Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN FINANCIËN VAN GEMEENTE LAREN d.d. 24 juni 2021
1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Dames en heren, het is 18:00 uur geweest. Ik wou graag de vergadering openen. We hebben een bericht van afmelding van Rik Snoek van Liberaal Laren. En een afmelding van Robert Winkel van het CDA. Die kreeg een brief van de school. Daar is helaas corona geconstateerd. Dus hij mag ook niet weg. Ja. En daarnaast is het zo dat, we verwachten nog de heer Bart Vos, Grunwald Laren. En Karel Loeff die de heer Eric Hurink vervangt. Maar die was dermate druk met zijn kermis. Hij zou zijn best doen om op tijd te zijn, maar helaas is dat niet gelukt. Maar die zal zo binnenvallen. In verband met livestream graag het woord nemen en krijgen via de voorzitter, met de juiste vermelding. Het blijkt toch dat er in het transcript een discussie zonder naam noemen heel erg lastig terug te lezen is. Dus graag proberen discipline ervoor. Daarnaast, zeker met het brood in de hal, de coronamaatregelen goed in acht nemen. En ik heb een verzoek van een aantal portefeuillehouders om de agenda iets om te gooien. En dat is dat we de eerste vijf punten normaal behandelen. Maar de raadsvoorstellen beginnen met punt 6.3. En daarna het punt 6.4. En dan gaan we de gewone volgorde in. We zullen zeker ten opzichte van de band en voor onze notuliste proberen zo duidelijk aan te geven welk nummer we gaan behandelen.
Als iedereen daarmee akkoord is, dan zal ik bij diverse punten, we hebben geen insprekers maar ondersteuning. En die zal ik per punt noemen. Dat lijkt me het makkelijkst, voordat ik ze allemaal opnoem en dan noem. Dat is de opening en de vaststelling agenda. i
2.
Vaststelling lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 20 mei 2021
t
De voorzitter: Vaststelling, punt 2, lijst van adviezen en conclusies vergadering van M&F den dato 20 mei 2021. Bladzijde 1, heeft iemand daar een opmerking over? Niet. Bladzijde 2, niet. Bladzijde 3, niet. Dan de griffier, bedankt. Dan zijn de vaststellingen geaccordeerd. 3.
Mededelingen De voorzitter: Punt 3, Mededelingen. Wie van het college heeft mededelingen? De heer Calis, niet? De heer Den Dunnen, gaat uw gang. De heer Den Dunnen: Ik moet even zoeken naar mijn mededeling. De voorzitter: Welkom, de heer Vos. De heer Den Dunnen: Met betrekking tot de ontwikkelingen bij de Tomin krijgt u volgende week een raadsinformatiebrief. Van de keuzes die het algemeen bestuur gemaakt heeft voor de verdere doorontwikkeling. En het jaarplan en de jaarbegroting van Tomin die komen in oktober. De voorzitter: Dank u wel. Van de aanwezigen. Mevrouw Niekus? Mevrouw Niekus: Ja, hij doet het. Dank u. Dank u, voorzitter. Ik wil even de portefeuillehouder van de veiligheid bedanken voor het schriftelijk beantwoorden van de VVD-vragen over de brandweer. De voorzitter: Dank u wel. Niemand niet?
4.
Meldingen Portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dan gaan we naar punt 4 Mededelingen portefeuillehouders in verband met Gemeenschappelijke Regelingen. De heer Den Dunnen? De heer Den Dunnen: Ik was iets voor mijn beurt net. De voorzitter: De heer Mol, heeft u nog voor de gemeente… Niet?
5.
Commissievoorstellen: 5.1 Nota Kunst & Cultuur De voorzitter: Dan gaan we door naar punt 5.1. Dat zijn de commissievoorstellen. Nota Kunst en Cultuur. De heer Jacobse, mag ik u het woord geven? Larens Behoud. De heer Jacobse: Dat mag, mijnheer de voorzitter. Wij zijn in grote lijnen wel tevreden met het werk. Ik ben persoonlijk betrokken geweest bij de totstandkoming. Ik heb ook een eerdere versie gelezen. En zoals dat ook hoort te gaan, de laatste versie is de beste. Ik heb wel geen punt van kritiek, maar wel een opmerking. Opmerkingen, een paar. Als je nou helemaal van niks weet, en je zou de nieuwe Nota Kunst en Cultuur van de gemeente Laren lezen, dan krijg je een overweldigende opsomming van wat we zijn en wat we doen. En dat is nogal wat. En dat is ook onderscheidend. En dat is benijdenswaardig en dat is allemaal fantastisch. Maar heel concreet wordt het ook eigenlijk niet. Of wordt het bijna niet. Ik denk dan, als je over vijf jaar naar die nota kijkt, dan stellen we mogelijk en hopelijk vast dat alles wat daarin staat nog steeds waar is. Maar waar we er dan mee heengegaan zijn, of vandaan gekomen zijn, is niet geheel duidelijk. Als het de bedoeling is dat dit een concreet verhaal is -ik heb dat ook in een eerdere bijeenkomst al gemeld- maar zonder man en paard te noemen kan dat niet.
Maar als dit de bedoeling is dat het een document is waar we de status van onze kunst en cultuur mee aflezen, dan schiet het misschien op de een of andere manier te kort. Ik weet het eigenlijk niet. Ik vond het, bij teruglezen, weer een uitstekend stuk. Prima, maar niet buitengewoon concreet. Dan heb ik wel een paar opmerkingen. Laren heeft het beheer en het onderhoud van de buitenkunst uitbesteed bij de Kunstwacht. En de controle hierop vindt plaats door BELArt. Dan zul je zeggen: hoe kom je daar dan bij, Jacobse? Nou, dat klopt ongeveer. Dat is mij ook aangereikt of ik dat wilde melden. Dat staat er niet in. Dat zou handig zijn omdat erin te zetten. En dat vind ik wel belangrijk, en dat weet ik uit eigen ervaring, is dat Bijzonder Laren een platform heeft met betrekking tot kunst en cultuur. De ondernemers in kunst en cultuur. En dat vind ik eigenlijk ook niet terug. Als we dan toch een beetje proberen concreet te zijn met de geweldige initiatieven die we hebben, dan zou dat er wel in moeten staan. Maar wij zijn in principe tevreden met het stuk. Maar nogmaals, hoe minder concreet het is, hoe minder urgent je misschien moet zijn met die nota. Maar wij vinden het een prima stuk. Dank u wel. De voorzitter: VVD, mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Dank u, voorzitter. Het is inderdaad een zeer uitgebreid stuk. Ik heb begrepen dat dit een discussienota is.
Dus daar moet best wel van alles aan gekunsteld worden, denk ik. Kunst met een kleine k en cultuur. Het stuk wat eigenlijk een thema moet zijn, vinden wij of vind ik, voor het Brinkhuis. Het staat in het collegeprogramma en is dus nu uitgewerkt. Waaraan veel uren zijn besteed. Onder andere door 15 BELambtenaren. En die staan hier ook allemaal met naam en toelage genoemd. Ik heb begrepen dat meer als de helft van die ambtenaren inmiddels al zijn vertrokken. Ik heb daar een vraag over. Hoeveel uren zijn er aan
besteed? En wie betaalt die uren? En dan ook een vraag: inderdaad, welke status heeft het stuk op dit moment? Wat gaan we ermee doen? Er is een enquête onder de inwoners gedaan waaruit blijkt dat de kunst en cultuur in Laren met een 8 wordt beoordeeld. Mijn vraag is dan ook: wat moet er dan anders? Naast de goede suggestie -de kunst in de openbare ruimte een toelichting te geven- maar volgens mij wordt dat ook al op diverse plekken gedaan. En de grote zorg in de enquête wordt uitgesproken over vrijwilligers. Waar halen wij onze vrijwilligers vandaan? En het liefst ook jonge vrijwilligers. Dat is opvallend en ik denk dat we daar daadwerkelijk iets aan moeten doen. Het Singer Laren staat hierin en is belangrijk. En niet alleen voor Laren, maar ook voor de hele regio. Het is een grote trekker voor Laren. Er staat hier ook een kadertje in en daar heb ik ook vragen over. Er is een toelichting op pagina 6. En uit het rapport wordt gezegd dat elke euro subsidie aan het Singer € 6,25 oplevert. Is dat voor het Singer, of is dat voor de gemeente? En eigenlijk is dat een achterhaald bedrag, want we leven op dit moment in 2021. We hebben corona gehad. Er zijn veel winkels gesloten. Dus ik zou eigenlijk willen weten, inderdaad, waarom dit hierin staat. En waarom dit vanuit 2013 hierin staat. En wat er dan nu eventueel veranderd is. Het Singer zou ik ook uit het programma willen halen.
