CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Maatschappij & Financiën 15 februari 2023

Commissie Maatschappij en Financiën 15 februari 2023, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda20.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Mag ik ons beginnen de commissie te bedanken voor alle waarderende woorden. En die zijn allemaal voor het adres van mevrouw Spekken die naast mij zit, want zij heeft het voorstel gedaan. En zij is ook de klachtencoördinator van de BEL. En ik kan u vertellen dat zij ook nog eens heel erg nauwgezet en nauwkeurig altijd te werk gaat, dus daar mogen we heel blij mee zijn. Het aantal klachten wat wordt ingediend over handelingen van de gemeente Laren is behoorlijk overzichtelijk, in het licht van het aantal handelingen wat we per jaar plegen. Daar mogen we om te beginnen heel blij mee zijn. Dat laat onverlet dat we natuurlijk elke dag ons best doen om onze inwoners naar tevredenheid te helpen en dat zij ook de ruimte moeten hebben om te klagen over de dingen die wij doen. En die klachten moeten we dus ook serieus nemen, want dat zijn voor ons signalen dat we dingen niet goed aanpakken en dat we dingen beter moeten doen. En van ingediende klachten leren we ook hoe we dingen anders moeten aanpakken. En de wijziging van deze klachtenregeling is daar een mooie uiting van. Namelijk als een inwoner een klacht heeft, dan is het niet de bedoeling dat die vervolgens in een procedure terechtkomt die vervolgens heel erg netjes

wordt afgehandeld, eindeloos wordt afgehandeld, in een procedure. En je eigenlijk aan het einde van de procedure tot de conclusie komt: hé, dit hadden we allemaal veel eerder kunnen oplossen. Dat had ons een procedure gescheeld en hadden we de inwoner veel eerder tevreden kunnen stellen. Dat is één. Ten tweede voelen mensen altijd een drempel naar de gemeente om iets te doen. Wij zijn toch best een soort anonieme derde, een gevel met een naam en een logo erop. En wat het voor mensen best intimiderend maakt om de stap naar de gemeente zetten. Dus op het moment dat mensen een klacht indienen, hebben ze vaak zelf al een aantal emotionele stappen doorgelopen. Daar moeten wij ook oog voor hebben. Dus dat er achter een klacht een mens schuilgaat is ook iets waar we ons heel erg van bewust zijn. Vandaar dat we eigenlijk een paar dingen hebben gedaan met deze klachtenregeling. Ten eerste hebben we gezegd: als er een klacht binnenkomt, moeten we gewoon zo snel mogelijk persoonlijk reageren. U geeft zo meteen, als u ermee akkoord gaat, akkoord erop dat wij binnen vijf werkdagen reageren op een klacht. En dan nemen we dus ook persoonlijk contact op. Dus als we een telefoonnummer hebben, dan bellen we gewoon. Natuurlijk is het altijd het beste om ook meteen een schriftelijke bevestiging te sturen. Omdat je hebt het nu eenmaal vastgelegd.

Maar als je eenmaal iemand gesproken hebt, dan weet je ook wat de schuil gaat achter de klacht. En wat mevrouw Spekken dan ook doet, is ook contact opnemen met de beleidsafdeling. Om te kijken: kan het probleem niet snel worden opgelost? Of kunnen we de inwoner niet op een andere manier helpen in plaats van dat we eindeloos in een procedure klem blijven zitten? Dus dat we ook echt de hulp zo snel mogelijk naar voren trekken. En wat een belangrijke toevoeging is, is het artikel waarin we eigenlijk zeggen: elke klacht gebruiken we ook weer om te leren, dus die gaan we ook weer evalueren. Wat kunnen we hiermee en wat moeten we in de toekomst anders doen? Nou, ik denk dat mevrouw Spekken zelf heel goed kan vertellen hoe zij en haar collega's binnen de BEL daarmee omgaan. En dan kan zij dat ook meteen gebruiken om een aantal technische vragen die zijn gesteld te beantwoorden. Laat ik in ieder geval op een paar ingaan. En dit heeft betrekking, deze klachtenregeling, heeft betrekking op de gemeente Laren, dat zijn wij dus, plus de ambtenaren in dienst van de gemeente Laren. Die zit daar. Maar het goede nieuws is: de klachtenregeling van de BEL is exact hetzelfde. Alleen een hoop zaken die wij uitvoeren binnen het sociaal domein of de inning van de belastingzaken vallen onder de gemeente Huizen.

En daar is dan de klachtenregeling van de gemeente Huizen, of die geldt dan voor die gemeenschappelijke regelingen van toepassing. Maar daar kan mevrouw Spekken misschien ook iets over vertellen. En ik vond het zelf eigenlijk toch wel een goeie oproep van de heer Wichers Schreur. Laten we ook in de communicatie rondom de nieuwe klachtenregeling ook heel helder aan onze inwoners uitleggen waar het wel en niet betrekking op heeft. Ik heb wel goed nieuws. Mocht nou bijvoorbeeld via deze klachtenregeling een klacht binnenkomen die ergens anders op betrekking heeft, niet deze regeling, dat weet ik zeker, en dat weet ik uit ervaring. Dat de BEL en mevrouw Spekken en haar collega's dan de klacht op de juiste plek onderbrengen, doorverwijzen of anders even bellen met elkaar, van: goede klacht, maar u doet uw beroep verkeerd. Maar wij gaan u helpen om het bij het juiste loket onder te brengen. Daar hebben wij ook ervaring mee. De voorzitter: Even een korte check. Heeft iedereen de vragen die u dacht dat die door de burgemeester beantwoord zouden worden beantwoord gekregen? Ja, nee, maar gaan nu het onderscheid maken tussen bestuurlijke antwoorden, en nu komen we op de technische antwoorden van mevrouw Spekken. Mevrouw Spekken: Oké, dat is goed. Ik ga de vragen even langs. Als ik iets vergeten ben, geef het vooral aan. Dan kom ik daar ook nog even op terug.

De voorzitter: Aan u het woord. Mevrouw Spekken: Ik begin met de meldingen openbare ruimte inderdaad, dat vond u een vreemde zin. En ik ga ervan uit dat de vraag: is waarom vallen die niet onder de klachtenregeling? Meldingen openbare ruimte gaan echt bijvoorbeeld over afval wat op straat staat, of een grasperk wat niet goed onderhouden is. De klachtenregeling gaat echt over gedragingen van de bestuursorganen en de medewerkers, of de mensen die onder de verantwoordelijkheid daarvan werkzaam zijn. Dus bijvoorbeeld als mensen niet teruggebeld worden

of als ze niet netjes te woord zijn gestaan. Als ze onjuiste informatie hebben ontvangen. Meldingen openbare ruimte is wel echt een aparte categorie. Soms is een melding openbare ruimte ook een klacht, en komt die ook bij ons terecht. Als mensen bijvoorbeeld ontevreden zijn over de manier waarop de MOR-melding beantwoord is. Het heeft bijvoorbeeld te lang geduurd of ze krijgen geen reactie. Dan kan het zijn dat wij ook de klachtenprocedure gaan volgen. Beantwoord dat de vraag voldoende? De voorzitter: Ik zie instemmend geknik. Dank u wel. Mevrouw Spekken: Vallen klachten over het sociaal domein, dus die bij maatschappelijke zaken HBEL worden ingediend, en de belastingsamenwerking niet onder deze klachtenregeling? Dat klopt inderdaad. De klachten over maatschappelijke HBEL worden door de klachtencoördinator van Huizen behandeld. En als het goed is wordt er daar ook in het jaarverslag aandacht aan besteed, aan die klachten. Dus dat loopt niet via de klachtenregeling van de gemeente Laren. En voor de belastingsamenwerking geldt dat ook, die klachten vallen niet onder de klachtenregeling van de gemeente Laren.

