Printversie transcript
Tekst van het document
groter, met name doordat we zien dat die sociale domeinkosten maar stegen en stegen tot enkele tonnen. Dus dat je dan problemen krijgt, ja, dat is niet te vermijden. Moeten we daar een langere termijnplan voor hebben? Ja, heel graag. Als je dan kijkt naar aan welke knoppen je kan draaien, algemene uitkering daar hebben we niet zo veel invloed op, gelukkig heeft het Rijk nu na arbitrage van de VNG erkend dat er tenminste 1,3 miljard te weinig is uitgekeerd voor de kosten voor jeugdzorg, en dat vertaalt zich voor Laren in een bedrag van 840.000 euro waarvan de provincie vóór 1 juli beloofd heeft te vertellen hoe we dat in kunnen zetten, en de verwachting is dat de helft structureel en de helft incidenteel ingezet kan worden voor 2022. Dus dat zou zowel de winst- en verliesrekening als de balans enorm helpen. Als je naar de, voordat we nogmaals, als we kijken naar de kadernota en de begroting voor de meerjarenbegroting voor volgende jaren, dan zijn we in 2023 een heel klein beetje positief, en ja, ik ben daar zelf ook kritisch over. Want zo’n klein plusje dat verandert natuurlijk heel gauw in een grote min. Dus je moet daar zeker structureel iets aan gaan doen, en dat moet je nu doen en daar moet je een plan voor maken, dat ben ik helemaal met de sprekers eens.
Dan de vraag over de Vervoer BV, want er stond in de krant dat mijnheer Hulscher die denkt dat er grote navordering is voor de btw. Er is ook sprake van lager resultaat dan verwacht. Dat geldt met name voor Laren voor het leerlingenvervoer, want het Wmo-vervoer is tot 1 juli ondergebracht bij Latax. Voor wat betreft die btwuitgaven, daarvan denken wij dat de gemeente Laren de btw gewoon kan verrekenen zoals ze dat ook met andere partijen doet. Dus het lijkt me dat er niet veel aan de hand is. Dan vraagt de heer Grunwald naar de onderhoudsvoorziening. De onderhoudsvoorziening, is die goed onderbouwd? Nee. Is er niet voldoende gebeurd, is niet gebeurd wat noodzakelijk is? Zeker wel, maar de onderhoudsvoorziening zelf is zo groot omdat er ook geanticipeerd is op bijvoorbeeld verduurzaming, verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en ja, u begrijpt natuurlijk, als er grootse plannen zijn om het Raadhuis te verduurzamen dat we daar nu even mee wachten. Maar ik heb in elk geval moeten beloven aan mijn accountant dat ik binnen enkele maanden met een goede onderbouwing en een verantwoord meerjarenonderhoudsplan zal komen om aan te tonen wat de goede reserve is voor het onderhoud, en het is niet zo dat we nu al zeggen: die reserve is veel te groot en we kunnen het verschil vrij laten vallen ten behoeve van het resultaat. Dat is nog niet aan de orde.
Ik dacht dat ik zo de vragen had beantwoord en misschien wil mijnheer Vriesen daar nog het een en ander aan toevoegen. De voorzitter: Mijnheer Vriesen. De heer …: Voorzitter, ik had nog drie technische vragen, 130.000 Hart voor Laren, het zwembad 275.000 euro, en nog een keer 3 ton inkomsten die niet geweest zijn. De heer Calis: De 275.000 euro van het zwembad die zitten in de jaarrekening, die hebben ervoor gezorgd dat we van 2,5 ton plus naar min 25.000 gingen. De heer …: Maar was dat eenmalig of structureel, wat zijn dat voor extra kosten? Was dat ‘…’. De heer Calis: Dat is corona. De heer …: Corona. De heer Calis: Derving inkomsten. De heer …: O, derving, oké, dus eenmalig. De heer …: En de 130.000?
De heer …: 130, is de huurkorting Hart van Laren dat deze week of vorige week besloten is in het college, die zitten niet in die jaarrekening hè? De heer Calis: Ja, dat is een beetje technisch. Want aan de ene kant geven wij het Brinkhuis subsidie, aan de andere kant krijgt het Brinkhuis ook vanuit het Rijk steun vanwege corona. En als we dat allemaal weer bij elkaar zetten dan geven we Brinkhuis 130.000 euro steun, subsidie, maar laten we de huur vervallen, dus dat is nul. De heer …: Maar is dit verwerkt in de jaarrekening 2020? De heer Calis: Ja. Ja. De heer …: Oké. En dan nog 3 ton inkomsten stelpost overige goederen en diensten in de ‘…’, baten en lasten die niet binnengekomen zijn. De heer Calis: Dat had u bij de klankbordgroep moeten vragen, want ‘…’ vraag. De heer …: Ja, heb ik gevraagd, maar die is niet beantwoord. Ja, ik houd dat netjes bij. De heer Calis: We nemen hem mee. De heer …: Een fors bedrag hè, het is een fors ‘…’ bedrag. De heer …: Zijn ‘…’ die niet gekomen zijn hè? De heer Calis: Daar komen we op terug. De voorzitter: Mijnheer Vriesen. De heer Vriesen: Ja voorzitter, dank u wel. Volgens mij heeft de wethouder al een heleboel vragen die gesteld zijn beantwoord. Mijnheer Van Midden kwam nog met een opmerking over de Tozo en over de inrichting van het kredietbeheer.
Dat is uitbesteed aan Hilversum, dus daar hoeft Laren of de BEL hoeven daar zelf niet zo heel veel aan te doen. De opmerking in het accountantsverslag gaat met name even over de kaderstellingen als het gaat over hoe wil je omgaan met misbruik en oneigenlijk gebruik en een stukje waardering, nou, en uiteindelijk is dat wel iets wat lokaal moet gebeuren, maar ook daarvoor zal de informatie met name uit Hilversum moeten komen. Ja, vervolgens kwam mijnheer Jacobse met een hele mooie brede vraag over van goh, hoe ziet de accountant, en mijnheer Vos kwam daar ook mee van goh, hoe ziet dan dat plaatje over een aantal jaren eruit? Nou, wat ik in mijn inleiding al zei is dat de volatiliteit in de gemeentelijke financiering eigenlijk nog nooit zo groot is geweest als nu, en ook er zijn daar al een aantal voorbeelden van gegeven. Kijk, als je het hebt over het structurele probleem, en de wethouder kwam daar al even op, Laren is een arm dorp met rijke inwoners. Mijn letterlijke woorden waren: is een arme gemeente met rijke inwoners. Maar als je kijkt naar het structurele probleem dan zit hem dat dat Laren ook een mooi dorp is met veel voorzieningen. En voorzieningen kosten geld.
En wat je ziet in deze jaarrekening, en dat appelleert ook wel denk ik een beetje aan het gevoel van mijnheer De Jong, is dat Laren dus ook onevenredig hard getroffen is door de coronapandemie en alle maatregelen die dat met zich meebrengt. En als het nou gaat over 275.000 euro voor het zwembad, de cofinanciering voor Singer, ja, dat zijn allemaal dingen die geld kosten. En om dat sommetje te maken, om meteen de vraag van mijnheer Grunwald daarop te komen, dat sommetje is nu nog niet te maken. En dat heeft onder andere ook te maken dat het Rijk heeft gezegd: wij zetten 450 miljoen landelijk
opzij en die wordt dit jaar uitgekeerd om in feite de inkomstenderving van gemeenten over 2020 te compenseren. Dus er zit nog een nabetaling aan te komen vanuit de algemene uitkering, alleen dat Rijk heeft gezegd: dat doen we op basis van de definitieve cijfers over 2020, dus het Rijk moet straks eerst nog even alle jaarrekeningen van gemeenten bij elkaar optellen en dan met een verdeling komen hoe dat over alle gemeenten verdeeld wordt. Dus daarom is het sommetje met van wat heeft het nou gekost en wat heeft het nou opgeleverd is nog niet te maken. Ja, als het gaat over het sociaal domein, en dan kom ik ook even op de opmerkingen van diverse sprekers, de wethouder had het over het incidenteel versterken van het eigen vermogen met 4 miljoen. Ja, versterken van vermogen klinkt een accountant natuurlijk als muziek in de oren, dat zult u begrijpen, alleen het is wel belangrijk om het onderscheid tussen incidenteel geld en structureel geld scherp te houden. Want ja, het tafelzilver verkopen, de stille reserves realiseren, dat is toch echt incidenteel geld, en de problemen waar u mee kampt zijn toch vooral structureel.