Want het Singer is een regionaal iets. Het Singer hoort zeker in het ‘…’-programma thuis. Er is een aparte regioconservator aangenomen. En die kan heel goed inderdaad melden hoe je het Singer het beste op kaart brengt in de hele regio. Het Singer is tenslotte een kunst met een grote K. En we zijn nu bezig met een nota met kunst met een kleine k en cultuur. Dus ik vind dat je dat moet gaan scheiden. Even nog een kleine opmerking over de pagina 7, waarin staat over de vergrijzing. Laren is een van de meest vergrijsde gemeenten van Nederland en telt naar verhouding de meeste 80-plussers. En daarnaast staat er: 30% van de inwoners is 70 jaar of ouder. Dus volgens mij moet dat dan ook -of de een moet 70+ zijn, of de andere 80+- maar daar klopt ergens iets in die dingen niet. En dan heb ik bladzijde 8 , ook nog even kijken. Want ik heb niet voor niks gelezen. Beheer kunstcollectie staat hierbij. En dat gaat dus over de kunstcollecties Blaricum en Laren. En dan vanuit het idee dat de collectie eigenlijk van de Laarders is. En volgens mij moet daar dan ook nog tussen staan “de Laarder collectie”. Want de Blaricumse collectie is natuurlijk van Blaricum en niet van Laren. Tenminste, dat denk ik. Ja, heel graag, maar ook. Natuurlijk, moeten we er ook voor betalen, denk ik. Of niet? Even kijken, hoor. Wat we dan nog hebben, is de gemeente heeft nu de ondersteuning gedaan.
En er komt een Wally Moes-prijs. En er komt ook nog een Hamdorff-prijs. Ik weet niet aan wie dat dan uitgereikt gaat worden en hoe zich dat dan ontwikkelt, maar daar krijgen we misschien nog wel antwoord op. Hier staat ook nog iets over de leeftijdsgroepen, de jongeren. Er zijn natuurlijk heel veel jongeren die we met kunst bezig willen laten zijn. Maar de doelgroep waar het eigenlijk over gaat, zijn eigenlijk jongeren die studeren in de andere steden. Dus het zal waarschijnlijk heel moeilijk zijn om die jongeren toch bij Laren te betrekken. Omdat ze in Amsterdam of Utrecht wonen. De gemeente heeft een ondersteunende rol. En ik denk dat de gemeente daar inderdaad hard aan gewerkt heeft. En nu moeten de kunstenaars ook met eigen kracht iets gaan doen. Elkaar gaan zoeken en dan iets op papier zetten, of samen iets gaan uitwerken. Waar ik wel voor ben, is bijvoorbeeld wat ik vandaag hoorde. Is dat er een fotografiecursus gedaan wordt op een school, IKS-school. Waarbij de onderwijzer zelf geld in het potje stopt. En ik denk van: ja, dat zijn van die kleine kunstprojectjes waar je achter moet staan als gemeente. En dat zou je eigenlijk moeten ondersteunen. Tot zover even, dank u wel. De voorzitter: De heer Grunwald, D66. De heer Grunwald: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, een mooi stukje werk. Gedegen ook. Ambtenaren en mensen uit het veld hebben daar veel uren in gestoken.
Dus dat ziet er goed uit. We hebben er wel een aantal opmerkingen en suggesties over. Allereerst lijkt ons het beeld wat geschetst wordt over de actieve deelname van de Larense bevolking toch wat optimistisch. Het zijn toch groepen die dat doen met name. En dat is dus toch niet in onze beleving dat dat Larenbreed zich voltrekt. In die zin zijn het vaak toch ook de eigen behoeftes van groeperingen om zich te manifesteren om dat te doen. En ze doen dat dan ook met name in eigen kring.
En de vraag is dan ook uiteindelijk van hoe participatie van Laren als geheel daarin gerealiseerd kan worden. Ik kom daar zo meteen nog even op terug bij de participatie. Dus we moeten een beetje voorkomen dat het een eigen feestje wordt van die groepen. Ik noem maar als voorbeeld het Oktoberfeest. Wie heeft daar trek in? Wie vinden dat leuk? Wie organiseren dat? Wie steken daar geld in, in die zin? En is dat dan bijvoorbeeld een Larenbreed evenement, bijvoorbeeld? Dus het accent wat verder gelegd wordt op Laren als kunstenaarsdorp, dat is een beeld wat we heel graag willen zien. De vraag is: vindt u dat reëel? Het is met name zo dat Laren met name bekend staat als een winkelwalhalla. En ook bekend staat van zijn overvolle terrasjes en vermaak op straat. Dus dat is een kwestie van: hoe denkt u om Laren als kunstenaarsdorp dan verder te presenteren en te promoten? Met name manifestaties en festivals, die vaak commercieel van opzet zijn, krijgen eigenlijk de meeste nadruk in dit stuk, in onze beleving. We missen dan ook nog wel wat dingen zoals de Matthäus Passion, of bijvoorbeeld die carillonconcertjes. Zijn die per ongeluk vergeten? Of zijn die met opzet weggelaten? Kernpunten zijn beleving, intensivering, participatie bevorderen en verbinding. Dat is natuurlijk helemaal juist. Dat onderschrijven wij ook van harte. Ik zei nog net iets over participatie.
Dan lijkt het ons met name toch beter om daar nog wat beter naar te kijken. En natuurlijk de jeugd, natuurlijk de ouderen. Maar, het zijn wel bepaalde groepen ouderen en bepaalde groepen jeugd die een afstand tot die kunst hebben. Dus mijn vraag is of daar over nagedacht is en hoe u dat ziet om juist die groepen daarbij te betrekken. En dan heb ik het ook met name over mensen met wat minder financiële draagkracht. Zodat die ook het entree kunnen betalen, of deel kunnen nemen aan dit soort dingen. In de slipstream daarvan: wordt subsidie dan wellicht gericht ingezet en aan voorwaarden verbonden dat deze groepen juist ook erbij betrokken kunnen worden? Dan staat er op bladzijde 7 een opmerking, die ontgaat ons eigenlijk een beetje. Er staat iets van: “Bevestiging bestuurlijke zelfstandigheid versterkt de lokale identiteit.” Is misschien wel zo, maar dat is niet alleen maar zo. Er zijn ook allerhande andere situaties die de lokale identiteit versterken. Dus het is geen voorwaarde. Maar het is wellicht wel behulpzaam. En als laatste dan de afstemming van de verschillende onderlinge activiteiten, die verdient dus ook wel aandacht. Zodat die niet dubbel vallen, dat er een overkill op het dorp gepleegd wordt doordat er verschillende dingen tegelijkertijd plaatsvinden. En te veel publiek trekken. Dus dat is absoluut noodzakelijk.
En de vraag die hierbij gaat, is: hoe wordt daar verder in voorzien? Dank u wel, voorzitter. De heer …: Voorzitter, dank u wel. Kunst en cultuur. Nou, er is natuurlijk al wat over gezegd. Ik heb er een enkele observatie nog aan toe te voegen. Het stuk is natuurlijk in het begin van dit jaar gemaakt. En toen was het inderdaad nog zo dat we bijvoorbeeld in 2021 van een taptoe zouden mogen gaan genieten. Maar ik denk dat dat 2022 wordt. In dat verband -omdat daar ook wat doorlopend in de hele nota verschillende evenementen en acties en ideeën en data worden genoemd- zou ik in ieder geval een belangrijk appel daarop willen doen. En er tegenover willen zetten dat we ook nog een evenementennota hebben. En daar hebben we een aantal jaar geleden heel uitgebreid over gesproken. En Andreas Grunwald heeft er daarnet ook al iets over gezegd. Dat we op een gegeven moment geen overkill aan evenementen moeten hebben. Die of op elkaar lijken of heel veel van het zelfde. Dat is vraag 1: in hoeverre die evenementennota ook hier tegen het licht is gehouden. En of zaken die hier als positief benoemd staan ook werkelijk uitvoerbaar zijn. En als voorbeeld: in september staat nu de Leve Larendag. We hebben natuurlijk jarenlang Sjonnies op de Brink gehad. En een keer op het kermisterrein. We hebben van allerlei evenementen gehad. Dat zou ik graag daaronder willen scharen.
