Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTE LAREN COMMISSIE M&F d.d. 25 maart 2021
1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Goedenavond dames en heren. Het is acht uur. Ik wil graag beginnen. Ik heb een afmelding van Rik Snoek, Liberaal Laren. Jan van Midden, van de VVD, wordt vervangen door mevrouw Barbara Goos. Robert Winkel heeft afgezegd. Die is een diabetes, heeft een hartinfarct in begin dit jaar gehad en durft het nog niet aan livebijeenkomst bij te wonen. Dus uit voorzorg is die, heeft die afgemeld. Nogmaals, denkt u vooral aan de coronavoorschriften? Als u opstaat mondkapje, anderhalve meter en dergelijke. Het is zo dat spreken gezien de livestream via de voorzitter, met de juiste vermeldingen van namen. Dank. In verband met beperkte aanwezigheid van ambtelijke ondersteuning kan het voorkomen dat niet elke vraag direct beantwoord en dat de portefeuillehouders die vraag meenemen. Vaststelling agenda. Heeft iemand iets, aanmerking op, wijziging op de agenda? Zo niet, dan is die vastgesteld en gaan we naar punt 2. Vaststelling lijst van adviezen en conclusie vergadering commissie M&F ten dato 10 december 2020. Heeft iemand vragen? Zo niet, dan zijn ze bij dezen geaccepteerd. Gaan we naar de mededelingen college. De heer Mol, gaat uw gang. De heer Mol: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een paar mededelingen voor de commissie.
Om te beginnen is er een bericht tot u gekomen dat het college een vast comité voor de herdenking en de viering van de festiviteiten rondom 4 en 5 mei heeft ingesteld. We vonden dat nodig omdat 75 jaar … Vorig jaar was het 75 jaar na de bevrijding en we merken toch ook dat in de samenleving steeds minder mensen natuurlijk onder ons zijn die de oorlog bewust hebben meegemaakt en die dat verhaal ook verder kunnen vertellen. Vandaar dat wij het ook goed vinden dat er een vast comité nu is met mensen vanuit de samenstelling, vanuit de samenleving, die ook de organisatie van die activiteiten op zich nemen en ook mooie bruggen weten te bouwen bijvoorbeeld naar de volgende generatie of met ondernemers en winkeliers of met de verenigingen. Dus we hebben daar een iets bredere basis voor gekozen die dat elkaar op zich kunnen nemen. Dat is echt iets anders dan wat we vorig jaar voor ogen hadden, omdat we vorig jaar echt groots de 75-jarige viering natuurlijk wilden doen. Dit is echt een vast comité met een vaste samenstelling. Misschien vindt u het nog wel aardig om even te horen wie we daarvoor benaderd hebben. Het comité is samengesteld door de vaste ceremoniemeester van de 4 en 5 mei-activiteiten. Dat is de heer Chris Bogaers en hij heeft samen met Linda Verkroost van de gemeente ook Marline Schaapherder benaderd, directeur van de basisschool Sint Jan en bestuurslid van Maggie Lekeux.
John Timmerman die actief is bij S.V. Laren 99. Michael Jonker, de manager van het Brinkhuis zit erbij en mevrouw Elize van der Werff. Dan heb ik nog de mededelingen dat morgen tot u zal komen een raadsinformatiebrief over de voortgang van de activiteiten rondom de handhaving van de overlast en de carspotters op de Brink. We hebben natuurlijk de afgelopen weken maatregelen genomen en het … U zal ongetwijfeld nieuwsgierig zijn hoe we die intern met de verschillende disciplines hebben geëvalueerd en hoe we die activiteiten de komende weken voort zullen zetten. Dan heb ik nog een derde punt. Dat is een mededeling. Die zal ik deels inleiden en dan vraag ik u, voorzitter, om even het woord te geven aan de heer Jacobse, die lid is van de klankbordgroep rondom de nota Kunst en Cultuur. Immers, vanuit het presidium is namens de commissie de vraag tot ons gekomen om in deze commissie iets te vertellen hoe het staat met de voortgang op de portefeuille Kunst en Cultuur. Nou, er zijn een hoop losse bezigheden, maar een hoofdonderwerp waar wij mee bezig zijn is nota Kunst en Cultuur, die al een heel eind was op het moment dat ik de portefeuille Kunst en Cultuur overnam van mevrouw Van Hunnik.
Afgelopen week hebben wij voor het eerst met de klankbordgroep over de nota Kunst en Cultuur vergaderd: hoe gaan we dit nu verder brengen en afronden? Het college vindt het vooral belangrijk dat wij een nota hebben die vooral ruimte geeft
aan alle initiatieven in het dorp om hun ding te kunnen doen, maar dat wij in de nota wel helder beschrijven wat wij als gemeente als extra’s willen bereiken voor doelgroepen die we wat meer in aanraking willen laten komen met kunst en cultuur en een aantal hele concrete acties benoemen met duidelijk wat de actie is, wie de actie oppakt en met welk budget. Daarbij zit … Nou, we zijn de afgelopen maanden nog een heel eind gekomen en ik verwacht eerlijk gezegd dat niet de komende cyclus, maar de cyclus daarna de nota in de commissie kan worden gebracht. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jacobse. De heer Jacobse: Dank u wel voorzitter. Op het gevaar af dat ik nou allerlei mooie culturele geheimen ga zitten verklappen, dat ga ik zeker niet doen. U krijgt de nota aangeboden en dan gaan we er step by step door heen. Wat ik wel wil zeggen is: mijn inbreng daarbij ook dat ik het belangrijk vind en gevonden heb om niet de zoveelste inventarisatie te maken van alle mooie prachtige culturele evenementen en instellingen die we hier in dit prachtige Larense dorp hebben, om dat weer eens op een rijtje te zetten. Dat was de vorige nota. Daar was een deel niet van gerealiseerd en een ander deel wel. Zo gaat dat met dingen. Je zou dus kunnen zeggen: wat maken we ons druk? Laten we het deel pakken wat nog niet gebeurd is. We poetsen het een beetje op, kiezen een andere volgorde. Klaar is Kees.
Dat is niet gebeurd. Er is een dame ingehuurd die sturing heeft gegeven aan het proces. We hebben opnieuw zijn we het dorp door geweest. We hebben de instelling en het koor, het muziekkorps, de schilders, nou, ik hoef het u niet te vertellen, die hebben we allemaal geprobeerd te spreken en input te geven op die nota. We hebben ervoor gekozen om terwijl we eigenlijk die inventarisatie dus al hadden of ik denk misschien wel uit ons hoofd kennen met zijn allen, en voor de kiezer, de blik op de toekomst te werpen. Wat zou nou Laren behoeven over een aantal jaren als we die nota uit gaan rollen? 2024 moet het zijn. Dus wat gaan we nou dit jaar insteken? Wat gaan we nou aanpakken om nou in 24 er met genoegen op terug te kijken? Nou, dat is een beetje het sluipstuk, de aanbeveling die uit die nota komt. Daar zijn best een paar bijzondere en ook wel grensoverschrijdende zaken uitgekomen. Die gaan we met u delen. Aan de andere kant zijn we natuurlijk nog steeds en blijven we trots op alles wat dit prachtige dorp op cultureel en artistiek gebied te bieden heeft. Dus dat onderstrepen we, maar dat moge duidelijk zijn. Deze nota is bedoeld om voor de komende paar jaar weer wat handvaten te hebben …Handvatten, moet ik zeggen. Te hebben om de zaken cultureel nog eens op te poetsen en openingen te maken, gelegenheid te bieden om Laren nog hoger op de lijst te krijgen.
Maar het komt naar u toe binnenkort. De voorzitter: Dank u wel. De wethouders, hebben die nog mededelingen? Niet. De heer Van der Dunnen. De heer Van der Dunnen: Ja, even in het kader van corona. Ik weet nu of u daar belangstelling voor heeft, maar de directeur GGD heeft aangeboden om in een commissie of in een raadsvergadering zeg maar u eens bij te praten over de laatste stand van zaken als u daar belangstelling voor heeft. Er is ook een mogelijkheid dat we samen met Blaricum een Webinar maken en dat we zeg maar via de elektronische weg u de informatie krijgt. Misschien dat we in het presidium daar even bij stil kunnen staan wanneer u dat zou willen of dat u überhaupt daar belangstelling voor heeft. Voor het overige, ik heb alle PO-scholen bezocht op het moment dat ze weer opengingen. We hebben ook gezorgd dat ze allemaal een taart gekregen hebben bij de opening van de scholen weer. Daar … Dat loopt op het ogenblik goed. We krijgen … Tenminste, ik heb geen signalen gekregen dat er, nou ja, zeg maar iets aan de hand is. Samen met de burgemeester hebben wij, het college, De Brink bezocht. Daar hebben we ook nog even stilgestaan bij … Er lag ergens ook nog een motie die ging over wapens en messen. Daar hebben we wel iets over afgesproken, maar niet direct om nu in de openbaarheid te zeggen, want dan vinden we ze niet meer.
