Transcript Commissie Ruimte & Infrastructuur 07.05.2025
Tekst van het document
Maar stel er komt één nieuwe woning bij in een weiland of een stukje groen, dan kun je zeggen vanaf één woning. Waarom één woning? Omdat het rechtvaardig is. Als iemand één woning mag bouwen in een weiland of op een stukje groen, dan heeft hij een vergrote kapitaalvermeerdering. Als je ergens een grens gaat zetten vanaf drie woningen of zes woningen, er zijn gemeenten die doen dat ook. Dan zeg ik oké, het is vanaf zes woningen, dan vragen wij vijf woningen aan, meer doen we niet. Dus als je het vanaf één woning doet, dan is in ieder geval een bijdrage. En je kunt niet manipuleren met je bouwplan afpassen aan het vereveningsfonds zodat je niks hoeft te betalen. Eén woning. Uiteindelijk is de raad natuurlijk die daarover besluit. Het systeem werkt zo dat er een afdracht zal plaatsvinden voor elke niet gebouwde sociale huurwoning of koopwoning. Omdat het eenvoudig is, maar niet eerlijk… Als het een vast bedrag is... Ik ben even de draad kwijt. Ik ga even verder met het volgende. Het systeem waar we die berekeningen zei ik al, is per woning, maar ook per vrij op naam prijs. U kunt zich voorstellen als je negen woningen bouwt, dat is het voorbeeld, van 500.000 euro. Dat is nog een heel bedrag, maar er is wel een groot verschil als je negen woningen van 500.000 euro bouwt, of je bouwt negen woningen van tweeënhalf miljoen.
De afdracht wordt groter naarmate de vrij op naam prijs van de woning hoger wordt. Zo werkt de rekentool. Ik vind het best wel eerlijk. Het systeem moet eenvoudig zijn, dus het aantal woningen is makkelijk te tellen. De vrij op naam prijs is natuurlijk iets minder makkelijk, want een ontwikkelaar zal al snel zeggen mijn woningen die ik ga realiseren zijn niet tweeënhalf miljoen, maar ik ga ze verkopen voor twee miljoen. Dan heb je een lagere afdracht. Mooi. Maar dat ondervangen we, willen we gaan ondervangen. We 33
sluiten altijd een anterieure overeenkomst en daarin schrijven we wel op dat we gaan calculeren op het moment dat de woningen ook echt verkocht gaan worden, en dat we dat gaan controleren. Dan heb je een pot met geld, hoop je. Ik denk dat dat wel gaat lukken. Aan wie ga je dat dan geven? Want je moet het wel inzetten voor de volkshuisvesting. Je moet het weer inzetten voor het bouwen van sociale huur. We hebben bedacht dat de afdracht alleen uitbetaald kan worden… Dus de gemeente geeft de subsidie voor de bouw van sociale huurwoningen aan een corporatie. De corporatie mag best samenwerken met een ontwikkelaar, maar het moet wel aan de corporatie uitbetaald worden. De corporatie krijgt dat niet zomaar. Een ontwikkelaar krijgt dat niet. Er wordt alleen uitbetaald als je meer doet dan dat je eigenlijk zou moeten. Je moet een derde, een derde, een derde bouwen. Als je dat doet, krijg je niks. Want dat is gewoon de regelgeving. Maar als je zegt: ik doe twee derde sociale huur en ik doe een derde duur, krijg je wel uit het fonds, want je doet meer dan dat je eigenlijk zou moeten. Nogmaals, we hebben een rekentool gemaakt. Wij niet, maar we zijn geadviseerd hierover door een bureau, PAS bv heet het bureau. Die hebben hier veel ervaring mee. En waar we natuurlijk ook wel aan denken, is dat er alleen uitbetaald kan worden als er ook geld in de pot zit.
Niet dat het van de algemene middelen komt, maar alleen uitbetalen als we ook in het fonds geld hebben zitten. Dit zijn dus de voorberekeningen die wij hebben ingevuld in onze rekentool. U krijgt dat later ook hoor. U kunt het gewoon zelf invullen. De afdracht bij negen vrije, vrijstaande koopwoningen van tweeënhalf miljoen zou in onze rekentool betekenen dat je 633.000 euro moet betalen aan het fonds. De voorzitter: Mijnheer … De heer …: Per stuk? De heer De Jong: Nee, totaal. De heer …: We mochten tussendoor vragen stellen. Betekent dit dat wij een Excel-model krijgen? De heer De Jong: Ja, het is een Excel-model. De heer …: Gelukkig, want ik kwam er niet uit. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: U heeft dat in iBabs en dan wordt het allemaal volgens mij in pdf gezet, dus dan komt u nooit uit. De heer De Jong: Nee klopt. De voorzitter: Mijnheer .... De heer …: Begrijp ik, mijnheer De Jong, negen vrijstaande koopwoningen van tweeënhalf miljoen per stuk? Jezus. De heer De Jong: Ik heb maar even een beetje gechargeerd. De heer …: Maar dan is 633.000 euro toch niet zoveel geld?
34
De heer De Jong: Nou ja, het is toch nog aardig geld. En hij hoeft eigenlijk maar drie… Als je negen woningen bouwt, dan zou het programma eigenlijk drie sociale huur moeten zijn, drie midden duur, sociale koop, en drie duur. Dus die dure hoef je al niet te doen. Je hoeft alleen maar die eerste categorieën te compenseren. De heer …: U vindt het veel geld en het is ook veel geld, maar ik denk dat mijnheer Voerman dit dan een mooie afkoop vindt. De heer De Jong: Ik ga heel even verder, want u interrumpeerde mij. Dat bracht me wel even op het idee dat ik vergeten ben, mijnheer Vos, te melden dat het niet zo is dat een ontwikkelaar zegt oh ja, ik ga betalen, ik vind betalen veel prettiger. We moeten het wel met elkaar eens zijn… Als wij denken, het college denkt je bouwt gewoon een derde, een derde, een derde, staat dat voorop. En als het college ervan overtuigd is dat het niet kan… De voorzitter: Heren van Groen Laren, u krijgt een antwoord, dan moet u wel even luisteren. De heer De Jong: Dan is afdracht mogelijk. En dan is negen misschien niet zo’n goed voorbeeld omdat dat wel lekker deelbaar is. Ik had misschien beter zeven kunnen doen, maar dit is wel het rekenmodel. U gaat ermee werken straks, u gaat eens proberen. Bij negen rijen woningen van vijf ton, en dat is nog een bescheiden prijs, zou de afdracht 173.000 euro zijn.
