Transcript commissie M&F 11 oktober 2023
Tekst van het document
Nou, inmiddels is dat behoorlijk gestegen, in 2023 komen we op die zesentwintig komma twee uit, hoop ik. En de komende jaren blijft dat redelijk stabiel boven een norm van twintig procent en dat betekent, dat we ons bevinden in het neutrale risicoprofiel. Het houdt niet heel erg over, want ik ken natuurlijk collega-gemeentes die uiteindelijk veel hogere solvabiliteit hebben, maar een neutraal risicoprofiel is voor ons goed genoeg om onze plannetjes te kunnen uitvoeren. Ja, dat is, apart aandachtspunt en dat zal de heer Lobregt zeker goed doen, is de paragraaf risicomanagement. Ik zal niet op het hele model ingaan, maar we besteden uitgebreid aandacht aan een nieuwe manier van risicomanagement bedrijven, om het zo maar even te zeggen. Wij zijn ervan overtuigd, dat goed risicomanagement en goed inzicht in de strategische en Pagina 32 van 52
operationele risico's en met name de mate van beheersing daarvan, de sleutel tot succes is. Als wij aan de slag gaan met hele grote programma’s bijvoorbeeld, ik neem even het onderwijs huisvestingsplan hè. Dat is iets van vijf, dertig miljoen over vijftien jaar, waar je per jaar forse investeringen moet doen. Ja, dan wil je uiteindelijk niet, dat die investeringsplannen verstoord worden, doordat er hele grote uitschieters in de exploitatie zijn of hele grote uitschieters bijvoorbeeld vanuit de inkomsten zijn. Zodanig, dat je uiteindelijk geen middelen meer beschikbaar hebt om die lange investeringen te kunnen doen. Nou, daar is dat risicomanagement goed voor, om uiteindelijk goed inzicht te krijgen in de risico's. Goed vast te stellen welke beheersmaatregelen we treffen, om uiteindelijk de risico's willen beheersen. Op beleidsniveau en dat is eigenlijk het niveau waar wij als college met u als raad in gesprek gaan, komen die twee dingen bij elkaar vanuit de vraag, hoe wij met de risico's om willen gaan in relatie tot de betaalbaarheid van de grote uitgaven. Dat klinkt wat cryptisch, maar uiteindelijk zullen wij in, met de raad ook, in gesprek moeten gaan over de risicobereidheid.
In welke mate zijn wij uiteindelijk bereid, heet met een mooi woord Risk Appetite, risico's te nemen in relatie tot ons zware opdrachten hè? Als op een gegeven moment blijkt, dat door de investeringen in de onderwijshuisvesting, dat onze solvabiliteit sterk onder druk komt te staan omdat we moeten aanvullen van onze reserves, dan is de gesprek wat ik met u als raad wil voeren van nou, wat vinden wij uiteindelijk als minimumniveau acceptabel, om dat onderwijsprogramma te kunnen realiseren? Dat is eigenlijk een discussie die je met elkaar kan voeren. Dat is, kan een financiële discussie zijn, maar het kan ook een niet-financiële discussie zijn. Waarbij er uiteindelijk misschien de vraag op tafel komt van, maar welke voorzieningen willen we nu per se in stand houden? En met welke voorzieningen kunnen we minder of misschien helemaal niet meer doen, om uiteindelijk die grote opdracht te kunnen doen. Want dat is denk ik een van de belangrijkste dingen en belangrijkste motieven ook van de plannen zoals ze nu liggen en zeker als het gaat om duurzaamheid en scholen, we zijn echt nadrukkelijk aan het investeren in toekomstige generaties van Laren. Dat is uiteindelijk zeg maar, waar de aandacht naar uitgaat. En dat zijn onze kinderen en kleinkinderen en daar wil je uiteindelijk toch de middelen beschikbaar voor hebben, om dat te kunnen doen.
Nou, als ik dat even samenvat en dan heb ik inderdaad veel minder tijd nodig gehad en kijk wat de belangrijkste observaties zijn, ja, lees de begroting na en probeer uzelf te overtuigen. Wat we ieder geval zien, is dat we over afgelopen jaren en dat geldt ook voor het vorige college, hard gewerkt hebben aan verbetering van onze financiële positie. En met resultaat hè, onze begroting is structureel en incidenteel in evenwicht. Dat wordt ook bevestigd door de toezichthouder van de provincie. Nou, met de aanvulling van de reserves hebben wij onze vermogenspositie sterk verbeterd, zoals ik net liet zien. We zien ook dat het bezuinigingseffect van 2020, zoals dat destijds met de raad is afgesproken op een aantal gebieden, dat het uiteindelijk ook effect heeft gehad. Als ik kijk uiteindelijk waar onze grootste risico's, financiële risico’s zitten, dan zitten die in het sociaal domein. Zowel op strategisch niveau hè als het gaat om zeg maar, het doorschuiven van taken van de overheid naar de gemeentes, als op operationele niveau. Gewoon overschrijdingen, kostenoverschrijding het sociaal domein in onze operatie. Als je kijkt naar ook de paragraaf weerstandsvermogen en de risico analyse daar, dan is dat risico zo’n twee miljoen. Nou, dat is gewoon fors en daar moeten we echt gewoon, dat moeten we goed managen. Maar ook dingen als inkoop van materialen en diensten.
Met name als we kijken naar het wegenbeheer. Het oorspronkelijke plan zoals het gemaakt werd in 2015 met de budgetten daarbij, zijn achterhaald. Daar zijn we nu nieuwe plannen voor aan het maken. Maar de verwachting is dat de kosten fors hoger zullen zijn, zoals wij oorspronkelijk begroot hebben en zoals de huidige investeringsprogramma's ook op afgestemd zijn. En het laatste is de potentiële overschrijding in het meerjaren ontwikkelplan van de BEL, want dat is uiteindelijk de investering die we doen in onze BEL-organisatie. Die zijn ook fors en daar wil je uiteindelijk ook zeg maar, de risico's goed beheersen. Wat heel belangrijk is voor onze inwoners is, dat onze, de voorzieningen voor onze inwoners in stand gehouden zijn, verbeterd en geborgd voor de toekomst. We gaan binnenkort praten over het Brinkhuis. Daar zitten heel veel van dat, voorzieningen van onze inwoners in. Nou, je ziet uiteindelijk dat we door de manier waarop uiteindelijk onze financiële administratie inrichten, Pagina 33 van 52
maar ook door de afspraken die wij maken met het Brinkhuis naar de toekomst toe, dat we uiteindelijk die voorzieningen veel beter borgen voor de toekomst, dan we ooit in het verleden gedaan hebben. En dan smijt het, snijdt het mes eigenlijk aan twee kanten. Want hoe beter we die voorzieningen borgen, hoe effectiever we uiteindelijk kunnen opereren. Ja, des te meer helpen ze ons tegelijkertijd om het voorveld te versterken en de druk op zwaardere zorg en ondersteuning te verlichten, zodat je daar uiteindelijk ook weer zeg maar ja, geld verdient om het zo maar even te zeggen. Dus uiteindelijk hebben wij, althans dat geldt in ieder geval voor mij als verantwoordelijke voor financiën, rust en ruimte voor de eigen keuzes gecreëerd. Nou, dat is eigenlijk het hele verhaal op hoofdlijnen. Nou, alle details staan in de begroting. Als mijn verhaal nu al tot vragen heeft geleid, dan ben ik die graag te antwoorden. En alle detailvragen vanuit de begroting, daar ben ik voor beschikbaar, om dat de komende tijd te beantwoorden samen met mijn steun en toeverlaat, Theo de Haar. De voorzitter: Wethouder, dank u wel. Dit stuk staat ook in IBabs. Dus ook voor degenen die thuiszitten, iedereen kan dit volgens mij nalezen en doorlezen. Op 3 november hebben we een begrotingsbehandeling, dan komt de politiek aan de orde.