De voorzitter: Kan ik daaruit opmaken, mevrouw Spekken, dat zeg maar op onze website of in publicaties ook nadrukkelijk dit zo komt te staan? Dat klachtenregeling één hierover gaat en andere klachten op een andere manier? Mevrouw Spekken: Ja, in ieder geval voor maatschappelijke zaken HBEL staat daar al informatie over op de website en we publiceren ook één keer per jaar in een artikel in de huis-aan-huisbladen waarin informatie wordt gegeven over het indienen van een klacht. Dit artikel zal ook in de komende weken, we moeten nog even wachten op definitief akkoord vanuit Huizen, maar zal dat opnieuw geplaatst worden. Dus maatschappelijke zaken HBEL wordt expliciet benoemd. Maar inderdaad, die teksten op de website worden op dit moment in overleg met communicatie ook verbeterd. Dus dan zullen we inderdaad de belastingsamenwerking ook toevoegen. Ik vraag of dat toegevoegd kan worden aan communicatie. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Voorzitter, mag ik daar nog wat over vragen? Kan dat ook niet in deze klachtenregeling opgenomen worden? Dat dus dat anders loopt dan men hier zou kunnen lezen. Ik had die vraag ook, omdat het er niet duidelijk stond. Dat er dus bij gezegd kan worden dat sociale zaken Huizen, belastingen Huizen, dat soort informatie in deze klachtenregeling opgenomen kan worden. Mevrouw Spekken: Oh, op die manier.

We hadden ervoor kunnen kiezen om dat expliciet op te nemen, maar we hebben wel een uitzonderingsbepaling staat erin, waarin in het algemeen staat aangegeven, tenzij … dan moet ik hem even erbij pakken. Nou ja, als er een bijzondere klachtenregeling van toepassing is, dat deze klachtenregeling niet van toepassing is. Ik zou willen voorstellen dat wij in ieder geval in onze communicatie daar heel helder over zijn. Dus op de website, in het artikel. De voorzitter: En ik mag aannemen, mevrouw Spekken, dat als, nou, in het voorbeeld van mevrouw Van Dorst dan een algemene klacht die eigenlijk over belastingen of over het sociaal domein gaat maar bij u terechtkomt, dat u dan zorgt dat die klacht alsnog op de goede plek terecht komt? Mevrouw Spekken: Zeker. Ja, dat zullen we altijd doen. Wij hebben ook af en toe contact met de klachtencoördinator, bijvoorbeeld van Huizen. De voorzitter: Mijnheer de burgemeester, u had nog … De heer Mol: Even voor de scherpte. Ik snap het probleem. Alleen de klachtenregeling heeft betrekking op bestuursorgaan Laren. We kunnen niet in de klachtenregeling van bestuursorgaan Laren gaan opnemen waar mensen met een andere klacht terecht moeten. Dat moeten wij gewoon … De oproep is heel duidelijk en wij

moeten heel helder in de communicatie opnemen waar mensen terechtkunnen met klachten over belastingen of over het sociaal domein. De voorzitter: Ja, vandaar net dat ik aan mevrouw Spekken vroeg: op het moment dat de klacht eigenlijk op een verkeerde plek maar bij ons terechtkomt, maar eigenlijk in Huizen terecht had moeten komen, dan wordt dat doorgestuurd, danwel wordt de klachtensteller daarvan in kennis gesteld. Mevrouw Spekken: Jazeker, daar wordt altijd voor gezorgd dat het op de goede plek terugkomt. De voorzitter: De heer Lobregt. De heer Lobregt: Mag ik daar nog even op reageren? Want volgens mij, het is duidelijk waar deze klachtenregeling over gaat en dat moet ook in deze klachtenregeling staan. Maar ik denk dat het heel onduidelijk is voor welke klacht je nu aan welk loket terecht moet. En ik denk dat er dus een toelichting moet komen bij de klachtenregeling, of een toelichting op de website, waarop heel duidelijk staat voor welke klacht je waar terecht moet komen. En ik ben het hele moment eens dat het niet in deze klachtenregeling moet, maar dat moet wel een hele duidelijke toelichting zijn voor de burgers, van: waar moet ik nou precies met welke klachten, en wat voor soort klachten zijn er allemaal? Want het is wel behoorlijk gecompliceerd, vind ik zelf. Mevrouw Spekken: Ik denk dat … De voorzitter: Ho, ho, ho. We gaan niet zomaar een discussie beginnen.

Dit was nog een beantwoording van vragen. Ik stel voor, we hebben nog een tweede ronde, dat we even teruggaan naar de beantwoording van de vragen in het algemeen zoals die door de leden van deze commissie gesteld zijn. Heeft u nog het beeld, mevrouw Spekken, welke vragen nog openstaan? Mevrouw Spekken: Ja, en ik kan daar zo ook even op terugkomen, want er is ook een vraag gesteld over het verbeteren van de teksten op de website. Dus dan kan ik daar ook nog even op reageren. De volgende vraag die ik heb genoteerd is dat inderdaad de klachtbehandelaar in de meeste gevallen de meerdere in lijn is. Of dat niet iemand zou moeten zijn die een wat meer onafhankelijke rol heeft ten opzichte van de medewerker. Ja, ik denk zelf dat … In eerste instantie worden klachten echt zo oplossingsgericht mogelijk … Er wordt geprobeerd om mensen echt te horen, mensen willen graag gehoord worden, willen het gevoel hebben dat ze serieus worden genomen. En er wordt met de klager gekeken: kunnen we deze klacht oplossen? Ik denk zelf dat de leidinggevende, wat in veel gevallen de teamleider van een medewerker zal zijn, juist goed in staat is om met een klager te kijken of een klacht kan worden opgelost. Klagers hebben wel altijd de mogelijkheid om, als het niet lukt om het informeel op te lossen, om de klacht formeel te laten behandelen.

Dan is wel inderdaad de klachtbehandelaar de meerdere in lijn, maar daar zit de klachtencoördinator is daar ook bij betrokken die in die zin ook nog een wat meer neutrale rol heeft en er ook op toeziet dat die klachtbehandeling goed verloopt volgens de vereisten uit de wet en de klachtenregeling. En uiteindelijk is het dan aan het bestuursorgaan om een beslissing te nemen in de formele procedure op basis van een advies wat er ligt. Dus zit wel een stukje onafhankelijkheid wat dat betreft erin. De voorzitter: Ja. We gaan nu eerst gewoon toe naar alleen maar de beantwoording, want anders dan is het thuis niet meer te volgen, en hier ook niet. Mevrouw Spekken: Ga ik even verder. Even kijken. Dan de volgende vraag die ik genoteerd heb is de aard van de klachten, plusminus dertig stuks, die dan voor de BEL-combinatie en de drie gemeenten tegelijk binnenkomen. Daar wel even bijzeggen dat veel klachten ook onder de klachtenregeling van de BELcombinatie vallen, want als er geklaagd wordt over een medewerker in dienst van de BEL-combinatie, dan

wordt de klachtenregeling van de BEL-combinatie gevolgd. Die is vrijwel identiek aan die van Laren. Dat is wel even goed om te vermelden. De aard van de klachten worden altijd precies beschreven in het jaarverslag, wat ook jaarlijks wordt uitgebracht en gepubliceerd op de website. Maar dat zijn bijvoorbeeld klachten over … Wat wij bijvoorbeeld zien regelmatig, is dat mensen niet teruggebeld worden, geen reactie krijgen of ze worden bijvoorbeeld niet netjes … Ze vinden dat ze niet netjes te woord zijn gestaan. Dat zijn klachten die kunnen voorkomen en daarnaast zijn er soms specifiekere klachten. Ik heb dat nu niet paraat. Maar in het jaarverslag is in ieder geval na het lezen wat de aard van de klachten is geweest. De volgende vraag die ik heb genoteerd is inderdaad het belang van heldere manier van communiceren. Als dit als dit ook gepubliceerd wordt, en dan met name de aandacht voor de strekking ook van klachten. Waar kan nou precies over geklaagd worden inderdaad. Dat hoort dan denk ik ook bij: waar moet je dan zijn voor welke melding en welke klacht? Wij zijn ook op dit moment met communicatie in overleg om in ieder geval de tekst op de website helderder te maken. Dus wat we zouden kunnen doen is om nog even extra aandacht daaraan te besteden, of dat duidelijk kan worden omschreven.