En de afdracht bij drie vrijstaande woningen, drie twee-onder-een-kap en drie rijen woningen is het alweer naar 129.000 gezakt. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank voor de rekenexercitie. In hoeverre is de werkelijkheid van Laren hierin meegenomen? Op de Houtzagerij werden woningen voor 250.000 euro geloof ik sociale koop en die werden al zonder dat ze bewoond werden, doorverkocht voor vier ton. Maar dat brengt mij ook... Ik zie het ook een beetje, maar misschien zegt u dat dat helemaal niet waar is, als een perverse prikkel inderdaad. Want de praktijk in Laren is natuurlijk dat iedereen het liefst zo duur mogelijk bouwt. En die paar plekjes die we hebben, dan zitten we zo meteen met geld en dat moet dan naar een woningcorporatie, waarvan we straks hebben gehoord dat die geen sociale woningen gaan bouwen vanwege het bevriezen van de huur. Dus ik vroeg me even af in die context van het geheel, wat de rekenexercitie in Laren maakt. U noemde net nog als voorbeeld stel dat je een woning in een weiland bouwt. Maar …, we hebben geen weiland, in een akker wordt gebouwd. Dus ik zit even te denken waar kunnen we de rekenexercitie in Laren aan de hand van voorbeelden op loslaten? De heer De Jong: Er zijn natuurlijk wel plekken waar corporaties woningen kunnen bouwen.
En dan los van de problemen die nu bij Crailo spelen… Daar ga ik ook helemaal niet over inderdaad. Onze adviseur heeft gekeken naar prijzen die in Laren worden betaald voor woningen. Voor alle woningen, die zijn in het model verwerkt. Dus er is rekening gehouden met… De heer…: Even ter aanvulling, want de vrij-op-naamprijs is een uitgangspunt in de Excel. Dus de prijs die… Dit zijn voorbeeldjes. Als je wat invult, dan komt dit eruit. Als wij 450 invullen voor een rug- en rugwoning op de Houtzagerij, is dat wat het is. Het model houdt altijd rekening met de situatie in Laren, omdat de vrij-opnaamprijs een variabele is die in te vullen is.
35
De voorzitter: Ik zag een vinger van de heer Van Goozen. De heer Van Goozen: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is, zijn er andere gemeentes die met dit rekenmodel werken en zijn daar voorbeelden van? En als we het dan over Laren hebben, verandert dan het percentage? Ik kan me voorstellen dat als je in Hoogezand een huis bouwt, dat dat een ander percentage is dan bij ons in Laren. Heeft u daar voorbeelden van? De voorzitter: De heer De Jong. De heer De Jong: Er zijn voorbeelden van. We moeten wel ontzettend oppassen met de voorbeelden van andere gemeenten, omdat veel van die voorbeelden zijn ingevoerd vóór de Omgevingswet, die nu strijdig is met de wet. Ik denk dat het een beetje moeilijk is om aan te geven dat andere gemeenten het fout hebben gedaan, maar we hebben heel goed onderzoek gedaan. Wij zitten nu in de tijd van de Omgevingswet en er is sociale koop en sociale huur, dat is het. Andere gemeenten doen ook voor duurdere woningen afkoop, maar dat mag sowieso niet. Dus je kunt naar andere gemeenten kijken en ik heb bijvoorbeeld ook naar de gemeente Eemnes gekeken. Daar werkt het wel anders en de bedragen zijn ook stukken lager dan uit ons model komen. En ik moet nog heel even een aanvulling maken.
Het is work in progress, dus we zijn nog aan het kijken klopt het allemaal? Want bij deze negen vrijstaande woningen heeft het model alleen nog berekend wat je tekortkomt voor de drie sociale huurwoningen. Dus dat is ongeveer twee ton per sociale huurwoning wat je tekortkomt. Wat je tekort komt voor die sociale koopwoningen, dus die woningen tot 405.000 euro, heb ik nog niet in dat model gezet omdat het model daar nog niet goed genoeg voor was. Dat is work in progress. Dus het bedrag wordt dan nog wel iets hoger, mijnheer Vos. Maar voorlopig kwam dit eruit. We zijn nog niet klaar. De voorzitter: De heer Westendorp. De heer Westendorp: Dank u wel, voorzitter. Luisterend naar het verhaal, ik heb nu al vijf vragen voor mijn neus verzameld de afgelopen tien minuten. Is dat nu het moment om die te stellen? Is dit een eerste ronde of is dit nog een ronde gekoppeld aan de… De voorzitter: Ik denk dat we dat gewoon een beetje door elkaar gaan doen. Het is ook nog een technische sessie, dus we kunnen het heel formeel doen, maar wat mij betreft doen we dit gewoon even in een ronde met… Stel gewoon uw vragen. De heer Westendorp: Oké. Ik ga gewoon eerst even mijn rijtje vragen stellen, los van mijn betoog wat ik later nog wel even heb aan Huub De Jong, mijnheer De Jong. Inderdaad ervaringen van andere gemeenten.
Goed dat u zegt dat sommige gemeenten een systematiek voor het verevenen hebben, maar die is eigenlijk niet meer rechtsgeldig in de nieuwe Omgevingswet. Dat is goed om te weten. Aan de andere kant kan ik me voorstellen dat wij niet de enige gemeente in Nederland zijn die hiermee worstelen en daarmee bezig zijn. Dus wat ik mis, want het is geen eenvoudig onderwerp voor iemand die daar even induikt en eventjes moet doorgronden, wat zijn nu de juiste keuzes die wij met zijn allen gaan maken om een goed vereveningsfonds te hebben? Mijn gevoel is dat ik heel graag zou willen weten waarom zou ik de keuze die nu wordt voorgesteld in dit conceptstuk aannemen? Misschien zijn er twee andere keuzes die beter zijn. Dus wat ik heel graag mee wil geven, en ik hoop dat dat wordt ondersteund door de andere commissieleden. Zou u op basis van we kijken naar de vrij-op-naam prijs kunnen kijken, maar kunnen we ook naar iets anders kijken? En zo ja, wat? De 36
koppeling aan de grondprijzen? Hoe zit dat? We hebben een grondnotitie. Klopt die dan nog wel? Dus ik zou veel meer verdieping en vergelijkingsmateriaal willen hebben om de juiste keuzes te kunnen maken met betrekking tot alle parameters in dit vereveningsfonds. Dat is misschien wel iets meer werk, maar dit is denk ik ontzettend belangrijk om goed te doen. Want als we dit niet goed doen, dan gaan we nat. Dan gaat het niet werken of we zetten de markt op slot. Maar als we succesvol zijn, dan gaan we echt iets realiseren. Dus ik zou hier mijn vraag/verzoek willen meegeven. Kan u ook inderdaad wat beter om u heen kijken wat de verschillende alternatieven zijn, de verschillende methodieken die we zouden kunnen overwegen zodat we een beslissing kunnen maken met vergelijkingsmateriaal? Dat is één ding. En dan kom je al bijvoorbeeld op het feit van gaan we elke woning aanslaan of doen we dat pas vanaf zes woningen of drie woningen, als we het over een project hebben? Dat is een discussie waard in ieder geval. Ik heb het antwoord niet. Misschien heb ik wel een voorkeur, onderbuik, maar ik weet niet of dat de juiste de voorkeur is, want ik zou wel een beetje context willen hebben daar omheen. Daarom is deze presentatie ook sowieso al heel waardevol, maar ik denk dat we nog een stap daarin moeten zetten.
