CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Maatschappij & Financien 10 februari 2022

Gemeenteraad 10 februari 2022, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda9.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ & FINANCIËN VAN GEMEENTE LAREN d.d. 10 februari 2022

1.

Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Dames en heren, het is half acht. Ik wou graag beginnen. Welkom aan eenieder. Ook aan onze gast de heer Pieter Broertjes. Zoals u weet is deze bijeenkomst geen M&F vergadering. De beide griffiers hebben corona, dus het enige agendapunt 5 die wordt verschoven naar de raadsvergadering van volgende week. Wij zullen behalve alleen het gesprek Governance regio Gooi en Vechtstreek met de burgemeester Broertjes en Mol bespreken. Het verslag van de vergadering schuift ook door naar de volgende.

5.

Gesprek Governance regio Gooi en Vechtstreek met burgemeester Broertjes en burgemeester Mol De voorzitter: De heer Mol, mag ik u vragen het stuk in te leiden? De heer Mol: Dank, voorzitter. De heer Broertjes en ik hebben ook afgesproken dat ik even aftrap. Dit is inmiddels ons laatste duo-optreden in de regio. Ik zit hier dus vanavond ook niet als burgemeester van Laren, maar als voorzitter van de werkgroep Verbetering bestuurlijke besluitvorming in de regio Gooi en Vechtstreek. De heer Broertjes en ik hebben met alle gemeenteraden in het gebied gesproken. Overigens de burgemeestersverplichtingen worden hedenavond waargenomen door de heer Calis. Ik vind het erg leuk dat ik u ook kan vertellen dat de werkgroep die ik mocht voorzitten daarin zaten raadsleden. Daar was ook de heer Van der Zwaan, onze voorzitter vanavond, buitengewoon actief in en ook de heer Van den Berg van het CDA. Belangrijke medetrawanten in de rovershoofdgroep waren de medewerkers van de regio op de publieke tribune. Harstikke goed dat die er ook zijn. Er ligt vanavond een helder advies van de werkgroep voor en daar heeft het algemeen bestuur ook een reactie op gegeven. Dat zijn een hoop pagina’s die ik eigenlijk in de geest wil samenvatten. Want wat hebben wij als werkgroep gezegd? We hebben twee adviezen uitgebracht aan de regio.

Het eerste advies van een jaar geleden was eigenlijk een stuk over: hoe kunnen we de besluitvorming met elkaar verbeteren? Dat behelsde eigenlijk veel meer inzetten op: ga op tijd het gesprek aan met je gemeenteraden; zorg ervoor dat je de input van de gemeenten uit het gebied aan de voorkant betrekt; probeer te voorkomen dat je een voorstel helemaal uitwerkt als regio en dat je eigenlijk tot achter komma alles nauwkeurig in cellofaan verpakt voorlegt aan de gemeenteraden en dat ze dan pas met input komen; en faciliteer ook veel meer onderling gesprek tussen de gemeenteraden. En we hebben ook een oproep gedaan aan de gemeenteraden zelf om meer in eigen huis ook te investeren in feeling bij wat er leeft in de regio. Dat heeft onder andere in Laren ook geleid tot het inrichten van een derde raadscommissie: de commissie Bovenlokale Zaken die na de verkiezingen van start gaat. Nu ligt er een tweede advies, en dat is het advies met een hele duidelijke titel, namelijk een boodschap aan het algemeen bestuur: Kies voor actieve en zichtbare regie op de regionale agenda. Wij hebben het als werkgroep belangrijk gevonden om het algemeen bestuur te adviseren meer op inhoud de inhoudelijke agenda van de regio te trekken. Wij hebben in dit gebied een regionale samenwerkingsagenda.

Die is vrij uitgebreid, maar niemand trekt eigenlijk, is kapitein op die agenda, gaat eigenlijk met die agenda de hort op. Een van de procedures waarbij dat vrij duidelijk in de regio ook werd gemist en ook vanuit de werkgroep van raadsleden naar voren was gebracht, was bijvoorbeeld de besluitvorming rondom het doelgroepenvervoer. De meningen over de toegevoegde waarde verschilde. Veel gemeentes zijn eigenlijk heel blij met de inrichting van het doelgroepenvervoer, maar hebben in die ronde in die besluitvorming wel een dialoog gemist met de bestuurders uit het algemeen bestuur om daarmee te kunnen sparren en daarna ook te kunnen dealen bijvoorbeeld over een vorm van toezicht. Het goede nieuws

is: iedereen kent de medewerkers van de regio in dit gebied. De heer Music kennen we allemaal en de projectleiders op de verschillende onderdelen, maar dat zijn de mensen die natuurlijk niet de verantwoordelijkheid dragen om zo’n agenda uit te voeren. Waarom is het nou zo belangrijk om die bestuurlijke dialoog met zo’n algemeen bestuur te hebben? Het regiokantoor is geen anonieme organisatie in Bussum en het is ook niet een soort kwade Gargamel die over al onze gemeentes voorstellen uitstort. Nee, die regio dat zijn we zelf. Wij zijn zeven, inmiddels nog maar zes gemeenten die samen een afspraak hebben gemaakt om samen problemen op te lossen die we niet zelf kunnen oplossen. Dus we moeten onszelf ook in de spiegel durven kijken. Die regio, dat zijn wij zelf. Die agenda die we met die regio uitvoeren dat kan ook natuurlijk altijd een hele puntige agenda zijn met alleen maar die dingen waarvan we zeggen: die moeten we met elkaar oplossen. Geen zelfrijzend bakmeel, een puntige overzichtelijke agenda met de problemen waarvan we zeggen: dat zijn de regionale problemen en dat zijn ook de problemen die we in viertal jaren in een coalitieperiode kunnen oplossen. Waarom is dat zo belangrijk dat we nu met elkaar echt de handen ineenslaan? Met het vertrek van Weesp die nu gefuseerd is met Amsterdam is de kleinste regio van Nederland nog kleiner.

Dat betekent dat de kleinste regio van Nederland nog maar zes gemeenten behelst. Dat maakt ons onwaarschijnlijk kwetsbaar en maakt de druk om te laten zien dat wij als bestuurlijke zelfstandige gemeenten echt in staat zijn om in dit gebied problemen op te lossen. Want uiteindelijk gaat een bestuurlijke fusie, en hier durf ik wat meer vrijheid te nemen om daarover te spreken, we hoeven van niemand te fuseren. Je hoeft pas te fuseren als je je problemen niet meer kunt oplossen, als je je rekeningen niet meer kunt betalen en niet meer kunt voorzien in goede woningen, in bewegen en de problemen van de inwoners ook echt oplost. Wij hebben als werkgroep gezegd: het is onwaarschijnlijk belangrijk dat als wij echt die problemen opgelost willen hebben met een puntige regionale agenda dat we op inhoud wethouders in het algemeen bestuur hebben die op inhoud die agenda trekken en niet dat alleen maar dat proces voort sturen: nee, we gaan over bedrijfsvoering. Dat zij echt die kopgroep vormen, vooral om die bestuurlijke dialoog. Geen supercollege, geen superwethouders, echte vooruitgeschoven posten van onszelf. Ik kijk nu eventjes naar het stuk, want er komen ongetwijfeld ook vragen over. Een derde punt wat wij heel belangrijk vinden is: gemeenteraden, investeer ook in eigen huis aan een goede voorbereiding zodat jullie ook vertegenwoordigd aan de voorkant dat gesprek met ons aan kunnen.