Dat brengt een beetje met zich mee, wie heeft een prangende vraag over wat hier nu op deze veertien pagina’s staat, zonder de begrotingsvergadering vast te gaan doen? Dan steekt mevrouw Brakel van D66 haar hand op. Aan u het woord. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Nou, ik wou in ieder geval hartelijk danken voor deze ontzettend duidelijke toelichting. Ik heb daar heel erg veel aan, dank u wel. Ik heb één hele simpele vraag hoor. U had het erover, dat de begrote, ontvangsten vanuit de landelijke overheid ja, behoorlijk veranderd waren. Die waren vroeger vierendertigduizend en nu achtentwintigduizend. Sorry, dat is heel wat. Maar hoe was het met de uitgaven? Dat miste ik even. Dat, ik kan dat ook laten nazoeken, maar u heeft het vast paraat? Dank u wel. De heer Van Midden: Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: De uitgaven van onszelf als Laren? Ja, die blijven redelijk stabiel, dat zie je ook terugkomen. Er zit wel een stijging, met name ook in het sociaal domein zijn wat stijgingen geweest, maar die werden gelukkig gecompenseerd ook, door eenmalige uitkering vanuit de overheid. Maar op zich blijft dat redelijk stabiel. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel. De voorzitter: Iemand anders nog? Ja, de heer Van Stempvoort en daarna de heer Lobregt van het CDA. Eerst de heer Van Stempvoort, Larens Behoud.
De heer Van Stempvoort: Wij willen graag de complimenten overbrengen. Zeer duidelijke toelichting ook en ook het stuk in één oogopslag. Dus dank daarvoor. Dank u wel. De voorzitter: De heer, dank u wel, mijnheer Van Stempvoort. De heer Lobregt. De heer Lobregt: Ja, ik wil ook in ieder geval aangeven, dat het een zeer duidelijk verhaal is en een overzichtelijk verhaal. Ik heb toch nog wel even een technische vraag. Ik zat namelijk het stuk op pagina elf rondom solvabiliteitsratio te lezen. Toen nou ja, voordat ik, ik begreep dat niet helemaal. Nu heeft u het Pagina 34 van 52
uitgelegd en wat u uitlegt, is anders dan wat hier staat. En dat vind ik nou ja, in ieder geval is dat slordig. Er staat hier namelijk, de norm voor solvabiliteit ligt doorgaans tussen de vijfentwintig en veertig procent. Die heeft u ook genoemd hè? Maar u zegt, bij de meeste gemeentes ligt het tussen de vijfentwintig en veertig procent, de gemeente Laren bedraagt het eenentwintig komma negen procent. En daarbij bevinden zich in het risico, in het neutrale risicoprofiel. Ik begrijp als je dus op twintig procent ligt, zit, dat je dan in het neutrale risicoprofiel zit. Dat staat helaas niet hier in dit stuk, die twintig procent, staat dat helaas niet genoemd. Ik ben ook blij dan, dat we nog gaan spreken over de Risk Appetite van de gemeente zelf. Want die twintig procent is natuurlijk neem ik aan, een soort gemiddelde over alle gemeentes, maar die kunnen, gaan we dan nog specifiek vaststellen waarschijnlijk, voor onze eigen gemeente. Hoe we dat zien hè? Want dan wordt het misschien iets te technisch, zitten we nou qua solvabiliteit in het groen, in het geel, in het oranje? Dat is even, wordt het een vraag die ik nou ja, die ik heb. De voorzitter: Is dit een vraag die door u te beantwoorden is in het bijzijn van de heer De Haar, die nu achter u langs verschijnt? Uw steun en toeverlaat. De heer Van Midden: Nee, die kan zeker door mij beantwoord worden.
Nou ja, nou ja, er staat uitgelegd waar het over het algemeen … Kijk, die twintig procent wordt een beetje als zachte ondergrens gehanteerd, ook door de provincie. Dus het is nooit een harde regel, ook niet vanuit VNG of iets dergelijks. Het is gewoon een soort harde of zachte ondergrens van nou ja, je moet ieder geval boven de twintig procent zitten. In termen van kleurtjes, zit je toch wel in een geel gebied. Je zit zeker niet in een, in groengebied. Het kan altijd veel beter. En het is zeker ook niet rood. De voorzitter: De heer Lobregt, is dat een voldoende antwoord? De heer Van Midden: Als ik even kijk naar het tabelletje, mijnheer de voorzitter, dan is neutraal tussen de twintig en vijftig procent. Dus is een vrij breed gebied, wat uiteindelijk neutraal is. Maar ik zou het zelf geel noemen. Ook in die zin van let op uw zaak, hou het, hou het goed in de gaten. En hou het ook op peil. De heer Lobregt: Nee, dat begrijp ik. Dus als tussen de vijfentwintig en veertig, dan zit je in het groen zeg maar? De heer Van Midden: Ja, dan zit je nog in het in het neutrale gebied. Ik denk boven de vijftig zit je echt knalgroen, om het maar zo te zeggen. Ja. Maar de tabel op pagina 71, die geeft daar inzicht in. De voorzitter: Voldoende beantwoord, mijnheer Lobregt? De heer Lobregt: Nou ja, ik nog één vraag. Dat gaat over nou ja, de onzekerheden en de inflatie.
Ik kwam, bij de inkomsten kwam ik tegen, dat daar een inflatiecijfer van drie komma één procent, zeg ik heel even uit mijn hoofd. Wordt dat drie komma drie, dank u wel. Wordt dat, drie komma één? Drie komma drie. De voorzitter: Drie komma één. Vervolg uw betoog, heer Lobregt. De heer Lobregt: Ja, drie komma drie wordt gehanteerd. Waar komt die drie komma drie precies vandaan? Dat is vraag één. Dan aan de uitgavenkant. Ik neem aan, dat daar net als voorgaande jaren, dat daar zeg maar per onderdeel weer een apart, dank u wel voor het knikken, dat daar per onderdeel weer een apart inflatiecijfer wordt gehanteerd. Is het mogelijk om zeg maar per onderdeel ook, die inflatie veronderstellingen
Pagina 35 van 52
dan te krijgen? Zodat we of misschien heb ik daaroverheen gelezen, dat kan ook. Maar dat we daar ook meer inzicht in krijgen? De voorzitter: Deze twee vragen van de heer Lobregt. En dan komt heer Merckx van de VVD nog met een vraag. Wethouder. Of gaat u het woord geven aan de heer De Haar? De heer Van Midden: Ik ga ja, het woord geven aan de heer De Haar. Die kan daar in detail … De voorzitter: Dan krijgt onze steun en toeverlaat, de heer Theo de Haar het woord om de vragen van de heer Lobregt te beantwoorden. De heer De Haar: De belasting samenwerking HBL, voor ons de ondersteuner nu in allerlei dingen. Die heeft ons aangegeven, dat de inflatiecorrectie op de OZB op drie komma drie procent uit zou gaan komen. Dat vonden wij een volgbaar getal. Ze hebben daarbij ook nog even aangegeven, dat waarschijnlijk de waardestijging die wij in het tarief weer terug moeten draaien, ergens tussen de twee en drie procent is. Dus daarvan hebben we gezegd, drie procent. Dan blijft dat gaatje klein. De waren al wat lasten, die enorm aan het oplopen zijn, de afval en het riool. Dus wij hebben gepoogd, dit gewoon netjes te managen en op deze manier dicht te houden. U vroeg ook naar het gehanteerde inflatiepercentage op de kosten. Daar kunt u iets over vinden op pagina 52 onder lokale heffingen.
Een theorie, door het enorme hoge CBS cijfer over 2022 van tien procent, zou er uit zijn moeten gaan van een inflatie van ongeveer tien komma één procent. Dat kan je niet zomaar toepassen, omdat we ook vaste contracten hebben. Er zijn instellingen die veel meer personeel hebben en personele lasten waren soms nog harder opgelopen. Sommige dingen zijn met contracten helemaal afgetikt, waar het anders kan zijn. Dus destijds heb ik gezegd bij de Kadernota, dit is eigenlijk de grote lijn waar we naartoe moeten gaan. Maar kijk nou wat je zelf doet en geef daarop, gewoon de input in de Kadernota en in principe, zullen we dat altijd overnemen. En daarom ziet u, dat er in de Kadernota en dat zat ergens in één van de tabellen voorin, ook al dat daar een enorme kostenpost toename was van ruim een miljoen. Daar zitten namelijk al deze inflatie berekeningen al onder en in. De voorzitter: Dank u wel voor dit wat mij betreft, heldere antwoord. Maar de heer Lobregt, is daar, is uw vraag voldoende voor nu althans, beantwoord? De heer Lobregt: Nou, in zoverre dat, ik begrijp uw verhaal hè. U zegt van, inflatie is tien komma één procent. Maar nu moeten we niet, het zou een beetje dommig zijn om dat één op één toe te passen hè. Want we hebben allerlei vaste contracten, dat wordt, dat begrijp ik.