Ik zat ook te denken nu hebben wij straks een pot met geld en dan hebben we eindelijk een plek gevonden voor sociale woningbouw. En dan komt het er misschien wel bijna op neer dat de corporatie niet meer hoeft te investeren. Hoe zit dat? Hoe werkt dat stukje? Want dat zou ik wel eens willen weten. Want als de corporatie niet meer hoeft te investeren, … wij dan ook nog wat? Of gaan we dan de grondprijzen uiteindelijk vaststellen op marktniveau? Dat als wij een stukje gemeentegrond verkopen, dat we daar een marktprijs voor krijgen. Ik zie allerlei dynamiek die ik nog niet begrijp, niet kan overzien. Dus daar zouden we echt wel wat meer houvast willen hebben, denk ik. Daar laat ik het nu even bij. Er is nog meer, maar dat komt wel. De voorzitter: Mijnheer Vos. De heer Vos: Mag mijn buurman dan ook nog wat zeggen? Mag ik nou wat zeggen? De voorzitter: Dat mag. De heer Vos: Dank u wel. Ik heb even uit zitten rekenen. …, maar ik kom op percentages daar raak ik niet van onder de indruk. Want 2,8 procent, dat lijkt me voor een beetje projectontwikkelaar die woningen gaat verkopen van tweeënhalf miljoen, dan haalt hij zijn schouders op. Eerlijk gezegd. U heeft het door een kantoor laten berekenen, dat begrijp ik. Maar het lijkt mij niet een geweldig bedrag wat je in verhouding binnenhaalt. En bij die tweede is het 3,8 procent, lijkt me ook niet zo heel hoog.
En voor de rest… De voorzitter: Misschien kunt u beter… Want we zijn met een technische ronde bezig… De heer Vos: Maar is dat dan vergelijkbaar met die andere gemeentes waar ze dat al doen? Want het lijkt mij zo laag, eerlijk gezegd. De voorzitter: De heer De Oomkes. De heer Oomkes: Ik raak de weg kwijt in sociale koop, sociale huur, midden huur. En ik kijk dan even in waar ik vanmiddag al over viel en dat is pagina zes van de kanttekeningen, 1.4. Er staat ook verevening voor betaalbare koopwoningen tot 405.000 euro, met een vraagteken. Dat staat in de wet, is aangegeven dat verevening mag voor sociale huurwoningen en sociale koopwoningen en niet voor midden huur. Dus voor betaalbare koopwoningen kan de regeling niet worden toegepast. Nee, nu snap ik het niet meer. Ik kreeg de 37
indruk dat zowel sociale huurwoningen als sociale koopwoningen hieronder vallen onder de verrekening mogelijkheid, en hier staat keihard dat het niet mag. Kunt u aangeven hoe dat zit? En kunt u ook aangeven waar de grens is? Ik bedoel, de grens voor sociale huur is duidelijk. We hebben een grens voor betaalbare koopwoningen. Kunt u misschien ook nog aangeven wat de grenzen zijn voor midden huur en waar de vrije sector begint? Ik denk dat dat verhelderend werkt. De voorzitter: Ja, duidelijke vraag. Ik kijk nog even rond. Kom dan maar. De heer Wichers Schreur: Want ik wil eigenlijk weg van dat modelwerkelijkheid, en naar de echte werkelijkheid van Laren. Want dat modelwerkelijkheid daar heb ik veel ervaring mee. Je kunt van alles berekenen en heel specifiek is datgene waar ik mij nu eigenlijk vragen bij stel. Dus dat ging ook over ervaring in andere gemeentes, maar van hoe effectief is dit vereveningsfonds? Gaan we nu echt sociale woningbouw realiseren in Laren als we dit vereveningsfonds gaan invoeren? Hoe dan ook het model eruitziet. Want ik denk dat er een reëel risico is dat we straks een gevuld fonds hebben, maar geen woningen. Want die ruimte om die woningen te bouwen is er niet. En dat heeft gedeeltelijk ook te maken met het feit dat er denk ik toch beperkte mogelijkheden zijn om die verevening gelden over te dragen aan de woningcorporaties.
Daar zijn ook wettelijke beperkingen op wat je daar kunt doen? En ook zijn er dus gewoon mogelijk negatieve effecten op de andere bouwsegmenten, zoals die midden huur, omdat er ook een prijsopdrijvend effect is van het instellen van zo'n vereveningsfonds. Dus ik vraag mij af of dit echt een effectief middel is om dit te doen, ongeacht hoe dat model eruit gaat zien. De voorzitter: Goed, helder. De heer Wichers Schreur: Dan is dus de vraag voor de wethouder eigenlijk, denk ik… De voorzitter: Ja, maar die heeft u nu gesteld. U vraagt hoe effectief is het? De heer Wichers Schreur: Nee. Maar waarop baseert u de overtuiging dat de gemeente er in slaagt om die opgehaalde middelen eigenlijk daadwerkelijk om te zetten in nieuwe sociale woningen? Mevrouw Timmerman: Wat ik me ook afvroeg was hoeveel dure woningen, die we eigenlijk niet zouden mogen bouwen met de een derde regeling, moeten wij eerst bouwen voordat we een gevulde pot hebben om sociaal te kunnen gaan bouwen? De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Er werd net gezegd dit komt alleen maar aan woningcorporaties toe. Maar stel nou toch eens voor dat in dit dorp er toch nog iemand is die zegt ik wil acht of tien of twintig sociale woningen bouwen. Maar die komt dan niet in aanmerking voor het fonds. Maar als je nu eens duurzaam… Als dat duurzaam wordt vastgelegd dat dat sociale huurwoningen worden.
