CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

Commissie Maatschappij en Financiën 20 januari 2022, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda32.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wat dit illustreert is dat de structurele lasten van het bestaande Raadhuis zijn aanmerkelijk hoger. 35.000 euro aan huur die hier voorgesteld worden zijn dus te betalen aan het Brinkhuis waardoor ook daar de Brinkhuisexploitatie stellig zal verbeteren. Als de heer Vos zegt: je kan die meerwaarde van het Raadhuis ook op de balans zetten, dat kan inderdaad. Maar de raad, en daar is de heer Vos ook een lid van dacht ik, heeft uitdrukkelijk steeds gezegd: uw algemene reserve is te laag. Op een bijna onacceptabel laag niveau, dus dat moet verbeteren. De solvabiliteit moet omhoog. Als je de meerwaarde op de balans hebt dan is dat hooguit een liquide, stille reserve en kan dus niet meetellen in de solvabiliteit en niet meetellen in de algemene reserve. Nou is maar de vraag hoe u daar aan hecht, maar ik weet dat enkele leden, ook die hier vanavond aanwezig zijn, daar zeer aan hechten. Dat is natuurlijk ook prudent om die solvabiliteit goed in de gaten te houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Calis. De heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Collega Calis heeft al een heleboel sociale aspecten voor mijn voeten weggemaaid. Neemt niet weg: wat willen we met het Brinkhuis voor wat betreft de maatschappelijke zaken? Zijn op dit moment bezig om een sociaal serviceplein in te richten.

Dat houdt in met als spil de bibliotheek, en dat houdt in dat de burger voor al zijn vragen naar het Brinkhuis kan komen. Dat u daar verder wordt geholpen. We zullen daar de PC-helpdesk hebben, we hebben daar de formulierenhulp. Als je vandaag gezien hebt in de Laarder Bel, een grote advertentie van de bibliotheek waarin ze dat al aankondigen dat die formulierenhulp daar bij hun is. Vervolgens willen bekijken: als het gemeentehuis weg gaat van de Eemnesserweg dat we ook de twee woonloketten overbrengen naar het Brinkhuis. We zijn op dit moment met Versa in gesprek. In de subsidie van Versa, dat zult u ongetwijfeld zelf weten, er zat een hele grote huurcomponent in. Daarvan hebben we tegen Versa gezegd: u bent er voor het welzijnswerk, u bent niet voor gebouwenbeheer, ontroerend goed. Wij halen die huurcomponenten eruit, wij definiëren wat u aan welzijnscomponent moet leveren, en de directeur van het Brinkhuis levert u daarvoor de accommodatie. Daar gaan we niet eerst het geld aan Versa betalen en vervolgens gaat Versa het geld aan het Brinkhuis betalen. Dat lijkt ons allemaal een beetje omslachtig. Dus we hebben intussen het, zal ik ook nog bij zijn, we hebben intussen de opvang geregeld voor licht dementerenden met de King Arthur Groep: een vast contract voor meerdere jaren.

We willen ook in de exploitatie van het Brinkhuis, en dat is ook aangeboden door Papageno, om gebruik te maken van Papageno dan wel de mensen van Papageno, en we willen daar ook een leerwerksituatie maken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dus zo proberen we toch het sociaal-

maatschappelijk aspect in het Brinkhuis iets andere invalshoek te geven, maar toch wel duidelijk te waarborgen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Mol, wilt u nog iets toevoegen? De heer Mol: Voorzitter, dank. Niet heel veel hoor, want de keuze die de gemeenteraad uiteindelijk maakt is natuurlijk ook mijn keuze. Dat is morgen mijn keuze, over een jaar mijn keuze, over twee jaar mijn keuze, over tien jaar mijn keuze, over twintig jaar mijn keuze. Maar, het is een … Twee dingen die ik nog wel wil toevoegen, namelijk: er werden een paar punten aangehaald waarom het in het verleden niet lukte met het Brinkhuis. Ik heb ook gesproken met het vertrek in het Brinkhuis. Een van de hoofdbezwaren die zij aangaven over hun ontslag was dat een belangrijk struikelblok wat hen in de praktijk in de weg stond om hun functie goed uit te oefenen was: bij ons wordt gevraagd om samenhang te creëren in het Brinkhuis, maar u praat met alle partners afzonderlijk over contractvoorwaarden en subsidies. Zo lukt het ons nooit om daar samenhang in te creëren. Wij zitten nu niet in een positie om met al die partners een bruisend geheel en de kruisbestuiving in te creëren. Dat was voor ons een hele belangrijke les die de heer Calis en ik daar hebben opgestoken die we ook hebben meegegeven aan het nieuwe bestuur.