Als we een probleem hebben, praat met de gemeenteraden over de problemen en hoe je het kunt oplossen in plaats van aan het einde van het proces. Een derde belangrijk punt is: als er zo meteen een nieuwe coalitieperiode begint of een nieuwe raadsperiode, coalitieperiode is het verkeerde woord, een nieuwe raadsperiode na de verkiezingen, investeer meteen in hele duidelijke afbakening van rollen en taken, want we zijn eigenlijk allemaal een beetje kwijt wie nou waarover gaat. Wat is nou de taak van het algemeen bestuur? Waar gaan de portefeuillehouders overleggen over? Wat is nou precies onze taak als gemeenteraden? Waar gaat de regio zelf over? We zijn een beetje kwijt wie waarover gaat en daarom ook wie er nou eigenlijk de regie heeft. Wij pleiten ervoor dat er een heel duidelijk gezicht is voor die regie op die inhoudelijke agenda. Dat moet het algemeen bestuur zijn. De voorzitter: Pardon, de heer Broertjes. Ik wil alleen nog even melden dat we wel livestream zijn. Dus als u er rekening mee houdt dat de microfoons ook luisteraars mee kunnen luisteren. Dank u wel. Gaat uw gang. De heer Broertjes: Ik ben aan, ja. Ja, allereerst wil ik u bedanken dat u zo bereid was en flexibel om even de agenda te vervroegen vanwege mijn agenda, want ik moet straks nog naar het veiligheidsberaad, digitaal. Maar blij dat u daar even aan mee wilde werken, want daar wil ik niet ontbreken.

En ik wilde hier ook niet ontbreken. Ik vind het altijd fijn om in de raad van Laren aanwezig te mogen zijn. Dus daarvoor heel veel dank. Ja, de heer Mol heeft op zijn eloquente wijze al heel goed samengevat waar het over gaat. Het is een ambitieus advies en ik voel me er ook door aangesproken, omdat ik natuurlijk voorzitter ben de afgelopen jaren geweest, nog steeds, van het algemeen bestuur. Het is ook wel een vingerwijzing zo van: dat algemeen

bestuur moet zichtbaarder worden; moet afrekenbaarder worden; moet politieker worden. Daar ben ik een groot voorstander van, maar het is nog niet zo makkelijk te realiseren. Het is eigenlijk een stimulans van dit tweede rapport van de commissie Mol om daar nu echt werk van te gaan maken. Dat heeft wel een aantal consequenties. Ik ben echt wel benieuwd straks in het debat over waar u eventueel grenzen ziet, want het wordt wel een andere balans tussen de verantwoordelijkheden tussen de regio en de lokale raden. Want als die regio dan meer regie moet nemen en meer zichtbaar moet worden, dan gaat die ook meer van zich doen spreken. Dat kunnen we heel goed accommoderen door die kostverbanden te gaan maken, door meer op te treden zoals wij nu ook doen, zoals ik nu ook doe in andere raden. Dat portefeuillehouders die verantwoordelijk zijn in het AB voor een bepaald onderwerp zich ook verantwoorden niet alleen in hun eigen raad, maar ook in de andere raden. Dat is een belangrijk element in het rapport Mol, tweede rapport Mol. Dus dat geeft een hoop meer inhoud en dat verrijkt het debat denk ik, het regionale debat. Maar daar komen best … Het gaat ook hier en daar misschien schuren aan de bestaande praktijk. Ik noem u een paar voorbeelden. Nu praten we eigenlijk niet het ziekenhuis in Blaricum wat de toekomst daarvan is, daar bemoeit niemand zich mee behalve Blaricum.

Maar je zou kunnen zeggen: misschien is het wel een regionale verantwoordelijkheid om te kijken wat we daarmee doen. Wordt dat een coronaziekenhuis? Vinden we dat een mooi gebaar vanuit de regio om dat op de nationale agenda te zetten? Maar het vliegveld Hilversum daar is ook een debat over ontstaan: moeten er huizen worden gebouwd of moeten we het behouden? Daar praat alleen Hilversum over. De consequentie van het rapport Mol is dat daar meer een regionaal debat over gevoerd wordt en er gekeken wordt of er ook vanuit andere gemeentes wat het belang is van dat vliegveld voor de hele regio. Dat doen we nu niet of onvoldoende of ja, heel minimaal, marginaal zou ik moeten zeggen. Dit rapport Mol straalt de ambitie uit om daar wat meer met elkaar over in debat te gaan om te kijken of we daar niet een regionaal belang van kunnen maken. Nou, dat zijn voorbeelden waar ik benieuwd ben waar uw voorkeur ligt en waar u nieuwe grenzen ziet, waar u ook conflicten ziet. Gaan we verantwoordelijkheden verschuiven of bent u daar helemaal niet voor? Of nou ja, waar zien we de consequenties in de praktijk ontstaan en hoe kijkt u daarnaar? Dat zou ik graag hier ophalen.

Dat hebben we ook in de andere raden gedaan en dat geeft … We gaan ook nog een eindverslag maken en dat komt nog weer terug waarschijnlijk bij de nieuwe raad, bij de opvolgende raad, omdat dat de onderlegger is voor het handelen voor de nieuwe raad als het gaat om de regio. Zo proberen we de regionale samenwerking waar we helemaal niet ontevreden over zijn, want de afgelopen jaren hebben we best goed laten zien dat we ook op onderwerpen heel goed kunnen samenwerken om die nog een nieuwe impuls te geven. Dit rapport kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren wat mij betreft, dus in die zin ben ik ook echt benieuwd naar uw reacties zo dadelijk. Daar kan ik het denk ik nu even bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Faas, mag ik vragen uw commentaar? De heer Faas: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met dat ik als sportvlieger heel erg blij ben dat de discussie over het al dan niet bebouwen van vliegveld Hilversum dat dat een regionale aangelegenheid is, dus dat wij zelfs in Laren daar een klein beetje over mee mogen praten. Dat waardeer ik buitengewoon. Dus op dat punt heeft u mij al.

Ten aanzien van wat andere zaken wat mij nog niet heel duidelijk is: welke zaken gaan er nu echt concreet veranderen? Ik kan me voorstellen dat het in deze setting niet lukt om ze allemaal te benoemen, maar voor mijn beeldvorming zou ik het plezierig vinden als u een paar concrete voorbeelden zou kunnen noemen wat daar nu gaat veranderen. Dat is in eerste termijn mijn vraag. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel. Bedankt voor allebei de inbreng. Ik zie in ieder geval een goede samenwerking tussen Hilversum en Gooise Meren daar waar het Crailo betreft. Dat is denk ik al zo’n mooi

voorbeeld van over grenzen heen stappen woningbouw/bedrijventerreinen, dus dat maar even markeren als plus. Burgemeester Broertjes zei net: nou, we gaan het wat breder trekken collega Faas zegt nu al: we mogen misschien wel meepraten over het vliegveld dan wel over Ten Gooi. Kunnen wij iets met elkaar hier benoemen, dan kijken we misschien wel naar onszelf eerder waar dan de regio/de andere gemeentes in Laren over mee mogen praten? Want als het de ene kant op gaat, gaat het ook de andere kant op. Nou, dat wil ik hier dan maar op tafel leggen. Dan kijk ik toch ook even naar burgemeester Broertjes. Wij hebben de gelukkige omstandigheden binnen het CDA gehad dat wij een inwoner van Hilversum actief in de politiek hier kregen en die heeft mij weleens verteld: ja weet u, als burgemeester Broertjes met 80.000 inwoners in Den Haag komt, ja, dan is hij een van de zovelen, maar zou hij namens de hele regio of namens een grotere gemeente op kunnen treden, dan gaan er ook andere potten met geld open. Dan kijk ik vooral naar huizen in Hilversum met wat meer grootstedelijke problematiek al waar wij misschien een beetje wat minder nog mee te maken hebben. Ik zie dat ook in dat regioverband. De vraag is eigenlijk of dat zo meteen op tafel kan komen of dat soort vergezichten ook tot deze agenda behoren.

