Transcript commissie Ruimte & Infrastructuur 20 april 2022
Tekst van het document
De heer Loeff geeft terecht aan: wie gaat daarop letten, wie gaat dat handhaven? Laren kennend, gaat niemand handhaven, dus dat wordt helemaal niks. Het is een beetje een treurig stuk, in die zin dat we alleen maar gaan praten over het bestaande verkeer, bestaande mobiliteit en bestaande inrichting van onze openbare ruimte. Ik zou ervoor pleiten om eens eerst te gaan denken: hoe willen we nou die openbare ruimte in gaan richten? Is dat inderdaad ruimte voor het blik en ruimte voor doorrijden, en waar we ernstig op gaan letten en gaan handhaven? Of gaan we eens nadenken hoe we dat op een prettigere en een mooiere en een duurzamere manier kunnen gaan inrichten? De voorzitter: Dank. De heer Koldenhof.
De heer Koldenhof: Dank u, voorzitter. Ik had inderdaad wat vragen gesteld en helaas zijn ze niet beantwoord. Dat doe ik overigens om een stuk van het gesprek hier te kunnen concentreren op de politieke kant van de zaak en wat details dan vooraf, omdat ik nieuw ben, niet altijd mij bekend zijn en daarom stel ik die. Dus dat is meteen een antwoord op uw vraag of uw opmerking bij het vorige agendapunt. Het lijkt mij leuk, aardig, een geste naar u allemaal, om dat dan te delen. Deze nota is, ook mij komt een beetje onduidelijk op mij over, dus eigenlijk een heel simpele vraag: wat is de status van deze nota? Dat is mij niet helemaal duidelijk geworden in het stuk. Ik bedoel, ik vind het op zich interessant dat iemand durft op te schrijven: nul doden in 2050. Dat is nog zo ver weg, dat lijkt mij totaal niet realistisch. En nul zal nooit nul zijn, laten we daar eerlijk over zijn. Ik denk ook dat we dat ook gewoon eerlijk moeten communiceren naar de bewoners die straks, tweede vraag: hoe worden de bewoners überhaupt betrokken bij dit verhaal? Dat is mij ook niet helemaal duidelijk geworden.
Is dit iets wat de inspraak in gaat, is dit iets waar we met de bewoners over gaan praten: wat vinden jullie welke maatregelen er moeten worden genomen? Mijn derde vraag is dan ook eigenlijk: waarom ga je niet eerst eens kijken naar wat zou je bijvoorbeeld de eerste acht jaar willen doen? Dat is een redelijk overzienbare periode, waarin je dan ook kan zeggen: kijk, welke maatregelen die in deze contourennota staan, of andere, hebben zeg maar het meeste effect voor weinig geld, of voor heel veel terugdringing van het aantal slachtoffers? Dat staat er niet in. Ik snap ook dat dat best technisch en ingewikkeld is, maar ja, dan nogmaals mijn vraag: wat moeten we dan precies met deze contourennota? En wat ik zelf, en dat had ik ook gevraagd van tevoren, is, ik zie nergens iets staan over handhaving. Dat hebben de andere partijen ook al gevraagd, dus daar hoef ik verder niet zoveel over uit te weiden.
En ook bijvoorbeeld: in hoeverre wordt er zeg maar boerenslimheid meegenomen in dit verhaal? In de zin van: als we gewoon bijvoorbeeld venstertijden invoeren voor een bepaald soort verkeer, is dat dan iets wat je hierin mee kunt nemen, of gaat dit op een hele andere manier? Dan, volgende vraag is: hoe kan de raad hier nog in kiezen, en op welk moment? En op welk moment worden we mogelijk misschien geconfronteerd met regiodruk, om het zo maar uit te drukken? Want ik snap, dat verkeer houdt helemaal niet op bij de gemeentegrens van Laren, ik zou het ook helemaal niet verstandig vinden om iets te kiezen dat alleen maar voor Laren van toepassing is. Want dan ga je ergens, als je hier gaat knijpen, dan komt het ergens anders omhoog, dus ik denk dat je dat ook in regionaal verband goed moet afspreken. Volgende vraag is nog: het Rijk matcht, begrijp ik, de vijftig procent van de uitgaven van de regio. Nou, mooi, maar wat betekent dat voor de meerjarenraming van de gemeente Laren zelf, voor de begroting, en wat voor financieringsmogelijkheden zijn er dan? Moet dat uit de algemene middelen, of kunnen we daar nog andere middelen voor aanwenden, buiten de gewone begroting van Laren? Het lijkt mij goed, voorzitter, om dat nu alvast te bedenken, in plaats van dat we straks met maatregelen komen of bewoners erbij betrekken en dan zeggen: ja, leuk idee, maar we hebben geen geld.
