Transcript Commissie Maatschappij & Financien 16.04.2025
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN FINANCIËN VAN GEMEENTE LAREN d.d. 16 april 2025
1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Goedenavond allemaal. Welkom bij de commissie Maatschappij en Financiën van deze het is vandaag de 16e april 2023, 25. Ik loop een beetje achter in de tijd. Aanwezig in deze vergadering zijn voor Larens Behoud Thijmen Jacobse en Bas Holshuijsen. Voor de VVD Desirée Niekus en Stef Merckx. D66 Ellen Van Dorst en Jim Juffermans. Liberaal Laren is vertegenwoordigd door Evert De Jong. Groen Laren door Andreas Grunwald en Ben Wichers-Schreur. CDA door Jolanda Graafsma en Jan-Huug Lobregt. En vanuit het college zijn aanwezig burgemeester Nanning Mol en de wethouders Van Midden en De Groot. Afwezig is de voorzitter Erwin Van den Berg. Daarom zit ik hier. Mijn naam is Eric Hurink. Ik heb een vraag. Als u het woord neemt of het woord wil in de vergadering, zou u dat via mij willen doen? Dit in verband onder meer vanwege de livestream, zodat de luisteraars thuis ook weten wie er aan het woord is. Verder een welkom aan de mensen op de tribune en een welkom aan een aantal presentatoren die wij vandaag hebben en daar komen we zo meteen bij. Kan ik de agenda vaststellen zoals die er nu ligt? Ja? En dan is dat hierbij gedaan.
2.
Presentatie crisisbeheersing “Hoe is het voor Laren georganiseerd” De voorzitter: Dan gaan we naar punt twee: de presentatie crisisbeheersing van “Hoe is het voor Laren georganiseerd?” Aanwezig voor deze presentatie zijn mevrouw Hildemarie Schippers van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Kaya Van Bachum beleidsmedewerker crisisbeheersing en OOV. Voordat ik u het woord ga geven, kreeg ik het verzoek van onze burgemeester en laten we er maar gebruik van maken nu die er nog is, dat hij een inleiding kon doen. De heer Mol: Voorzitter, dank. En heel kort, want ik vind het als burgemeester echt een eer dat wij vandaag in ons midden hebben Hildemarie Schippers. Zij is de directeur crisisbeheersing van de Gooi en Vechtstreek en van Flevoland gezamenlijk. Wij zijn als Gooi niet een hele grote veiligheidsregio, maar samen met Flevoland hebben wij toch behoorlijk wat power onder de motorkap. En ik zit in diverse commissies, ook van het veiligheidsberaad en dan valt mij altijd weer op dat wij in dit gebied behoorlijk ver zijn in vergelijking met andere veiligheidsregio's. Wij zijn ons al een aantal jaren aan het voorbereiden op andere typen crisissen en rampen hè. Een crisis of een ramp heeft niet meer een begin en een eind wat duidelijk is met een brand of met een overstroming of met een vliegtuig wat neerstort. Ze zijn vager.
Ze kennen verschillende fases en we moeten, we hebben veel meer krachten nodig om zo'n crisis of een ramp te beheersen. Corona is een heel goed voorbeeld daarvan. Een pandemie die zich gewoon heel vreemdsoortig ontwikkelt. Sinds een jaar zijn we eigenlijk ook ons veel meer aan het voorbereiden op dreiging van buitenaf. Wijzes waarop buitenlandse mogendheden onze samenleving willen ontwrichten. We weten ook dat we met van alles inmiddels rekening houden als het gaat om alle geopolitieke spanningen. Die nieuwe impact nemen wij ook mee in onze voorbereiding op wat het betekent voor crisisbeheersing en rampenbestrijding en ook nog veel meer wat het betekent voor onze inwoners. Dus dat gaat ook aan bod komen. Dan vind ik het leuk om ook even aandacht te vragen voor Kaya Van Bachum. Want zij staat voor ons aan de lat om onze inwoners hier ook op voor te bereiden en jullie daar ook in mee te nemen. Daar hou ik het bij, voorzitter.
1
De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de dames en wie van de twee wil als eerste het woord? Inspreker 1: Ik ga beginnen, dank u wel. En ook dank burgemeester. Wat u vergeet te vertellen is dat u natuurlijk ook vanuit het bestuur van de veiligheidsregio de portefeuillehouder bent voor dit thema hè. Dus wat dat betreft werken we op crisisbeheersing regelmatig samen. Mijn naam is inderdaad Hildemarie Schippers. Wij hebben binnen de veiligheids… De voorzitter: Mag ik u vragen om iets dichter in de microfoon te praten? Inspreker 1: Schuif ik een beetje zo. De voorzitter: Dan bent u beter verstaanbaar. Inspreker 1: Zo beter? Ga het zo proberen. Kan die nog verschuiven? Kijk, nou helemaal goed. Binnen de veiligheidsregio zijn wij gewend dat de meeste van onze medewerkers wat wij noemen een koude functie hebben en een warme functie. En ik dacht ik licht dat toch even toe, want de veiligheidsregio is niet alleen crisisbeheersing, maar voor een heel groot deel natuurlijk ook de brandweer. En mijn koude functie is inderdaad directeur crisisbeheersing, waarbij ik leidinggeef aan de afdeling die zich voorbereid op rampen en crisis, die de regio's voorbereid op rampen en crisis. En de warme functie die ik daarnaast invul is tijdens een crisis dat ik kan optreden als operationeel leider of als leider COPI.
Daar kom ik zo nog even op terug als we iets uitleggen over opschaling hoe we dat doen. De vraag die mij was gesteld was om iets te vertellen over weerbaarheid, maar ook wat doen we nou eigenlijk bij crisisbeheersing. En daar zou ik eigenlijk mee willen beginnen. Want onze hoofdtaak zoals die staat beschreven in de wet veiligheidsregio's is het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crisis. Dus niet alleen maar er zijn als 112 wordt gebeld, maar ook aan de voorkant adviseren hoe voorkom je nou hè dus bij de brandweer hebben we het dan over het voorkomen van brandveiligheid. Bij crisisbeheersing gaat het vaak over grote evenementen waar we op adviseren of ruimtelijke ordeningsvraagstukken, omgevingsveiligheid. Dat soort onderwerpen. Je kan dat uit elkaar halen in een aantal hoofdonderwerpen. Het eerste is risico-inventarisatie en analyse. Dat we kijken wat gebeurt er nou eigenlijk in onze regio? Wat zijn de risico's waar wij ons op moeten voorbereiden? Denk aan risico's als overstromingen, stroomuitval, nou ja treinincidenten. Hier loopt natuurlijk even geen spoor, maar door Hilversum wel. Dus we kijken zeg maar voor alle voor de hele regio, wat kan er gebeuren? Hoe erg is dat? En hoe vertalen we dat in onze voorbereiding op incidenten? De tweede poot is dan inderdaad die voorbereiding en paraatheid. Dat gaat over zorgen dat de crisisorganisatie er is.