Maar dat doen we wel weer als de school zeg maar volledig weer
bemand is gaan we daar wat aan doen. We hebben nog Laar & Berg nog op het programma staan om daar ook even bij langs te gaan. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stam nog. De heer Stam: Dank u wel. Mag ik het college vragen bij hun raadsinformatiebrief het college om daarboven de datum te zetten? Ook deze. Alle informatie die er is, het woord datum weg en het is ontzettend lastig. We hebben bijvoorbeeld bij R&E hadden we bij de vorige vergadering een raadsinformatiebrief. Bij dezelf… De laatste vergadering was er weer een raadsinformatiebrief over hetzelfde onderwerp. Je moest gewoon gaan kader wat het verschil was, want je kon het niet aan de … Er was geen datum op. Dat is erg lastig. Dus wilt u daar alstublieft op letten? Dan heb ik nog een mededeling. Het weekend, dit zaterdag, is er een opening van een Papageno Kunst Ommetje. Dat houdt in: Papageno heeft dus jongeren met autisme, die gaan hun werk zelf exposeren over een aantal punten in Laren. Op de website van Papageno staat het … De hele route staat uitgestippeld. Op elk punt waar wat bijzonders is, is er ook iets ‘…’ en dergelijke achtig. Het start zaterdag tot en met 30 april. Helaas heeft Papageno door allerlei drukte de communicatie een beetje in het water gevallen. Maar dan weet u in ieder geval dat het er is. O. Mevrouw …: ‘…’ mededeling. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Niekus.
Mevrouw Niekus: Dank u wel voorzitter. Ik ben te horen. Ik heb eigenlijk twee vragen. Eén is voor de burgemeester. In verband met de 4, 5 mei-commissie die samen is gesteld. Ik heb begrepen vanmorgen uit de krant heb ik het gelezen dat het een BEL-comité is. Of heb ik dat verkeerd, dus ook dat Blaricum daaraan meedoen? De voorzitter: Mijnheer Mol. De heer Mol: Mijn niet te stuiten ambitie zou zich ook wel grensoverschrijdend willen reiken om ook herdenkingen in andere gemeenten te gaan organiseren. Maar het is inderdaad een fout in de krant. Wij gaan niet vanuit Laren ook de herdenkingen in Blaricum-Eemnes organiseren. Als ze dat willen, dan zijn we daartoe bereid natuurlijk hè. Mevrouw …: Fantastisch. Dank u. Ik heb nog een andere vraag voor de heer Jacobse. Een mooie nota komt er straks aan, met veel initiatieven. We hebben hier ook de wethouder van de financiën zitten. Ik heb net gehoord dat het budget, dat dat bekeken wordt. Blijft het wel binnen het budget? Want ik heb net begrepen dat er ook een dame is ingehuurd die allerlei zaken organiseert. Maar het kan allemaal via, binnen het budget? De heer Jacobse: Ik moet u heel eerlijk zeggen … De voorzitter: De heer Jacobse. De heer Jacobse: Dank u vriendelijk. Ik moet u zeggen, die dame heeft zich meer dan waargemaakt. Nog los van de vergoeding. Ja, we hebben voortdurend contact met de heer Calis over de financiële situatie.
Ja, die is aan de schrale kant. Wij woekeren met wat we hebben, maar ik heb ook al mijn vinger opgestoken om eens een rondje te maken en links en rechts te proberen op te halen. Overigens geldt dat natuurlijk ook voor alle organisaties en clubjes die … Iedereen moet toch maar een beetje proberen zijn eigen ding te doen. Als de
gemeente dan kan helpen en als wij in een overall plan vinden en kunnen bijstaan, dan doen we dat zeker. Maar ik doe dat altijd in relatie tot de mogelijkheden van de heer Calis. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar het volgende. Heeft één van de commissieleden mededelingen? 2.
Vaststelling lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 10 december 2020
3.
Mededelingen
4.
Meldingen Portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Zo niet, dan gaan wij naar punt 4, Meldingen Portefeuillehouders Gemeenschappelijke Regelingen. Wie van de portefeuillehouders heeft daar iets te zeggen? Mijnheer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Wij hebben gemaakt recentelijk in HABELverband, de TONK-regeling. Dat is een tijdelijke overbrugging noodzakelijke kosten. Een regeling voor mensen die door de corona in de problemen komen voor wat betreft huur en hypotheken. Daar kan een beroep op worden gedaan. Ik neem aan dat morgen of overmorgen in de publiciteit komt. Dan kan iemand die denkt dat hij daarvoor in aanmerking komt kan daar dan een formulier voor invullen. Dan wordt er door de sociale dienst bekeken of dat kan. Het bedrag is niet schokkend. Mensen kunnen daar als ze daarvoor in aanmerking komen voor gedurende zes maanden 150 euro krijgen. Dus in zijn totaliteit negenhonderd euro. Het is een openeindfinanciering. De minister heeft aanvankelijk 130 miljoen beschikbaar gesteld, vervolgens 260 miljoen. Toen de gemeentes zeiden van: daar komen we niet mee uit de voeten. Wij denken op dit moment voor het bedrag wat wij als HABEL hebben gekregen en voor specifiek voor Laren hebben gekregen dat we ongeveer 95 aanvragen kunnen honoreren.
Daarna zullen we opnieuw met de minister in overleg moeten als er meer aanvragen zijn om daar aanvullende financiering op te krijgen. Het tweede ding waar wij de afgelopen periode veel tijd en aandacht aan besteed hebben, mijnheer de voorzitter, is de Tomin. De Tomin … Nou, u weet allemaal dat dat de sociale werkplaats heette vroeger. Maar in ieder geval, die doen dus nu zeg maar onderdak bieden aan WSW-mensen, mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en dergelijke. De WSWpopulatie, die vloeit langzaam maar zeker uit, want er is geen nieuwe WSW meer. Mensen komen in beschut werk of in andere soorten met langsubsidie en dergelijke. Dat houdt in dat zeg maar het bestaansrecht van de Tomin ook minder wordt. Als regiogemeentes hebben we wel uitgesproken dat we de Tomin willen behouden, maar dat we de Tomin wel omvormen tot een werkbedrijf en dan wel grosso modo voor dezelfde doelgroepen. Dan zal de uitdaging zitten in het feit dat het werkbedrijf vooral moet kijken hoe ze de mensen buiten Tomin kunnen plaatsen en niet zeg maar allemaal binnen de verpakking of het groen of een dergelijke in huis te houden. Dus daar hebben we ook de afgelopen periode veel tijd en aandacht aan besteed. Ik dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Ik heb één vraag even over de TONK. U zegt: denkt in aanmerking te komen of als ze in aanmerking komen.