Dan de laatste, waar ik gewoon meer in het algemeen benieuwd naar ben, en dat is eigenlijk dus een technische vraag: waar zijn eigenlijk de blind spots, hebben we dat goed in beeld in Laren en in de directe omgeving daarvan? En ook, is dat dan een blind spot gebaseerd op verkeersoverlast, of echt verkeersveiligheid? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer De Groot nog. De heer De Groot: Dank u. En dank, mijnheer Loeff, om dit te helpen agenderen. Het is, vind ik, een interessant stuk met interessante suggesties, want zolang we nog geen geleide economie hebben en mensen kunnen kiezen voor het blik, hebben we ermee om te gaan en ook met de risico’s van dien. Het is typisch, naar nul in 2050, een man on the moon project: hoge ambities en proberen door middel van innovaties de maatschappij te prikkelen om met oplossingen te komen om daar zo dicht mogelijk bij te komen, of het liefst daarop te landen. Als zodanig vind ik dat ook interessant, het is ook goed om die benadering te hebben, omdat die mensenlevens daarin, die zijn allemaal van zeer groot belang en als je ziet wat een verkeersdode meeneemt aan nasleep in de familie en in verdere omgeving, dan is dat alleen maar een prijzenswaardige
ambitie. Dat neemt niet weg dat zo’n diepgaand project vaak ook op zichzelf gericht is, dus kijken naar landschapselementen die ergens anders in andere beleidsdocumenten hoog geprezen worden – ik noem maar de Verstedelijkingsstrategie van de MRA als voorbeeld – dat je die aan de andere kant dus gaat ondermijnen met zo’n project. Dus die twee dingen moeten wel goed met elkaar in verband gebracht worden en ik vind ook dat wat dat betreft onze cultuurhistorie voorop hoort te staan en dat we moeten kijken naar middelen om zo goed mogelijk de veiligheid in te passen in de manier waarop zeg maar de kwaliteiten van het landschap zich met ons verhouden. Dat is een statement. Dan een vraag. Als je kijkt naar dat hele project, dan zie je dat er eerst een aantal maatregelen genomen worden, waarschijnlijk een uitvoeringsprogramma, en dat dan pas in 2030 gekeken wordt of je dingen smart kan doen. Nou, ik vind dat veel te ver weg liggen, dus als de zienswijzen geleverd worden door de wethouder, dan zou ik toch ook graag mee willen nemen, als je dit soort dingen doet, pak die dingen eerder op, interacteer eerder met je omgeving, met de burgers, met de gemeenteraden, om te kijken: wat leren we hiervan en wat kunnen we als beste maatregelen nemen om de volgende stappen te nemen? De andere dingen zijn al reeds gezegd, dus ik hou het hierbij. Dank u. De voorzitter: De heer Van den Berg.
De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel. De heer Loeff heeft denk ik een punt aangesneden door deze brief op de agenda te zetten, want in mijn simpele beweging, als hij dat niet had gedaan, dan hadden we er ooit een keer kennis van genomen. Dus ik zou eigenlijk aanvullend aan de heer Loeff willen vragen en aan het college dat wij deze brief politiek maken. Want in hoeverre heeft dit betrekking Laren? Ik weet niet of de afgelopen twintig jaar iemand zijn auto om een boom op de Hilversumseweg heeft gekruld op het Larens grondgebied. Als dat één keer gebeurd is, is dat heel erg, maar het punt blijft wel, wat ook de heer Vos zegt en ook anderen hier zeggen: in hoeverre heeft dit betrekking op ons? En als wij wegbermen die we groen willen houden moeten gaan asfalteren, omdat de auto’s uitloop hebben, dan zijn we wat mij betreft het paard achter de wagen aan het spannen. Dus ik zou de vragen van de heer Loeff eigenlijk nog wat aan willen scherpen: in hoeverre heeft dit überhaupt nut in Laren als het over de details gaat waar de heer Loeff vooral op inging? Kijk, in de breedte kun je misschien er wel wat van vinden, maar vooral op die punten zou ik graag nog een aanscherping zien. De voorzitter: De heer Stam. En mijnheer Stam, misschien … De heer Stam: Ik schrik wakker.
De voorzitter: … helpt het als u even ons meeneemt in wat dit contourendocument, op welk onderdeel van het proces het is en waar uiteindelijk dat proces naar moet leiden. Mijnheer Stam. De heer Stam: Ja, het is natuurlijk typisch zo’n proces wat zich langs verre paden op weg naar ons begeeft. Je ziet al in 2019, geloof ik, is door de VNG en de IPO – voor degenen die denken dat dat een voetbalclub is, dat is het Interprovinciaal Overleg – dus zowel door de gemeentes als de provincies is toen een afspraak gemaakt dat ze dit zouden gaan uitwerken en ze hebben een afspraak daarvoor gemaakt en daarvoor getekend. Dat is in 2021 gebeurd nadat we ook … Ik moet erbij zeggen dat de provincie en de provincie Noord-Holland in dit geval daarmee op zich heeft genomen de regierol op zich te nemen om dat te gaan coördineren en dat hebben ze gedaan door met alle verschillende regio’s in Noord-Holland dat gesprek aan te gaan. Dat is ook gebeurd en in 2021 binnen de coronatijd, dat was natuurlijk ook een ongelukkige tijd, ook voor dit soort overleg, want dat is allemaal via Teams en dat soort dingen gegaan. Ik geloof zelfs, er staat een foto in het stuk waarin ik nog in mijn groene broek ben geportretteerd in de tuin, want het kon allemaal niet op één centrale plek. Dat leidt uiteindelijk tot dit contourendocument. Dit contourendocument staat natuurlijk inderdaad vol
van allerlei ambitie en ik vind zelf dat er een heleboel interessante gedachten in zitten. Ook ongetwijfeld een aantal waarvan je kunt zeggen: zal dat hem nou wel worden? Als je het hebt over 2050 nul, ja, of het nou echt the man on the moon is, dat weet ik niet, maar het is natuurlijk goed om te zeggen, en zo lees ik het ook, het is goed als we met elkaar proberen het aantal slachtoffers op de weg aanzienlijk te verkorten. Gelukkig is het al zo, ik kom nog uit een tijd dat er ik geloof 2500 mensen per jaar aan het verkeer doodgingen en inmiddels is dat ook gehalveerd, dus wat dat betreft zijn we wel bezig om dat aanzienlijk te verminderen. Dat doen we natuurlijk ook doordat we smart oplossingen op de grote wegen in het bijzonder hebben gevonden. Ikzelf vind, in antwoord op veel van deze vragen zou ik graag het volgende algemene antwoord willen geven. Kijk, we hebben in het afgelopen of de nog lopende collegeperiode een Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan uitgewerkt. Dat is een verkeer- en vervoersplan, dat dateert nog uit 2017, geloof ik. Het is natuurlijk – en ik bedoel het niet flauw, maar ik bedoel het echt serieus – het is nu aan de formerende partijen om zo dadelijk, en aan de raad die daar kennis van gaat nemen, om uiteindelijk te komen tot een Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan wat van 2018 tot ’22 of langer ook zijn beslag moet gaan krijgen.