En dat betekent dat als het gaat over er moet structureel iets veranderen, het structureel tekort van 2,5 miljoen van mijnheer De Jong of, nou ja, het langetermijnplan van mijnheer Jacobse, dat zijn wel de dingen waar je het met elkaar over moet hebben als raad van ja, waar willen we nu, hoe willen we nu zorgen met elkaar dat het schip weer recht komt te liggen in financiële zin? En als je het dan hebt over structurele problemen, Nederland groeit als het gaat over het aantal inwoners en Laren groeit, laat ik het zo zeggen, groeit minder hard. En ja, Crailo is daar misschien een oplossing voor maar dat is wel voor de lange termijn en niet voor de korte termijn. Dus ook dat is iets wat belangrijk is voor u als raad om in het achterhoofd te houden, en ja, dus de kosten in het sociaal domein die zullen naar verwachting door blijven stijgen. Er is natuurlijk in HBEL-verband al het een en ander gedaan aan maatregelen om die kostenstijging in te dammen. Dus daar waar je aan knoppen kunt draaien, en dat is met name toch in de Wmo, wordt dat ook gedaan. Wat het financieel effect daarvan zal zijn dat moeten we afwachten, maar, en dat signaleer ik ook wel in het accountantsverslag hè, als je hebt over wat er bij de HBEL wordt uitgegeven aan zorgrechten, rechten van inwoners op ondersteuning, ja, daar zit nog steeds een stijging in. Zowel in Wmo als in jeugd.
De afgelopen jaren heeft geleerd dat dat ook een voorbode is van het doorstijgen van de kosten, en ja, het is te hopen dat de maatregelen die genomen zijn ook nu al in 2021 vruchten gaan afwerpen. Voor de jeugd is dat een stuk lastiger zoals u weet, want ja, dat is toch meer een openeinderegeling waar ook de knoppen waar je als gemeente aan kan draaien een stuk kleiner zijn, en in ieder geval de effecten een stuk indirecter meepakken. En dat betekent dus dat als het gaat over, ja, structurele oplossingen is dat natuurlijk de grootste kostenpost die erin zit als het gaat over de gemeentelijke begroting. Ja, dus daar zal ook een deel van de oplossing op zijn minst vandaan moeten komen. En dan ben ik volgens mij door de vragen heen, maar op het moment dat dat niet zo is dan word ik daar ongetwijfeld op gewezen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vriesen. Is er behoefte aan een derde termijn? Ik kijk rond. De heer Van Midden heeft nog een vraag. De heer Van Midden: Ja, ik heb één vraag en één opmerking. Eén vraag naar aanleiding van de btw van het vervoersbedrijf, de wethouder zegt dat hij de btw kan verrekenen maar volgens mij kan die voor de btw een beroep doen op het btw-compensatiefonds want de gemeente zelf kan niet verrekenen volgens mij, dus om dat even zuiver te hebben.
Tweede is een opmerking die ik wil maken over het langetermijnplan, ik ben blij dat de wethouder dat steunt. Ik ben ook blij met de oproep van de heer Jacobse om daarbij out of the box te denken, niks kan maar gek genoeg zijn. En in die zin vind ik het jammer dat de heer Vos zich in zijn termijn zich richt tot met name de coalitie, omdat ik inmiddels de heer Vos heb leren kennen in deze commissie als een out of the box-denker die we juist in dit soort, ja, crisis om het even te zeggen, gewoon hard nodig hebben, dus mijnheer Vos, ik nodig u van harte uit om actief deel te nemen aan het maken van een dergelijk plan.
De heer Vos: Mag ik daarop reageren, voorzitter? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Vos: Vanzelfsprekend denk ik mee, mijnheer Van Midden, maar vorig jaar hebben we een sessie gehad die helemaal out of the box moest zijn en daar is verdraaid weinig mee gebeurd volgens mij. Zelfs met mijn plannetjes, ik heb er nooit meer iets over terug gehoord. Dus in het kader van welbestede tijd moet er dan wel weer wat mee gebeuren daarna, als u het niet erg vindt. Maar ik neem uw uitnodiging natuurlijk van harte aan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. De accountant merkte nog net zo op van dat we ons zorgen moesten maken over hoe het schip weer recht komt te liggen, dus met andere woorden: Laren maakt slagzij. En het is dus ook een beetje pompen of verzuipen, dus tegen die achtergrond vinden wij het ook heel belangrijk dat er dus een goed plan komt om het schip zoals gezegd weer recht te krijgen. Wat is dan een goed plan, een goed plan is natuurlijk wel het plan waardoor het schip weer komt recht te liggen, dat is nogal wiedes, maar daarbinnen zijn natuurlijk allerhande pijnpunten te voorzien, en daar moeten we elkaar dan ook wel heel goed in de ogen kijken van hoe dat dan precies eruit gaat zien, maar onze medewerking is verzekerd. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. We zullen dit punt doorleiden naar de raad.
O, pardon, de heer ‘…’. De heer …: Ja, korte opmerking maar. Even met betrekking tot de Vervoer BV, ik snap dat de wethouder zegt van dat hij het probleem voor Laren nog niet zo ziet, maar ik zal hem toch even serieus dat we even in de komende weken zeg maar als raad daarover … Ik stel de vraag nu gewoon ook open, blij dat u ook erop reageert, want dit staat wel in de krant dus dit zou ook maar zo weer kunnen leiden tot vragen in het dorp van goh, wat zijn jullie aan het doen. En omdat de Vervoer BV an sich ook al wel een discussiepunt was, we hebben er wel mee ingestemd maar, zou ik willen vragen of u op een enige actieve manier als daar wel geluiden komen, want de wethouder uit Huizen verwijst wel gewoon dat hij verwacht hè, die doet eigenlijk misschien wel een verkeerde uitspraak, dat weet ik niet, maar die brengt ons wel op dat spoor. Dus vandaar dat nog even die, dat zou ik nog wel graag … Hoeft u nu uiteraard geen antwoord meer op te geven, maar die aandacht, dat we die houden als raad. Dank u wel, voorzitter. De heer Den Dunnen: Als ik daar ‘…’, mag ik daar ‘…’. De voorzitter: De heer Calis. O, pardon, de heer Van Dunnen. De heer Den Dunnen: Eén opmerking over maken, vanmiddag uitvoerig overleg gehad over die Vervoer BV om te kijken hoe dat in elkaar zit.
Het antwoord van de regio is dat zij ex btw gefactureerd hebben, en dat de btwproblematiek, verrekening of boeken op het fonds, dat dat een zaak is voor onze eigen zeg maar financiële administratie. Dus we moeten dat vooral zoeken bij onszelf en volgens inzicht van de regio waren ze van mening dat het probleem in Laren niet speelde. De voorzitter: Dank u wel. We zullen dit punt doorleiden naar de raad, gezien de … En dat terwijl de raadvergadering van 7 juli, ja, 7 juli, en daar wordt het automatisch besproken. Ja. Ja, mijnheer Calis, mee eens? Dank u wel.
De heer Calis: Dan heb ik nog een paar dagen extra om de vraag van de heer De Jong uit te zoeken, dank u wel. De voorzitter: De heer Vriesen, bedankt voor deze heldere uiteenzetting. Wil niet zeggen dat onze zorgen weg zijn, maar het was wel een heldere uiteenzetting. Dank u wel. 6.2 Kadernota 2022-2025 De voorzitter: Punt 6.2 van de agenda, kadernota zal niet besproken worden want er zijn geen insprekers dus die gaat automatisch door. De heer …: Zou ik daar één technische vraag over mogen stellen? De voorzitter: Nee, nee, is niet … De heer …: Oké, dan komt die de volgende keer in de kadernota zelf. De voorzitter: De kadernota. Dat is … Het is presidium die dat vastgesteld wordt dat die hier niet besproken wordt. 6.5 Zienswijze Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 BEL Combinatie De voorzitter: Dan ga ik naar 6.5, zienswijze programmabegroting 2022 en meerjarenraming 23-25 van de BEL Combinatie. Hierbij zou aanwezig zijn de directeur Else Ruizeveld. Else, welkom. Heer Calis, wilt u het punt inleiden? De heer Calis: Ik denk dat ik dat graag aan mevrouw Ruizeveld laat, die kan dat veel beter dan ik. De voorzitter: Goed, het is … Welkom. Mevrouw Ruizeveld: Dank u wel. De voorzitter: Wilt u het zelf inleiden? Mevrouw Ruizeveld: Ja, dat wil ik zeker doen.