Ik heb het niet… Sociale koop in Laren bestaat niet. Sociale huurwoningen. Waarom zou dan een particuliere ontwikkelaar niet uit het vereveningsfonds mogen putten? De voorzitter: Dan ga ik terug naar mijnheer De Jong of de wethouder. Mijnheer Rood.
38
De heer Rood: Ik begin, voorzitter. En dan wat ik niet kan beantwoorden daar hebben de kanonnen aan de linkerkant dan voor. Maar er zitten ook wel wat politieke aspecten aan de vraag. Het is wel een technische avond nog, dus u krijgt volgende maand zeker nog herkansingen om ook dingen te vinden en inderdaad wat meer grip te krijgen op de dilemma's waar de heer Westendorp over begon. Dus ik begin met toe te zeggen dat wij dat soort zaken scherp zullen formuleren in een gewijzigd raadsvoorstel. En ook zullen onderbouwen welke keuze we maken, welke we ook niet maken. Want u kunt daar natuurlijk ook nog richtingen meegeven. Ik ben het wel met hem eens, als hij zegt we moeten dit goed doen, dan gaat het werken. Als we het niet goed doen, dan schieten we ons doel voorbij. Dus dat zeg ik graag toe. Dan die vraag van de heer Vos. Dat ging over de bedragen, die laag zijn. Als je dat uitdrukt op het totaal aantal woningen wat wel gerealiseerd wordt in de vrije sector, dan steekt zo'n bedrag inderdaad laag af.
Maar je moet eigenlijk kijken, is het mogelijk om drie sociale huurwoningen te realiseren met 633.000 euro cash uit deze ontwikkeling? En die sociale huurwoningen staan waarschijnlijk op een kleiner stukje grond dan… Nee, maar ik ben niet voor extreem hoor, maar een vrijstaande koopwoning van 2,5 miljoen is vaak wel wat volumineuzer, zo is de realiteit gewoon, dan een woning in de sociale huur. Dus het vereveningsfonds houdt ook rekening met de hoeveelheid grond die voor een bepaald segment nodig is. En dat is terecht, anders zou er ook best wel heel veel geld in komen. Overigens, het laatste bedrag wat u ziet staan in de slide is per woning ineens, dus dat klopt niet helemaal. Dat moet keer drie. Dus dat is oké. Dan had de heer Wichers Schreur gevraagd is het eigenlijk niet prijsopdrijvend? Nee, ik denk integendeel. Het feit dat wij in principe dus strak vasthouden aan een derde, een derde, een derde, heeft een prijsdrukkend effect. Als ontwikkelaars merken dat er eigenlijk niet van af te wijken is, dan wordt grond die eventueel van bestemming verandert naar wonen toe natuurlijk iets minder waard dan als wij daar niet strak aan vasthouden. En de verevening heeft ook een prijsdrukkend effect.
Kunnen wij met deze middelen sociaal bouwen? Als je een groot stuk land zou hebben, en dat komt niet voor in Laren, maar neem even Zuidpolder 2 in Eemnes, dan subsidiëren ook de vrijstaande woningen en de vrije sector woningen in het algemeen subsidiëren eigenlijk in de … gewoon de sociale huurwoningen. Dus er is een gemiddelde grondprijs, maar die is voor een vrije kavel bijvoorbeeld heel hoog. De grondprijs onder een sociale huurwoning is heel laag. En daarom is een rekenmodel beter dan een vast bedrag per woning. Maar het is wel iets ingewikkelder. Deze tool hebben wij zo geëvalueerd, dat stelt het ons in staat om grond te verwerven. Dat zou een woningcorporatie kunnen doen, eventueel de gemeente ook, daar gaat het eigenlijk niet om. Ook een derde partij. Waarop we dan 100 procent sociaal bijvoorbeeld ontwikkelen, of een combinatie tussen sociaal en midden duur, want daar is ook best veel behoefte aan. Als wij dat dan kunnen doen, en dan gaat het dus soms… Dan gaat het heel vaak om grond waar je de bestemming naar wonen toe verandert uiteraard. Hij heeft het locatieonderzoek gezien, u heeft daar wat van gevonden. Maar dat waren eigenlijk allemaal kavels die nu niet de bestemming bouwen hebben waar je een woning op kan bouwen.
En op dat moment is onze inschatting dat dit een heel effectief instrument gaat worden om ook daadwerkelijk die sociale en midden dure woningen te realiseren. De proof of the pudding is natuurlijk altijd in the eating. Dat is altijd zo. Maar als we dat zo benaderen, dan ziet dat er goed uit. En daar heeft het bureau natuurlijk ook naar gekeken. Dan nog de vraag van de heer Van den Berg ten slotte. Particuliere sociale verhuur. Sociale huur is aan heel veel regels gebonden en ook heel veel administratieve verplichtingen. Dus in de praktijk heb je het heel snel over woningcorporaties, maar formeel moet je spreken over toegelaten instellingen. Daar hoort een vergunningplicht aan vast en men moet meedoen aan het woonverdeelsysteem. Woningnet, of dat heet tegenwoordig DAK. Maar in ieder geval het woonverdeelsysteem daar moet je wel aan meedoen. Want het gaat erom dat de wachtlijsten… Als je al die tijd al op een wachtlijst staat, dat er ook af en toe een woning voor je in de aanbieding komt. Tot zover mijn beantwoording. Ik weet niet of Huub nog aanvullingen heeft?