Maar wat is dan zeg maar het eindresultaat geweest en wat wordt er dan toegepast zeg maar, per onderdeel? De voorzitter: Is dat zo door u te beantwoorden, mijnheer De Haar? De heer De Haar: Ja, daar kan ik een poging om doen, zonder precieze details natuurlijk. De Kadernota kan je heel veel vinden. Alleen, er zijn alle details uit weg, dat is gewoon jammer. Maar we hebben in de Kadernota uitwerking, één miljoen aan kosten binnengekregen. Bijvoorbeeld, nou, laten we even een getal nemen van de bibliotheek. Die kostte ons tweehonderdtwintigduizend euro op jaarbasis. Maar ja, die ging het niet redden en dat zei die ook tegen ons, dat gaan we niet redden zo. Dus nou, toen hebben we gezegd, waar zou dan volgens jullie heen moeten? Nou, naar dit en zus en we moeten naar dat kijken en zo. Nou ja, eigenlijk denken we dat er veertien procent bij moet. Is wel erg veel, hè? Ja, maar zie dit, zie dat en je krijgt ook nog wat vanuit het Rijk extra gecompenseerd. Nou, dan nemen wij die veertien miljoen, of die veertien procent op en dan zien we
Pagina 36 van 52
wel, hoe het zich gaat uitwerken. Is het minder geworden? Hebben we een voordeel en dan kunnen we t.z.t. weer laten vrijvallen. Nu hebben we in ieder geval genoeg geld om het programma bibliotheek, te laten lopen. De voorzitter: Dit is één voorbeeld. Maar is dit voorbeeld voldoende voor u, mijnheer Lobregt om uw vraag in ieder geval wat voor uzelf, beantwoord te krijgen? De heer Lobregt: Nou, wordt, ik weet nu de methode. Ik weet ook het resultaat, dat is namelijk die één miljoen. Maar zeg maar de veronderstellingen, die weet ik nog niet. En wordt het, misschien is het, ik snap dat het niet, dat het misschien iets te gedetailleerd is hè, wordt het voor nu. Maar zou het mogelijk zijn om die veronderstellingen, om die ook wat helderder, transparanter te krijgen? De voorzitter: Dat is eigenlijk meer een vraag denk ik, aan de portefeuillehouder. Want techniek, technisch kan Theo alles. Maar gaat de portefeuillehouder dat ook, niet voor nu, maar misschien wel voor de begrotingsvergadering. De heer Van Midden: Ja, mijnheer de voorzitter, dank u wel. Ja, die veronderstellingen kunnen gewoon aangeven. Wat de heer De Haar zei, voor een deel staan natuurlijk al uitgewerkt in de begroting. Er zitten ook voor een deel maatwerk in, om het zo maar even te zeggen hè. Dus dat je met je individuele partijen tot nou ja, overeenstemming koopt, over het inflatiepercentage wat je wil hanteren.
En voor een deel zit daar ook een nou ja, een bepaalde theorie achter. Maar ik denk, dat we dat inzicht vrij eenvoudig kunnen geven. De voorzitter: Heer Lobregt, is dat voor nu voldoende? En dan even maar naar u toe duidelijk, dat komt dan in de komende weken, een maand naar ons toe, dat het bij de begroting gaat? De heer Lobregt: We wachten dat rustig af. De voorzitter: Ja, oké. Nee, maar dan is dat helder. Dan zijn we toe bij de heer Merckx van de VVD. De heer Merckx: Dank je wel, voorzitter. Ja, een goed stuk, allereerst. Weer keurig opgesteld, prachtig met info graphics, ook in de presentatie. Ik denk, dat dat voor onze inwoners ook weer een helder beeld geeft, wat komt er binnen, waar geven we het aan uit? Dus dat is, dat is altijd denk ik, zeer plezierig in dit alles, zeker als we het zojuist over communicatie hebben gehad. Ik heb één hele simpele vraag en dat is helaas en dan info graphics, mij is één ding compleet niet duidelijk. Dat betreft de tabellen waar iedere keer het programma tussen gele lijnen staat met een grijze kolom en dat begint dan meestal met DVO 2024 en dat breidt zich uit van links naar rechts. Ik weet niet, hebben we het hier over jaren? Hebben we het hier en ik kan het niet kopiëren richting de bovenstaande tabel 2024-2023. Het is mij geheel niet duidelijk. Op pagina 15 staat de eerste tabel.
In onderstaande tabel worden verschillende voor het nieuwe jaar toegelicht. In de onderstaande op pagina 17, in de onderstaande tabel worden de verschillen van volgen en zo gaat dat door. En ik heb geen idee, wat ik waarmee vergelijk. De voorzitter: Het is redelijk in B1-taal uitgesproken, behalve het woord info graphics. Daarvan dacht ik … De heer Merckx: Ja, ja, nee. Maar goed, we moeten natuurlijk wel … Infografieken. De voorzitter: Infografieken. Nou, de heer De Haar. De heer De Haar: De inhoud van dit staatje is in principe, de laatste ontwikkelingen die door de BEL alsnog zijn opgegeven, na de Kadernota. Je ziet er bovenin een staartje staan, waar komen we vandaan? Uit de vorige Pagina 37 van 52
meerjarenbegroting, effecten van de Kadernota. En dan is er nog wat opgegeven. Daar ziet u ergens een getal ontstaan van een verschil en dat verschil wordt hier nu verklaard, want dat is nog nergens verklaard. Waarom is er nog een afwijking tussen de Kadernota uitkomsten, zal ik maar zeggen en wat er nu hier in de begroting gemeld is? Dat zijn relatief kleine getallen op één na, dat is namelijk die DVO-regel, waar u het ook over had. De DVO is een heel bijzonderlijk instrument. Wij sluiten af, wat wij allemaal willen hebben van de BELcombinatie en hoe ze dat gaan inzetten. Op moment dat we met de Kadernota bezig waren et cetera, liep de DVO 2022 nog door alles heen. Want die zit ook onder de Begroting 2023. Nou is hij ge-upgrade naar de DVO 2023. Als u in het programma overhead gaat kijken, staat daar bijvoorbeeld een heel groot negatief getal. Dat komt voort uit het feit, dat wij vorig jaar op de laatste streep de meerjaren ontwikkelnota van de BEL hebben ingevoegd, die nu terugvalt naar alle programma's, daar waar wij ook acties en activiteiten gaan ondernemen. Vandaar dat die DVO, die loopt over de, alle programma's heen en per saldo kan ik u vertellen, zit er zestigduizend euro toename in. De voorzitter: Nou, wat een knap ... De heer Merckx. De heer Merckx: Fijn, dank u wel. Maar het duizelt mij nog steeds een beetje.
Want ik begrijp dus nu dat, dit zijn de verschillen tussen de meerjarenbegroting, de begrotingswijzigingen, de Kadernota en de nieuwe mutaties in de tabel daarboven. Maar ja, ik heb even een leeswijzer nodig, mijnheer De Haar. Want ik kan die getallen ook niet, onderaan staat, bestuurszaken vijfendertigduizend euro. Het gaat niet over de, maar hoe kan ik die koppelen aan die één komma één vijf drie, die daarboven staat met een verschil van honderdvierennegentig? Ik weet even niet hoe, kunt u misschien een leeswijzer even, hoe ik dat, hoe we dat moeten lezen? De heer De Heer: Ik wil voor u, voor u allemaal natuurlijk, één keer dit maken. Ik zal dat gewoon voor programma één doen, want dat is een relatief eenvoudig programma. Er zitten ook niet zulke rare hoeken en gaten in. Dan zal ik u proberen uit te leggen, hoe die tabel met die vier en die verschillende verklaringen erachter, in elkaar steekt en dat u dat kan zien. De heer Merckx: Heel fijn, dank u wel. De voorzitter: Goed. Nou, dat beschouwen we dan maar als een toezegging van de wethouder. Dat komt ook naar u, naar ons allen toe. Nou, we zullen aan het presidium, er zit hier één fractievoorzitter, eigenlijk nog eentje half, maar teruggeven of dit bevallen is bij allen, iedereen en alles. Zo algemeen dacht ik, dat het al een duidelijk verhaal was. Gelukkig niet de begrotingsvergadering al overgedaan, maar of alvast gedaan.
Maar misschien is dit wel een stukje bestuurlijke vernieuwing, mijnheer Van Midden waar u invulling aan heeft gegeven. Ik zou willen zeggen, dank u wel. Hameren we punt zes af. 7.