Van hoe kijkt de portefeuillehouder daarnaar? Tenminste, ik heb hem gemist, wat denk ik wel toegevoegd mag worden -en moeten we even kijken hoe dat werkt- is dat de gemeente Laren in 2018-2019 de Larense Muziektent, die door enkele vrijwilligers weer onder het stof vandaan is gehaald, en ook met een kleine bijdrage van de gemeente en veel crowdfundinggeld is opgeknapt. Nou, die heeft het afgelopen jaar natuurlijk niet opgebouwd mogen worden. Maar dat is denk ik wel een heel mooi fysiek middel, naast de kermis, om in deze kunst- en cultuurnota toch te noemen. Omdat ik ook evenementen zie waar die denk ik
gewoon een hele mooie rol in zou kunnen spelen. Ik snap ook overigens wel dat hij misschien even buiten het zicht is geraakt. Of ik heb het niet goed gelezen, maar dat zou ik eraan toe willen voegen. En dan eigenlijk een minder - VVD, Niekus heeft er ook al over gesproken- over vrijwilligers. Ik zou het nog even iets anders aan willen vliegen. Toevallig stond recentelijk in het Financieel Dagblad alles wat er over vrijwilligers heen komt met betrekking tot nieuwe wetten -UBO’s, de Wet Terrorisme, financiering, Wet Toezicht houden op bestuur en rechtspersonen- dat hoort hier niet misschien in die zin in, maar ik denk dat het wel een hele grote op de achterkant is. Waarin we rekening moeten houden dat alles wat hier in staat, heel veel via stichtingen en verenigingen met vrijwilligers gebeurt. En dan zijn er vrijwilligers die zeggen: nou, we zijn toch verzekerd! Maar als je een activiteit uitvoert, of iets organiseert, dan moet de bestuurlijke organisatie erachter kloppen. Dus daar zou ik ook graag aandacht voor willen vragen in dit licht. Maar voor de rest een positief geluid over de kunst- en cultuurnota. En we zien het ook gewoon als een mooi moment weer om de komende jaren ons op te richten. Covid wordt er ook expliciet in genoemd. Dus daar wilde ik het voor deze ronde bij houden, voorzitter. Dank u wel. De heer …: Ja, dank u wel, voorzitter.
Allereerst wil ik natuurlijk van harte aansluiten bij mijn collega mijnheer Grunwald. Deze nota beschrijft een ver verleden waarin wij nog een kunstenaarsdorp waren. Waarin kunst met een grote K en kunst met een kleine c nog hand in hand gingen. En dit stuk had - mijnheer Jacobse refereert er ook al aan- in 1952 geschreven kunnen zijn. Maar ook ver voor jouw tijd, Thijmen. Maar ook in 2058, ver na jouw tijd, geschreven kunnen zijn. Maar er zit wel een rare discrepantie in. Overigens, in die tegenstelling, ik heb liever dat Laren in the picture staat als een kunstenaarsdorp, eventueel uit 1952. Dan als een vroem-vroemdorp waar mensen met een slechte smaak en een grote portemonnee zich komen manifesteren. En hun kinderen komen afzetten om te kijken hoe het eigenlijk niet hoort. Want dat is eigenlijk wat op het ogenblik gebeurt. Dus in die zin ben ik wel blij met deze nota. Maar er zit wel een rare discrepantie in, als ik hem lees. Want aan de ene kant zegt de gemeente: wij willen faciliterend optreden. Nou, faciliterend, dan bedenk ik, dan zorg je dat de randvoorwaarden kloppen. Begrijp ik. Maar tegelijkertijd lees ik ook iets als “de Dag van Laren”, een prijs uit gaan reiken. Volgens mij is dat niet faciliterend. Volgens mij is dat uitvoerend. Dus daar zit wel een beetje het gekke in. Dus misschien dat de wethouder me kan vertellen hoe ik dat dan moet gaan lezen.
Maar de tweede vraag, want het moet immers een vraag zijn. Er wordt een aantal aanbevelingen gedaan. En sommige zijn pro memorie. Dat hoeft geen cent te kosten. Maar bij een heleboel dingen lees ik helemaal geen bedrag. Dat vind ik wel een beetje raar. Want wat je ook doet, het kost altijd geld. Alleen de zon gaat voor niets op en volgens mij moet je het allemaal kunnen kwantificeren. En als je kwantificeert in geld, wat je investeert, dan hoeft dat niet per se voor mij te leiden tot ook een opbrengst. Er is geen return on investment of iets dergelijks. Maar het moet wel ergens toe leiden. En die slag mis ik een beetje. Ik zou dat graag geconcretiseerd willen zien. Dus eigenlijk een dubbele vraag. A. Wat is er voor een budget beschikbaar? Ook op die posten die nu niet ingevuld zijn. En wat is dan uiteindelijk het doel wat we ermee willen bereiken? Want het is nu van een iets te grote vrijblijvendheid. Waar ik eigenlijk niet zo gek veel mee kan. En dat waren mijn vragen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer De Jong, gaat uw gang. De heer De Jong: Die doet het wel. Ik sluit mij ook aan bij de vorige spreker. Die ook aangaf van: er staat heel veel in. Maar concreet wat we ermee gaan doen, dat dat onvoldoende duidelijk is. En wil ik even met een paar punten aangeven. “Verbeter en intensiveer de samenwerking tussen de regionale musea.”, bijvoorbeeld.
Dat is een opmerking. “Hou de ruimtes voor het organiseren van activiteiten betaalbaar.” Nou, zo staan er een aantal dingen in waarvan je zegt: er staat dus niet in de nota “Hóe willen we dat gaan doen?” Wordt er nog een bijdrage inderdaad van de gemeente verwacht? Hoe gaan we dit realiseren de komende jaren? En er
wordt ook aangegeven op een gegeven moment: betaalbaar. Oefenruimtes binnen, niet meer buiten oefenlocaties, voor een aantal instanties. Die waarschijnlijk ook niet veel geld hebben. De vraag is: hebben zij zelf ook concrete ideeën waar men dat wil doen? Wil men dat in ‘t Brinkhuis doen? Op een gegeven moment een ruimte in een kerk huren? Er zijn heel veel plekken denkbaar in Laren, waar je zaken zou kunnen doen. Alleen dat wordt ook dus niet concreet weergegeven. Dus ik ben ook bang dat op een gegeven moment dit stuk blijft liggen. En dat we het inderdaad ook over vijf jaar weer over hetzelfde hebben. Maar ik denk dat dat toch wat diepgang en ook een aantal mogelijkheden om uit te werken hoe we daarmee om willen gaan. Zodat er de komende jaren toch dingen kunnen veranderen. De voorzitter: Dank u wel. Hebben we een rondje gehad over het commissievoorstel. Waarbij wordt gevraagd suggesties en wensen aan te geven bij de Conceptnota Kunst en Cultuur. Zodat het college het in de definitieve versie kan meenemen. Heeft u toch behoefte daar een eerste antwoord op te geven? De heer Mol: Graag, voorzitter. Ten eerste dank voor de eerste reactie vanuit de commissie. Het stuk ligt hier niet voor niets voor. U weet dat ik een groot voorstander ben om de commissie te vragen om mee te helpen. Ik vind dat de commissie ook een plek moet zijn voor co-creatie.
Dus ik ben blij met de suggesties die zijn gegeven. En iedereen die aangeeft dat hij niet concreet genoeg is: daar ben ik eigenlijk wel blij mee. Want ik was eigenlijk te bang dat hij te ambitieus zou zijn. In de doelen die in de laatste paragraaf gesteld waren. Overigens, over het voorproces kan ik niet zoveel zeggen. Want ik heb de portefeuille Cultuur natuurlijk overgenomen van wethouder Van Hunnik. Maar wij achten het toch wel belangrijk om de nota toch te vertalen naar een aantal hele concrete doelen. En hoe zijn wij vanuit de bestaande nota dan te werk gegaan? Nou, ten eerste moet ik veel dank zeggen, namens het college ook, aan de klankbordgroep. En andere mensen die hebben meegeholpen om voeling aan te leveren. Dat geldt vanuit de inwoners via het Inwonerspanel. Heel veel verenigingen, stichtingen en vrijwilligers hebben ook input aangeleverd. Medewerkers van de BEL zijn ondervraagd. Dat is maar heel kort geweest, hoor, die hebben daar geen uren aan geschreven. En dat is uiteindelijk allemaal geland in een nota. En wat doet een nota? Die beschrijft eigenlijk een veld, een identiteit, en daarmee een aantal ambities om een kader te hebben waar je op latere momenten ook culturele ambities aan kunt toetsen.
