1.-NOVEX-Lelylijn-Ontwikkelperspectief
Tekst van het document
Ontwikkelperspectief NOVEX Lelylijn 2050 Toekomstbeelden voor noordelijk Nederland met de Lelylijn
Inhoudsopgave Ontwikkelperspectief NOVEX Lelylijn 2050 Studio Bereikbaar, 17 september 2024
Voorwoord Pagina 4 De kern van het ontwikkelperspectief Pagina 6
Voorliggende rapportage is het resultaat van ruim één jaar werk inclusief een bustour ‘langs de velden’ en een zestal intensieve maakdagen met overheden langs de lijn. In deze rapportage bouwen we verder op alle documenten die zijn opgesteld in het kader van NOVEX Lelylijn: • Inspiratieboek Lelylijn - Verkennende houtskoolschets voor het integrale Ontwikkelperspectief (Studio Bereikbaar, juli 2023) • • • • •
•
De impact van de Lelylijn op de woningmarkt (Companen, februari 2024) Gebiedspaspoorten landschap en natuur (RHDHV, februari 2024) Werksessie landbouw (Elzinga & Oterdoom, februari 2024) Economische Effecten Lelylijn (Bureau Buiten, februari 2024) Toekomstbeelden voor noordelijk Nederland met de Lelylijn Denkrichtingen - NOVEX Lelylijn 2050 (Studio Bereikbaar, maart 2024) Water en Bodem Sturend Lelylijn - Advies en handelingsperspectief (SWECO, mei 2024)
Pijler 1. Positionering van Groningen en Leeuwarden Pijler 2. Drie zelfstandige Daily Urban Systems Pijler 3. Vitale kernen en vitaal platteland Pijler 4. Een goed functionerend bodem-, water-, en natuursysteem
Pagina 18 Pagina 24 Pagina 30 Pagina 36
Doorkijk naar het vervolg Pagina 44
Voorwoord. Inleiding en proces Ontwikkelperspectief Lelylijn Onderdeel van het MIRT-onderzoek NOVEX Lelylijn (van Lelystad tot Groningen/Leeuwarden) is het opstellen van een toekomstschets van de ruimte rondom de Lelylijn en welke keuzes daarin worden gemaakt, het zogenoemde Ontwikkelperspectief. Het Ontwikkelperspectief is in stappen opgesteld. Eerst is een verkenning gedaan naar de mogelijkheden en kansen voor de Lelylijn in het “Inspiratieboek Lelylijn Verkennende Houtskoolschets voor het integrale Ontwikkelperspectief (juli 2023)”. Daarna zijn de ruimtelijke kaders en de programmatische opgaven geformuleerd. Hieruit zijn de “Denkrichtingen voor het Ontwikkelperspectief (maart 2024)” geformuleerd. Dat document is besproken met de bestuurlijke achterban om richting te krijgen voor het Ontwikkelperspectief. Vanuit die bestuurlijke terugkoppeling en op basis van analyses van de effecten van de Denkrichtingen is het Ontwikkelperspectief voor de Lelylijn 2050 opgesteld. Het Ontwikkelperspectief is een ruimtelijke toekomstschets van het NOVEX gebied Lelylijn met daarin een kansrijke Lelylijn, inclusief de daarbij passende gebiedsontwikkeling. De toekomstschets gaat uit van bundeling van de Lelylijn met de Rijkswegen A6/A7/A32 en dient
als basis voor de beschouwing of de Lelylijn de moeite waard is om te realiseren. De kern van het Ontwikkelperspectief is dat de realisatie van de Lelylijn wordt gecombineerd met integrale gebiedsontwikkeling voor wonen, werken en voorzieningen met respect voor de kwaliteiten en identiteit van de regio. En met water en bodem sturend als basis. Concentratie van ontwikkeling in de grotere steden, gepaste groei in andere kernen met (nieuwe) stations en beperkt in overige kernen en de zone rondom de Lelylijn. Ontwikkeling in het belang van de regio en het land. Het integrale onderzoek Ten behoeve van het MIRT-onderzoek NOVEX Lelylijn hebben Rijk en regio in december 2022 een gezamenlijke projectorganisatie ingesteld die de opdracht heeft om onderzoek te doen naar de Lelylijn. Het onderzoek is de combinatie van een MIRT-onderzoek en het opstellen van een Ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied Lelylijn (van Lelystad tot Groningen/Leeuwarden). Deze onderzoeken leveren de informatie die nodig is om eind 2024 een GO/NO GO besluit te nemen over een Startbeslissing voor de MIRT-Verkenning naar de Lelylijn. In het NOVEX-deel wordt in een integraal Ontwikkelperspectief uitwerking gegeven aan de bijdrage van de Lelylijn als backbone van de ontwikkeling van noordelijk Nederland voor de economische structuurversterking, de
verstedelijkingsopgave en de verbetering van de bereikbaarheid en de leefbaarheid. Van vervoerswaarde naar bereikbaarheid en brede welvaart We zien dat de kijk op mobiliteit onder invloed van de brede welvaartsgedachte (o.a. verwoord in ‘Elke regio telt!’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB)) aan het verschuiven is van vervoerswaarde (hoeveel potentiële reizigers trekt een verbinding) naar bereikbaarheid (welke plekken, banen, inwoners en voorzieningen kan je bereiken) en brede welvaart (o.a. welzijn, veiligheid en gezondheid). In dit denken zien we ook de integraliteit tussen MIRT (vervoer/netwerk) en NOVEX (ruimte/ plek). De werklijnen in het project Om invulling te geven aan deze opdracht werkt de projectorganisatie Lelylijn met verschillende werklijnen. Het gaat dan om: • Omgevingsmanagement en Participatie – gericht op het verkrijgen van inzicht in de belangen, de wensen en zorgen van betrokkenen bij het project in ruime zin. • Bereikbaarheid (OV en infrastructuur) – gericht op het verkrijgen van inzicht in de verschillende mogelijkheden (alternatieven 4
•
•
•
en varianten) voor de Lelylijn, maar ook in de maakbaarheid en de kosten. Internationaal – gericht op het verkrijgen van inzicht in kansen en eisen voor het (op termijn) in gebruik nemen van de Lelylijn als schakel in een internationale treinverbinding tussen de Randstad en verder. NOVEX (Ontwikkelperspectief) – gericht op het verkrijgen van inzicht in de integrale ontwikkelingsmogelijkheden voor het NOVEX gebied Lelylijn en de betekenis daarvoor op diverse schaalniveaus. Brede welvaart – gericht op het verkrijgen van inzicht in de effecten van de Lelylijn op de brede welvaart, zowel kwantitatief als
De status. Het Ontwikkelperspectief Lelylijn geeft een beeld van de toekomst van noordelijk Nederland en zal na gezamenlijke vasstelling door Rijk en regio een gedragen visie vormen op de ontwikkeling richting 2050 in samenhang met de komst van de Lelylijn. Na besluitvorming zal het Ontwikkelperspectief nader moeten worden
geconcretiseerd. Er is een verdere invulling nodig qua programma en qua ruimte. Vervolgens zijn een uitvoeringsprogramma en een investeringsagenda aan de orde. Wederkerige afspraken tussen Rijk en regio over inhoud, tijd en geld zijn essentieel om tempo te kunnen maken, maar zullen pas gemaakt kunnen worden na deze uitwerking.