Dat er een regionaal crisisplan is waar en we beschrijven wie welke rol heeft tijdens een crisis. Welke rol ligt er bij de veiligheidsregio? Wat doet de brandweer? Wat doet de politie? Welke bevoegdheden horen daarbij? Hoe schalen we op? Nou al dat soort vraagstukken staan beschreven in het regionaal crisisplan. We zijn op dit moment heel erg druk bezig met het inrichten van een veiligheidsinformatiecentrum waarbij we actueel de veiligheidssituatie in Midden-Nederland monitoren. We doen dat ook samen met Flevoland, maar ook met de veiligheidsregio Utrecht. Dan monitoren we dingen als het weer, het verkeer, wat gebeurt er, wat is de geopolitieke situatie? En als je dat allemaal bij elkaar optelt, wat betekent dat dan? Dus als we en een groot evenement hebben in de regio en er dreigt een demonstratie, het weer verandert, dan proberen we dat samen te pakken en te beoordelen wat betekent dat? Moeten we al op voorhand wat gaan doen? En we wachten dus niet alleen af tot iemand 112belt. We maken daar ook de planvorming bij. Dus we hebben voor allerlei scenario’s planvorming, zodat onze collega's als ze de straat op moeten even het plan erbij kunnen pakken. Waar moet ik ook alweer aan denken bij een 2
stroomstoring? Wie moet ik bellen? Wie kan ik om hulp vragen? Wie zijn er betrokken? Dan hebben we nog vakbekwaamheid hè. Zorgen dat we al onze crisisfunctionarissen opgeleid hebben, geoefend hebben, dat we er voldoende hebben, ook niet onbelangrijk en natuurlijk evalueren wij onze incidenten en oefeningen om te kijken wat ging er goed, wat kan er beter en wat nou ja, wat gaan we daar nog aan doen? En de laatste poot binnen crisisbeheersing is bevolkingszorg. En bevolkingszorg dat splitsen we eigenlijk uiteen in twee delen. Bij de veiligheidsregio doen we een stuk van de regionale inzet, dus dan gaat het over de planvorming voor bevolkingszorg. Dus dat is eigenlijk de gemeentelijke taak als het gaat om crisisbeheersing. Maar regionaal doen we voor alle gemeenten in Gooi en Vechtstreek een stuk planvorming, een stukje opleiden oefenen, nou ja voorbereiden daarop. En binnen de gemeente, en daar zal Kaya straks wat over vertellen, worden eigenlijk de lokale afspraken gemaakt en de lokale inzet gecoördineerd. Dit is een afdeling van een plaatje uit ons regionaal crisisplan. Dat is tijdens de laatste bestuursvergadering vastgesteld. Dat is het nieuwe crisisplan wat ingaat vanaf 2026 en we gebruiken de rest van dit jaar om dat te implementeren, om alle crisisfunctionarissen voor te bereiden op veranderingen die daarin staan.
En wat eigenlijk de grote verandering is vergeleken ons vorige crisisplan hè u bent wellicht bekend met de gripstructuur, dat is hoe wij opschalen bij grote incidenten. Dus GRIP-1 dan is er sprake van een gecoördineerde inzet van alle hulpdiensten samen. GRIP-2 dan hebben we niet alleen een brongebied, maar ook een effectgebied. Bij GRIP-3 dan hebben we een bestuurlijk team, een gemeentelijk team. En bij GRIP-4 dan is het gemeente overschrijdend en dan krijgen we een regionaal team. Dat is eigenlijk wat we al jaren hebben en doen. Dat houden we vast. Dus dat hebben we opnieuw beschreven en wat aangescherpt hier en daar. Maar het nieuwe element is hoe wij gaan inzetten op de dreigende en langdurige crisis en dat gaat eigenlijk ook over de nieuwe crisis waar we ons mee zien confronteert. En de eerste aanleiding daarvan was natuurlijk corona. Toen is er bijvoorbeeld ook opgeschaald naar GRIP-4 in het hele land. Alle veiligheidsregio's zijn toen opgeschaald. Burgemeester Bruls van Nijmegen heeft toen natuurlijk veel in het nieuws als voorzitter van het veiligheidsberaad nou ja daar ook over uitgelegd wat de rol van de veiligheidsregio dan is. Maar wat we gemerkt hebben is dat die crisisstructuur op dat moment minder van toepassing is. Het is een andersoortige crisis. We hebben niet binnen een half uur een besluit nodig of we iets gaan ontruimen omdat er een hele grote dreiging is.
We kunnen iets langer nadenken en dat is dan zeg maar de nieuwe wij noemen dat ook de slome crisis hè, een crisis die zich iets langzamer ontwikkelt dan een grote brand of een trein die ontspoort of een vliegtuig dat neerstort. In ons crisisplan hebben we nu daar een nieuwe structuur voor opgesteld. Een van de opdrachten die we vanuit het rijk na corona gekregen hebben is ook zorgt dat je als veiligheidsregio zo'n crisis zelf aankan. Dat konden we tijdens corona niet helemaal. We hebben toen best wel wat capaciteit ook in moeten huren om de crisisstructuur langdurig vol te kunnen houden. Daar zijn we nu op aan het investeren, mensen aan het opleiden, keuzes vooraf al te maken van als wij weer zo'n soort crisis krijgen welke keuzes maken we dan in onze eigen continuïteit? Wat doen we bijvoorbeeld even een poosje niet, zodat we daar voldoende capaciteit in kunnen steken? En we gaan dan een crisisteam formeren en een bestuurlijk afstemmingsoverleg organiseren. Anders dan bij GRIP-4 waarbij de bestuurlijke leiding dan in handen is van de voorzitter van de veiligheidsregio, de burgemeester van Hilversum, doen we dan een bestuurlijk afstemmingsoverleg waarbij burgemeesters hun eigen autonomie houden voor hun eigen gemeente. En dat is wel een belangrijk verschil ten opzichte van GRIP-4 voor een wat wij noemen flitscrisis waarbij mensen 112 gaan bellen.
Dat is dus echt een verandering. We doen dat in Gooi en Vechtstreek en Flevoland vergelijkbaar. In andere regio's worden ook dit soort structuren voorbereid. Soms net een beetje anders, maar eigenlijk wel ja dezelfde richting zeg maar. En daar doen we ervaring mee op. We gaan het ook evalueren. We gaan kijken hoe dat werkt. Nou ja en ook weer van andere regio's kijken hoe het daar gaat, zodat we daar uiteindelijk met elkaar beter van gaan worden. Ik zei net al iets over de opdracht van het rijk die we hebben gekregen om zo'n langdurige crisis zelf te kunnen bemensen. Naar aanleiding van 3
corona, maar ook bijvoorbeeld de opvang van vluchtelingen en de evaluatie van de wet veiligheidsregio's is gezegd dat de meeste veiligheidsregio's echt goed voorbereid zijn op die flitscrisis, maar die langdurige crisis niet en dat er dus versterking van crisisbeheersing nodig is. En we hebben daarvoor allemaal extra budget gekregen en wij hebben dat vertaald in een programma voor versterking van crisisbeheersing. Wat hier op dit plaatje staat dat zijn de drie pijlers van dat programma. Dat is landelijk vastgesteld. Er zijn landelijk ook doelen gesteld van waar moet elke veiligheidsregio nu aan voldoen om nou in de toekomst beter voorbereid te zijn op crisis? Dat zijn drie pijlers. Versterken, voorbereiding en paraatheid. Dat gaat heel erg over het crisisplan, leiding, coördinatie, planvorming. Echt die voorbereiding op allerlei typen crisis. De tweede pijler versterken van een weerbare samenleving. Dat is natuurlijk ook het actuele thema van zijn we wel voldoende voorbereid? Zijn mensen zelf voorbereid om ook de eerste dagen voor zichzelf te kunnen zorgen? De eerste dingen te kunnen doen? Zelfredzaamheid, samenredzaamheid zijn daar belangrijke onderdelen van. En de derde pijler gaat heel erg over het bevorderen van kwaliteit, opleiden, oefenen en ook kwaliteit, evalueren.
De gele vakken dat zijn eigenlijk de prioriteiten die we daarbij vorig jaar toen we met dit programma begonnen in het bestuur hebben gesteld. Dus daar is gezegd die gele vakken dat zijn de onderdelen waar we als eerste op gaan inzetten. En dan valt eigenlijk op dat we op dat moment heel erg de focus legden op voorbereiding en paraatheid. Nou dat heeft onder andere geresulteerd in het nieuwe crisisplan, maar dat we minder de focus op dat moment legden op versterken van een weerbare samenleving. En dan zie je dat we inmiddels daar heel erg op zijn ingehaald en dat dat thema veel meer nadruk vraagt en veel meer prioriteit vraagt. En dat is deze pijler twee hè dat thema weerbare samenleving. Dat gaat aan de ene kant om een stukje geopolitieke ontwikkelingen, waarbij ook bijvoorbeeld Rutte zijn speech heeft gehouden en gezegd heeft van zorg nou dat je als land en ook burgers zelf goed voorbereid zijn op oorlogsdreiging. Maar het gaat natuurlijk niet alleen over oorlogsdreiging. Het gaat ook over andere bedreigingen en verstoringen van de samenleving. Een grootschalige stroomuitval die kan komen omdat we gehackt worden door een buitenlandse mogendheid of door een groepje hackers die dat leuk vindt om dat te proberen.