De heer Gelissen, Nicolai Gelissen, oud-voorzitter die ook deel uitmaakt in die hele transitiefase, ook heel erg meeneemt in het doorgeven in die nieuwe organisatie. Wij hebben gister kennisgemaakt met de nieuwe raad van toezicht van het Brinkhuis. Echt een nieuwe generatie dorpsgenoten. Overigens gisteravond ook met de enige heer die daar in zit die was afwezig vanwege corona. Drie dames vanuit zeer diverse achtergronden vanuit de horeca, juridisch, marketing die echt heel bevlogen zijn zeggen: wij willen hier een Brinkhuis neerzetten waar we zelf ook naartoe willen met onze kinderen, waar ook een sociale functie komt. Was buitengewoon leerzaam. De directeur van die bibliotheek is ook al helemaal aangehaakt bij het bestuur om mee te denken: hoe kunnen we nou de bibliotheek met een kleine oppervlakte … Oppervlakte boeken, maar meer oppervlakte ontmoeting en ontplooiing meer integreren in zo’n Brinkhuis. Dat was hartstikke goed. Een tweede punt wil ik nog maken. Dat is van wat meer persoonlijke aard. Sinds kort hebben wij op de Kerklaan een nieuwe brievenbus. Een vrij grote, houten brievenbus geschilderd en er staat met grote letters Mol opgeschilderd. Die hangt daar niet voor niets. Wekelijks, zeer regelmatig, ontvang ik thuis post die eigenlijk voor de gemeente bestemd is.

Dat is helemaal niet zo gek dat ik die ontvang omdat er mensen zijn, heel veel inwoners zijn, die de weg naar de gemeente niet weten te vinden. Dat vinden misschien veel mensen hier gek. Ik niet, want er zijn veel mensen voor wie het gemeenteloket een drempel is, voor wie de gemeente een drempel is, wie de formulieren niet begrijpen maar die één ding weten: er is wel een burgemeester en de burgemeester woont op de Kerklaan. Als ik niet weet waar ik met mijn vraag terecht kan, dan kan ik in ieder geval bij de burgemeester terecht. Dat is ook een beetje moderne functie van de burgemeester, de ombudsman. Waarom vertel ik u dit? Er is één ding wat ik echt met passie bepleit, namelijk dat het gemeentebestuur laagdrempelig is. Op een plek waar mensen het gemeentebestuur weten te vinden en waar ze met al hun vragen laagdrempelig ook terecht kunnen en dat wij hen helpen, want de samenleving wordt complex. Wij hebben een ouder wordende inwoners, hebben inwoners voor wie al die regelingen helemaal inmiddels niet meer zo toegankelijk zijn, en wij moeten er met vrijwilligers voor zorgen dat de overheid en samenleving voor hen wel toegankelijk is.

De PC helpdesk kan helpen met hun apparaten om te gaan, de formulierenbrigade hen helpt om hele ingewikkelde procedures goed te volgen, en het welzijnsloket is waar ze voor andere vragen zijn, en ik ben er gewoon … Ik geloof er heilig in, ook omdat ik veel collega’s heb die die combinatie inmiddels ook hebben gemaakt dat als het gemeentebestuur combineert met al dit soort welzijnsoplossingen dat je een plek creëert waar de inwoners terechtkunnen, zo laagdrempelig mogelijk en die weg ook steeds beter te vinden hebben. Dus welke keuze u ook maakt: ik hoop dat het in de toekomst altijd een combinatie zal zijn van gemeentebestuur en sociale loketten op een plek in het dorp.