Dus niet alleen maar fysiek en over wonen, maar ook vooral over andere problematiek van, nou, volkshuisvesting/de inwoners die in bepaalde groepen misschien extra aandacht verdienen. Dat even voor nu. Want de tijd is beperkt, dus. De voorzitter: Dank u wel. Ja. Nee. Dank u wel. Mevrouw Niekus, ik heb u net overgeslagen. Het is geen M&F vergadering, maar we gaan gewoon het rondje langs. Sorry. Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Ja, het is toch duidelijk uitgelegd door de burgemeester, maar mijn vraag is hetzelfde eigenlijk als mijn collega: wat wordt er nu anders? De wethouders die krijgen waarschijnlijk meer taken op zich, omdat ze ook langs alle andere gemeenten moeten. Wat wij met onze regio’s moeten denk ik ook de scholen is een heel belangrijk aandachtspunt. De opbouw van de scholen, het onderhoud van de scholen. Dat we dat veel meer gezamenlijk moeten doen. Ook: welke scholen moeten hier in de regio komen? En welke kunnen eventueel verplaatst worden? Maar in ieder geval mijn vraag is het belangrijkste: wat verandert er eigenlijk nu echt? De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, voordat we op allerlei individuele casussen ingaan, zou ik graag nog even een stapje terug willen doen.

Ook luisterend naar de inleiding van onze burgemeester waarbij die zegt: joh, als we kijken naar het advies van de werkgroep … Overigens grote complimenten voor het advies, want wat mij betreft is het gewoon haarscherp wat er aanbevolen wordt. Als we kijken naar het advies, dan zijn eigenlijk de twee hoofdzaken in het advies dat we de raden uitnodigen zeg maar de raad meer naar de regio de brengen, uitgenodigd door het regiobestuur, en andersom het regiobestuur uitgenodigd wordt om hier initiatief te nemen, noem het desnoods meer ondernemerschap en daarin ook het experiment niet te schuwen. Dat is misschien een flauwe vraag, maar als je die twee dingen zo scherp stelt, wat vindt de werkgroep dan uiteindelijk van de reactie van het regiobestuur? Om het even te beantwoorden, anders laat ik hem zo open. Ik moet eerlijk zeggen als dit het appel is, dan vind ik de reactie nogal voorzichtigjes en met name als het gaat om het initiatief, dan had ik eigenlijk een, ja, wat enthousiastere, laat ik het zo zeggen, en wat ook initiatiefrijkere reactie gezien. Maar ik weet niet of ik de enige ben in dat verband. Ik ben in ieder geval benieuwd hoe de werkgroep daar uiteindelijk ook tegenaan kijkt. De voorzitter: De heer Juffermans.

De heer Juffermans: Dank u wel, voorzitter. In de eerste plaats ben ik eigenlijk heel blij dat ik na ruim een jaar weer hier aan tafel zit en heb ik met heel veel belangstelling geluisterd naar de inbreng van de beide burgemeesters. Ik sluit mij aan bij de vorige spreker en bij mevrouw Niekus. Er zijn een aantal punten die mij zijn opgevallen. Er wordt eigenlijk niks gezegd over hoe al deze plannen zouden kunnen doorgaan samen met de gemeenteraden, wethouders en burgemeesters. In die zin is het wel positief dat er een startnotitie ons tegemoetkomt. Aan de voorkant weliswaar van de besluitvorming, daar ben ik heel blij mee, maar hoe vindt besluitvorming aan het einde van het proces plaats? Zes raden moeten besluiten over amendering, over inspreken door inwoners, terugkoppeling, et cetera. Bestuurlijke en politieke drukte. Er zijn 177 autonome raadsleden en 6 gemeenteraadsleden. Het is een hell of a job, lijkt mij zo. Zou het een oplossing zijn, en dat draag ik maar meteen aan in de eerste ronde, als de lokale griffies zouden kunnen functioneren als een regionale griffie om de raden te laten afstemmen? Want wethouders en bestuurders die vinden elkaar makkelijk, dat is geen probleem, maar raadsleden vinden elkaar niet. Die zitten waar ze zitten en ze blijven zitten, is mijn opvatting. Alleen partij politiek is er misschien wel een verbintenis.

Maar hoe krijg je dat allemaal afgestemd? Ik heb een … Ik kan het u strakjes laten zien. Kunt u van dichtbij zien. Wat er zou gebeuren wanneer amenderingen en toestanden allemaal door die raden worden ingediend en hoe de besluitvorming dan gaat plaatsvinden. Het is een traject van ik weet niet mijnheer Bakker heeft dat al geschetst dat dat jaren in beslag neemt. Ik hoop dat ik er vanavond een antwoord op krijg. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Goozen. De heer Van Goozen: Ik ben aandachtig toehoorder. De voorzitter: Goed. Ga ik door. Gaat uw gang. U bracht me even in het potje verkeerd. De heer Jacobse: Oh jee. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Jacobse: Je weet maar nooit. De voorzitter: De heer Jacobse. De heer Jacobse: Dan had ik daar gezeten waarschijnlijk. Dank u wel. Dank u wel, voorzitter. Het is algemeen bekend dat wij als Larens Behoud een bijzondere positie innemen in dit verhaal. Ik heb mij zeer laten inspireren door het document en ik heb een paar keywords opgeschreven. Het eerste is een mate van terughoudendheid. Nou, dat is niet zo stoer, maar ja we kijken toch een beetje de kat uit de boom. Het andere is eigenlijk onbevangenheid.

Willen we dit met elkaar gaan dragen? Daarin sluit ik graag aan op wat mijnheer Broertjes zegt, maar ook onze eigen burgemeester: dan zullen we met een mate van enthousiasme of zo, maar in ieder geval met een bereidheid tot of zo met elkaar aan de slag moeten. Ik moet eerlijk zeggen als ik dan naar de proceskant ervan kijk, dan wordt het me al vrij snel, in aansluiting op mijn vorige spreker, droef te moede. Als ik naar de praktijkkant kijk, dan denk ik: nou, wij willen best meekijken of praten over hoe dat met het ziekenhuis moet aflopen. Dat is platgezegd op spuugafstand van onze gemeente. Daar vinden we wel wat van. Of er huizen op het vliegveld Hilversum moeten komen kan ik niet overzien, maar alle huizen op elke plek lijken me op dit moment relevant, dus willen we best in mee … Kijk, als het die kant uitgaat, als we daar met elkaar over van gedachten moeten wisselen en eventueel tot een mate van advies of besluitvorming komen, dan zijn wij zeker geïnteresseerd en geïnspireerd. We krijgen een derde commissie in Laren die zich over de gemeenteraden heen met regionale zaken, maar ook met de MRA wat gaat bemoeien en ons nadrukkelijker

op de hoogte gaan houden. Als dat het instrument is waarlangs wij in deze materie gaan, prima. Ik denk dat het ook zo bedoeld is. Ik blijf even op die twee dingen en ik sluit eigenlijk ook wat aan op mijnheer Van Midden. Het mag van mij wel … Het moet concreter worden straks. Dat gebeurt natuurlijk op moment dat we op onderwerpen terechtkomen, maar als we eerst maar eens even elkaar vinden op idealen. Ik was niet van plan om het te zeggen, maar ik doe het toch maar: laat er een ideaal zijn dat we dit met elkaar op enig niveau willen fixen. Er is genoeg te doen, dat kan niet genoeg gezegd worden, en als we dat willen en we zien dat met elkaar zitten, dan gaan wij wel mee. Dank u wel. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik werd net bij de heer Broertjes voorgesteld als een nieuwe partij. Nou, dat is ook wel zo, maar ik loop toch al een flink aantal jaren mee. Dan weliswaar onder het verkeerde vaandel, maar dat terzijde. Ik heb toch wel enige ervaring in de afgelopen jaren en eigenlijk het enige woord wat zich bij mij opdringt is het woord urgentie, want al jarenlang komen er allemaal lijvige voorstellen en begrotingswijzigingen en zienswijzen en allemaal commissies waarvan ik de afkorting niet eens begrijp, maar wat ik me altijd afvraag: wie is nou eigenlijk de probleemeigenaar? In heel veel gevallen zijn wij dat dan ten delen.