Zijn daar specifieke regels voor, voordat je daar in aanmerking komt voor de TONK? De heer Den Dunnen: Ja, daar zijn … Nou heb ik dat zou niet paraat, maar daar is inderdaad een fiks aantal regels zijn er voorgesteld. Je moet een loonval hebben tussen eind vorig jaar en begin dit jaar van 35 procent. Je moet, ik dacht even uit mijn hoofd, tot honderdvijftig procent op het minimumloon zitten. Ja, dat zijn zo een beetje wel de hoofdvoorraden. Dan zijn er regels met betrekking tot inkomen en in welke mate het
inkomen binnen het gezin en dergelijke al dan niet meetelt. Ik kan u wel zorgen dat die voorwaarden zeg maar aan u, nou ja, de hele TONK-regeling naar u toe komt. De voorzitter: Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Want … Even nog een vraag inderdaad. Want mensen die daarvoor in aanmerking komen, die … Hoe weten ze dat, dat dat kan? Want ze weten die regels niet. Hoe komen ze daar dan aan? De heer Den Dunnen: Ja, we gaan dat bekend maken, zowel op de website van alle gemeentes. We gaan dat ook zeg maar actief communiceren in de krant. Het zijn over het algemeen dezelfde mensen die ook voor de Tozo in aanmerking kwamen. Nou ja, goed, de Tozo werd behandeld door in onze situatie door Hilversum. Dit wordt door de Maatschappelijke Zaken Huizen zeg maar afgehandeld. Maar we zullen daar publiciteit aan geven. De voorzitter: Dank u wel voor deze toelichting. 5. Raadsinformatiebrief d.d. 20 oktober 2020 onderhoud hertenkamp Dan gaan we over punt 5, raadsinformatiebrief van 20 oktober, onderhoud Hertenkamp. Wie mag ik daar het woord geven? Wie is het? De heer Vos, gaat uw gang. Laren Groen. De heer …: Ja, zo moet het niet. De heer Vos: Ja, maar dat lukt wel hoor. Dank u wel. Dank u wel voorzitter. Ja, ik had eigenlijk maar één vraag. Ik weet niet of ik het op schrift moet stellen of op een andere manier, maar die vraag is aan de verantwoordelijke wethouder in dit geval.
Ik heb het met belangstelling gelezen en het is ook mijn verzoek dat die hier in de commissie besproken wordt. Die vraag luidt eigenlijk heel simpel. U mag er ook even over nadenken hoor. In welke behoefte voorziet de Hertenkamp en welke toegevoegde waarde denkt u dat de Hertenkamp vormt voor Laren? De voorzitter: De heer Stam, wilt u meteen antwoorden of wilt u even bedanktijd? De heer Stan: Nou ja, ik wil wel proberen ons op te geven, maar het is een vraag die me wat overvalt natuurlijk, want wij … Ik heb op de agenda gekregen en gevraagd hier aanwezig te zijn om een vraag te beantwoorden over de door mij aan de raad gestuurde informatiebrief. De vraag in hoeverre het van belang is om een Hertenkamp te hebben, ja, dat is een vraag die misschien de raad zelf aan zichzelf zou moeten stellen. Ik heb te maken met het feit dat er een Hertenkamp is en dat ik op dit moment op geen enkele manier ligt op de kant van mijnheer Vos, maar in het algemeen geen enkel signaal heb dat dat, die behoefte niet zou bestaan. Vanuit het college is er dus op dit moment ook geen behoefte om daar nou uitgebreid over na te denken. Dus ik denk, ja, als u denkt dat dat een onderwerp van gesprek moet zijn, dan is het misschien verstandig om daar in de raad schriftelijke vragen over te stellen en ons daarop te bevragen.
De heer Vos: Mag ik daarop reageren, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Vos: Ja. Ja, ik begrijp dat ik me, dat ik u overval hoor, met deze vraag. Maar soms is het weleens handig om de waaromvraag te stellen en te zoeken naar de achterliggende motivatie. Ik begrijp uw reactie
hoor en ik zou denk ik waarschijnlijk in uw positie precies hetzelfde gedaan hebben en hem terugspelen naar de raad. Maar aangezien u verantwoordelijk bent voor de uitvoering, kan ik me ook voorstellen dat u zich soms weleens afvraagt: joh, waar ben ik nou eigenlijk mee bezig en zich afvraagt wat de meerwaarde is wat we willen. Want ik neem aan dat de hier aanwezigen ook een raadsinformatiebrief gelezen hebben. Ik hoop van harte, maar mijn ervaring van gisteravond leert mij anders, dat je soms weleens vragen wilt stellen. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Ja, ik ben het … Op zichzelf is het natuurlijk … Het is een socratische vraag om vraag, socratisch onderwerp om vragen te stellen. Dat is natuurlijk zeker waar. Maar er zijn veel vragen te stellen. Ja, waarom gaan we dood? Waarom hebben we klinkers op … Nee, maar, ik bedoel, dat zijn filosofische vragen waar je in het algemeen vind ik het college … Kijk, de raad is degene die uiteindelijk vind ik als ik er zo even spontaan op reageer iets van zou moeten zeggen. Tot nog toe heeft mij op geen enkele manier ooit het bericht bereikt of een signaal bereikt dat de raad op de één of andere manier vindt dat het Hertenkamp er niet meer zou moeten zijn.
Als u meent dat dat in discussie moet komen, dan kan ik u niets anders aanraden in de politie zin: dien een motie in en vraag de raad om daar een antwoord op te geven, om eens een stelling over in te nemen. Want ik denk: het college die vraag stellen, is denk ik toch niet helemaal terecht. Ik denk dat je die vraag aan de raad moet stellen, aan de gemeenschap. Als de gemeenschap … Als de raad in dit geval als vertegenwoordiger van de gemeenschap zegt: het moet weg, dan zijn wij uitvoerder van de bevelen van de raad. Als de raad zegt tegen mij: natuurlijk moet hij blijven, dan ga ik het Hertenkamp netjes onderhouden en zorgen dat het goed gaat. Dus ik … In die zin denk ik dat ik niet flauw doe door die vraag ter debat terug te kaatsen, maar ik zou je dat politieke antwoord toch willen geven dan. Dien een motie in en vraag de raad wat ze ervan vinden. De heer Vos: Maar mag ik daar opnieuw reageren, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Natuurlijk. Gaat uw gang, mijnheer Vos. De heer Vos: Ja. Ik vind het mooi dat u het een socratisch gesprek noemt, want in die zin is het natuurlijk ook wel een klein beetje bedoeld. Ik heb een aantal maanden geleden dezelfde vraag wel gesteld in de raad. Toen werd daar enig schamper op gereageerd en in die zin is het dus niet voor de eerste keer dat ik het hier ter derde breng, dit onderwerp.
Maar het lijkt mij ook dat … Dat is dan weer even het vervolg van het socratisch gesprek, dat als uitvoerende, dat je je soms ook afvraagt: wat is nou de meerwaarde hiervan? Dat was ook puur gezegd mijn vraag. Mijnheer Calis, die heeft daar vast en zeker een reactie op, want die schudt al. Maar het is natuurlijk … Ik ga het niet over leven en dood hebben. Misschien wel over leven en dood en levenslange gevangenisstraf voor een aantal onschuldige dieren. Daar gaat het hier namelijk om. Ik kan niks anders zeggen dan dat ik, dan datgene wat ik heb gezegd en ik wou het daar als u het goedvindt, mijnheer Vos en mijnheer de voorzitter, maar bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Als de heer Vos inderdaad het in de raad wil hebben, dan zal hij dat via een motie buiten de orde of buiten de agenda om moeten doen. Dan kan dit in de raad bediscussieerd worden, dan wel schriftelijke vragen die u dan van het college krijgt. Maar als u het van de raad wil hebben, dan kan het niet anders in mijn ogen dan via een motie. Ja. Mag ik dit onderwerp nu afsluiten? De heer De Jong: Nee, nee. De heer van boven. De voorzitter: O, sorry. Ja, dat kan ik niet zien. Sorry.
De heer De Jong: Ja. De voorzitter: Neem me niet kwalijk. Ik verwachtte geen ‘…’ gesprek van boven. De heer De Jong: Ja. Nee, nee, nee. Dat begrijp ik. Maar ja, wij … Wij zijn … De voorzitter: Maar de heer De Jong, gaat uw gang. De heer De Jong: Wij zijn ook een partij van de hertjes. Ja, wij denken dat dat Hertenkamp hoort bij een dorp als Laren, dat dat heel veel genoegen schept voor heel veel mensen en dat het duidelijk voorziet in een behoefte en als dat gewoon goed beheerd wordt, dat dat dan gewoon moet blijven en dat we daar nog jarenlang van kunnen genieten. We hebben vorige keer al uitgebreid daarover gesproken. Ik had nog drie bullits die ik nog even wil noemen die wij belangrijk vinden voor zeker ook dit jaar. We hebben nu in de winter gezien dat het heel koud geweest is, dus wij willen verzoeken echt om een goede beschutte plek voor de dieren in de winter. In de zomer, die steeds warmer worden, zou er eigenlijk ook nog een afdak moeten komen waaronder die dieren gewoon de koelte kunnen zoeken en het goed dagelijks bijvullen van vers water stellen wij zeer op prijs. Hier wil ik het bij houden. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar punt zes van de agenda. O, pardon. Mijnheer Jacobse. De heer Jacobse: Ik had ze bijna ingeslikt, maar als we er dan toch even over praten, dan doe ik ook nog mee.
