CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript gemeenteraad 5 november 2021

Gemeenteraad 5 november 2021, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda29.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

En dan het zorgverhaal. Ik was eigenlijk wel weer gebiologeerd door de antwoorden van de heer Den Dunnen over het sociaal domein. En met name de concreetheid vind ik heel erg prettig. We worden meegenomen en waar ik nog ADHD als het grote probleem zag, blijkt het nu dyslexie te zijn. En dyslexie onder jongeren, enkelvoudig. Wat dan dubbelvoudig is, ik weet dat dan twee ogen zijn waarmee je niet kunt lezen, zoiets zou het dan moeten zijn. Maar dyslexie is natuurlijk heel interessant. En die dyslexie constateer ik ook wel een beetje af en toe bij de raad. En met name als het gaat over de oppositiepartijen die elke keer in ieder geval enkelzijdig lezen, laten we het maar zo zeggen. Zij lezen de kommer en de kwel en ik sluit mij geheel aan bij onze collega van de VVD die zegt: waar is dan de oplossing? Want als je begrijpend lezen kunt, en kennelijk kunnen we dat allemaal alleen verschilt de interpretatie daarvan, dan is vervolgens: wat gaan we daar dan aan doen? En als ik dan het amendement zie wat D66 indient, om nog een beetje te gaan bezuinigen op de percentages waarbij de WOZ

dan net even iets minder of iets meer zou moeten opbrengen. Terwijl er wel een waslijst is van wat er allemaal tekort is, dan heb ik het precies weer het punt gezien waar wij ook in onze eerste termijn op hadden. Het gaat over 10 duizend euro en niet over een ton. En ik ben benieuwd waar de oppositie, en dan nodig ik met name Timmerman en de heer Wegter uit, nou die tonnen vandaan halen omdat structurele tekort bij te klussen. Want dat is waar we voor staan en die taak, die antwoorden, worden niet gegeven. De voorzitter: Een interruptie van de heer Wegter. De heer Wegter: Mijnheer Loeff, als het gaat over het ozb, dan is één van de maatstaven daarbij de waardestijging van de woningen. Wij stellen objectief vast dat de waardestijging volgens de waarderingskamer niet zeven, maar 9 procent is. En het is op grond daarvan dat we een amendement indienen. Omdat de waardestijging, zoals eerder door het college gehanteerd, naar onze opvatting niet juist is. Dat is het enige wat er aan de hand is. Dat kunt u ons toch niet verwijten, het gaat over het feit dat de waarderingskamer een cijfer geeft wat niet wordt overgenomen door het college. Daar gaat het om. De heer Loeff: Maar ik verbaas me over uw hele pleidooi waarin u een tirade afspeelt over wat er allemaal mis is met die begroting, en dan komt u over twee procent waarderingskamer als enig amendement.

Terwijl ik verwacht dat u structurele voorstellen doet om deze begroting op orde krijgen. Want dat is wat u toch betoogt. Het college moet hier iets doen, want het deugt allemaal niet. Het is allemaal niet goed, het is verkeerd, we gaan de afgrond in. De enige optie is een fusie in een groter verband als dat geen geld kost, alsof dat geen frictie oplevert. En het enige wat u doet is met twee procent amendement komen op een detail. Dan denk ik: Ja, waar zijn uw constructieve voorstellen? De voorzitter: Ho, ho, stop. Dit debatje heeft betrekking op een motie. Die gaan we even verduidelijken, verder kan de heer Wegter in zijn tweede termijn reageren. Volgens mij is uw punt duidelijk. Meneer Wegter, gaat uw gang. De heer Wegter: Ik zou denk ik de tweede termijn hanteren om aan te geven dat meer aan de orde is dan alleen maar onderuit de zak geven, zoals uw collega aangeeft. Het gaat over andere zaken dan u nu suggereert. Ik heb bijvoorbeeld het woord fusie niet in de mond genomen. Ik stel alleen vast in mijn betoog, dat blijkbaar de ambitie om zelfstandig te worden niet kan worden waargemaakt voor zover de financiën daarvoor een rol spelen. Dat is het enige wat ik zeg. Dank u wel. De voorzitter: Ter verduidelijking: mijnheer Loeff, vervolg vooral uw betoog. De heer Loeff: Ja, dank u, voorzitter.

Nou, dit kleine debatje gezegd hebbende betreur ik eigenlijk een beetje dat de heer Van den Berg met al zijn vragen ook een beetje zijn mogelijke afscheid aankondigt. En ik nodig het CDA van harte uit om zich ten volle in de verkiezingsstrijd te mengen. Omdat ik ook de bijdrage van de heer Van den Berg aan alle debatten en discussies uiterst zinvol vindt, en ook de constructieve houding. En in die zin hoop ik dat we een volgende constellatie toch weer kunnen rekenen op een mooie algemene beschouwingen van het CDA die ook binnen de tijd is. Dat voor deze termijn. En dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank mijnheer Loeff, overigens voor de wetenschap: met uitzondering van de CDA-fractie was u allemaal binnen de tijd. Mijnheer Wegter. De heer Wegter: Dank u wel, voorzitter. Eerst iets over BEL-combinatie. Ik hoop dat de betrokkenen die hier aan de publieke tribune zitten geënthousiasmeerd zijn geworden door de discussie die vanmorgen heeft

plaatsgevonden. De kritiek die van onze zijde gegeven werd, heeft uiteraard geen enkele betrekking op het personeel dat als zodanig met die moeilijke taak is belast. Integendeel: we hebben de grootst mogelijke bewondering voor de manier waarop u in deze moeilijke tijden uw taak vervult. Dus wat dat betreft moet u de kritiek die wij hebben wel in het juiste perspectief plaatsen. Het is … De moeilijkheid ligt er niet bij het personeel van de BEL-combinatie, maar bij de bestuurders die uiteindelijk die zaak moeten leiden. En die moet perspectief bieden aan die BEL-combinatie, en daar is volgens mij het één en ander mis. Goed. Nu even terug naar die bezuinigingen en ik vind dat toch een kernpunt van de democratie. Dat de oppositie niet alleen het recht maar ook de plicht heeft om kritiek te leveren daar waar dat nodig is. Dat recht en die plicht kunt u ons niet ontzeggen. En met die instelling ben ik vanochtend hier gekomen. Om daaraan te geven waar naar onze opvatting zaken niet goed zijn, om dat aan te geven. Dat is onze opdracht. Het is aan u om dat dan te verdedigen. Dan moet ik u nog een kleine herinnering brengen.