39
De heer De Jong: Ja, want de vraag van mijnheer Oomkes is nog niet beantwoord. U heeft gelijk. Wat daar staat, wat er op schrift staat, komt niet overeen met hetgeen ik hier gezegd heb. We hebben daar een achterhaalde opinie van een paar weken geleden staan. We hebben dat nader onderzocht en bekeken, en voor tot 405.000 euro kun je de regeling wel toepassen. Dus wat daar staat klopt niet. Wat ik vertelde is wel in overeenstemming met hetgeen zoals we er nu naar kijken. Vraag van de fractie van de VVD is nog. De systemen. Er zijn eigenlijk twee systemen. De ene is puur gebaseerd op aantallen tellen, dat doet de gemeente Eemnes. Hoeveel woningen mis je? Je bouwt 60 woningen vrije sector. Dan mis je 20 sociale huurwoningen, moet je dat afrekenen. Dat is makkelijk, heel transparant. Maar het doet eigenlijk geen recht aan een iets meer weging. Vrij-op-naamprijs is redelijk gemakkelijk en transparant nog wel te bekijken en te controleren. Want als u zegt je moet het aan de grondprijs relateren, die systemen ken ik niet. En het lijkt mij best ingewikkeld, want wat is de grondprijs? Moeten wij dan de grondprijs, of is dat de grondprijs waarvoor diegene het heeft gekocht? Heeft hij het heel dom ingekocht, of juist heel duur? Kan ook. Misschien zijn er systemen, maar ik ken ze niet. Nu had u nog twee andere vragen gesteld, maar die weet ik niet meer.
De voorzitter: Ik wil naar de laatste ronde, mijnheer Hurink wilde heel graag een vraag stellen. Dus ik wilde eigenlijk afsluiten met elke fractie nog een vraag en dan ronden we af. Dit is gewoon een technische sessie, er wordt niks politiek besloten en u hoeft nog helemaal geen mening te hebben over het vereveningsfonds. Dat komt allemaal nog later terug. Dit is puur bedoeld om u ook mee te nemen, maar ook juist om het college en daarmee de ambtenaren scherp te krijgen van wat begrijpt u nu niet? Of hoe zit dit dan? Daar is deze sessie voor bedoeld, dus er komt geen politiek oordeel. Is nu helemaal niet nodig. Mijnheer Hurink. De heer Hurink: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik ben geen wiskundige hoor, maar het vereveningsfonds is daarvoor wat we niet bouwen, toch? Dat je dat kan afkopen. Nu haalt u net het voorbeeld aan Eemnes aan. 60 woningen, dat hadden er 20, 20, 20 moeten zijn. Dus van die 60 woningen koop je er 20 af. Dat is een rekenfout, want je bouwt namelijk 30 woningen hoog segment, 30 middensegment. En wat je dan niet bouwt is 30 sociale woningen, dus je moet er 30 afrekenen in plaats van 20. De voorzitter: Goed, uw opmerking is duidelijk. Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, ook nog een vraag die misschien meer meegenomen moet worden.
We hebben het in het voortraject ook wel eens over gehad, stel dat er twee eigenaren zijn met grond en op de ene plek bouw je wat meer de duurdere kant en op de andere plek alleen de goedkope kant. Maar in de verhoudingen kom je dan wel op fiftyfifty. Dus fifty sociaal en fifty duur. Zijn dat manieren die ook in de rekensom voorkomen? Of moet het allemaal echt op een plek zijn? De heer De Jong: Als die twee eigenaren er samen uitkomen, zeggen wij gaan het samen regelen, is fantastisch. Hoeft niemand zich ergens mee te bemoeien, want dan kijken wij gewoon naar totaal. Dat is programmatisch verevenen. Als zij er niet uitkomen, dan moet de één betalen en dan gaan we dat geld bij wijze van spreken aan de ander geven, in uw voorbeeld. Maar als zij samenwerken, zeggen wij hebben hier twee plekken en gezamenlijk is een derde, een derde, een derde. En wij regelen het met elkaar, dan is dat ook goed. De voorzitter: Dat is ook eerder afgesproken in de woonvisie.
40
De heer Van den Berg: Ja, maar ik vroeg me net… Ik maakte even het verschil tussen 50-50, omdat dat verschil van midden, duur allemaal een beetje ingewikkeld ligt. Stel dat iemand gewoon zegt ik bouw de helft duur en de andere helft sociaal. … sociaal. De voorzitter: De heer Rood. De heer Rood: Heel flauw gezegd voldoet hij dan niet aan de woonvisie. Maar dan komen we echt wel even bij u op de lijn om te informeren hoe u daarnaar kijkt. De voorzitter: Ik zei elke fractie dus nog een vraag. Dus die twee fracties zijn geweest. VVD nog een laatste vraag, alleen een vraag. De heer Westendorp. De heer Westendorp: Mijn vraag heeft te maken met het feit of jullie ook nog even heel goed willen kijken naar de definities die gesteld zijn en de bewoordingen, want de woorden en begrippen als sociale huur, koop en betaalbare woningen worden door elkaar gebruikt in het stuk. Dat is erg verwarrend. Maar ik snap ook dat dat in deze fase nog gebeurt, maar ik denk dat dat wel een aandachtspunt is. En gerelateerd aan dat punt is dat er een van die definities zegt eigenlijk dat wij hebben dit vereveningsfonds om sociale woningbouw te stimuleren. Volgens mij is dat niet zo, want we hebben een coalitieakkoord en ambitie om sociale woningbouw te voldoen een derde, een derde en een derde. Dat is waar we voor gaan. Dat is de stimulans.
Dit vereveningsfonds is het middel, dus dat maakt het flexibel en haalbaar. Dus ik zou daar ook echt wel even goed naar kijken. Dat wilde ik nog meegeven. Het laatste, en dat is geen vraag, maar ik hoorde de opmerking we komen nog volgende maand terug en dan kunnen we het in de raad op de agenda zetten. Ik heb het gevoel dat er nog een andere sessie tussendoor moet komen waarbij dit een stuk verder is gebracht en dat we echt die discussie ook aangaan gewoon even op de systematiek. Dus dat we een avond hebben dat we kijken inderdaad gaat het over één woning? Gaat het over zes of over tien? Wat doen we met die vrij-op-naamprijs? Wat zijn de alternatieven? Dat kunnen we allemaal wel individueel gaan doen, maar dan wordt het geen goede concrete discussie in de raad, vrees ik. Dus ik denk dat we een... Nou ja, ik geef het even mee ter overdenking, wat is de juiste volgende stap? Ik denk dat het iets meer aandacht verdient. De voorzitter: Helder, dan nemen we ook het antwoord mee in dat voorstel, als u daarmee kunt instemmen met de vraag van mijnheer Hurink. Want je kunt wel tig veel rekenmodellen gaan vragen hoe zit dit, hoe zit dat? Maar dat is beter om in zo'n sessie te doen. Ik ga nu naar Groen Laren. Heeft u nog een laatste vraag? De heer…: Absoluut.