Op 5 maart 2024 werden de “Denkrichtingen NOVEX Lelylijn 2050” vrijgegeven (Toekomstbeelden voor noordelijk Nederland met de Lelylijn)
kwalitatief. Deze werklijnen zorgen gezamenlijk voor voldoende informatie, uitvoerig afgestemd met alle betrokken overheden (en met inbreng van bewoners, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties), om eind 2024 een vervolgbeslissing te kunnen nemen, voor zowel de Lelylijn als het bijbehorende Ontwikkelperspectief. Ontwikkelperspectief Lelylijn en dan? Het Ontwikkelperspectief wordt vastgesteld door de Stuurgroep (sep ’24), vervolgens besproken in de achterbannen (Raden en Staten) en is onderdeel van de beslisinformatie voor het BO-MIRT (nov ’24). 5
Ontwikkelperspectief
6
De kern van het Ontwikkelperspectief DE ESSENTIE VAN HET ONTWIKKELPERSPECTIEF De essentie van het Ontwikkelperspectief is de verdere doorontwikkeling van het Stedelijk Netwerk in noordelijk Nederland en tegelijkertijd de ontwikkeling van een vitaal en aantrekkelijk platteland. We willen zuinig ruimtegebruik bevorderen, investeren in het stedelijk systeem en tegengaan dat stad en platteland verder uiteengroeien. We benutten hiervoor de tegenstelling tussen stad en land door het contrast van het mozaïek te vergroten. Steden breiden in en worden meer stedelijk om de hierbij passende voorzieningen aan te trekken of te behouden. Zodat het landelijk gebied kan floreren in de rust en ruimte van het platteland. De stedelijke inwoners van noordelijk Nederland hebben zo een aantrekkelijk buitengebied om te ontspannen en de inwoners van de vitale kernen kunnen genieten van stedelijke voorzieningen nabij (denk aan theater of bioscoop). Daarbij zorgt de Lelylijn voor een vliegwieleffect voor economische structuurversterking met innovatieve economische clusters rondom de huidige en nieuwe stations. Door de nieuwe verbinding wordt economische samenwerking tussen de steden in noordelijk Nederland, maar ook met andere stedelijke regio’s (MRA, Regio
Zwolle) versterkt. Hierdoor ontstaan er meer, maar zeker ook andere banen (kennis). Het wordt hiermee aantrekkelijker voor de huidige inwoners van noordelijk Nederland om te blijven. En voor nieuwe inwoners om zich te vestigen of terug te keren. NOVEX Lelylijn is een verbindende schakel tussen 4 andere NOVEX-gebieden (Metropoolregio Amsterdam, Regio Zwolle, Groningen-Assen en Groningen). Ambitie voor de Lelylijn (= aanscherping oorspronkelijke projectdoelen Lelylijn). Iedere regio telt. De Lelylijn biedt voor noordelijk Nederland een perspectief op het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen. Voor bewoners is het een perspectief op blijverschap, op het binden aan de regio, en verbonden blijven met de regio. Landelijk zorgt dat ervoor dat mensen niet wegtrekken naar de nu al drukke delen van de Randstad. Deze ambitie gaat zeker niet alleen over bereikbaarheid. De Lelylijn fungeert als vliegwiel voor (sociaal-)economische structuurversterking, identiteitsversterking en nieuwe ruimtelijke kwaliteit.
Keuzes naar aanleiding van de 4 denkrichtingen • We kiezen voor krachtige steden in een sterk netwerk en een vitaal platteland; daarbij passen snelle verbindingen en dus geen keuze voor alleen een boemeltrein. • We kiezen voor aanleg Lelylijn in samenhang met investeren in een sterke daily urban systems, om geen woon-werk disbalans te creëren. • We durven te kiezen voor kracht van het mozaïek: dorpen floreren dorps, steden worden stedelijker. • Ontwikkelen van regionale kernen Lemmer, Joure en Leek naar lokale aard en schaal; geen identiteitsverandering. •
•
•
Slim inzetten van woningbouwprogramma voor grote onderhoudsopgave ipv overal ongebreideld straatjes erbij. Werken aan een robuust watersysteem. Geen grootschalige woningbouwlocaties op uitleglocaties die daar vanuit WABOS niet voor geschikt zijn Netto geen verdere verharding maar groen groeit mee.
7
GEVOELIGHEIDSANALYSES VERVOERWAARDEN In het Spoor Bereikbaarheid is onderzoek gedaan naar de toekomstige vervoerwaarde van de Lelylijn. Het gaat hierbij om het aantal reizigers en in- en uitstappers op de stations. Omdat hiervoor gebruik gemaakt is van de vastgestelde toekomstscenario’s voor het aantal toekomstige inwoners en bedrijvigheid van noordelijk Nederland, is er dus geen rekening gehouden met de impact van het Ontwikkelperspectief. Hierin wordt namelijk ruimtelijk beleid voorgesteld, waardoor het toekomstig aantal inwoners en banen anders zal worden dan tot op heden geprognosticeerd. Daarom is er ook een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de resultaten uit het bereikbaarheidsonderzoek. Hierin is kwalitatief
OPBOUW VAN HET ONTWIKKELPERSPECTIEF: 4 PIJLERS We bouwen in dit Ontwikkelperspectief voort op de ruimtelijke voorstellen (in kader Programma NOVEX) van Fryslân, Groningen en Flevoland. En op de keuzes gemaakt in de NOVEX-gebieden Metropoolregio Amsterdam, Regio Zwolle en Groningen-Assen.
gekeken naar de impact van twee wijzigingen op de gebruikte toekomstscenario’s: •
Het toekomstige aantal inwoners en banen neemt toe ten opzicht ven het gebruikte toekomstscenario in het LMS model
•
De wijze van gebiedsontwikkeling wordt anders; we gaan meer verdichten en in nabijheid van toekomstige OV-knopen verstedelijken, waardoor het gebruik van OV zal toenemen
Het totale effect van het ontwikkelperspectief schatten we in op een toename van 20% op de gemodelleerde vervoerwaarde in het bereikbaarheidsonderzoek. Daarbij moeten we wel een nuancering maken ten
We zetten in op 4 pijlers. Het is niet zo dat één van de pijlers het belangrijkste is voor de ontwikkeling. Elke pijler draagt bij. Het bodem-, water-, en natuursysteem geeft voorwaarden mee aan de andere pijlers. Pijler 1. Positionering van Groningen en Leeuwarden Groningen en Leeuwarden zijn de banenmotors van noordelijk Nederland. Een sterke economie begint hier. We investeren in een schaalsprong in Groningen en Leeuwarden om de economie aan te jagen.
aanzien van het belang van de vervoerwaarde. Het belang van de Lelylijn is groter dan alleen maar het aantal reizigers wat dagelijks gebruik maakt van de neiuwe verbinding. De Lelylijn moet vooral verstedelijking en economische ontwikkeling langs de lijn verder bevorderen. Deze economische structuurversterking vraagt om een verbeterde OV-bereikbaarheid tussen de kernen, waaraan de Lelylijn een belangrijke bijdrage levert.
Pijler 2. Drie zelfstandige Daily Urban Systems We onderscheiden een drietal Daily Urban Systems rondom de Lelylijn (Noord-Nederland, Regio Zwolle en de Metropoolregio Amsterdam). Om het stedelijk netwerk in Noord-Nederland goed te kunnen laten functioneren zullen Heerenveen en Drachten hun natuurlijke positie in het netwerk moeten innemen en dus groeien in omvang en
stedelijkheid. Daarbij vormt Lelystad de verbinding tussen MRA en Noord-Nederland, om deze rol goed in te vullen zal zij ook moeten groeien in omvang. Emmeloord groeit in haar rol als centrumstad voor de Noordoostpolder en Urk. Pijler 3. Vitale kernen en vitaal platteland Sterke steden en vitaal platteland hebben elkaar nodig. Bovenstaande pijlers zijn noodzakelijk om het platteland vitaal te houden. Met stedelijke voorzieningen dichtbij (stedelijk netwerk) en meer hoogstedelijke voorzieningen op middellange afstanden (Groningen, Leeuwarden en Lelystad) blijven de dorpskernen ook in de toekomst aantrekkelijke vestigingslocaties. De groene steden hebben nabij een robuuste groene contramal nodig als ‘uitloopgebied’. Dit vraagt een kwaliteitssprong in belevingswaarde en ruimtelijke kwaliteit. Pijler 4. Een goed functionerend bodem-, water-, en natuursysteem De ondergrond (het natuurlijk systeem) vormt de basis van ons Ontwikkelperspectief. Bodem, water en natuur zijn sturend in keuzes ten aanzien van toekomstige verstedelijking en ook infrastructuur.
8
Integrale kaart. Ontwikkelperspectief NOVEX Lelylijn
Legenda:
Stedelijke nabijheid;
Fietsafstand IC-treinstation;
Lelylijn;
Bestaande treinverbinding;
IJmeerverbinding;
Hoogfrequente busverbinding; wo
Fietsafstand sprinterstation;
Universiteit;
Campus;
Busverbinding;
Ziekenhuis;
Integrale opgave groenblauw.
Lelylijn-tracévarianten; Nedersaksenlijn; mbo
MBO; hbo HBO;
Kruising infra en natuur; 9
TOELICHTING WATER EN BODEM STUREND Om in de toekomst op een duurzame, leefbare en veilige manier samen te leven, is een robuust wateren bodemsysteem nodig. Dit vraagt aanpassingen in onze ruimtelijke inrichting. Naast feitelijk meer ruimte vraagt dit ook betere afstemming van de functie en gebruik op de draagkracht van het water- en bodemsysteem. Daarom is het nodig om water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, en concreet bij locatie- en inrichtingskeuzes. Wat ‘water en bodem sturend’ (WABOS) betekent, is uitgewerkt in onderstaande principes, deze zijn gebaseerd op de Kamerbrief Water en Bodem sturend van het Rijk (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2022): • (1) Niet afwentelen • (2) Meer rekening houden met extremen • (3) In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem • (4) Meerlaagseveiligheid • (5) Minder afdekken, minder vergraven, minder verontreinigen • (6) Integrale aanpak in de leefomgeving • (7) Comply or explain (‘pas toe of leg uit’ hoe de doelen op andere wijze worden gerealiseerd) SWECO heeft de implicaties van Water en Bodem Sturend onderzocht voor de Lelylijn. Dit heeft geresulteerd in een advies en handelingsperspectief (SWECO, mei 2024).