Ik vroeg mij af … Ik heb twee vragen, technische vraag en een ludieke. De technische vraag is: waarom kiezen wij niet voor een dierenarts of een veearts uit de BEL? Waarom moet dat uit Nijkerk, Hoevelaken, Bunschoten, Hooglanderveen komen? Dat is één. Dat is een keus. Ik neem aan dat daar goed naar gekeken is. De tweede vraag is wat ludieker. Als ik nou naar de bedragen onder de streep kijk, dan denk ik: zou het nou niet mogelijk zijn om iets inventiefs te bedenken waarbij er een programma voor de scholen wordt bedacht, een team van vrijwilligers optreedt, de Partij voor de Dieren zich inzet, de scouting een rol speelt? Ik snap allemaal dat het wel een hoop gedoe is, anders dan, maar het scheelt mooi 35.000 euro. Is daarover nagedacht? Is er überhaupt gedacht om langs de scholen te gaan en te kijken of die willen helpen om die dieren te verzorgen? De heer ...: Voorzitter, een vraag. Het begint nu toch bijna een commissiebehandeling te worden. De voorzitter: Het is een agendapunt. De heer …: Dat is nou precies de bedoeling. De heer …: Ja, maar de wethouder, die zegt net dat hij de beantwoording heeft gegeven. Maar wat is precies de bedoeling nu, dat we hier wel over gaan praten echt inhoudelijk? De voorzitter: Ik denk dat we het als we het breder kijken moeten, dit punt, dat we dat via de motie in de raad moeten doen.
De heer …: Nou ja, kijk … De voorzitter: Nu is … De heer …: De vraagstelling van de voorzitter van de heer Vos … Nou ja, dat is een vraag. Die is beantwoord, maar nu gaat mijnheer Jacobse erop in en ongetwijfeld wordt er zo meteen iets gezegd en denk ik van: nou,
nou vind ik er ook iets van, maar voordat we zo meteen op drift raken met zijn allen. Het is een vraag hoor. Als u zegt: het mag, dan vind ik het goed, maar dan dat we weten met zijn allen wat we aan het doen zijn. De voorzitter: Ik zou het naar de raad doen. Mijn voorkeur is naar de raad. Uitstekend. Mijnheer Vos. De heer …: Zou ik toch nog iets mogen vragen aan de heer Jacobse? De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer …: Ja. Meent u in gemoede dat u de Partij voor de Dieren wil vragen om hierin te participeren? Dat kunt u toch niet werkelijk menen hè. De heer Jacobse: Nee, ik meen het ook niet, maar het was … De heer …: O, gelukkig. De heer Jacobse: Het was één van de mogelijkheden die zo in de gauwigheid bij me opkwam. De voorzitter: Goed. De heer …: Oké. Nee, dan is het ondoordacht, zal ik maar even zeggen. 6.
Stavaza kunst en cultuur De voorzitter: Goed, gaan we naar punt 6, portefeuillehouder. Heeft u nog iets toe te voegen op kunst en cultuur? U heeft het al bij de mededelingen gedaan. De heer …: Voorzitter, ik ben zo vrij geweest daar het agendapunt mededelingen voor te gebruiken. De voorzitter: Dank u wel. De heer …: Ik heb ook begrepen van de vragensteller dat dat het onderwerp was waar de vraag betrekking op had.
7.
Raadsvoorstellen: De voorzitter: Dan gaan we naar de raadsvoorstellen. 7.1 Financiële zelfredzaamheid Huishoudelijke Hulp De voorzitter: Financiële zelfredzaamheid Huishoudelijke Hulp. Voorstel: de verordening te wijzigen zoals weergegeven in het concept raadsbesluit. De heer Stam verlaat … De heer Stam verlaat de vergadering. Sorry. Wie van de partijen … Dan wil ik nog even een rondje maken. Larens Behoud. Nou, de heer heeft er geen behoefte aan. Heb ik al gevraagd. Heeft het al meer dan eens toegelicht. Heeft u nog vragen? De heer …: Ik heb geen vragen. Wij sluiten ons aan bij het verhaal van de wethouder. De voorzitter: De heer Vos.
De heer Vos: Neem me niet kwalijk. U heeft het nu over punt 6 of over punt 7? De voorzitter: 7.1, bij de raadsvoorstellen. De heer Vos: O, ja. Daar hebben we weldegelijk een vraag over. De voorzitter: Ja. De heer Vos: O, of ik hem ook wil stellen? De voorzitter: Dat vraag ik, ja. De heer Vos: Oké. Ja, ja, ja. Ja. Ja, ik heb daar inderdaad wel een vraag over. Kijk, ik … Ik begrijp de strekking van het verhaal. Ik begrijp ook dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Dat begrijp ik ook en dat we erop willen sturen dat we met beperkte middelen verstandig aanwenden. Dat begrijp ik ook. Maar mijn vraag is eigenlijk heel simpel. Er zijn natuurlijk ook mensen die zijn misschien: hebben wel een portemonnee en een goede portemonnee, maar ik ben niet voldoende ingevoerd in die zaken. Is er voor mensen met een gevulde portemonnee … Daar maak ik me toch wel een beetje zorgen om dan, een mogelijkheid om een beroep te doen op andere voorzieningen waar ze zelf bij kunnen dragen? Want dat is natuurlijk los van de financiële capaciteiten die mensen hebben. Want dat … Ik ken de markt in die zin niet en u volgens mij veel beter. Dus dat is mijn vraag. De voorzitter: Goed. Ik wou eerst het rondje doen gezien het onderwerp en dan … De heer Grunwald van D66. De heer Grunwald: Ja, dank u wel voorzitter.
Allereerst … Nou ja, het lijkt ons een positieve stap in een goede richting om een inkomensgoed bij toekenning van vergoeding huishoudelijke hulp in te voeren. In het stuk is wel sprake van een mininkomen. Dat is, ja, een vrij vaag begrip. Dus ik wilde allereerst vragen van: wat wordt dan onder een mininkomen begrepen? Dan gaat het om die groep die daar eigenlijk veel gebruik van maakt en waarvan verondersteld wordt dat ze die hulp eigenlijk niet zelf nodig hebben omdat ze het eigenlijk wel zelf zouden kunnen betalen. Tweede is dat er voorgesteld wordt, nou, dat een inkomen boven de norm van anderhalf keer het minimuminkomen, dat je daarboven eigenlijk dan geen tegemoetkoming meer krijgt, daaronder wel. De vraag is: nou, over wat voor een bedrag hebben we het dan als het gaat over anderhalf keer het minimumloon? De vraag is: nou ja, als je nou modaal, een modaal inkomen hebt, dan zit je daar dus duidelijk boven. Maar het is natuurlijk wel een goed voor wie het leven ook geen vetpot is. Dus eigenlijk is de vraag van: nou ja, knijpen we dan niet een wezenlijk deel van de Laarse bevolking een beetje af, als we de norm op anderhalf keer het minimumloon stellen? Zou dat niet iets ruimer moeten zijn, zoals bijvoorbeeld twee keer? Want dan kom je toch wat meer in de richting waar het begint dat mensen wellicht inderdaad daar ook zelf iets aan kunnen bijdragen.
Dit is ook … Ja, en nou ja goed, dat heeft uiteraard als je dat zou doen, heeft dat consequenties natuurlijk voor de opbrengst, voor de bezuiniging. U kunt u tegen die achtergrond ongeveer schetsen of zowat dat dan zou betekenen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong, Liberaal Laren. De heer De Jong: Ja, wij … Het voorstel hebben we natuurlijk heel goed doorgenomen en … De heer …: Voorzitter.