Ja, waar kan nou precies over geklaagd worden en waar moet je zijn voor welke melding of welke klacht? De voorzitter: Meneer Lobregt, bent u tevreden met deze vraag, niet zijnde een klacht? De heer Lobregt: Nee, dat klopt. Misschien kunnen we een mooie beslisboom maken. Of keuzeboom. Mevrouw Spekken: We zijn in ieder geval wel aan het kijken inderdaad of we iets met iconen kunnen doen om het ook aanspreken te maken. Maar daar is communicatie nu ook naar aan het kijken, hoe we dat voor inwoners zo duidelijk mogelijk ook kunnen maken. De voorzitter: Goed. Mevrouw Spekken: Even kijken. De volgende vraag die ik genoteerd heb is dat er nu geen termijn is genoemd voor de ontvangstbevestiging, en dat bijvoorbeeld bij e-mails is het belangrijk dat er een ontvangstbevestiging danwel een leesbevestiging wordt verstuurd. Voor zover ik weet, wordt als er een e-mailtje naar één van de emailadressen van de gemeente wordt verstuurd, naar info@laren.nl in dit geval, wordt er sowieso een automatische ontvangstbevestiging verstuurd. Waarom wij dit niet hebben opgenomen? Wij hebben echt nu dit nieuwe termijn natuurlijk om binnen vijf werkdagen al het eerste contact te leggen met de klager. Dus dat is eigenlijk een hele belangrijke termijn. De ontvangstbevestiging willen we eigenlijk onverwijld gaan sturen, zo snel mogelijk. Maar het verschilt ook.

Als een klacht dus telefonisch binnenkomt dan kan het ook zijn dat dat de ontvangstbevestiging is. Dat die mondeling wordt gedaan, meteen met de klagen wordt besproken van wat er met de klacht gebeurt. En bij schriftelijke of klachten per email is het ook de bedoeling dat dat zo snel mogelijk gebeurt. Maar die termijn van vijf werkdagen is dus voor de klager belangrijk. Dat dat contact in ieder geval wordt gelegd. Verder had ik geen vragen genoteerd. Ik weet niet of ik iets gemist heb. De voorzitter: Nou, dan ga ik rondkijken. Want we hadden dadelijk al de burgemeester gehad met zijn beantwoording, nu hebben we uw beantwoording gehad. Dan ga ik gewoon iedereen afkijken. Heeft iedereen naar zijn of haar mening zijn of haar vraag beantwoord gekregen? Ik zie al duimen omhooggaan. Is er nog iets of iemand die vindt dat er nog een volgende vraag moet gesteld worden? Of een vraag onvoldoende is beantwoord? Mevrouw van Dorst. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ik heb een korte vraag, maar dat is waarschijnlijk mijn eigen onwetendheid. In hoofdstuk vijf wordt er gezegd: het verslag wordt nadat de gemeentelijke bestuursorganen hierover zijn geïnformeerd gepubliceerd op de gemeentelijke website. Gemeentelijke bestuursorganen. Wie zijn dat in dit geval?

Mevrouw Spekken: De burgemeester en het college worden erover geïnformeerd, maar ook de raad er. Ja, dat gaat met de raadsinformatiebrief. De voorzitter: Dan krijgen we een laatste nabrander van burgemeester Mol. De heer Mol: Nou, dat is eigenlijk wel goede vraag van mevrouw Van Dorst. Overigens nog even terugkomend op waar welke klacht moet worden ingediend. Ik denk dat we dat heel goed en begrijpelijk moeten publiceren. Het is natuurlijk wel overzichtelijk waar klachten uiteindelijk terechtkomen. Het is of bij de gemeente Laren of bij de gemeente Huizen. Maar wat waar terechtkomt, dat moeten we – daar ben ik het wel helemaal mee eens - dat moeten we heel goed communiceren. Het tweede is: u krijgt een jaarverslag van de commissie voor Bezwaar en Beroep, en u krijgt een jaarverslag van de klachtencoördinator. En we hebben vanavond in het presidium herbevestigd dat wij die actief agenderen voor de commissie, zodat u daar ook … Elk jaar doen we dat.

Zodat u vragen kunt stellen aan oftewel de klachtencoördinator van de commissie voor Bezwaar en Beroep, van: nou, wat heeft er dit jaar allemaal gespeeld? Wat zien we gebeuren? Hebben procedures iets met elkaar gemeen en wat kunnen we ervan leren? En wat moeten we zelf aanpassen in onze procedures of in houding en gedrag, om dat in de toekomst beter maken? Zo elk jaar een soort evaluatiemoment bewust in te bouwen voor ons gemeentebestuur om daar wat mee te doen. De voorzitter: Dan gaat er nog een vinger omhoog van mevrouw Niekus van de VVD. Aanvullende vragen? Mevrouw Niekus: De klachtenoverzicht vanuit de HBEL, vanuit Huizen over de belastingen en het sociaal domein, krijgen we daar ook een overzicht van? Want we hebben natuurlijk hier de klachten hier in Laren, maar ook die vanuit Huizen moeten dan ook een keer bij de raad zichtbaar zijn. Ten tweede wil ik nog even wijzen op dat we binnenkort één op de vijf demente ouderen hebben hier in Laren. En we praten heel makkelijk over mailtjes en we praten heel makkelijk over de website, maar er zijn zoveel mensen die dat allemaal niet lezen dus ik wil nog een keer benadrukt zeggen dat de telefoon hier vriendelijk opgenomen moet worden en niet alleen verwijzen naar de website. Dank u wel. De voorzitter: Dat laatste is een opmerking. Het eerste is nog een vraag.

Wie van u mag ik het woord geven om de aanvullende vraag van mevrouw Niekus … Mevrouw Spekken. Mevrouw Spekken: Volgens mij is dat inderdaad tot nu toe niet gebeurd, dat die overzichten worden verstrekt van maatschappelijke zaken HBEL en bijvoorbeeld de belastingsamenwerking. We zouden dat bijvoorbeeld bij het informeren over jaarverslag zouden we daar ook aandacht aan kunnen geven. Onder voorwaarde dat zij ook hun jaarverslag op dat moment dan uit hebben gebracht, dan kunnen we daar wat mij betreft ook over informeren. De voorzitter: Dit is een ambtelijke uitspraak. Dan gaan we even terug naar de burgemeester. Aanvullend hierop. De heer Mol: Voorzitter, daar mag u een bestuurlijke toezegging van maken. De voorzitter: Nou, ik wilde net zeggen, de laatste woorden die u uitsprak vat ik samen als een toezegging aan deze commissie/ de gemeenteraad, dat het college in casu de burgemeester met betrekking tot alle klachtenregelingen die wij langs hebben gehad vanavond, de gemeenteraad actief informeert op het moment dat daar bekend is hoe het jaar daarvoor is gegaan. Waarvoor dank, burgemeester, dat u die voorzet zelf al deed. Dan zijn wij … Mijnheer Jacobse van Larens Behoud. Het is geen klacht? De heer Jacobse: Integendeel. Ik krijg een buiten programmatische gedachte.

Ik heb een paar keer nu gehoord dat u met de mensen van communicatie bezig bent om de formulering te veranderen of duidelijker te maken.