Hier komen concrete uitgangspunten uit voort voor voorliggend Ontwikkelperspectief: • Groningen. Inzetten op verdichting om omringende gebied open te houden voor groen en blauw. • Leekstermeer. Belangrijke knoop in het grondwater- en oppervlaktewatersysteem. Met groenblauwe corridorsfunctie van zuid naar noord. Hier wil je grondwaterstroming niet onderbreken. • Leek. Onder voorwaarden geschikt. Tolbertvaartgebied is wel erg nat. • Drachten. Ondergrond (o.a. zandopduikingen) relatief geschikt om op te bouwen. Rekening houdend met de integrale gebiedsontwikkeling van beekdal Koningsdiep. • Van Oordt’s Mersken. Belangrijke knoop in grondwaterstromen van diep naar hoog. Drents plateau niet laten ‘weglekken’. • Leeuwarden. Op schaalniveau Noordelijk Nederland goede locatie om te bouwen in combinatie met fijnmazige groenblauwe dooradering. • Heerenveen. Integrale toekomstscenario’s nodig voor Heerenveen (met het groenblauwe systeem voor 2150 als uitgangspunt). • Joure. Aan zuidkant weinig beperkingen vanuit ondergrond. In de noordzijde ligt er vanuit WABOS een grotere opgave . • Tjeukemeer. Aanleg snelweg heeft in het verleden tot een troebel meer geleid (slechtere waterkwaliteit). Watersysteemanalyse nodig. • Lemmer: Vanuit WABOS moeilijke locatie. Leent zich niet voor grootschalige ontwikkelingen. Als ontwikkelen dan waterrijk en drijvend.
• Emmeloord: Niet direct geschikt voor woningbouw maar ook niet voor landbouw. In
•
•
westzijde ligt laagste punt van de polder. Voorkeur vanuit WABOS voor oostzijde. Ketelmeer. Verbinding zoeken met opgaven dijkreconstructies en verzwaringen (Ketelmeerdijk, Vossemeerdijk). Lelystad. Uitbreiding onder voorwaarden geschikt. Relatief veel waterberging nodig. Niet bouwen in IJsselmeer (waterbergingsfunctie).
In de Verkenningsfase zijn voor meerdere gebieden een landschap-ecologische en geo-hydrologische systeemanalyses nodig om zo de keuzes vanuit de lagenbenadering te kunnen nemen.
‘Water en bodem sturend’ is gebaseerd op de lagenbenadering. Zie: Ruimte met Toekomst Lagenbenadering (ruimtexmilieu.nl).
10
TOELICHTING WONEN
Vraagvolgend - Companen heeft onderzoek gedaan naar de woningmarkteffecten van de Lelylijn richting 2050. Het onderzoek richt zich op 8 direct aan de Lelylijn grenzende gemeenten: Leeuwarden, Groningen, Westerkwartier, Smallingerland, Heerenveen, Fryske Marren, Noordoostpolder en Lelystad. Hier staan momenteel circa 365.000 woningen. Companen spreekt in haar onderzoek de verwachting uit dat een Lelylijn voor Urk niet tot een grote groei in woningbehoefte zal leiden. De woningmarkt is hier meer lokaal georiënteerd en zal onverminderd groot blijven als gevolg van het hoge geboortesaldo. In totaal ligt er (inclusief Lelylijn) volgens het onderzoek van Companen tot 2050 een groeiverwachting van afgerond 85.000 tot 100.000 extra woningen. Deze verwachting is als volgt opgebouwd: • Groeiverwachting zonder Lelylijn: 66.000 extra woningen (+18%) ten opzichte van huidige situatie. Uitgaande van de provinciale en gemeentelijke prognoses inclusief de afspraken uit de woondeal. • Groeiverwachting als gevolg van de komst van de Lelylijn (zonder verdere beleidsmatige ingrepen): bandbreedte 85.000 (+23%) tot 100.000 (+27%) extra woningen ten opzichte van huidige situatie. Vraagsturend - In het ontwerpend onderzoek ‘Denkrichtingen NOVEX Lelylijn 2050’ (maart 2024) is de ruimtelijke potentie onderzocht van een Lelylijn
in een (1) Dertig minuten gemeenschap; (2) Vitaal ecoland; (3) Stedelijk Netwerk en (4) Internationale topregio. Deze hebben we afgezet ten opzichte van de groeiverwachtingen uit het onderzoek van Companen. De gehanteerde bandbreedte aan extra toegevoegde woningen varieerden hierin van 66.000 woningen (+18%) tot 140.000 woningen (+38%) ten opzichte van de huidige situatie. Uit de effecten blijkt dat alleen in de scenario’s waar we sturen op ruimtegebruik en op woningbouwaantallen (aan de bovenkant van de bandbreedte) voldoende massa gegenereerd wordt voor: • De grote binnenstedelijke verduurzamingsopgave (incl. kwaliteitsimpuls en toegroeien naar een gevarieerder woningaanbod); • Tegengaan van inwonerkrimp (als gevolg van huishoudensverdunning) in Heerenveen, Drachten, Emmeloord en Lelystad. En daarmee behoud van voorzieningendraagvlak; • Vergroten van de (stedelijke) nabijheid (van banen, inwoners en voorzieningen) en bijbehorende potentie voor economische interactie, ontmoeten, verblijven, lopen, fietsen, bus en trein in Groningen, Leeuwarden, Heerenveen, Drachten, Emmeloord en Lelystad.
de volgende fasen het gesprek op te zoeken met ontwikkelaars en corporaties. En door de aantallen niet als doel op zich te beschouwen maar door ze in verband te blijven brengen met de lokale ruimtelijke opgaven en kenmerken (demografische ontwikkeling, verhuismotieven, onderhoudsopgave). Samengevat schetst dit Ontwikkelperspectief een potentie van 55.000 tot maximaal 115.000 extra woningen voor de periode tot 2050 in de gemeenten Groningen, Leeuwarden, Westerkwartier, Smallingerland, Opsterland, Heerenveen, De Fryske Marren, Noordoostpolder, Urk en Lelystad. Dit zijn extra woningen ten opzichte van de groei bij autonome ontwikkeling zonder Lelylijn van 66.000 woningen (prognosejaar 2050). Ongeveer 90% van deze extra woningen worden gerealiseerd in Groningen, Leeuwarden, Drachten, Heerenveen, Emmeloord en Lelystad.
Om bovenstaande doelen te bereiken kijken we in voorliggend Ontwikkelperspectief verder dan het jaar 2050 en zetten we in op een hogere ambitie dan berekend door Companen. We zetten in op anders bouwen: meer diversiteit in woningtypen, hogere dichtheden en georiënteerd op het openbaar vervoer. Om dit voor elkaar te krijgen is overheidsregie nodig. Aanbeveling is daarbij om ‘top down’ en ‘bottomup’ met elkaar te blijven confronteren, o.a. door in 11
TOELICHTING ECONOMIE
Vraagvolgend - Bureau Buiten heeft onderzoek gedaan naar de economische effecten van de Lelylijn richting 2050. Het onderzoek richt zich op 9 direct aan de Lelylijn grenzende gemeenten: Leeuwarden, Groningen, Westerkwartier, Smallingerland, Heerenveen, Fryske Marren, Noordoostpolder, Urk en Lelystad. Hier bevinden zich momenteel 445.000 banen. In totaal ligt er (inclusief Lelylijn) tot 2050 een groeiverwachting van afgerond 80.000 (+18%) tot 90.000 banen (+20%). Hoe is dit aantal opgebouwd? • WLO Hoog gaat in de periode 2022-2050 uit van een totale groei (zonder Lelylijn) van 62.000 banen (de eerste 34.000 voorzien in de periode tot 2035). • Bureau Buiten schat de extra banengroei als gevolg van de Lelylijn in tussen de 18.000 banen (laag scenario) en 25.000 banen (hoog scenario). • De door Companen berekende extra woningbouwvraag kan daarbovenop nog eens voor 5.000-7.000 extra banen zorgen (die met name zouden gaan landen in Flevoland en Groningen). Vraagsturend - Om wonen en werken in balans te houden is het van belang om de hogere ambitie qua woningbouwaantallen te matchen met een complementaire strategie op banengroei. De gehanteerde bandbreedte aan extra toegevoegde banen varieerde in de ‘Denkrichtingen’ van 80.000
banen (+18%) tot 120.000 banen (+27%) ten opzichte van de huidige situatie. Een deel van deze extra banen is woningbouwvolgend. Een complicerende factor is echter dat de stuwende economie veel vrijer is in locatiekeuze en zich daardoor moeilijker laat sturen en voorspellen. De randvoorwaarden voor economische ontwikkeling en ondernemerschap zijn wel stuurbaar en moeten op orde worden gebracht: • Reistijdversnelling voor meer nabijheid binnen het stedelijk netwerk (bijvoorbeeld zodat iemand in Groningen kan werken en de partner in Amsterdam); • Optimaal onderling verbinden van bedrijven, campussen, onderwijs en kennisinstellingen (o.a. WO, HBO en MBO) (bijvoorbeeld door ze te vestigen op of nabij stations- en OV-locaties); • Ruimtelijk optimaliseren (cluster- en campusvorming; betaalbare ontwikkellocaties voor studenten en start-ups gelieerd aan de kennisinstellingen van het Noorden; uitnutten van het landschap als unieke vestigingskwaliteit; diversificeren van het aanbod aan woon- en werkmilieus (meer stedelijkheid in hogere dichtheden, meer ruimte voor ontmoeten en verblijven)); • Optimaliseren van het onderliggend openbaar vervoersnetwerk en het voor- en natransport. We bouwen voort op dat wat krachtig is. De lokale leefomgeving is aantrekkelijk en veilig. Groningen behoort tot de top innovatie regio’s in Europa.