Het was deze fractie die twee jaar geleden, toen het college min of meer wanhopig riep: waar zijn dan die mogelijkheden voor bezuinigingen, was het deze fractie die toen gezegd heeft: zouden we niet met elkaar om tafel kunnen gaan zitten om gezamenlijk na te denken over of bezuinigingen er kunnen komen. En het was deze fractie die toen met een aantal concrete voorstellen is gekomen en dat ging over meer dan tien euro, kan ik u zeggen. Ik noem een paar voorbeelden, wat toen nog niet aan de orde was. We gaan opnieuw praten over het behoud van Laren, gaan opnieuw nadenken over het gemeentehuis hier misschien kunnen opheffen en als raad naar deze zaal kunnen gaan. We gaan eens praten over van drie naar twee wethouders, en we gaan praten over al dan niet het centrumpand kunnen opheffen. Dat waren concrete dingen, die wel deels zijn opgevolgd maar ook deels niet … De voorzitter: Wacht even, wacht even. De interruptie van de heer De Bondt. De heer de Bondt: Het ging qua inbrengen volgens mij voornamelijk over die zelfstandigheid van Laren, en die BEL-constructie die haalt het toch niet bij waar wij voorstander van zijn, namelijk een gedwongen fusie. De voorzitter: De heer Wegter, vervolg uw betoog. De heer Wegter: Het is bijzonder interessant, het woord fusie voortdurend die genoemd wordt door de zijde van de coalitie, terwijl ik dat helemaal niet in de mond neem.

Dat was ook bij onze bezuinigingsvoorstellen niet aan de orde. Dus mijnheer De Bondt, u moet de kerk wel in het midden van het dorp laten. In het Duits zeggen ze dan: man muss die Kirche im Dorf lassen. Terug naar … Ander onderwerp. Laren Regenklaar. Ik ben uitermate blij dat blijkbaar de impasse kan worden doorbroken, want ondertussen is blijkbaar ook, in het college althans zijn nieuwe ideeën gelanceerd. En ik zal met zeer veel genoegen de informele zitting afwachten waarin verder verklaring gegeven wordt over op welke wijze deze impasse kan worden doorbroken. En ik ben bijzonder blij om dat nog voor de verkiezingen, om mogelijk dat punt te kunnen oplossen. Hoe meer duidelijkheid voor de verkiezingen, hoe liever. Want dat op dit moment de situatie pijnlijk is, voor de coalitie, is het minste dat dan wel gezegd kan worden op dit punt. De financiële positie en de herverdeling van het gemeentefonds. Dat wordt door de wethouder feitelijk erkend, dat die pijnlijk is en hij doet dan wel poging om te zeggen: je moet het allemaal nog een beetje afwachten, we gaan nog verder protesteren. Maar vooralsnog is het feit, dat was onze constatering vanmorgen, dat die herverdeling leidt tot grote onzekerheid op midden en lange termijn met betrekking tot onze financiële positie. Daar ging het om.

Ik wens de wethouder succes om daar nog wat aan te veranderen, maar vooralsnog ziet het er donker uit als het gaat over de mogelijkheid om zwarte cijfers te krijgen vanaf 2023. Dan de ozb-kwestie. Nogmaals, en dat is dan blijkbaar mag het wel in de ogen van de collega van Larens Behoud, voor ons gaat het over, zo je wil, het boekhoudkundige correcte handeling. We hebben vorig jaar daar ook een discussie over gehad, over de waardestijging en wat de invloed daarvan is. Als ik het goed zie, en de wethouder zal mij hopelijk daarin bijsturen, de wethouder zegt: we

moeten de opbrengst uiteindelijk van de ozb moet ten hoogste met twee procent stijgen. Dat is de inflatie. Daar gaat het hem om. De opbrengst, daar gaat het om. En dan zijn er twee factoren. Dat is de waardestijging en het tarief. En naarmate de waarde stijgt, moet het tarief daarvan aan de hand worden aangepast. Welnu, daar zijn we het allemaal over eens. Het enige wat ik vaststel, en dat heb ik met amendement aangegeven, dat de waarderingskamer volgens onze gegevens geen 7, maar 9 procent aangeeft. Als dat zo is, is ons amendement volstrekt consequent. Dat moet dus ook het tarief met hetzelfde percentage worden aangepast. C’est tout. C’est tout. En ik zie niet in wat daar mis aan is. En dat heeft niks te maken met oppositie of onderuit de zak, dat zijn gewoon correcte maatregelen. En ik verzoek dan ook, een vriendelijk verzoek aan Larens Behoud, om in die zin ons amendement te beschouwen. Dan de Larense Kweek, ben ik uitermate gelukkig mee dat daar op korte termijn, dus nog voor Sinterklaas als ik het goed begrijp, dat we daar over kunnen spreken in de maand november hebt u gezegd. In de maand november. Oh, december. Dan wordt het een kerstcadeau. Nou, ik moet u zeggen: ik kan het bijna niet begrijpen dat er mensen in de zaal zijn die, gezien de enorme woningnood die er is in Nederland en ook in Laren, dat een dergelijk project bij voorbaat naar de schroothoop wordt gegooid.

Ik kan dat in ieder geval niet verklaren, en ik verzeker u dat wij daar ook met de komende verkiezingen een hard punt van zullen maken. Dan inflatiepercentage. Opnieuw een boekhoudkundige kwestie, zo je wil. We hebben een motie voorbereid, ik verzoek dadelijk ook de wethouder om die te verdelen, waarin we vaststellen dat dat inflatiepercentage, als ik het goed zie volgens onze begroting, betreft volgens ons twee indexcijfers. Twee derde deel van de overheidsconsumptie, en één derde deel van de consumentenprijsindex. Dat zijn de twee criteria die gelden. Maar op grond daarvan kun je tot verschillende slotsommen komen. Dat hangt er vanaf wel tijdstip en zo je daarvoor in aanmerking neemt. Dat erkent de wethouder zelf met zijn betoog van vanochtend. Onze motie zegt dus om aan het college te verzoeken in de financiële verordening op te nemen welk indexcijfer, of inflatiecijfer, en ook welke periode er gehanteerd wordt, bij alle financiële handelingen waar aanpassingen toegepast worden op basis van de inflatie. En twee, in de financiële verordeningen op te nemen welk indexcijfer gebruik gemaakt wordt. Dus het is alleen maar om daardoor de lezer te helpen om te kunnen beoordelen of de inflatiecijfers kloppen. Dat is via de motie aangegeven. We komen nog terug op die ozb. We hebben daarvoor een amendement ingediend en we hopen van harte dat u dat kunt steunen.

Nog even de prachtige woorden van de heer De Bondt over die Europese aanpak van de klimaat, daar is hij blijkbaar nu van overtuigd dat dat belangrijk is. Hij is er ook van overtuigd dat dat nationaal gevolgen moet hebben en dus moet het ook gevolgen hebben lokaal. We kunnen heel even naar onze vriend de heer De Bondt vragen toen we een half jaar geleden voor de keuze werden gesteld: wat gaan we nou doen als Laren om aan die energietransitie bij te dragen? Voor hem een hard punt, energietransitie, begrijp ik vanochtend. Wat was toen de conclusie? Er was een notitie, die lag voor, de ‘…’ heeft daar mee gewerkt, en het enige wat toen verteld werd: wij nemen kennis van dat document. Blijkbaar was de urgentie op dat moment niet aanwezig. En nu stel ik met verwondering vast dat nu in een keer de urgentie wel wordt vastgesteld. Wees dan wat consequenter en neem dan eerder serieus, de pogingen die gedaan worden op lokaal, op regionaal en op nationaal niveau om daar wat aan te doen. Dat u daarbij ook de kernenergie wil betrekken is wat mij betreft zeker bespreekbaar, of dat realistisch is wat anders, maar als u kernenergie straks op de Noolseweg wilt hebben vind ik dat allemaal prima. De heer De Bondt: Voorzitter … De voorzitter: Een interruptie van de heer De Bondt. De heer De Bondt: Voorzitter, de heer Wegter die meent een wijziging geconstateerd te kunnen hebben.