Wat we nu moeten gaan doen is, en dat is de opdracht die we in de regio ook hebben: werkt dit uit in een regionaal uitvoeringsplan. Daar zijn, is al gezegd, subsidies aan verbonden, maar die subsidies zijn afhankelijk gesteld van het maken van zo’n uitvoeringsplan op regioniveau. Maar uiteindelijk op het eind van de dag is de gemeente zelf verantwoordelijk voor datgene wat ze willen gaan doen en in het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan zal dat zijn uitwerking moeten krijgen. En als dat past in het regionale plan, des te beter, maar als u meent – en ik heb ook een raadsinformatiebrief gestuurd en de raad ook verder wel eens geïnformeerd over de plannen rondom een snelfietsplan dat zich door Blaricum via Laren en Blaricum tussen Hilversum en Huizen zou moeten gaan afspelen, daarvan heb ik altijd een voorbehoud gemaakt in de regio om te zeggen: ja, dat is allemaal prima, maar ik zie niet in hoe je een snelfietspad of een doorrijfietspad op een makkelijke manier door Laren kunt laten lopen, als je de eis eraan stelt dat daar de normen voor fietspaden moeten worden toegepast. Want dan heb je dus rondom de Brink, laten we maar zeggen vanaf Torenlaan tot aan het hertenkamp ga je dus fietspaden aanleggen van twee meter breed en dan kun je – en dat zal mijnheer Vos als muziek in de oren klinken – dan heb je nog één ruimte voor een auto die daar kan rijden.
Dat lijkt me nou niet bepaald een oplossing. Dat zijn natuurlijk vragen die uiteindelijk op lokaal niveau zullen moeten beantwoord worden. Nou, dan nog even in te gaan op de punten die door de verschillende sprekers zijn genoemd. Verkeersveiligheid in Laren, ik denk dat het daar inderdaad ook om gaat en dat zul je niet alleen in regionaal verband, maar met name op Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplanniveau moeten gaan oplossen. Ik begrijp uit alle partijprogramma’s dat veel partijen daar ook aandacht voor hebben gevraagd, dus ik neem aan dat dat ook een coalitiebesprekingen en in het coalitieprogramma terug te vinden zal zijn. Het hele punt van handhaving is altijd een ingewikkeld vraagstuk. Als het gaat om bijvoorbeeld snelheidscontroles, dan weten we gewoon uit ervaring dat de politie daar niks aan doet en dat boa’s dat niet mogen doen, en dat als je het Openbaar Ministerie vraagt om flitspalen, dat die er niet komen. Aardige dingen die in ieder geval in dit contourendocument staan is dat men spreekt over mobiele palen, over mogelijkheden om op andere manieren daar toch een oplossing voor te gaan zoeken. Ik denk dat dat ook in regionaal verband, want dat los je ook niet als dorp in je eentje op, dat dat belangrijke zaken zijn die je met elkaar moet proberen regionaal, zelfs misschien provinciaal op te lossen.