En die vraag is hoe gaat dit verder nadat we hier technisch uit zijn gekomen? Wat is het tijdspad voor de bespreking van de echte werkelijkheid? De voorzitter: Helder. Komen we zo op terug. Mevrouw Timmerman? Of mijnheer Oomkes? Nee? Eén van de twee. De heer Oomkes: Heel simpele vraag, wat is er tot nu toe gebeurd? Is er tot nu toe afgedragen? Is er ooit iets gecompenseerd? La Gare? Rosa Spier? Rabo? Is er een potje? De voorzitter: Er is nu geen vereveningsfonds, dus dat geldt nu niet. Je kunt moeilijk met terugwerkende kracht iets gaan doen.
41
De heer Oomkes: Dus die zijn goed weggekomen? De voorzitter: Dat was toen een ander beleid. Mevrouw Berghorst, nog behoefte? Nee. Goed. Dan gaan we naar de laatste beantwoording en ronden we af met het proces. De heer Rood: De suggestie van de heer Westendorp neem ik graag over. Klopt. Het is geen doel op zich, het is een middel. Dus dat kunnen we aanpassen. Het tijdpad na nu? Daar zijn wat suggesties over. Voor deze avond was het idee dat wij in juni, voor de beraadslaging in juni, in de commissie een definitief raadsvoorstel hadden. Als u nog een sessie tussendoor wenst, dan is dat zeker mogelijk. Ik zeg daar ook helemaal niet dat dat niet nuttig is, maar dan schuift het natuurlijk wel door naar juli. Dat is het tijdpad. En wat is er tot nu toe gebeurd? Ja, we hadden geen vereveningsfonds, dus het was toch aandringen op samenwerking tussen partijen. U heeft in de memo kunnen aantreffen dat bijvoorbeeld, maar dat had u eerder al op het netvlies, dat partijen als … met Kromme Pad en Kloosterweg samen voldoen. En zo kan het natuurlijk ook in de toekomst. Dus daar is niks tegen. Vanaf nu. Maar financieel gaat het vereveningsfonds toch wel iets toevoegen. Ik denk niet dat we… Ik ben het eens dat we dat heel goed moeten doen. Maar ik denk dat het een spaarzaam ingezet middel kan blijven.
Want als ontwikkelaars, al dan niet in combinatie, gewoon kunnen voldoen aan de woonvisie, dan krijg je een mooie gemengde opbouw van het woningbestand. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan wij op verzoek, en ik zag al meerdere instemmende gezichten, nog een tussenliggende sessie organiseren. Dat laten we even aan de ambtelijke organisatie en het college over wanneer dat kan. En die afstemming zal plaatsvinden met de griffie. Ik denk dat we daar ook even in het presidium het beste op terug kunnen komen om te bepalen wanneer dat het beste kan. Want daar bespreken we immers ook de termijnagenda. En daarmee wil ik de beraadslaging beëindigen. Dank voor alle technische vragen, dank voor alle toelichtingen en de presentatie. We zijn zeer benieuwd wat daar allemaal uitkomt. En dan gaan wij in de volgende maand, neem ik aan, dat die sessie zal plaatsvinden hier verder over praten. Ik sluit het agendapunt af. 12. Grondexploitaties Ligweide, Harmen Vosweg en Eemnesserweg De voorzitter: Dan gaan wij nog naar een laatste inhoudelijk punt, en dat betreft de grondexploitaties Ligweide, Harmen Vosweg en Eemnesserweg. Daarvoor is over een aantal geheime stukken ook ter inzage gelegd. Dus ik neem aan dat u daar uw informatie hebt opgehaald. Daar mag u overigens hier niks over zeggen, even voor de goede orde. Maar u mag wel in het algemeen natuurlijk nog aangeven wat u hiermee wilt.
Ik stel voor dat we dat in één termijn doen, gelet op de tijd. Het is al 22:55 uur geweest, dus dat moet volgens mij kunnen. Wie van u wil hier iets over zeggen? Mevrouw Timmerman. Mevrouw Timmerman: Dank u wel, voorzitter. Ik constateer dat de grex van de Harmen Vosweg, als ik het goed heb, kan worden afgesloten staat hierin. Kan dan ook de geheimhouding eraf? Ik heb daar steeds grote moeite mee, ook met de Eemnesserweg, de geheimhouding die erop ligt. Als zaken nog verkocht moeten worden en de grondprijzen nog moeten worden vastgesteld en van alles en nog wat, dan kan ik me heel goed voorstellen dat je zegt ja, daar moet de geheimhouding op. Maar ik denk dat onze inwoners best mogen weten wat zaken kosten en ook wat de sociale woningbouw ons kost. Het is geld van ons allemaal. Dus ik zou er eigenlijk voor willen pleiten om de geheimhouding er gewoon af te halen. De voorzitter: Helder. We horen zo het antwoord. Mijnheer Van den Berg. 42
De heer Van den Berg: Dank u wel, voorzitter. Ik haal alleen maar de tekst van het beslisvoorstel aan en dan wil ik eigenlijk nog een paar dingen herhalen. De grex van de Ligweide die sluit positief, maar dat was volgens mij al, dus dat is alleen maar mooi. Maar dan komen we bij de andere twee sociale projecten en daar sluiten ze niet positief. Maar ik vroeg me eigenlijk af, want het staat hier niet, of überhaupt een grondexploitatie op de sociale woningbouw positief kan draaien. Dat is eigenlijk een nog aan te scherpen vraag. En tegelijkertijd vond ik deze drie grondexploitaties eigenlijk wel mooi om eens misschien in de sessie waar de collega's net om vroegen door te lopen wat het effect zou zijn geweest als wij de rekenexercitie hadden toegepast op deze drie projecten. Omdat het eigenlijk alle drie projecten grond van de gemeente betrof. Dus dat wil ik eigenlijk meegeven als voorbeeld. En het beslisvoorstel is zoals het is. Ik denk dat we er weinig meer aan kunnen veranderen. Maar ik wil nog wel graag een antwoord op de vraag of er überhaupt sociale woningbouwplannen rendabel te maken zijn. De voorzitter: Anderen nog? Mijnheer Vos De heer Vos: Het lezende had ik een beetje een déjà vu dat we dit volgens mij al een keer eerder uitgebreid besproken hebben. Maar als daar grote verschillen zijn, zijn die dan ergens door te verklaren? Ik kan ze niet vinden.