Dan moet kunnen daarin teleurstellen. Maar ik dank u wel voor de prijzende woorden die hij daaraan wijdt. Immers, dat ik vanuit de top Glasgow naar de 55 documenten van Brussel, danken we aan Timmerman, niet

denk ik aan wie dan ook. Hij heeft zich daar ongelofelijk voor ingespannen. Maar dat het nu op de vertaling daarvan aankomt. Tegelijkertijd heb ik gezegd: de mogelijkheden van Laren zijn maar zeer beperkt. En dat is precies aansluiten bij wat ik al eerder in deze debatten hierover heb aangegeven. De voorzitter: Ik hoor een interruptie van de heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zou toch graag aan de heer De Bondt willen vragen of hij dan mogelijkerwijs het voorstel zoals dat toen behandeld is nog een keer zou willen bekijken en ook kijken wat hij toen gestemd heeft bij die gelegenheid. Want u kunt nu wel zeggen: nou, ik ben niet veranderd in mening. Maar ik meen te constateren dat u bij die gelegenheid echt het voorstel van het college om een terughoudende houding aan te nemen, echt van harte ondersteund heeft. En ik meen dat er maar een heel bescheiden aantal partijen hier aan tafel gezegd heeft: nou, dat is eigenlijk toch een beetje gek. De voorzitter: De heer De Bondt geeft hier duidelijkheid over en daarna gaat de heer Wegter verder met zijn betoog. De heer De Bondt: Voorzitter, die bescheidenheid vorige keer is niet anders dan de bescheidenheid van nu. Waarin ik aangeef A: op de schaal van, laten we zeggen de wereld, respectievelijk Europa, respectievelijk Nederland is een Laren maar een zandkorreltje.

Die, met mevrouw Timmerman citerend zou ik haast zeggen, alles wat kwetsbaar is moet beschermd worden. Dat punt van die, dat wij maar relatief als gemeente weinig kunnen doen, dat staat voor mij als een paal boven water. En dat heb ik ook vanmorgen in mijn eerste termijn heel helder gemaakt. Wat niet wil zeggen dat je kansen die er soms liggen niet zou moeten oppakken. De voorzitter: Helder. Ik constateer wel dat het toekomstige commissie bovenlokale zaken qua geografisch spreidingsgebied met de week uitdijt. Dus we gaan extra vergaderingen inboeken. Mijnheer Wegter. Gaat hij verder. De heer Wegter: Nou, die bovenlokale thema’s daar behoren ook Europese thema’s toe inderdaad, dat lijkt me wel duidelijk. Ik constateer alleen, mijnheer De Bondt, dat toen die nood aan de orde kwam, die zorgvuldig is voorbereid door de regio en door de nationale overheden, en waarin een aantal concrete punten aan de orde komen met betrekking tot energietransitie. Dat deze raad in meerderheid niet verder kwam dan: daarvan kennis nemen. Men was zelfs niet bereid om die nota als zodanig serieus te gaan behandelen. Dat was de situatie die zich toen aftekende. Als u nu zegt: dat betreur ik. Dan vind ik dat heel flink van u, want dat is precies wat ik vandaag van u wil horen. De voorzitter: Mijnheer Wegter, dit punt is nu voldoende gemaakt.

De heer Wegter: Nou, dat vind ik helemaal niet dat dat voldoende is gemaakt. Ik wacht nog even de reactie van mijnheer De Bondt af. Daarmee afsluitend, voorzitter, nogmaals ik vind dat het college goed werk heeft verricht met de begroting perikelen om te gaan. We stellen met elkaar vast dat de toekomstperspectieven uitermate somber zijn. En ja, met deze boodschap zullen op een constructieve wijze naar de komende verkiezingen toe gaan. Dank u zeer. De voorzitter: De heer Wegter, dank. Even … U hebt een motie ingediend over de inflatie, die heeft u nu ingediend, die is onderdeel van het beraad en wordt verspreid. En het amendement over de woningwaarde houdt u ook een stand, hè? Helder. Dan kom ik bij de fractie van Liberaal Laren.

Mevrouw Timmerman: Dank u wel, voorzitter. Ja, er is al heel wat gezegd. Laat ik beginnen met … Er wordt mijn collega van D66 en Liberaal Laren verweten: het is allemaal wel kommer en kwel, en waar komen jullie zelf mee? Nou, dat hebben wij vier jaar lang gedaan. Acht jaar lang gedaan. Met van alles en nog wat gekomen. Maar als dat door de coalitiepartijen niet wordt aangenomen, dan gebeurt er natuurlijk niets. Wat dat betreft steun ik het betoog van D66. Kijk, en die honderd moties en amendementen, ja, dat hadden we makkelijk kunnen doen. Want als u door de begroting gaat, daar staan zoveel zaken in waar je het over zou willen hebben. Maar je krijgt maar tien minuten en dan kun je maar heel weinig doen. En het bestuur zit hier om te besturen. En die maakt die begroting. En die begroting is opgebouwd uit zaken die allemaal eigenlijk al in de voorgaande jaren in gang zijn gezet. Heel vaak tegen onze wens in, omdat wij vinden dat wij … Dat onze financiën op orde moeten zijn. De wethouder die heeft daar een heel ambtenarenapparaat voor. Wij niet. Dus u kunt niet van ons verwachten dat wij, terwijl het makkelijk had gekund, een hele begroting gaan amenderen. Want wat je van de ene afhaalt, moet er bij de andere weer bij. En daarbij, wat ik al gezegd heb, u zei: jullie kwamen niet verder dan 10 euro om te bezuinigen.

Nou, daar zou ik zeggen: lees het nog maar eens een keertje goed door. En als we het hebben over franjes schrappen, dat dat niet helpt. In ons betoog hebben we in eerste instantie al gezegd dat de aannames van de padelbanen en het ‘alles voor de stijl’-zoekers in het centrum. Dat is bij elkaar vier ton. Dat is dus geen tientje. En nou heb ik het over de afgelopen twee maanden. En zo kan ik nog een hele lange lijst erbij zetten. Ja, en dan, even op de antwoorden van de wethouders. Meneer Calis die doet heel luchtig over alle leningen die we hebben. Die echt faliekant de pan uit rijzen. En die ziet dat als een hypotheek. Nou, ik denk dat Griekenland en Italië daar vroeger ook zo over dachten. Dat is uiteindelijk niet bevallen en ik denk dat wij deze zelfde kant uitgaan. Kijk, als je nu een lening neemt voor een investering: prima. Maar niet om gaten in de begroting te dichten. En dat gebeurt veel te veel. Dan de ozb. Daar is al het een en ander over gezegd. Ik ben het met mijnheer Wegter volkomen eens. Wij hebben nog overwogen om daar ook een amendement op te maken omdat die zeven procent niet deugde, maar dat hebben we al jaren op rij gedaan en dat werd steeds niet overgenomen. Dus wij hebben ons de moeite bespaard, maar wij steunen het amendement van D66 zeer zeker.