De voorzitter: Dank u wel. Ik zou nu graag een tweede ronde willen doen. VVD, mag ik u eerst het woord geven? De heer Van Midden: Dank u wel mijnheer de voorzitter. Ik heb geen inhoudelijke vragen meer. Ik kan alleen zeggen dat ik heel blij ben met de opmerkingen over een nieuwe directeur en de raad van toezicht, want naar mijn gevoel hebben we inderdaad alle jaren te veel gezocht naar oplossingen in termen van structuur en te weinig oplossingen gezocht in termen van gewoon inbrengen van ondernemerschap. Ik hoop met het enthousiasme waarmee wethouder, de burgemeester het brengt en het ondernemerschap wil inbrengen, dat we inderdaad uiteindelijk er een heel bruisend Brinkhuis van kunnen maken met alle functies die daarin aanwezig zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wegter, D66. De heer Wegter: Dank u wel voorzitter. Dank voor het college voor de uitvoerige uitleg die gegeven wordt die mij voor een groot deel geruststelt, hoewel: ik heb vanochtend ‘bol …’ gelezen. Die kan toch niet … Die man die dat schrijft die heeft toch echt wel inzicht in ons dorp. Die constateert vandaag dat Aurora eruit gegooid … Aurora is gevraagd te vertrekken omdat daar op die plaats iets anders moet komen. Blijkbaar is er dus toch al een probleem om de verschillende gegadigden te huisvesten. Blijkbaar, als ik dit bericht mag geloven.

De heer Calis: Mag ik daar meteen wat van zeggen, voorzitter? De voorzitter: De heer Calis, interruptie. De heer Wegter: Mag ik, ja, mag ik even … De heer Calis: Nee, maar ik denk … Ik heb gisteren ook de brief gezien van de directeur aan Aurora. Aurora heeft een klacht ingediend en Aurora zei: wij voelen ons niet gemakkelijk omdat in onze oefenruimte er ook dagbesteding is en dan moeten we de stoelen schuiven, zoiets dergelijks. De directie heeft meteen adequaat gereageerd door te zeggen: u bent van harte welkom, laten we om de tafel gaan zitten hoe we uw problemen zo goed mogelijk kunnen oplossen. Er is geen sprake van dat Aurora de deur zou gewezen zijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wegter: Oké. Maar goed, ik heb mij gebaseerd op een belangrijke bron, dat zult u mij toch niet kwalijk nemen. De heer …: Selectief. De heer Wegter: Even een paar vragen nog. Heb ik het goed begre… Eerst over natuurlijk de tweede element van wat we nou bespreken is dat we de raad en de commissie naar Eemnes gaan, waarbij natuurlijk Larens Behoud zegt: dat moet voorlopig zijn, dat is vanzelfsprekend. Dat moet hij ook wel zeggen, dat begrijp ik, maar ik denk dat voorlopig dat we ervan uit mogen gaan dat het voorlopig blijft. Maar goed, dat gezegd zijnde.

Ik herinner mij een fractie die tien jaar geleden al gepleit heeft om de raad en de commissie naar Eemnes te doen maar daar was toen nog weinig animo voor, maar nu is het eindelijk dan zover. In dat verband heb ik misschien de wethouder Calis niet helemaal goed begrepen. Ik vermoed dat ik het niet goed begrepen heb. Wij betaalden jaarlijks, begrijp ik, voor de BEL-combinatie, ik denk dat u daar ook naar refereert, ik geloof iets van 70.000 euro. Begrijp ik van de heer Calis dat hij zegt: ja, die 70.000 moet u niet in deze context zien, dat is

een apart verhaal, dat valt niet onder dit geheel. Dat kan misschien budgettair zo zijn maar het gaat wel over geld. Is het inderdaad zo dat wij onafhankelijk van welke berekeningen ook, en dat ook in de variant vier, we naast de kosten die we hier moeten verdisconteren er ook rekening moet houden dat nog steeds die 70.000 euro betaald moet worden? Als het laatste zou wezen is dat een extra argument om in ieder geval vast te houden om de raad en de commissie daar naartoe te sturen. Dan hebben we dat in ieder geval, dan krijgen we waar voor ons geld zou ik zeggen. Maar ik zou daar graag nog iets meer duidelijkheid over hebben. Met betrekking tot de kosten wordt gezegd door de heer Calis: ja, de veiligheidskosten die zijn verdisconteerd in die 266.000. Nou, dat neem ik dan maar aan. Maar de parkeerproblemen en de kosten die daar mogelijk weer zo maken zij niet verdisconteerd neem ik aan. Ik denk dat het parkeerprobleem toch niet moet worden onderschat dus ik zou dat punt toch nog graag onder uw aandacht brengen om daar zoveel mogelijk mee duidelijkheid over te krijgen. Ik ben erg onder de indruk van het brievenbusverhaal van de voorzitter van het college. Ik deel zijn opvatting dat de burger, de gemeentebestuur dicht bij de burger moet zijn en dit kleine dorp is het prachtig als we dat voor elkaar kunnen krijgen, mits we dat natuurlijk kunnen betalen.