Maar het kan ook gebeuren doordat er sprake is van netcongestie, omdat Stedin op dit moment ook laat weten en ook andere leveranciers van energie, dat ze het niet helemaal waar kunnen maken de komende jaren en dat ze zich daar zorgen over maken over uitval van stroom. Dus ook andere redenen zijn er waardoor er verstoring kan zijn van de samenleving. Overstromingen is ook natuurlijk een voorbeeld. We hebben het nog in Limburg gezien, maar ook in Valencia en in Ierland. Dus er zijn best wel voorbeelden waarbij we dat zien. En dan weerbaarheid en veerkracht zijn dan thema's die daarbij naar voren komen. Dat wordt landelijk heel groot opgepakt, maar dat is ook een rol voor de regio. Ook voor gemeenten zelf, maar ook voor andere crisispartners. En wat ook wel een belangrijke is, is natuurlijk de weerbaarheid van onze eigen organisatie. Dus dan gaat het zowel om de veiligheidsregio hè wij kijken hoe gaat het met ons continuïteitsplan? Kunnen wij in geval van een grote stroomuitval hoelang kunnen wij eigenlijk onze diensten blijven verlenen? Hoelang kan de brandweer dan blijven functioneren? Maar ook de crisisorganisatie.
Maar dat is waarschijnlijk ook wel een vraag voor de gemeente om eens te kijken ja hoelang kunnen wij op dat moment nog voortzetten zeg maar? Wat is ons doorzettingsvermogen? We hebben in maart een themabijeenkomst georganiseerd voor de besturen van de veiligheidsregio's. Daar waren een aantal sprekers om te duiden van wat zijn nou eigenlijk de dreigingen die op ons afkomen. Zowel vanuit Defensie als vanuit de NCTV en waren daar sprekers, maar ook onze buren van de veiligheidsregio Utrecht die ook al begonnen zijn met een programma op weerbaarheid om te vertellen waar kan je nou aan denken? En daarbij is door ons bestuur gezegd van goh crisisbeheersing, maar ook bevolkingszorg. Ga nou aan de slag met weerbaarheid. Zoek de samenwerking met gemeenten en met andere ketenpartners en kom met een voorstel. Wat wij op dit moment aan het doen zijn, is dat we dat aan het invullen zijn en dat we gaan kijken ook met het bestuur in juli van welke andere keuzes zullen wij dan gaan 4
maken in het totale programma van versterking crisisbeheersing. Want dat betekent dus toch een verschuiving van prioriteiten. We halen weerbaarheid naar voren en dat betekent wellicht dat we wat andere onderdelen wat naar achteren moeten gaan schuiven. De onderwerpen die we al aan het oppakken zijn op dit moment zijn risicocommunicatie. Dus dat gaat over nou de vertaling van landelijke communicatie naar de regio en naar gemeente. Binnenkort is er een overleg met de gemeente waarin we dat verder gaan oppakken om te kijken hoe verdelen we daarin de taken goed. We gaan aan de slag met het inrichten van lokale noodsteunpunten. In de media gaat het dan heel vaak over brandweerkazernes en dat zijn natuurlijk hele mooie en beschikbare locaties, maar het is vaak niet genoeg. Als je kijkt naar een wat grotere gemeente zoals nou Hilversum is natuurlijk een grote gemeente, één brandweerkazerne dat is natuurlijk echt niet genoeg om zo'n hele gemeente van informatie te kunnen voorzien als de stroom uitvalt en de communicatie uitvalt. Dus we gaan samen met gemeenten kijken hoe komen wij in de hele regio tot een dekkend netwerk van lokale punten. Daar kunnen we ook bibliotheken gebruiken, we kunnen buurthuizen gebruiken, daar gaan we naar op zoek. En we gaan aan de slag met netwerksamenwerking.
Wie zijn nu onze partners? Hoe nou ja, hoe zetten we die goed in? En hoe gaan we daar de samenwerking goed mee zoeken? Dat was wat voor mijn stukje van de presentatie Kaya, dus ik geef hem aan jou. Inspreker 2: Ik hoop dat jullie mij zo goed kunnen verstaan. Mijn naam is dus Kaya Van Bachum. Ik … Sorry. Mijn naam is Kaya Van Bachum. Ik ben medewerker voor team veiligheid en dan hou ik me voornamelijk bezig met een stukje crisisbeheersing. En waar zijn wij als gemeente eigenlijk voor verantwoordelijk bij crisisbeheersing? Dan hebben we een lijstje met taken voor ons en ik zal ze allemaal even kort benoemen. Dan hebben we publieke zorg. Daar gaan we het hebben over de opvang en verplaatsen van personen, maar ook van dieren. Denk daarbij aan de huisdieren voornamelijk. En het verzorgen van personen en dieren. Dus daar kan je denken aan de eerste levensbehoefte zoals warmte, eten, een dak boven je hoofd. Crisiscommunicatie ook een hele belangrijke. Daar doen we ook heel veel samen mee met de veiligheidsregio, maar wij hebben als gemeente natuurlijk ook onze eigen communicatieadviseurs die dag en nacht voor ons klaarstaan. We hebben omgevingszorg. Dan moet je denken aan het milieubeheer, ruimtebeheer en bouwbeheer. Nou bij een brand kan je bijvoorbeeld denken aan dat de constructieve veiligheid in het geding kan zijn en dat er bouw- en woningtoezicht moet komen.
Dus daar zijn wij als gemeente ook voor aan de land. Ondersteuning. Nou, dan hebben we ondersteuning over het verplaatsen van de persoon en dieren. Dus wij als gemeente regelen bijvoorbeeld vervoer. Ook de opvang en het verzorgen van de personen en van de dieren valt onder ons en ook ondersteuning daarbij valt onder ons als gemeente. Maar bij ondersteuning kun je ook denken aan het ondersteunen van de hulpdiensten. Dus bijvoorbeeld voor verkeersregelaars bij de politie. Nou van alles en nog wat. En een hele belangrijke voor de gemeente is de na fase. En dan hebben we het over zaken als bijvoorbeeld een stille tocht, over psychosociale hulp, over verantwoording naar de raad. Maar ook over landelijke afstemming, juridische afwikkeling. Dat is vaak voor de gemeente nog een veel langer traject dan waar mensen vaak over nadenken. En nog een allerlaatste is informatiemanagement. Is een hele belangrijke richting de personen in onze omgeving en in onze gemeente. Hebben we het over verwante informatie hè. Waar zijn mijn naasten? Ik kan ze niet bereiken na een grote brand of na een crisis. Maar ook over schade informatie. Stel meerdere woningen zijn beschadigd om ze goed te informeren over hoe zo'n traject nou gaat daar zijn we als gemeente ook voor verantwoordelijk. Nou deze is net al even door Hildemarie behandeld hè de gripsituatie.
Dus die kunnen we denk ik even overslaan met name voor de tijd. Om dan even een vertaling te maken van weerbaarheid, wat gebeurt er in de veiligheidsregio naar wat gebeurt er in Laren? Hildemarie noemde al zo eventjes de noodsteunpunten. Wij zijn op dit moment aan het uitzoeken wat de meest geschikte locaties zouden kunnen zijn voor Laren. Dus inderdaad denk ook aan buurthuizen en zorginstellingen, maar 5
ook aan de brandweerkazerne. Dus we zijn aan het uitzoeken wat kan en wat mogelijk is. Nou, het opzetten van risicocommunicatie. Daar zijn onze communicatiecollega's heel hard mee bezig. Hoe kunnen wij onze mensen bereiken ook als er geen stroom is? Of bijvoorbeeld telefoonverkeer ligt eruit. Een hele belangrijke daarbij is ook de denk vooruit campagne. Daar zijn wij als gemeente hebben we in lokale kranten in mei geloof ik een mooi stuk over hoe mensen zich kunnen voorbereiden in het Larens journaal. Even kijken, versterken van netwerken. We zijn op het moment ook ons netwerk in beeld aan het brengen, doen we samen met de collega's van maatschappelijke ontwikkeling. Die hebben een hele mooie sociale kaart, dus daar maken we ook gebruik van alle zorgpartijen in onze mooie gemeente. En met die gemeenten met die gemeentelijke partijen gaan we ook de gesprekken aan. Wat hebben jullie nodig? Waar kunnen wij jullie in ondersteunen? En waar kunnen jullie ons als gemeente ook in ondersteunen? En een belangrijke partij daarbij zijn ook onze BPV’s. En dan hebben we nog de … Buurtpreventievereniging. Excuus. En nog een belangrijk punt zijn het voorbereiden van onze gemeentelijke locaties. En dan hebben we het voornamelijk over dit kantoor. De toegang tot het kantoor op alle mogelijke momenten, maar ook door onze processen doorgang kunnen vinden.