De heer De Jong: Zijn het niet eens met dit voorstel. Die honderdvijftig procent draagkrachtnorm die hierin gesteld wordt is niet wettelijk. Dus het is nu niet toegestaan, want het gaat in tegen Rijksbeleid, dus waar wij ons aan te houden hebben en om als gemeente nu een proefproces te gaan uitlokken en daar allerlei kosten voor te gaan maken, ja, daar hebben wij hele grote moeite mee en zijn we ook niet mee akkoord. Dan hebben we ook het punt dat er mensen die net boven die honderdvijftig procent zitten, dat daar toch nog mogelijkheden zijn dat er een toch een behoorlijk veel grotere groep in de problemen komt door het opheffen van het amendementstarief, omdat ze misschien meerdere dingen ook hebben. Ja, dat vinden wij ook niet wenselijk, zeker niet voor die groep. Dan hebben wij nog een tweetal vragen. De ene vraag is: de afgelopen twee jaar, hoeveel deelnemers zijn er geweest aan deze regeling? Hoeveel heeft het amendementstarief de afgelopen twee jaar gekost? Want dan hebben we ... Ja, dan kunnen we kijken waar het over gaat en wat de hoeveelheden zijn. Misschien komt het niet voor, misschien komt het heel veel voor. Maar ja, we hebben nu geen beeld van hoe het hier in Laren toegaat op dit gebied. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Berg, CDA. De heer Van der Berg: Ja, voorzitter. Dank u wel.
Aansluitend wat onze collega op de eerste verdieping net mee halverwege mee begon, wil ik eigenlijk mee beginnen dat wij de indruk krijgen dat dit door die bezuiniging waar wij voor staan en de lastigheden, dat wij eigenlijk toch een beetje hapsnap er nu doorheen gaan met die inkomenstoets, terwijl naar ons idee inkomenspolitiek een Rijksaangelegenheid is. Maar ook niet onbelangrijk is dat wij inderdaad aan de Rijksbeginselen aan het tornen zijn, dus misschien wel een tweedeling gaan veroorzaken. Het is wat gemakkelijk misschien voor het CDA, maar de toeslagenproblematiek speelt nog. Waar gaan wij ons heen begeven als wij hier menen als klein dorpje het voortouw moeten gaan nemen? Wat we ook nog denken, maar dat is een situatie die ik nog niet weet, maar die we wel ons voor kunnen stellen, is dat er toch ook wel een soort lijstjes gaan komen van mensen die hopeloos dan wel welvarend zijn en dat er weleens ambtelijke molens dan toch daar naar aanleiding van gaan werken. Nou, dit zijn even een paar voorbeelden waarom wij denken dat dit niet de weg is die we op moeten gaan. Maar we hebben eigenlijk ook wel een paar vragen, want die sluiten hier dan op aan.
Dat is: hoe denkt de wethouder dit weer te gaan organiseren, inderdaad, juridische kanttekeningen erbij te maken? Hoe gaan we toetsen? Waar gaan we op toetsen? We leven in coronatijd en we hebben veel ZZP’ers in Laren, dus je inkomen kan goed zijn, je inkomen kan slecht zijn. We hebben gisterenavond overigens gehoord van een landgoedeigenaar dat als je rijk bent en je koopt een landgoed, dan eindig je veelal arm. Dus het is de buitenkant waar je tegenaan kijkt. Vele grote huizen zullen niet alleen maar heel veel geld op de bank hebben staan, zeker niet in deze tijd. Dus hoe ga je dat nu allemaal met elkaar organiseren? Wij vragen ons werkelijk af hoe de wethouder dat denkt te gaan opstarten. Die vraag is al gesteld door meerderen: wat gaat ons dat dan opleveren? Nou ja, en tegen het wettelijke in te gaan, dat is toch ook wel een belangrijk punt, want daar zullen we ook rechtszaken mee op onze hals halen. Hoe gaat dat dan allemaal gedekt worden? Nou, dat zijn een paar korte vragen rondom dit eerste onderwerp in deze termijn, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Dank u wel voorzitter. Mijn bril opzetten hoor. Ik ben erg op de leeftijd. Dit onderwerp hebben we doorgeschoven van de vorige vergadering naar deze.
Het is eigenlijk een beetje uit het hele sociaal domein naar voren gehaald, want we hebben straks natuurlijk toch de bespreking over het sociaal domein. Dit gaat echt puur alleen over de huishoudelijke hulp. Door de vele aanvragen van de huishoudelijke hulp ondersteuning nemen de tekorten in het sociale domein steeds meer toe. De VVD wil graag dat de gelden voor de Wmo-ondersteuning gaat naar de mensen die het echt nodig hebben. Nu blijkt dat de aanvragen voor
huishoudelijke hulp gestegen zijn bij de inwoners met een midden en hoge inkomen. Dat is toch niet de doelgroep die de VVD voor ogen heeft om met ondersteuning om de huishoudelijke ondersteuning via het negentien euro abonnement onder ogen … Nou ja, oké. Die zin klopt niet helemaal, maar ik ga verder. Het college doet nu een voorstel voor wijziging in de beoordeling van toekenning huishoudelijke hulp ondersteuning, zodat de voorziening bij de mensen terechtkomt die het echt nodig hebben en zelf niet beschikken over deze middelen. Dit is een goed uitgangspunt, de toetsingsdraagkrachtnorm. Dat geldt in dit geval alleen eerst voor de nieuwe gevallen. Als u straks kijkt in het sociaal domein, dan zie je dat de huishoudelijke normkader is ingevoerd. Als u dat dan goed leest, dan zie je in huishoudelijke normkader dat bijvoorbeeld de radiatoren twee keer per jaar schoongemaakt moeten worden of dat de lamellen twee à drie keer per jaar schoongemaakt moeten worden. Dan denk ik: ja, ik zelf als gezond iemand zonder CIZ doe dat niet eens, dus hoezo moeten mensen die wel een CIZ-indicatie hebben dat van het gemeenschappelijke geld hebben? Nu vindt er ook een soort financiële toetsing plaats. Want één, hoe is het nu te zien dat de middenen hoge inkomens meer gebruikmaken van huishoudelijke hulp.
Twee, willen we heel graag weten bij de toetsingsdraagkracht: hoe wordt dit vormgegeven? Er staat via bankafschriften. Je hebt belastbaar inkomen uit definitieve belastingaanslagen en er zijn mensen die geen aangifte doen omdat ze gelijk met een loonheffing al een eindheffing hebben. Graag willen we daar een toelichting over. VVD ziet graag dat inwoners met een bijstand en de inwoners met alleen een AOW en een CIZ-indicatie voor huishoudelijke hulp in aanmerking komen. Tevens wil de VVD dat het abonnementsgeld van negentien euro losgelaten wordt, zodat er meer met de leefsituatie rekening gehouden kan worden voor mensen met een laag inkomen en die afhankelijk zijn van de bijvoorbeeld de Voedselbank. Als je dan negentien euro per maand voor alleen huishoudelijke hulp elke maand moet betalen, is dat voor die doelgroep een heel hoog bedrag. Dat even dit op dit moment. Dan heb ik inderdaad ook voor de tweede ronde, maar dat wil ik eigenlijk nu gelijk doen … Ik heb wel een motie klaarliggen ook om de wethouder te ondersteunen om inderdaad landelijk te proberen om de negentien euro abonnementsgeld weg te halen. Ik wil de wethouder vragen of … Die zegt: ik ondersteun die motie of u zegt van: laat maar, want we zijn er al heel druk mee bezig en we hebben die ondersteuning niet direct nodig. De voorzitter: Portefeuillehouder Dunnen, u heeft een aantal vragen.
De heer Den Dunnen: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Ik probeer ze even langs te lopen en ik probeer ook even mijn ambtelijke bijstand erbij te houden. Want ik heb wel meegeluisterd en ik heb daar op een aantal vragen antwoord gegeven. Is er wel voldoende huishoudelijke hulp aanwezig? Het antwoord daarop is: ja. Er is ook één van de voorwaarden in de regeling dat mocht het niet voor handen zijn, dan is dat een uitzondering die we daarop toepassen. Maar als u nu zou Googelen op huishoudelijke hulp Het Gooi, dan vindt u daar verschillende aanbiedingen. In de regeling staat dus ook inderdaad dat dat voor handen moet zijn. Het minimuminkomen waarover gesproken wordt is rond honderdvijftig procent van het minimumloon. Moet ik even zelf ook even zoeken, voordat ik verkeerde dingen zeg. Voor 21 jaar en ouder. Dat werkt uit op ongeveer zeg maar 3600 … 36.500 is het modaal minimumloon en dan anderhalf maal het minimumloon, dan kom je op 32.750 per jaar. Er zit in het geheel … Even kijken. Dan hebben we dus de stapeling. Het is inderdaad zo dat het Rijksbeleid zegt van: ja, u mag geen inkomensbeleid voeren als lagere overheid. Wij hebben dat via verschillende kanalen geprobeerd om het Rijk op andere gedachten te brengen. Dat is niet gelukt.