Of er is een dertigkilometerbegrenzing, dat zijn dingen die buitengewoon interessant zijn natuurlijk, maar waar … En dat geldt ook voor venstertijden, dat geldt ook voor de vraag van D66 over: kan het niet veel smarter, of sneller smarter? Ja, daar ben ik een hartelijk voorstander van, maar ik ben er tegelijkertijd ook wel achter gekomen dat in het dorp op zichzelf niet gemakkelijk is om dat in je eentje op te lossen. Je zult ook daar met elkaar moeten proberen in regionaal verband oplossingen voor te vinden. De niet-vergevingsgezinde objecten was mij niet als zodanig opgevallen, maar een van de dingen denk ik die van belang is, dat dat met name speelt natuurlijk op de vijftig- en tachtigkilometerwegen. Daar speelt natuurlijk, als je ziet waar de verkeersdoden vallen, of de zwaargewonden bij verkeersongelukken
vallen, dan zie je die langzamerhand niet meer op de grote rijkswegen, daar is vrij veel techniek toegepast en is het aantal ongevallen en dodelijke ongevallen aanzienlijk verminderd en zelfs tot hele lage getallen gereduceerd, maar de grote ongelukken zie je natuurlijk met name op de regionale wegen, de N-wegen. Ik moet tot mijn leedwezen moet je dan toch ook bekennen dat dat veel te maken heeft met bomen. Je kunt zeggen: je kunt niet alle bomen weghalen, maar het is wel degelijk een vorm van … Er zijn veel arme lieden die tegen bomen gaan. De heer Loeff: Voorzitter. De voorzitter: De heer Loeff. De heer Loeff: Als ik kort mag interrumperen. Volgens mij heeft dat heel veel te maken met gevaarlijke verkeersdeelnemers en de laatste tijd ook met veel te dure auto’s waar hele snelle gaspedalen op zitten. Dus in die zin wil ik echt de wethouder vragen om dit punt mee te nemen in de regio, omdat het uitgangspunt verkeerd is. Hier worden de bomen het slachtoffer van iets wat een menselijke overconsumptie is van verkeer, als je kijkt naar snelheid, drugsinvloed, et cetera. Ja, dan knal je tegen een boom midden in de nacht, of met een proefritje. Dus is de boom nou het slachtoffer, gaan we daar alle bomen voor kappen? Ik wil echt de wethouder oproepen om daar een statement over te maken. De voorzitter: De wethouder. De heer Stam: Ik beweer niet dat alle bomen weg moeten.
Ik probeer alleen maar, ik probeer u duidelijk te maken dat ook met name op de vijftig- en tachtigkilometerwegen bomen vaak … En dan is niet de boom wellicht de oorzaak, maar het is wel een iets wat buitengewoon weinig beweeglijkheid in zich heeft. De heer …: Kleine interruptie. De heer Stam: Maar als u zegt: het is … De voorzitter: Ja, maar nu gaan we allemaal interpretaties aan bomen geven, volgens mij is dat helemaal niet relevant voor dit stuk. De heer Stam: Als mijnheer Loeff … De voorzitter: Eerst mevrouw Timmerman, dan de heer Van den Berg en dan rond ik hem af. Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Nou, kijk, het punt van de bomen, het is juist wel een goed voorbeeld. Toen de Hilversumseweg werd gereconstrueerd, hoor ik het een wethouder nog zeggen, moest het fietspad rechtdoor en er moest geen knikje meer in. Het gevolg is dat iedereen die ‘s ochtends de Sint Janstraat uit staat, midden op het fietspad staat om enigszins veilig de Hilversumseweg op. Dat is ook ooit ergens een keer veiligheidshalve bedacht, dus ik snap heel goed, hoewel het een beetje een gevoelige kwestie is, dat de heer Loeff zegt: neem een statement in. Want nogmaals, het is allemaal wel hoogover bedacht en als je ergens op het platteland van Noord-Holland honderdvijftig op een weg kan rijden, ja, dan moet je geen boom tegengekomen.
Maar we hebben het hier over de Larense maat, we zitten in de Larense gemeenteraad, dus ik steun de vraag van de heer Loeff van Larens Behoud ook, dat we echt een statement maken: maak het nu smart, naar Larense situatie.
De voorzitter: Mevrouw Timmerman nog. Mevrouw Timmerman-Hamers: Daar wil ik ook nog wel even aan toevoegen dat de bomen zijn de oorzaak niet, maar dat is het gevolg dat daar een boom staat en dat ze daar tegenaan knallen. Als er een watertje langs had gelopen, dan zeg je ook niet: dat gaan we dempen, want dan gaan ze daar, als ze crashen, dan … Het zijn vaak ook eenzijdige ongelukken. Mensen rijden gewoon te hard en te onoplettend. De voorzitter: Ja, oké. Mijnheer Vos, dan maken we hem af, hoor, want er ligt hier niks ter besluitvorming voor, maar het is goed dat we het allemaal weten wat we ervan vinden. Nou, mijnheer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Er is eigenlijk maar één ding wat mij frappeerde, wat ook een klein beetje mijn statement bevestigde. De wethouder zegt: dan moeten we fietspaden van twee meter breed gaan maken, dat kan niet. Nee, maar we maken wel wegen heel breed en dat is alsmaar het vertrekpunt. Dus dat bevestigt precies een beetje mijn opmerking: misschien moeten we eens een gevalletje omdenken doen, mijnheer de wethouder. Dan gaat u het wegwuiven en zeggen: maar we willen allemaal graag autorijden. Ja, maar volgens mij moet het vertrekpunt anders zijn en niet de auto voorrang, maar eventueel ook een auto. Dan is er ruimte voor fietspaden zo breed als we willen, volgens mij.