Dus we zijn op dit moment bezig om te zorgen voor een noodgenerator, dus dat we voor een langere periode van tijd onze gemeentelijke processen kunnen laten doorgaan. Dus dat loopt. Het belang van oefenen en opleiden werd net al even benoemd. Zo hebben wij met de gemeente samen met Nanning als burgemeester en met onze privacy officer een oefening gedaan over cyber en dan voornamelijk over een cyberaanval of grootschalige storing. En er werd voornamelijk gelet op de samenwerking in de lokale driehoek. Dus dan hebben we het over de politie, de burgemeester en het openbaar ministerie en dan ambtelijke ondersteuning. Daar hebben we een hele mooie middag in geoefend hoe die processen nou precies te werk gaan, welke partners kunnen we aan tafel krijgen en hoe gaan we met elkaar dit soort crisissen opvangen? Dat was hem. Ik denk dat het momenteel misschien tijd is voor vragen? De voorzitter: Dat lijkt me een goed idee. Hele duidelijke presentatie. Maar misschien zijn er wel vragen, dus ik kijk even om mij heen. Mevrouw Van Dorst van D66 onder meer. Beginnen we daar. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag was waar u ook mee startte met u heeft inwoners geïnformeerd via het Larens journaal. Dat heb ik dan gemist. Dus ik zou het inderdaad wat breder willen vragen.
Worden mensen wat meer dan alleen in het Larens journaal, komen er ook bijvoorbeeld informatieavonden? Want ik denk dat het op dit moment best belangrijk is dat mensen gewoon weten wat er gebeurt. Inspreker 2: Nee, zeker. Het Larens journaal komt in mei, dus die komt er nog aan. Dus u heeft hem niet gemist. Hij ligt nog op de plank. Maar inderdaad, informatieavonden zijn ook zeker een hele goede. Als we meer echt concrete stappen hebben waarmee mensen zich kunnen voorbereiden, bijvoorbeeld zoals de noodsteunpunten, dan zullen we dat zeker inrichten ja. De voorzitter: Mevrouw Niekus van de VVD. Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Ik wil jullie in ieder geval bedanken voor deze uitgebreide presentatie. Dank daarvoor. Ik heb één korte vraag, misschien mijn collega straks nog één. De BPV’s die zijn even langsgekomen. Hebben jullie al eens kennisgemaakt met de BPV's? Dat je al een rondje maakt, zodat je niet gelijk invalt als er een crisis is.
6
Inspreker 2: Zeker. Mijn collega Jeroen De Vries die doet samen met mijn crisisbeheersing. Die heeft op wekelijks, maandelijks contact met de BPV 's en die zit ook bij elke vergaderingsavond of bij de meeste vergaderingen. Dus we hebben die contacten zeker wel. De voorzitter: De heer Merckx van de VVD. De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter. En dames, dank u wel voor deze heldere presentatie. Is natuurlijk een onderwerp dat plotseling na corona veel duidelijker is geworden, maar nu ook in de wat u noemt de geopolitieke situatie. Ik had even één vraag en dat is in alle communicatie die u heeft en onderling overleg, het woord Defensie ministerie van Defensie ontbreekt en daaraan moet ik dan ook denken van u heeft het over steunpunten. Steunpunt is één ding, maar wat is een veilig punt? Waar kunnen mensen schuilen? Ik denk dat dat ook een belangrijk onderdeel is. Er komt een communicatie over noodpakketten. Dat is bezig geweest. Begrijp ik nou goed dat daar verdere communicatie over weerbaarheid in het Larens journaal komt te staan, is dat de bedoeling? En dan hebben we ook nog een vraag over natuurlijk het feit dat we een gemeente zijn met nogal wat seniore inwoners. En hoe gaan die worden voorbereid? Want hen bereiken en benaderen is toch een iets anders dan de jonge generatie met een whatsappje en een TikTok en zo. Zelfs als die nog kunnen werken.
Dus dat is hoe gaat de gemeente hiermee om? En ik denk dat dat het dat het goed is om inderdaad die steunpunten zodra u die geïdentificeerd heeft die breed en wel te benoemen. Maar misschien is het niet alleen het benoemen, maar is het ook het oefenen met bewoners is een keer. Want het is niets belangrijkers is het zeg maar de geestelijke herinnering, maar ook de fysieke herinnering die belangrijk is voor mensen. Dank u wel. De voorzitter: Ik hoorde veel tips en één vraag hoe Defensie hierin staat. Inspreker 1: Wij hebben Defensie is bij ons in de veiligheidsregio betrokken binnen de afdeling crisisbeheersing hebben wij medewerkers die vast voor ons werken, fulltime voor ons werken en we hebben daarnaast een aantal ketenpartners, waaronder Defensie die ook medewerkers bij ons beschikbaar stelt. Dus ook de provincie bijvoorbeeld, maar ook Rijkswaterstaat, waterschap, die hebben medewerkers die dan een dag in de week bij ons binnen de afdeling werkzaam zijn en daarin ons ondersteunen. We hebben twee medewerkers van Defensie die twee tot drie dagen in de week bij ons werken, dus die zijn zeker betrokken. Defensie was ook aanwezig op de bestuurlijke themabijeenkomst om juist vanuit hun perspectief ook de noodzaak tot aandacht voor weerbaarheid te delen. En waarover we met hen in gesprek zijn is bijvoorbeeld host nation support.
Dus op het moment dat er ergens in het oosten van Europa, want dat is dan het meest waarschijnlijk, sprake is van een artikel 5 situatie, dan zal Nederland een doorvoerland zijn voor materieel en mensen. En dat wordt allemaal voorbereid, want dat gaat natuurlijk ook bij ons door de regio. Dus daar zijn we met Defensie vooral over in gesprek. Wat betekent dat? Hoe gaan wij ons daarop voorbereiden? En nou ja hoe gaan we daar dan mee om? Dus dat soort vraagstukken doen we zeker samen met Defensie. Wat we landelijk ook samen met Defensie doen vanuit de gezamenlijke veiligheidsregio's is het landelijk crisisplan militaire dreiging. Daar is dat onderdeel van. Dus dat wordt met name landelijk opgepakt door de veiligheidsregio's. Dus we zijn daar wel bij aangehaakt. Maar heel concreet hier als het gaat uw vraag over schuilen bijvoorbeeld, ja dat hebben wij op dit moment nog niet opgepakt. Dat is ook echt wel een lange termijn vraagstuk, want daar moet je dingen voor gaan bouwen, want dat hebben we eigenlijk niet meer nee. En de suggestie van oefenen met bewoners vind ik wel een hele mooie. Ja, die neem ik mee. De voorzitter: Mijnheer Merckx, u wou nog wat? 7
De heer Merckx: Het was u zei een aantal tips en één vraag, maar er zaten twee vragen in. Wat doen we met onze senioren inwoners inderdaad. Dat was ook een vraag. Inspreker 1: Ik zou nog wel één ding willen vertellen ook wat de GHOR doet, de geneeskundige hulpverlening. Collega's die zijn op dit moment in gesprek, die zijn themabijeenkomsten aan het organiseren in de regio met zorginstellingen om juist met zorginstellingen voor te bereiden op ook het vraagstuk van weerbaarheid. Dus dat speelt ook ja. Maar dat is vanuit de GGD. De voorzitter: Oké, dan kijk ik verder. Mijnheer De Jong niet. Mevrouw Graafsma niet. Mijnheer Lobregt niet. Mijnheer Grunwald van Groen Laren wel. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ik heb effe twee opmerkingen c.q. vragen. De eerste is ja als ik dat allemaal zo lees hoor en zie dan denk ik nou dat is goed geregeld. Ik hoef dus eigenlijk als burger verder niks te doen, behalve afwachten en doen wat me gezegd wordt als het zover is. Is dat de bedoeling? Als dat de bedoeling is of dan … Of als dat niet de bedoeling is, dan zou ik verwachten van ja goh dan wil ik dus eigenlijk toch wel nadere informatie en instructies hebben die ik bij mij in de meterkast hang bij wijze van spreken zoals dat dan gaat, zodat ik weet van als die sirene gaat of dit soort dingen oké nou dan dit en dat. En ja misschien ook terloops even daarbij vermeld ja het noodpakket.