Toen heeft de VNG in november vorig jaar gevraagd aan gemeenten: zouden jullie eens, ja, zeg maar willen proberen of er een juridische uitspraak kan komen? Niet alleen over deze zeg maar inkomenstoets, maar ook eventueel over het nieuwe normenkader wat er is neergezet. Nou, wij hebben daar als gemeente Laren … Althans ik heb dat zo overgenomen. Als gemeente Laren van gezegd van: nou, dat … Daar willen we wel aan meewerken en wij zullen daar dan alles voor in het werk stellen. De VNG heeft ook aangeboden ons te ondersteunen bij dat
proefproces. Ik denk ook dat degene waar het proefproces mee gaat lopen, dat we daar ook zeg maar moeten voor zorgen dat die cliënt ook voldoende ondersteund wordt. Het is nu zo dat elke cliënt die komt voor een keukentafelgesprek, zoals dat heet, die krijgt een brief toegezonden en dat die zich bij een dergelijk gesprek kan vergezellen van een deskundige organisatie. Meestal dat is dat in onze gevallen de organisatie MEE. MEE geeft dan een deskundige mee die dan bij die gesprekken aanwezig is. Als er een besluit genomen wordt en het zeg maar de aanvraag wordt afgewezen, dan in diezelfde brief, daar staat ook altijd precies in hoe dat je bezwaar kan maken tegen die afwijzing en hoe dat het traject dan verder gaat. De aantallen in huishoudelijke hulp in Laren waren eind 2017 waren dat er 153 en in 2018 waren dat er 151. Dat is aan kosten in 18, 2018, waren we 435.860 euro kwijt en in 19, 2019, waren we 509.000 euro kwijt. In 2020 weten we het nog niet. De toetsing vindt plaats als inkomenstoets. De inkomenstoets, daar wordt dus inderdaad gevraagd om dan de bankafschriften te overleggen en eventueel het belastbaar loon zichtbaar te maken. Dat zijn dan de elementen. Dat zijn overigens ook wel bij bijstandsuitkering en dergelijke, zijn dat normale vragen, onderwijs te overleggen van wat het inkomen is en wat voor inkomen je zeg maar op dat moment hebt.
Mevrouw Niekus, u ging nog even in over het normenkader. Er was een oud normen dat gebaseerd was op het CIZ. Dat was … Eigenlijk ging dat ervan uit dat het schoonmaken van een aanleunwoning bij een zorginstelling. Die normen waren eigenlijk wel vrij hoog. Toen heeft KPMG op verzoek van de gemeente hebben die een nieuw normenkader opgesteld. Dat normenkader wordt nu overal in Nederland daarvoor gebruikt. Dat geeft op zich al een besparing, want het blijkt dat er met het nieuwe normenkader toch al een reductie van het aantal schoonmaakuren plaatsvindt. De draagkracht heb ik net gezegd hoe we dat doen. Dat moeten de mensen zelf overleggen en daar wordt naar gevraagd. Dan wordt er ook gekeken of mensen ook nog andere zorgkosten hebben. Als dat het geval is, dan die stapeling waar in het verleden steeds over gesproken werd, die komt bij dat draagkrachtonderzoek komt die stapeling naar voren. Dan wordt er gekeken van: oké, wat hebben we nog meer? Zorgkosten. Hebt u daar ook nog eigen bijdrage bij? Is dat inderdaad tot stapeling leidt, dan wordt de hardheidsclausule toegepast en ja, dan is dat de manier waarop dat getoetst wordt. Het is inderdaad … Ja, is het nou een bezuinigingsmaatregel of is het een verschuiving? Ik zou het zelf niet direct als een bezuinigingsmaatregel willen typeren.
Ik zou het meer een verschuiving als zodanig willen noemen, zodat degenen die zeg maar hun reguliere huishoudelijke hulp hebben afgewezen of zeg maar bedankt omdat ze via de gemeente voor negentien euro in de maand een huishoudelijke hulp krijgen, om die mensen eruit te filteren en zodoende, ja, zeg maar het beperkte budget wat we nog hebben te gebruiken voor die mensen die het nodig hebben. Dat is eigenlijk het hoofddoel van de hele regeling. Ja, hoe het verder afloopt, dat is natuurlijk voor ons ook afwachten. We hebben wel gezegd van: er zijn twee consulenten zijn er nu opgeleid om dit specifiek zo te behandelen. Er is een vragenformulier wat met de cliënt wordt doorgenomen wat juridisch getoetst is op voorhand al. Die vragen moeten op de juiste manier beantwoord worden, zodat we daarin geen procedurefouten maken. Ook het eindverslag wat gemaakt zal worden en het verslag wat naar een betreffende cliënt toegestuurd wordt waarin dan eventueel sprake is van de afwijzing, ook dat wordt juridisch getoetst voordat dat de deur uitgaat. In de tussentijd hebben wij een hoop gesprekken met de VNG. Ook morgen hebben we weer een gesprek met de wethouders Jeugd van 42 gemeenten in Nederland. Ook dan komt weer aan de orde, de financiering van jeugdzorg in zijn totaliteit.
Want zoals je weet, heeft een rapport aangetoond dat wij 1,7 miljard euro te kort komen op de jeugdzorg in heel Nederland. Daar is hele lange tijd is daar gesteggel over geweest of dat bedrag wel het juiste bedrag was. Dat bedrag is uiteindelijk erkend. Er heeft een kleine betaling plaatsgevonden van driehonderd euro. Het laatste overleg was zo dat de ambtenaren teruggingen naar het ministerie en zeiden: we gaan met een positief advies naar de minister toe om voor u die 1,4 miljoen die daarna nog over is, nou ja, te vragen … Of ja, 1,4 miljard. Daar heeft de minister, nou ja, zeg maar hoogstpersoonlijk een streep doorgezet en die heeft gezegd van: ja, in deze tijd van démissionair kabinet gaan we een dergelijke toezegging over een dergelijk bedrag naar gemeenten niet doen, wat geleid heeft tot de nodige irritatie natuurlijk bij de VNG. De VNG heeft nu gezegd van: daar gaan wij nu
arbitrage instellen en dan gaan we kijken of via een arbiter een uitspraak gekregen kan worden. Dus dat geeft wel aan dat alle gemeenten zitten in de financiële problemen, met name in de jeugdzorg. Er wordt van alle kanten wordt er gedrukt en ook met de steun van de Vereniging Nederlandse Gemeenten wordt er gedrukt. Maar tot heden moeten de gemeenten het allemaal zelf oplossen. Dat waren mijn antwoorden. O, de motie. Ja, het spreekt voor zich al. Ik … Morgen heb ik weer overleg met de andere landelijke collega’s. De motie zou ik denk wel een stuk ondersteuning geven. Dus wat mij betreft kunt u die indienen. Maar het is niet zo dat we er op dit moment al niks aan doen. Mevrouw …: Ja, dank u voorzitter. Sorry dat ik even inval. Ik wil de wethouder bedanken voor dit uitgebreide antwoord. Ik ga de motie invoeren puur als ondersteuning voor u dat de raad inderdaad achter u staat om die ondersteuning te geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede ronde? Ja. Dan gaan we hetzelfde rondje bij dit punt. De heer Jacobse van Larens Behoud. De heer Jacobse: Ik was het eigenlijk niet van plan, maar ik wil de nadruk nog leggen op twee woorden die ik in de stukken terugvond. Zorgvuldigheid en maatwerk.
Ik wil op geen enkele manier dat we in de gemeente Laren waar we dat soort zaken hoog in het vaandel hebben ook maar half te schijn wekken dat we daar een beetje de hand mee lichten. Integendeel, ik vertrouw de wethouder in zijn opzet. Ik dank hem voor zijn transparantie daarin. Lukt het wel, lukt het wel. Lukt het niet, lukt het niet. Maar voorlopig hebben we het over een half miljoen gulden of een half miljoen euro eventjes. Kijk, we kunnen elke keer wel roepen van: ja, maar, dat kan niet of we moeten iets zus of we kunnen niet zo. Het is allemaal tot je dienst, maar dat idiote bedrag wat we gewoon te kort komen, dat krijgen we er niet mee terug. Dus ik … Ik blijf eigenlijk erbij dat we dit ook een goed voorstel vinden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos. Geen vraag. De heer Grunwald. De heer Grunwald: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik mistte in de beantwoording van de vragen door de wethouder even de vraag, het antwoord op mijn vraag van: wat zijn dan de mininkomens? Wat moet ik me daarbij voorstellen? Want die worden hier geadviseerd als degenen die eigenlijk op grote schaal gebruikmaken van het abonnementstarief of in deze. Dat is natuurlijk ook het doel, om die groep in te perken. Maar welke groep is dat dan? Wat is dan een mininkomen in inkomenscijfers? Dat was nog een vraagje.