We zijn met de BEL Combinatie al een tijdje bezig om een aantal ontwikkelingen vorm te geven die u ook ons gevraagd heeft om te doen. Wij zijn vanaf 2019 toen het bestuur, dagelijks bestuur van de BEL Combinatie ons opdroeg om de evaluatie van de BEL Combinatie en het BELmodel vorm te geven, en ons vroeg om een benchmark uit te voeren naar de kosten die de BEL-gemeenten hebben voor het BEL-model zijn we eigenlijk bezig om de organisatie te ontwikkelen, dien overeenkomstig zeg maar de aanbevelingen die we gehad hebben uit de evaluatie van WagenaarHoes en de benchmark. Nou, dat hebben we de afgelopen tijd hebben we dat op verschillende manieren gedaan en daar willen we eigenlijk in 2022 ook mee verdergaan, en zo hebben we dus in onze begroting weer een aantal ontwikkelingen opgenomen die we eigenlijk tot nu toe nog niet beet hadden gepakt uit de evaluatie. Maar met deze laatste paar, het zijn er echt maar een paar, ontwikkelingen die we nu voorstaan hebben we eigenlijk zo goed als alle adviezen van WagenaarHoes tot ons genomen, een aantal niet, die hebben ook te maken met bijvoorbeeld de klankbordgroep van de raden die WagenaarHoes heeft geadviseerd maar waar uw raad en ook de andere raden van gezegd hebben: ja, daar staan we eigenlijk niet helemaal achter.
Dus we hebben ook één of twee adviezen hebben we niet overgenomen maar het grotendeel is ondertussen geïmplementeerd of voorzien we het komende jaar. En ja, zo staat in onze begroting weergegeven wat wij voorzien en ik heb uw zienswijze, in
ieder geval de zienswijze van het college daar ook opgelezen en ik kan me daar heel erg in vinden. Ik begrijp ook heel erg wat het college het bestuur vraagt, dus ik ben eigenlijk ook wel heel erg benieuwd hoe u het ziet en wat u voor vragen heeft en welke zaken ik nog verder toe kan lichten. Ik heb natuurlijk vorige week ook uitgebreid een webinar gegeven, waar een groot deel van u bij aanwezig, was om te vertellen waar we staan in de organisatie, welke ontwikkelingen we voorstaan, maar ook hoe het staat met onze vacatures en onze ziekte op dit moment. Dus ik heb eigenlijk al heel erg veel verteld, ook vorige week, en ik ben heel erg benieuwd naar de vragen die u heeft. De voorzitter: Mijnheer Calis wil nog een toelichting geven. De heer Calis: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik wil er nog even bij aansluiten, de zienswijze die wij voorstellen, eigenlijk indachtig de eerdere opmerkingen van de heer Vos over de organisatie en hoe die in elkaar zit zijn we natuurlijk erg blij met de plannen om de organisatie verder te ontwikkelen, maar de zienswijze die onderstreept ook dat wij deze begroting vooral zien als een middel om in te zetten dat de organisatie beter gaat werken maar ook vooral dat de werkdruk voor bepaalde werknemers minder zal worden.
En dit is een beetje naar de verwijzing naar de verzuimcijfers die we eerder besproken hebben, maar ik denk dat daar vindt de zienswijze zijn oorsprong in. De voorzitter: Dank u wel. Libera… Larens Behoud, mag ik het woord geven? De heer Jacobse. De heer Jacobse: Totaal. Deze commissie en ook onze raad hebben in het verleden nogal eens kritisch en mogelijk terecht kritisch gekeken naar de BEL-organisatie, de verzuimcijfers, het verloop, nou, dat hoeven we niet te herhalen. Wij hebben gekeken naar wat voor ons ligt en wij hebben de indruk dat we de goede kant op gaan. Misschien zijn we de hoek om, maar we hebben de hoek in ieder geval in zicht en dat is goed nieuws, dus ik wou eigenlijk een compliment maken voor ook de toch op termijn snelle omkering, als het allemaal waar is, en daar ga ik voor het gemak vanuit. Dus mijn complimenten. De adviezen die werken kennelijk door, we kunnen daar wat mee, we worden er allemaal beter van en niet in de laatste plaats worden we er vrolijker van. Dus dat is wel goed.
Ik breng een gedachte in herinnering die ik gedaan heb geloof ik in de aanwezigheid van de burgemeester, misschien moeten we als BEL-organisaties eens lekker out of the box een forse barbecue aanrichten en de medewerkers van de BEL daarop uitnodigen om onze dank en, nou ja, goed, dat kunnen we weleens verder uitwerken maar ik wil daar wel dichterbij, laten we elkaar vooral aardig blijven vinden, of het nog erger maken, misschien wel leuk. We hebben elkaar nodig, dat is onvermijdelijk, en laat dat goed gaan. En wij hebben, nogmaals, Larens Behoud heeft de indruk dat we de goede kant op gaan, dus waarvoor dank en compliment. De voorzitter: VVD, de heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, ik sluit me eigenlijk volledig aan bij de woorden van de heer Jacobse, ik heb ook het idee dat het de goede kant op gaat. Wat ik belangrijk vind is dat we de opmerkingen die we gemaakt hebben bij de bespreking van de jaarrekening en die wat mij betreft met name gingen over de beheersing van de processen en ook het ziekteverzuim, dat ik die ook weer terug zie komen in de zienswijze bij de begroting, dat is wat mij betreft gewoon heel goed. Betekent in ieder geval dat het veel aandacht gaat krijgen de komende tijd, dus het kan alleen maar beter worden in dat opzicht, schat ik in. Ik heb maar één vraag, en die gaat om de uitbesteding van die belastingtaken.
Er staat in dat dat nog mogelijkerwijs later gaat worden dan 1-1-2022, wanneer is het moment van de go/no-go, dus wanneer kunnen jullie bepalen of het nou uiteindelijk daadwerkelijk per 1-1 gaat gebeuren of misschien in een latere fase? Dat is de enige vraag.
De voorzitter: Mijnheer De Jong. Ja, straks alle vragen tegelijk, dank u wel. De heer De Jong: Ja, het feit dat ik geen vragen heb betekent gewoon dat ik alles gelezen heb, begrepen heb en dat het wat mij betreft ook er goed uitziet en dat we hopen dat het allemaal zo uitpakt zoals het nu eruitziet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Grunwald. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Ja, allereerst ook van ons een verheugd geluid dat het de goede kant op gaat met de nuancering dat we daar ook wel heel erg lang voor moesten strijden voordat dit dubbeltje gevallen is, en wellicht, ja, ‘…’ de opmerking, ja, dat dubbeltje is ook nog wel centsgewijs gevallen dus dat heeft heel erg lang geduurd. Nou, wat nu voor ons ligt dat biedt perspectief in die zin, dus dat ziet er goed uit, ik zou zeggen: ga vooral zo door. Het enigste punt wat ons nog zorgen baart is toch de continuïteit en personeel, en ja, ik moet zeggen: ik ben vorige week niet daarbij geweest, maar wellicht kunt u nog eens kort samenvatten voor mij van hoe u daarin staat en hoe u denkt dit te kunnen verbeteren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel. Dank voor de toelichting. Ik heb eigenlijk twee vragen, of het is één vraag, van de twee zaken, twee adviezen die niet opgevolgd waren.
Misschien ligt het aan mijn doofheid, hoor, maar om nog even de adviezen die nu niet opgevolgd zijn nog even te herhalen voor mij, want die verstond ik echt niet. En het tweede is dat een tijdje geleden hadden we ook de BEL-combinatie langs en toen heb ik nog tegen de wethouder gezegd kunt u de effecten, misschien kunt u de effecten nog niet zien van een eenhoofdige leiding en toen zei de wethouder van nou ik denk dat dat wel te zien is en volgens mij is dat hier vanavond door meerderen al geduid dat die beslissing om weer terug te gaan naar eenhoofdige leiding van de BEL, waardoor er volgens mij toch ook wel heel veel rust en aandacht voor de toekomst komt. Zo zou ik hem eigenlijk ook willen adresseren voor ons als CDA Laren met betrekking tot wat hier voorligt, alleen graag nog even de twee adviezen die niet opgevolgd zijn. Dank u wel. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel. Dank u wel, voorzitter. Ja, het is al gememoreerd dat er sprake was van ziekteverschijnselen, zal ik maar even zeggen en meneer Jacobse noemt dat of we de hoek om zijn. Nou, hopelijk zijn we niet het hoekje om, want dat zou heel vervelend zijn en laten we hopen dat er inderdaad beterschap is, dat zou heel plezierig zijn. Volgens mij hebben we niet zo heel lang geleden hier over gepraat en gehoopt dat er een gezonde diagnose gesteld kon worden.