Als je een bepaalde afspraak maakt dat de inflatie en de huizenprijsstijging verdisconteerd worden in de tarieven, dan moet je dat ook doen. Als betrouwbaar bestuur. En niet een lager bedrag neerzetten. En zoals vorig jaar gebeurde dat er daardoor aantoonbaar teveel geld was binnengehaald en dan weigeren om het aan de burger terug te betalen. En de reflex van de wethouder financiën is dan altijd: oh, nou, als het tekort komen dan moeten we de ozb verhogen. Nou, dat is niet onze visie. Dat moge duidelijk zijn. Ik vond de analyse van mijnheer Den Dunnen heel helder. Alleen wij hadden in ons betoog gevraagd om een evaluatie over de gevolgen van deze bezuinigingen. Dat vragen we niet nu. Maar zouden we wel heel graag willen weten. En dan heb ik het niet over de financiële consequenties. Maar heb ik het over de gevolgen van de ouderen. Ik heb hem net horen zeggen: huishoudelijke hulp. Daar is meer uitstroom dan instroom. Omdat je het dan net zo goed particulier kunt doen. Dat heeft dus te maken met de financiën. Maar wat wij eigenlijk zouden willen weten: wat zijn de gevolgen daarvan? Want in hetzelfde straatje noemt u meer vragen over dagbehandeling en meer vragen over verzorging.

Wat zijn de gevolgen als de huishoudelijke hulp wegvalt en mensen niet meer zelfstandig kunnen blijven wonen? Je moet een enorme indicatie hebben om nog in een verzorgingshuis terecht te kunnen, en ik denk dat we juist deze groep heel erg goed in de gaten moeten houden. Eerst is er door de regeringspartijen in de loop der jaren gezegd: je moet zo lang mogelijk in je eigen huis blijven. En dan kwam daar de financiële tools kwamen daarbij aan verzorging aan huis. De bejaardenhuizen werden gesloten. De indicaties gingen enorm omhoog. En vervolgens zitten die mensen daar, en wat gebeurt er? Alle kranen worden dichtgedraaid voor de hulp. En dat heeft … Dat kan enorme consequenties hebben. Vandaar onze vraag. Een evaluatie over de gevolgen van de bezuinigingen bij deze groep mensen. En ja, als ik dan hoor dyslexie. Dan denk ik niet dat de bibliotheek moeten halveren. Want die kan daar een enorme grote rol bij spelen. Zeker als kinderen al heel vroeg met taal in aanraking komen en met lezen in aanraking komen. Dan … Die toename van de dyslexie is er

niet voor niets. Laat ik het zo zeggen. Even kijken hoor. Financiële consequenties. Ja. Dan de kapaanvragen. Ik begrijp dat dit nu onder de APV valt en dat dat verkeerd in de begroting is opgenomen. Dat is prima. Dan trekken wij ons amendement in. Maar wij willen er wel van verzekerd zijn dat er voldoende tijd is om zorgvuldige afwegingen te kunnen blijven maken. En dat zullen we ook zorgvuldig monitoren. En dan de antwoord op onze hertenvraag, de verzorging. Die begrijp ik niet helemaal. Wij zijn zeker niet gerustgesteld. U zegt: het kan binnen de bezuinigingen. Als ik nu, het blijft door de eigen ambtenaren, er is mij ook verteld binnen de BEL dat die het zouden blijven doen. En als je dan naar de cijfers kijkt, de uren van de BELcombinatie was 26.500 euro, en nu nog maar 2,6 duizend. Dus dan hou je niet zoveel meer over om te verzorgen. Wel zien wij staan: personeel van derden. Dat was voorheen de Tomingroep en die staat er nu ook in. Dus twee dingen begrijp ik niet. Eigen ambtenaren is dus op nihil gezet en personeel van derden op 33.000 euro. Ik zou graag van u, want ik heb nog een amendement hier, willen horen hier duidelijk uitgesproken, dat het een foutje is hier en dat personeel van derden gewoon de BEL-ambtenaren zijn. En dan zijn wij gerustgesteld. Dank u wel. De voorzitter: Nou, dat is een helder verzoek. Dat was uw termijn.

U heeft uw amendement ingetrokken dat heeft u gezegd, dat klopt. Dan kom ik bij de fractie van het CDA. Mijnheer ‘…’ ik heb al uw toezeggingen en verzoeken genoteerd, het komt goed. De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel voor deze tweede termijn. Laat ik beginnen dat ik het zeer waardeer dat u in de eerste termijn mij de ruimte heeft gegeven. En dat dat vervolgens in de tweede termijn door mijn collega Karel Loeff ter rechterzijde mooi werd ingekopt en die warme woorden worden zeer gewaardeerd want we doen het hier met elkaar, ondanks dat het misschien wel eens wat scherpte is. Datzelfde kan ik over het college zeggen. De beantwoording van de vragen, te beginnen bij wethouder Calis ter linkerzijde van mij voor degenen die dat niet zien, die heeft genereus geantwoord. En zelfs in mijn woorden mea culpa: Er wordt wel eens een menselijke fout gemaakt. Ik kom er zo nog wel even op. Maar die verontschuldigingen waar hij om vroeg, die heeft hij bij dezen. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor de heer Stam. Ik haal er een punt uit, hè, het plotselinge … Je kan niet plotseling zomaar het sportbeleid stopzetten. Dat snappen we ook allemaal nog wel. Het onderhoud van het groen geeft hij een duidelijk antwoord op. Misschien niet wat we willen horen, maar wel een helder antwoord.

En dat hij vooral dan ook nog weer over de woningbouw in de Larense Kweek begint om de gevoelens te peilen in december. Allemaal zaken waarvan ik denk: als daarop geantwoord moet, ha, wat moeten we daarmee? Maar het is een wethouder die zijn rug recht houdt en dan ook zegt als wij beginnen over het brinkje aan de zijtak dat hij bereid is om toch nog even te kijken naar hoe en wat precies de veiligheid rondom dat brinkje met betrekking tot het plaatsen van het hekwerk. Dat zijn toch de lichtpuntjes die hier vanmorgen, hoewel we een kritische inbreng hadden, door de wethouders op deze manier zonder al te veel zurigheid worden geantwoord. Dat stellen wij op prijs. Dus dank daarvoor. De beantwoording was ook redelijk compleet. En met was is dat er nog een paar zaken … De voorzitter: Alle dertien goed? De heer Van den Berg: Sorry? De voorzitter: Alle dertien goed? De heer Van den Berg: Nou, er werd net gesproken over boekhouders. Ik ben geen docent, maar ik geef altijd een beetje een ruim getal. Maar ik moet zeggen dat de beantwoording in zijn algemeenheid gewoon wel de zeven benadert, voorzitter. En dat is een compliment aan het college. En uiteraard ook aan de ambtenaren. Wat ik nog een paar punten die eruit wil halen, is dat het volgende. En dan neem ik ook even het amendement