Zou het een idee zijn om een soort klachtencommissie of een leespanel uit burgers samen te stellen die incidenteel bij elkaar komen, om als alles een beetje op poten is het nog eens een keer door te kijken of we het allemaal begrijpen? Is dat een idee? De voorzitter: Ik zie nog niet hele warme blikken hier. Het is een aardige suggestie, maar het punt was eigenlijk net klaar. Maar ik denk dat we deze gewoon meenemen als suggestie. Mag ik dat zo samenvatten mijnheer Jacobse? Anders gaat u zo een klacht indienen tegen mij. Wilt nog een allerlaatste nabrander geven, burgemeester? De heer Mol: We hebben een gekozen inwonerspanel wat ik hoog acht. 6.2 Consultatie Veiligheidsstrategie 2023-2026 De voorzitter: En daar zit u in, mijnheer Jacobse. Goed, dan is dit, met uw instemming, een hamerslagpunt tijdens de gemeenteraadsvergadering. En dan zijn wij ondertussen genaderd 21:23, en wij zijn bij agendapunt 6.2 opnieuw. Portefeuillehouder, de burgemeester Nanning Mol. Ambtelijke ondersteuning, dat zie ik niet helemaal goed komen. Mevrouw Joyce Laponder van beleidsmedewerker oov BEL-combinatie. Met als onderwerp: consultatie veiligheidsstrategie 2023-2026. Mevrouw Spekken verlaat de vergadering. Dank voor uw attente aanwezigheid.

Het voorstel vanavond is de zienswijze op de concept regionale veiligheidsstrategie midden Nederland 2023-2026, zoals weergegeven in de bijgevoegde brief vast te stellen. En twee is de reactie per brief kenbaar te maken aan het bureau regionale veiligheidsstrategie. Nog even spieken op de andere kant dit is 6.2. Ik kijk even naar de raadscommissiegriffier. De ambtelijke ondersteuning die hier staat, die is hier niet, hè? Nee. De burgemeester die weet het zelf allemaal te beantwoorden. We gaan gewoon eerst even net aan de commissie een behandeling geven. Nou ben ik zojuist gestart bij de VVD. Mevrouw Niekus. Ik ga over naar mevrouw Van Dorst van D66. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Mevrouw Van Dorst heeft de brief gelezen en ik moet zeggen, ik weet niet wie hem heeft geschreven, maar er zitten wel echt taalfouten in. De voorzitter: Pardon, welke fouten zitten erin? Mevrouw Van Dorst-Brakel: Er zitten taal- en tikfouten in de brief. En dat vond ik wel een beetje slordig. Dat wou in eerste instantie opmerken. Dan inhoudelijk. Wat wij vonden, dat is dat een goede … Oh sorry. Een goede raadsinformatiebrief vinden. Wat wij wel missen, dat is dat er niets over klimaatcalamiteiten wordt genoemd. En dat is toch iets wat de laatste tijd behoorlijk opgeld heeft. En daar wilden we vragen of dat misschien ergens anders genoemd wordt, of dat het een omissie is? Hartelijk dank.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Dorst. De fractie van Larens Behoud. Wie mag ik het woord geven? De heer Jacobse? De heer Jacobse: Ik vind het verbazend, bijzonder en prettig dat we nu eens een keer kijken naar een samenwerkingsverband wat midden Nederland heet, wat ook midden Nederland dus betreft, zodat we eens even wegkomen uit het MRA-gevoel en dat we altijd volle bak bij Noord-Holland horen. Ik vond dat … Ik heb die foto's van die dames en heren zitten bekijken. Niet dat dat interessant is, maar ik vond het allemaal wel verhelderend. Dus nu horen we een keertje bij Utrecht. Dat wou ik even kwijt. Dat vind ik wel goed. De voorzitter: Dank u wel. De heer Grunwald, van Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ja. Een interessant stuk, zeker de speerpunten die daarin gekozen worden. Ik denk dat het van groot belang is dat daarop gefocust wordt en dat gekeken wordt van welke

ontwikkelingen zijn daar gaande en hoe gaan we ermee om. Het ademt voor mij een beetje de sfeer van een repressief stuk. Want dit kan allemaal misgaan, en dan moeten we dus samen staan om dat tegen te gaan. Maar ik wil hier even nog eens een keer benadrukken dat de preventie van dit soort dingen eigenlijk minstens even belangrijk, zo niet nog belangrijker, is. En wat mij betreft geldt dat met name voor speerpunt 3, het maatschappelijk ongenoegen. Dat we daar niet in vervallen aan de ene kant te constateren dat allerhande onwenselijke gedragingen ontstaan, al dan niet ondersteund door internet en social media. Waar we dus tegen moeten optreden. En aan de andere kant alleen maar roepen van: ja, natuurlijk, het recht op meningsuiting is een groot goed. Gaat u maar op het weiland achteraf demonstreren. En dan hebben wij dat ook weer gehad. Ik weet dat we het chargeren. Maar daar zit eigenlijk wel tussenin dat we ook als overheid dus heel sensitief omgaan met het geconstateerde maatschappelijke ongenoegen. En ons ook goed afvragen: waar komt het vandaan? Hoe kunnen we de mensen die hun ongenoegen uiten nou ook goed aanhoren? En wat doen we dan met de boodschap die overgebracht wordt? En dit alles om echte maatschappelijke onrust te voorkomen. Dus dat vind ik zeer essentieel. Ik kan de tekst daar niet op aanpassen denk ik. Staat er allemaal wel enigszins in. Wil ik ook niet.

Maar ik wil dat zeer graag de burgemeester meegeven. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald. Dan de fractie van CDA. Mevrouw Graasma. Ik ben naar de masterclass hierover geweest. De heer Van den Berg was daar ook bij aanwezig. Was een erg leuke avond, en erg interessant. En wat daar vooral naar voren kwam, vanuit de raadsleden die daar aanwezig waren, is dat de raadsleden behoefte hebben aan meer en snellere, vroegere informatie over zaken, om beter oordelen te kunnen hebben over de zaken voordat de strategie definitief wordt vastgelegd. Mijn vraag is ook om te bedenken hoe straks de samenwerking tussen de inwoners en de veiligheidspartners goed gecommuniceerd gaat worden. Dat is ook wel een ding. Wij vinden dat wel erg belangrijk dat de communicatie heel goed gaat verlopen. Met betrekking tot de betrokkenheid van de burgers. En wat de raadsleden ook fijn zouden vinden is als bij het opstellen van plannen en strategieën meer informatie wordt gegeven over de advisering, die door bijvoorbeeld de brandweerlieden et cetera gedaan zijn. Dus ik weet niet of dat in de brief die gestuurd wordt, daar nog iets van een regeltje over toegevoegd moet worden, of dat dat in de bespreking in de raad of in het vervolg nog meegenomen kan worden. Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Graasma. De heer De Jong, Liberaal Laren. De heer De Jong: Ja.

Dit is een heldere en een goede notitie. Waar gewoon alles in duidelijk vermeld staan. Ook de prioriteiten. En ik hoop dat ze voldoende capaciteit hebben om dat allemaal uit te voeren. De voorzitter: Daar volgt een lachje op, maar dat is een welgemeende vraag. Dan zijn wij tenslotte voor deze ronde bij mevrouw Niekus van de VVD aanbeland. Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Het is inderdaad een helder stuk. Heb ik alleen nog even drie vragen waar ik een antwoord op wil. Ik ga even naar het beslisstuk, dat is het eerste stuk. De toelichting besluit. Ik ben heel blij inderdaad dat regionaal niet in de plaats komt van lokaal. Er staat hier: de gemeente heeft op lokaal niveau de regie op het aanpakken van veiligheidsproblematiek. In het integraal veiligheidsplan en het jaarlijkse uitvoeringsplan worden met lokale veiligheidspartners afspraken gemaakt om de veiligheid in Laren te behouden en te vergroten. Deze prioriteiten zijn voor de komende vier jaar, er blijft wel meebewogen worden met de ontwikkelingen en de prioriteiten moeten dan zo nodig aangepast worden.