Ik wilde graag nog mijn betoog nog aanvullen: ja, als je dus een inkomenstoets doet, dan moet je dat ook weer zorgvuldig doen, zodat we niet op een makkelijke manier aan meren gericht kan worden, dus en fraude in de hand gespeeld wordt. Dus mijn suggestie is om dan aan het loonstrookje wellicht ook nog een inkomensverklaring van belastingen aan toe te voegen. Want dat geeft wat meer zekerheid op het geheel en dus ook meteen meer duidelijkheid in het toekennen of afwijzen van ondersteuning in deze. Voor het overige, ja, sluit ik me toch aan bij de woorden van de heer Jacobse in die zin dat we zien dus gewoon oplopende tekorten, dus we moeten iets. Dan denk ik is het dus een kwestie van herverdelen, namelijk het geld wat we hebben dusdanig herverdelen dat het bij degene terechtkomen die daar het meest behoefte aan hebben. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Jong, Liberaal Laren. De heer De Jong: Nee, dank u. De heer Van der Berg: Ja.
De voorzitter: De heer Van der Berg, CDA. De heer Van der Berg: Ik begrijp dat de wethouder via de mail antwoorden van een ambtenaar krijgt die ergens mee zit te luisteren, dus ik vergeef hem dat het rekensommetje wat ergens in het begin van zijn beantwoording werd gebruikt, dat kon ik niet helemaal volgen, of helemaal niet zelfs. Maar de heer Jacobse noemde net ook weer een bedrag van vijf ton, wat mij niet duidelijk is of in ieder geval in deze ronde niet, nog niet helder is: wat gaan we nou wel bezuinigen? Want we hebben het over te veel geld. U zegt van: nou, ik wil wel eigenlijk niet over bezuinigen spreken, maar over herverdelen. Dat zeggen anderen ook wel weer. Maar aan de andere kant hebben we het over een fors oplopende som geld. Ik kon niet zo gauw meeschrijven, maar ik dacht van … Voor 2020 weten we het niet, maar als ik het goed opgeschreven heb voor 2019 ging het om 509.000 euro. Maar stel nou eens dat daar dertig procent van, nou ja, onterecht of minder had niet eigenlijk hoeven toegekend te worden, dan besparen we dus anderhalve ton. Maar welk niveau wilt u terug? Naar een niveau van 2016, 17, 15? Hoeveel mensen … Om hoeveel mensen gaan we dan terug? Want ik heb net ook al opgeschreven … Ik moet even goed spieken. Ik meen dat wij rond de tweehonderd mensen dan erin hebben zitten.
Kunt u daar nog iets over dat soort aantallen iets zeggen en ook bedragen zeggen waar u aan denkt wat we hiermee toch gaan bezuinigen? Want als we het gaan herverdelen, dan hoeven we het niet te hebben over het totale bedrag. Het gaat toch wel om de kostenpost die zwaar op ons drukt. Dat zou ik graag nog wel van de wethouder beantwoordt willen zien krijgen en toch ook nog wel de laatste vraag … Misschien heb ik hem in de eerste termijn niet duidelijk gesteld. Het leven kan ril zijn, dus je kan op het ene moment een baan hebben en dan op het andere moment niet. Uitgaves die je moet doen zullen ook niet allemaal op één moment komen, maar misschien verspreid of juist allemaal wel op één moment. Het is een vorm van gedetailleerdheid en hoe kijkt de wethouder daartegenaan als iemand op het moment van toetsen nog een baan heeft, maar een half jaar later niet, dan mag die dezelfde sessie weer doorlopen. Op die vraag zou ik graag nog een antwoord willen hebben, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel de heer Van … VVD. Mevrouw …: Kijk, ja, hij doet het. Dank u wel mijnheer de voorzitter. Ik heb eigenlijk één vraag en dat is meer een verduidelijkingsvraag. Want er staat in dat de nieuwe inkomenstoets, nieuwe drempel, dat die geldt voor de nieuwe gevallen. Maar je ziet ook vaak dat er voor toeslagen of tegemoetkomingen dat er elk jaar opnieuw bekeken wordt.
We zouden eigenlijk pleiten om het verschil tussen oud en nieuw zo klein mogelijk te houden om te kijken of dat een optie is of in ieder geval een impactanalyse te maken met betrekking tot oude gevallen als we hierop overgaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, om met die laatste vraag te beginnen: je kan niet terug toetsen. Dus degenen die dus huishoudelijke hulp hebben, die hebben dat op dit moment en die houden dat ook. Als die zeg maar opnieuw getoetst worden, dan is dat hooguit via het normenkader, maar niet zeg maar dan opnieuw een inkomenstoets. De inkomenstoets geldt alleen voor nieuwe gevallen en kan ook daar alleen maar zeg maar toegepast worden. Het verschil tussen oud en nieuw, ja, dat proberen we inderdaad zo klein mogelijk te houden en ook zeg maar de aanwijzingen of de normen die getoetst worden, dat proberen we ook zoveel mogelijk voor iedereen gelijk te doen. Ik weet niet of dat stuk al naar u toe gedaan is, maar we zijn ook bezig met waardebepalingen. Waardebepalingen, dat wil dus zeggen van hoe elke consulent zijn werk doet en hoe dat die op een gegeven moment zeg maar tot uitspraken komt. Daar zijn we ook bezig om dat voor alle consulenten op eenzelfde manier te gaan doen en zodat het ook niet uitmaakt of je toevallig deze wijk bij consulent A bent en volgende week bij de consulent B.
Dan zegt mijnheer Van der Berg: ja, wat … Over wat
voor een grens hebben we het nu? Ja, en dan moet ik ook echt naar hetgeen kijken wat de ambtenaar mij toelicht. Dat weet ik ook niet. Anderhalf maal het minimumloon is een grens, dus 32.700 euro. Eén zeg maar urentoedeling van een huishoudelijke hulp kost ongeveer zevenduizend euro op jaarbasis. Dus dat is het gemiddelde van wat er aan huishoudelijke hulp wordt toegedeeld. Het zal te allen tijde zo zijn dat de totale financiële redzaamheid van een cliënt beoordeeld wordt, dus wordt als de cliënt jou bepaalde dingen niet wil overleggen, ja, dan houdt het op. Maar we zullen proberen zo zuiver mogelijk samen met de cliënt en samen ook met zijn eventuele vertegenwoordiger te kijken dat er voldoende inkomen blijft om niet onder het minimum te zakken. De totale bezuiniging, ja, dat is lastig te voorspellen. We weten natuurlijk niet hoeveel nieuwe aanvragen er komen en we weten natuurlijk ook niet in hoeverre er veel bezwaren komen. Dat moeten we afwachten. Dan moeten we kijken hoe dat juridisch loopt. Ja, de heer Van der Berg, ik gaf aan dat het totaalbedrag wat er met huishoudelijke hulp gemoeid is in 2018, dat was 435.860 en in 19 was dat 509.000, dus zeg maar ruim vijfhonderdduizend euro wat er zo uitgegeven wordt aan huishoudelijke hulp in één jaar. Dat is wel, nou ja, zeg maar een aanzienlijk bedrag. Eerst even kijken naar de heer Jacobse. Ja.