Ik denk dat daar een beetje de schoen wringt, want als ik het niet als urgent verklaar en ook niet als urgent ervaar, dan ben ik heel snel geneigd om te denken: oké, nou er is vast wel iemand die daar wat van vindt en iets verstandigs kan zeggen en ik wacht het af. We hebben een poging gehad om ambassadeurs … Nou, er zitten twee gewezen ambassadeurs hier aan tafel. Die kwamen dan met nieuws namens de ambassadeurs, nou, en dan luisterden we keurig netjes. Dan zeiden ze: we gaan speerpunten bepalen. Oké, speerpunten. Er kwamen zeven speerpunten. Nou, volgens mij heeft een speer altijd maar één punt, maar dat terzijde. De heer Jacobse zei dat hiernaast ook al: ja, we moeten idealen hebben. Ja, en misschien is dat nou juist wel het probleem. Het is te weinig … We hebben er te weinig last van. Als ik dan toch urgentie op een andere manier moet vertalen. Ik was heel verrast door uw bijdrage, mijnheer Broertjes, want u noemt het ziekenhuis, het vliegveld. Nou, daar had natuurlijk ook heel goed de woningbouw bij genoemd kunnen worden, mobiliteit bij genoemd kunnen worden. Er zijn een hele hoop dingen die denk ik regionaal heel belangrijk zijn, maar wij gaan ze wegstoppen in een commissie waarvan we denken: zo, dat probleem hebben we ook weer opgelost. Daar is een commissie voor ingesteld en die houdt zich namens ons daar avonden lang mee bezig.

Mijn vraag is dus eigenlijk heel simpel, en ik ben heel nieuwsgierig naar uw antwoord, hoor: hoe gaat u er nou voor zorgen dat die urgentie gaat ontstaan? Hoe kunnen wij nou van belangstellende luisteraars zoals mijnheer Van Goozen zich omschrijft tot acute probleemeigenaren omturnen? Hoe komt er nou een moment dat wij denken: potverdorie, wat zullen we nou beleven? Maar dat gaat niet gebeuren. Als er een boom op de Brink omgehakt moet worden, komt 45 man op de proppen, maar als het gaat over 10.000 woningen in Hilversum zegt iedereen: oh, dat is mooi. Goed gelukt. Dus dat is eigenlijk een beetje mijn enige vraag, en dat is misschien wel een beetje een flauwe vraag, maar voor mij wel leidend: hoe krijgen we dit nou echt als een probleem, als ons probleem met de raad en wijzelf als probleemeigenaar? De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong. De heer De Jong: Ja, er liggen inderdaad een behoorlijk aantal punten die genoemd werden om gezamenlijk te doen. Nou, dat zijn er natuurlijk nog veel meer: klimaat, sociale zaken, woningbouw. Er zijn heel veel zaken die we nu allemaal in alle dorpen en steden hier apart doen. Het is goed om dat ook met elkaar te doen, dat ieder toch een evenredig deel daarvan krijgt, alleen zit ik wel met het probleem van de democratische inbedding, hè.

Stel het voorbeeld ziekenhuis of vliegveld: als daar regionaal dus over gesproken gaat worden en daar komen conclusies wat er gedaan moet worden en daarna wordt in een van de plaatsen zelf dus met die raad

wordt er een besluit genomen waarin dat gezamenlijke standpunt onvoldoende meegenomen wordt, dan heb je dus toch een probleem. Dus wat dat betreft zou u toch … En we hebben geen raad van de hele regio, dus ja, je zou toch dan moeten weten hoe je dat inbedt dat dat toch op de goede manier voortgang vindt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hurink. De heer Hurink: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Als eerste mijnheer Broertjes, ik ben blij u te zien in deze gezondheid. Dat sowieso. Ik heb in Huizen ooit een keer voor uw voeten gegooid: hebt u dat gehoord, mijnheer Broertjes? Dat was natuurlijk een aanval waarin de groteren de kleineren overschaduwden. Ik ben heel blij met dit rapport dat er in ieder geval meegedacht kan worden door alle raden in de regio en ik hoop dan ook dat de besluitvorming daarin, ja, plaats gaat vinden waarin eigenlijk alle stemmen worden meegenomen. Maar ik ben in ieder geval blij met het rapport Mol. De voorzitter: Dank u wel. De heer Mol. De heer Mol: Dank. We hebben afgesproken dat ik weer even eerst een aantal vragen beantwoord. Dan kan de heer Broertjes u weer uit de tent lokken zoals hij heel slim deed met het ziekenhuis en het vliegveld, want zo wordt je tien jaar burgemeester van Hilversum heel lang hoofdredacteur van de Volkskrant. Als je de gemeenteraad van Laren daar even mee kietelt.

Het oergesprek wat de heer Broertjes en ik hadden en hoe we uiteindelijk zijn gekomen tot dit rapport was de volgende: namelijk precies de vraag die de heer Juffermans stelde. De heer Broertjes belde mij met de vraag: kunnen jullie vanuit de werkgroep raadsleden eens nadenken over hoe je een probleem oplost als je een regionale samenwerkingsagenda vaststelt waar 70 amendementen door zijn ingediend vanuit verschillende gemeenteraden en hoe wij daar dan weer over besluitvorming gaan nemen? Daar hebben we een tijdje met elkaar over gesproken. Toen kwamen we tot de conclusie: dat is natuurlijk de verkeerde vraag. Het gaat om de vraag: hoe komt het dan 7 gemeenteraden 70 amendementen gaan indienen? Dat betekent dat in het voorproces er eigenlijk helemaal niemand goed is meegenomen en er een heel lang stil proces van besluitvorming heeft plaatsgevonden en uiteindelijk de raden die erover gaan zich eigenlijk niet herkennen in deze agenda, maar vervolgens helemaal gaan amenderen. Dat is in de geest ook het advies van het eerste in dit rapport. Zo’n vaststelling van zo’n regionale samenwerkingsagenda moet een juichend slotakkoord zijn: nou, dat hebben we toch maar mooi samen met elkaar gedaan. Dat vraagt er dus om dat je in zo’n voorproces een bestuurlijk gesprek met elkaar hebt.