Dan is mijn vraag: zijn er op korte termijn nog prioriteiten die aangepast zouden moeten worden? En als er aanpassingen zijn, hoeveel tijd gaat er overheen voordat de aanpassing is opgenomen in het veiligheidsstrategieën? En wie houdt dat in de gaten? En dan even bij krachten bundelen: op de gezamenlijke prioriteiten bundelen de partners hun krachten, zodat er meer effectiviteit ontstaat in de aanpak. De gemeenten kunnen dan met deze thema's meer hulp van de regio verwachten. Mijn vraag is dan: welke hulp wordt dan ingezet vanuit de regio? En dan nog eentje bij de kanttekeningen. De samenwerking die voortvloeit uit de regionale veiligheidsstrategie is niet

vrijblijvend, de partners zijn van elkaar afhankelijk. Pas dan kunnen we elkaar versterken. Ook dit vraagt inzet van de gemeente. Welke inzet wordt dan bedoeld vanuit onze gemeente? Dat was het, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Niekus. Ik kijk naar de burgemeester. Die is nog even aan het schrijven, dus we hebben nog even een moment geduld voordat hij met zijn beantwoording kan beginnen. En dat gaat hij nu doen. Aan u het woord. De heer Mol: Voorzitter, dank. Er is een reden waarom er geen ambtelijke ondersteuning is vanavond. Ik ben namelijk één van de burgemeesters die heeft meegewerkt aan het opstellen van deze strategie, dus ik hoop dat ik er goed genoeg in zit om alle vragen goed te kunnen beantwoorden. Lig ik wel eens wakker van mijn werk? Dat lig ik eigenlijk nooit. Maar als ik ergens van wakker lig, dan is het dit. Dat zijn dat veiligheidsvraagstukken waar wij gewoon met elkaar niet goed op zijn voorbereid. En wij hebben echt een groot probleem. De heer De Jong lacht een beetje bij zijn opmerking over: heeft u daar wel de capaciteit voor? Komt die er allemaal naartoe? Nou, als we kijken naar het aantal mensen wat zich bezighoudt met veiligheid in die 38 gemeenten, en politie en openbaar ministerie, dat is de samenwerking hè, dan zou je er met het aantal mensen wel moeten kunnen komen.

Maar de omvang van onze veiligheidsproblematiek neemt zo’n vlucht dat we echt een probleem hebben. En dat ga ik ook echt niet kleiner maken. Dus ik vind ook dat wij in deze nieuwe veiligheidsstrategie drie hele scherpe prioriteiten hebben gekozen waar wij ook echt expertise op moeten opbouwen om die problemen goed aan te kunnen pakken. Deze veiligheidsstrategie lijkt een beetje op de vorige strategie die wij hadden, ware het niet dat wij hebben gezegd: nou ja, laten we voortbouwen op de vorige strategie, maar wel focus aanbrengen. Wat hebben we geleerd? Om alleen nog maar te focussen op een aanpak die succesvol is gebleken. En anders verder te innoveren op die dingen waarmee we echt het marktmeestereffect bereiken. Ik loop ze toch ook even langs. Overigens vind ik dat voor zo'n groot samenwerkingsverband, van de politie-eenheid midden Nederland, en waar zoveel partners zich mee bezighouden, er toch een hele scherpe en leesbare strategie ligt. Vind ik eigenlijk best knap. Wij hebben echt een probleem met georganiseerde ondermijnende criminaliteit, en met name drugscriminaliteit. Vanuit de haven in Rotterdam en allerlei plekken komt er drugs dit land binnen, en gaat er drugs dit land ook weer uit. En de omvang van de drugseconomie is een substantiële in dit land.

Dat betekent dat er op onwijs grote schaal fout geld witgewassen moet worden, en fout geld zich ook door alle kieren en gaten naar de bovenwereld perst. Dat betekent dat wij niet alleen heel erg goed in de preventieve kant moeten voorkomen dat mensen op het foute pad raken. We zien dat die drempel steeds lager komt te liggen omdat er een zekere normalisatie zit in de drugshandel. Aan de andere kant moeten we ook echt gewoon dikke dijken bouwen om te voorkomen dat fout geld de bovenwereld bereikt. Door strakke procedures met elkaar te hanteren en vergunningen goed te checken. Een goeie Bibob met de kaarten doorlopen, maar dus ook expertise te doorlopen om handelingen na te gaan en uit te zoeken en elkaar ook alert te houden op wie zich waar beweegt, en in welke procedure betrokken is. Dus dat gemeente, lees de burgemeester, politie en openbaar ministerie, permanent met elkaar in contact staan. Wie komt in welk dossier voor, en moeten we daar wat mee? Maar dan moeten we echt expertise opbouwen want er is echt veel geld in omloop. Nou concentreer ik me even hierop. Maar er zijn ook gemeenten met heel veel leegstaande loodsen, panden, boerderijen van boeren die bijvoorbeeld stoppen. En allerlei plekken die op de korrel worden genomen door criminelen die een kans zien om daar handel of iets te doen.

En het is toch altijd wel weer wonderlijk hoe drugscriminelen nou precies weer die ene eigenaar in het vizier krijgen die een leegstaande loods heeft. Hoe kan dat nou toch allemaal? Nou, de aanpak van corruptie in de hele keten is ook echt een serieus aandachtspunt. Digitale veiligheid en cybercrime. Hebben we echt een probleem. Eerder vanavond hadden we het hier over inbraken. We zien dat het aantal inbraken dit jaar stijgt ten opzichte van vorige jaren, met name ook ten opzichte van de coronaperiode. Betekent dat we met elkaar scherper moeten zijn. Het is gelukkig nog niet op het niveau van een jaar of tien geleden, toen we echt grote inbraakgolven hier hadden. Dat heeft een paar redenen. Ten eerste zetten wij met elkaar fors in op preventie. Dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws is: digitale criminaliteit is vele malen makkelijker en daardoor aantrekkelijker dan een ladder tegen de gevel aanzetten. Want je koopt voor een paar euro ook een vage website en programmaatje waarmee je iemands telefoon kan

hacken. En je hebt zomaar iemand een paar duizend euro afhandig gemaakt. En ik schrik in mijn rapporten niet meer van als een inwoner van Laren vijftigduizend euro lichter is gemaakt. Dat gebeurt. Zeker omdat we veel oudere inwoners hebben. Dus we hebben niet alleen heel erg veel expertise op te bouwen op het draaien van casussen, gewoon simpelweg boevenvangen. En het heeft niet alleen met oplichting en geld te maken, maar ook met zeden. Vandaag ook weer een artikel op de website van de Gooi- en Eemlander. Van een meisje die door een man toch in een hele nare situatie terecht is gekomen. Dus we hebben fors te draaien op casussen, gewoon met de politie kennis opbouwen, hoe we criminelen pakken. Dat gaat natuurlijk allemaal gemeente- en provincie-overschrijdend. Uiteindelijk moeten we wel de mensen die actief in het eigen gebied goed kunnen achterhalen. Maar het heeft ontzettend te maken ook met het verhogen van de weerbaarheid. Mensen moeten nu eenmaal weten dat als ze online zijn, of als ze een apparaat hebben wat digitale verbinding vindt, dat ze nou eenmaal slachtoffer kunnen worden of dat hun kinderen slachtoffer kunnen worden. Daar moeten wij ook nog fors op investeren. Geldt trouwens in heel Nederland, niet alleen dit gebied. Dus wij leren ook van andere regio's en andere regio’s leren ook weer van ons, hoe we dat succesvol kunnen doen.