Maar wat zien we nou eigenlijk in Laren? Overigens, deze nota ligt hier omdat natuurlijk in het coalitieakkoord staat “Er moet een cultuurnota komen; daar is aanleiding toe.”. Dus vandaar dat wij aan de slag zijn gegaan. Maar wat zegt de nota nou eigenlijk? In Laren gebeurt ontzettend veel aan kunst en cultuur. En daar wordt heel erg veel vrijwillig of professioneel al aan uitingen van kunst en cultuur gedaan. Dat is zowel een grote K, als een kleine k, als een grote C, als een kleine c. En wij moeten vooral niet als gemeente Laren gaan denken dat we daar tussendoor moeten gaan wroeten. Bestaande initiatieven die met enthousiasme tot stand komen, moet je vooral ook hun gang laten gaan. Zeker als andere mensen daarvan genieten. Maar, we zien wel -en dat is ook de input die vanuit de klankbordgroep is aangereikt; waar onder andere ook de heer Jacobse in zat- en ik deel ook die mening, dat we ook zien van: ja, dwars door al die bestaande activiteiten zijn er toch wel punten onderbelicht. Of groepen niet bereikt. En volgens mij proberen wij een gemeentebestuur te zijn voor alle generaties en elke portemonnee. Dat betekent dus ook dat er punten zijn waar wij wat meer aandacht aan zouden mogen geven. Dat moeten we wel rijmen met het feit dat wij een kleine gemeente zijn.
Weliswaar buitengewoon krachtig en bruisend, maar dat vanuit de gemeente de handen beperkt zijn om uitvoering te geven aan een hele ambitieuze kunst- en cultuurnota. Die ambitie die zullen we uit de samenleving moeten halen. Vandaar dat wij het hebben teruggebracht tot die hele concrete speerpunten die we willen bereiken. Namelijk beleving intensiveren. Met andere woorden: meer inwoners bereiken, door kunst en cultuur ook meer te ontsluiten op plekken waar iedereen komt. Bijvoorbeeld in de buitenruimte. Participatie bevorderen. Dus ook nieuwe en volgende generaties bereiken om actief te worden als vrijwilliger. En ook de verbinding vast realiseren. Nou, vanuit die benoemde ambities zijn we eigenlijk een
hele concrete vertalingsslag gaan maken. Wat kun je nou concreet doen om dat te stimuleren? Daar hebben we best een paar slagen in gemaakt. Bijvoorbeeld: wij willen, dan pak ik eventjes de ambities. Als we het hebben over informatievoorziening verbeteren over kunstwerken in de openbare ruimte: wij gaan aan de slag met de centrumplannen. En we moeten onze middelen ook slim besteden. En vanuit het Singer bestaat de behoefte om ook in de openbare ruimte zichtbaar te maken waar bepaalde kunstwerken zijn gerealiseerd of op gebaseerd. Zodat we ook voor mensen die niet in het Singer komen een stukje van onze culturele identiteit ontsluiten. Ik noem een voorbeeld van het Singer. Maar er zijn ook andere initiatieven die graag dat op een bepaalde manier willen ontsluiten, op plekken waar het voor iedereen toegankelijk is. En wij willen ook die informatievoorziening over bestaande kunstwerken in de openbare ruimte veel meer verbeteren, toegankelijk maken. Bijvoorbeeld online, zodat een veel bredere groep daar kennis van kan nemen. En als we het hebben over het stimuleren en inspireren van onze kinderen, zijn er natuurlijk al fantastische initiatieven met CmK-3 en nu het initiatief van KKIDS van Hans van Deuren die met bestaande kunstenaars inmiddels álle scholen daarmee aan de slag gaan. En wij hebben dat nu inmiddels als college ook omarmd via een aparte subsidie.
Zodat we én CmK-3 hebben én het project KKIDS. En inmiddels is er volgens mij ook al een initiatief over muziek in de klas bezig. Wij proberen toch die ambitie zo concreet mogelijk te vertalen. En als we het dan hebben over participatie bevorderen, zouden wij het een ontzettend leuk idee vinden om de Wally Moes-prijs op te poetsen en op een voetstuk te zetten. En ook vrijwilligers die zich heel erg inzetten voor kunst en cultuur, maar ook juist vanuit de participatie, zoveel mogelijk mensen te laten meedoen, die in het zonnetje te zetten. Overigens, ik haal er even een paar speerpunten uit, hè, om deze doelgroep, blijkbaar staan er ook andere dingen in. Nou, een hele belangrijke is: hoe gaan we nou die volgende generatie ook écht bereiken? We hebben nu projecten op de basisscholen, maar we hebben ook onze jongeren waar we iets mee willen doen. Het stomste wat we kunnen doen, is dat we dat zelf gaan bedenken. Dus wij vonden het een aardig idee om -er bestaat een initiatief voor een jeugdraad in oprichting- die moet je ook een beetje body geven. Die moet je ook iets willen vragen.
Als ik ergens een broertje dood aan heb, is dat je een jeugdraad opzet en grote mooie sier maakt: “Nou, we hebben een jeugdraad.” En wat gaan ze nou doen? Wij willen de jeugdraad vragen om heel concreet een voorstel te doen -en daar gaan we ze ook bij helpen- om hen iets te bieden op het gebied van kunst en cultuur waar zij iets mee hebben. Waar zij ook mee kunnen participeren. En daar willen wij ook structureel budget voor vrijmaken. En dat wil ik ook met een goede organisatie, die hen daarbij kan begeleiden, opzetten. Ik heb er ook inmiddels contact over gehad met Sean Bogaers. En die vindt het ontzettend leuk om daarmee ook aan de slag te gaan. Dus dat we dat ook echt vanuit het jongerenwerk gaan oppakken. Nou, verbinding faciliteren, die lijkt wat mij betreft voor zich te spreken. De subsidieregels aanpassen en meer aanscherpen op onze maatschappelijke doelen: lijkt me ook helder. Nou, toeristische informatievoorziening, daar hebben we natuurlijk ook het regionale platform met alle cultuurportefeuillehouders voor. En dan kom ik eigenlijk bij het laatste. En overigens, u hebt in uw eerste ronde eigenlijk niets gezegd over al deze doelen “Dat vind ik niks.” Dus ik ga er nu vanuit, na vandaag, dat we die kunnen uitwerken in een definitieve nota. Zodat die in de commissie na de zomer kan.
Maar wat we ook wel een aardig idee vonden, is: wij hebben verschillende initiatieven in het jaar die in het verleden ook wel eens verbinding met elkaar hebben gezocht. Zoals Monumentendag en INmarkt en culturele dingen op de Brink. En we zouden het een heel aardig idee vinden als we dat nou eens stevig bundelen. In een heel stevig Weekend van Laren. Tweede of het derde weekend van september, als de mensen terug zijn van vakantie. Dat je echt een mooi dorpsfeest hebt, waarin je iedereen verbindt. En ook echt een programma aanbiedt, dat je laagdrempelig maakt. Waarin je alle inwoners, alle generaties en elke portemonnee welkom heet. Met misschien een programma van de vrijdagavond tot en met de zondagmiddag. De vrijdag en zaterdag een mooie feesttent, met een concert dat andere generaties aanspreekt ook om daarnaartoe te komen. En overdag leuke programma’s waar ook het Singer aan meewerkt. Waar ook de winkeliers aan meewerken. Waarbij mensen ook uitgenodigd worden om aan cultuuruitingen te doen. Dat we een mooi raamwerk van
een programma hebben. Dat we zeggen: we willen dat zoveel mogelijk bundelen. Bijvoorbeeld tegelijkertijd én INmarkt met culturele optredens. Én Monumentendag dat mensen in het dorp kunnen lopen. Dat even één keer per jaar het hele centrum van onszelf is. En we dan maximaal van onze eigen identiteit kunnen genieten. Nou, daar hebben we een budget voor vrijgemaakt van € 15.000. Dat is natuurlijk niet genoeg. Dus wij gaan, als u zegt “Dat vinden we een goed idee.”, heel graag aan de slag met een club betrokken vrijwilligers die de mouwen opstropen en ook organisatiekracht hebben. Met aanvullende sponsoring. En mijn ervaring is inmiddels dat dat goed lukt in het dorp, om dat van de grond te krijgen. Daarmee willen we beginnen in 2022. En daarin laten we dan niet alleen de ambities ook van bijvoorbeeld Leve Laren samenvallen, maar ook de ambities van een aantal grote cultuuraanbieders in de dorp. Om nog een keer goed de krachten te bundelen om zo’n programma aan te bieden. Voorzitter, daar wil ik het even bij laten. Ik hoop dat ik voor iedereen die aangeeft “Nou, ik vind het nog niet helemaal concreet genoeg.”, ik hoop dat ik daar tegemoet aan ben gekomen. Overigens alle tekstuele en redactionele suggesties neem ik mee, want die zijn allemaal van waarde geweest.