Dus ook van een regiobestuur wat zegt: wij zijn de kapiteins op dit schip, wij gaan een agenda maken voor de regio die puntig is, die overzichtelijk is, die punten bevat die wij in vier jaar waar kunnen maken en waar wij het gesprek mee aangaan met de gemeenteraden en of zij ook input hebben en of zij het met ons eens zijn: zijn dit de problemen die wij moeten oplossen? En wat voor oplossingen zoeken we daarbij? Dat lukt dus alleen als je voor die definitieve besluitvorming met elkaar dat proces doorloopt en dat vraagt dus ook een regiobestuur wat op inhoud eigenaar is van die agenda. Nou denkt u natuurlijk: wij kennen zo’n bestuur met inhoudelijke portefeuillehouders, maar dat hebben we niet in deze regio. We hebben een regiobestuur waarin alle gemeenten zijn vertegenwoordigd, maar de wethouders niet op inhoud een portefeuille trekken, daaromheen verschillende bestuurlijke trekkers zijn, maar het niet zo is dat het geheel van de bestuurlijke regionale organisatie getrokken wordt door één bestuur met daarin wethouders die ieder een portefeuille hebben. Dus die bestuurlijke verantwoordelijkheid is heel diffuus georganiseerd en zo kom je nooit, als een zwerm iets moet trekken kom je nooit tot iets waar iedereen zich eigenaar van voelt.

De heer Broertjes: Met één zin aanvullen? Want dat is ook precies uw punt wat u maakt: hoe krijgen we die urgentie nou op de tafel? Dat is wat de heer Mol nu al doet, maar wat ik nog even wil preciseren. Dat is dat we in de governance, in de structuur een stimulans moeten aanbrengen om dat gezamenlijke debat te gaan

voeren. Dan leidt dat tot urgentie, want dan ga je via de inhoud ga je met elkaar in gesprek. Dan houden we op met altijd over processen en procedures met elkaar te praten, over gemeenschappelijke regelingen. Dat is dan klaar. Dan hebben we het alleen daarna nog over de inhoud. Dan pakken we de maatschappelijke onderwerpen beet die vragen om een regionaal belang en om een regionale aanpak. Dat is één. Dat gaat over die urgentie. Twee is: het is niet alleen een organisatievraagstuk waar het over hebben. Het is ook een cultuur vraagstuk. We moeten het ook mekaar gunnen om met elkaar te praten over de grenzen van de lokaliteit heen. Daar hebben we voorbeelden van. U noemde het al: Crailo is daar een goed voorbeeld van, maar er zouden meer van moeten komen die dat ook laten zien dat dan samenwerking een toegevoegde waarde heeft. Dan komt die urgentie dus er ook. Als je die gunfactor groter maakt in deze regio, dat je het mekaar gunt om met elkaar te praten over in gemeenschappelijkheid, en dat is ook precies het appel van het rapport Mol: ga dat nou doen, dat moet in de praktijk blijken. Dat kunnen we hier niet … Dat kunnen met elkaar afspreken, maar als we het vervolgens niet doen als het erop aankomt, dan komt het er niet van. De afgelopen jaren is dat toch onvoldoende geprobeerd. Dat verwijt ik mezelf ook. Dat had ik misschien meer nog moeten doen.

Nou, dat is de nieuwe raad en de nieuwe bestuurders is dat appel van dat rapport Mol en ook de reactie van het bestuur, want daar was ook een vraag over aan uw kant, want dat was een beetje flauwtjes. Ja, zo heb ik die reactie niet ervaren. Ik sta 100 procent achter de voorstellen zoals de commissie Mol dat heeft. Daarom zit ik hier ook en daarom doen we dat rondje ook, omdat wij het van belang vinden om nu een volgende stap te zetten. We komen natuurlijk van ver. Het algemeen bestuur was in eerste instantie bevolkt door burgemeesters die alleen over de bedrijfsvoering gingen van de regio en niet over de politieke agenda. Nu zitten er wethouders in en is er nog één benoemde bestuurder, dat ben ik zelf, als voorzitter. Nou, dat werkt heel anders en dat moet nog verder beter worden. Dat is precies waar Mol zich op wijst: ga nou echt dat debat aan en zoek de grenzen op ook met elkaar. Daar waar het pijn doet, loop daar niet voor weg, maar ga dan door de pijngrens en ga toch met elkaar proberen dat regionale belang te benoemen. We lopen er soms voor weg. We escaleren ook te weinig in het systeem. Portefeuillehouders maken ruzie, maar daar komt het AB nooit aan toe. Daar wordt het AB, het algemeen bestuur nooit van op de hoogte gesteld. Dat is niet goed. Rapport Mol zegt: doe dat wel. Escaleer op het moment dat het nodig is.

Er zijn voorbeelden genoeg te bedenken van de afgelopen vier jaar waar dat had gekund en gemoeten en dan wordt dat besluitvormingsproces wordt ook transparanter, want dan … En die crossverbindingen die we gaan maken tussen de verschillende raden die geven precies dat inhoudelijke debat het niveau wat het moet hebben. Dan ben ik terug bij de heer Vos. Kan iets in … Mijnheer Vos, ja. Die zei: hoe krijgen we die urgentie op de agenda? Dat gaat dan gebeuren via twee lijnen: organisatie en cultuur. Wat gaat er veranderen? Vroeg u. Dat gaat veranderen. Dat wordt echt anders. Dat wordt een ander proces. De heer …: Er gaat wel meer veranderen trouwens, maar dat is de hoofdmoot. Mevrouw …: Dat is heel mooi om te horen. Ik wil nog even vragen: de regiopodia die hebben natuurlijk altijd een belangrijke rol gespeeld die eerste vier jaar van het hele opzetten van de RSA. Daar zijn we echt met z’n allen heel actief mee bezig geweest. De tweede vier jaar is dat inderdaad allemaal wat verzand, dat is jammer. Er kwamen meer regiopodia en die regiopodia werd niet door iedereen bezocht waardoor de informatie bij diverse raadsleden niet aanwezig waren en waardoor de besluitvorming ook heel lastig is geworden. Dus mijn vraag is eigenlijk: de regiopodia, wat gaan we daar dan mee doen? Is dat nog steeds iets wat we door moeten zeggen? De voorzitter: Er komt een tweede rondje.

Ik wil u alleen vragen de heer Broertjes moet in zeg maar een klein kwartiertje weg, dus de vragen graag heel kort houden. De heer Hurink? De heer De Jong? De heer Vos.

De heer Vos: Ja. Graag, voorzitter. Ik zal proberen het zo kort mogelijk te houden. Want mijnheer Broertjes zei iets wat mij wel triggerde. Hij zei: ja, in het verleden zijn er wel dingen gebeurd die zich eigenlijk een beetje afspeelden buiten het zicht van de raden, als ik uw woorden goed parafraseer, die tussen het algemeen bestuur en de andere speelden. Een beetje buiten ons beeld waardoor ook dat escaleren, u gebruikte dat werkwoord, eigenlijk niet plaatsvond. Zou u mij, en dat is misschien een hele triviale vraag, maar zou u mij een voorbeeld kunnen noemen van de afgelopen vier jaar waarin u zegt: nou, daar is het dus volkomen buiten beeld gebleven en daar hebben we een gemiste kans … Hebben we een kans laten liggen? Zo moet ik het zeggen. Dan is de zin wel correct. De heer Broertjes: In het sociaal domein zijn er wel voorbeelden te bedenken waar dingen zijn blijven liggen op het niveau van het portefeuillehoudersoverleg. Het gaat nu te ver om dat in detail uit te werken. Maar er zijn voorbeelden te bedenken. Maar ja, de hele GAD-kwestie met de afvalverwerking, voorscheiding, nascheiding, dat heeft toch ook in het AB nauwelijks de importantie gekregen, het debat gekregen, de zwaarte van het debat gekregen die het in de samenleving wel heeft. Daar hebben we misschien schriftelijk wat laten passeren een paar keer met brieven, maar het debat daar ging het om.

