RB Verordening fysieke leefomgeving '23 (incl
Tekst van het document
ongeacht de hoogte, tot aan de grenslijn van eens anders erf, een en ander als bedoeld in artikel 5:42, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek. Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud Afdeling 4.1 Oplaadinfrastructuur
Artikel 4.1 Oplaadinfrastructuur [Gereserveerd] Afdeling 4.2 Overige bepalingen
Artikel 4.2 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren, en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen geen gevaar voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen opleveren. Hoofdstuk 5 Procedureregels Afdeling 5.1 Voorbereiding van besluiten
Artikel 5.1 Waardestellend onderzoek beschermd gemeentelijk monument
Het college kan bepalen dat een nader waardestellend onderzoek moet worden verricht ten
behoeve van de aanwijzing van een onroerende zaak of terrein als beschermd gemeentelijk monument.
Afdeling 5.2 Advies Paragraaf 5.2.1 Advies bij aanwijzing beschermd gemeentelijk monument Artikel 5.2 Advies bij aanwijzing beschermd gemeentelijk monument
Het college vraagt advies aan de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, voordat zij een besluit neemt over de aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument.
Pagina 28 van 33
Paragraaf 5.2.2 Advies bij aanwijzing gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Artikel 5.3 Advies bij aanwijzing gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Het college vraagt advies aan de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit voordat de gemeenteraad een besluit neemt over de aanwijzing tot gemeentelijk beschermd
dorpsgezicht als bedoeld in artikel 2.8. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven.
Paragraaf 5.2.3 Advies bij omgevingsvergunning monument
Artikel 5.4 Advies bij omgevingsvergunning monument
1. Het college vraagt advies aan de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, voordat zij een besluit neemt op de aanvraag van de vergunning als bedoeld in artikel 3.68. 2. Als de aanvraag betrekking heeft op een gemeentelijk archeologisch monument, dan betrekt de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit een externe deskundige op het gebied van archeologie.
Afdeling 5.3 Overige bepalingen
Artikel 5.5 [Gereserveerd]
Hoofdstuk 6 Toezicht en handhaving
Artikel 6.1 Toezichthouders
Behoudens het bepaalde in artikel 18.6 van de Omgevingswet, zijn met het toezicht op de
naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening de toezichthouders belast die bij besluit van het college dan wel de burgemeester zijn aangewezen.
Artikel 6.2 Strafbaarstelling
1. Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening en de op grond van
artikel 3.6 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
2. Het eerste lid is niet van toepassing als in het onderwerp is voorzien door de Wet op de economische delicten.
Hoofdstuk 7 Overgangsrecht
Artikel 7.1 Overgangsrecht
1. Besluiten, genomen krachtens de verordeningen genoemd in artikel 8.2 of naar deze verordening overgehevelde delen van de Algemene plaatselijke verordening Laren 2023, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Aanvragen voor vergunningen of ontheffingen op grond van de verordeningen genoemd in artikel 8.2 of de naar deze verordening overgehevelde delen van de Algemene plaatselijke verordening Laren 2023, waarop op het moment van
Pagina 29 van 33
inwerkingtreding van deze verordening nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van deze verordening. 3. Adviezen van de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit of een andere deskundige, die zijn gevraagd en/of gegeven op grond van de verordeningen genoemd in artikel 8.2 of de naar deze verordening overgehevelde delen van de APV, gelden als gevraagde en/of gegeven adviezen op grond van deze verordening. Hoofdstuk 8 Slotbepalingen
Artikel 8.1 Nadere regels
Het college is bevoegd ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening nadere regels vast te stellen.
Artikel 8.2 Intrekken verordeningen
1. De Monumentenverordening Laren 2012 wordt ingetrokken. 2. De Verordening op de afvoer van hemelwater Laren wordt ingetrokken.
Artikel 8.3 Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt.
2. In afwijking van het eerste lid treden paragraaf 3.4.9 en de artikelen 3.24, 3.25, 3.26 en 8.2, tweede lid, in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet om 23:59 uur.
Artikel 8.4 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening fysieke leefomgeving Laren 2023’.
Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 20 december 2023.
mw. E. Boers griffier a.i.
drs. N. Mol voorzitter
Pagina 30 van 33
Bijlagen bij de Verordening fysieke leefomgeving Laren Bijlage 1. Begrippenlijst 1. APV: Algemene plaatselijke verordening van Laren; 2. Bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; 3. BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet, ingesteld bij de Verordening op de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 2021, die onder meer als taak heeft het college te adviseren ten aanzien van redelijke eisen van welstand, de aanwijzing van beschermde
gemeentelijke monumenten, vergunningaanvragen voor wijziging, verbouwing of
sloop van beschermde rijks- of gemeentelijke monumenten en de aanwijzing van onroerende zaken als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht;
4. Beperkingengebiedactiviteit: dat wat daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 5. Beschermd gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; 6. Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; 7. Bouwwerk: dat wat daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 8. Bouwhistorisch onderzoek: in een rapport vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument; 9. Bromfiets: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; 10. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laren; 11. Cultureel erfgoed: monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; 12. Dunning: velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van de overblijvende houtopstand; 13. Gebouw: dat wat daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; 14.
Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht: dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 2.8; 15. Hakhout: een of meer bomen of boomvormers die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
Pagina 31 van 33
16. Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen en/of diensten, waarmee kennelijk wordt beoogd een commercieel belang te dienen; 17. Herplantfonds: fonds waar gelden in worden gestort ten gevolge van een opgelegde financiële herplantplicht als bedoeld in artikel 3.74, derde lid of artikel 3.75, derde lid; 18. Hoogstamfruitboom: een fruitboom waarvan de vertakking met gesteltakken begint op minimaal 160 cm hoogte, gemeten vanaf het maaiveld; 19. Houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; 20. Houtopstand als bedoeld in de Wet natuurbescherming: houtopstand zoals gedefinieerd in het eerste lid van artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming, te weten ´zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of
b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen´;
21. Kampeermiddel: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 22. Knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout bij geknotte bomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; 23. Motorvoertuig: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 24. Omgevingsvergunning: dat wat daaronder wordt verstaan in de Omgevingswet; 25. Openbaar vuilwaterriool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast; 26. Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; 27. Openbare plaats: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; 28. Openbare ruimte: een plaats die krachtens de bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, met uitzondering van gebouwen of besloten plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet; 29. Openbare weg: openbare weg als bedoeld in de Wegenwet; 30. Parkeren: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 31.
Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; 32. Rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister;
Pagina 32 van 33
33. Vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer te water; 34. Vellen: kappen, rooien met inbegrip van verplanten, snoeien van meer dan 20% van het kroonvolume met uitzondering van knotten en kandelaberen, alsmede het handelen en nalaten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben; 35. Vergunninghouder: de natuurlijke- of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; 36. Voertuig: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; 37. Weg: dat wat daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Pagina 33 van 33