietze Walstra (JOK’er IKC Franciscus) Silou Hafma (Jeugdconsulent JET) Sjoerd Sol (rechterhand Hanny) Theo Hartman (GGD Fryslân) NHL Stenden Hogeschool | Pagina 24 van 28
• •
Titia Boomgaard (directeur) Tonny van den Berg (bestuur BMS, projectleider IKC)
Gespreksleiding: Janneke Metselaar (RUG/NHL) & Bert Wienen (Windesheim) Verslaglegging: Jelly Feenstra (Securatesse)
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 25 van 28
Bijlage 3: Opbrengsten gelieerd aan de functieopdracht De opbrengst van de focussessies kan gelieerd worden aan de functieopdracht zoals afkomstig uit het Herijkte Koersdocument sociaal domein, juli 2018. Behaal Niet Weging/Advies d behaald November 2019 zijn de eerste richtingen van resultaten van het experimenteren met een nieuwe steunstructuur 12- op drie IKC’s beschikbaar. XX Op alle 3 IKC zijn eerste richtingen aangetroffen november 2019 worden de eerste richtingen van het besparingspotentieel van de steunstructuur vastgesteld op basis van de resultaten van de experimenten op de drie IKC’s X X Er is besparingspotentieel aangetroffen, maar nog niet kwantificeerbaar In 2020 is er na evaluatie een uitrol gepland van een steunstructuur 0-12 jaar dat bestaat uit: een Multi-professioneel team (MPT) een beschikkingsvrij preventiebudget een evidence of practice based preventieprogramma de zorgstructuur VO en MBO sluit aan op steunstructuur PO (doorgaande lijn) XX
Deze is nog niet beschikbaar (is ook later gepland in 2020, mede op basis van deze evaluatie)
Vormen van een MPT team X
X
Op de IKC bestaan deze veelal uit de jeugdondersteuner, de Intern Begeleider en de directeur. In sommige gevallen uitgebreid met de JGZ. Hier zou meer samenhang met het samenwerkingsverband of expertise van het jonge kind gewenst zijn.
Verzorgen van passende evidence of practice based preventieprogramma’s die volgen uit de opbrengst van de Nulmeting problemen en zorggebruik van desbetreffende IKC’s XX Deze zijn nog niet aangetroffen, is mogelijk ook nog te snel. Het is wel van belang de focus op dit doel te houden, om op die manier aan de preventieve doelstelling van de pilot recht te doen. Focus op: 0-6 jarigen in het IKC, professionaliseren IKC-medewerkers en complexe scheidingsproblematiek XX In alle IKC ligt de focus op 0-6 jarigen, worden de jeugdondersteuners ondersteund vanuit begeleiding en zijn ze betrokken bij echtscheidingsvraagstukken. Tegelijk ligt hier een aandachtspunt voor de pilot, zorg voor voldoende ontwikkelingsmogelijkheden rondom professionaliteit en preventie. Gebruik voor echtscheiding ook daadwerkelijke effectieve programma’s (zie richtlijnen). NHL Stenden Hogeschool | Pagina 26 van 28
In situaties waarin voor kind/gezin een betaalde gemeentelijke voorziening in beeld is treedt de jeugdondersteuner op als intermediair tussen reguliere verwijzers zoals; Amaryllis en huisarts/prakrijkondersteuner X X Opvallend is dat dit één van de belangrijkste doelstelling is waarop het onderwijs ‘scoort’ of de pilot geslaagd is. Alle onderwijsprofessionals kunnen voorbeelden geven van deze regie. Tegelijk ligt hier nog een groot vraagstuk voor de doorontwikkeling van de pilot. Beschrijven van casussen en een logboek bij houden in een volgsysteem XX Logboeken worden uitgebreid bijgehouden en logboek vormt een belangrijke bron voor de begeleide intervisie en aanpassingen in het systeem. Documenteren van de verdere uitvoering van de opdracht XX De pilot wordt goed gevolgd en gemanaged. Het is van belang om dit gedurende het proces te blijven doen met het oog op de financiële doelstelling en de doelstelling om met de inzet van de jeugdondersteuner ook het systeem te beïnvloeden (strategische positie van het project) Meewerken aan onderzoek NHL/Stenden steunstructuur 12XX Jeugdondersteuners meegewerkt.
i.v.m. en
methodiekontwikkeling
directies
van
scholen
van
hebben
3 x preventieprogramma’s 0-6 jarigen XX Niet aangetroffen, wel veel preventieve inzet, maar nog weinig programmatisch aangepakt. 2 x aanbod gericht op het versterken pedagogisch klimaat in de opvang- en onderwijsinstelling door deskundigheid professionals te verhogen (o.a. gericht op preventie en normaliseren) X
X
Het is te zien dat deze beweging wordt gemaakt en dat de jeugdondersteuners in de positie komen om iets te vinden van het klimaat op de scholen. Het is van belang om dan nu ook de stap te maken naar het inzetten van programma’s die het klimaat in de school versterken. Overigens mist daarbij wel een analyse, welk deel van het pedagogisch klimaat zou beïnvloed moeten worden en leidt tot mogelijke jeugdhulpvraagstukken?
3 x ondersteuningstraject betreffende de thema’s leer-gedragsproblematiek en onderwijskwaliteit, gericht op leerling, leerkracht en schoolniveau XX
Zijn op alle drie scholen trajecten tegengekomen die gericht zijn op de leerling en de leerkracht. Op alle NHL Stenden Hogeschool | Pagina 27 van 28
scholen zijn deze voorbeelden te noemen. Op directieniveau zien we verschillen tussen de drie scholen. Op de ene school is de jeugdondersteuner sparringpartner van de directie en wordt deze actief uitgenodigd voor feedback op de organisatie en de leraren/pedagogisch medewerkers. Op de andere school wordt dit meer afgehouden. Mogelijk heet dit te maken met de fase waarin de pilot zich bevindt. Aantoonbare financiële inverdieneffecten van de eigen inzet, bijvoorbeeld in specialistische jeugdhulp of inzet personeel IKC XX Niet aangetroffen, wel enkele voorbeelden waaruit deze inverdieneffecten (op termijn) te verwachten zijn. Toename van 20 % deelname aan recreatieve activiteiten in de leefomgeving van het kind uit de betrokken IKC’s XX Niet waargenomen. Jeugdondersteuner is na de pilotfase 100% betrokken bij de ondersteuning van de IKC-verwijzingen S(B)O X X Hierover is niet actief bevraagd. Het is de inschatting dat dit in ieder geval het geval is bij de 0 – 6 jarigen.
NHL Stenden Hogeschool | Pagina 28 van 28