En noordelijk Nederland is toonaangevend op het gebied van water, gezondheid en circulariteit. We volgen de lijn van de Houtskoolschets voor het Deltaplan noordelijk Nederland ‘Perspectief 2050’. Langs de lijn zien we dat er wordt ingezet op:
•
• • •
• •
• •
Groningen: Topzorg en onderzoek op het gebied van Healthy Ageing, Life sciences, Big data, Energie en Chemie (o.a. Rijksuniversiteit Groningen, UMCG, Zernike campus), in verbinding met Seaports Eemshaven en Delfzijl; Leek/Roden: Maakindustrie en Health Hub Roden; Drachten: Innovatiecluster High Tech Systemen en Materialen; Leeuwarden: Cultuurhoofdstad, Delta Areas and Rescources, Watertechnologie, Food and Dairy (o.a. Energie-, Water-, Dairy-, Media en Innovatie-, en University Campus; Van Hall Larenstein en NHL Stenden); Heerenveen: Sportstad en circulair cluster; Emmeloord (Noordoostpolder): Maakindustrie, agribusiness en MITC in Marknesse (Lucht- en Ruimtevaart); Urk: Maritiem en visserijcluster; Lelystad: Logistiek, agrifood (proeftuin WUR), circulair bouwen en luchtvaart georiënteerd (Airport Businesspark).
Samengevat schetst dit Ontwikkelperspectief een bandbreedte van 30.000 tot 70.000 aan extra toegevoegde banen in de 10 Lelylijn gemeenten, ten opzichte van de autonome ontwikkeling van 62.000 meer banen in 2050. De onderkant van de bandbreedte ligt in lijn met het onderzoek Economische Effecten van de Lelylijn, uitgevoerd door Bureau Buiten. De bovenkant vraagt om een complementaire strategie op banengroei. Een deel van deze extra banen is woningbouwvolgend. Een complicerende factor bij economische ontwikkeling is dat de stuwende economie veel vrijer is in locatiekeuze dan woningbouw en zich daardoor moeilijker laat sturen en voorspellen. 12
13
DE AANPAK Hoe zijn we bij dit Ontwikkelperspectief uitgekomen? Op 7 juli 2023 is het “Inspiratieboek Lelylijn” opgeleverd (Verkennende Houtskoolschets voor het integrale Ontwikkelperspectief). Op 5 maart 2024 volgde het rapport “Denkrichtingen NOVEX Lelylijn 2050” (Toekomstbeelden voor noordelijk Nederland met de Lelylijn). Met dit Ontwikkelperspectief bouwen we op de lessen uit beide documenten voort.
Stap 1. Opgaven en mogelijke oplossingsrichtingen (bouwstenen). Allereerst hebben we in beeld gebracht wat de (ruimtelijke) opgaven zijn voor noordelijk Nederland. Hierbij hebben we gekeken vanuit de brede welvaart indicatoren, maar ook vanuit een ruimtelijke analyse van het gebied, aangevuld met inzichten van betrokken stakeholders. Vervolgens hebben we deze opgaven van mogelijke oplossingsrichtingen voorzien. Dit heeft geresulteerd in een bouwstenenatlas. Stap 2. Hoeken van het speelveld: 4 denkrichtingen en 2 autonome groeiscenario’s (met en zonder Lelylijn). Deze bouwstenen hebben we gecombineerd tot 4 mogelijke denkrichtingen. Deze denkrichtingen vertegenwoordigen de hoeken van het speelveld. Het is niet de bedoeling om 1 van deze denkrichtingen te kiezen. Ze dienen om te ontdekken wat kansrijke (combinatie van) bouwstenen zijn voor de toekomst. Deze denkrichtingen zijn een Lelylijn in een: • 30 minuten gemeenschap: overal in 30 minuten reistijd het grootste deel van de dagelijkse voorzieningen nabij. • Vitaal Ecoland: maximaal inzetten op natuur en water & bodem sturend. • Stedelijk Netwerk: inzetten op een samenwerkend netwerk van steden. • Internationale topregio: inzetten op een
schaalsprong voor Groningen en Leeuwarden. De denkrichtingen hebben we ook aangevuld met een toekomstbeeld zonder ruimtelijk ingrijpen (met en zonder Lelylijn) om de vraag te beantwoorden wat er gebeurt als we niets doen. Stap 3. Lessen leren. Sinds de oplevering van het denkrichtingenboek hebben we de provinciale ruimtelijke voorstellen (in kader van Programma NOVEX), de opgaven voor NOVEX Lelylijn en de contourennota Ruimte vertaald naar een gesprekskapstok (zie pagina 17) om het kwantitatieve en kwalitatieve gesprek te kunnen voeren over de effecten die horen bij de verschillende denkrichtingen. • Passend bij de lokale identiteit. • Eerlijke verdeling van de lusten en lasten. • Toekomst-bestendige regionale economie. Economische structuurversterking. • Zuinig (meervoudig) ruimtegebruik. Met behulp van o.a. het Dashboard Verstedelijking (College van Rijksadviseurs) en bereikbaarheidskaarten hebben we kwantitatief gekeken naar een aantal indicatoren (zoals stedelijkheid, bereikbaarheid, impact op de leefomgeving). Kwalitatief hebben we de bestuurlijke reactie op de denkrichtingen en een viertal expertgesprekken (Economie en kennis; Wonen; Water en bodem sturend; Natuur en 14
15
Provinciale ruimtelijke voorstellen op de kaart
“Waardevol Groningen” is het uitgangspunt landschap) meegenomen als ook de uitkomsten van parallel uitgevoerd onderzoek: • Water en bodem sturend (SWECO) • Woningmarkteffecten (Companen) • Gebiedspaspoorten natuur (RHDHV) • Economische effecten (Bureau Buiten) • Werksessie landbouw (Elzinga & Oterdoom)
We stellen het ‘Frysk eigene’ voorop
Stap 4. Op basis van de lessen hebben we een Ontwikkelperspectief samengesteld uit bouwstenen met goed effect en draagvlak. Om tot het Ontwikkelperspectief te komen, gebruiken we het lagenmodel uit de Houtskoolschets, aangevuld met de lessen van ons Ontwerpend Onderzoek. Hieronder zullen we toelichten, welke keuzes we gemaakt hebben en op welke wijze het Ontwikkelperspectief is opgebouwd. Bij het opstellen van dit perspectief kijken we ook buiten ons gebied, denk aan NOVEX Groningen, NOVEX Groningen-Assen, NOVEX Regio Zwolle, NOVEX MRA en Nota Ruimte.
Verder bouwen aan een krachtige samenleving voor alle leeftijdsgroepen
16
Gesprekskapstok NOVEX Lelylijn Op basis van projectdoelen Lelylijn; 15 opgehaalde opgaven; Nota Ruimte; en Ruimtelijke voorstellen Fryslân, Groningen en Flevoland.
Passend bij de lokale identiteit.
Toekomstbestendige (regionale) economie.
Zuinig (meervoudig) ruimtegebruik.
Waterrobuust en natuurinclusief.
Balans tussen
Eerlijke verdeling van de lusten en lasten.
Economische
Met oog voor lange
Bestand tegen de gevolgen
gebruikerswaarde,
Brede welvaart als kompas.
structuurversterking.
termijneffecten.
van klimaatverandering
•
Positief effect voor
•
Versterken economie
•
zowel stad als platteland
•
Wonen en werken in
toekomstwaarde, belevingswaarde en
en vergroten van de
herkomstwaarde. • •
•
•
Bestaanszekerheid
Recht doen aan
voor inwoners van
eigenheid (Frysk eigene;
alle leeftijden door
Waardevol Groningen)
goed bereikbare (incl.