Dus dat is in de landelijke pers voorbijgekomen, maar van de overheid direct naar de burger toe van nou je moet dit hebben of je moet dat doen en dat mis ik nog een beetje. Nou, een beetje advies. Het andere is dat u zegt over de weerbaarheid in Laren dat gesprekken met lokale partijen gevoerd moeten worden, onder andere de buurtpreventieverenigingen. Nou zijn we daar best wel trots op dat we als Laren dus een dekkend buurtpreventie gebeuren hebben op dit moment nog. Maar even meegeven, ik ben zelf bestuurslid van een van die buurtprovincie verenigingen. Dat is wel zo, maar de helft zijn wel een beetje op sterven na dood zo’n beetje. Daar moet u heel goed op letten dat die mogelijkheid niet weg loopt voordat het zover is. Dus ik denk dat daar even wat nodig is om met die club die dingen juist te bespreken zodat en ervoor te zorgen dat die verenigingen ook levensvatbaar blijven in die zin en daar niet zonder meer vanuit te gaan dat ze daar maar zijn en voor altijd blijven. Voor de rest dank voor de uitgebreide presentatie en succes ermee. Dank u wel. De voorzitter: Dan kijk ik nog even naar de laatste politieke partij. Nee? Dan wil ik de dames Schippers en Van Bachum hartelijk danken voor jullie presentatie en een fijne avond. 3.
Vaststelling van lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 19 maart 2025 De voorzitter: Dan komen wij bij agendapunt drie: het vaststellen van de lijst van adviezen en conclusie van de vergadering. Heeft iemand hier op- of aanmerkingen over? Nee? Niemand op- of aanmerkingen over de lijst van conclusies en adviezen?
4.
Mededelingen De voorzitter: Dan komen we bij punt vier de mededelingen. Mevrouw Niekus van de VVD. Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Even de mededeling over een magazine wat wij zouden krijgen met de sociale kaart. Ik heb gezocht tussen de krant en alles, maar ik heb hem nooit mogen ontvangen. Dat is toch wel jammer dat commissieleden van de M&F en raadsleden niet zo'n magazine gekregen hebben. Ik heb
8
gezien bij het Brinkhuis dat er nog eentje was, maar er waren eigenlijk te weinig. Dus dat is eigenlijk wel heel erg jammer dat wij dat niet hebben mogen ontvangen. Dat is één mededeling. De tweede is dat wij gisteren, was dat gisteren ja, de regiobijeenkomst van het sociaal domein was de heroverweging van de WMO. Er waren een aantal raadsleden aanwezig, onder andere van D66 en Liberaal Laren. Was een goede bijeenkomst. Er waren veel ambtenaren, waren veel wethouders aanwezig. Maar veel nieuws onder de zon hebben wij niet meegekregen. We zijn bijna 10 jaar bezig met het hele WMO-verhaal. Met de hoe heet het huishoudelijke hulp en alles, waar bijna 17,8 miljoen aan uitgegeven wordt in de regio, maar er komt eigenlijk niks nieuws bij. We zijn dus heel erg benieuwd naar het beleidsplan en de verordening die gaat komen en ik hoop dat er dan ook wat overbodige beleidskaders uitvallen. Niet te veel pamperen volgens mij. Het is mooi dat er inderdaad contracten zijn. Er waren heel veel contracten. Er wordt gehalveerd. Die boodschap hebben we gisteren meegekregen, dus daar zijn we heel blij mee. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wilt u daarop reageren, mijnheer De Groot? De heer De Groot: Over de WMO-bijeenkomst daar kan ik niks over zeggen, want ik was gisteravond bij de vergadering van Bijzonder Laren. Maar over de eerste opmerking, ja dat ga ik zeker navragen.
Want de bedoeling was dat dit huis en huis verspreid zou worden, dus dan is daar toch iets misgegaan. Dus dat wordt opgepakt. De voorzitter: Oké, dan kijk ik even verder. Aan de rechterzijde van mij niet. Aan de linkerzijde? Nee ook niet. Dan komen we bij de terug … Oh het college sorry. Natuurlijk. De belangrijkste mensen hier. Zeker. De nog anderhalve maand zijnde burgemeester van Laren. De heer Mol: Voorzitter, dank. Ik wil graag even gebruikmaken van dit agendapunt om een zorg weg te nemen. Er is gisteren namelijk een print screen rondgegaan van een vergunningaanvraag voor het plaatsen van de Klepperman op de Burgemeester van Nispen van Sevenaer. En dat klopt. Die is inderdaad digitaal gepubliceerd en dat had niet mogen gebeuren. Dat is een fout geweest. Er is ergens een vinkje aangeklikt en daardoor is daar een vergunningaanvraag gaan lopen wat eigenlijk gewoon bedoeld was als een locatieonderzoek. Wij hebben dus ook helemaal nog niet gekozen voor een plek voor de Klepperman Van Elleven het beeld en dat zullen we ook echt niet doen voordat we u daarover geïnformeerd hebben. Wat hebben we? We hebben een prachtig beeld. De Klepperman Van Elleven. Maar het is ook nog heel groot en heel zwaar. Dat betekent dat het niet overal geplaatst kan worden. Daar hebben verschillende vormen van burgerparticipatie plaatsgevonden.
Namelijk mensen hebben zelf actief een locatie aangedragen en wij hebben ook een uitvraag gedaan naar wat inwoners een geschikte plek zouden vinden. En wij hebben ook een klankbordgroep samengesteld van mensen van wie wij denken die hebben er verstand van waar zo'n beeld zou kunnen komen, waar ook de kunstenares van de Klepperman van Elleven Marjan Houtkamp zelf in zit. Nou, uit die hele bak zijn een aantal locaties gekomen die of heel geschikt worden geacht of waar inwoners heel enthousiast over zijn. Wat wij gaan doen is wij zijn op dit moment bezig met een locatieonderzoek. Want als je de Klepperman van Elleven ergens plaatst, dan moet er gewoon een fundering gestort worden. Daar mogen geen gekke leidingen liggen of boomwortels of hè dan gebeurt er nogal wat met de ondergrond als je de Klepperman ergens neerzet. Het is fijn als veel mensen het beeld kunnen zien en het moet ook een beetje tot zijn recht komen in de context. Dus als je het in een heel dicht beplant of bebouwde plek zet, ja dat ziet er ook dus dat moet je gewoon goed doen. Wij als college wachten vanuit de ambtelijke organisatie het locatieonderzoek af met een aantal adviezen. Wij zullen de gemeenteraad met de raadsinformatiebrief informeren over wat het gelopen proces is geweest en wat ons betreft de locaties zijn en daar nog een 9
voorkeurslocatie bij aan vinden. Het is een bevoegdheid van het college, maar ik denk dat u er prijs op stelt als wij tussen het verzenden van de raadsinformatiebrief en het nemen van het besluit even een cyclus laten zitten, zodat u de raadsinformatiebrief nog kunt agenderen voor een commissievergadering en wie weet ons daar nog van advies kan voorzien. Ik denk dat dat bij een beeld als de Klepperman met een zekere lokale statuur toch wel gepast is. Overigens is het ook zo dat er een plek is die met heel erg veel enthousiasme vanuit de inwoners is aangedragen. En ik heb zelf achter de schermen gezegd, als het uiteindelijk blijkt dat de Klepperman Van Elleven niet daar kan komen, dan moeten we ons er gezamenlijk voor inspannen dat er een ander mooi beeld komt. Want als inwoners zich zo hard voor maken voor een plek bij hun in de buurt die ze waar ze graag een beeld willen hebben, dan is dat ook voor ons allemaal een verrijking dat wij daar iets mee moeten kunnen doen. Voorzitter, dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Kijk ik naar de … Mijnheer Jacobse heeft een vraag hierover, denk ik. De heer Jacobse: Nee hoor, ik heb een idee. Het zou mij erg leuk lijken als onze huidige burgemeester de bereidheid heeft om het moment dat het beeld weer geplaatst en hersteld wordt, daarbij aanwezig te zijn en ons dat uit te reiken. De voorzitter: Dan kijk ik naar de overige collegeleden.