Ook alle andere activiteiten waarvan ik denk: “Oh ja, stom, hadden we moeten opnemen.” Van de prachtige volksevenementen tot en met de Matthäus Passion natuurlijk. Wat ontzettend belangrijk is -en daar vroegen mijnheer Vos en mijnheer Grunwald ook aandacht voor, en dat hoor ik een beetje bij u allemaal- het is zo belangrijk dat wij in ons kunst- en cultuuraanbod juist extra aandacht geven aan groepen waarvan we zeggen “Die bereiken we nu niet.” Dus elke suggestie die u heeft om ervoor te zorgen dat wij die drempel zo laag mogelijk maken, dat iedereen ervan kan genieten, die is welkom. Ik sta helemaal open voor suggesties. En wat wij doen, we gaan deze zomer nog een stevige redactieslag maken. En na de zomer keert deze nota dan in de volwassen versie met uw toevoegingen terug in deze commissie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Mol. Dan wil ik overgaan naar de raadsvoorstellen. Mijnheer Vos, u kijkt verbaasd? De heer Vos: Ja, dat is mimiek. U wilt ook nog een tweede ronde doen, of niet? De voorzitter: Ik wil geen tweede ronde doen. Er was gevraagd een commissievoorstel met suggesties. Nou, we hebben een ronde gehad. En de heer Mol geeft aan dat hij de suggesties meeneemt in de volgende versie. Die in september gewoon in de commissie en raad komt. Hij komt nu ook niet in de raad. De heer Vos: Maar… De heer Mol: Voorzitter, ik heb geen bezwaar tegen een tweede termijn, hoor.
De voorzitter: Sorry? De heer Mol: Ik heb geen bezwaar tegen een tweede termijn. De heer Vos: Nee, want ik had volgens mij twee vragen gesteld. En daar ontbreekt een antwoord op. En ik wilde ook graag dan reageren op de opmerking van mijnheer Mol, dus. U bent de baas, maar… De voorzitter: Nou, ik volg de agenda die het presidium heeft vastgesteld. En daar staat niets anders dan suggestie. Maar ik vind het best. Als u denkt, gezien de agenda, dat dat erbij kan. Dan vind ik het best als we een tweede ronde doen. Het ligt aan u, niet aan mij. Dus als u een tweede ronde, gaan we het zo doen, een tweede ronde.
De heer Vos: Ik vraag het hierom, mijnheer de voorzitter. Omdat ik namelijk mijnheer Mol zijn gloedvolle betoog -want daar wil ik niets aan afdoen- een illustratie vind van hetgeen ik gevraagd heb. Namelijk: gaan we faciliteren of gaan we organiseren? En het scheelt niet zoveel letters, maar wel een heleboel activiteiten. Want als wij zeggen als gemeente: “We gaan het mógelijk maken.” Dan doen we iets anders dan dat we zeggen: “Wij gaan daar vrijwilligers bij zoeken en we gaan het hele verhaal optuigen.” Dat is een wezenlijk verschil. En ik zou dan toch ook ernstig willen pleiten voor het fáciliteren en niet voor het órganiseren. Want als het niet leeft -ja, weet je, je kan wel aan een dood paard blijven trekken- maar als er niks gebeurt, dan gebeurt er niks. En € 15.000 of niet … Ik heb liever in die zin een nota waarin heel duidelijk een stelling genomen wordt van: dát gaan we nou doen. Als dat we een beetje halfslachtig zijn. We vinden het allemaal heel leuk en we vinden het ook heel bijzonder. En we willen ook een jeugdraad. Dat kan allemaal wel, alles kan. Maar niet alles tegelijk. Dus volgens mij moeten we daar heel duidelijk een keuze in willen maken. En dat ontbrak een beetje. En vandaar dat ik u vroeg, mijnheer de voorzitter, om een tweede termijn. Om dat toch volgens mij helder te krijgen hier bij de commissie en ook naar het college die ermee aan de bak gaat.
Dus vandaar mijn vraag. De voorzitter: De heer Grunwald, tweede termijn. De heer Grunwald: Wij zien de volwassen versie van het stuk tegemoet. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Jong. De heer de Jong: Geen opmerkingen. De voorzitter: Mevrouw Niekus, VVD. Mijnheer Jacobse? De heer Jacobse: Dank u wel, voorzitter. Ik voel mij aangesproken door de heer Vos. Mijn gevoel in deze materie, onderdeel zijnde van, zit eigenlijk tussen het verhaal van mijnheer Vos in en dat wat de burgemeester ons meldt. Ik zit net op te schrijven: “We leven dus niet tussen hoop en vrees. Maar we leven tussen hoop en dankbaarheid, en hoop en geluk.” Dit is een prachtig dorp en een hele hoop dingen. Wat mijnheer Vos bedoelt, is: “Pakken we de schop en scheppen we dat veldje om? Of gaan we eens kijken wat we gaan zaaien, in de hoop dat er volgend jaar wat uitkomt?” Dat zijn twee totaal verschillende dingen. En daar heeft hij ook wel gelijk in. Ik denk, aan de andere kant, dat dit stuk de weg vrij moet maken voor dát wat we graag willen, dát wat er al is. Dát wat we zouden kunnen gaan doen en als inspiratiebron zou moeten díenen om die mensen in de gemeente -en vooral ook de mensen die dat tot nu toe nog niet gedaan hebben- te inspireren of met elkaar te gáán inspireren, om te komen tot. Faciliteren ligt dan voor de hand. De regie voeren over ‘whatever’ zou daarbij kunnen horen.
Maar een beetje meeduwen kan geen kwaad. We hebben vele jaren, zijn we zuinig geweest op die muziektent die ergens lag te ronken in een zaaltje. En dan komen er vrijwilligers en die zetten dat ding in mekaar. Als de gemeente dat ding had weggehaald, of voor de sloop had bestemd, dan hadden ze heel veel moeten timmeren. Dan was er niks gebeurd. Ik bedoel maar te zeggen: “Het een gaat niet zonder het ander.” Ik ben wel voor een gemeente die mede initieert op basis van. En ik ben vervolgens voor al die mensen die met snode plannen komen om er hier iets moois van te maken. Ik voel die scheiding niet zo. Ik zit er tussenin. Ik denk dat we de nota ertussenin moeten vinden en voelen. Ik herinner me nog, we hebben gesproken in de klankbordgroep. Ik lees het even voor. Toen dat verhaal -Verbreding en vernieuwing, cultuur voor iedereen. Een sterke culturele sector en cultuur is grenzeloos.- kwam, toen hadden we allemaal een beetje het idee: nou, dat zijn keurige platforms. Daar kunnen we het wel mee doen. Maar we moeten naar iets anders. Nou, wat is er toen gebeurd? Toen is het ‘beleving intensiveren’ geworden; moeilijk woord. Participatie bevorderen; begrijpt ook niemand. Verbindend faciliteren. Nou, als we nou met elkaar in staat zijn om die drie dingen te vertalen naar de vloer. Zodat de mensen waarvoor het allemaal bedoeld is -en de
organisaties en de partijen, al dan niet al lang actief in dit veld- daar wat mee willen gaan doen. Of daar wat méér mee willen gaan doen. Of zeggen: “Ik heb er een gedaan, nou moet ik het ander doen.” Dan denk ik dat we met die nota wel iets bereiken. Het is geen kunst om nu te roepen -ik heb het zelf ook geroepen, hè- wat staat er nou precies in en wat gaat dat kosten? Wie gaat dat betalen? Of te zeggen: de gemeente doet zo en komen jullie maar met snode plannen. Ik denk dat we ertussenin moeten zitten. En daar kan dit stuk kan daar nuttig in zijn. Zeker als we het nog wat oppoetsen richting de herfst. Ik heb daar wel een beeld bij. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg, heeft u nog behoefte aan een tweede ronde? De heer Van den Berg: Nee, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Mol. De heer Mol: Voorzitter, ik kan richting de heer Vos -overigens excuus, want hij heeft helemaal terecht dat ik die vragen ben vergeten te antwoorden- ik zat zo volop in mijn eerste termijn, dat ik er overheen gerold ben. Maar hij heeft helemaal terecht “Wat is nou precies faciliterend? En je pakt ook dingen op.” Nou, wat zegt de nota? Als dit kunst en cultuur is -dat is voor de luisteraars thuis een beetje ingewikkeld, maar ik zit met m’n armen te zwaaien- als dit het geheel is aan kunst en cultuur in Laren. Dit deel gaat hartstikke goed en doen onze inwoners zelf.