Versterken van de kracht
passend en betaalbaar)
van steden, dorpen, cultuur en landschap. ruimte.
•
problemen. •
Functies slim en
•
Uitgaan van de
efficiënt combineren,
lagenbenadering. Water
verbinden kracht van
verweven of
en bodem sturend.
noordelijk Nederland.
stapelen in plaats
Beter verbinden van
van monofunctioneel
woningen, banen en
regio’s onderling (incl.
hectares uitleggen.
voorzieningen (o.a. zorg
Randstad en Duitsland).
•
•
•
•
Ruimte voor groen in en om de stad.
•
Verbeteren alternatieven
Meer groen en minder verharding.
Aantrekkingskracht op
van de auto (voorrang
jongeren vergroten
aan voetganger, fietser
Toereikend energie- en
en OV) om groei van
leefomgeving.
grondstoffensysteem
automobiliteit tegen te
en ecologische
Niet afwentelen op een
(circulair)
gaan.
verbindingen.
Gezonde, fijne en toekomstbestendige
•
biodiversiteit.
Beter benutten en
en onderwijs.
Behoud van rust en
balans •
Niet afwentelen van
volgende generatie.
•
•
Toekomstbestendige landbouw
•
•
Minder uitstoot van broeikasgassen.
•
Herstel van natuur
Verrommeling voorkomen.
17
Positionering van Groningen en Leeuwarden Blik op de toekomst - Denk aan de in Groningen geschoolde medische toponderzoeker die na haar opleiding een baan vond in Amsterdam, daar een partner heeft gevonden maar dankzij de Lelylijn uiteindelijk weer terug kon keren naar het Noorden. Mede aangetrokken door de rust en de nabijheid van de Friese Meren. Als ook de relatieve betaalbaarheid en goede bereikbaarheid op het kruispunt van meerdere sociale levens. Dankzij de nieuwe snelle verbinding kon de partner in Amsterdam blijven werken en kon de persoon zelf een baan accepteren bij het UMCG. De kinderen vonden een school in het Noorden.
18
19
Pijler 1. Positionering van Groningen en Leeuwarden
Toelichting: •
De kaart is een grafische bewerking van de kaart behorende bij ‘Contouren Toekomstbeeld OV 2040’. Met toevoeging van de Lelylijn en de Nedersaksenlijn.
•
In
lichtgroen de steden uitgelicht
waar lopen, fietsen en OV de belangrijkste modaliteiten zijn voor interne verplaatsingen. •
In
rood de internationale
verbindingen. In
donkerblauw
‘vaak en snel’. In
lichtblauw
‘comfortabel en snel’. In
grijs
‘verbindende lijnen’ 20
Pijler 1. Positionering Groningen en Leeuwarden AMBITIES Grote steden zijn de motoren achter onze economie. Bedrijven, huishoudens en instellingen vestigen zich bij voorkeur in de buurt van andere bedrijven, instellingen en huishoudens zodat ze kunnen profiteren van elkaars aanwezigheid. Dit fenomeen noemen we agglomeratiekracht. Met de Lelylijn kan noordelijk Nederland profiteren van de onderwijshubs en economische powerhouses in o.a. de Metropoolregio Amsterdam (MRA), Metropoolregio Utrecht (MRU), Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH), Regio Zwolle, België en Duitsland (Hamburg en Bremen). Het Lelylijngebied kent vier stedelijke motoren: Amsterdam, Groningen, Zwolle en Leeuwarden. WAT IS DAAR VOOR NODIG? (A) SYSTEEM We zetten in op een snelle en comfortabele Lelylijn tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden. Snel gaat in deze over een reistijdhalvering naar in totaal circa 70 minuten voor beide lijnen. Nu is dat nog ongeveer 120 minuten. Ook de verbindingen tussen Zwolle en Groningen/Leeuwarden blijven belangrijk. (B) PLAATS Groningen en Leeuwarden maken een verdere doorontwikkeling en groei door. Deze pijler past goed bij reeds gemaakte verstedelijkingskeuzes
(strategie Regio Groningen-Assen), afspraken en ambities. Hierin wordt namelijk fors ingezet op meer compactheid, nabijheid, meer stedelijke verblijfskwaliteit, aandacht voor spoorzones en campussen, minder ruimte voor de auto en meer ruimte voor openbaar vervoer, fiets, lopen en verblijven. Dit in combinatie met een ‘groen groeit mee’ agenda als contramal/ tegenhanger voor de verdichting. Met de Lelylijn komt er een kans voor verdere doorontwikkeling en verdere verdichting. Meer ‘achterkanten van de stad’ te transformeren en om bouwen in hogere dichtheden mogelijk te maken.
nabijheid nodig en meer OV- en fietsgericht (her)ontwikkelen in directe nabijheid van het station.
Het gaat orde van grootte om de volgende ontwikkeling, waarbij we de focus binnenstedelijk leggen, op locaties die liggen binnen fietsafstand van centrum en station: • In Groningen orde van grootte 40.000 – 50.000 woningen en 30.000 – 40.000 banen (tov heden). In de verstedelijkingsstrategie Regio Groningen-Assen is voor de stad een groei afgesproken van 32.000 nieuwe woningen en 28.000 banen (tot 2040). Het is dus een extra doorontwikkeling met versterking van ruimtelijke kwaliteit en behoud van openheid van het landschap. • In Leeuwarden orde van grootte 15.000 – 30.000 woningen en 15.000 – 20.000 banen (tov heden). In Leeuwarden is meer stedelijke 21
Groningen
Groningen
Huidige situatie
Ambitie met Lelylijn
Het Daily Urban System van Regio Groningen-Assen strekt zich uit. Met de Lelylijn is het vanuit Groningen straks ongeveer 15 minuten reizen naar Drachten; 25 minuten naar Heerenveen; 35 minuten naar Emmeloord; 50 minuten naar Lelystad; en iets meer dan een uur naar Almere. De snelste trein (snelle, directe verbinding zonder tussenstops) doet er circa 70 minuten over naar Amsterdam-Zuid. Dat is bijna een reistijdshalvering ten opzichte van de huidige situatie.
Vanuit Leeuwarden doet een snelle trein zonder tussenstops er ook ongeveer 70 minuten over om in Amsterdam-Zuid aan te komen. Het stuk tussen Leeuwarden en Heerenveen blijft circa 15 minuten reizen. Leeuwarden-Emmeloord kan in circa 25 minuten worden afgelegd.
22
Bestaande plannen Stadshavens Groningen Met ontwikkelingen in
Europapark, Suikerzijde en Eemskanaal ontwikkelt Groningen nieuwe gemengde stedelijke gebieden waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Met meer nabijheid, hogere dichtheden en meer interactie in de buitenruimte dan voorheen. Beeld: KCAP Artistiek toekomstbeeld Leeuwarden voorbij 2050. Voor de vitaliteit
van Leeuwarden is het van belang dat de rest van Nederland ‘dichterbij’ komt. Leeuwarden zet daarom in op kwalitatieve ontwikkelingen in de Spoorzone. Met minder auto infrastructuur en meer buitenruimtekwaliteit voor lopen, fietsen en verblijven.
23
Drie zelfstandige Daily Urban Systems Blik op de toekomst - Een in Groningen opgeleide Friese ondernemer begon een hightech start-up op het grensvlak van gezondheidszorg en gezonde voeding. Een plek bemachtigen op het direct aan het spoor tot ontwikkeling gekomen innovatiecluster in Drachten was relatief betaalbaar. Met het OV is deze plek bovendien makkelijk bereikbaar voor studenten uit zowel Leeuwarden, Groningen, Assen als Emmen. Incidenteel reizen medewerkers en onderzoekers met de trein van- en naar Amsterdam, Utrecht en Eindhoven voor externe samenwerkingen. In het weekend zorgen ze echter dat ze terug zijn om vanuit Drachtstervaart- en haven de Friese Meren op te gaan.
24
25
Pijler 2. Drie zelfstandige Daily Urban Systems Toelichting: •
Rode kleur geeft het Daily Urban System van Metropoolregio Amsterdam weer, waar Lelystad onderdeel van uitmaakt.
•
Blauwe kleur geeft het Daily Urban System van Regio Zwolle weer, waar de Noordoostpolder onderdeel van uitmaakt.
•
Groene kleur geeft het Daily Urban System van Regio GroninigenLeeuwarden weer. Dit is een integratie van het Fries Stedelijk Netwerk met de Regio Groningen-Assen.
•
De sterren zijn de ‘stepping stone’ steden waar we een schaalsprong voorstellen.