De voorzitter: Mijnheer Stam, u nodigt graag uit tot een inhoudelijke discussie, misschien kunnen we even focussen op het proces. De heer Stam: Ja. Ik probeer helemaal niet te zeggen, ik wil best tegen mijnheer Loeff zeggen dat ik het verhullend taalgebruik aan de orde zal stellen. Ik wijs alleen op het feit dat, en ik heb het gehad over, dat is helemaal geen Larense zaak. Als ik het over vijftig- of tachtigkilometerwegen heb, dan bevinden die zich niet of nauwelijks in Laren. En als je het hebt over blind spots in Laren, als je het hebt over black spots is het aantal in mijn periode zijn er geen dodelijke ongelukken bij mijn weten gebeurd in Laren. Dus je ziet, op zichzelf daar is een heel ander probleem aan de gang, daar heb je meer te maken met verkeersveiligheid, congestie, parkeren en dat soort zaken. Volgens mij, mijnheer Vos, hebben we de afgelopen jaren geen wegen verbreed in Laren en hebben we zelfs op de Vredelaan hele brede fietspaden proberen aan te leggen. Dus wat dat betreft voel ik mij totaal niet daarover aangesproken. Als ik het heb over brede fietspaden en de problemen die ik juist had bij het feit dat dat in het centrum zou moeten gaan gebeuren, heeft dat te maken met het feit dat je daar iets gaat organiseren wat ongetwijfeld tot problemen zou kunnen gaan leiden en daar zal een nieuw college en een nieuwe raad iets van moeten gaan vinden.
Dan heeft mijnheer Koldenhof in deze technische behandeling wel buitengewoon veel politieke vragen gesteld. Die vragen hebben mij overigens niet direct bereikt, anders had ik ze van tevoren willen beantwoorden, maar dat is door de paasdrukte en andere zaken allemaal niet gelukt. De heer Koldenhof: Bij interruptie, voorzitter. Zo ziet u, voorzitter, dat er in ieder geval dualisme sprake is dat ik niet de wethouder van tevoren heb geïnformeerd over deze vragen. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Stam. De heer Stam: Maar mijnheer Koldenhof, ik kan u verzekeren, de laatste acht jaar is er alleen maar sprake geweest van dualisme. Dus het is helemaal niks nieuws. Wat betreft, als u het heeft over de eerste acht jaar. Ja, ik heb net al gezegd, dat contourendocument neemt een vrij verre blik op de toekomst. Niet het blik van mijnheer Vos, maar een visie wat dat betreft. Ik vind zelf, als het aan mij ligt, maar het ligt eerder aan u dan aan mij, dat in de coalitiebesprekingen en het coalitieakkoord wat er zal moeten komen en de raad die dat zal
moeten gaan behandelen, uiteindelijk zal moeten komen een Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan die de komende vier, vijf, zes jaar uitspraken gaat doen over de manier waarop u denkt binnen dit contourendocument en binnen de regionale afspraken te komen tot behoorlijke afspraken binnen Laren. Dat lijkt mij het belangrijkste punt. En als u het heeft over de eerste acht jaar, dan zou ik zeggen, dan moet u dat vooral proberen met elkaar in te vullen. Ja, de smart oplossingen, daar heb ik al van gezegd, ik heb zelf geprobeerd om, we hadden het zelfs in het coalitieakkoord staan om te kijken of je niet vrachtverkeer op de een of andere manier via venstertijden in Laren zou kunnen reguleren. Maar het zal aan mij hebben gelegen, maar ik heb daar de oplossing niet voor gevonden, dus ik wens u daar ook in het nieuwe college veel succes mee. Dan de vraag naar de begroting, het geld. Het is inderdaad zo dat de provincie heeft subsidies ter beschikking gesteld die ze afhankelijk hebben gemaakt, voorwaardelijk hebben gesteld naar aanleiding van het uitvoeringsprogramma wat in de regio moet worden opgesteld. Maar ik heb net al het voorbeeld genoemd van het fietspad. Als wij dat niet gaan doen, om wat voor reden dan ook, er is ook een plan bijvoorbeeld voor de Torenlaan waar Blaricum enthousiast over was, maar ik in ieder geval niet, maar daar zult u met elkaar ook naar moeten kijken.
Ja, als u dat niet gaat uitvoeren, dan zal die subsidie niet komen. Als u denkt dat te gaan uitvoeren en u kunt daar de provincie en de regio van overtuigen, zult u dat geld gaan krijgen, maar dan moet u in de komende tijd ook in de begroting daar ruimte voor zien te vinden, want ook de provincie vraagt in het ene geval vijftig procent, misschien dat je het kunt ophogen naar zeventig, vijfenzeventig procent, maar er is altijd een bedrag wat je zelf als gemeente zult moeten ophoesten. Dan, het is goed, zeg mijnheer Van den Berg, dat lijkt mij ook, dat de RIB nu aan de orde wordt gesteld, maar ik stuur u, of het college stuurt u raadsinformatiebrieven toe om daarmee te doen wat u zelf denkt te willen gaan doen. Ik bedoel, als u denkt: ik lees het en dank u wel. Dan is het ook prima. Maar als u denkt: daar wil ik toch wel eens met het college over praten. Dan moet u dat vooral doen en dat lijkt me ook een hele zinvolle bezigheid. De voorzitter: Voor de goede orde. De raadsinformatiebrief gaat over een bijlage die heet ‘Contouren uitvoeringsprogramma’. Als u leest op pagina 21 van die bijlage, hoofdstuk 3 ‘Doorontwikkeling’, staat daar dat dit zijn dus contouren van een uitvoeringsprogramma die dit jaar 2022 zullen leiden tot een definitief uitvoeringsprogramma dat door de regio zal worden opgesteld en ongetwijfeld nog ter besluitvorming zal worden voorgelegd.