Die urgentie dat zit in dat debat wat we met elkaar voeren. Dat regionale debat en het regionale belang wat we benoemen, en dat is nou precies wat Mol in zijn rapport ook aangeeft: daar ontbreekt het aan. Dan gaat dat besluitvormingsproces vanzelf transparanter worden en dan kan je het volgen, ook als buitenstaander, als bewoner kan je zien wat er gebeurt, hoe de hazen lopen en wie verantwoordelijk is waarvoor en dat die rollen goed verdeeld zijn. Dat is het verhaal. De heer …: Nou, als ik … De voorzitter: De heer … De heer …: Hier iets aan mag toevoegen? Een belangrijke denkfout die ik ook heb gemaakt en die we denk ik allemaal maken buiten het algemeen pensioen is dat we denken dat daar een inhoudelijk gesprek gevoerd wordt. Maar dat hebben wij, die opdracht hebben wij nooit gegeven aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zorgt ervoor dat het gesprek georganiseerd wordt en dat de besluitvorming georganiseerd wordt, maar het is niet zo dat het algemeen bestuur op inhoud verantwoordelijk is voor hetgeen vanuit de regio georganiseerd wordt.

Bijvoorbeeld wat hier leefde, een vorm van toezicht, een soort van raad van commissarissen op het gebied van doelgroepenvervoer, is zo’n vraag die eigenlijk een beetje als een soort vuurpijl is weggeschoten en ergens rondslingerde, omdat niemand zich op regionaal niveau probleemeigenaar voelde van het feit dat Laren daarmee in zijn maag zat en dat daar dus iets mee moest gebeuren. Die was gewoon weggeschoten. De voorzitter: Ja. De heer Jacobse. De heer Jacobse: Ja, ik volg met belangstelling de discussie. Ik heb er op dit moment niet zoveel aan toe te voegen. Het enige wat ik zou willen zeggen is: het woord vertrouwen is nog niet gevallen. Ik denk dat we ook weer met elkaar in een mate van vertrouwen moeten raken en elkaar de kansen bieden. Dat ligt in het verlengde van dat gunnen. We leven in dit verband een beetje in een ja-maar cultuur en we vinden wel wat, maar ja, wat hebben wij daaraan? Waarom zouden we daarop ingaan? Het zou wat schoner moeten worden. Het zou wat transparanter moeten zijn. Ik voel … Ik lees het niet helemaal, ik voel het wel uit het rapport. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Goozen. Nee? De heer Juffermans.

De heer Juffermans: Ja. Ik ben blij met uw antwoorden, mijnheer Broertjes en mijnheer Mol. Het wordt zo langzamerhand een beetje duidelijker waar het u om te doen is. Ik beluister ook bij mijn collega’s achter de tafel dat er zeker waardering is voor het rapport. Dat heb ik persoonlijk zeker. Ik ben blij dat het er ligt, maar het is niet volledig. Het is niet waar de raad mee uit de voeten zou kunnen komen. Daar zit ik mee. Dat is mijn pijnpunt. Ja, daar is voor de raad nog heel wat te doen en die heeft gereedschap nodig om zich te kunnen uitdrukken in dit geheel van bestuurlijke vernieuwing. Op zich heb ik daar waardering voor, maar in het rapport wordt er verschrikkelijk hard gewerkt aan de positie van het algemeen bestuur en hoe het verder moet, maar ik vind dat de raden te weinig gereedschap krijgen om zich uit te drukken, behalve dan het feit dat er een startnotitie is aan de voorzijde van een besluitvorming waar ik natuurlijk zeer veel waardering voor heb. Maar daarna daar rept u geen seconde over in dat rapport. Rept niet over wat er daarna gaat gebeuren wanneer de raden zich hebben geüniformeerd en zich uitgedrukt hebben in een ik hoop eenvormig besluit. Wat ik niet zie zitten. Ik zie het echt niet zitten. Dan ben ik misschien pessimistisch, maar het is een traject wat er afgelegd wordt wat jaren kan duren.

Misschien mis ik wat, maar ik heb wel het … Ja, ik heb daar niet in uw rapport een soort handleiding gevonden. Het enige wat ik aandraag, en dat is wat ik nogmaals onder uw aandacht wil brengen, dat is een soort regionale griffie die de raden in de hand neemt om gezamenlijk tot een overleg te komen. Ik heb het idee dat dat zou kunnen helpen om die raden te versterken. Want uw rapport gaat voornamelijk over uw bestuurlijke positie en niet over wat de raden voor bijdrage kunnen leveren, en dat mis ik. De voorzitter: Goed. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, voorzitter. Dank u wel. Aansluitend eigenlijk op wat de heer Juffermans net nog zegt over: ik mis de raden. Volgens mij zijn we juist als raden aan zet. Dan gaat het schuren en pijn doen, want ik heb namelijk nog niemand horen zeggen waar andere gemeentes uit de regio over zaken in Laren mogen spreken. Om die bal op de stip te houden: als wij acht jaar geleden zonder dat we de hele agenda kenden met drie gemeentes niet hadden bedacht om Crailo te kopen zonder dat we exact wisten wie wat allemaal wilde, dan was het niet gebeurd en hadden we onszelf een brevet van onvermogen gegeven. Acht jaar geleden zijn een aantal raadsleden onder leiding van en met elkaar in gesprek geraakt en we hebben dat acht jaar lang volgehouden.

Er ligt nu iets, maar een van die dingen die je dan ook uit moet willen leggen als een kleine gemeente als iemand er dan naar vraagt: ja maar Erwin, hoeveel woningbouw komt er nou op Crailo voor Laarders? Nou, 600. Ja, maar die worden niet op Larens grondgebied gebouwd. Nee, dat klopt. Die staan in Bussum en in Hilversum en wij hebben een bedrijventerrein. Als je die discussie niet met elkaar wil voeren, dan is het dus onze raad die aan zet is. Dus volgens mij ik gebruik hem als aanknopingspunt, omdat dit een succesfactor is geweest. Die zal de komende jaren denk ik elke keer als een blauwdruk moeten gelden en elke keer onszelf in herinnering moeten roepen als het ergens ingewikkeld wordt. Dat vraagt dan van ons allemaal iets en ik denk dat er daarom nog een rapport Mol 3 komt. Ik hoop ook, en dat zou ik graag willen horen, want met het vertrek van de heer Broertjes straks als burgemeester komt er een nieuwe burgemeester, dat wij ook in die zin diezelfde gang erin houden. Dan kijk ik vooral naar onze eigen burgemeester. Dat we die kartrekkersrol die we met elkaar hebben ook blijven uitvoeren en dan vooral met de succesfactoren. Dat het gaat schuren en pijn gaat doen, daar moeten we denk ik dan in die commissie bovenlokale samenwerking maar iedere maand over praten. Het is niet eens een vraag, maar het is meer een mededeling.

Het is een visie van hoe we het verder kunnen gaan uitrollen en dat heeft ermee te maken dat je mekaar ook wil verstaan. Dus als wij, en dat heb ik zelf gedaan, maar als voorbeeld: wij hebben geen SP hier, we hebben hier geen GroenLinks, maar als de SP en GroenLinks uit Hilversum en Bussum of Gooise Meren een goede motie hebben, dan dien je hem gewoon als CDA’er, of je het er nou helemaal mee eens bent of niet, maar dan ligt die motie in ieder geval in drie gemeentes op tafel. Want dat wordt het wel, want daar heeft de heer De Jong het net

nog over, de Nederlandse wet werkt nog wel steeds zo dat uiteindelijk de raad waar het gaat gebeuren wel het besluit moet nemen, dus daar ligt dan nog wel een uitdaging in de bestuurlijke vernieuwing. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Daarop aansluitend en ook aansluitend op wat de heer Jacobse zegt, en dat is niet afgesproken vanavond, maar het woord vertrouwen spreekt mij zeer aan, omdat uiteindelijk de Pavlov-reactie bij deze ambitie is, zoals de heer De Jong verwoordt: hoe zit het dan met de democratielegitimatie? Dat is natuurlijk zo. Dat is ook een hele terechte vraag, maar ik denk dat we ook vooral het vertrouwen moeten hebben bij het invullen van die ambitie dat die democratielegitimatie te allen tijde in het oog zal worden gehouden. Het zal natuurlijk weleens wat gaan schuren, zoals mijnheer Van den Berg treffend zegt, maar ondanks dat schuren, ja, moeten we dat vertrouwen hebben dat uiteindelijk die democratielegitimatie niet uit het oog verloren wordt. Dus ik weet niet of u daar misschien nog iets over kan toelichten, maar ik vind vertrouwen, wat ik al zei, een van de belangrijkste aspecten in die ambitie. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Midden: Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Niekus? Goed. De heer Faas nog. De heer Faas: Ja. Dank u wel, voorzitter.