Begroting gemeente Laren 2024 De voorzitter: Gaan we met gezwinde spoed over naar punt zeven en daar staat opnieuw de Begroting van de gemeenteraad Laren 2024 op de agenda. En dat onderwerp, dat is geagendeerd voor het spreekrecht van inwoners. En de inhoudelijke behandeling zoals net al gezegd, wordt dan in de begrotingsvergadering van 3 november aanstaande gedaan. Ja, er heeft zich niemand gemeld. Dus dan is het daarmee ook meteen afgehamerd, dit punt.
Pagina 38 van 52
8.
Gemeenschappelijke Regeling Rekenkamer voor de BEL-gemeenten De voorzitter: Gaan we over naar punt acht. Punt acht is de Gemeenschappelijke Regeling Rekenkamer voor de BEL-gemeenten. In die raad van 31 mei afgelopen jaar, afgelopen 2023 dus, dit jaar, heeft u ingestemd met het instellen van een gemeenschappelijke rekenkamer voor de drie BEL-gemeenten. Deze dient via een Gemeenschappelijke Regeling te worden geformaliseerd. Nou, wij hebben een, in mei een verordening vastgesteld die volgens de tekst hier, ik lees het voor, niet helemaal klopte. Maar het voorstel is om het nu in één keer helemaal goed te regelen en als deze verordening is vastgesteld door de raad, gaan de drie griffies verder aan de gang om alles te regelen. Nou, dat staat hier dan als introductie voor u. Heeft er iemand naar aanleiding van het punt Gemeenschappelijke Regeling Rekenkamer voor de BEL-gemeenten, al een vraag vooraf? Dan gaat er in ieder geval één vinger omhoog, van de heer Grunwald van Groen Laren, D66. Nou, ik denk dat iedereen, ik begin bij mijnheer Grunwald, Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb een hele concrete vraag. Onder punt 14.2 van de Gemeenschappelijke Regeling staat genoemd, dat de commissie uit ten minste twee leden bestaat.
Verder is er niet aangegeven, uit hoeveel leden de commissie regulier bestaat en ook niet aangegeven, uit hoeveel leden de commissie maximaal bestaat. Ja, als drie gemeentes deelnemen aan zo’n regeling, dan zou ik zo het gevoel hebben van ja, dan zijn drie leden eigenlijk op hun plek. Maar goed, misschien wordt daar anders over gedacht. Mijn vraag is van, kan uitgelegd worden waarom dat zo is en hoe dat moet? De voorzitter: Ja, dank u wel, mijnheer Grunwald. Ga ik even naar de overkant. Wie heeft daar in volgorde van Wibra Laren, CDA, VVD niet. Mevrouw Brakel van D66 heeft nog een vraag, of opmerking of inbreng. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik ging nog even iets na, want het was een beetje in het verlengde van de vraag van de heer Grunwald. Wij hadden begrepen, dat er inderdaad een wettelijke verordening is voor hoe het bestuur opgezet moet worden. En in het voorstel staat alleen maar, minstens twee leden. Dat was voor, naar ons idee niet helemaal volledig. Misschien moet dat iets aangevuld worden. Dat was onze vraag. De voorzitter: Dank u wel. Larens Behoud, geen opm… Nou, twee heldere, duidelijk concrete vragen. Wie mag ik het woord geven om hier iets over te zeggen? Dat is onze burgemeester. De heer Mol: Voorzitter, dat is niet de burgemeester.
Die wel reikhalzend uitkijkt naar het moment, dat deze gemeenteraad weer kan beschikken over een onafhankelijke Rekenkamer. Maar het is de griffier, die de vraag kan beantwoorden, voorzitter. De voorzitter: Ja, dat staat hier ook niet, maar dat neem ik dan. Dan gaan wij het woord geven aan mevrouw Els Boers, de griffier van de gemeenteraad van Laren. Mevrouw Boers: Goedenavond. De verordening die in mei is vastgesteld, die is eigenlijk één op één overgenomen naar deze verordening. Blaricum en Eemnes hebben deze verordening al vastgesteld en om echt wel de Rekenkamer te kunnen gaan starten, dienen we alle drie dezelfde verordening vast te stellen. Dus ik snap jullie gevoel en minstens twee, dat dat niet helemaal zuiver geformuleerd is. Maar ik vraag u om hier toch maar mee akkoord te gaan. We kunnen daarna met de uitwerking uiteraard met u communiceren, hoeveel leden het definitief gaan worden.
Pagina 39 van 52
Mevrouw Van Dorst-Brakel: Dank u wel, voorzitter voor en griffier voor het antwoord. Ik denk, dat wij daarmee kunnen akkoord gaan. Dank u wel. De voorzitter: Ja, mijnheer Grunwald. De heer Grunwald: Ja, ik heb dat niet helemaal begrepen, wat u zei. Kunt u dat nog eens … De voorzitter: Mevrouw de griffier mag in de herkansing. Mevrouw Boers: De tekst om minstens twee leden te gaan benoemen, die is niet helemaal zuiver die tekst. Die tekst staat al in de verordening, ook in mei stond hij erin. Die is overgenomen. De gemeenteraad van Blaricum en van Eemnes hebben deze vordering al aangenomen, zoals het nu geformuleerd is. Als wij nu het gaan bijschrijven, bijschaven zeg maar, want het is, ik zou zelf ook liever zien, dat het netjes concreet gestaan zou hebben. Dan kan de Rekenkamer niet starten, want we moeten gewoon echt alle drie de gemeenteraden, hetzelfde vaststellen. Ik kan nu wel toezeggen, dat we natuurlijk als griffies zeker hiernaar geluisterd hebben en kunnen terugkoppelen naar de gemeenteraden, hoeveel leden er uiteindelijk benoemd kunnen gaan worden. Wat u trouwens ook weer zelf gaat doen. Niet helemaal duidelijk? De voorzitter: Nou, nu gaat de heer Grunwald nog even, nog een keer achter de oor krabben. De heer Grunwald: Ik wil even reageren. Ja, ik vind het een beetje een merkwaardige gang van zaken.
Daar waar dus iets elders is vastgesteld en bijna eigenlijk niet meer onderuit komen. Dus ik denk, dat het een betere manier was om af te wachten totdat alle drie de gemeentes ingestemd hebben en dan te zeggen, dat het vastgesteld is. Dus dat is één punt. Het andere punt is, welke zekerheid hebben we dan, dat u achteraf met de andere twee gemeentes in overleg gaat om, of dat aangepast wordt, dat het ook aangepast wordt. De voorzitter: Eerst even een antwoord nog op de heer Grunwald. Mevrouw Boers: De zekerheid kan ik u niet bieden. Ik vraag u, om vertrouwen te hebben in de drie griffiers, dat zij echt hun best gaan doen om het goed te gaan regelen, zoals u het wenselijk heeft, zoals u het zelf wenst. We gaan het echt goed regelen. De voorzitter: Maar dat gaat dus dan, mijnheer Grunwald over twee of drie. Zit daar uw punt? De heer Grunwald: Ja, voor mij zit daar wel een punt, denk ik. Ik denk, op zichzelf is natuurlijk in zo'n organisatie als de BEL, is het goed als er dus alle drie de gemeentes iemand kunnen benoemen. Want anders hebben wij wellicht te maken met griffiers of met de Rekenkamer leden die door anderen benoemd zijn. Ja. En dan kan in voorkomende gevallen daar ook wel eens de twijfel toeslaan, of dat dan … De voorzitter: Helder. De heer Grunwald: Goed verloopt allemaal. Dus ik denk, dat ik toch wel een punt heb.
En eigenlijk toch daar een duidelijke toezegging zou willen horen van, ja, het worden er drie. Hoe dat moet, dat weet ik niet. De voorzitter: Dat is een vraag, die u stelt. U wordt namelijk geïnterrumpeerd door uw voormalige collega, mevrouw Ellen Brakel, D66.