En geven ze prachtig vorm. Dat helpen we vooral te faciliteren. Als ze technische vragen hebben, of als ze iets in de openbare ruimte moeten doen, met hekken. Of als er ergens de fontein een keer aan of uit moet. Dan staan we ze maximaal van dienst om hen in de ruimte hun ding te kunnen doen. En er is een stukje waarvan we zeggen: dat behoeft extra aandacht. En daar gaan wij een beetje kracht op zetten. En dat zijn ook de punten die u concreet ziet uitgewerkt in de drie verschillende doelen achterin de nota. En dat gaan we niet met ook de energie vanuit de BEL doen. Maar vooral met heel veel vrolijke energie vanuit de samenleving. Omdat die behoefte daar ook ligt. De voorzitter: Dank u wel, voor deze toelichting. 6.
Raadsvoorstellen: De voorzitter: Dan wil ik nu graag naar de raadsvoorstellen. En zoals ik bij de inleiding gezegd heb, rommelen we de agenda een stukje door. 6.4 Zienswijze begroting 2022, meerjarenraming, 1e begrotingswijziging 2021 en jaarstukken 2020 GNR De voorzitter: Ik wil nu naar 6.4 Zienswijze begroting 2022, meerjarenraming, eerste begrotingswijziging 2021 en jaarstukken 2020 GNR. En hiervoor is aanwezig mevrouw Karin Kos, directeur GNR. De microfoon voor u is een… Wethouder Calis, mag ik u vragen dit in te leiden? De heer Calis: Dat mag zeker, voorzitter. Ja, ik zit hier met twee petten. En de ene pet is bestuurslid van het GNR. En de andere is wethouder Financiën van de gemeente Laren. Maar laat ik beginnen met mijn betrokkenheid als bestuurslid. Om op de eerste plaats mijn bewondering uit te spreken naar mevrouw Karin Kos. Die naar mijn idee niet alleen weer een totaal nieuw enthousiasme en elan in de organisatie heeft gebracht, maar ook met haar medewerkers enorm ingespannen heeft voor het goede verloop van de effecten van corona. Waar we zagen dat het in de terreinen erg druk was. Dat er veel zwerfafval was. Al die maatregelen die zijn uitstekend uitgevoerd. En door de verschillende boswachters begeleid. Dan voor wat betreft de begroting. Daar kan ik als wethouder van financiën wel wat van zeggen. Want de begroting is zo’n €
6,2 miljoen. Met veel ambitieuze projecten. Ik weet niet of ik het gras voor de voeten van mevrouw Kos wegmaai, maar ik noem even vernieuwing van groepsverblijf van het Laar. De natuurverbinding Laarder Hoogt. Een tweede schaapskooi met eventuele bezoekerscentrum. En natuurontwikkeling Monnikenberg. En zo zijn er nog een lijst van zaken waarbij het GNR zeer betrokken is. En dat allemaal onder het financiële bewind van het GNR. Waarbij de bijdrage van de gemeente Laren en ook de bijdragen van andere participanten met enkele procenten naar beneden is gegaan. Ondanks het feit dat er een autonome kostenstijging is voor zowel salaris, van 1,3%, als inflatie van 1,5%. Maar per 1 januari 2021 gaat de bijdrage van Laren naar € 120.500. En als je bedenkt wat een ontzettende grote buitenruimte Laren heeft, dan zitten wij met dit GNR voor een dubbeltje op de eerste rang. Mevrouw Kos. De voorzitter: Mevrouw Kos, aan u het woord. Nee, de zijkant, ja. Mevrouw Kos: Ik had het gezien. Dank u wel, voorzitter. Ik heb hier niet zo heel veel aan toe te voegen. Er liggen drie stukken. Ons jaarverslag, waar ik graag toch even aandacht voor vraag. Daar proberen we elk jaar weer iets moois van te maken. Er ligt een begroting, de jaarrekening 2020 met een goedkeurende accountantsverklaring. Voor ligt de begroting 2021, de eerste herziening.
En de begroting 2022 waarin we inderdaad op verzoek van de wethouders Financiën van alle Gooise gemeenten hebben gekeken of we kunnen bezuinigen. En die hebben we gevonden op twee terreinen. We hebben een aantal nieuwe spullen gekocht. Materieel waarmee we activiteiten buiten ook zelf kunnen uitvoeren en daarvoor geen aannemers hoeven inhuren. Dat zijn echte grote werkzaamheden die we nu zelf kunnen doen. En we hebben een begroting voor een flexibele schil -waarin we mensen kunnen inhuren als het nodig is- die hebben we kleiner gemaakt. En aan beiden zit risico. Niks is zonder risico. Het materieel slijt sneller, dus we hebben misschien ook te maken met een hogere afschrijving. En tegelijkertijd ook het potje flexibele schil, die we kleiner hebben gemaakt, daar zit dat risico in. Op dit moment zijn onze medewerkers heel betrokken, ook in Laren, om mee te denken met de gemeenten. Bijvoorbeeld Laren Regenklaar, daar denken we goed in mee. We proberen zelfs ook om mee te denken over oplossingen. We hebben meegewerkt aan een overloop. Nou, dat zijn activiteiten die we nu nog zelf kunnen doen. En andere dingen kunnen we dan nog uitbesteden. Dat zal wat minder worden. Waarschijnlijk niet voor Laren Regenklaar, dat is een voorbeeld. Dus aan beide kanten hebben we geprobeerd om én te voldoen aan de wens van de wethouders Financiën, maar ook de risico’s in beeld gebracht.
En dat klopt, het was heel druk afgelopen jaar, coronajaar. Heel veel mensen hebben hernieuwd de natuur hervonden. Wethouder Calis zei het al. Voor de bijdrage van Laren beheren wij van de 2850 ha van het Gooi Natuurreservaat ligt 570 ha op gemeentegrond in Laren. Maar heel veel mensen hebben in de natuur gewandeld, genoten toen niks kon. Het was ongelooflijk druk. Dat hebben we ook gemerkt. De afvalstroom was enorm. Onze boswachters kwamen dagelijks met aanhangwagens vol verbouwde keukens en andere rotzooi thuis. Maar het mooie vind ik wel, dat al die mensen die niet met regelmaat in de natuur kwamen voorheen, wel hebben kunnen genieten. En kunnen zien van wat een prachtig mooie kwetsbare natuur, eeuwenoude natuur, die we hier hebben. En daar zijn we uiteindelijk toch heel blij mee. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel voor deze inleiding. De heer Vos, mag ik u het woord … over dit agendapunt? De heer Vos: Dat mag zeker, mijnheer de voorzitter. Dank u wel. Het is wel grappig dat inderdaad twee dingen spelen. Waarbij ik enerzijds compliment wil maken aan mevrouw Kos -en met name aan het Goois Natuurreservaat volgens mij- ik prijs altijd mezelf dat ik hier mag wonen. En ik kwam onze burgervader tegen en wij verheugden ons in de prachtige omgeving en natuur. En dat is denk ik dankzij de verzekering die we hebben middels het Goois Natuurreservaat.
En dat kan niet genoeg benadrukt worden. Dus daarvoor mijn complimenten, mevrouw Kos. Maar natuurlijk met name de mensen die zich helemaal te barsten werken.