De heer De Groot. De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Ik heb een mededeling die ook bij R&I gedaan heb. Dat gaat over de Gooise school en de werkzaamheden van fase één van het integraal huis plan. Daar waren wat problemen om tijdelijke huisvesting te vinden en omdat het iets langer zou duren dan ja omdat ‘…’ bij de voorbereiding wat meer tijd nodig was, dus is er gezocht naar een plek om op andere scholen om de leerlingen onder te brengen. En dat is succesvol gebeurt. Dus dat betekent dat we in de eerste fase zonder kosten tijdelijke huisvesting kunnen ingaan. Dat vind ik, dat is … Dank. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Nee, er was hier wat onzekerheid. Misschien is dat een vraag aan de wethouder. Wordt hier gevraagd waar de kinderen ondergebracht worden. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer De Groot: Op verschillende scholen in de omgeving. Dus we hebben college De Brink twee klassen en dan weer bij de nou weet ik het al, ik weet het niet eens meer uit mijn hoofd. Maar in ieder geval bij verschillende Montessori School, Brinkhorst, allemaal leveren ze een bijdrage en dat vind ik heel mooi. Dat geeft ook de solidariteit mee en het feit dat ze allemaal willen meewerken aan een succesvolle gang van zaken. De voorzitter: De heer Holshuijsen heeft hierover nog een vraag. De heer Holshuijsen: Dank u, voorzitter.
Ik ben een beetje verbaasd, want ik dacht dat de Gooise school de eerste fase dat dat in de vakantie zou plaatsvinden en het was allemaal doorgerekend en een heel team zaten erop. Dus ik denk nou, Ik ben een beetje verbaasd dat die kinderen nu worden uitgesmeerd over allemaal scholen en ja hoelang gaat dat duren?
10
De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Een paar weken en paar weken rondom die vakantie om te kunnen voorbereiden om te zorgen dat die werkzaamheden ook daadwerkelijk in de vakantie afgerond kunnen worden. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Van Midden nog? Nee. 5.
Terug- en vooruitblik Regio-zaken De voorzitter: Dan komen we nu wel bij agendapunt vijf: terug-en vooruitblik van de regiozaken. En dan staan er een paar bullets bij mij bij de terugblik: gezondheid en ondersteuning, jeugd en onderwijs en werk en participatie. Mijnheer De Groot. De heer De Groot. Ja, ik denk één ding wat uw raad aan het hart gaat dat staat morgen op de agenda en het gaat over preventiehandhavingsplan voor drank en drugs. En daar is ook op uw verzoek vapen aan toegevoegd. Daar is nu een mooie startnotitie gemaakt. Wij gaan morgen hopelijk die in de regio met andere collega's vaststellen. Hij is gisteren in het college geweest en dat betekent dan dat die dan vrijgegeven wordt naar de raad toe. Ik kijk er erg naar uit om daar met u een mooie discussie over te hebben. De voorzitter: Kijk even rond. Mevrouw Van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Mag ik nog wat vragen voor… Dank u wel, voorzitter. Mag ik nog wat vragen over de vergaderingen morgen? En dat is over het Gooise nest. Daar worden een paar bedragen genoemd en kunnen wij daar ook mee akkoord gaan, bijvoorbeeld voor de hondenopvang, maar ook voor de vogelopvang? En dat is eigenlijk nooit ter sprake geweest. Is daar al iets bekend over? De voorzitter: De heer De Groot. De heer De Groot: Nee, volgens mij nog niet. Dus ik ga het morgen allemaal horen. De voorzitter: Kijk ik even verder rond.
Niemand? Dan gaan we naar de vooruitblik van de portefeuille overleggen. Mijnheer De Groot, heeft u hierover mededelingen? De heer De Groot: Die heb ik zojuist gedaan. De voorzitter: Oké.
6.
Meldingen Portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt zes: de meldingen voor de gemeenschappelijke regelingen. Ook gedaan. De heer De Groot: Ook gedaan. Bij deze. De voorzitter: Nou, dan gaan we zo hard door de agenda heen toch.
11
7.
Wijziging verordening inrichting antidiscriminatievoorziening De voorzitter: Agendapunt zeven: de wijziging verordening inrichting antidiscriminatievoorziening. Begin ik bij de commissie. Wie wil hierover het woord? Mevrouw De Graaf van het CDA. Mevrouw Graafsma: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Graafsma dank u wel. De voorzitter: Excuses. Mevrouw Graafsma: Ik had een korte vraag. Ik ben eigenlijk nieuwsgierig of die meldingen achteraf ook echt terechte meldingen zijn gebleken en hoe die verhoudingen zijn? Worden er veel onterechte meldingen gedaan? Is het altijd terecht? Dat kwam even in mijn hoofd op. En ik neem aan dat de kosten daarvoor dat die dekkend zijn en dat die betaald worden uit de bijdrage die de gemeente al levert aan de regio? Daar was ik nieuwsgierig naar. Dat waren mijn vragen. Dank u wel. De voorzitter: Kijk ik even verder. De heer Juffermans van D66. De heer Juffermans: Dank u wel, voorzitter. Ik heb begrepen dat het fysieke loket waar inwoners zich in verband met discriminatie kunnen melden dat het aan de gemeente is om te bepalen waar dat komt en het is een zodanige locatie dat direct aan de leefomgeving moet kunnen aansluiten. En heeft het college al een idee waar dat dan moet komen? Want als je dat in het BEL-kantoor gaat doen, dan is dat niet direct de leefomgeving voor Laren.
Ga je het in Brinkhuis plaatsen? Ga je het bij Versa Welzijn onderbrengen? Is daar een idee over? Dank u wel. De voorzitter: Kijk ik verder. De heer Jacobse van Larens Behoud. De heer Jacobse: Dank u wel, voorzitter. Ik stel de vraag namens onze fractievoorzitter, wat niet wil zeggen dat ik het zelf ook niet erg interessant vind. Wij horen nooit zoveel daarover of daarvan. Is er een circulaire? Zijn er, is er wel eens een vergadering? Is er een jaarvergadering? Zijn er stukken? Wij horen niet zoveel. Dus de vraag is eigenlijk hoe leeft dat en hoe komt dat bij ons? Behalve dat we er nu over praten. De voorzitter: En dan de heer Grunwald van Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb anderhalve vraag. En de eerste is dit gaat dus om de verordening in die zin, dus je schrijft eigenlijk voor waaraan een dergelijke regeling allemaal moet voldoen. Dat is prima, maar dat is nog niet het uitvoeringsverhaal. En de vraag is dus, de volledige vraag, of we ook over een uitvoeringsprotocol beschikken waarin al die dingen uitgewerkt zijn, zodat eventuele melders ook kunnen volgen op welke manier hun vraag of melding afgehandeld wordt? De halve vraag betreft … Even kijken, ben ik heel even kwijt. Maar doet niet toe, die is eerder gesteld. Dus dat komt wel daaruit. Dank u wel. Zover, voorzitter. De voorzitter: Dan geef ik graag het woord aan de heer De Groot.
De heer De Groot: Dank u, voorzitter. Dit gaat over de aanpassing van een regelgeving hè dus eigenlijk verder voor de rest verandert er niet veel, behalve dan dat er een aantal bepalingen aangepast zijn. Betekent ook dat op het gebied van de fysieke locatie of dat soort dingen ook niks verandert. Deze verordening die werkt en we 12
hebben gezien dat de afgelopen jaren zeg maar twee jaar geleden vijf meldingen, het jaar daarvoor daarna drie en afgelopen jaar weer zeven en die meldingen worden dan gedaan en die worden afgehandeld. En of dat terecht of niet is, ja dat is niet aan mij om te beoordelen. Daar is een onafhankelijke instantie voor om dat te beoordelen. Dus daar ga ik niet over. We betalen daar 4500 euro per jaar voor. Dat lijkt mij een goed bedrag voor zo'n mooie instelling. Dus en uiteraard zitten daar, maar dit stuk gaat dus eigenlijk alleen maar over de bepalingen. U vraagt eigenlijk veel meer dan waar dit stuk over gaat. Ik merk dat u interesse heeft om daar wat meer over te weten, dus ik denk dat het inderdaad wel aardig is om daar een jaarrapportage een keer op de agenda te zetten. En dan kunnen we wat dieper ingaan op de vragen die u stelt. Dus dat lijkt mij een wat bevredigde manier dan over een mutatie die ‘…’ te hebben en dan kan ik me ook op die dingen ook beter voorbereiden. De voorzitter: Dat noteer ik als een toezegging. De heer De Groot: Ja. De voorzitter: Verder nog iemand vragen? Mijnheer Juffersmans. D66. De heer Juffermans: Ik zou graag willen weten waar dat loket is. Ik heb een antidiscriminatie beleving verzoek. Waar moet ik mij fysiek melden? Waar is dat loket? Want u walst er een beetje overheen. Neem me niet kwalijk.