van collega Wegter mee. Dat WOZ-verhaal blijft altijd een beetje een krocht. Ik wil daar eigenlijk nog het volgende aan toevoegen. Dat amendement, dat gaan we niet steunen. En waarom niet? Want nu gaat toevallig een beetje goed. Maar ik ben heel erg benieuwd, als we hier hadden gezeten en het zou een beetje naar beneden moeten. Wat wij dan hier zouden gaan doen als we op die manier eens ernaar gingen kijken. Dan ontstaat er een jojo-effect. En in dat verband wil ik ook benoemen wat de VVD-fractie heeft aangegeven in antwoord op de Larens Behoud voorzet. Moeten we niet eens wat met de ozb? Aan de ozb tornen is vrijwel politieke zelfmoord volgens mij. Zeker in ons dorp. Dat de franje er vanaf moet, of er geen franje bij moet. Daar haak ik op aan en dan zeg ik wel dat als wij zelfstandig zijn zoals we nu zijn en vinden dat we bijvoorbeeld met onze riolering, ons groenonderhoud, de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving, daar zaken zijn die onze begroting, en misschien ook wel het sociaal domein zelfs, zaken zijn die vragen om na te denken over een stapsgewijze aanpassing van een aantal zaken in de komende jaren met betrekking tot die ozb, dat dat op voorhand niet afgewezen wordt. Als het maar zinvol in die omgeving wordt geïnvesteerd. En dus inderdaad niet cadeautjes weggeven. Maar dat kunnen we zelf allemaal gaan beloven bij de komende raadsverkiezingen.

Dat als antwoord waarom we dat amendement nu niet steunen. Iets anders is wat nog wel even een punt was. In het eerste termijn haalden wij aan de foutieve optelling. Nou, dat is al gezegd en de wethouder heeft genereus aangegeven dat daar fout is gemaakt. Ik begrijp inmiddels ook, en dat is nog even een herbevestiging, dat in dat linker kolommetje in het Larens Journaal eigenlijk een compleet bedrag of een complete post niet zichtbaar is, niet terugkomt. Waardoor, als je dan toch nog steeds de beantwoording van de wethouder volgt, nog steeds kan afvragen: waar zit nou het verschil? Maar ik heb ook de gemeentesecretaris gesproken. Ik begrijp, en ik hoop dat de wethouder dat kan bevestigen als ik de vraag duidelijk stel, dat er inderdaad in de linker kolom kosten niet zichtbaar worden waardoor nog steeds, als je dat niet goed duidelijk hoort, kan denken dat er nog steeds geen goed antwoord is gegeven. Maar ik begrijp gewoon dat de programmabegroting goed is en dat er is inderdaad iets weggevallen is in de linker kolom. In mijn woorden. Als dat zo is dan is denk ik ook dat vuiltje uit de weg. En dan komen we een beetje inderdaad in de afronding over die woningwaardes. Vanmorgen las ik nog ergens, of gisteren in de krant: voor sommige mensen is een tientje per week veel hè, als je van vijftig euro moet rondkomen.

En zoals wij hier allemaal zitten hebben we daar denk ik niet zo heel veel last van. Maar ik kan me wel voorstellen dat mensen die in een huis van twee of drie ton wonen, wat nu WOZ-waarde vijf ton is omdat de markt in Laren goed is, dat je je dan wel eens erg achter je oren krabt waar het heen moet. Daarom kan ik ook niet begrijpen, en dat vind ik bijna toch wel reactionair mijnheer Vos van Groen Laren, dat u gaat zeggen dat mensen in te dure woningen hun woningen maar moeten verzilveren. Want dat is namelijk echt tot op dit moment gebeurt. Mensen gaan hun woningen verzilveren maar jagen ook de goedkopere woningen omhoog. En daardoor wonen we helemaal nergens meer. Dus in die zin is dat ook geen oplossing wat mij betreft. En ik zie dat er een interruptie is. De voorzitter: U nodigt elkaar gewoon uit, hij? De heer Vos: Ja heel graag, mijnheer de voorzitter. Nee, ik heb alleen aangegeven dat er waarschijnlijk een causaal verband bestaat tussen mensen die een groot huis bewonen en waarschijnlijk ook in staat zijn om het huis te betalen. En daarna heb ik gezegd: en mocht dat niet het geval zijn, dan adviseer ik ze onder te verkopen want dat lijkt me verstandig. Dus als u dat een reactionaire opmerking vind, dan zegt dat misschien meer over uzelf dan over mij.

Want dat is niet reactionair, dat is volgens mij een heel verstandig advies wat je zou kunnen geven als je niet in staat bent om te betalen. En het ging over de draagkracht in beginsel, hè. En dat is toch wezenlijk iets anders. De voorzitter: Helder. Hij is voldoende. Mijnheer Van den Berg.

De heer Van den Berg: De toelichting is goed en het geeft eigenlijk alleen maar meer munitie om het daarop nog even aan te haken. Je kijkt er tegenaan maar niet er in. Je kan aan de buitenkant kijken, en ik trek even vergelijking met mooie grote landgoederen waarvan iedereen nog steeds denkt dat dat hele rijke mensen zijn. Maar het vermogen zit in die goederen. En dat moet in stand gehouden worden en dat kost geld. En over het algemeen is dat eigenlijk nu op dit moment ook gewoon voor mensen met een eigen huis zo aan het worden. Je kijkt er tegenaan. Je kan een prachtig mooi huis in Laren wonen. Het kan een miljoen euro waard zijn maar wat heb je aan die miljoen als je het verkoopt en vervolgens niet eens voor de werkelijke woningwaarde van vijf ton iets terug kan kopen. Vandaar, mijnheer Vos, we gaan er ook nu niet uitkomen. Maar ik vind het wel ook in dit verband goed om het toch even aan te haken, dat we dat gegoochel met percentages, en het omlaag en nu zeg ik gegoochel maar dat is het niet, het rekenen met dit soort percentages niet te gemakkelijk in een amendement of een motie doen. Want laat ik eerlijkheidshalve ook gewoon zeggen dat als ik nu een meter opzij naar links zou schuiven en op de plek van mijnheer Calis zat, niet zeker zou zijn dat ik het allemaal veel beter zou doen. En ook dat is dan zeg maar weer een compliment.