De voorzitter: Anderen? Dit was een ronde, dus we doen niet nog een tweede ronde. Oké, dan. Er zijn dus eigenlijk een aantal vragen gesteld. Mijnheer Rood. De heer Rood: De geheimhouding, we gaan even goed onderzoeken of daar nog nadelen aan zouden zitten om die eraf te halen, maar zo niet, dan zullen we die eraf halen. Want u heeft gelijk, die grex is afgesloten, dus waarom zou je die dan nog geheim houden? Maar als er iets is wat ik nu niet overzie, dan hoort u dat. Anders gaat hij er gewoon af. Kun je sociale woningbouw, vroeg het CDA, überhaupt rendabel uitvoeren? Als het kleine projecten zijn, waarbij ook intensieve participatietrajecten en veel rekenen en tekenen nodig is, dan wordt het een lastig verhaal. We hebben in Laren ook te maken met compensatie als er bomen moeten wijken voor zo'n project, dus dat maakt het ook nog weer lastiger. Maar op gratis grond en in wat grotere aantallen kun je prima een positief sluitende grex maken. Alleen is de grond zelden gratis in Laren. Is het een idee om deze grex eens door het model te halen? Ja, met allerlei aannames kan dat, maar we moeten het denk ik niet te ingewikkeld maken. Dus we gaan eens kijken of dat wat op zou leveren of alleen nog maar meer verwarring teweegbrengt. Dan doen we het niet. Maar we gaan er wel even naar kijken naar deze suggestie.
En de vraag van de heer Vos is misschien een kolfje naar de hand van de heer De Jong. De heer De Jong: Het is wel een déjà vu, want u krijgt elk jaar die grexen. In het grondbeleid van de gemeente Laren staat dat we elk jaar de grex, grondexploitatie, van plannen moeten bijstellen. En zijn het grote verschillen? Nee. Als je de cijfers gewoon naast elkaar zet, zie je dat het graduele verschillen zijn. Positieve… Ligweide is iets positiever geworden, heel klein beetje. En de negatieve grondexploitaties bij de Harmen Vosweg en Eemnesserweg zijn iets minder negatief geworden. Maar allemaal niet grote bedragen. De voorzitter: Goed, duidelijk antwoord. Dank u wel. Ik hoor twee toezeggingen. Namelijk eentje over we komen erop terug als de geheimhouding eraf gehaald kan worden. Dat betekent dat dit een bespreekpunt moet worden in de raad, want dan horen wij voor de raadsvergadering nog hoe dit zit, of dat wel of niet kan. Want dan zou dat ook nog betekenen, maar dat moet u dan misschien ook maar even uitzoeken, of daar dan een apart besluitpunt voor moet worden gemaakt. Dat weet ik even niet zo snel. Maar ik verzoek u dan wel 43
even met de griffie te overleggen of het besluit nog moet worden aangepast en dat er dus een amendement voor moet komen. Dat is even dat punt. En dan heeft u aangegeven dat u wilt kijken of een sessie om deze exploitaties een keer door dat model te halen zinvol is. We hebben natuurlijk, volgens mij in januari dit jaar, nog een uitgebreide presentatie van dezelfde mijnheer De Jong gehad over hoe ziet zo’n grondexploitatie er nu uit? Dus dit zou dan een vervolg kunnen zijn. Misschien kan dat samen worden georganiseerd, maar dat zal ik even in het presidium verder doorspreken. Met die avond waar we dan toch ook die technische sessie doen over het vereveningsfonds. Dan kunnen we dit misschien ook nog even daaraan koppelen, want dat zijn volgens mij dezelfde woordvoerders volgens mij. Zullen we het zo afsluiten? Ja? Goed. Dan is dat het einde van agendapunt 12. 13. Rondvraag De voorzitter: En dan gaan we nog naar de rondvraag. Ik zie dat mijnheer Spaan over de Brink en de vijver vragen heeft genoemd, maar hij is er zelf niet. Doorschuiven? Oké. Dus daarvan is het verzoek van mijnheer Spaan om ze door te schuiven. Die komen de volgende keer aan de orde. Mevrouw Berghorst. Ga ik dan vanaf die kant zo langs. Mevrouw Berghorst: Dit betreft trouwens ook de Brinkvijver.
Wij hebben op de vorige vergadering gesuggereerd om op het talud van de Brinkvijver een veiligheidsmaatregel te nemen in geval van glijpartijen, valpartijen vooral van kleine kinderen, een afscheiding bij het water. Wij noemden dat toen een hekje. Toen heeft de wethouder gezegd nee, dat kan niet. Als je al denkt aan een afscheiding, dan kan dat alleen maar in de vorm van beplanting zijn. Nu dachten wij, wat je misschien zou kunnen doen is een combinatie maken van beplanting en begroeiing, bosjes en dergelijke, waarachter je dan een hekje kunt plaatsen. Een visueel bescheiden, fijnmazig hekje dat gemakkelijk aan het oog te onttrekken is door de beplanting, maar dat wel uit oogpunt van veiligheidseisen sterk is. En in feite zien wij dit als noodzakelijk om ongevallen te voorkomen. Ook omdat nu wordt overwogen of het mogelijk is om kennelijk op het talud wel bankjes, zitplaatsen aan te brengen. Waardoor je de mensen wel heel dicht bij het water brengt. En je zult aan veiligheid moeten denken. Dat is… De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik zat even naar de agenda te kijken, maar wij hebben toch nooit een open rondvraag aan het einde? In de gemeenteraad een open rondvraag? Oh nee, dit is een commissievergadering, sorry. Het wordt laat. De voorzitter: Dat is alvast een goed signaal, alvast vanwege de tijd misschien geen rondvraag meer heeft.
Dan gaan we langs bij Liberaal Laren? Nee, niet? Groen Laren? Ja. Mijnheer Vos? De heer Vos: Dat is niet mijn eigen vraag, maar u zegt de vraag van mijnheer Spaan doorschuiven. Maar als we dat doorschuiven dan hoeft het niet meer, want dan is alles verdroogd. De voorzitter: Maar het is op verzoek van mijnheer Spaan zelf. De heer Vos: Maar dat is wel een beetje gek. Zal ik ze dan maar stellen?