Pagina 40 van 52
Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ik wilde alleen maar toevoegen, er is gewoon een hele wettelijke omschrijving. Er is in het, in de Staatscourant in elf, achtentwintig, we hebben hier in 2022 hier heel duidelijk over geschreven. Ik denk, dat we daar gewoon later even naartoe moeten terug wijzen. Mag ik het zo even ... De voorzitter: Dat mag u vinden. Maar mijnheer Grunwald mag iets anders vinden. Dan krijgt, mevrouw de griffier wilde nog iets zeggen naar aanleiding van de opmerking van de heer Grunwald. Mevrouw Boers: Het gaat om een Gemeenschappelijke Regeling. Die stellen we nu in feite vast. En dan kan een Rekenkamer opgetuigd worden, dat is in feite het resultaat wat er dan straks komt. Dat krijgt u weer, daar krijgt u kennis van. De voorzitter: Maar de vraag van mijnheer Grunwald, die vroeg, daarom moet u nog even terugkomen. Toch naar ja, ik denk uiteindelijk ja, ik weet niet wie die toezegging gaat doen. Maar u vroeg net, kan er een harde toezegging gedaan worden, dat er drie, minimaal drie leden, van iedere gemeente één in de commissie komen? Dat is uw vraag eigenlijk, toch? Griffier, kan u die toezegging doen of wie gaat deze toezegging doen? Mevrouw Boers: Dat kan niet, die toezegging. We kunnen wel drie leden, dat kunnen we wel toezeggen. Maar we kunnen niet als Laren en dat per se van elke gemeente één lid in de raad, in de Rekenkamer commissie benoemd gaat worden.
Dat kan ik u ook niet toezeggen, want dat is aan de Gemeenschappelijke Regeling, die je hebt te regelen. Maar wat ik begrijp van u, begrijp ik dat goed, dat u drie leden wilt? De heer Grunwald: Niet ‘…’ gemeenschappelijk, als Laren eigenlijk niet meedoet. De voorzitter: Nou ja, maar ik denk, maar ik doe wat langer mee. Volgens mij waar het in de kern, daarom vroeg ik net, heeft, wij werken met drie gemeenten samen en wij willen één Rekenkamer. En dan willen we in elk, in die Rekenkamer willen we allemaal in, ten minste één persoon hebben zitten. Dat is volgens mij wat, dat wat we willen. Maar dat is niet omdat ik het wil nu als voorzitter, maar dat is wat we willen. Voorzitter, van, sorry, burgemeester. De heer Mol: Ja. Het kan natuurlijk nooit een argument zijn, dat wij een Gemeenschappelijke Regeling moeten aannemen, omdat twee andere gemeenteraden hem al hebben aangenomen. Laten we dat voorop stellen. We zijn een eigenstandige gemeenteraad. Maar volgens mij loopt de griffier tegen het praktische bezwaar aan, dat we met zijn allen hebben geconstateerd, dat er iets ongelukkigs in deze Gemeenschappelijke Regeling staat. Terecht door u geadresseerd. Maar dat de vervelende omstandigheid is, dat de gemeenteraden van Eemnes en van Blaricum al hebben aangenomen. Nou vloeit er allemaal niet heel erg veel bloed uit.
Want ik denk dat iedereen van mening is, dat er gewoon drie mensen benoemd moeten worden. Maar is het nou niet, ik probeer even, want ik ben de portefeuillehouder niet, maar misschien help ik met een handreiking als wij binnen een week van de twee andere griffies binnenhalen, dat de drie griffies gelijkstandig van mening zijn, dat er inderdaad gewoon drie leden moet benoemd worden, met uit elke gemeenteraad één. Zijn we er dan, kunnen we dan uw bezwaar wegnemen? Want volgens mij heeft u dan volgende week binnen, wat u nodig heeft om deze Gemeenschappelijke Regeling zo vast te stellen, met de toezegging dat bij een volgende wijziging, twee drie wordt. De heer Grunwald: Akkoord. De voorzitter: Dat is voor de fractie van ja, en ik zat net ook al met u mee te denken. Nog een andere kan zijn, dat we het wel gewoon op die manier amenderen of een motie aannemen, waarmee een maand later de Pagina 41 van 52
andere twee gemeentes formeel, het alsnog kunnen aanhaken. Maar dan kan er wel doorgewerkt worden, want daar gaat het geloof ik over. Dus welke smaak het dan gaat worden, dat laten we dan even. Want ik weet niet of de gemeenteraden van de andere gemeentes zomaar van de week zonder een vergadering, een toezegging willen doen aan de gemeente Laren. Mijnheer Merckx. De heer Merckx: Ja, dank u wel, voorzitter. Kijk, ik denk de heer Grunwald, die heeft hier een weeffout in de Gemeenschappelijke Regeling ontdekt. Waarvoor chapeau. Dat is ook geen B1, by the way. Maar nog steeds goed, er zit een weeffout in. Ik denk, dat het verstandiger is eerlijk gezegd ook zoals de burgemeester aangeeft, omdat twee anderen in de sloot gesprongen zijn, betekent niet dat wij ook in de sloot moeten springen. Mijn voorstel, het voorstel zou zijn, laten we hier nog eens even goed over nadenken. De weeffout er adresseren, want er zitten ook andere dingen in wellicht, waarin vergoeding en zo. Ik denk dat het gewoon verstandiger is, om deze even aan te houden. Goed overleg te hebben en dan even opnieuw aan de raden te stonen, te laten zien. Ik kan me niet voorstellen, dat de gemeenteraad van Blaricum en Eemnes, dit, deze beraadslaging gehoord hebben, zeggen, in Laren zijn ze helemaal knettergek geworden. De voorzitter: Ga ik even iets voor u houden, aanhouden.
Dat is wat, we behandelen het hier en dan vragen we of we het door kunnen geleiden. Volgens mij kan deze commissie wel het advies geven om, niet om het aan te houden, maar dan moet het volgens mij van de agenda af, als ik een beetje de regels strak volg. Dat is een heftige ingreep. Nu haalde u nog iets aan als, meerdere weeffouten. Kijk, één weeffout was het getal twee en drie. Maar u noemt er nog meer. Hoe scherp zit u in de wedstrijd, voor wat betreft, aanhouden kan niet. Dan moeten we u advies meegeven. De heer Merckx: Nou, dan zou ik, dan zou mijn voorstel zijn, om het van de agenda te halen. Om gewoon een goed gesprek te hebben met de twee andere gemeentes. De voorzitter: Ja, zit nog iemand anders van de commissie. Ja, mevrouw de griffier, mevrouw Boers. Mevrouw Boers: Op zich de discussie hebben de drie griffiers gevoerd en daar was niet de uitkomst van. Maar ik ben heel blij juist, dat Laren heel goed oplet. Daar had gewoon moeten staan, vind ik zelf ook hoor, drie leden en dan gewoon één per gemeente. Als wij nu toe, als ik nu toezeg, dat wij, dat jullie dit voorstel aannemen. En dat we dan komen bij de uitwerking om gewoon het verordening weer aan te passen en dan op die drie leden. Is dat een idee? De voorzitter: Even te zoeken naar de oplossing, die de burgemeester net aangaf. Die voelt goed.
Maar ik weet niet of die twee gemeenteraden dat zomaar zonder bij elkaar gekomen te zijn, willen toezeggen. Iets anders is, vraag ik even dan, is een vraag. Niet om het politiek te maken, maar wel in aanvulling op wat er hier gewisseld is. Stel dat de gemeente Laren toch gewoon een motie aanneemt, waarin we zeggen, wij verzoeken toch dringend om die tekst die u net uitsprak. Drie leden, waarvan iedere gemeente één. Dat is een motie die we dan aannemen, dan is het voorstel vastgesteld. En dan moet u denk ik, dat ook gewoon uitvoeren. Daar zit, uw toezegging kan niet, dus misschien moeten we er een amendement van maken. Dat klinkt wel harder. Maar dan met een amendement in de hand, is heel duidelijk, dat wij dit willen als gemeenteraad. Praat even voor mijn beurt. Maar dan zeggen de andere twee gemeentes oh nou ja, dat willen we eigenlijk ook wel. Nou, dan moeten wij alleen nog een herziening over een maand op de agenda zetten. Zo zag ik het een beetje. Maar mijnheer Merckx en mijnheer Grunwald. Ik zeg dit nu, maar dat is, ik hoor dat allemaal aan zeg maar. Want iets van de agenda halen is wel heel heftig, want die andere twee gemeentes hebben al een besluit genomen. Dus ik zie, zoek even naar een oplossing die wel ons recht doet als zelfstandige gemeente.