En dat is ook een beetje de bestuurlijke insteek die wij kiezen. Kijk, oppositie maken is moeilijk, en ik heb het daarstraks geprobeerd, en gedaan. Maar we zijn wel bestuurders met elkaar. We moeten het samen doen. En in die positieve flow, voorzitter, wil ik het ook eigenlijk tot een afronding brengen. Dat er nog best wel wat zaken zijn die schuren, daar zullen we ons ook over laten horen. Die woningbouwplannen, ik snap heus wel dat niemand het leuk vindt om te zeggen dat als er een motie komt om de Rabobank alleen nog maar betaalbare woningen heb ik het nu over, of sociaal, maar betaalbaar, vijf zes ton, dat het allemaal moeilijk is en ingewikkeld en niet leuk ontvangen wordt. Maar die vrijheid moet u ons als oppositie of als partij geven om dat soort stappen te zetten. Ook dat we de Larense Kweek groen willen houden moeten kunnen begrijpen. Maar ook wel dat we de padelrel, en dat is dan de afsluiting voorzitter, niet gaan gebruiken om een wethouder het kleedje onder de voeten vandaan te trekken. En vandaag ook niet het kleedje onder het college proberen uit te trekken. Los van dat het niks oplevert hoop ik wel dat deze discussie de scherpte aanbrengt en wij elkaar in maart niet dit alles vergeten zijn en opeens weer cadeautjes gegeven. Maar vooral naar de inhoud gaan kijken. Voorzitter, dank u wel voor deze tweede termijn.

De voorzitter: Mooie afsluiting, mijnheer Van den Berg. We hebben een hele brede discussie vanmorgen gehad. En ik heb volop ruimte gegeven om elkaar te horen en uit te laten praten en tot meningsvorming te komen. En ik ga nu proberen tot een afsluiting van de vergadering te komen zodat we een brug kunnen slaan naar de besluitvorming. Dat betekent dat ik nog een reactie vraag van de zijde van het college. Maar zo concreet mogelijk op de eindjes die nog open liggen. Want een aantal fracties hebben echt nog om duidelijkheid gevraagd bij u in overweging om een motie of amendement wel of niet in te dienen. Dan begin ik even bij de heer Den Dunnen. Met de vraag van de fractie van Liberaal Laren over de huishoudelijke hulp. De heer Den Dunnen: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Ik zal toezeggen dat we bij de cijfers die we in december weer zullen presenteren, dat we daar ook gaan kijken: wat zijn de eventuele gevolgen van de bezuinigingen? Voor zover we daar inzicht in hebben en kunnen krijgen. Voor wat betreft de zorg aan de ouderen: we zien wel dat er een verschuiving plaatsvindt. Er vindt een verschuiving plaats naar de woonbegeleiding en verzorging. Maar een van de issues bij de bezuinigingen was dat we daar meer met eigen mensen zouden gaan doen. We zouden daar eigen consulenten voor aanstellen. Dat is intussen gebeurd.

En misschien dus ook dat de zorg verleend wordt, maar dat de declaraties in de kosten teruglopen. De voorzitter: Helder. Dank. Ik vraag zo mevrouw Timmerman dan nog om een reactie over wat zij gaat doen. Dan kijk ik naar de heer Stam. Over de sportsubsidies, het onderhoud van het groen, en de hertenkamp.

De heer Stam: Ja, mijnheer de voorzitter, een reactie op de vragen die mijnheer Loeff heeft gesteld is natuurlijk inderdaad, we zitten in een soort positie waarin we naar de verkiezingen gaan en het college oud en het college nieuw, oude raad, nieuwe raad. In de regeling zoals die is opgenomen in de … De regeling voor de subsidie voor de sportverenigingen, die dus een aanvraag in te dienen voor tussen, laten we zeggen, de periode 1 maart – 31 maart. Dat is op zichzelf natuurlijk een lastige periode. Tegelijkertijd dat betekent volgens mij, dat uiteindelijk het college voor 1 juni moet reageren. En wat mij betreft zou dat betekenen, of moeten betekenen, dat of in april of in mei de raad door het dan zittende college moet worden geïnformeerd over de aanvragen die zijn gedaan. En ik wil voor zover dat mij aangaat, of in ieder geval een van mijn opvolgers, in ieder geval de toezegging doen dat het college de raad zal informeren. Tijdig zal informeren en ook de meningen en gevoelens van de raad zal peilen over de aanvragen die dan voorliggen. Dat is wat ik daarvan kan zeggen. En dan wat betreft de vraag van … Twee vragen van mevrouw Timmerman. Wat de kap betreft zullen we, dat hebben we ook toegezegd bij de behandeling van de kapbeleid, dat we dat na een jaar zullen evalueren. Nou daar hoort de vraag die mevrouw Timmerman stelt denk ik ook wel bij.

En wat betreft het hertenkamp kan ik toezeggen dat die 33 duizend waar mevrouw Timmerman naar vraagt … Ik vertel er even bij dat natuurlijk de begroting wordt gemaakt voor de zomer, dus het staat natuurlijk toen wisten we nog niet precies hoe de hertjes zouden lopen, om het nou zo te zeggen. Maar ik kan toezeggen dat die 33 duizend van de Tomin, dus van derden, zal gaan naar de, en zal worden uitgegeven door de buitendienst. De voorzitter: Helder. Dank. Dan kom ik nog bij de wethouder Calis. Over het amendement van de woningwaarde en de motie inflatiecijfers. De heer Calis: Dank u wel. Ik wil ook nog eventjes reageren op de opmerking van Liberaal Laren over: u moet geen geld uitgeven aan het centrumplan of aan sportsubsidie. Laten we toch heel duidelijk voor ogen houden dat er verschil is tussen structurele uitgaven en incidentele uitgaven. Dit zijn incidentele uitgaven, waarvoor een bestemmingsreserve is gemaakt die vastgelegd is in een eerdere begroting, en ook nog bekrachtigd is in de kadernota zoals hij door deze raad is vastgesteld in mei van dit jaar. Dan de inflatie ozb en woningwaarde. Het is fascinerend voor mij om te zien hoe dat de afgelopen jaren toch de gemoederen blijft bezighouden. Het is ook een ingewikkelde materie.

In een gesprek met de burgemeester van Eemnes, Ronald van Benthem, die zei gekscherend: in Laren betaalt niemand behoorlijk ozb, want er is geen huis in Laren wat verkocht wordt tegen de WOZ-waarde, dat gaat percentages, tientallen percentages daar overheen. En dat is een onderdeel van het hele proces. Je woont in een huis van vijfhonderdduizend, je verkoopt het voor een miljoen. Ja, wat betekent dat? Het jaar daarop, de peildatum van de waarde voor het vaststellen van de ozb, is verdubbeld. En of dat nou vijf procent is of zeven procent, individueel kan dat heel anders uitpakken. En de wet op de ozb, de WOZ, staat geen individuele discriminatie toe. Nu, om even op die cijfers in te gaan, de inflatie die wordt bepaald door de macro-economische verkenning van het Centraal Planbureau, zoals ik gezegd heb. En aan de hand van de meicirculaire. En die hebben we, in Blaricum, Eemnes en Laren, uit die gegevens gebaseerd op twee procent. En inderdaad, zoals mijnheer Wegter terecht zegt, is de vaststelling van dat percentage erg afhankelijk van het moment waarin je die parameters vaststelt. Maar ik denk dat, om het begrip daarvan te borgen, dat we in de komende kadernota extra aandacht aan besteed wordt van het proces en het vaststellen van het inflatiepercentage. Dan de invloed van de stijging van de woningwaarde.