Nou hebben wij als gemeenteraad het afgelopen jaar duidelijk het signaal naar het regiobestuur afgegeven: wij vinden het plezierig als we in de toekomst wat vaker als gemeenteraden aan de voorkant betrokken worden, in plaats van dat we achteraf, zoals de heer Vos zegt, mogen tekenen bij het kruisje. De heer Stam zegt terecht: dit college bevindt zich in een fase dat het binnenkort het stokje overdraagt aan een nieuw college, er zullen nieuwe regiovertegenwoordigers moeten komen, iemand zal de portefeuille Infrastructuur moeten gaan innemen in het algemeen bestuur. Ik leg hier maar even neer dat wij in onze verbindende rol richting het regiobestuur zullen meegeven dat er dusdanig kritische vragen zijn gesteld bij dit contourenprogramma dat wij eraan hechten dat de gemeenteraden inderdaad goed aan de voorkant betrokken zullen worden. Ik kijk ook even naar de heer Stam, want de heer Stam zegt ook eigenlijk: ik vibreer in een hoog eind ook mee met de punten die u stelt, maar het moet allemaal nog uitgewerkt worden, dus dat nemen we ook mee. Ik kijk nog even naar de heer Stam of we zo het ongeveer goed zeggen, want er ligt hier niks ter besluitvorming voor, maar we willen er wel iets mee doen. De heer Stam: Nou ja, kijk, nee, helemaal met u eens. Dit is denk ik goed nog eens daar de nadruk en de puntjes op de i te zetten.
Eén ding is zeker: ik denk niet eens dat ik nog een keer een wethouders-/regiooverleg heb over verkeer bijvoorbeeld, om maar eens een kleinigheid te noemen. Ondertussen kan ik u wel verzekeren dat ik niet zal beginnen aan het opstellen van een Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan, dus dat laat ik maar voorzichtig over aan de volgende coalitie. Dat is wel een deel van de werkelijkheid waar ik ook mee te worstelen heb.
De voorzitter: Helder. De heer …: Voorzitter, mag ik een vraag stellen? Want hoe zouden wij dan als raad zeg maar in deze tussenfase een signaal kunnen afgeven naar de regio dat de zorgen ook worden meegenomen? De voorzitter: U kunt het inderdaad politiek maken. Wij kunnen een toezegging doen, maar het is veel beter, denk ik als de raad zegt, maar dan moet u dat niet al te politiek maken, als u zegt: wij hebben kennisgenomen van de raadsinformatiebrief en per motie vragen wij het regiobestuur de gemeenteraden vooraf te betrekken bij de uitwerking van het uitvoeringsprogramma, zodat we aan de voorkant input kunnen meegeven, in plaats van dat het pas na de besluitvorming aan ons wordt voorgelegd. De heer …: Dat zit dan in een zienswijzefase? Want dan is het alweer een stap verder, hè? De voorzitter: Ja, we weten helemaal niet hoe dit proces eruit gaat zien, dus ik zou gewoon zeggen: wij willen input leveren. De heer …: Nee, precies. Maar dat maakt het dus heel onduidelijk, want het is goed dat we aan de voorkant worden betrokken. Zoals u zegt, we krijgen een conceptcontourennota, het proces is niet helder, er komt een definitief verhaal, het is niet duidelijk wanneer we iets vaststellen, collega Koldenhof stelde daar de juiste vragen over.
Dus hoe worden wij op welke wijze, wanneer, op welk moment, via welk oud of nieuw college betrokken in het vervolg? We zweven echt als raad denk ik straks in een soort vacuüm en straks ligt dat uitvoeringsprogramma er met mooie maatregelen en wordt er geen participatie en andere burgers en andere mensen bij betrokken. Dus de vraag is: hoe kunnen wij als nieuwe raad dat op een goede manier meegeven richting de regio? De voorzitter: Wethouder Stam. De heer Stam: Ik denk toch dat dat een te grote angst is, want in het algemeen wat er gebeurd is dat wethouders Verkeer, of Infrastructuur, hoe ze heten mogen, die vergaderen één keer per maand, één keer per twee maanden en dit soort vraagstukken komen aan de orde. Dat zal in de tussentijd, want iedereen is aan het formeren op dit moment, de coalities worden gesmeed, ergens in mei zullen in al die gemeenteraden coalities gaan optreden en daar komen wethouders die in dat overleg deel gaan nemen. Dus wat belangrijk is, lijkt mij, dat in het overdrachtsdocument wat u ter hand is gesteld, maar in het bijzonder, laat ik zeggen de bewaking die bij de gemeentesecretaris en bij de griffie hoort, dat die in de gaten zullen houden dat ook de nieuwe wethouder die ermee te maken krijgt de inbreng zal gaan doen die hij behoort te doen.