Pagina 42 van 52
De heer Merckx: Voorzitter, ik denk, dat dat, ik ben hier wat dat betreft graag geadviseerd over, wat zeg maar proces technisch en daarmee ook democratisch, het beste wijze van handelen is. De voorzitter: Want u kan het niet toezeggen, mevrouw de griffier. Maar kan u dan, wanneer gaan we dit dan aanpassen in de regeling? Mevrouw Boers: Dat zouden, de griffies gaan daarmee aan de slag om die Rekenkamer van de grond te tillen, zeg maar. Dus dan zou de verordening begin volgend jaar aangepast kunnen worden. En dan kunnen we gelijk ook meenemen van nou, hoe gaat het verder hè? Want er is, nog wel meer werk komt erbij kijken. Januari, februari? Moet kunnen. De voorzitter: Merckx. De heer Merckx: Ja, dat begrijp ik niet helemaal. Want als wij nu vaststellen, dat er een weeffout in zit en die is redelijk eenvoudig denk ik, te herstellen. Dan begrijp ik niet waarom we het over januari hebben, eerlijk gezegd, mevrouw de griffier. De voorzitter: Mevrouw Boers. Mevrouw Boers: Waar het om gaat is, bij een Gemeenschappelijke Regeling, dat je de verordening allemaal gelijkmatig, gelijkgestemd vaststelt. En als je nu een weeffout hebt en je moet het veranderen, dan moet je even met een aangepast voorstel toch weer komen. De voorzitter: Maar wij kunnen dan toch amenderen? En dan, het amendement wordt aangenomen in Laren.
Dan hebben wij de, laat ik maar even voor mijn beurt spreken, hebben we het gewoon vastgesteld zoals het hier nu ligt met het amendement erbij. Dan zeggen Laren en Blaricum of dan zeggen Laren, Blaricum en Eemnes, oh ja, dat willen wij ook. Dus dan brengen wij het nog even een keer opnieuw op de agenda, dan nemen wij de aangepaste tekst ook over. Mevrouw Boers: Zo werkt het eigenlijk niet. Dat is, we zijn, in Nederland houden we natuurlijk niet van simpele dingen hè? We willen het graag zo ingewikkeld mogelijk maken. Dus mijn advies is om gewoon dit voorstel vast te stellen en met de toezegging, dat er gewoon begin volgend jaar een nieuwe verordening of aangepaste verordening ligt. Eigenlijk is alleen maar dat oordeel van de twee aantallen, dan is er gelijk ook uitgezocht de drie leden hè, dat dat en dat we dat allemaal, dat we het daarover eens zijn, dat dat erin moet komen te staan. Ja, meer kan ik er niet van maken. De voorzitter: Voorzitter mag niks zeggen hè? Dus, ik kijk even naar jullie. Mijnheer Lobregt. De heer Lobregt: Nou, het lijkt mij, het verdient niet de schoonheidsprijs, laten we dat maar zeggen. We weten allemaal hier, volgens mij zijn we het unaniem eens, dat er drie leden moeten komen. Daar zijn we met zijn allen bij. Dus moeten dan inderdaad vertrouwen, dat de griffie in januari met een aangepast voorstel komt.
De voorzitter: Ja, dat wil ik toch eigenlijk wel als een toezegging dan zien even. Want anders dan begeven we ons toch een beetje, vertrouwen is mooi, maar … Maar wanneer, mevrouw Brakel, D66. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ja, er staat toch duidelijk, minstens twee? Dus het is toch helemaal geen probleem om straks in de verordening, er drie aan te stellen. Dat moet op zich helemaal geen probleem staan. Dat is, dat verandert deze, dit voorstel niet. Dus als die verordening in januari of wanneer de drie gemeenten, Pagina 43 van 52
griffiers met elkaar daarover hebben gesproken, kan dat verder uitgerold worden. Minstens drie, minstens twee, dat staat er. De voorzitter: Tenminste drie. Ja, nou, mevrouw Boers heeft net geprobeerd uit te leggen, dat het niet simpel kant. Maar ik zou met, ik denk, dat wij met elkaar allemaal denken van, wij willen er allemaal drie. Het is niet eens bespreekstof. Het is gewoon een omissie, die gewoon met één mail kan hersteld worden, lijkt mij. Maar nu vind ik iets en dat mag ik natuurlijk niet doen als voorzitter. Dus verontschuldiging daarvoor. We hebben het er genoeg over gehad. Ik wens jullie volgende week woensdag, heel veel succes met het besluitvorming hierover. Misschien dan toch nog maar even naar de burgemeester kijken of naar de griffier kijken, moet ik zeggen, of dat mailtje te ontlokken is van de beide griffiers, om dat sowieso aan te passen. Dat lijkt me dan wel de minste mogelijkheid, om volgende week naar hartenlust hierover te stemmen. We bedoelen er met elkaar allemaal niks fout mee, dus dan kunnen we het ook bevestigen. Kan dat een toezegging wezen, mevrouw Boers als griffier? Mevrouw Boers: Ik kan toezeggen, dat dit geluid van Laren heel duidelijk is. En minstens twee in de wedstrijd, er staat eigenlijk dat je gewoon een getal moet noemen. Dus minstens twee is ook niet echt in lijn met de wet. Dus moeten er gewoon drie zijn.
Maar ik kan dus niet, kan gewoon toezeggen naar jullie, dat we het gaan regelen. Maar niet simpel met een mailtje, het zal iets meer behelzen. De voorzitter: Nou ja, goed. Ik denk, het wordt toch al te politiek nu. Maar volgens mij gaat het alleen maar deze commissie er nu om, naar volgende week wordt het stuk doorgeleid. En eigenlijk willen we gewoon van die andere twee gemeentes horen, dat er tenminste drie staat. Volgens mij kan dat wel in een mail bevestigd worden, wat de burgemeester straks zei. En dat, is dan toch iets van een commitment schat ik zo in, waarmee Laren zich ook fijn voelt bij dit voorstel. Burgemeester, u daar nog iets aan toe te voegen als raadsvoorzitter? De heer Mol: Nou, ik denk dat we ons moeten inspannen, dat deze gemeenteraad volgende week de geruststelling voelt, dat er gewoon drie leden benoemd worden. Dat moeten we wel even ophalen bij de twee andere griffies. Dus als de griffier die toezegging wil doen dat ze zich daartoe inspant, dat het niet alleen een omissie is, maar de andere griffies ook zeggen nou, wij willen ook dat er drie leden benoemd worden, uit elke gemeenteraad één. Die moet gewoon binnen zijn. En dan moeten we met elkaar snappen, dat er over een paar maanden gewoon een gewijzigde verordening moet worden vastgesteld. De voorzitter: Dan zien we deze, mijnheer Lobregt. De heer Lobregt: Ja, ik heb daar nog even een vraag over.
Want we gaan dus nu iets aannemen, wat eigenlijk niet wettelijk is. Ik ben geen jurist hè dus, maar we gaan iets aannemen, wat eigenlijk niet wettelijk is. Dus het wordt het … Wat zegt u? Nee, maar dat, ik hoor net de griffier zeggen, mevrouw Boers hoor ik net zeggen, dat wettelijk moet erin staan, een aantal. En minstens twee is niet een exact aantal. Ik ben wel actuaris hè dus en ja, ik weet dat minstens twee is meer dan twee of twee en meer, moet ik zeggen hè. Dus dat is niet een exact aantal. Dus als er wettelijk in, een exact aantal in moet staan, dan is wat we straks gaan aannemen, is niet in lijn met de wet. Wordt dat, dus moeten we dan direct vragen om de, om het stuk in lijn met de wet te maken. Dus moet er sowieso dan een aangepast stuk komen. De voorzitter: Het is een principiële discussie, maar ik snap uw punt. Burgemeester. De heer Mol: Ik ga hem, ik ga weer een pragmatische, ik probeer, ik zit met een pragmatische hoek. Ik denk, dat de gem… ik denk, dat we met elkaar echt verder moeten met de Rekenkamer. Ik ben vier jaar Pagina 44 van 52
burgemeester van deze gemeente. We hebben, ik heb nog geen Rekenkamer hier meegemaakt. Dat vind ik echt heel erg, want deze gemeenteraad heeft behoefte aan, recht op onafhankelijke advisering. Maar u heeft ook gewoon gelijk, er moet wel een goed besluit worden genomen. Wat als we nou het als volgt doen, namelijk dat de gemeenteraad volgende week het benoemingsbesluit zo amendeert of het voorstel zo amendeert, dat niet de tekst van de verordening wordt aangepast, maar dat de gemeenteraad van Laren alleen een benoemingsbesluit neemt, als er drie namen op staan. Dan hebben wij binnen wat we moeten hebben. Jawel, de gemeenteraad krijgt alsnog de benoeming van de leden van de Rekenkamer commissie langs. En zo borgen we volgens mij aan de voorkant, wat de gemeenteraad graag wil, of tenminste wat deze commissie de raad adviseert. De voorzitter: Allemaal, klinkt allemaal als logisch, enthousiaste opmerkingen. Ontslaat ons dat niet van de plicht, die de heer Lobregt net als een klein bommetje onder tafel legt? Maar, de heer Merckx. De heer Merckx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de burgemeester in al zijn wijsheid mij op een andere idee heeft gebracht. Dat is omdat wellicht de griffier en de burgemeester en wellicht ook de gemeentesecretaris, ons volgende week een voorstel doen over, hoe dit opgelost kan worden.