Nou, laten we hopen dat de CT-scan rustgevende berichten geeft. Ik heb daar verder geen vragen over. De tijd zal het ons leren. De voorzitter: Wethouder, wilt u, of …? De heer Calis: Ja, ik zit even na te denken over die outsourcing van de belasting. Blaricum en Laren hebben aan, er is uitgebreid onderzoek geweest van hoe dat gaat, wat de voordelen zijn, wat de nadelen zijn, wat de kosten kunnen zijn, zowel incidenteel als structureel. Dat is besproken in de colleges en aan de hand daarvan hebben Blaricum en Laren zich in elk geval tot Huizen uitgesproken dat wij definitief doorgaan met dit proces. Dat betekent niet dat het al in een go/no go-fase terecht is gekomen, maar het is wel een belangrijke stap. Voor Eemnes is dat nog niet duidelijk en dat betekent ook voor de organisatie, maar misschien wil mevrouw Ruizeveld daar wel iets van zeggen. Er was een streefdatum voor de overgang. Of die in samenhang met de
wensen en eisen van Eemnes gerealiseerd kan worden, dat is op dit moment nog maar de vraag en het ziet ernaar uit dat ook volgend jaar dat we dat nog zelf met een ingehuurd bureau moeten kunnen blijven doen om de outsourcing in te laten gaan op 1 januari 2023. En dan de opmerking van meneer Van den Berg over de eenhoofdige leiding. Ik denk ook, ze zit er zelf bij, maar dat ervaring leert dat dat de situatie en de slagvaardigheid en de beslissingen van niet alleen het managementteam, maar de hele organisatie, enorm heeft verbeterd en we zijn daar reuzeblij mee. De voorzitter: Mevrouw Ruizeveld. Mevrouw Ruizeveld: Dank u wel, voorzitter. Ja, dank u wel voor de complimenten, daar word je toch altijd wel … Ik krijg het er warm van. Ik hoop ook dat we de goede kant opgaan, meneer gaf het net wel aan, de ziektecijfers zijn hoog. Zijn ook eigenlijk al vanaf de start van de BEL- combinatie altijd heel erg hoog geweest en dat is absoluut een zorgpunt waar ik me in herken. Wij zijn op dit moment bezig met een goede analyse waar het nou precies in zit, wat de factoren zijn die we ook kunnen beïnvloeden.
Het lijkt er bij ons in ieder geval heel erg op dat het langdurig ziekteverzuim is, dus dat het ziekteverzuim is van vier weken tot een jaar en dat dat heel erg te maken heeft met fysieke problemen, maar ook psychische problemen en dat is iets wat we ook terugzien landelijk bij gemeenten dat zo’n 40 tot 45% van de klachten die op dit moment geduid worden, dat dat psychische klachten zijn, waaronder werkdruk en stress. Dus in die zin is het niet bijzonder dat wij ook zo rond de 40% liggen van mensen die zich melden met dat type klachten, maar het is wel zo dat het percentage ziekteverzuim gewoon heel erg hoog ligt bij ons en dat ligt zo’n 2% hoger dan landelijk gemiddeld bij gemeenten van deze omvang gebruikelijk is. Dus we zijn heel erg aan het zoeken op dit moment van wat gebeurt er nou, wat kunnen wij eraan doen. We hebben na de zomervakantie met onze bedrijfsarts en met de bedrijfsmaatschappelijk werker hier over een verder gesprek om te kijken of onze leidinggevenden nog meer kunnen doen hieraan, of zij in de begeleiding van de mensen die ziek zijn iets anders kunnen doen waardoor we het proces van terugkomst kunnen versnellen of dat we meer aan de preventiekant moeten gaan zitten. Dat er misschien factoren zijn die breder in de organisatie spelen waar we wat mee moeten.
Dat gesprek gaan wij na de zomer aan om te kijken of wij inderdaad nog verder kunnen sturen op dat verzuim. Uw vraag ging over vacatures. Wat wij zien is dat wij echt door de jaren heen ook een soort springplank geweest zijn voor jonge mensen. We hebben veel jonge mensen door de jaren heen binnengehaald, ook veel jonge mensen die niet per se uit onze directe omgeving kwamen, wat maakte dat als mensen toch kinderen kregen of gingen trouwen of na andere redenen na een jaar of vier, vijf, dat ze toch dichter bij hun eigen huis wil gaan werken, dan wel dat ze met de ervaring die ze hier opgedaan hadden echt wel een stap konden maken in hun carrière naar weer een grotere gemeente. Het voordeel van zo’n kleine gemeente als wij zijn, of zo’n klein samenwerkingsverband, is natuurlijk dat je veel taken zelf op je eigen bord hebt. Dat maakt het werkpakket ongelooflijk interessant, maar maakt het ook interessant om met de kennis en ervaring die mensen hier opgedaan hebben weer een stap te maken. We hebben dus ook en dat zien wij, we werven altijd weer veel nieuwe mensen, maar er zijn ook altijd weer veel nieuwe mensen die toch weer een stap in hun carrière maken waardoor wij zo om en nabij 20 vacatures per jaar toch structureel wel overhouden en dat is natuurlijk best veel. Dus we hebben de afgelopen tijd heel erg ingezet op een wervingscampagne die ook heel erg lokaal gericht is.
We hebben een aantal collega’s die uit de dorpen komen, uit de drie dorpen komen, we hebben gevraagd met ons samen een wervingsfilmpje te maken. Het staat op LinkedIn, we gebruiken het bij wervingscampagnes die we doen, bureaus die wij inhuren gebruiken ook dat filmpje weer en daar benadrukken we juist ook heel erg de nabijheid en hoe fijn het is als je uit de eigen dorpen komt, dat je ook dicht bij je werk woont, dat je werk en privé goed gecombineerd kan worden. Dus we proberen hier juist heel erg op in te zetten op lokaal en tegelijkertijd proberen we toch door een aantal wervingsbureaus in te schakelen om mensen te vinden die ook zich weer aan ons willen binden omdat dat model toch wel
ongelooflijk interessant is. Nou, zo hebben we recent en daar ben ik heel erg blij mee, na echt een ruime tijd dat de vacature opengestaan heeft een concerncontroller aan ons kunnen verbinden in een markt die voor financials echt heel erg krap is. Iemand die bij DUO+ gewerkt had, dus ook ervaring had in het samenwerkingsverband en die zei ik wil graag naar de BEL. Nou ja, daar zijn we gewoon heel erg blij mee en zo iemand heeft dan ook weer een mooie spin-off, want er kwam ook weer via zijn contacten iemand die bij ons de nieuwe rechtmatigheid gaat doen en rechtmatigheid gaat een jaartje later in, maar goed, we hebben er al iemand zitten die dat voor ons kan doen, die daar ook ervaring mee op heeft gedaan, want die heeft het bij een andere gemeente ook al geïmplementeerd. En zo proberen we voor stapje voor stapje, langzaamaan toch wel gewoon de mensen weer aan ons te binden voor een langere tijd, maar als ik terugkijk, ik werk al echt vanaf 2008 bij de BEL-combinatie, maar als ik terugkijk dan zien we wel dat zowel ziekteverzuim als de vacature, dat dat gewoon zaken zijn die al meerdere jaren velen en we hebben op verschillende manieren geprobeerd mensen lange tijd aan ons te binden, dat zullen we ook blijven doen, maar ik denk ook dat we na al deze jaren wel mogen constateren dat dat ook zaken zijn die voor een deel misschien ook een beetje bij ons horen.