Dan het derde punt is de maatschappelijke onrust. Wij hadden overigens in de vorige strategie ook het onderwerp sociale veiligheid. Of volgens mij … Nou, ik noem het maar even sociale veiligheid, ik weet niet meer precies de term. Maar het had met name ook te maken met verwarde personen, mensen die in de samenleving voor onrust zorgen en die we op dit moment niet goed weten op te vangen, te ondersteunen of ergens onder te brengen. Nou, dat probleem is nog altijd niet goed opgelost, maar we hebben wel behoorlijk veel expertise op opgebouwd en we kunnen eigenlijk in alle regio’s daar steeds meer beter mee uit de voeten. Ook in Laren hebben we een hele goeie aanpak sociale veiligheid. Dus wij hebben gezegd: we blijven eraan werken, maar kunnen gemeenten in hetzelfde eigen gebied oppakken. Hoeven niet meer op dit niveau expertise op te bouwen. En daarvoor is in de plaats gekomen: maatschappelijke onrust. Ook zo'n domein waarvan we zeggen: er gebeurt iets op het gebied van maatschappelijke onrust, maar we weten nog niet goed wat we ermee moeten. Nou, dat heeft aan de ene kant te maken met zicht krijgen op wat er gaat gebeuren.

Dus hoe beweegt de samenleving zich, waar zit de onrust, wat kan er gebeuren? Bijvoorbeeld, we hadden in Baarn twee jaar geleden een grote demonstratie in Groeneveld die niemand had zien aankomen, daar ineens liepen op zaterdagochtend drieduizend man te demonstreren. Dus steeds grotere groepen voelen zich niet vertegenwoordigd door ons, voelen zich niet meer thuis in het Nederland wat wij vertegenwoordigen en worden onrustig. Gaan zich op steeds grotere schaal verzetten tegen regels en tegen ons. En dat vind ik zelf ook eigenlijk wel een heel mooi bruggetje naar de opmerking die de heer Grunwald maakte. Daar heeft hij eigenlijk ook gewoon gelijk in. En het staat een klein beetje in de eerste bullet, maar ik zou het ook een mooie toevoeging vinden aan onze zienswijze. Namelijk, het heeft er ook mee te maken dat wij, dus ook als bestuurders, niet meer in verbinding staan met de samenleving. Dat er steeds … Want we noemen het wel eens het afgehaakte deel van de samenleving. Dat is helemaal niet waar, want mensen zijn niet afgehaakt, mensen hebben gewoon een andere overtuiging over hoe het eraan toe moet in de samenleving. En in een hele hoge mate, de afgelopen twee, drie jaar zijn er mensen een beetje een andere kant op gaan denken, een andere kant op gaan werken.

Mensen hebben het gevoel dat ze geen onderdeel meer zijn van de toekomst, omdat wij vinden dat een bedrijf bijvoorbeeld niet meer onderdeel is van de toekomst. Mensen hebben zich onder druk gevoeld door coronaregelgeving. Er zijn allerlei andere dingen waardoor mensen een andere kant op bewegen en een maatschappelijke onrust ontstaat. Maar uiteindelijk zijn het wel allemaal Nederlanders, en moeten wij ons dus ook als burgemeester en in onze besturen altijd ervan vergewissen dat wat de ideeën ook zijn, op het moment dat het weer rustig is, we altijd weten dat wij iedereen vertegenwoordigen. Dus ook met iedereen in verbinding moeten staan. En dat vind ik eigenlijk ook wel een opgave die voor ons geldt. En een punt waar we ook in onze zienswijze wat extra aandacht voor zouden kunnen vragen. Dit is een behoorlijke hoog over-strategie, namens het openbaar ministerie, politie, en 38 gemeenten. Namens een groot gebied. Utrecht, Gooi en Vechtstreek, en Flevoland. Nu gaat u weer terugvinden in onze eigen strategie voor de Gooi en Vechtstreek. Ik ben lid, wij hebben een eigen driehoek, waar ik natuurlijk in zit als burgemeester, politie, openbaar ministerie in dit deel van het Gooi. En wij hebben het districtelijk veiligheidscollege voor het hele Gooi waarin we met deze partners ook samenwerken.

Ik kom, niet binnenkort maar over een paar maanden, naar u toe met een integraal veiligheidsplan. En daar staat eigenlijk in hoe we deze punten door vertalen naar

onze eigen lokale aanpak en hoe we ook lokale problemen willen vormgeven. Want maatschappelijke onrust is niet iets wat een heel groot probleem is in Laren, maar wij lopen weer tegen andere dingen aan die weer heel specifiek zijn. Bijvoorbeeld op het gebied van de ondermijning hebben wij niet hele grootse loodsen of bedrijventerreinen, maar uit ondermijning in de criminaliteit zich weer op een andere manier. En kom ik in ons eigen integraal veiligheidsplan daarop terug. Dat is dan ook een plek om aandacht te vragen voor andere prioriteiten, zoals mevrouw Van Dorst vroeg. Klimaatcalamiteiten en overtredingen op het gebied van milieuregelgeving. Dat is het moment waar u daar aandacht voor zou kunnen vragen. En kunnen we ook een reactie op geven. Ik hoop dat ik de vraag van de heer Grunwald voldoende heb beantwoord. In die zin dat ik gewoon vind dat hij een goed punt heeft. En dat ik ga kijken of we voor gepaste … Als iedereen dat van mening is, voorzitter, want ik kan het allemaal wel vinden maar dat is ook een mening van de commissie, dat we daar een gepaste formulering voor zullen opnemen in de zienswijze. En een gewijzigde zienswijze aan de gemeenteraad zullen geven bij de besluitvorming. En dan een opmerking van mevrouw Graasma. Die had het over een masterclass, maar de masterclass had betrekking op de veiligheidsregio.

En ik snap dat u in de war bent, want dat is ook ingewikkeld. Wij hebben namelijk … Dit is de samenwerking tussen politie, openbaar ministerie en gemeenten. Grof gezegd, hier vangen we boeven. En de veiligheidsregio gaat over de crisisbeheersing en de rampenbestrijding. Dus branden, overstromingen, andere hele grote calamiteiten waar we de bevolking veilig voor proberen te houden. De veiligheidsregio is ook degene die zich bezighoudt met eerst de aanpak van de coronaproblematiek, nu ook met de opvang van Oekraïners. Want die is door het rijk natuurlijk ook bestempeld als een crisis. En wij zien twee dingen gebeuren. Wij zien … Als ik even door mag, hè, want het is eigenlijk niet het thema wat hier binnenvalt. Toch is het relevant om te weten. Namelijk dat wij te maken krijgen met steeds … Maak ik even een brug hè, want nu ga ik helemaal vanuit het domein voor politie en openbaar ministerie ga ik naar de crisisbeheersing en de rampenbestrijding. Toch goed om te weten, is dat wij te maken krijgen, steeds vaker, met crisissen en rampen die lang duren. Dus een brand is, hoe tragisch ook, overzichtelijk. Die begint en houdt weer op. Dat geldt ook voor een overstroming. Hoe tragisch ook, die komt op en gaat weer weg en kunnen we ook die ramp weer beëindigen.

Maar wij krijgen steeds meer te maken met crisissen en rampen die heel lang duren, die een hele vreemdvormige opkomst kennen, zoals bijvoorbeeld een pandemie of vluchtelingenproblematiek waar heel veel expertises voor nodig zijn om daarbij te helpen. Dus niet alleen maar de brandweer, de GGD, maar ook scholen, veel partijen vanuit het sociaal domein. Nou, noem eens andere partners. Reddingsbrigade. Heel veel expertise moet aanhaken, en dat heel lang kan duren. En waar vervolgens ook in de lauwe fase, op het moment dat de crisis afgelopen is, ook weer een hele lange nasleep kunnen hebben. Maar zolang iets een crisis heet valt het binnen het domein van de burgemeester. Dat wil zeggen, iets kan ontzettend veel impact hebben, een hele lange impact hebben, maar is nog altijd wel het domein van de burgemeester. En daar worden wij, als burgemeesters, onrustig van. Want daarmee hebben we over een hele lange periode verantwoordelijkheid voor iets wat heel veel impact heeft. En de gemeenteraden zeggen tegelijkertijd: ja, maar als het binnen het domein van de burgemeester valt wil dat niet zeggen dat wij er niet ook wat van kunnen vinden, en ook goed geïnformeerd willen worden.