De voorzitter: En dan met die bevestigingsmail waar de burgemeester … De heer Merkx: Whatever. Waarbij het, ik denk, dat heel duidelijk is, de burgemeester heeft heel goed in de gaten en de griffier ook, wat de wens van de raad is. En deze commissie is dan maar even een reflectie van de raad. Wij willen graag drie leden benoemd zien met representatie van iedere gemeente. De voorzitter: Vind ik een mooie, bondige samenvatting. Heeft voorzitter van uw commissie niks aan toe te voegen. Als niemand, als iedereen het daarmee eens is, dan tikken we hem af dit punt, punt acht op de agenda. 9.
“Houtstook”; bespreking De voorzitter: Gaan we gauw naar punt negen. Dan gaan we de boel niet, we hadden het vanavond al warm, maar nu krijgen we het nog warmer. Want we gaan de houtstook bespreken. Het najaar en de winter staan weer voor de deur. En het gezellige jaargetij, ik lees het maar voor, waarin veel mensen knus rond de open haard gaan zitten neemt, dat is weer in aantocht. En in toenemende mate wordt de open haard ook gestookt om de gestegen energiekosten te besparen. Nou, de fractie van Groen Laren in persoon van de heer Grunwald, heeft dit op een gegeven moment aan de orde gesteld. En die heeft, via de weg van het presidium hebben ze een aantal vragen gesteld en die vragen, die maken onderdeel van de agenda uit. Het bestuur heeft die vragen beantwoord en dat is eigenlijk wat er op de agenda staat. Normaal gesproken geven we bij een onderwerp inderdaad het in bespreking. Mijnheer Merckx, VVD. De heer Merckx: Ja, ik ben een beetje verbaasd, want bespreking houtstook. Dit is de commissie Maatschappij & Financiën. Dus ik ben even de weg kwijt. De voorzitter: Ja, dit geval, houtstook valt onder Maatschappij. Is maatschappelijk … Nee, maar mijnheer. De heer Merckx: Ruimtelijke Ordening en Infrastructuur lijkt me toch een betere commissie dan Maatschappij en …
Pagina 45 van 52
De voorzitter: Maar die opmerking neem ik mee, als voorzitter naar het presidium, want die doet de agenda indelen. Dus dat is niet te verwijten aan de heer Grunwald, maar wel aan onszelf, aan ondergetekende. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Mag ik daar onderbreken? De voorzitter: Nou, mijnheer Merckx, die trekt zijn schouders op, die is nog niet helemaal klaar met mij. Maar mevrouw Brakel. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Wij hebben inderdaad in de presidium volgens mij voorgesteld, om inderdaad dit onderwerp bij de M&F mee te nemen. Omdat er anders dit onderwerp niet besproken zou worden, terwijl het wel hierin kan. We hebben dat bewust inderdaad zo bedacht. Maar commissieleden die over dit onderwerp ook willen inspreken, kunnen ook meespreken. De voorzitter: En ik wil hem samenvatten in, we hebben straks ook vragen gehad, die ook niet helemaal in deze commissie hoorden. Dus ik wil er wat pragmatisch mee omgaan. Het presidium heeft hiertoe besloten, om de agenda zo te maken. Ik neem als voorzitter mee uw opmerking, dat wij toch wat scherper zijn. Omdat dat soms misschien wat frustratie of ander chagrijn met zich meebrengt. Was natuurlijk ook nog zo, dat we dit, deze maand geen R&I hadden en de wintermaanden komen eraan.
Maar ik wil voorstellen om, zonder al te veel woorden verder meer te gebruiken, de, u heeft vragen gesteld, mijnheer Grunwald en het college heeft daar een reactie op gegeven. Mag ik u nog kort het woord geven? Naar aanleiding van de vragen die u gesteld heeft en dan gaan we over naar de beantwoording. De heer Merckx: Voorzitter, sorry, ik ben hier toch een beetje boos over, zoals u zal merken. De voorzitter: Mijnheer Merckx is boos. De heer Merckx: Wij zijn M&F en ik ben hier niet het afhandelingsputje van R&I. Waarom moeten wij hierover gaan discussiëren? Het presidium … De voorzitter: Uw punt is volstrekt duidelijk en misschien ben ik het zelfs wel met u eens. Alleen het punt is, in de ordentelijkheid van het proces heeft het presidium en dat zijn de fractievoorzitters, die besluiten dan over hoe een agenda eruit ziet. Dat doen ze gewoon in volle bewustzijn en dat hebben we, heeft dat presidium gedaan. Hebben wij gedaan, want ik ben ook onderdeel van dat presidium, of ik er dan wel of niet bij ben. Ik snap uw frustratie. Maar daar gaat ons nu niet verder brengen, om daar heel lang bij stil te blijven staan. Want wij hebben het geagendeerd. Dan, kijk, u mag gewoon zeggen, ik ga daar verder niet op in. Dan, dat, maar wij moeten gewoon nu de vragen langs laten komen en de beantwoording ook aanhoren. Als u daar verder niks over zeggen, dan mag dat.
Maar nogmaals, ik ben nu natuurlijk vanavond helemaal vervelend. Maar goed, het is, dit is wel een beetje hoe het werkt. Mijnheer Grunwald, uw vragen vanuit Groen Laren over houtstook en daarna de beantwoording. De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, de inleiding en de vragen, die hebt u allen tot u kunnen nemen. Het is zo, dat we natuurlijk allemaal duurzaamheid tegenwoordig en het klimaatvraagstuk hoog in het vaandel dragen. En daar gebeurt gelukkig ook een en ander, links en rechts. Een vergeten onderwerp is toch wel naar onze mening, de houtstook. Vandaar dat we daar hier nu aandacht voor vragen. Ja, houtstook heeft enerzijds natuurlijk een heel hoog gezelligheidsgehalte. Maar anderzijds is het gewoon onomstotelijk vastgesteld, dat het toch ook de uitstoot van heel giftige rookgassen betreft. Omdat we dus met steeds meer mensen zijn, die steeds meer houtstook doen, wordt het zo langzamerhand dus toch voor veel mensen Pagina 46 van 52
ondragelijk. Ik wil even refereren aan een onderzoek rondom Tata Steel, daar is veel over te doen hè. Dat is schadelijke gassen die daar uitgestoten worden door staalfabrikant. Maar onderzoek heeft aangewezen, dat houtstook in de winter van de omwonenden ook een behoorlijk duitje in het zakje doen. Dus dat is niet niks. Ja, verder wil ik ja toch even aanhalen van, dat we daar ook niet te lichtzinnig over doen. Ik wil enerzijds niet nastreven, dat er nog allemaal dingen weer verboden wonen. Mijn bedoeling is om ons veel meer bewust te worden van het proces, van het probleem en daar dus in ieder geval dus, dat zo te reguleren dat het voor iedereen te doen is. Dat is waar ik op uit ben. Maar grosso modo kan je ook zeggen van ja, kijk, als we nou zouden zeggen, dat we ons rioolwater op het oppervlaktewater weer lozen, dan krijg je eigenlijk een zelfde, hetzelfde als met onze luchtvervuiling hè. Dus we stoken maar een eind weg eigenlijk, voor ons plezier en denken verder niet daarbij na van, wat doet dat dan met de lucht, die wij allen zelf inademen? En misschien ook onvoldoende van, wat betekent dat voor mensen met luchtwegproblemen? Dus vandaar dat dit hier aan de orde is. Voor de rest wil ik dus inderdaad het college bedanken, voor de beantwoording van de vragen alvast. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Grunwald, voor uw mooie toelichting op de vragen vanuit Groen Laren. Dan stel ik voor, dat de beantwoording, die wordt door de heer De Groot op zich gepakt. En die luisteren we gewoon even af en laten we ook hier maar even voor kiezen om niet te interrumperen, maar even gewoon te luisteren wat de beantwoorden zijn. De heer De Groot: Ja, dank u voorzitter. Ik wil de antwoorden even samenvatten, want het is een uitvoerige beantwoording. Die vindt u ook op IBabs. Ik denk, als het gaat over de vraag van, gaan wij hierover? Is het antwoord heel duidelijk, nee. Het is een onderdeel van het Bouwbesluit, dus of er al dan niet open haarden mogen worden geïnstalleerd, dan wel ook gestookt. Dat is niet aan ons. Dus ik, het is denk ik van belang, om dat mee te nemen in de beoordeling ook van de vragen. Tweede punt is, zijn daar klachten over, nou, we hebben, in het recent verleden hebben we één klacht binnengekregen. Het derde punt is denk ik van, vinden wij dat die bewustwording belangrijk is? Het antwoord daarop is, ja. En daarom voeren wij ook campagne om bewust te zijn over de houtstook en te wijzen op de risico's. Zeker als dat gebeurt bij weer, waarin dat eigenlijk absoluut niet zou moeten. En verder is dat wat we kunnen doen. En wat we kunnen doen, dat doen we ook.