Ik denk zelf, als ik het nu zie wat er aan programma’s ligt voor de regionale wethouders, dat er deze maand en komende maand niets zal gebeuren. Dus je komt op een gegeven moment vanzelf in het traject terecht dat je erover kunt gaan praten en dan is het punt wat de voorzitter maakt, het zorgen dat de raden op tijd aan de voorkant worden geïnformeerd, een punt wat we mee moeten nemen als u denkt: als raad wil ik die zienswijze over opstellen. Of u laat het over aan de mogelijke opvolger van mij om dat mee te nemen in het regionaal overleg, volgens mij kan dat alle twee heel goed. De voorzitter: Helder. We kunnen trouwens ook het verslag van deze commissie doorsturen naar de regio, waarin duidelijk staat: de gemeenteraad van Laren roept op aan de voorkant input mee te geven. De heer Van den Berg, dan mevrouw Timmerman.
De heer Van den Berg: Twee hele kleine zaken. Het was niet zozeer met mijn opmerking die ik maakte, wethouder, dat ik u aanviel dat u ons niet zou informeren. Het ging mij er eigenlijk meer om dat in de toevalligheid waar de heer Loeff zei, het ging allemaal over wat zinnen waardoor zeg maar extra dit stuk nog eens een keer onder zijn aandacht kwam en dat we het gewoon geagendeerd hebben. Dat was eigenlijk meer een compliment als zozeer geen aanval op u, om misverstanden te voorkomen. Het volgende is nog wel, wij vinden het misschien voor nu – en dat sluit dan aan op de heer Loeff – wij vinden het misschien voor ons dorp nog niet helemaal direct noodzaak, maar ik kan me zo voorstellen dat bijvoorbeeld Wijdemeren, of in ieder geval wat gemeentes om ons heen in de regio die wat meer drukke wegen hebben waar wel zo nu en dan iemand zijn auto om een boom heen krult, dat die wel wat meer haast hebben. Dan is toch wel de kernvraag, en ik kijk ook vooral, voorzitter, naar u: is het toch niet gewoon goed om het gewoon even dan in de nieuwe gemeenteraad, al is het maar met een eenzinnige zin in een motie vreemd aan de orde: de wethouder – althans, de nieuwe wethouder, het nieuwe college – mee te geven dat wij dit stuk politiek gewoon terug willen hebben.
Dat is volgens mij het meest zuivere, want anders blijft het een toezegging, maar het kan maar zo zijn, maar daar gaan wij niet over, dat een andere gemeente zegt: maar er moet wel gas op gegeven worden. Dat is een beetje een verkeerde uitdrukking trouwens in dit verband, maar goed. Ik zou, dat is niet om het vervelend te maken, maar ik denk als de heer Loeff, wat Larens Behoud heeft gedaan en de heer Koldenhof met andere vragen en iedereen, als wij zeggen: we vinden dit echt belangrijk en dit moet terug in de Larense gemeenteraad, dan maken we er gewoon een motie vreemd aan de orde van dat we daarom vragen. De voorzitter: Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman-Hamers: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ergens – ik weet niet meer waar – gelezen dat de wethouders in de regio al voor deze contourennota getekend hebben. Klopt dat? De heer Stam: Nou, niet in … Mevrouw Timmerman-Hamers: Want dan lopen we sowieso achteraan. De heer Stam: Nou ja, maar dit is alleen maar laten we maar zeggen een soort kaderachtig concept wat volgens mij helemaal niet kiest voor een bepaalde inrichting of maatregelen, maar geeft een hele hoop suggesties, dat moet nu worden uitgewerkt in dat uitvoeringsprogramma.
Ik begrijp dat de commissie vanavond tegen mij in ieder geval ook zegt, en de voorzitter herhaalt dat, dat de raad die eraan komt – maar dat zal voor een deel moeten worden ingeleid, neem ik aan, door een college en een wethouder die in de regio optreedt – dat dat zal moeten leiden tot een invulling in de regio. Ik pleit er tegelijkertijd voor, een belangrijk onderdeel daarvan zal zijn een Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan, rekening houdend overigens met de opmerking van de heer Van den Berg die zegt: het gaat niet alleen maar om Laren, het gaat natuurlijk ook om andere dingen. De voorzitter: Ja. Even om hem af te ronden. Dit is een contourendocument ter voorbereiding op een uitvoeringsprogramma, maar er zit geen proces bij, hè, er zitten geen stappen bij. Ik hoor de commissie zeggen en een aantal inhoudelijke opmerkingen maken – waarvan de wethouder zegt: ik vibreer eigenlijk volledig met u mee – maar wij constateren hier dat niet duidelijk is hoe het vervolgproces eruitziet en hoe en op welke manier de gemeenteraad daarbij betrokken wordt.
Als de heer Van den Berg uitspreekt: als we dat concreet kunnen maken in een motie, zou dat een motie kunnen zijn waarin we oproepen dat de regio zo snel mogelijk de gemeenteraden informeert over het besluitvormingstraject om te komen tot een uitvoeringsprogramma verkeersmaatregelen waarin helder de gemeenteraden nog een plek krijgen, waarin ze aan de voorkant input
kunnen meegeven op het programma. Nou, zullen we het langs die lijnen … Nou, helemaal goed. Dan komen we tot afronding van de bespreking van dit door de fractie van Larens Behoud geagendeerd raadsinformatiebrief. Dank overigens voor de uitgebreide beantwoording van de wethouder. 8.