26
Pijler 2. Drie zelfstandige Daily Urban systems AMBITIES We kiezen voor een strategie waarbij regionaal economische ontwikkeling gelijk op gaat met (extra) woningbouw, dit mede om de groei van lange afstand pendel tegen te gaan. Cruciaal voor een dergelijke strategie is economische nabijheid binnen het Daily Urban System. Zodat mensen die er wonen er ook kunnen werken. Binnen het gebied van NOVEX Lelylijn onderscheiden we drie van dit soort systemen: de Metropoolregio Amsterdam, Regio Zwolle en Regio Groningen-Leeuwarden. De stedelijke kernlocaties binnen deze regio’s liggen op maximaal circa 30-45 OV-minuten van elkaar vandaan en kunnen zo profiteren van elkaars nabijheid (dat noemen we ‘borrowed size’). We versterken het regionale ecosysteem maximaal door van elkaars nabijheid aan inwoners, banen en voorzieningen te profiteren en door meerwaardegericht te selecteren en te specialiseren. Zo zorgen we ervoor dat jongeren in noordelijk Nederland willen blijven. Er komen innovatieve broedplaatsen voor lokale startups en talent. Aan het spoor ontstaan nieuwe stedelijke innovatieclusters en campussen in Groningen, Leeuwarden, Lelystad, Emmeloord/ Urk, Heerenveen en Drachten. Economische vernieuwing vindt plaats door kruisbestuiving tussen deze verschillende regionale clusters en het onderwijs. De treinverbinding tussen
deze regionale clusters vormt de linking pin. Lelystad wordt een stepping stone tussen de Metropoolregio Amsterdam (MRA), Regio Zwolle en het noorden. Heerenveen vervult zo’n rol tussen de Regio Zwolle en het noorden.
zo profiteren van de schakelstadfunctie tussen drie stedelijke regio’s. Drachten gaat haar rol vervullen als meest centraal gelegen stad in de regio NoordNederland. Emmeloord als centrumstad van Noordoostpolder en Urk.
WAT IS DAAR VOOR NODIG? (A) SYSTEEM Om de Daily Urban Systems goed te laten functioneren moet de Lelylijn in voldoende frequentie de verschillende stedelijke kernen binnen die systemen verbinden. Dat vraagt dus goede verbindingen tussen Heerenveen, Drachten, Leeuwarden, Groningen, Assen en Sneek (NoordNederland). Tussen Zwolle, Emmeloord en Lelystad
De ambitie: We zetten in op een forse schaalsprong met een focus op 15-30 minuten loop- en fietsafstand van het station (orde van grootte 25.000-40.000 woningen en 15.000-25.000 banen in Lelystad; 10.000-20.000 woningen en 5.00015.000 banen in de andere kernen). De nieuwe woningen en banen zijn geen doel op zich. Ze zijn bedoeld om het onderscheidend vermogen van de kernen te vergroten: meer stad worden,
(Regio Zwolle). En tussen Amsterdam, Almere en Lelystad (MRA). Plus een verbinding die de 3 Daily Urban Systems aaneen rijgt (Lelystad-EmmeloordHeerenveen).
met hogere dichtheden en voldoende massa voor economische innovatiekracht en het aanjagen van de mobiliteitstransitie en de herstructurerings- en vernieuwingsopgave. • Doorzetten ontwikkelingen Lelystad met schaal- en kwaliteitssprong: Lelystad groeit naar stedelijke nabijheid. • Schaalsprong (meer stad worden) en kwaliteitsopgave Heerenveen in relatie tot bodem- en watersysteem. • Schaalsprong (meer stad worden) en kwaliteitsopgave Drachten. • Schaalsprong Emmeloord als stedelijk centrum van de Noordoostpolder.
(B) PLAATS Een sterke corridor heeft altijd meerdere ‘stepping stones’ langs de lijn. Op de A2 tussen Amsterdam en Eindhoven zijn dat bijvoorbeeld Utrecht en ‘s-Hertogenbosch. Op de A50 tussen Eindhoven en Zwolle zijn dat Nijmegen, Arnhem en Apeldoorn. Lelystad, Emmeloord, Heerenveen en Drachten vervullen die rol nu nog onvoldoende. Daarom stellen we hier meer massa en onderscheidend vermogen voor. Lelystad en Heerenveen moeten
27
Heerenveen
Heerenveen
Huidige situatie
Ambitie met Lelylijn
Regio Noord-Nederland gaat als systeem functioneren. Met de komst van de Lelylijn gaan de kernen in Noord-Nederland veel meer als één systeem functioneren. Het Fries Stedelijk Netwerk en de Regio Groningen-Assen groeien aaneen. De stedelijke kernen liggen straks allemaal op maximaal 30-45 minuten hoogwaardige OV-minuten van elkaar vandaan.
• • • • •
Groningen-Drachten gaat naar circa 15 minuten Drachten-Heerenveen gaat naar circa 10 minuten Leeuwarden-Heerenveen blijft circa 20 minuten Heerenveen-Emmeloord gaat naar circa 15 minuten Emmeloord-Lelystad gaat naar circa 15 minuten
28
Artistiek toekomstbeeld Drachten voorbij 2050 De uitdaging voor Drachten is om meer stad te worden. De ambitie is om De Haven, Tussendiepen en het centrum met elkaar te verbinden zodat er een unieke ‘wateretalage’ ontstaat met een campus en gemengde woon- en werklocaties. Dit gebied zal als fysieke showcase fungeren voor het Innovatiecluster Drachten.
Artistiek toekomstbeeld Emmeloord voorbij 2050. Om ervoor te zorgen dat extra woninggroei niet leidt tot files op de A6 moet Emmeloord zich meer gaan richten op duurzame verplaatsingsvormen, waaronder lopen, fiets en bus als voortransport voor de trein. Een dergelijke transitie vraagt nabijheid, compacte bouwvormen en meer ruimte voor langzaam verkeer ten faveure van de auto.
29
Vitale kernen en vitaal platteland Blik op de toekomst - We focussen ons op een aan de Noordoostpolder gebonden familie. Het gezin uit Espel zag haar reismogelijkheden fors verruimd worden. De kinderen konden al zelfstandig naar opa en oma in Emmeloord met de fiets, E-bike of met de bus. Nu kunnen ze dankzij de Lelylijn vanuit Emmeloord ook in een uur in Amsterdam of Groningen zijn voor een dagje uit. Ook voor opa en oma werd het makkelijker om een dagje te plannen richting Rijksmuseum, het Groninger Museum of ARTIS. Zodra de kinderen gingen studeren hoefden ze niet meer per se de gemeente te verlaten, omdat de vervolgopleiding in de stad veel beter bereisbaar werd.
30
31
Pijler 3. Vitale kernen en vitaal platteland
Toelichting: •
De
zwarte lijnen zijn het
bestaande spoor en de Lelylijn (
met zwart gestippeld
tracévarianten) •
Groene cirkels
zijn nieuwe
stations (incl. Nedersaksenlijn); rode cirkels
bestaande IC-
stations en blauwe
cirkels
bestaande sprinterstations. •
Rode lijnen zijn (grotendeels bestaande) hoogwaardige bussen naar grote kernen zonder treinstation (waaronder Q-link systeem in Groningen en de verbindingen naar Urk, Lemmer, Joure, Sneek, Bolsward, Stiens, Burgum, Dokkum en Oosterwolde)
•
Lichtgrijze lijnen geven het bestaande bussysteem weer.
•
In de context de Nedersaksenlijn (
) en IJmeerverbinding (
).