Omdat we zeker de zorgen over, op een aantal onderdelen van de heer Grunwald goed snappen. Dat is in het kort mijn beantwoording op deze vragen. De voorsteller: Dank u wel, mijnheer De Groot. Ik kijk eerst even naar de vragensteller, de heer Grunwald. Met deze beantwoording van de wethouder, kort samengevat maar wel met het punt, wat u aan de orde stelde. De heer Grunwald: Ja, dat is kort samengevat, het standpunt van het college. Maar mij bekruipt dan toch het idee, dat niet voldoende proactief mee wordt omgegaan. Natuurlijk zijn er een aantal belemmeringen, dat zien wij natuurlijk ook. Maar dat betekent niet, dat we niks moeten doen hè. Dus als we onszelf serieus nemen, dan moeten we toch zorgen, dat we dus een aantal dingen ondernemen die binnen de kaders, die we zelf ook hebben aangegeven, wel mogelijk zijn. Want er zijn wel gemeentes die actie ondernemen. Ik heb daar maar twee, ik noem er maar twee hier even uit de omgeving, dus enerzijds, uit Wijdemeren die een stookverbod instellen. Dat zal ook de burgemeester interesseren, maar dat in verband met de droogte hè. Dat heb ik ook aangegeven, dat dat ook een aspect is. Daar wordt verder niet op ingegaan in de beantwoording over, dat zou een punt kunnen zijn.
Dus dat, en het andere is, dat in ik dacht Gooische Meren, dus in ieder geval vanuit de gedachte dat ze een groene gemeente willen zijn, onderzoek gedaan wordt naar een stookverbod bij windstilte. Nou ja, dat vind ik dan toch wel meer activiteiten, die in de richting gaan van nou, we willen de problemen hiervan zien en we willen het ook beheersen en ook doen, wat mogelijk is en redelijk is in die zin. Pagina 47 van 52
Dan denk ik, dat ik uit die beantwoording van die vragen haal, dat dat allemaal een beetje is ja, nou ja, ik ga niet, gaat niet. Maar goed, we zien het wel. Dus het is een ja, toch een beetje weinig proactief, zoals ik zou zeggen. Maar goed, ik wil verder ook niet op dit tijdstip nou eens debatteren erover. Maar kijk, als we nou daarheen gaan en zouden kunnen redeneren, dat de gemeente dus behalve in een klein kadertje in het Larens Journaal, het voornemen zou opvatten om eens nog eens een hele pagina daaraan te wijden. Niet alleen over, wat goed stoken, is in die zin. Maar ook ruimte biedt aan mensen om te reageren als ze last hebben van houtstook. Want u zegt van ja, er is maar één iemand die zich gemeld heeft. Maar er zijn heel veel mensen die er last van hebben, maar juist omwille van de verstandhouding met de buren eigenlijk acht te houden met het melden daarvan hè. Want dat leidt toch in ieder geval op zijn minst regelmatig, tot enige animositeit en dat wil natuurlijk niemand. Dus ik denk, dat u ook met open vizier eigenlijk, op het probleem zou moeten afstappen. Nou, oké, nou, houtstook is er. We adviseren mensen die dat doen, om dat inderdaad zo milieubewust mogelijk te doen. Dat is prima, want verbieden kunnen we het niet. Aan de andere kant moeten we ook daarvoor zorgen, dat mensen die er last van hebben, dus hun zegje kunnen doen.
Laten we dus iets optuigen, waarmee dat dus mogelijk is en kijken wat we dus daarmee kunnen doen. Verder zijn er natuurlijk ook wel landelijke regels die toegepast kunnen worden en die veel beter en nadrukkelijker onder de aandacht gebracht zouden kunnen worden, dan tot nog toe hè. Dus u noemt ze zelf ook wel op dus en in het verlengde daarvan zou je dus inderdaad kijken, kunnen kijken, hoe je daar in toekomst mee wilt omgaan hè. Dus inderdaad van, toch inderdaad zeg maar beleid formuleren, hoe Laren daar tegenaan kijkt, wat wij daarmee doen. Dus dat doen we op veel andere terreinen ook. Waarom niet op dit terrein, waar veel mensen dus toch gezondheidsschade van kunnen ondervinden? De voorzitter: Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Brakel van D66. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Had ik goed begrepen, dat u zei, en Gooische Meren heeft het wel verboden. Dat is niet zo. Ik kijk net aan het, aan de, of Wijdemeren. Oh, u zegt Gooische Meren. Ik denk, dat klopt. De heer Grunwald: Ik zei, Wijdemeren is op enig moment een verbod op open vuur ingesteld. De voorzitter: Ja, precies. De heer Grunwald: In verband met droogte. De voorzitter: Ja, maar ik ga nog even naar de wethouder terug, want die heeft straks wat zaken gezegd rondom bouwbesluiten, et cetera. En nu gaat het over open vuren.
Kunt u in dit vlammende betoog van de heer Grunwald ons nog wat richting geven? En waarbij ik ook meteen zeg, het moet gewoon besproken worden. En of het nou elf uur is of niet elf uur is. Dat is nog niet helemaal een reden, om iets niet te bespreken. Mijnheer De Groot, kan u nog aanvullend iets zeggen op de betoog van de heer Grunwald? De heer De Groot: Ja, ik zit even diep na te denken. Want we hebben technische vragen gehad, die hebben we technisch beantwoord. Er komt een politiek betoog er achteraan, waarin veel initiatief genomen worden om extra dingen te doen. Ja, die denk ik, dan weer niet passen bij de behandeling van technische vragen. Ook denk ik, ook voor andere, wat andere voorbereiding vergen. Ik kan wel in algemene zin zeggen, dat het natuurlijk goed is om te kijken, welke ontwikkelingen er elders zijn. En te zien, of we dat zouden moeten volgen. Maar op dit moment zijn de antwoorden, zoals we die gegeven hebben en ook passen binnen de kaders zoals die binnen de, huidige kaders zoals die in de raad zijn. Ook wat betreft, ook als je kijkt naar zeg maar naleving.
Pagina 48 van 52
De voorzitter: Handhaving. De heer De Groot: Dat soort dingen. Dat moet je ook weer handhaven. Allerlei andere dingen, daar moet je weer budgetten voor hebben. Nou, ik denk, dat als er meer moet, dat er dan een flink of in, een goed initiatiefvoorstel moet komen. Of dat de heer Grunwald tevreden moet zijn, dat wij de ontwikkelingen kritisch blijven volgen. Dat ik wil toezeggen, dat ik zodra ik weer een column mag schrijven in het late Journaal, dat ik daar aandacht aan wil besteden. En dat we natuurlijk ook wel eens even kunnen kijken, hand in de boezem, of wij voldoende mogelijkheden geven om te reageren op dat soort dingen. Of dat dat niet gewoon met een MOR-melding kan. Maar ik vind ook hè, dat zeg maar in dialoog gaan met de buren vermijden, door dat maar bij de gemeente neer te leggen, dat is ook niet precies wat ik bedoel. Dus dat hierover. Dank u wel. De voorzitter: Ik constateerde u eigenlijk zeggen, we hebben het schriftelijk beantwoord en dat zijn de, is de technische kant. En aan de andere kant, herhaalt u wat inspanningen die u wil doen. Maar dat kan niet helemaal als toezegging opgevat worden. Ik denk en dan kijk ik even rond, want de collega’s hier aan tafel willen misschien ook nog wel iets hierover zeggen.