Ik weet niet waar de heer Wegter zijn informatie vandaan haalt, maar zeven procent is een door de Rijk gegeven getal. Dat is een getal voor de begroting. Dat is heel aardig, maar dat geldt niet voor Laren. Als dat nationaal is kan het voor Laren zeer afwijkend zijn. Dit is … In de begroting kom je op geen enkele manier de stijging van de totale WOZwaarde van Laren tegen. Het heeft geen invloed op de begroting. Heeft ook geen invloed op de begrote ontroerende zaakbelasting, omdat we kijken naar de gewenste verhoging van de onroerende zaakbelasting. En rekenen dan vervolgens met … vermeerderen dat met inflatie, en verminderen dat met de waardestijging van

de woningen. En u zegt: van zeven procent moet dat negen procent worden. Afgelopen jaar was dat 10,5. Dus mochten we in Laren nou uitkomen op elf procent, dan wil ik voorstellen dat we het amendement van D66 aannemen en hem nu bevriezen op negen procent. De voorzitter: Helder. We gaan nu even concreet worden. Wethouder Calis, wat adviseert het college over het amendement en wat adviseert het college over de motie? De heer Calis: Om beide af te wijzen. De voorzitter: Dat is het advies wat het college de raad in overweging geeft. Ik ga nu eerst nog even de fracties langs die om toezegging hadden gevraagd ter verduidelijking van de besluitvorming. Ik kom uiteindelijk bij de heer Wegter terecht. Ik ga eerst naar de heer Loeff. De heer Loeff: Ja, voorzitter, dank u wel. Het college heeft het naar ons idee beide vragen afdoende beantwoord, waarvoor dank. En ook dank voor de toezeggingen die u daarbij heeft gedaan. De voorzitter: Helder. De heer Stam heeft toegezegd dat de raad geïnformeerd had worden over de besteding van de subsidie en gepeild zou worden … Gevraagd zou worden om meningen en gevoelens daarbij kenbaar te maken. Nog even … Ja, het moet nog even scherp, hè? Dat u dat goed tussen de oren hebt. En ook over het onderhoud groen heeft hij een reactie gegeven. Ik kijk even naar mevrouw … Dat betekent dus dat u niet meer met moties en amendementen komt, hè? Nee, helder.

Dan kijk ik naar mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman: Ik ben tevreden over de antwoorden van de wethouder. Als het op deze manier allemaal gaat dan is het prima. De voorzitter: Heldere toezegging van de wethouder dat de buitendienst het onderhoud van de hertenkamp uitvoert. Dan kom ik bij … Wacht even hoor, want mevrouw Timmerman, u komt dus ook niet meer met moties of amendementen over de huishoudelijke hulp heb ik begrepen dus nu hierbij? Mevrouw Timmerman: Nee. De voorzitter: Heldere toezegging van mijnheer Den Dunnen, helder. Mevrouw Timmermans: En ik zou eigenlijk een vraag willen stellen aan meneer Wegter, kan dat? De voorzitter: Nu kan de heer Wegter een reactie geven. Wat hij gaat doen met zijn motie en dan kunt u daar daarna vragen over stellen. Mijnheer Wegter. De heer Wegter: Ik heb heel goed geluisterd naar de wethouder. Nu even wat het ozb betreft over die waarderingssituatie. Begrijp ik nu van de wethouder goed, dat wanneer uiteindelijk blijkt op het moment suprême, dat is dus januari nam ik aan, begin februari, dan worden de definitieve beschikkingen vastgelegd. Als op dat moment blijkt dat de waardering van de huizen zoals hij zegt 10,5 procent is bijvoorbeeld, zou kunnen … De voorzitter: Ja, mijnheer Wegter, vanaf de publieke tribune krijg ik weer het signaal dat u niet goed verstaanbaar bent. U moet echt duidelijk in de microfoon spreken.

Uw bijdrage wordt zeer op prijs gesteld.

De heer Wegter: Uit het antwoord van de wethouder met betrekking tot de ozb-kwestie. Begrijp ik dat hij zegt: u moet niet uitsluiten dat het straks 10,5 procent zou kunnen zijn. Het finale percentage van de waarderingskamer … van de waardering op dat moment, zeg februari volgend jaar want dan worden de beschikkingen gedaan, zegt hij daarmee gelijktijdig als dat zo is, 10,5 procent, dat dan ook het tarief met 10,5 procent wordt aangepast? Als hij dat nu kan toezeggen, dat dat het geval is, heb ik natuurlijk geen enkele moeite om de motie terug te trekken. Maar het gaat om het principe. En ik dacht dat we daar over eens waren, dat iedere procentuele stijging van de waardering, dat hij zich vertaalt in een gelijkaardige verlaging van het tarief. Om daarmee de opbrengst gelijk te houden. Dan zijn we dus in principe helemaal eens. En als u nu toe zegt dat dat principe ertoe leidt bijvoorbeeld in februari volgend jaar, las er 10,5 procent aan de orde is, ook het tarief met 10,5 procent wordt aangepast, dan heb ik geen enkele moeite om deze motie te handhaven. De voorzitter: Ik kijk naar de heer Calis. De heer Calis: Ja, ik kan dat toelichten voorzitter. De voorzitter: Kort. De heer Calis: Het is ietsje ingewikkelder dan dit. Staat u mij toe dat toch uit te leggen. In de loop van het jaar worden er natuurlijk veel bezwaren tegen de waardering van woningen ingediend.

Dat duurt een tijd voor dat verwerkt is, maar september-oktober nu op dit moment moeten we daar toch wel 95 procent van verwerkt hebben. Dat vindt zijn weerslag op de totale waarde van het WOZ-bestand in Laren. Daarnaast is er ook nog sprake van uitbreiding, areaaluitbreiding. Huizen die nieuw gebouwd zijn. Ondertussen huizen die verbouwd zijn. Daar wordt een analyse van gemaakt. Uit die analyse blijkt de gemiddelde waardestijging die geldt voor de woningen in Laren. En uit die analyse, die dus in december gepresenteerd gaat worden, december-januari, daar wordt mee aangetoond de prijsstijging van de huizen en met die prijsstijging wordt het ozb-tarief gecorrigeerd. De heer Wegter: Kortom, u bent het eens met het principe zoals … De heer Calis: Helemaal. De heer Wegter: Nou, dan heb ik verder geen probleem om die motie verder in te trekken want dan zijn we het eens over de … De voorzitter: Ja, ja. De heer Wegter: Dan komen we bij de motie over de inflatiepercentage. Dat begrijp ik niet goed dat de wethouder dat niet kan steunen. Hij doet niets anders en hij zegt het zelf toe in zijn antwoord. Dat hij voortaan bereid is om aan te geven in een voetnoot wat ermee bedoeld wordt, met het inflatiepercentage, op welke wijze die is samengesteld en op welk tijdstip. Dat zegt hij zelf toe. En dat is precies wat de motie vraagt.

Als je die motie dus in die zin omarmt, waarom zou u dan … Waarom wijst u hem dan af? Zegt u dan gewoon: die motie steunen we. De voorzitter: De heer Calis.