32
Pijler 3. Vitale kernen en vitaal platteland AMBITIES In de kernen op het platteland zijn Mienskip en Noaberschap centrale kernwaarden. Mensen kennen elkaar, voelen zich onderling verbonden en zijn trots op de hechte sociale banden, de buurt, de wijk, de cultuur, de taal en het landschap. Samen dragen ze zorg voor hun nabije omgeving. Kleinschaligheid is de norm. Daarom zetten we hier in op leefbaarheid en kwalitatieve ontwikkelingen naar lokale ondergrond, aard, schaal, opgave en identiteit. En met onderscheidende specialisatie op kwaliteiten zoals ‘genieten op het water’, wandel- en fietskwaliteit en streekproducten. Voor vitale kernen en vitaal platteland is een zekere mate van basis-bereikbaarheid nodig. De huidige en toekomstige spoorlijnen in noordelijk Nederland vormen samen de ruggengraat van het (openbaar) vervoersysteem. De (toekomstige) stationslocaties vormen een belangrijk knooppunt waar alle vervoersmodaliteiten samen komen (denk o.a. aan (deel)auto, (deel)fiets, HOV, bus en flexvervoer). Hier wordt de verbinding gelegd met het platteland en met lokaal gewortelde wereldspelers. WAT IS DAAR VOOR NODIG? (A) SYSTEEM Deze pijler vraagt om een dekkend OV systeem. Dat gaat in aanvulling op de Lelylijn over een complementair systeem van hubs voor de
station/stad-regio overstap, met overstappunten voor collectief vervoer (HOV, flex- en doelgroepenvervoer, kleinschalig OV), (deel-) auto en fiets (doorfietsroutes en deelfietsen). De minimale ambitie is het intact houden van de huidige bereikbaarheidskwaliteit. SPRINTERSTATIONS. Het functioneren en belang van de Lelylijn voor noordelijk Nederland is sterk afhankelijk van het aantal en de locaties van de toekomstige nieuwe sprinterstations. In de volgende fase zullen hier definitieve keuzes in gemaakt moeten worden. Voor de Verkenningsfase ligt er de vraag open of Leek, Lemmer en/of Joure een sprinterstation krijgen aan de Lelylijn. Het uitgangspunt is ja zolang ze goed geïntegreerd kunnen worden in de totale dienstregeling en het onderliggende OV-systeem (en daarmee lokaal dus echt voor bereikbaarheidswinst zorgen). We zetten hoe dan ook in op goede OV-bereikbaarheid voor het Westerkwartier en Zuidwesthoek van Fryslân. Belangrijke elementen: • Q-link systeem rondom de stad Groningen in de richtingen van o.a. Zuidhorn, Leek, Roden, Zuidlaren, Beijum en Delfzijl. Nieuwe stations in Leek en Suikzijde hebben de potentie om geïntegreerd te worden in dit systeem. • Minimaal gelijkwaardige bereikbaarheidskwaliteit Westerkwartier.
•
• •
•
Hier ligt een keuze voor (voor in de Verkenningsfase): wel of geen station in Leek? Stad-regio overstap in Leeuwarden. Met het stedelijker worden van de stad Leeuwarden en het terugdringen van de rol van de auto binnen De Haak wordt de overstap tussen regionale en stedelijke mobiliteit belangrijker. Dit vraagt om een systeem van overstaphubs in de richtingen van Dokkum, Stiens, Harlingen/Franeker, Burgum en Drachten. Station Werpsterhoeke kan een dergelijke hubfunctie vervullen. Station Emmeloord als OV-poort voor de Noordoostpolder en Urk. Station Drachten als OV-poort voor Feanwâlden, Dokkum, Buitenpost en Opsterland. OV-bereikbaarheid voor de Zuidwesthoek van Fryslân. Hier ligt een systeemrelatie met de keuze (in Verkenningsfase) voor: wel of geen station in Lemmer en/of Joure? Mede in relatie tot: hubfunctie station Heerenveen? En in het verlengde, hoe wordt Sneek goed aangetakt op de Lelylijn?
(B) PLAATS • Bij tracékeuze: Voorkomen dat dorpskernen geïsoleerd raken tussen de infrabundels, relevant voor bijvoorbeeld Oostwold (Westerkwartier), Luxwoude en Bant. • Geen grootschalige 33
Aantal bereikbare banen
Aantal bereikbare banen
Huidige situatie
Ambitie met Lelylijn
Effect op de bereikbaarheid. De grootste effecten qua bereikbaarheid zijn logischerwijs te vinden op de plekken die een station krijgen aan de Lelylijn. Maar ook in de tweede en derde lijn zijn positieve effecten waar te nemen. Ook het bereikbaarheidspotentieel van kleinere kernen in bijvoorbeeld Opsterland, NoardeastFryslân, Súdwest-Fryslân, Waadhoeke of Tytsjerksteradiel neemt toe. Niet omdat de
Wel omdat je vervolgens vanuit Drachten of Leeuwarden veel sneller in Groningen of Amsterdam kan zijn. Dit soort effecten kunnen worden gemaximaliseerd door het onderliggend netwerk te optimaliseren op de dienstregeling van de Lelylijn. Reeds bestaande OV verbindingen tussen bijvoorbeeld Bolsward-Sneek-Joure-Heerenveen of Drachten-Burgum-Dokkum krijgen met een Lelylijn meer waarde omdat de
verbinding richting Drachten of Leeuwarden er met een Lelylijn sneller van wordt.
knooppotentie van Drachten en Heerenveen toeneemt. 34
•
•
woningbouwontwikkelingen in Lemmer, Joure en Leek maar ontwikkelingen naar lokale ondergrond, aard, schaal, opgave en identiteit. Bij keuze voor het aanleggen van stations in deze kernen vormt de inpassing van het stationsgebied een bijzondere uitdaging (door relatief geïsoleerde en met de snelweg gebundelde ligging en bijbehorende barrièrevraagstukken voor bijv. lopen en fietsen). Behoud van leefbaarheid. Ontwikkelingen met oog voor de grote herstructureringsen vernieuwingsopgave waar de kernen voor staan (denk aan: adaptief omgaan met bodemdaling, verduurzamingsvraag, demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en huishoudensverdunning en transitieopgaven). Realistisch en duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw. Waarbij duurzaam verdienmodel voor de boer hand in hand gaat met een robuuste en klimaatbestendige waterhuishouding, een stevig natuurnetwerk en rijke biodiversiteit.
35
Een goed functionerend bodem-, water-, en natuursysteem Blik op de toekomst - Het zijn de waterdruppels van het Drents Plateau die vanuit de beken en rivieren afstromen naar het Lauwersmeer en het IJsselmeer, of via het grondwater als kwel terechtkomen in de lage veenpolders. Het stromende water zorgt lokaal voor bijzondere natuur en diersoorten zoals broedvogels als de Grutto, Roerdomp en Veldleeuwerik. De Lelylijn werd zodanig ingepast dat dit systeem van water en natuur ongestoord haar gang kon blijven gaan. Dat vroeg in het bijzonder om extra aandacht op de plekken waar het systeem van water en infrastructuur elkaar kruisen, zoals bij Van Oordt’s Mersken en het Leekstermeer. 36
37
Pijler 4. Een goed functionerend bodem-, water-, en natuursysteem
Toelichting: •
De sterren zijn punten waar natuur en watersysteem de infra kruisen
•
Het blauw staat voor beken, vaarverbindingen en meren
•
Groen is het Nationaal Natuurnetwerk.
•
Roze is het veenweidegebied
•
Bij de rode contouren stellen we een aantal integrale systeemvraagstukken voor.
38
Pijler 4. Een goed functionerend bodem, water, en natuursysteem AMBITIES Door water en bodem sturend te laten zijn bereiden we ons voor op een ander en grilliger klimaat in de toekomst. Zo kunnen we leven, wonen en werken in een veilige omgeving, met een gezonde bodem en voldoende en schoon water. We hanteren de volgende uitgangspunten zoals geformuleerd in de ‘Water en Bodem sturend brief’ (november 2022): • Niet afwentelen (in tijd, ruimte en kosten); • Meer rekening houden met extremen (bijvoorbeeld backcasting vanuit het jaar 2150); • In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem; • Meerlaagseveiligheid;
We bouwen voort op het cultuurlandschap en werken aan een toegankelijk landschap van wereldklasse. Daarin worden het UNESCO werelderfgoed Schokland en de Nationale Wederopbouwgebieden Noordoostpolder en Haskerveenpolder gekoesterd.
•
Water en bodem nu en in de toekomst sturend laten zijn vraagt om een transitie waarbij we het vergroenen en verblauwen beschouwen als een ontwikkeldoel op zichzelf. Dat gaat onder andere over het herstel van cruciale schakels in het grondwater- en oppervlaktesysteem. Binnen dat systeem moet de Lelylijn zorgvuldig worden ingepast. Cruciale systeemvraagstukken liggen er voor het Leekstermeergebied, Van Oordt’s Mersken en Heerenveen (zie kaders). Deze integrale vraagstukken liggen overigens ook al op tafel in het geval er geen Lelylijn komt.
• •
Zo min mogelijk afdekken, vergraven en niet verontreinigen van de bodem; Integrale aanpak in de leefomgeving; Comply or explain (pas toe of leg uit).
In het NOVEX Lelylijngebied gaat het om twee overkoepelende watersystemen: (1) het systeem van Drents Plateau, zand, beekdalen en veen; (2) de Flevopolders. Teelt en functie volgen het waterpeil. Het duurzaam runnen van agrarische bedrijven gaat samen met het verhogen van de biodiversiteit en recreatieve waarden in het boerenland (lokale voedsel- en streekproducten, weidevogel- en boerenfietsroutes).