Geen vraag, maar een hoe moet je dat noemen? Een ondersteunende verklaring richting mijnheer Broertjes. Ik was erg blij met zijn opmerking en zijn voorbeeld over Crailo. Ik ben daar zelf bij betrokken geweest. Mijn idee is dat geen enkele bestuurlijke vernieuwing slaagt als je het niet echt wil. We moeten het allemaal gezamenlijk willen en als we die attitude hebben, dan gaat het werken. Dat hebben we met Crailo gezien. We hadden een ongelofelijke stapel amendementen ingediend van behoorlijk linkse tot behoorlijk rechtse partijen en die gingen echt alle kanten op en in een tweetal sessies hebben we daar een klap op gegeven en hebben al die fracties, al die raadsleden die daar zaten hebben dat omarmd. Dus het kan, mits je het maar wil. Dan kom ik, ik meen dat mijnheer Vos dat had over die urgentie, mits de sense of urgency er is en de wil om te slagen, dan kan je er iets mooi van maken. Die oproep zou ik willen doen. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Mol. De heer Mol: Ja, kijk. Heel kort, want dan gun ik alle tijd aan de heer Broertjes om het af te ronden. Maar wij hebben als werkgroep gezegd: we gaan geen oplossingen meer zoeken in procedures en afspraken. Daar worden we helemaal gek van. Iedereen heeft hier zijn allemaal gekozen en benoemde bestuurders.

Die moeten gewoon hun bestuurlijke verantwoordelijkheid gaan nemen en het is belangrijk dat er na de verkiezingen een nieuwe agenda komt voor de regio, dat het algemeen bestuur zich daar op inhoud eigenaar van voelt en zegt: wij gaan een ambitieus stuk neerzetten waar wij het gesprek mee aangaan, dat die regiopodia levend blijven, maar dat het niet alleen maar beeldvormend is, dus dat wij als raadsleden achteroverleunen, horen wat het regiobestuur te zeggen heeft en daarna zeggen: nou, u hoort wel uiteindelijk wat wij er in de gemeenteraad van vinden. Nee, dat we daar ook het gesprek aangaan. Dat hebben we geleerd van Crailo. Het zou fantastisch zijn als twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen de woordvoerders wonen in het gebied gewoon hun eigen WhatsApp groep hebben en met elkaar in verbinding staan. Dus dat je op inhoud de raden ook met elkaar verbindt. Dat is een kwestie van elkaar gunnen en vertrouwen. Dat betekent niet dat we met z’n allen iets moeten gaan vinden van het ziekenhuis in Blaricum, maar dat je als

woordvoerders in het gebied eens een keer de dialoog met elkaar zoekt, met elkaar leert verbinden. Wij zijn de allerkleinste regio van het land, zes gemeenten zo meteen. Dan zou het toch gek zijn als je je collegawoordvoerders van die andere vijf gemeenten niet kent? Dan kom je vanzelf wel tot een inhoudelijk gesprek, dus moeten we niet meer uit gaan zoeken wat we gaan doen met een document wat 70 amendement heeft en hoe we daar uiteindelijk … Nee, we moeten ons met z’n allen verantwoordelijk voelen voor dat voorproces zodat je daar het gesprek hebt en bij de besluitvorming zoals bij Crailo merkt: nou, dat hebben we toch maar mooi met elkaar gedaan. Daar houd ik het even bij. De voorzitter: De heer Broertjes. De heer Broertjes: Ja, nog even ter afsluiting wat mij betreft, maar u kunt rustig doorgaan. Dan ga ik naar het veiligheidsberaad. Laat u zich door mij niet in een mal zetten. Twee woorden zou ik er nog even uit willen halen. Dat is dat woord vertrouwen. Daar ben ik erg blij dat dat gevallen is, want dat is toch de kern van het hele verhaal. En enthousiasme. U zei dat geloof ik iemand daar zei: is er voldoende enthousiasme? Wat betreft dat vertrouwen: ja, de gunfactor heb ik het genoemd. Die neemt toe, maar dat kan altijd nog weer beter. Dit rapport doet daar ook nog weer een appel op: jongens, we moeten elkaar dat gunnen. Dat is één.

Enthousiasme, en wij maken nu dat rondje voor de tweede keer eigenlijk, want dat hebben we de eerste keer ook gedaan, en ik moet zeggen dat enthousiasme eigenlijk bij alle raden hebben we dat teruggevonden. Er is echt behoefte aan meer inhoudelijk debat over de toekomst van deze regio als het gaat om de mobiliteit, als het gaat om het milieu, als het gaat om de werkgelegenheid. Er zijn echt nationale issues die hier ook spelen. Misschien wel in hevigere mate, omdat we vrij klein zijn, omdat er veel mensen op dit grondgebied wonen en werken en we met mobiliteitsvraagstukken zitten. Dat moeten we gezamenlijk oplossen. Dat moeten … Daar zit een regionaal belang in. Nou, dus dat enthousiasme is er echt. Dat hebben wij … Daar zijn we echt door bemoedigd, want dat wisten we ook niet van tevoren. Ik merk het hier ook. Ik ben erg blij met de opmerkingen die gemaakt zijn en daar gaan die nieuwe raadsleden en de nieuwe bestuurders die gaan daarop verder bouwen. Wij laten dat stuk straks achter als onderlegger daarvoor en dan hebben we volgens mij ons huiswerk, en u ook als raden hebt u dat goed gedaan. U bent zelf … Wij zijn allemaal de regio. We zijn het zelf. Het is niet een andere planeet, het is ons eigen belang.

GNR is toch een fantastisch voorbeeld, laat ik dat toch één keer noemen, als onze voorvaderen dat bedacht hebben dat dat een gezamenlijk belang is om hier de natuur te behouden en dat is wonderwel gelukt. Dat is een fantastisch visionaire ingreep geweest destijds om de gezamenlijkheid te zoeken. Laten we voortbouwen op de schouders van die voorouders en dat nog een keer eens proberen door dat regionale governance systeem zo in te richten dat het over de inhoud gaat. Dan komt die urgentie vanzelf en dan gaan mensen er ook enthousiast over worden, want dan zien ze de toegevoegde waarde en dan zien ze het belang van die regio. Daar gaat het uiteindelijk om. Als je dat niet ziet, dan keer je je er vanaf. Dus weg met die procedurediscussies, leve de inhoud. Dank u wel. De voorzitter: De heer Broertjes, heel hartelijk dank voor uw aanwezigheid en uw woorden in dit. Ik zou graag het laatste woord aan de heer Calis geven. De heer Calis: Ja, de laatste woorden van de heer Broertjes waren mij natuurlijk uit het hart gegrepen. Ik had een fantastische speech voorbereid bij zijn laatste optreden in Laren, maar die moet ik blijkbaar ernstig inkorten, omdat u snel weggaat. Maar ik moest wel denken bij dit afscheid nu: toen ik acht jaar geleden als raadslid aantrad in Laren was ik natuurlijk maar een heel klein mannetje in de grote slagschaduw van de burgemeester van Hilversum.