De zorgvuldigheid zullen wij natuurlijk tot het uiterste betrachten. De opzet van het geheel is ook dat we daadwerkelijk maatwerk leveren, zodat er precies gekeken kan worden van: wat is nou exact nodig en hoe doen we dat dan? De heer Grunwald, we krijgen inderdaad een inkomensverklaring. Daar vragen we naar. Maar niet iedereen heeft direct een inkomensverklaring van de fiscus. Dus dan vragen we gewoon naar loonstrookjes en eventuele bankafschriften. Dat moet dan een bewijs leveren voor het bedrag waarmee het gedekt wordt. Nou, volgens mij heb ik alles zo beantwoord, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Ik dacht het ook. Mevrouw Niekus heeft nog een vraag. Mevrouw Niekus: Zeker. U heeft denk ik alles wel beantwoord. Ik heb alleen even omdat u zegt van: het rapport over waardengericht, is dat het waardengericht werken? Want dat rapport, dat is bij ons op de ingekomen lijst. Het staat ergens tussen al die andere brieven. De heer Den Dunnen: Ja, waardengericht werken is inderdaad eruit. Die heeft u toch al ontvangen. Dat is een onderzoek wat we gaan doen, dus zeg maar binnen de uitvoerende dienst. Daar wordt dus inderdaad gekeken van: hoe vindt er beoordeling plaats van? Dat gaat veel breder dan alleen huishoudelijke hulp. Dat gaat over totaal functioneren van de uitvoerende dienst.
Daar gaan we vooral kijken van: hoe doet de consulent dat nou? Doet de consulent de juiste afwegingen? Worden de juiste dingen gevraagd? Kortom, daar wordt het hele proces doorgelicht. Dan wordt er zeg maar waarden opgesteld en dat is ook iets waar we nog bij u in de raad over terugkomen, want ook u krijgt daar een zeg maar een ronde in om aan te geven hoe u zou willen hebben dat de uitvoerende dienst zou werken. Dus daar komen we nog bij u over terug, maar de opzet daarvan is om iedereen in de uitvoerende dienst op eenzelfde wijze te laten werken, zodat er ook eenduidigheid ontstaat en zodat er ook de gesprekken, als je een aantal waardennormen hebt, dat je dan ook de gesprekken beter kan voeren met de cliënten, met name ook met moeilijke cliënten om te zeggen van: nou goed, daar en daarom krijgt u dat en dat. Dus, maar daar komen we nog over bij u terug. De voorzitter: Mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Ik ben daar nog niet klaar mee, want dat wordt bij ons waarschijnlijk geen beleidsstuk, want het is gekomen nu op de lijst van ingekomen brieven. Ik bedoel en dan gaat het weg. Dan ziet niemand dat meer. Dus het gaat niet via het presidium en het gaat niet naar de raad toe, want het is al ergens in die lijst van al die ingekomen stukken staat hij tussen. Ik denk niet dat dat de goede plek is.
De voorzitter: Als het via de lijst van, die lijst gaat, dan heeft presidium het recht om uit die lijst, die dingen op de agenda te laten plaatsen van. Je bent dan wel een vertraging van één termijn, maar het presidium, maar het presidium heeft het recht om uit de lijst van ingekomen stukken, die ook hetzelfde met het raadsinformatiestukken, als dan een partij vindt dat het behandeld moet worden. Maar dat is de actie dan van de raad en niet meer van de wethouder. Die kan het … Dan kan het presidium die op de agenda laten zetten. Ja. De heer …: Mijnheer de voorzitter, de raad heeft een rol in die waardenbepalingen. Er zal ook een consultatieronde plaatsvinden bij de raadsleden. De voorzitter: Dan komt u met een raadsvoorstel. Dat is iets anders dan een brief die rondging en volgens mevrouw Niekus dan verdwijnt in de papierbak, even zwartwit gezegd. De heer …: Nee, maar goed. Maar dat staat in die brief. De voorzitter: Oké. De heer …: Dat de raden geconsulteerd zullen worden. De voorzitter: Nou, dan komt het vanzelf terug, mevrouw Niekus. Mevrouw Niekus: Nog even op reageren, want ik weet dat andere gemeenten zich daar al over hebben gebogen. Als het bij ons dan in die lijst komt te staan, dan weet ik niet of één van de … Ik hoop in dit mijn oproep dan is aan één van de fractievoorzitters, om dat van die lijst af te halen en dat in het presidium te bespreken.
De voorzitter: Nee, ik wil graag, want de wethouder zegt nu: er komt een raadsbesluit. Dus het college komt met een raadsbesluit over dit onderwerp. Mevrouw Niekus: Oké, dat is wel goed, want anders, dan gaan andere gemeentes dat wel … Want die zijn al wel besloten en dan zit onze in die papierbak, maar dan komt die eraan. Oké, ik hoop dat iemand dat toch even in de gaten houdt. De voorzitter: Ja. Ik denk dat we dit onderwerp genoeg besproken hebben en dat we de aan het raad kunnen overdragen als bespreekpunt bij de raad. 7.2 Besparingen sociaal domein: voortgang lokale maatregelen en zienswijze regionale maatregelen De voorzitter: Dan gaan we over naar raadsvoorstel 7.2, Besparingen sociaal domein: voortgang lokale maatregelen en zienswijze regionale maatregelen. Enerzijds hebben we vandaag van de adviesraad sociaal domein een toelichting hierop gekregen. Die is vandaag binnengekomen. Anderzijds, op punt één, twee en drie is al meerdere keren informatieavonden geweest die dit onderwerp volledig toegelicht hebben. Dus ik denk dat als we er gaan over praten, dat we hoofdzakelijk gaan praten over de zienswijze, want dat is het uitvloeisel van de toelichting die we al van de wethouder in afgelopen periode ontvangen hebben.
Wethouder, wilt u nog dit moeilijke punt verder toelichten? De heer …: Ja, de onderliggende nota’s, die zijn in december is daar een keer een voorlichting over geweest. Het tweede deel is over die nota’s, regioaanpak, is bijvoorbeeld ook een voorlichting over geweest. Dus nu is
eigenlijk belangrijkste wat nu aan de orde is, is de zienswijze waarmee wij eigenlijk zeg maar u op willen roepen om dat te ondersteunen, om te voorkomen dat er vanuit de regio zelfstandig zaken gedaan worden die wij als lokale overheid zelf al in gang gezet hebben en ook al voortvarend aan het uitwerken zijn, zoals bijvoorbeeld nu dan de huishoudelijke hulp, maar zoals ook het mantelzorgcompliment en al die dingen waar u in december al over besloten hebt. Daar komt de regio nu met een heleboel plannen overheen. Wat de bedoeling is, dat is dat u in de zienswijze aangeeft dat hetgeen wat al gebeurd is, dat is dat u in de zienswijze aangeeft dat hetgeen wat al gebeurd is, dat dat niet nog een keer in de regio overgedaan wordt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos, mag ik u het woord geven over 7.2? De heer Vos: Ja, dat mag u, voorzitter. Dank u wel. Ja, u benadrukte het zelf al en dat was ook één van de dingen die ik zelf opgeschreven had. Kennisnemend van, en dat doe ik ook inderdaad, want ja, mijnheer Den Dunnen is gelukkig ingevoerd. Ik ga er voor het gemak vanuit dat hij weet waar het over gaat. Ik ben maar een eenvoudige boerenlul en als ik het lees, dan denk ik: jemig, dit is eventjes specialistisch. Ongelooflijk. Ik denk … Ik zou me heel gelukkig prijzen.
Ik vertrouw volledig op uw specialisme, mijnheer Den Dunnen, maar dat iemand mij zou kunnen dienst maken wat hier nou eigenlijk allemaal staat. Het liegt er allemaal niet om. Ik begrijp ook dat wij als raad hebben om erop toe te zien dat er ordentelijk bestuur gevoerd wordt. In die hoedanigheid denk ik dat wij hier ook aanwezig is en dat is ook volgens mij de enige toetsing die wij kunnen hebben. De toets die ik erop los zou willen laten is: in hoeverre zijn er mensen die cliënt, klant, geholpene of welk mooi eufemisme daarop losgelaten kan worden, zijn die hierbij geholpen? In hoeverre blijft de kwaliteit van die hulpverlening, blijft die op peil? Dat is voor mij eigenlijk de enige norm die ik wil stellen, want ik begrijp ook dat het om euro’s gaat en om substantiële bedragen. Inderdaad, we moeten ook zorgen dat het financiële schip niet zingt, maar primair is volgens mij de cliënt, laat ik dan maar eventjes die gemeenschappelijke term gebruiken. Ik hoop van harte … Daar vertrouw ik ook een beetje op, maar ik weet niet of dat terecht is, dat die centraal staan bij uw beleid als het gaat om gewoon puur een ordinaire financiële transactie. Want zo lees ik het wel een beetje. Het gaat over bedragen waarvan ik denk: jemig, dat is een boel geld.