Maar ik ga de uitdaging aan, dus dat wel. Samen met de collega’s van HRM natuurlijk. Even kijken … De voorzitter: Er is nog een vraag over die 3,5 niet-aangenomen aanbevelingen. Mevrouw Ruizeveld: Ja, ik weet het en nog een go/no go, want misschien mag ik meneer Calis daarop aanvullen, wij verwachten dat u na de zomer en dat zal september of oktober zijn, maar dat zal in overleg met meneer Calis gaan natuurlijk, dat wij u het besluit ook voor kunnen leggen. Dus dat echt dat go/no go-moment waarop u, de Raad van Blaricum, maar ook de Raad van Huizen, dus in gezamenlijkheid een besluit kan nemen over het al dan niet overdragen van de taken. Maar we hebben daar volgende week nog bestuurlijk overleg over, maar ambtelijk zijn we het proces wel op die manier aan het voorbereiden. De aanbevelingen die we niet overgenomen hebben, uit mijn hoofd, hebben we een raadsinformatiebrief gestuurd naar aanleiding van het laatste bestuur van de BEL-combinatie, waar een memo aan toegevoegd is waar ook precies in opgenomen is welke aanbevelingen we wel en welke aanbevelingen we niet hebben overgenomen. De voorzitter: Mei. Mevrouw Ruizeveld: Zit die nog niet …? De voorzitter: Is in mei. Mevrouw Ruizeveld: Oh, in mei. De voorzitter: ‘…’. Mevrouw Ruizeveld: Oké.
Nou, dan hebben we die in ieder geval, dan kunt u het terugvinden mocht ik een omissie maken, maar wat we niet hebben opgevolgd is de klankbordgroep van de raden, omdat de raden zelf aan hebben gegeven dat de wijze waarop wij eens per kwartaal, eens per half jaar, het hangt een beetje van de onderwerpen af, u blijft praten. Dat hebben we recent gehad, dat was zo’n informele raadsbijeenkomst via de webinar, dat u zei toen van dat vinden we eigenlijk plezierig, dat willen we zo houden. We hebben er geen behoefte aan om nog een separate klankbordgroep in te stellen. WagenaarHoes heeft geadviseerd om twee teams te splitsen, Ruimtelijke Ontwikkeling en Openbare Ruimte en Control en Finance. Wij hebben uiteindelijk besloten om de splitsing van Control en Finance niet op te volgen dat advies, omdat we een groot deel van de taken, daarvan de belastingen en de invordering valt er ook onder, en juist de belastingen en invordering gaan we natuurlijk uitbesteden. Dus daarmee is een groot deel van die taakbelasting voor de
leidinggevenden valt daarmee ook weg. Verder hebben we het verbeterplan Duidelijkheid & Aandacht, waarbij dus niet alleen zorgen dat we de processen beter op orde hebben, maar ook zorgen dat we de vakinhoud weer een extra boost geven waarin de werkzaamheden beter op elkaar afgestemd hebben. Nou ja, wat ik net al zei, zodat dus ook geen werkzaamheden tussen wal en schip vallen. We hebben gemeend dat op moment dat we die twee zaken in gang hebben gezet, dat we niet nog een extra leidinggevende nodig hebben. Dus dat is de tweede aanbeveling en dan was er uit mijn hoofd nog een derde aanbeveling, maar dat moet ik even nazoeken. De voorzitter: Wou je je memo even hebben? Mevrouw Ruizeveld: Ik dacht je hebt hem vast wel, als je het zo mooi zegt. Maar ik denk dat ik het bij het BELbestuur ook moet kunnen vinden in iBabs, dus daar ga ik even heel snel naar zoeken. Even kijken … Nee, ik kan hem zo niet vinden. Als jij hem hebt, Wim, dan … Dank je wel. Dat was een man van het archief. Ooit toen hij in het college zat toen had hij een hele grote kast die we allemaal hebben moeten opruimen toen je wegging, Wim. Daar zat alles in. De voorzitter: Niet uit de school klappen. Mevrouw Ruizeveld: Sorry. Even kijken … Oh ja, de adjunct-directeur, die hebben we ook niet overgenomen. Ja, dat had ik moeten weten natuurlijk.
WagenaarHoes heeft aanbevolen om een adjunct-directeur in te stellen en het BEL- bestuur heeft in goed overleg besloten om dat niet te doen, maar om de mogelijkheid te bieden om een projectdirecteur aan te stellen. Dus niet structureel een adjunct-directeur naast mij neer te zetten, maar afhankelijk van de opgave waar wij op dat moment voorstaan in de organisatie, strategische capaciteit van de organisatie te versterken met een projectdirecteur. Dat hebben we tot nu toe eigenlijk nog niet gedaan, want op dit moment hebben we het verbeterplan Duidelijkheid & Aandacht. Daar zit eigenlijk een zeer ervaren verandermanager, je kunt hem projectdirecteur noemen, maar we hebben nog de CIO die ons adviseert natuurlijk op het beleid van informatie en ICT. Dus we hebben op dit moment denken wij voldoende strategische capaciteit, maar de mogelijkheid is er wel om die projectdirecteur aan te stellen. En dat waren ze. Dank u wel. De voorzitter: De heer Nanning wilde ook nog wat toevoegen? De heer Mol: Voorzitter, ik wilde eigenlijk reageren dat deze termijn van de commissie goed doet, omdat wij zijn heel transparant geweest naar u over uit de onderzoeken wat er niet goed ging binnen de BEL. Ook wij waren heel bewust daarover, dan moeten we ook gewoon heel transparant over zijn.
Ook geen gouden bergen beloven, maar een stappenplan presenteren waarbij we stapje voor stapje aangeven hoe we van a naar b gaan komen en steeds ook daar met de webinar naartoe komen. We hebben steeds tegen onszelf gezegd, als we drie zelfstandige gemeenten willen hebben en houden, dan hebben we een sterke ambtelijke organisatie nodig die perspectief heeft. Die we dus ook, waar we ook voor in de toekomst aan kunnen bouwen. Dat lukt maar op één manier: als we mensen hebben die daar vast in dienst willen, met vaste contracten. Dat lukt alleen als mensen daar met plezier werken en daar kunnen we heel veel voor doen, maar mensen werken maar op één manier met plezier als degene voor wie ze dat doen daar waardering voor uitspreekt en dat kunnen wij niet doen, kunnen alleen de raden doen en ik denk dat u dat vanavond voldoende heeft gedaan en dat is voor ons een hele belangrijke voorwaarde om onze mensen gestimuleerd en gemotiveerd te houden. Dus als u mij toestaat, voorzitter, zal ik op gepaste wijze richting de organisatie uiting geven van de waardering die vanavond is uitgesproken.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Mol: Ik denk dat we daar de andere twee raden dan ook even moeten meenemen. Ja. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat we dit punt naar de raadsvergadering van 30 juni kunnen meenemen. Is het dermate uitgewerkt dat het als hamerstuk of heeft u daar een andere mening over? Dan zullen we het als hamerstuk doordoen. Mevrouw Ruizeveld, bedankt. 6.6 Visie Brinkhuis De voorzitter: Dan wil ik naar 6.6 Visie Brinkhuis en daar is ondersteuning voor de ambtenaar Henk Pulle. Heb je mijn memo? Oh, dat komt zo. Ja, ‘…’. Wat? Ja, weet … Hij komt binnen. En Henk ‘…’ is er niet. Nou, dat … Oh ja. Adviezen. Visie Brinkhuis. Wethouder, wilt u dat nog toelichten of …? De heer Calis: Ach, voorzitter, ik wil deze commissie graag meenemen in mijn zielenroerselen. Begin dit jaar vertrok Karin van Hunnik als wethouder die verantwoordelijk was voor het Brinkhuis en kort daarna stapte het hele bestuur op en verklaarde zichzelf demissionair. Is daar een causaal verband? Dat zou misschien wel kunnen. In elk geval was de verhouding tussen gemeente en bestuur dusdanig slecht geworden dat er geen sprake meer was van een goede samenwerking. En ik ben eigenlijk begonnen met te kijken van ja hoe kunnen we dat nou beter dan en daarbij eigenlijk gesteund door de ideeën van het demissionaire bestuur.