De voorzitter: Nou zeg, ik kan me voorstellen dat dat 14035 is. Maar misschien weet mijnheer De Groot meer. De heer Juffermans: Nee, een fysiek loket. Niet 035. De voorzitter: Er wordt op dit moment gegoogeld. De heer De Groot: Bij Burgemeester de Bordesstraat in Bussum. De voorzitter: Dat is dus niet in Laren, maar bij de regio. Nou is de regio niet zo groot. Je zou maar in Amsterdam wonen, dan heb je dezelfde afstanden. Kan ik het hierbij afsluiten? En kunnen we doorleiden naar de raad als hamerstuk? Ja, oké dan gebeurt dat hierbij. 8.
Zienswijze Begrotingswijziging 2025 BEL Combinatie De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt acht: de zienswijze begrotingswijziging 2025 van de BEL combinatie. Aanwezig portefeuillehouder Jan Van Midden en hij krijgt ambtelijke ondersteuning, hij gaat nu op dit moment zitten, Andreas De Graaf. Wie van de commissie wil hierover het woord? Ja, dan beginnen we bij het CDA. De heer Lobregt. De heer Lobregt: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Nou, nee hoor. Ik heb besloten even heel constructief in te gaan zitten. Er is eigenlijk niet zo heel veel aan de … Ja, er is niet zo heel veel aan de hand. Er is een ITproject wat misgaat. Nou ja, dat gebeurt wel eens vaker. Er zijn heel veel IT-projecten die misgaan in de praktijk. Het was ook aangekondigd dat het die we wisten al dat het IT-project was misgegaan, dus dat was ook niet nieuw. Er zijn mensen die dan verrast zijn dat er extra geld wordt gevraagd. Daar was ik niet over verrast dat er extra geld wordt gevraagd, want dat moet opgelost worden. Dus ja als je daardoor verrast 13
wordt, dat er extra geld naar IT-projecten gaat, nou ik heb wel eens grotere verrassingen gezien. Toch heb ik behoorlijk veel zorgen. Want wat we eigenlijk zien de afgelopen jaren is dat de BEL organisatie niet in controle is. We hebben veel verhalen gehoord over de acties die er zijn om de BEL organisatie wel in controle te krijgen. We hebben een tijdje geleden is mevrouw Robin Blom is hier geweest in de commissie. Die heeft een mooi project dat ging over synchronisatie van werkzaamheden en beleid en processen tussen de verschillende gemeentes. Uitstekend idee. Echter, het programmaplan moest goedgekeurd worden, maar was al in werking. En er zaten heel veel projectrisico’s in, dus het projectmanagement van dat project verdiende geen schoonheid. Dus ik hoop dat het project rondom het nieuwe IT-programma dat dat beter gemanaged wordt. Dan het project van mevrouw Blom rondom de synchronisatie van het proces en het beleid. Wordt nu om extra geld gevraagd.
Wat ik toch erg prettig zou vinden is dat we wat meer achtergrond krijgen als raad en dat we wat meer grip krijgen als raad op wat gebeurt er nu allemaal? Waarom is het project precies misgegaan? Wat ging er goed in het project voordat het misging? Wat ging er niet goed? En welke verbeteringen worden dan nu doorgevoerd om ervoor te zorgen dat we uiteindelijk tot een goed eindresultaat kunnen komen? En ik zou het erg op prijs stellen als de wethouder of als de projectleider hier in de commissie dat is eventjes zou komen uitleggen aan ons, zodat we een goed gevoel krijgen over dat het nu wel gaat lukken. Dus ik begrijp die extra inhuur die nodig is, maar daar zijn grote zorgen bij onze fractie over of dit en deze aanpak die niet transparant is richting ons als commissie, of die uiteindelijk tot een succes gaat leiden. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Jong van Liberaal Laren. De heer De Jong: Ik heb zelf in het verleden vele financiële pakketten geïmplementeerd in diverse organisaties, ook een behoorlijk aantal ERP- pakketten en het is een verstandige keus geweest om de implementatie niet per 1 januari van dit jaar te doen, want dat was waarschijnlijk op een ramp uitgelopen. Nou is ook wel gebleken in de organisatie dat er behoorlijk wat mensen verdwenen zijn, dat het huidige pakket niet optimaal functioneert.
Mijn stelregel is altijd alles moet op, een pakket moet goed op orde zijn waar je mee werkt voordat je naar een nieuw gaat. Want dan is het al lastig genoeg om het voor elkaar te krijgen. Op moment dat het huidige pakket ook door het ontbreken van een stuk kennis niet meer optimaal functioneert, wordt het een hele zware opgave. Niet onmogelijk, maar een toch gaan er dan dingen mis en wordt die implementatie heel erg lastig. Dus ja, ik hoop dat er voldoende mensen zijn om dit goed te begeleiden en om dit tot uitvoering te brengen. En ja dan zou het volgend jaar moeten gaan functioneren. Maar gooi in ieder geval niet weg wat je hebt. Ook niet op het moment dat je overgaat volgend jaar, want je moet dan toch kunnen terugvallen op het oude pakket indien het onverhoopt niet goed gaat. Wat ik mis in het verhaal, als dat dan volgend jaar goed functioneert, het is logisch dat je nu extra mensen inschakelt, want die heb je gewoon echt nodig om dit goed voor elkaar te krijgen. Maar op het moment dat je een goed pakket hebt waarin heel veel uitvoerend werk verdwijnt omdat dat pakket dat gaat doen, want dat is toch wel je gaat niet aan de stoker op de elektriciteit aanhouden, dus die heb je niet meer nodig en dan alle rapportages die nu op dit moment in het verleden gemaakt werden, nou daar gingen heel wat fte's werk in zitten.
Dat was een monsterklus om af en toe alle rapportages te leveren. Als het goed is in het nieuwe pakket komen die automatisch uit het pakket en betekent dus dat er nu ook in dit plan ook naar de BEL gecommuniceerd had moet worden prima om nu extra mensen in te huren, maar als dat dan goed functioneert heb je behoorlijk aantal mensen niet meer nodig in de toekomst. En dat missen wij toch in het verhaal. Want als je de zaken goed doordenkt, had je dit ook mee moeten nemen. Dus dat is voor mij nog niet een indicatie dat dit allemaal goed overdacht is waar men mee bezig is. We kunnen niet anders. Nou ja, je kan het oude houden en dat ook nog verbeteren, maar het is goed om toch iets nieuws te doen. Maar ja, wat mijn voorganger net ook zei we
14
wensen beter op hoogte gehouden te worden. Want op moment dat wij in het verleden onze Larense gemeenteraad gewoon de hele uitvoering niet meer zelfstandig doet maar naar de BEL overgebracht heb, hebben we gewoon heel veel controle op de organisatie verloren, omdat we daar niets meer over te zeggen hebben direct en ook niet meer direct invloed kunnen uitoefenen. En ja, dat vind ik al jaren een heel groot gemis dat we toch te veel op afstand staan als wethouder, als secretaris en als raadsleden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Jong. Kijk ik verder rechts op de tafel en dan zet de heer Merckx van de VVD zijn microfoon aan. De heer Merckx: Dank u wel, voorzitter. Er zijn al een tweetal dingen genoemd, maar ik wilde toch verder even ingaan op de zienswijze hier. Allereerst de allereerste paragraaf. Daar staan dat is ‘…’ voor mij. En ik. Er wordt gesproken over ontwikkelingen die noodzakelijk zijn, noodzaak van aangedragen lokale ontwikkelingen ten, het is allemaal niet te begrijpen. Ik zou graag weten wat voor ontwikkelingen van de economie, lokale ontwikkelingen in de veiligheid of ontwikkelingen in het budget van de BEL. Laten we eens gewoon, ik zal hier een punt maken voor Groen Laren, laten we eens beginnen met B1 taal te gaan gebruiken. Ik heb dit even door de ChatGPT gehaald en daar kwam toch een heel ander verhaal uit. Ja? Dank u wel.