Want er wordt heel veel werk gedaan. En dat wilde ik zeggen, omdat ik namelijk niet naargeestig wil klinken. Maar we hebben een paar maanden geleden, ik denk misschien twee maanden geleden, maximaal gepraat over de bijdrage van de gemeente Amsterdam. En toen kwam ons de wethouder die nu hetgene prijst, met een halfhartige mededeling: “Ja, meer halen we er niet uit.” En als ik nu zie dat we toch tekorten gaan draaien, dan vind ik dat wel een beetje zorgelijk, zal ik maar zeggen. Dat gaat niet de goede kant op. En dat gaat nu nog over een tonnetje, omdat Amsterdam nog mee betaalt. Maar als straks die bijdrage opgesoupeerd is, dan zie ik de opvolger van mijnheer Calis al zeggen: “Goh, we komen een beetje te kort. GNR heeft gevraagd om meer geld.” Dus enerzijds heel erg mijn compliment aan GNR. Echt een feestje. Maar anderzijds, met terugwerkende kracht, nogmaals toch een hele dringende oproep aan de wethouder en de wethoudérs om eens een beetje flinker te zijn. Want we gaan echt een groot probleem tegemoet. Daar wou ik het eigenlijk bij laten, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Nou, voorzitter, de mooie woorden zijn al gesproken. Het Goois Natuurreservaat, we leven er middenin.
Wat ik aardig vond, is dat de wethouder eigenlijk de zin uitsprak van: als we kijken naar ons grote buitengebied dan zitten we voor een dubbeltje op de eerste rang. Of iets in die woorden van gelijke strekking. Maar het ging om het idee. Ik dacht van: ja, dat is eigenlijk wel een aardige insteek. We hebben een aantal jaren geleden wel eens gezegd: moet er een dubbeltje bij, of niet, per inwoner? En eigenlijk is die discussie op een gegeven moment ook wel weer eens gestopt. Maar ik denk inderdaad dat we ook met alle nieuwe, toekomstige inwoners die binnenkort in het Gooi neerstrijken -al is het maar op Crailo of op het oude Tergooi-ziekenhuis- allemaal potentiële leden liggen. En ik denk dat dat ook de ambitie moet zijn om daar zo veel mogelijk mensen uit de Gooi- en Vechtstreek -en vooral uit het Gooi- bij betrokken te houden. Nou, daar wordt hard aan gewerkt, zo horen we. Ik wil er eigenlijk een punt uit te halen. En dat is dat mevrouw Kos inderdaad -maar ik zeg het tegen de wethouder- eruit haalt om mee te denken met gemeentes. En toen dacht ik: daar zit misschien wel een component in. Want hier in Laren viel dan het woord waterklaar, Laren Regenklaar. In Blaricum mag het GNR volgens mij wat tijd stoppen in Le Coultredreef. Maar ik denk dat er misschien wel een potentieel onderscheid gemaakt moet gaan worden in de toekomst, dat het GNR voor ons natuur beheert.
Maar als zij buiten eigen rekening en eigen idee door een gemeente betrokken worden in een project -wat gemeentes vinden dat er een project moet gaan draaien- dat er misschien wel eens naar de kant gekeken mag worden hoeveel tijd en kosten het GNR dan moet maken om die gemeentes enerzijds te faciliteren. Dan wel misschien zelfs standpunten in te nemen om die gemeentes te bewegen een andere kant op te kijken. Dan zit ik dus aan de kostenkant. Want als je een medewerker hebt en je moet je continu inzetten om overal bestemmingsplannen van de gemeente te gaan bijwonen, om inspraak te doen of iets dergelijks. Dan kan ik me zo voorstellen dat dat ook gewoon kosten met zich meebrengt. Nou, dat zou misschien een punt zijn om de wethouder nog eens uit te dagen hoe hij daar tegen aankijkt. Dan heeft mijn collega het al gehad over het uittreden van Amsterdam. Daar hebben we voor besloten, ik denk dat dat een gegeven is. Ik zou nog wel graag van de wethouder -niet in de aanvallende sfeer, maar in reflectie op wat de collega daarvan zegt- hoe u daar tegenaan kijkt. Dat uw opvolger, of wie dan ook, nog eens een keer weer om extra geld komt. Hoe u daar tegenaan kijkt. En daar wilde ik, voorzitter, het voor dit moment bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Grunwald, D66. De heer Grunwald: Dank u wel, voorzitter. Allereerst alle waardering voor het geleverde werk.
En het meedenken om het financieel ook in de perken te houden. Ik kan het niet nalaten, ondanks dat het een commissievergadering is, om even te melden dat ik laatst naar het Lauwersmeer geweest ben als
vogelliefhebber. En uiteindelijk kan je daaromheen fietsen en op geselecteerde punten kan je even een blik naar binnen werpen. En dat is eigenlijk iets wat je niet zou verwachten van een natuurgebied. Ik dan althans niet. Ik snap wel dat planten en dieren bescherming nodig hebben. Maar aan de andere kant vind ik dat natuurbeleving natuurlijk ook heel belangrijk is voor mensen. Dus Goois Natuurreservaat, het mooie daarvan is dat je daar dus leuk doorheen kunt lopen en gewoon van genieten wat het allemaal te bieden heeft. De ironie wil echter -en dat heeft mevrouw Kos nou net ook vermeld- de corona heeft ertoe geleid dat heel veel mensen de natuur opgezocht hebben. En dan staat de natuur natuurlijk geweldig onder druk. Dus ik zeg dan altijd gekscherend: ja, alle paden zijn een meter breder geworden. En dat is ook wel zo. En ik hoop niet dat die vervolgens geasfalteerd moeten worden. Maar waar ik naartoe wil, is eigenlijk dat de ironie eigenlijk is dat we dus dat willen bewaren voor ons. Dat we natuurbeleving willen stimuleren, natuureducatie willen hebben. Maar dat de mens dan eigenlijk ook meteen de grootste vijand is van hetgeen hij gaat beschermen.
Dus wat dit betreft zou mijn vraag zijn: hoe ziet het Goois Natuurreservaat de toekomst wat dit betreft? Kunnen we zo doorgaan, of zal zich hetgeen verder ontwikkelen, die natuurgebieden die we hier hebben? Dus de vraag naar de continuïteit ervan. Voor de rest denk ik: ja, prima gedaan. En veel succes met de uitwerking van alle plannen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer De Jong, Liberaal Laren. De heer De Jong: Wij kunnen ons helemaal vinden in de woorden van de wethouder zonet. Dat het jaarverslag er prima uitzag. Dat ook de komende jaren er toch de nodige bezuinigingen in zitten. En dat het toch een goeie zienswijze is hoe er verder mee om te gaan. Dat er een behoorlijk aantal nieuwe activiteiten zijn. En ik wens mevrouw Kos daar veel succes mee. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Midden. De heer Van Midden: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, ik val in herhaling, maar ik sluit mij ook aan bij de lovende woorden van de wethouder. Ook in financiële zin. Ik heb maar een kleine vraag. Ik zie in de stukken terugkomen dat we de komende jaren meer impuls willen geven aan de fondsenwervingscampagne. Ik zie dat ook meegenomen voor 2022 van 121 naar 126 extra inkomsten, dat ik het zie. Maar ik zie hem verder niet terugkomen in de meerjarenbaten.
Klopt dat, of lees ik het niet goed? En als hij er niet in staat, is de vraag: wat is precies de ambitie van dat fondsenwervingsprogramma voor de komende jaren? Ook gegeven het feit natuurlijk dat de inkomsten op langere termijn wat gaan opdrogen. Want natuurlijk belangrijk om extra inkomsten te genereren. Dus ik ben even benieuwd wat de ambitie in financiële zin is. En welke acties daar ook allemaal bij gaan horen, om dat uiteindelijk mogelijk te maken. Dat is de enige vraag die ik verder had, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: De heer Loeff, Larens Behoud. De heer Loeff: Ja, voorzitter, mijn collega zal het woord nemen daarover. Maar misschien leuk om deze commissie, waar ik even inval, te melden dat ik het eigenlijk wel interessant vind om een koppeling te leggen met wat er dinsdag in de commissie R&I gebeurde. Daar is namelijk de zienswijze aan de orde geweest over de verstedelijkingsstrategie. En daarin wordt met name het landschap als een belangrijke factor geroemd. En ik heb dat toen de contramal genoemd van de natuur. Van de opgave voor stedenbouw. Dus de natuur is eigenlijk de contramal. En het mooie is dat de regio -dat ondersteunen wij van harte- ook pleit voor de financiën die daarbij horen. Dus aan de ene kant kunnen we natuurlijk heel erg somberen over wat er misschien gaat gebeuren met de bezuinigingen.