We dragen zorg voor het zicht op het landschap vanuit de trein. En op het zicht vanuit het landschap op de Lelylijn. Met name op de kruising van infrastructurele en landschappelijke lijnen ligt een ontwerpopgave die om zorgvuldigheid vraagt. WAT IS DAAR VOOR NODIG? (A) SYSTEEM
Integrale systeem- en gebiedsopgave Leekstermeer (met aandacht voor o.a. Natura2000, beekdalherstel, vernatting, waterberging, barrière A7, groenblauwe corridor en het recreatief stedelijk uitloopgebied).
39
Integrale systeem- en gebiedsopgave Van Oordt’s Mersken – Koningsdiep (met aandacht voor o.a. Natura2000, waardevolle natuur, beekdalherstel, vernatting, waterberging, drinkwater Luxwoude, barrière A7, herstel van Koningsdiep in DrachtenZuid en identiteitsversterking Opsterland).
Integrale systeem- en gebiedsopgave Verstedelijkt Heerenveen (met aandacht voor o.a. versterking regionale keringen, vernattings- en waterbergingsopgave, verhoging polderpeilen, stedelijke wateroverlast en hittestress, onderhoudsopgave rioleringssysteem).
(B) PLAATS Lokaal wordt deze pijler doorvertaald naar ontwikkelen met zorg voor ruimte, water en landschap. Bijzondere accenten voor specifieke gebieden: • Integrale gebiedsopgaven Tjeukemeer, Ketelmeer en bestaand verstedelijkt gebied Lemmer • Openhouden van het landschap rondom de stad Groningen; • Behoud van kleinschaligheid in Leek, met zorg voor coulisselandschap van het Zuidelijk Westerkwartier; • Behoud van kleinschaligheid in Joure. Als hier wordt gedacht aan ontwikkelingen (wonen en werken) dan is de zuidelijke ontwikkelrichting de meest wenselijke gedacht vanuit ‘water en bodem sturend’; • Behoud van de karakteristieke landschappelijke structuur (wederopbouwgebied) Noordoostpolder. Als in Emmeloord gedacht wordt aan nieuwe uitleglocaties (wonen en werken) dan gaat vanuit ‘water en bodem sturend’ de voorkeur uit naar de oostkant (ipv de westkant). Hierbij is alsnog extra aandacht nodig voor overstromingsrisico, grondwater, kwel en ruimte voor waterberging.
40
Integrale gebiedsopgave Tjeukemeer (met aandacht voor o.a. natuur- en waterkwaliteit, waterberging en vernattingsopgave omringende polders, aquaduct Scharsterrijnbrug, panoramafunctie ‘poort naar Fryslân’).
Integrale gebiedsopgave Ketelmeer (met aandacht voor o.a. Natura2000, dijkreconstructiesen verzwaringen Ketelmeer en Vossemeerdijk, archeologisch monument Swifterbant, doorvaarhoogte, natuurgebied Kamperhoek, vluchtroutes vanuit meerlaagse veiligheid en toegankelijkheid landbouwvoertuigen)
Integrale gebiedsopgave ‘bestaand verstedelijkt gebied Lemmer’ (met aandacht voor o.a. overstromingskans vanuit IJsselmeer en Friese Boezem, versterkingsopgave primaire en regionale waterkeringen, bodemdaling, wateroverlast, kleinschalige ontwikkelingen).
41
Illustratie op basis van het rapport “Weerbaarder, guller en attractiever” (Places of Hope, 2018)
Groen groeit mee Verstedelijking, natuur en landschap kunnen elkaar versterken. Een mooi voorbeeld is veenweidegebied Midden-Delfland. Rust, ruimte en openheid zijn hier gegarandeerd dankzij de waarde die omwonende stedelingen (midden in de 2,5 miljoen inwoners tellende drukke metropoolregio Rotterdam, Den Haag en Delft) eraan hechten. Focuspunten zijn hier het versterken van natuurwaarden, een klimaatrobuuste inrichting, de ruimtelijke en recreatieve kwaliteit, robuuste stad-land verbindingen en een duurzame landbouw. Het runnen van gezonde agrarische bedrijven gaat hier samen met het verhogen van biodiversiteit en recreatieve waarden in het boerenland (streekproducten worden vermarkt in omliggende gemeenten en er ontstaan weidevogelen boerenfietsroutes). Ook het Lage Midden van Fryslân kan gevarieerder en aantrekkelijker worden; er ontstaan tal van nieuwe gradiënten en geleidelijke overgangen in het gebied, die van grote waarde zijn voor natuur en die zullen dienen als aantrekkelijker en toegankelijker uitloopgebied voor inwoners van de omliggende stedelijke gebieden van Drachten, Heerenveen, Sneek, Leeuwarden en Groningen.
• • • •
• •
Nationaal Natuurnetwerk Vaarverbindingen, meren en beken ‘Randzone klei op veen’. Gangbare melkveehouderij op 100% weideland ’Tussen de Meren’. Natuurinclusieve melkveehouderij met 75% weideland en 25% hooiland. ‘Puur veenweiden’. Natuurinclusieve melkveehouderij met 100% hooiland. ‘Diepe veenpolders’. Circulaire landbouwbedrijven met onder andere natte teelten waarbij het water boven of in het maaiveld staat, fluctuerend met de seizoenen. 42
Opsterland / Beekdal Koningsdiep (Keningsdjip, Boarn of Alddjip)
Het Koningsdiep rijgt Europese topnatuur (Natura2000) aaneen. Hier liggen de Bakkeveense Duinen, Wijnjeterper Schar en Van Oordt’s Mersken. In de jaren zestig is de loop van de beek aangepast en het gebied rondom het Alddjip geoptimaliseerd voor agrarisch gebruik. Nu krijgen water en natuur juist weer meer de ruimte. Dat biedt een enorme kwaliteitsimpuls en extra recreatiemogelijkheden voor inwoners van omliggende kernen en steden zoals Beetsterzwaag, Gorredijk, Bakkeveen (Opsterland), Drachten en Heerenveen. De ambitie is om het Koningsdiep nog meer dan nu een verbinder van natuur, water en recreatie te maken. 43
Doorkijk naar het vervolg
44
Aandachtspunten voor het vervolg Het Ontwikkelperspectief Lelylijn laat de kansen zien, maar er blijven aandachtspunten. Het Ontwikkelperspectief Lelylijn biedt in onze ogen een goed antwoord op de uitdagingen waar noordelijk Nederland zich voor gesteld ziet staan. Desondanks blijft het voor een volgende fase nodig om specifiek aandacht te hebben voor de zorgen die er leven en om daarbij expliciet op de volgende onderwerpen te verdiepen: • Woningbouwopgave: voor wie bouwen we de woningen, wat gebeurt er in het omliggende gebied, wat is de impact op de woningmarkt en lukt het ook om deze woningen met beperkte impact op de ruimtelijke kwaliteit en met voldoende diversiteit te ontwikkelen? •
•
Mobiliteit buiten Lelylijn, ook onderliggend OV: wat betekent de Lelylijn voor de OVbereikbaarheid van de kernen zonder een toekomstig station? Hoe kan het regionale OV-systeem optimaal worden ingericht met de Lelylijn als backbone? Wat is het effect van de verstedelijking in noordelijk Nederland op langeafstand autoverplaatsingen op het hoofdwegennet? Rust, ruimte en landschap als randvoorwaarde: hoe kunnen we hier goed invulling aan geven in combinatie met een nieuwe doorsnijding door het landschap? Wat betekent ‘sober en doelmatig’ in relatie tot een kwaliteitssprong voor natuur en landschap.
Op welke wijze kunnen we invulling geven aan bodem&water sturend met de onzekerheden van een zichtjaar 2150? Meekoppelkansen. De Lelylijn kan niet alle opgaven dragen maar kan wel een vliegwiel zijn. Dat vraagt om het uitlijnen (ingroeien) van beleid en gebiedsontwikkelingen op dit Ontwikkelperspectief. Hoe zorgen we ervoor dat we de investeringen van de Lelylijn maximaal benutten om alle lopende transities (energie, klimaat, landbouw en mobiliteit) maximaal vooruit te helpen? Niet kiezen is ook een keuze. In gesprekken over de Lelylijn worden zorgen geuit ten aanzien van het effect op de identiteit en de rust en ruimte van noordelijk Nederland. Hierbij wordt ervan uit gegaan dat bij het uitstellen of zelfs niet maken van ruimtelijk structurerende keuzes (zoals in het Ontwikkelperspectief) alles blijft zoals we dat vandaag de dag kennen. Dit is echter een utopie: • Bij geen beleidswijzigingen is er buiten de steden Leeuwarden, Groningen en Lelystad niet voldoende massa voorhanden om krimp inwonerdichtheid tegen te gaan; blijven talentvolle jongeren wegtrekken door gebrek aan banen en perspectief; blijft noordelijk Nederland in hoofdzaak een perifeer gelegen achterland met dito economie en opgave. En groeit het verschil tussen de economische