De heer Calis: Ja, omdat ik misschien ten onrechte interpreteerde, mijnheer Wegter, dat u de nu gehanteerde inflatiepercentages nog ter discussie wilde stellen. Als dat niet het geval is dan stem ik van harte in met uw suggestie. De heer Wegter: Mijnheer de voorzitter, ik ben zo ontzettend blij met deze suggestie, dat ik bijna moeite heb om te denken dat dit de laatste raadsvergadering is over een begroting. De voorzitter: Maar, mijnheer Wegter, wat gaat u doen met uw amendement en met uw motie? Waardebepaling. De heer Wegter: De waardebepaling dat hebben we vastgesteld, die wordt volledig gesteund door het college en ik heb alle vertrouwen in het college dat ook als zodanig gehandeld wordt. Dus dat is wat ons betreft niet meer aan de orde. De voorzitter: Even wachten, ho stop. Het college handelt conform de uitleg van de wethouder, en u kunt daarmee instemmen en ziet daardoor voldoende ruimte om uw amendement in te trekken? Helder. Dan hebben we het goed samengevat voor het verslag. En dan de motie. De heer Wegter: We moeten niet moeilijker doen dan nodig is. En de motie die omarmt de wethouder en daarom hou ik hem graag voor stemming aan. De voorzitter: Helder. Dan hebben we nog iets om over te stemmen, uiteindelijk. Volgens mij zijn we er dan. Oei, de heer Van den Berg. Nog één los eindje.

De heer Van den Berg: Nou, ik had de wethouder nog uitgedaagd, of uitgedaagd, nog even gevraagd om te bevestigen dat in dat linker rijtje gewoon een getal mist waardoor de optelling nog steeds niet klopt. Dat was één. En twee is of hij nog even kort kan aangeven die veertig jaar bij die afschrijving, hè, van het Laren Regenklaar, of dat in de verhouding is waar ook op de riolen worden afgeschreven, en of het nog een verwachting is voor volgend jaar bijvoorbeeld dat op te rekken naar vijftig jaar. Dat gezegd hebbende, voorzitter, zou ik die twee reacties graag nog even willen hebben. Feitelijk, maar toch. De voorzitter: Heel terecht, mijnheer Van den Berg. Mijnheer Calis. De heer Calis: Ja, ik zeg toe om die verschillen te analyseren en dat te presenteren. Dat wil ik zelf namelijk ook graag weten. De voorzitter: Ja, heel goed. De heer Calis: Het tweede. Die afschrijvingstermijn, ja, dat is niet helemaal vrije keuze want dat wordt ook vastgelegd door het zogenaamde BBV, de regels voor administratie van gemeenten. Maar veertig jaar is zeker in overeenstemming met de criteria die we hanteren voor het riool. De voorzitter: Helder. Een toezegging en een heldere toelichting. Mijnheer Van den Berg, bent u tevreden gesteld? De heer Van den Berg: Helemaal.

De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben wij … Eén moment, mijnheer De Bondt, voordat u gaat spreken. Mijnheer Wegter, uw microfoon staat nog aan. De heer Wegter: Oh, pardon. De voorzitter: Ja. Mijnheer De Bondt. De heer De Bondt: Voorzitter, mij is niet duidelijk wat voor stemming aanhouden betekent. En dat was u wel duidelijk dus één van u tweeën kan mij dat vast wel uitleggen. En ja, ik constateer dat ontroering de heer Wegter belet verder te spreken. Dat vind ik toch ook wel weer eens mooi. De voorzitter: Heel goed. Mijnheer Wegter, u heeft uw motie gewoon ingediend en die wilt u in stemming brengen. Dat heeft u aangegeven. De heer Wegter: Dat hebt u heel goed gezien. Maar ik heb gezien mijn emotie moeite daar nog iets aan toe te voegen. De voorzitter: Ik merk het. We zijn er allen ontregeld van. Dat betekent dat voor stemming voor ligt als hoofdvoorstel de begroting en daarna brengen we in stemming de motie. Ik kijk rechts van mij, de griffier knikt, dan gaan wij tot stemming over om twee over één. Dan, allereerst, de begroting van de gemeente Laren voor het begrotingsjaar 2022. Dat … Stemverklaringen. Ja, dat zat er dik in. Ja, ja. De heer Vos. Rechts van mij. Gaat uw gang. De heer Vos: Ik wil ook graag stemverklaringen. De voorzitter: Wilt u in uw stemverklaring alstublieft argumenten gebruiken die niet in de vergadering al eerder zijn voorgekomen? Gaat uw gang.

De heer Vos: Nee hoor. Nee, nee, nee. Het is goed dat u het zegt. Ik stem in met de begroting zoals hij hier ligt, want hij is sluitend. Maar hij geeft toch wel heel veel grote zorgen als het gaat om de toekomst. De voorzitter: Helder. Mijnheer Wegter. De heer Wegter: Gezien de teneur van de discussie deze ochtend, inclusief onze inbreng bij het begin van de discussie, kan ik niet anders dan deze motie … dan deze begroting niet goedkeuren. De voorzitter: Overige fracties voor een stemverklaring? Nee, dat is niet het geval. Dan gaan we tot stemming over. Kunnen de fracties die instemmen met de gevraagde beslispunten bij het hoofdvoorstel van de begroting, namelijk de Programmabegroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 vast te stellen en de in de begroting gedane opbrengsten uitgangspunten laten zijn voor de nog vast te stellen tarieven voor leges en belastingen. Kunnen de fracties die deze beslispunten steunen dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van Groen Laren, de VVD, CDA, en Larens Behoud. Kunnen de fracties die tegen stemmen dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van Liberaal Laren en D66. Daarmee is de begroting aangenomen. Dan kom ik bij de motie over de inflatie van de indexcijfers van de fractie van D66. Kunnen de fracties die de motie steunen dit kenbaar maken? Dat zijn de fracties van D66 en Liberaal Laren.

Speciaal vandaag vraag ik dan ook de partijen die tegen de motie stemmen dit ook kenbaar maken. Dat zijn de fracties van … Ja, zijn jullie er uit? Larens Behoud, CDA, VVD en Groen Laren. Vandaag mag u dan nog even een stemverklaring geven. Maar hij is verworpen.

De heer …: Nou ik vind het zuur dat er een hele goede discussie is, en dat dan toch tegen gestemd wordt voor de motie terwijl de motie door het college als positief wordt ervaren. Dan stem ik tegen de motie. De voorzitter: De motie is verworpen. En dan hebben we, na een hele intensieve begrotingsdiscussie, de begroting voor het komend jaar vastgesteld. Met waardering voor uw allen inbreng want hij was buitengewoon inhoudelijk deze discussie. Dan kunnen wij aan de slag. Rest mij niets anders dan u allen te danken voor uw aanwezigheid, inclusief alle mensen op de publieke tribune die hun aandacht hebben vastgehouden. En voor iedereen hier aanwezig is er nu een lunch. En dan sluit ik hierbij de vergadering van de raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10824647/2