Maar ik denk dat er stiekem ook in beleid al een kans is gelegd
om beter en groter te lobbyen voor dat wat wij allemaal zo belangrijk vinden. En voor de rest denk ik -ik weet niet, Thijmen- of mijn collega ook nog wat over het financiële verhaal en het jaarverslag wil melden. Dank u. De heer Jacobse: Nou, het was niet zozeer over het financiële deel. Dat heb ik gelezen en ik heb er respect voor. Wat er gebeurt en wat u in de lucht houdt. Ik wou nog een paar woorden loslaten om ze op te schrijven. Het Goois Natuurreservaat is een kroonjuweel. Als we het over Singer hebben, of we hebben het over het Brinkhuis, dan hebben we het over stenen en dat wat mensen ervan maken. Dit is een ander soort kroonjuweel. En ik denk dat het ons respect verdient als daaraan gewerkt wordt. Het is van levensbelang voor onze gemeenschap. Met het M&F-idee waar wij hier in zitten, schoot me ineens iets anders door het hoofd. We hebben het altijd over het sociaal domein. Maar dit is eigenlijk een maatschappelijk domein. Jullie zouden eigenlijk een appel moeten doen, bijna een moreel appel, aan de inwoners van Laren, aan onze burgers, om te kijken of we daar niet op een wat onorthodoxe out of the box-achtige manier mensen kunnen vinden die mee willen dragen. Dan hoeven ze wat mij betreft geen contributie te betalen, als ze maar wel schuiven, zal ik maar zeggen. Maar misschien moet het anders heten. Of misschien moet het in communicatie anders bedacht worden.
Ik zou het wel willen dragen, met de community, eigenlijk. Meer dan nu nog het geval is. We maken er ook meer gebruik van, op het moment dat we in de corona verzeild raken. Dus dan kunnen we ook wel een beetje extra meehelpen om de tent overend te houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder, mag ik u het woord geven? De heer Calis: Zeker, voorzitter, dank u wel. Ja, ik moet u bekennen dat ik toch wel enige moeite heb met het gebruik van het woord halfhartig. De halfhartige mededeling van de wethouder. Ik zie daar toch een overtuigd zelfchagrijn van de heer Vos in. Dat hij die onderhandelingen zelf veel beter had kunnen doen. Ondanks… De heer Vos: Ongetwijfeld. De voorzitter: Mijnheer Vos. De heer Calis: Toen we dat bespraken, hebben we daar uitvoerig bij stilgestaan waarom het resultaat bereikt is dat is bereikt. 5,2 miljoen is een uittredingssom wat berekend is en overeengekomen met Amsterdam. Op basis waarvan 15 jaar de jaarlijkse bijdrage van Amsterdam voldaan kan worden. Als we kijken naar de provincie, daar liggen de onderhandelingen nog steeds stil van. Maar we verwachten uit de onderhandelingen dat dat nog een wat beter resultaat zal geven. Maar laten we het eventjes hebben over die 15 jaar. Dan hebben we dus 15 jaar de tijd om aan de ene kant erop voorbereid te zijn dat wellícht de bijdrage van de gemeente verhoogd zal moeten worden.
En aan de andere kant, wat ook al opgemerkt wordt door de heer Van Midden, om nog stevig aan fondsenwerving te doen. Zodat we ook daar GNR een betere financiële fundament kunnen geven. Dus dat is zeker aan de orde. Maar voorlopig zijn met de betaling van die uittredingsommen is dat nog niet aan de orde. De heer Grunwald die zegt: ja, wat is het dilemma tussen natuur en recreatie? Daar gaat het eigenlijk om. Er zijn campagnes geweest de laatste tijd. Misschien wil mevrouw Kos daar nog iets over zeggen. Maar: blijf op de paden, verstoor het wild niet. Andere uiting was bijvoorbeeld de maatregel om hondenuitlaatservices niet meer toe te laten. Heeft veel commotie gegeven in de pers. Maar dat is ook om de natuur tegen de mensen te beschermen. Dus het is een dilemma. Het dilemma is tussen aan de ene kant bescherming van de natuur en aan de andere kant recreatie en educatie. Misschien wilt u er iets van zeggen, mevrouw Kos. De voorzitter: Mevrouw Kos, gaat uw gang. Mevrouw Kos: Ja, dank u wel. Ik denk dat het waar is. Het is altijd een dilemma, dat zegt u ook heel goed. En in de drukte van deze tijd dan merken we dat extra. Maar het is een uitdaging die sinds 1932 ingebakken is, sinds de oprichting van het Goois Natuurreservaat. In de statuten staat namelijk dat wij de natuur in het Gooi
moeten beschermen en behouden. Maar ook aan de inwoners van het Gooi het genot van het natuurschoon moeten schenken. En betekent dat wij gewoon -je kan het een dilemma noemen, ik noem het een uitdaging; het is ook een kans- dus wij gaan daar gewoon mee door. En ja, het was een heel heftig jaar. En ja, we zijn groepen reeën kwijt. En ja, de twee mensen die bij ons een jachtvergunning hebben, hebben wekelijks, soms dagelijks, reeën die opgejaagd zijn door honden -de weg overgestoken zijn, in rasters zitten- af moeten maken. Dat is niet het allerleukste wat je doet. En ja, de paden zijn breder geworden. We werken er weer aan om ze smaller te maken. Het wordt gelukkig een beetje minder druk. We zullen op termijn misschien ook moeten gaan denken om de rustgebieden, met name bij de natuurverbindingen, waar het GNR echt uníek in is -we hebben hier de hoogste dichtheid van natuurverbindingen in heel Nederland, naast natuurlijk de grootste en de breedste natuurbrug van Europa- dat we daar iets meer rustgebieden zullen moeten creëren. De hondenmaatregel is er eentje. Dat is uitdrukkelijk niet om de hondenuitlaatservices te verbieden. Maar wel om maximaal drie honden per begeleider toe te staan. Dat gaat ook helpen. En zo zijn we met elkaar bezig, naast educatie, mensen voorlichten, bezig om die uitdaging elke dag weer te pakken.
Maar het gebied afsluiten, een hek eromheen en het beheren, dat kan iedereen. En dat willen wij niet. En dat mogen wij ook niet. De voorzitter: Mijnheer Calis, wilt u nog… De heer Calis: Ja, mevrouw Kos kan misschien ook ingaan op de financieel technische vraag van de heer Van Midden. Die zegt: klopt het dat de ambitie voor meer fondsenwerving nog niet vertaald is in bedragen in de meerjarenbegroting? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Kos: Soms is het heel moeilijk om te bedenken wat je activiteiten gaan opleveren. Als ik nu zeg: we gaan iets doen en het levert 1000 nieuwe donateurs op, dat is misschien ook niet realistisch. Maar we zijn wel plannen aan het maken. En die worden steeds concreter. Afgelopen bestuur hebben we ook met alle bestuurders gesproken over onze plannen. Want volgend jaar bestaan we 90 jaar. We hebben pas sinds een jaar echt een fondsenwerver in dienst. Dus die heeft eerst het hele bestand opgeschoond. En dat betekent ook gewoon overleden mensen eruit te halen. Want zo oud en stoffig was het. Daarna een onderzoek gedaan: wat zijn geefmotieven van mensen in het Gooi? Waarvoor zouden ze graag het GNR willen steunen? En zo zijn we het langzaam aan het oppakken. Dus we krijgen steeds meer donateurs. Opvallend is dat als we een hondenmaatregel -Dat is best streng.
We dachten: nou, wat gaat dat doen, maximaal drie honden per begeleider?- nou, het regent nieuwe donateurs. Een donkergroen profiel helpt ons. Dus we kunnen het nog niet met zekerheid zeggen, maar we hebben echt een plan voor volgend jaar. Een geïntegreerde set van activiteiten, gericht op meer profilering, meer draagvlak. Dat mensen ons beter kennen. Zich dan ook beter aan de regels houden, hoop ik. Maar ook ons gunstig gezind zijn. En donateur worden, giften geven. En op de laatste vraag -als het mag, burgemeester-: we zijn samen met het GNR, de twee wethouders en de burgemeester precies aan het kijken -dat is de vraag van de heer Jacobse- om te kijken of er niet een aantal wat meer welvarende mensen in het Gooi…, het GNR is voor iedereen. Ik herhaal nog maar eens de woorden, maar zo zitten we er zelf ook in . Maar er zijn een aantal welvarende mensen die misschien wat meer over hebben. Om te kijken hoe we een club van mecenassen kunnen op gaan richten. De heer …: U kunt zich nu al opgeven als ambassadeur. De voorzitter: Mijnheer Mol, u wou hier aan toevoegen? De heer Mol: De heer Jacobse geeft al aan dat hij een blanco cheque ter beschikking stelt. Dus dat begin is er. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede ronde? De heer Van den Berg: Misschien nog even een reactie op de vraag aan de wethouder over die kosten…