Rondvraag De voorzitter: Dan kom ik bij de ‘Rondvraag’. Wie voor de rondvraag? Ik kijk rond bij een rondvraag. De heer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik maak me enigszins zorgen over het Meldpunt openbare ruimte. Een zeer gewaardeerd lid van mijn nog piepjonge politieke partij heeft al twee jaar lang gewag gemaakt van het niet willen branden van een verkeerslicht … Of, een lantaarnpaal, ik zeg het verkeerd. Lantaarnpaal – verkeerslichten zijn iets anders – bij de Houtzagerij. Hij krijgt iedere keer antwoord: ja, er wordt naar gekeken en het wordt gemaakt. Na twee jaar is het nog steeds niet gebeurd. Dat kan twee dingen betekenen: of hij let niet op, of er zit iets bij het meldpunt. Ik heb zelf dezelfde ervaring. Ik kreeg bij een bouwplan bij mij in de buurt bij een boom werd er allemaal rotzooi tegenaan gegooid en ik heb daar een foto van gemaakt, Meldpunt openbare ruimte en ik krijg twee weken later een bericht: het probleem is opgelost. O, nou, volgens mij was er helemaal niks gebeurd. Dus ik maak me een beetje zorgen en ik hoop dat de wethouder mijn zorg weg kan nemen, over het functioneren van het Meldpunt openbare ruimte. Hoe is de stand van zaken, loopt dat een beetje, en zijn dit toevalstreffers, zal ik maar even zeggen? De voorzitter: De heer Stam.
Ja, ik weet niet of u iets kunt zeggen over een specifieke lantaarnpaal, maar … De heer Stam: Nee, ja, wat moet ik daarvan zeggen? Kijk, het Meldpunt openbare ruimte wordt door sommigen geprezen en door anderen soms verguisd. Het is heel moeilijk om op casuïstiek in te gaan. Ik probeer ook tegen mensen te zeggen die daar niet toe doordringen: stuur een mailtje aan mij en dan ga ik er wel achteraan, maar dan kan ik er op een casuïstische manier naar kijken. Maar ik weet niks van een lantaarnpaal bij de Houtzagerij, en ik hoop niet dat u dat mij kwalijk neemt. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Nou, ik neem nu helemaal niets kwalijk. Integendeel, want ik denk dat het volgens mij in uw handen is om te kijken in hoeverre … Want ik probeer juist die casuïstiek uit de weg te gaan, hè? Want als ik een specifiek geval noem, ja, daar valt altijd wel iets anders op af te dingen. Maar ik vraag eigenlijk in algemene zin: dat Meldpunt openbare ruimte, in hoeverre heeft u de indruk dat dat voldoende functioneert en dat daar dingen bijgehouden worden? Want als ik een melding krijg het is opgelost, en het is niet opgelost, is dat gek. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Ja, dat ben ik op zichzelf met mijnheer Vos eens. Ik zeg al, ik kan in algemene zin daar niks anders van zeggen, dan zouden we echt een onderzoek moeten doen naar de manier waarop het nu functioneert.
Ik wil nog wel eens vragen of ze dat nog eens willen doen, maar ik heb afgeleerd om het woord toezegging daarbij te gebruiken, omdat dat vervolgens, de nieuwe wethouder wordt daarmee belast, zal ik maar zeggen. Maar nogmaals, ik hoor bijvoorbeeld het Toegankelijkheidsteam met mevrouw Vos laat mij voortdurend weten dat het Meldpunt openbare ruimte uitstekend functioneert. Ja, soms niet, soms wel, denk
ik dan. Het is moeilijk na te gaan voor mij in ieder geval op dit moment of dat nou honderd procent goed is of negentig procent goed, of vijftig procent goed. Ik weet niet. De voorzitter: Mijnheer Vos, dit is het antwoord. De heer Vos: Daar zal ik het mee moeten doen, denk ik, voorzitter. Ik ga het de volgende wethouder gewoon vragen. De voorzitter: Volgens mij … De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Nou, nog even als commissielid. Wij voeren thuis, omdat we veel thuiswerken, ook nog wel eens dat meldpunt in. De ervaringen zijn dat je wel binnen een week of twee weken toch wel een antwoord krijgt, of in ieder geval ook zelfs het autootje al langs ziet rijden om iets op te ruimen. Dus het zal misschien in sommige dingen niet helpen, maar in een aantal andere gevallen helpt het wel en hebben we tenminste kunnen zien dat de controle er wel was. Dus het is niet alleen negatief. Maar ik ben het wel met de heer Vos eens dat het misschien aardig is om te weten hoe het gaat. Maar wij hebben andere ervaringen, ook nog weer. De voorzitter: Helder. Misschien helpt het toch uw partijgenoten om eens gewoon de casus op een andere manier aan de orde te stellen. De heer Vos: De aanhouder wint, denk ik dan maar. De voorzitter: Heel goed, mooi. Dan ronden we de rondvraag af, mensen. Dan kijk ik nog even rond.
Nee, dat was het? Sluiting De voorzitter: Dan kom ik tot sluiting van deze vergadering van de commissie om kwart voor tien. Dank u wel.