De grote burgemeester van het grote Hilversum. Tot er op een dag in de Gooien Eemlander een grote foto kwam waarin burgemeester Broertjes samen met Johan Remkes, de commissaris van de koningin, weid over het landschap keek als een roofridder die aan zijn leenheer uitlegde wat er nu

allemaal stond te gebeuren met deze regio. In die tijd was ook een veel gehoorde verzuchting van burgemeester Broertjes: Gooi en Vecht is niet die rivier, maar dat is het werkwoord. We vechten hier alleen maar elkaar de tent uit. Dus daarom is het fantastisch om nu te zien in wat voor sfeer en wat voor aanbevelingen wij vanavond hier hebben kunnen aanhoren van burgemeester Broertjes samen naar aanleiding van het rapport van burgemeester Mol. Op de eerste plaats … De heer …: Iedere burgemeester heeft recht op zijn jeugdzondes, hè? De heer Calis: Ja, ja. De heer …: Dit was er één. Daar wil ik u wel aan herinneren. De heer Calis: Ik wil zeggen … Maar zo hebben we het allemaal. Zo hebben we het allemaal. Ik wil wel zeggen dat ook vanuit Laren Hilversum natuurlijk ontzettend belangrijk is. Hilversum is centrumgemeente, verzorgt zaken als daklozenopvang, heeft de laatste jaren natuurlijk fantastisch werk gedaan voor het coronasteunloket, is heel belangrijk voor de werkgelegenheid. Wij koesteren Tomin, een groot bedrijventerrein als het Arenapark waar Hilversum er is geslaagd om Nike, een van de grotere werknemers te behouden. Uiteraard als er iemand in Laren met de trein wil, dan zal die naar Hilversum moeten waar er verschillende stations zijn.

Werkgelegenheid wil ik ook noemen de Mediacampus waarin wij enorm voorstsander van zijn om te kijken hoe we bij die Mediacampus ook een academie zouden kunnen ontwikkelen voor hoger onderwijs, een academie voor media en kunstmatige intelligentie. Kunstmatige intelligentie moet ik toch vaak aan KI denken, dus misschien moeten we het toch artificial intelligence noemen. Maar Hilversum, wat ons ook bindt, dat is ook nog wel een aardig vraagstukje, de N525, de Hilversumse weg, als we het hebben over punten waar we mekaar moeten vinden en ook in de regio. Er zijn natuurlijk vergevorderde plannen om de ecoverbinding te maken tussen die twee heidegebieden via een viaduct over de Hilversumse weg. De bomen op de Brink die viel al vanavond. Voor dit viaduct moeten ook enorm veel bomen gekapt en het belang van de ecologische verbinding af te wegen tegen de bomen dat zal nog heel wat voeten in de aarde hebben, denk ik. Maar goed, de samenwerking. Ik denk dat er wordt gezegd de kleinste regio, zes gemeenten. Wat wij zien is dat onderling mogen wij veel verschillen hebben, een verschil van mening. Het is juist treffend dat in ons optreden naar buiten van de regio dat zowel naar de MRA, als naar de provincie, als Vereniging Nederlandse Gemeenten daar spreekt de regio met één stem.

Ik denk dat het geweldig is als de familie onderling allerlei gevechten heeft, maar ik heb mezelf ook uitermate sterk voor proberen te maken om te zeggen: er moet ook één spreekbuis komen voor de regio en die spreekbuis is natuurlijk de voorzitter van de regio, de voorzitter van de veiligheidsregio Pieter Broertjes. Dat is zijn natuurlijke rol en ik wil hem graag dat mandaat geven en het vertrouwen, zeker van alle bewoners van Laren, om namens ons die hele regio te vertegenwoordigen. Want wij hebben gezien, Pieter, ja, je bent een man van een verbluffende intelligentie en een tomeloze inzet. Wat je gebeurd is natuurlijk dat was voor ons allemaal een grote club, maar moet voor jezelf ook uitermate confronterend en frustrerend geweest zijn. Het is dan ook geweldig dat je weer zo fruitig in ons midden zit, maar om af te sluiten wil ik Laren toch nog even naar boven halen. Ik heb allerlei fantastische kwaliteiten van Hilversum genoemd, maar Laren heeft twee zaken die Hilversum niet heeft. Dat is ten eerste het Singer museum en theater. 8 maart gaat de nieuwe vleugel op, dan moet je zeker komen kijken, waarschijnlijk ben je ook uitgenodigd, waarin de nieuwe vleugel van Singer wordt geopend met een werkelijk fantastische uitbreiding van de collectie en met een geweldig theater wat daar een paar jaar geleden is gemaakt.

Wij hebben bedacht om jou de gelegenheid te geven dat theater nog eens een keer te bezoeken en bieden je daarom twee kaartjes aan om een voorstelling naar keuze bij te wonen. Het tweede aspect van Laren is dat Laren heeft de huiskamer van Nederland. Dat is het Bonte Paard. Dat staat

bekend weid en zijd als de huiskamer en dat staat ook voor Laren. Daarom geven we jou graag een aandenken ook aan dat Bonte Paard. De heer Broertjes: Dank u wel. De heer …: Graag gedaan. De heer Broertjes: Ik ben er stil van, van alle mooie woorden. Ja. Goed, Laren en Hilversum die hebben gelukkig de laatste jaren in heel goed harmonie en overleg met elkaar gewerkt. Dat is weleens anders geweest, dus ik ben daar heel dankbaar voor. Daar heeft Nanning ook veel werk aan verricht en ikzelf heb ook altijd proberen die culturele factor om die hoog te houden, maar die samenwerking centraal te stellen in onze contacten. Ik hoop dat dat zo blijft en dat het alleen nog maar beter wordt de komende jaren. Dus dank voor jullie appreciatie en veel succes met de governance in de regio de komende jaren. Ja, ik moet weg, maar jullie kunnen best nog doorgaan als daar behoefte aan is. De heer …: Moeten we dat wel doen? De heer …: Wat zeg je? De heer …: Moeten we dat wel doen? Een van de goede gebruiken bij de Crailo discussie was op een gegeven moment weleens: we bespreken het met elkaar en dan gaan we weg en dan gaan we het spel weer verder als iedereen weer aanwezig is. Want we kunnen nog wel een hele avond doorvergaderen, maar we hebben niet echt daar een agenda verder voor natuurlijk. De heer ...: Misschien is het dan wel even goed, even voor het proces.

Het advies van de commissie heeft de commissie aan het algemeen bestuur gegeven. Het algemeen bestuur heeft er reactie opgegeven en het geheel dragen wij over aan de gemeenteraden die een nieuw lid na de gemeenteraadsverkiezingen gaan voorstellen voor het algemeen bestuur en die daarna aan de slag gaan met de regionale samenwerkingsagenda. Dus het is vooral belangrijk die papiertjes stellen niks voor, het gaat vooral met: vanuit welke bril gaan wij weer naar die regio kijken? Dus daarmee is dan ook dit gesprek zo rond. De heer Broertjes gaat nu de horeca regelen voor het komend weekend. Toch? De heer …: Ik dacht voor vanavond nog. De heer …: Dank jullie wel. Dat was het, Wim. 8.

Sluiting De voorzitter: Ik sluit hierbij deze bijeenkomst. Wel thuis. Denk om mondkapjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11224457/2