Dus wij proberen in het traject over het versterken van het veiligheidsbureau, en onze aanpak van crisis- en rampenbestrijding, waar ik trouwens ook in onze veiligheidsregio verantwoordelijk voor ben, ook de informatiepositie van gemeenteraden daarbij te verbeteren. Dat gaat betrekking hebben op de wijziging van de wet op de gemeenschappelijke regeling die er aankomt. Wij moeten dus ook de gemeenschappelijke regeling voor de veiligheidsregio aanpassen. En komt dit punt in terug, waarbij u terecht bij die ambassadeursavond aandacht voor heeft gevraagd. Dan prioriteiten aanpassen. Ik denk dat dat ook een punt is van mevrouw Niekus wat goed bij ons eigen integraal veiligheidsplan aan de orde kan komen. Wees gerust, als er iets gebeurt wat geen … Wat wel impact heeft op onze veiligheid, maar niet onderdeel is van deze prioriteit, gaan we daar natuurlijk mee aan de slag. Dus maakt u zich daar geen zorgen over. En als u zegt: ik zie lokaal in Laren dingen gebeuren die niet onder deze strategie vallen. Dan is het integraal veiligheidsplan, ons eigen plan, daarbij de ruimte om daar iets voor op te nemen. Laat onverlet dat ik wel heel erg blij ben met alle ondersteuning die we uit dit verband krijgen. Bijvoorbeeld vanuit het Riek, die ons altijd goed helpt bij het opbouwen van goede juridische onderbouwing. Voorzitter.

De voorzitter: U heeft een aantal namen van vragenstellers genoemd, die ga ik zo meteen nog even aankijken. Ik denk dat u zomaar even tussendoor nog wel noemde dat u er niet meer van staat te kijken dat hier inwoners van Laren voor een bedrag van vijftigduizend euro opgelicht worden. Als ik u goed begrepen heb. Ik dacht: nou, dat is wel nieuws wat bijna schokkend mag ervaren worden. Heeft u dat echt zo gezegd, of heb ik dat niet goed gehoord? De heer Mol: Sterker nog, ik heb het vaker gezegd al in uw midden. De voorzitter: Goed, helder. De heer Mol: Bij een eerdere voorlichting, ook met de politie, hebben dit ook aangegeven. Er worden inwoners … Dit gebeurt niet op hele grote schaal, hè. Er wordt wel op een flinke schaal zijn mensen hier slachtoffer van cybercrime. En ja, dan zit er wel eens zo'n hoog bedrag tussen. De voorzitter: Oké, helder. Dank u wel. Ik ga heel even snel rondkijken naar … Even nog iets anders. Het tweede deel, naar aanleiding van de vraag van mevrouw Graasma, ging inderdaad over de veiligheidsregio. Dat stond een beetje buiten de agenda, maar ik denk: laat het toch even gaan. Want dat is interessante informatie. Maar we hebben het, even, nog steeds hier over de consultatie van de veiligheidsstrategie en dan die zienswijze en die reactie. Ik ga eerst vragen of iedereen vindt dat zijn of haar vraag voldoende is beantwoord.

En dan kom ik daarna nog even terug op een suggestie die gedaan werd en waarop gereageerd is. Mevrouw Van Dorst, u heeft nog een vraag. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Had ik het goed begrepen, bij de burgemeester, dat hij zei: als je het hebt over klimaat, als je dat ook belangrijk vindt als focus, dat je dat in een zienswijze moet opnemen? Heb ik dat zo goed begrepen? De voorzitter: Burgemeester. De heer Mol: Ik heb volgens mij aangegeven dat dit niet helemaal de plek is om daar aandacht voor te vragen. Dat kan bij ons eigen veiligheidsplan. Deze strategie gaat echt uit … Kijk, klimaatcalamiteiten zijn heel ernstig. En daar doen we ook iets tegen. Maar het is niet zo dat we daar nog heel … Ik moet dat dan netjes zeggen. De voorzitter: Volgens mij, als ik u mag helpen, zei u daarstraks eigenlijk wel iets heel concreets. Wij krijgen nog in Laren een eigen veiligheidsverhaal, plan. En dat u daar op dat moment, als u dat daar onvoldoende terugvindt, dan een inbreng kan geven. Mag ik het zo samenvatten? De heer Mol: Ja, precies. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel voor de uitleg. Want inderdaad begreep ik het niet helemaal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even snel naar de andere collega's aan tafel.

Dan ontstond er even, aan de hand van een opmerking van de heer Grunwald die u wel aardig vond, burgemeester, een opmerking over bulletpoint in de zienswijze toevoegen. Ik denk dat als dat echt zou moeten, dat dat dan volgende week in een amendement kan gedaan worden. Want ik zat mij zo te bedenken dat dat ook nog wel een beetje politiek gevoelige opmerking kan zijn. Want het gaat over iets heel specifieks. Maar wilt u, mijnheer Grunwald, nog één keer kort herhalen wat u eigenlijk zou terug willen zien in de zienswijze? En dan vervolgens dat we in overleg met de burgemeester even kijken of we dat hier zomaar aan tafel kunnen beslissen in deze commissie, of dat dat toch een volgende week formeel in de gemeenteraad moet afgetikt worden. Mijnheer Grunwald.

De heer Gunwald: Dank u, voorzitter. Nou, ik heb de burgemeester niet direct gevraagd om de zienswijze aan te passen. Ik heb de burgemeester een opmerking meegegeven. Bij het vaststellen van het veiligheidsplan uiteindelijk, en dat ging daarover, dat het niet alleen over repressie gaat, maar ook over preventie. En dan met name voor wat betreft maatschappelijke onrust. De burgemeester heeft daar zelf de conclusie uitgetrokken dat dit een terechte opmerking is blijkbaar, en heeft ook zelf de opmerking gemaakt om de zienswijze daarop aan te passen. De voorzitter: Dank u wel. En daarom dacht ik: dat is nog goed om even aan te stippen, want ja, op hetzelfde moment kan er ook nog gezegd worden, de zwijgende meerderheid. Om het maar eens even zo te zeggen. Dus ik zou de burgemeester willen vragen, al horende wat de heer Grunwald u mee wilde geven, of u inderdaad uw eigen zienswijze nog aan wil passen, danwel dat u zegt: het is mijn helder nu, en het is ons allemaal helder, we laten de zienswijze ongewijzigd omdat hij wel de lading dekt en waar goed over nagedacht is. Aan u nog even het woord, mijnheer de burgemeester. De heer Mol: Ja, voorzitter, ik vond dat de heer Grunwald een goed punt had, en ik deed de suggestie. Maar ik hoor de heer Grunwald eigenlijk eerder dit verhaal feitelijk herhalen. Dat die zegt: ik ben daar blij mee, met wat de burgemeester zegt.