Het demissionaire bestuur had bepaalde opvattingen waarom één en ander niet zo goed liep en hoe dat ook beter zou kunnen. En met name de samenwerking tussen de verschillende hoofdgebruikers en dat is naast Hart van Laren bijvoorbeeld ook Versa. Een hele grote gebruiker is natuurlijk de bibliotheek. Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat tussen die drie gebruikers en de andere gebruikers zoals de Volksuniversiteit, daar een veel betere samenwerking komt en een coördinatie, waarbij het Brinkhuis weer veel meer een plek wordt voor ontmoeting, voor ontwikkeling en we daar eigenlijk een beetje nieuw leven inblazen? Nou is het natuurlijk wel zo dat het Brinkhuis is meer dan een jaar dicht geweest, dus dat valt ook allemaal niet mee, maar wij denken toch dat door een reorganisatie we zowel de organisatie kunnen versterken, als ook een beter financieel fundament kunnen verstrekken voor het Brinkhuis. Op de achtergrond speelt er natuurlijk nog de vraag of het gemeentebestuur eventueel zou gaan verhuizen naar het Brinkhuis, maar op dit moment hebben we dat niet als een onderdeel meegenomen. Na die oriënterende gesprekken hebben we daar de visie van het Brinkhuis op ontwikkeld, dat is, de auctor intellectualis zit hieraan tafel, dat is Henk Pulle.
Henk heeft de contouren van een model geschetst, waarin hij aanbeveelt om de organisatie te onderscheiden naar facilitair management, technisch beheer, vastgoedbeheer en een programmacommissie. Vastgoedbeheer is zorgen dat de dakpannen recht liggen. Facilitair beheer is zorgen dat er medewerkers zijn en de bar goed loopt en alle lichten op tijd aangaan. En de programmadirectie is verantwoordelijk voor alle activiteiten in de programmering en wat er allemaal wat er moet gebeuren in het Brinkhuis. Dus wij hebben een vrij duidelijk idee en beeld van hoe dat zou moeten gaan. Wat overeind staat is hoe moeten we dat nou in de praktijk vorm gaan geven? Wat wordt nou de nieuwe governance? Is dat één managementteam waarin de verschillende spelers een zetel hebben, moeten we toch weer een bestuur aanstellen en een directie? Hoe kunnen we de medewerkers daarin optimaal meenemen? Daar is Leon Schouten als kwartiermaker voor aangesteld en Leon zal voor 15 juli met zijn rapport komen, met zijn aanbevelingen hoe wij dit het best kunnen aanpakken. Dat is in het kort de inleiding. Dank u wel. De voorzitter: De heer Pulle, heeft u nog behoefte aan de inleiding uit te breiden? Nee. De heer Grunwald. Mag ik?
De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, uit de uitvoering van de wethouder maak ik op dat het zeker de bedoeling is om het Brinkhuis de komende jaren dus zijn plek te gunnen en meer dan dat, natuurlijk de plek te laten zijn voor de bewoners van Laren. Dus daar beluister ik continuïteit in. Wat mijn vraag daarbij is, is van het zijn wel roerige tijden. De wethouder gaf zelf aan dat overwogen wordt een bestuurscentrum van Laren te vestigen. Daarnaast zijn er verschillende gebruikers, maar daar zit ook weer overal druk op. Nou ja, hoe gaat het verder met de bibliotheek? Nou ja, en zo zijn er wellicht nog een aantal andere scenario’s te bedenken waardoor er altijd beweging zit in dat Brinkhuis en mijn vraag is eigenlijk van hoe ziet u dat voor zich? Wordt dat dan op termijn getackeld zonder dat we dus jaarlijks eigenlijk een noodplan moeten opstellen en vaststellen? Dank u wel. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, het Brinkhuis. Toen we hoorden dat de heer Pulle weer was aangetrokken, die ken ik nog vanuit die tijd dat hij het ook bedacht heeft, toen dacht ik wel heel even, ik ken hem ook goed, dus ik durf het ook wel hier te zeggen, gaat nu de slager weer kijken waar hij het vlees ooit is begonnen met te snijden, maar dat zou heel zurig overkomen.
Ik hoop en daar gaan we denk ik met deze visie naartoe, hoop ik, dat wij de dromen van weleer die we toen hadden als gemeente, ook toen was er spraken van misschien van fusie, dat we zeiden van we moeten gewoon een dorpshuis hebben, we moeten een Brinkhuis hebben. Eemnes heeft De Hilt, Blaricum heeft De Blaercom en nog De Malbak, dus wij moeten ook zo’n centrum hebben, dat als we een keer in een groter geheel opgaan dat we iets midden in het dorp hebben. Nou, dat is het Brinkhuis. Dromen van weleer, ik hoop dat we nu en de visie moet dat natuurlijk nog wel even gaan bewijzen, maar wat meer met de voeten in de klei staan, in het zand staan moet ik eigenlijk zeggen in Laren. Daar zou ik nog wel even graag wat reflectie op willen dat het gewoon een gewoon, normaal dorpshuis wordt, want wat bij mij is blijven hangen altijd dat waren de supermooie, dure elektronische kassa’s die van afstand bestuurd werden. Alles moest mooier, mooier, mooist. Ik hoop dat de visie ook gaat uitstralen dat het gewoon een keer naar de Larense maat, we hebben net hiervoor de jaarrekening gehad. Niet alles hoeft superplus, plus, plus te zijn, maar laten we gewoon zorgen dat we een mooi basaal, basic dorpshuis houden, dat dan in ons geval het Brinkhuis heet. Dat is de bespiegeling die ik heb op de visie.
U geeft al aan, voorzitter, of wethouder, dat het vertrekken van het bestuur, daar hebben we onlangs ook vragen over gesteld. Daar zou ik graag wat meer over willen weten, omdat een visie één is, maar de visie moet ook goed uitgevoerd worden. Nu zeiden we net bij de BEL, althans ik zei dat, dat een eenhoofdige leiding soms ook wel voordelen kan hebben, omdat er op een gegeven moment toch een bepaalde koers wordt uitgezet die ook aangehouden wordt en in dat verband zou ik graag horen van hoe dat zich gaat verhouden tussen een bestuur met die vier commissies, wel of geen directeur, daar zou ik graag nog wat toelichting over hebben om wat beter te kunnen inschatten hoe jullie daarna kijken. Want ongetwijfeld en daarom begon ik zoals ik begon, heeft Henk daar zeker een idee bij en daar zouden we graag deelgenoot van gemaakt worden. En verder denken wij dat dat, hoe zuur het ook is met tekorten op de Larense begroting, dat een dorpshuis gek genoeg gewoon geld mag kosten. Het moet maar gewoon gezegd worden dat we af moeten van dat alles zichzelf moet terugverdienen.
Nou weet ik dat als ik dat zeg, dat we met het zwembad, Het Singer, wat hadden we nog meer in de vorige ronde? Allemaal behoorlijk zware posten aan onze fiets hebben hangen, maar ik denk echt in alle oprechtheid dat het Brinkhuis gewoon niet weggegooid mag worden of verkwanseld mag worden door het te commercieel te maken, maar er moet wel uitdaging zitten dat er commerciële activiteiten kunnen plaatsvinden. En dan als laatste, de wethouder refereerde er al aan. In die visiedocument wordt nog ergens even in een zin, of drie zinnen, de mogelijkheid geschetst van, misschien wel als kostendrager het gemeentebestuur te huisvesten. Daar zou ik voor willen waarschuwen dat zo’n formele kant van de gemeente, met een balie en met een bepaalde uitstraling, want de burgemeester en wethouders zitten daar, was juist die hele Brinkhuisgedachte
zoals ik het net schetste, zoals wij dat graag zouden zien, juist onderuit kan halen. Dus dat maken we er wel als kanttekening bij dat in deze visie wij eigenlijk dat eerder er nog uit willen halen, dat er niet een soort hangen boven de markt blijft wat wij nog gaan doen om weer in het Brinkhuis in te breken. Nou, dat gezegd hebbende hoor ik daar ook nog graag een antwoord op, voorzitter, en dan ben ik voor deze ronde uitgesproken. De voorzitter: De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, meneer Grunwald zei er is altijd beweging in het Brinkhuis. Nou, was dat maar zo, want er beweegt daar veel te weinig naar mijn smaak en als er al bewogen wordt is het heel langzaam lopend. Het is een beetje een dooie boel daar in het Brinkhuis en dat is niet zo gek, want op het moment dat er mensen beschikbaar zijn om een beetje leven in de brouwerij te brengen, bijvoorbeeld op zaterdag of ‘s avonds, dan is het Brinkhuis dicht. Dus dat is wel weer jammer. Ik spiegel het maar eventjes voor de gezelligheid aan Ons Genoegen. Ik heb nu weer een visiedocument en de vorige keer hadden we van de rekenkamer en dan krijgen we daarna weer een document en dan gaat Leon ons weer een document opleveren, maar daar krijgen we niet meer bezoekers van, heb ik zomaar het idee.