44
De voorzitter: Als u ze zelf wilt voorlezen, ik zal u niet stoppen. De heer Vos: Nee, dat weet ik. Maar de vragen van mijnheer Spaan zijn volgens mij wel van belang. En als je zegt die schuiven we een maandje door, dan hoeft het niet meer. Want de voorspellingen zijn niet bepaald dat het gaat plenzen de komende weken. En als ik even parafraseer waar mijnheer Spaan naar vraagt, is het mogelijk om een beetje te gaan sproeien daar? De voorzitter: Ja, helder. Dan, mijnheer Van den Berg? Omdat het zo lekker laat is. De heer Van den Berg: Daarom. Overigens denk ik wel dat de heer Spaan ook onlangs een operatie heeft gehad. Dus die is niet zomaar weggelopen. Laten we dat even met elkaar vaststellen. Maar de vraag, gaat de heer Vos de vragen nu overnemen van Democratisch Laren of niet? De voorzitter: Volgens mij heeft hij dat net gedaan. De heer Van den Berg: Nee. Alle vier? Alleen dat sproeien. Maar dan zou ik zeggen neem ze volgende keer mee. Maar nog even naar de vraag van mevrouw Berghorst ook. Ik hoor allemaal nieuwe dingen. Het project is klaar, dus ik vroeg me eigenlijk af of de wethouder in de beantwoording aan de collega’s ook kan meenemen of er nu opeens bankjes komen en of de inrichting nog weer aangepast moet worden? Want die vraag stelt Democratisch Laren ook. Wie gaat nu dat onderhoud en beheer doen? Dus ik ben even in verwarring.
Ik dacht dat het Brinkplan klaar was, maar het lijkt erop dat het niet klaar is. De voorzitter: Iedere fractie heeft nu de gelegenheid gehad om een rondvraag te stellen. Dus daarmee sluiten we het stellen van de vragen af. En dan krijgt de wethouder het woord. Ik verzoek hem dan om even een breder perspectief te geven over hoever is het met het Brinkplan gesteld? Wat komt er nog? En kunt u dan specifiek nog ingaan op het sproeien vanwege de droogte en de veiligheidsmaatregelen, et cetera? Ja, mijnheer Rood. De heer Rood: Dank u, voorzitter. Is het Brinkplan klaar? Nou, die rhododendron staat er nog met een Lianderkast daarin verstopt. Dus dat is niet klaar. Wat mij betreft komen er geen in beplanting verstopte hekjes. Dus daar ben ik geen fan van. En de vragen over het gas, et cetera, dat neemt collega Van Midden voor zijn rekening. Dank u wel. De voorzitter: Kunt u nog… Mijn verzoek was kunt u iets breder ingaan hoe zit het met meubilair en dat soort dingen? Is het plan af? Want dat werd net gevraagd. Anders moet ik namelijk een tweede ronde doen, en dat lijkt me niet de bedoeling. De heer Rood: De aanleg van de natuurlijke vijver en wat daaruit voortkwam, verplaatsen monument et cetera, dat is afgerond. Dus dat is wat het is. Wij zijn ook nog in bredere zin aan het kijken, daar zijn eigenlijk ongeveer alle collegeleden bij betrokken, hoe de portefeuilleverdeling is.
Zijn we aan het kijken hoe kunnen we het centrum van Laren visueel en qua beleving aantrekkelijker maken. Dus het kan best zijn dat er in dat kader nog dingen gebeuren op de Brink. Maar de natuurlijke vijver, dat was dit, met uitzondering die ik noemde van die Liander-kast. Dank u wel.
45
De voorzitter: U schoof de beantwoording door naar mijnheer Van Midden voor het besproeien van de zijkanten omdat het anders zo droog is. Mijnheer Van Midden, horen we u toch nog vanavond even praten. De heer Van Midden: Ja, heel goed. Fijn dat u mij even de gelegenheid geeft, mijnheer de voorzitter, om de vragen van de heer Spaan te beantwoorden. Ik pak al zijn vragen maar meteen mee, dan zijn we daarvan af ook, om het maar even zo te zeggen. Niet onvriendelijk bedoeld richting de heer Spaan. Maar dan hebben we in ieder geval dat antwoord gegeven. De heer Spaan vraagt allereerst of de omschreven situatie bekend is, een situatie van grote droogte. En onkruid in de steentjes. De situatie is bekend. Het is droog. Voor het gras zelf heeft dat niet zoveel effect. Het groeit wel wat minder snel omdat het droog is, maar op het moment dat het weer wat natter wordt, gaat het weer groeien. De onkruiden tussen de steentjes waar de heer Spaan zich zorgen over maakt, die worden door de aannemer verwijderd. Het doorfietsen en lopen op de ingezaaide stukken is gedrag dat moeilijk te sturen is. Maar we gaan kijken of we misschien aanvullende, tijdelijke maatregelen kunnen treffen om ervoor te zorgen dat het gras ongehinderd kan groeien. De plantjes en het sproeien ervan worden in de gaten gehouden door degene die de vijver heeft aangelegd.
De heer Spaan vraagt hoe de vervolg-aanpak op korte termijn zal worden. En dan gaat het even over het grasveld van de Brink als geheel. Door het intensieve gebruik van de Brink heeft het grasveld meer onderhoud nodig dan een regulier gazon. Dat geven we ook. Om het gazon goed en gezond te houden, zijn daarom extra werkwijzen nodig. Het stoppen van evenementen is eigenlijk de enige werkende oplossing om het gras continu intact te houden. Maar dat is niet wenselijk, omdat we ook willen dat er op gezette tijden evenementen plaatsvinden. Bij de planning wordt er wel rekening mee gehouden dat het gras steeds tijdig herstelt vóór een nieuw evenement geplaatst wordt. Maar het blijft een feit dat het niet bevorderlijk is voor het gras en dat het gras er toch steeds weer slechter uitkomt. De heer Spaan vraagt zich ook af wat de reden is om het waterpeil te verhogen. Volgens mij verhoogt het waterpeil niet. Het peil van de vijver zal door invloed van grondwater en regenwater fluctueren. Daar is de vijver op ontworpen. Dat is gewoon een natuurlijk proces. Tot slot vraagt de heer Spaan wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van de Brink en de vijver. Het onderhoud van de Brink en de vijver is verdeeld over de aannemer die de vijver heeft aangepast en de BEL-Combinatie. Voor het komende jaar is het onderhoud van de vijver nog voor de uitvoerend aannemer.
Die zorgt ervoor dat ook de plantjes tijdig water krijgen. Daarna wordt het onderhoud overgedragen aan de BEL-Combinatie. De Brink zelf wordt door de BEL-Combinatie onderhouden. Volgens mij heb ik hiermee de vragen van de heer Spaan beantwoord. De voorzitter: Ja, dank u wel, mijnheer Van Midden. 14. Sluiting De voorzitter: Dan sluit ik de vergadering. En dan wens ik u een wel thuis.
46