Daarnaast is een ander punt en op 20 januari heeft BEL bestuur al een besluit genomen en op 26 april mag de gemeenteraad van Laren daar iets over gaan zeggen. Dus dat is vier, dat heeft er lang over overgedaan. Waarom is daar drie maanden voor nodig om tot een zienswijze te komen dat de raad over kan gaan beslissen? De heer De Jong zei het ook al even van hoe zit het eigenlijk dan met de controle van de raad en ik maak me daar ook zorgen over van wat is nou het budgetrecht van de raad in deze? We hebben al in de krant moeten lezen dat de gemeente Eemnes, de raad van Eemnes daar ook niet echt helemaal blij mee was. Maar hoe werkt de governance eigenlijk? Wie krijgt het budget van de BEL organisatie te zien en wie heeft daar een zeggenschap echt over? Want wij hobbelen er maar achteraan lijkt het op dit moment. En ik denk dat we daar serieus met zijn allen over na moeten denken of dit de manier is waarop we dit iedere keer achteraf deze ongevallen in de IT op moeten lossen. Want daar heeft natuurlijk de heer Lobregt wel gelijk in. Het is een enorm ongeluk wat hier weer plaatsvindt. En hij was misschien niet verrast, maar ik ben in ieder geval zwaar teleurgesteld dat het weer gebeurt. Want het is wederom geld wat uit een ander potje van de gemeente Laren moet komen om dit te herstellen. Dan staat er dat de totale kosten van inhuur en IT zo'n 982 duizend is voor 2025 en 2026.
Dan zijn de totale investeringen die worden voorzien voor 25/26 lopen af van 1,2 naar 700 duizend. Dat is hartstikke mooi. Maar waar zijn de verdiensten? Is ook al genoemd door de heer De Jong van wat krijgen we daarvoor terug? Ja, een nieuw financieel pakket. Maar waar zijn de besparingen? Wat is de terugverdientijd van het oude pakket ten opzichte van het nieuwe pakket? Ja, dat zijn denk ik dingen. Vervolgens wordt er in punt 20 een investering gevraagd voor het aanbesteden van de ICT. Hoeveel ICT-aanbestedingen moeten er nog gebeuren als er net een nieuw financieel pakket is aangekocht en dus we moeten eerst een investering doen in een ICT-aanbestedingssoftware vervolgens om dezelfde software weer te implementeren. Verwarrend. Graag uitleg. En dan mijn laatste punt voorzitter. Er wordt hier dus voor 1,2 miljoen, 1,3 miljoen aan geld uitgegeven, maar ik wil wel eens weten van wat is de nice to have, wat is een niet to have? Want hoeveel mensen werken er inmiddels al op de HR-afdeling? En is het echt nodig om een nieuwe recruiter en een adviseur en een pietje puk in te huren. Ik denk dat we hier de tering naar de nering moeten gaan zetten en dat er daar is wellicht lastige, maar noodzakelijke keuzes worden gemaakt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Dorst. D66.
15
Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. We hebben al heel veel inhoudelijke dingen gehoord van mijn voorgangers. Daar ben ik heel blij mee. Hoef ik ze niet te herhalen, want ook bij ons waren die zorgen. Wat wij wel jammer vinden is dat de bestuursvergaderingen inderdaad de verslagen daarvan zo laat binnenkomen. Pas geleden, ik weet niet meer hoe lang geleden jaar geleden, is besloten dat het besloten vergaderingen zouden moeten worden. Misschien moeten we daar eens een vraag over stellen of dat misschien anders kan, waardoor we wat meer te weten komen. En inderdaad het feit dat zo laat dit soort vragen komen. Want in februari hebben we het ook al meegemaakt dat er geld, dat er een budget nodig was waar de raad helemaal niet bij betrokken was. Dus dit is al de tweede keer. Dat zijn onze opmerken in eerste instantie. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dorst. De heer Jacobse van Larens Behoud. De heer Jacobse: Dank u wel, voorzitter. Ik ga daar even voor zitten. Toen ik eergisteren mijn jonge boompjes in de voortuin stond te sproeien, keek ik richting Eemnes en toen rookte het daar zo'n beetje boven die kant uit zo achter het nieuwe kruispunt. Dat bleek een raadsvergadering te zijn waar nogal het een en ander plaatsvond. Ik ga me daar weinig van aantrekken, maar het is het vermelden waard op zich.
In de eerste plaats, als je met een helikopterview naar dit verhaal kijkt en dan doe ik één stap achteruit, dan staan we op een soort kruispunt. We kijken richting een ravijnjaar. We weten in ieder geval zeker dat de trein van overheidsmiddelen de andere kant oprijdt. De hogere kosten van de BEL hebben we nu voor ons liggen, maar niemand kan ons garanderen dat er over half jaar niet weer een verhaal ligt. Daar past het woord bezuinigingen niet helemaal bij. Dat kunnen wij wel hopen. Misschien kunnen we er zelfs van dromen, maar dat lijkt me beetje ideëel. Maar dat mag de wethouder uitleggen. En wat gaat er dan nog gebeuren in de komende meicirculaire? Kortom, de ellende stapelt zich op en de vraag is wanneer houdt dat op? Nou, retorische vraag. Heb ik een hekel aan. Dus de vraag aan de wethouder, hoe zitten we erin? Wat hebben we nog te verwachten hoe spannend is wat wij nu gevraagd worden te accorderen en hoe ziet die situatie er volgend jaar uit? Dat is één. Twee. Ik heb een lijstje gemaakt wat kan. Dingen die kunnen. Dingen kunnen door omstandigheden zo zijn, door ontwikkelingen zo zijn, dingen kunnen verkeerd gaan. Maar wat nooit mag, is dat wij niet op de hoogte zijn van wat er gebeurt. De collega's hebben daar al links en rechts wat op aangetipt. Het kan niet zijn dat wij zo lang moeten wachten op stukken.
Het kan niet zijn dat woord besloten vergadering bevalt me al helemaal niet, want daar moet transparantie zijn. Het kan niet zijn dat uw raadsvoorzitter niet tijdig op de hoogte wordt gebracht. Ik ga, ik klap uit de school. We hebben gisteren een vrij intensieve fractievergadering gehad. Daar werden twee dingen vastgesteld. Eén: dat de suggestie van betalingen die wij moeten doen, bijvoorbeeld over het jaar 25, over het volle jaar gaan. Maar dat betreft het halve jaar, want dat hebben we helemaal niet gelopen met die transactie. Maar wat nog veel erger is en dat is een vraag en geen constatering, bij ons op tafel viel het woord budgetrecht van de raad en dat is een linke. Dat gaat over dat wij niet aan zet zijn. Dat gaat over dat alle stukken die wij krijgen en die ook uit de BEL komen waar ook weer op elke pagina staat dat de raad beslist en die stukken zouden dan op de een of andere manier omzeild worden doordat beslissingen genomen worden of in dit geval, gokje is een vraag, mensen al voorgetrokken ingezet worden en dat wij dan zo'n beetje achteraf of zijdelings te horen krijgen wat de bedoeling is. Daar moet de wethouder stevig op aanslaan, want dat is een lelijke tekst. Punt één het kan niet zo zijn. Maar wat veel belangrijker is, het mag niet zo zijn. Het ligt ook een beetje in de nieuwe structuur van de BEL.
Maar goed daar ga ik nu verder niet op in, dat staat in de stukken wat daar veranderd is en dat maakt onze raad iets verder weer op afstand. En het is al door de heer De Jong geroepen. Het is door de heer Merckx geroepen. Wij horen erbij. Wij zijn ervan. Wij zijn één van de drie raden. De BEL is van ons. Ik ben de BEL. De centen van de bel zijn