Dus dan doen we het gewoon niet, mijnheer Grunwald. De voorzitter: Laat onverlet dat het gezegd is, en wat hier gezegd is wordt genotuleerd en u neemt het mee. En wij zijn blij met deze behandeling. Dat brengt mij ondertussen tot 21:52 en wij hebben daarmee 6.2 afgehandeld, en dan moet ik alleen nog uw rondvraag … Nee, nee, dan moet ik alleen nu nog rondkijken of wij hier een hamerstuk van gaan maken. Advies, althans, hè. Nou, ik trek de conclusie dat wij het advies meegeven aan de gemeenteraad, voorzitter met uw andere pet op, dat dit een hamerstuk kan zijn. 6.3 Actualisatie Algemeen Delegatiebesluit De voorzitter: Dan zijn wij bij 6.3. De portefeuillehouder is opnieuw burgemeester Nanning Mol. Ambtelijke ondersteuning door de gemeentesecretaris van Laren, de heer Sander van Waveren. En het onderwerp wat nu nog op de agenda staat, en dan zijn we ook klaar daarna, is de actualisatie van het Algemeen Delegatiebesluit en het behelst twee voorstellen. Voorstel één is het besluit onderdeel twee van het raadsbesluit van 17 februari 2022 inzake het adviesrecht en de delegatie te herroepen. En het tweede voorstel is het Algemeen Delegatiebesluit 2023 vast te stellen. En opnieuw gaan wij een rondje langs de commissie maken, en wij zijn op dit moment aanbeland bij de fractie van Larens Behoud.

Wie mag ik het woord geven? Ik zie een vinger van de heer Thijmen Jacobse gaan naar de microfoon. Aan u het woord. De heer Jacobse: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn het eigenlijk gewoon eens met wat hier staat. Zaken die moeten zijn, zullen zijn. Dat is goed. De voorzitter: Ik dank u wel. Dan kijken wij naar de fractie van Groen Laren. De heer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Het is een noodzakelijke, technische aanpassing. Dus we zijn het daar wel mee eens. Dan wel met de opmerking dat dat tuurlijk een goed schoolvoorbeeld is van hoe moeilijk taal kan zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we bij de fractie van CDA, mevrouw Graasma. Mevrouw Graasma: Ik had één vraag. Dat is mij niet helemaal duidelijk namelijk. Even kijken. Op pagina 2, bij 1.1, toelichting besluitargumenten. Door het bedoelde raadsbesluit te herroepen, wordt voorkomen dat een de tussentijdse actualisering van de APV nodeloos wordt gecompliceerd. Hoe verhoudt de APV zich met dit hele verhaal? Dat snap ik even niet.

De voorzitter: Concrete vraag. Gaat een antwoord dadelijk op komen. Dan zijn wij bij Liberaal Laren. En de heer De Jong. De heer De Jong: Hier staan ook punten in van de RNI-commissie, over de omgevingswet en ruimtelijke ordening. En mevrouw Timmerman had daar graag nog een inhoudelijke vraag over gesteld. Dus mijn verzoek om dit ook als bespreekstuk voor de raad te beschouwen. De voorzitter: Is dat een politieke vraag, of zijn het technische vragen? De heer De Jong: Dat zal technisch zijn, maar zij kon die hier niet stellen omdat ze er niet was. En omdat dit op de verkeerde vergadering staat. Dus zij wil dat dan toch nog doen. Of een ander verzoek is om dit stuk niet in de raad te behandelen, maar eerst ook nog in RNI te behandelen. De voorzitter: Dit wordt leuk voor de voorzitter. Ik denk niet dat mevrouw Timmerman de agenda bepaalt. Dat doen wij hier met elkaar. Maar u bent niet bij machte om de vraag van mevrouw Timmerman te stellen? De heer De Jong: Nee, dat is inhoudelijk en zij zit daar veel beter in. De voorzitter: Ja. Dan kom ik alleen beetje in het lastige dilemma dat wij dit als een voorbereidende commissie, waar uitgebreid alles besproken kan worden. We maken hem even af en dan ga ik in de conclusie nog even na hoe we hiermee omgaan, met uw verzoek. U had verder geen vragen meer zelf? Nee. Nou, dan waren dit de vragen van Liberaal Laren.

En dan zijn we nu bij de vragen van de VVD, gesteld door mevrouw Niekus. En die zwaait vriendelijk naar mij, die heeft geen vragen. Dan zijn we bij deze D66, mevrouw Van Dorst. Heeft u nog een opmerking met betrekking tot dit onderwerp? Ook een vriendelijk nee geknik. Dan hebben wij volgens mij maar een paar vragen. Mijnheer de burgemeester, u eerst. De heer Mol: Voorzitter, dank. Overigens, het presidium heeft dit voorstel geagendeerd voor de commissie hedenavond. Dus ik zou zeggen, mevrouw Timmerman kan zich tot de fractievoorzitter van Liberaal Laren wenden om daar toch aandacht te vragen voor dit dilemma. En dan geef ik het woord over de technische vraag aan … Dat kan ik helemaal niet, u bent de voorzitter. De voorzitter: Nou, mijnheer de burgemeester, dank u wel. Ik ga het woord geven aan meneer Van Waveren, de gemeentesecretaris die een aantal vragen gaat beantwoorden. De heer Van Waveren: Ja, voorzitter. Eén vraag, laat ik me ook praktisch zeggen, als mevrouw Timmerman een technisch vraag heeft is het natuurlijk wel handig als ze die desnoods even schriftelijk stelt, dan kunnen we zorgen dat die voor de raad beantwoord wordt. Want anders hebben we misschien niet de goede ondersteuning op dat moment paraat en dat zou jammer zijn volgende week, als daar de besluitvorming door opgehouden wordt. De relatie met de APV is als volgt.

In het kader van de omgevingswet moest er een verordening fysieke leefomgeving worden opgesteld. Die hebben we een aantal keren al in voorbereiding gehad, en uiteindelijk niet in besluitvorming gebracht. En daar komen allerlei regels rond de openbaar ruimte deels uit de APV, deels uit omgevingswet bij elkaar. En de veronderstelling was steeds, en ook vorig jaar nog, dat we eerst een verordening fysieke leefomgeving zouden opstellen, waar een heleboel regels uit de APV in terecht zouden komen. Met het uitstel van de omgevingswet is besloten dat we toch de APV eerst integraal gaan herzien, als APV als geheel. Zoals u hem kent eigenlijk. En dan wanneer de omgevingswet op enig moment, laat ik me daar niet over uitlaten, want dat lijkt me een politiek onderwerp wanneer de omgevingswet ooit in werking treedt, dat we dan de verordening fysieke leefomgeving vaststellen. En dus de volgorde omdraaien. Maar daarmee laten we de APV zoals die is. En daar zit de koppeling hiermee.

De voorzitter: Dat was het volgens mij qua vragen. Ik kijk even snel rond. Heeft iedereen zijn of haar vraag voldoende beantwoord gekregen? Dat is zo. Dan heeft de voorzitter ondertussen wat tijd nodig gehad om na te denken. En onze gemeentesecretaris, met zijn ervaring ook zelfs in het politieke handwerk nog, een super voorstel gedaan. Ik zou willen samenvatten dat, aan de fractie van Liberaal Laren, bij monde van de voorzitter, mevrouw Timmerman wordt gevraagd om haar vragen schriftelijk te stellen. Die zullen dan ook tijdig beantwoord worden. En op maat daarvan kan er een politiek besluit worden genomen. Maar wel vast te stellen hier in deze commissie, gehoord hebbende wat hier aan de orde is geweest, het voor te dragen als een hamerstuk. En dus inderdaad … Kijk ik even naar de raadsgriffier danwel naar de gemeentesecretaris, om mevrouw Timmerman morgen daarvan per email te verwittigen, dat zij die vragen gaat stellen. We moeten natuurlijk wel zorgvuldige nazorg doen. Maar kunnen jullie daarmee instemmen? Dat wij dan in ieder geval als commissie zeggen dat het een hamerstuk is, met de opmerking erbij. Ja? Nou, dan is het 21:58. De rondvraag hebben wij gehad. Ik dank de heer Hilhorst die nog de tribune heeft volgehouden. Maar ook wethouder Van Midden, want die is ook keurig naast collegiaal bestuur naast de burgemeester blijven zitten.

Ik dank iedereen voor zijn en haar aanwezigheid. Wel thuis, en tot in ieder geval volgende week bij de gemeenteraadsvergadering. Dank u wel. En de vergadering is gesloten om 21:59.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12457895/2