Ik denk dat we maar eens moeten gaan downsizen in al die visies en documenten en dan weer iemand inhuren voor een tonnetje die ons komt vertellen ja het gaat niet zo goed. Dat weet ik al jaren dat het niet goed gaat, heb ik geen extra mannetje voor nodig. Dus dat is wel een beetje jammer van het geld, vind ik en volgens mij moeten we eens even terugkijken wat er nou gebeurd is, want het is natuurlijk heel gek en dat is ook mijn enige vraag die ik heb, waarom stapt zo’n bestuur nou op? Dat is met een wolk van onduidelijkheid, althans voor mij, misschien dat er insiders zijn aan de overkant die er meer van weten, maar ik heb geen idee wat er nou precies gebeurd is. Echt geen idee. Nee, ik kijk niet naar u, meneer Van Midden, want ik denk dat u dat ook niet weet. Maar ik zou wel eens graag willen weten wat er nou gebeurd is en dat zijn allemaal ontzettende aardige mensen, ik ken ze van Albert Heijn, daar kom ik ze tegen en dan zijn ze uitermate vriendelijk en aimabel en ik denk ook nog capabel, maar die gooien wel de handdoek in de ring. Ik vermoed dat ik wel weet hoe het komt, maar ik hoor het toch graag van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel, de heer Vos. De heer Jacobse. De heer Jacobse: Tja, waar zijn wij heen op weg. Ik vind het een goed rapport. Het is een helder stuk en natuurlijk zijn we er nog lang niet, laat dat ook duidelijk zijn, want iedereen heeft gelijk.
Als we dat nou eens als uitgangspunt nemen, dan schieten we in ieder geval lekker op. Ik mis de naam van meneer Jonker in het rapport, hij valt ook niet stiekem zo hier en daar. Dat vind ik betrekkelijk ongelukkig en dat doet de sfeer geen goed. Het blijft een kroonjuweel, ons Brinkhuis, vanzelfsprekend. Ik denk dat we wat vertrouwen missen hier en daar, links en rechts, om maar wat ingrediënten te noemen die we nodig hebben om het weer smakelijk te maken. Natuurlijk zien we graag een goed draaiende tent, daar zijn alle modules die daar aanwezig zijn op ingericht. We hebben een theater, we hebben een bibliotheek. Ik heb me laten vertellen dat die bibliotheek zelfs op wielen staat, dus het kan niet heel moeilijk zijn om daar een vrolijke vergadering te organiseren. We kunnen er stemmen als er verkiezingen zijn. We kunnen er trouwen, stel dat iemand dat zou willen. Dan hebben we nog wel wat dingen bij elkaar die het wat vrolijker zouden moeten maken. Er loopt personeel, dat zijn mensen die … We hebben een terras inmiddels. Nou, kortom, that’s it. Misschien missen we een beetje, om nog eens een ingrediënt te noemen, missen we een beetje de menselijke maat in het hele gebeuren. Misschien zijn we wat te weinig transparant geweest in de organisatie en in de beslissing slagen en wie doet wat en vooral voor wie. Ik moet erop vertrouwen dat we goed op weg zijn.
Ik denk dat Leon zijn best doet om de zaak niet alleen zakelijk, maar ook structureel wel op een rijtje te krijgen. We hebben te maken met de mensen die daar werken, we hebben te maken met de baas die het spel aanstuurt, ook die moeten we
betrekken in de menselijke maat. Dat gaat allemaal niet vanzelf. Er is natuurlijk te lang te veel niet goed gegaan en als je dan zegt er gebeurt nooit wat en de tent zit dicht. Ja, ja. Ja, dat is niet oké natuurlijk, maar je kunt een terras openen, maar als er niemand is die daar een kop koffie serveert dan gebeurt er dus niks. Het moet beter geregeld worden, maar er moet vooral elan in, er moet gevoel in. De uitspraak dat we dat gebouw en die unit daar willen hebben als, als … Wat hadden we ook weer gezegd? Bruisend centrum van Laren. Dat lijkt me een goed uitgangspunt en dat is niet om van te schrikken en dat is ook niet om weg te poetsen. We moeten gewoon aan de bak. Het moet goed gebeuren, er moeten mensen met een warm hart in en dan wordt het vanzelf weer een Hart van Laren. De lijnen liggen er, denk ik. De mensen zijn er more or less aanwezig. Het moet een mooie mix worden en die moeten we maken. Dus dit rapport is een prachtige basis wat ons betreft, waarvoor dank. En ik wens iedereen die erbij betrokken is heel veel sterkte. Dank u wel. De voorzitter: VVD, de heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, dank u wel, meneer de voorzitter. Op voorhand een waarschuwing, ik wil toch met wat gestrekt been ingaan, want ik heb het idee dat wat het Brinkhuis betreft, de zachte heelmeesters op dit punt stinkende wonden aan het maken zijn.
We zijn eigenlijk al jaren aan het modderen met het Brinkhuis en we struikelen over elkaar heen als het gaat om visies, structuren en dat soort dingen, maar uiteindelijk gebeurt er nog niks. En nu zoeken we ook weer de oplossing in een visie en zelfs een implementatiemanager die een ton, 50.000 euro kost om de visie te implementeren. Waarbij het dus ook weer terug valt op het veranderen en het inrichten van structuren, terwijl de eigenlijke kern is en ik ben het van harte eens met meneer Vos, is dat er gewoon meer ondernemerschap ingebracht moet worden. Er moet gewoon een ondernemer komen die daar een bruisende tent van maakt. En ik ben zelf ook gebruiker van het Brinkhuis en je moet je voorstellen wat er gebeurt, hè. We hebben in Laren heel weinig vergadercapaciteit en dus met besturen wil je dan vergaderen. Nou, we hadden op een gegeven moment op maandagavond vergaderruimte in het Brinkhuis. Ik geloof dat we één of twee keer vergaderd hebben, toen werd er gezegd van ja we gaan ‘s maandags dicht, want we hebben geen mensen om die vergaderzalen te bedienen. Op een gegeven moment ook op de vrijdag was het al dicht of ging het daar ook dicht. Nou, een recent voorbeeld. Wij vanuit Bijzonder Laren willen het Brinkhuis gebruiken als de woonkamer van Bijzonder Laren. Nou, daar hebben we inloopspreekuur voor, voor ondernemers.
Dat deden we voorheen in ‘t Bonte Paard, we zeggen weet je wat, gaan we nu in het Brinkhuis organiseren. Nou, je voelt hem al aankomen en dat wil je doen het liefst voordat de winkels opengaan, want mensen moeten vanaf half 10 in de winkel staan. Nou, er is afgesproken met Leon, of met hoe heet ie … Michael. Om half 9 open en dan kunnen we daar gaan zitten. Dat ging goed, de eerste keer. Tweede keer, half 9 dicht. Ging pas weer om 9 uur open. Nou, als je dan ziet, als je dit soort dingen ziet en je ziet inderdaad als je binnenkomt en de heer Vos geeft dat goed aan, het is echt in hoge mate een bejaardensoos. Er zit letterlijk geen enkele beweging en dynamiek in. Als ik het vergelijk met het huis van Eemnes, dat vind ik wel een heel mooi voorbeeld en dat is natuurlijk door corona allemaal wat ‘…’. Je stapt binnen en het bruist. Je loopt al langs een hele lange bar heen, de glanzende taps komen je tegemoet, bij wijze van spreken. Die tribune. Dat is een hele andere dynamiek waar je in stapt. Nu ken ik daar de details niet van, maar ik gok zo dat daar toch wel heel wat meer ondernemerschap in zit. Er zijn ook echt, in het geval dat ik er was dan, een soort kroegbaas achter die tap en daar een beetje lekker te schenken, dat soort dingen. Dus mijn pleidooi zou zijn van joh hou op met het zoeken naar structuren en visies.
Probeer daar gewoon vanaf nu echt ondernemerschap in te zetten en gebruik die ton die je nu uittrekt voor het implementeren van de visie om daar goed ondernemerschap neer te kunnen zetten en iemand die echt de opdracht krijgt van joh jij maakt er binnen de kortste keren een swingende tent van. De markt is er, ik noemde al vergaderruimte. Er is nu ook een dringende behoefte aan flexibele werkplekken in Laren. Waarom zou je die flexibele werkplekken dan niet daar gaan inrichten? Waarbij mensen kunnen werken, kopje koffie erbij, dat soort dingen. En natuurlijk
doemen daar al problemen op omdat er natuurlijk concurrentie kan ontstaan met bestaande faciliteiten bestaande horeca. Ik weet het niet, ik vraag me af of dat zal gebeuren. Ik denk dat iedereen gebaat is inderdaad met een bruisende omgeving, een bruisend Brinkhuis waar heel veel traffic is. Waar heel veel mensen komen die uiteindelijk ook neerdalen bij ’t Bonte Paard en bij Mauve en wat dan ook in die omgeving aanwezig is. Dus mijn pleidooi is ja stop hiermee, steek er geen ton in en als je wil investeren, investeer dan in echt ondernemerschap. Dank u wel, meneer de voorzitter. De voorzitter: De heer De Jong. De heer De Jong: Ja, als ik dit zo hoor wil ik ook met een anekdote beginnen. Ik ben voorzitter van de Volksuniversiteit geweest en toen heb ik het Blaercomhuis en De Hillt en Het Brinkhuis vergeleken en Het Brinkhuis is gewoon veel te duur en de ruimtes waren ook niet optimaal voor ons. Dus een uur of 20 in de week zitten we gewoon nu in het Huis van Eemnes, maar daarvoor in De Hilt. En toen ik daar in De Hilt zat toen werd ik benaderd van joh we gaan mogelijk naar het Huis van Eemnes, jullie zijn onze grootste gebruiker, wat zijn jullie wensen? En toen heb ik gezegd nou wij besteden zoveel uren bij jullie, ik wil niet dat het tarief omhooggaat als jullie in zo’n duur nieuw huis gaan zitten en ik wil zelf iets hebben met deze omvang. Van tevoren, hè.
En daar hebben ze rekening mee gehouden. Volgens mij hebben we dat hier nooit gedaan. Maar dat is even mijn begin. In 2014 is een commissie geweest, in 2016. Die commissie heeft gezegd in 2016 commerciële verhuur moeten we gaan doen. Nou, het is nu 2021, ik heb niet het idee dat daar echt veel commerciële verhuur, want we praten er nu weer over, maar dat is toen besloten. Er is ooit een reisbureautje in geweest, nou, die zijn eruitgeflikkerd, want het was echt schandalig hoe dat toen gegaan is. 2018 weer, het derde onderzoek en hebben we verduurzaamd. Daarna hebben we nog weer een werkgroep. Nou, ja, er is wel heel veel gebeurd, en er is eigenlijk nauwelijks wat uitgekomen. Hoe kijken wij naar het Brinkhuis? Is gewoon een heel duur geheel neergezet, met veel te hoge huur, in een dorp waar in andere plaatsen veel meer clubjes die daar zitten, die van alles doen van bridgen tot weet ik veel wat en die echt gaan zitten in Eemnes, in het Huis van Eemnes. In Laren is, ten eerste zijn dat soort clubjes waarschijnlijk ook naar aard van de bevolking gewoon minder en als ze er zijn zitten ze niet in het Brinkhuis. Dan zitten ze bij de tennisvereniging waar een bridgeclub zit, waar ze goedkoop zitten. Het is dus te duur.
Wat wij daar dus in hebben zitten, dat zijn allerlei instanties die gesubsidieerd worden door de gemeente Laren en toen het allemaal net begon zaten we in een crisis en gingen we ook die subsidies terugdraaien voor deze instanties en die zijn er wel in gaan zitten, want ze moesten wel, maar eigenlijk was het gewoon te duur en op het moment dat het dan wat minder wordt, ja ze moeten blijven zitten, de gemeente financiert ze, maar het liefst willen ze gewoon minder betalen en als wij nu daar dadelijk nog weer extra allerlei scouting of muziekvereniging in gaan zetten die ook nauwelijks wat te makken hebben, het is gewoon te duur. Het moet gewoon commercieel geëxploiteerd gaan worden en die mogelijkheden liggen er vanaf dag één, maar zijn dus ook al acht jaar niet benut. Daar ligt het om dit goed te exporteren. Kijk, de ruimtes zijn, sommigen misschien voor bepaalde instanties wel optimaal, maar voor anderen zijn ze gewoon niet optimaal. En als ik dan kijk naar het rapport wat er ligt, dan … Nee, ik heb nog even één punt, want dan lees ik we moeten wat meer studieplekken daar. Ja, dat levert natuurlijk ook geen stuiver in als er een student gaat zitten die even daar één kop koffiedrinkt en zijn eigen brood meeneemt dat niemand ziet. Ja, dat gaat ook niets opleveren, hè. Dus ik vind dat een advies wat gewoon niet bruikbaar is. Er staat efficiëntere bedrijfsvoering.
Ja, dat lijkt me heel logisch, het moet gewoon veel efficiënter. Je moet mensen lokken, is nu echt zoveel vierkante meter die voor het allergrootste deel van de dag leeg staan. Versterking functies, ja, ik heb het gelezen, maar daar kon ik op dat moment eigenlijk weinig mee. En dan staat er het bestuurscentrum daarnaartoe brengen. Ja, dan ga je dus het probleem verschuiven wat we hebben, want dat zit nu dus in het Raadhuis, als we dat daar weghalen dan moeten we weer tonnen investeren in het Brinkhuis om het daar en dan kan je allerlei andere instell… Dan kun je het ook niet meer
verhuren, want dan zit de gemeente daar en hoeveel ruimte als je daar een raadzaal inricht … Ja, die kan je niet zelf gebruiken, die gebruik je zelf maar een paar keer in de maand. Dus wat heeft dat voor zin om dat allemaal heel duur te gaan inrichten. Dan moet je wel iets hebben wat ook door anderen bruikbaar is en normaal als de gemeente daar dan even een uurtje wil vergaderen in zo’n zaal, ja kun je ook weer niet verhuren, dus dat gaat de oplossing niet zijn. Dat gaat, een trouwzaal daar inrichten, dan denk ik van jongen we hebben een trouwzaal, waar ook al nauwelijks iemand komt, want dat is helemaal niet leuk om daar te gaan zitten. Men gaat liever ergens in Naarden in een heel mooi stadhuis zitten. Wie wil er nu in dat trouwzaaltje in Laren gaan zitten? Ja, er zijn best mensen die, maar dan denk ik willen we gaan inrichten? We gaan, dan verliezen we weer, worden nog hoger. Die worden echt nog hoger. Schering & Inslag, daar ook nog wat dagbesteding in. Ja, dan halen we ook weer iemand binnen die wij subsidiëren en op het moment dat we ze wat minder geven, krijgen we ook weer problemen, dus er moet gewoon een hele andere opzet komen en commerciëler maken en anders tegenaan kijken, huren verlagen en met een lagere huur gewoon meer mensen lokken waardoor je het op een gegeven moment wel uitkomt omdat je gewoon reuring hebt. Genoeg is genoeg.
De voorzitter: De heer De Jong, misschien kunt u nog even toelichten. U noemde in één van de vele voorbeelden dat er in het Brinkhuis een commercieel reisbureautje uitgeduveld werd, misschien kunt u dat … De heer De Jong: Ja, die hebben er vanaf dag één gezeten, die is er gelijk … De voorzitter: Ja, waarom is die eruitgeduveld? De heer De Jong: Ja, dat w… De voorzitter: Door een motie van de VVD in de raad dat er geen commercie in het Hart van Laren mocht. Motie van de … U was toen VVD en u heeft medeondertekend de motie. Er mocht geen commercie in het Hart van Laren zijn. De heer De Jong: Nou, ik kan mij dat niet zo herinneren. De voorzitter: ‘…’ dat kan ik me wel herinneren. De heer Van den Berg: Om even nu de voorzitter uit een penibele situatie te … Kijk, onze voorzitter is altijd heel correct in de vergadering, maar hier voel ik enige emotie boven komen. De voorzitter: Ja! De heer Van den Berg: Maar ik zou eigenlijk één aanvullend puntje nog even op wat er allemaal gespuid wordt, als dat de voorzitter belieft. Ik kijk even of ik aanvullend nog even een … De voorzitter: Sorry. De heer Van den Berg: De heer Van Midden die zei ik ga er met gestrekt been in, ik denk nou wat gaat hij zeggen.