Dat is denk ik wel het belangrijkste. Als we bovendien dadelijk over het Raadhuis praten, dan komen we misschien nog even terug op bepaalde onderwerpen, maar dit is in feite de essentie. Ik ben ook erg blij dat er nu niet meer sprake is van een bestuur maar van een raad van toezicht. Ik zou er bijzonder voor pleiten dat we mogelijk een informele zitting zouden kunnen organiseren, kan ik mij voorstellen, waarbij we met de raad van toezicht ook weer eens een keer met de benen op tafel zouden kunnen discussiëren over hoe we verder gaan. Want het optimisme wat het college uitstraalt wil ik graag delen, maar ik moet er wel nog voedsel voor krijgen. Want de goede wil was er ook tien jaar geleden wel om het voor elkaar te krijgen met het Brinkhuis, maar het is niet gelukt. Deze mensen zijn ongetwijfeld uitstekend gekwalificeerd maar hebben nog steeds te maken met dezelfde problematiek waar we al tien jaar mee worstelen. Ik heb alle vertrouwen in dat het allemaal goed kan gaan, maar ik zou die communicatie richting de raad van toezicht, die geen toezicht heeft op de raad overigens, dat moet ik erbij vertellen, dat die raad van toezicht met ons nader overlegd om te onderbouwen dat er inderdaad reëel reden is voor optimisme over de toekomstige rendabiliteit van het Brinkhuis. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Larens Behoud.

De heer Jacobse: Met een zekere schroom refereer ik toch ook weer aan wat de heer Wegter zei: dat zit allemaal wel goed. Ik moet, ik wil de burgemeester complimenteren met zijn gesproken wordt. Ik daag hem uit om dat nogmaals te doen als we de raad bij elkaar hebben. Dat is het elan denk ik waar we mee aan de gang moeten. Als er één club is die dicht bij de mensen is en wil zijn dan is het Larens Behoud wel. Ik heb drie … Ik moet eerlijk zeggen, als ik achter mekaar schrijf: sociaal-maatschappelijk bestuurlijk centrum. Ik moet zeggen, het is een hele mond vol, maar dan begin ik er wel aan te wennen dus dat lijkt hem dan mogelijk wel te zijn. Ik heb nog twee opmerkingen, en daar moet ik de heer Wegter dan toch teleurstellen jammer genoeg. Wij vragen de wethouder om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om met raad en/of commissies ook in datzelfde Brinkhuis te vergaderen. Wij menen dat daar mogelijkheden voor zijn. Misschien niet zoals het op dit moment voor de hand ligt of zoals de schetsen ons aangeven, maar dan toch in ieder geval als we daar op een creatief-technische manier eens naar kijken of misschien met wat artists impressions of whatever, dat moet kunnen. Wij hechten daaraan. Nog los van … De voorzitter: Ja, gaat uw gang mijnheer Wegter. De heer Wegter: Het is interessant wat u nu zegt.

U zegt eerst: u bent, schoorvoetend weliswaar, gaat u akkoord met variant vier op voorbehouden van die voorlopigheid. Nu wilt u blijkbaar toch een amendement

als ik het goed zie? Nee, dat is geen amendement? Oh, dus u vraagt iets maar het is niet zodanig … Nou, ik prijs u daarvoor, moet ik zeggen. Ik vind dat u getuigt, en uw fractie getuigt van een uitermate flexibele opstelling, daar moet ik u voor prijzen. We hebben de afgelopen maanden over dit onderwerp meerdere keren gesproken. Ik herinner mij dat uw oorspronkelijke opstelling toch wel duidelijk anders was dan die van vanavond. Dat getuigt dat u bereid bent om naar argumenten te luisteren en daar kan ik alleen maar grote waardering voor hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jacobse, gaat uw gang. De heer Jacobse: De heer Wegter die kijkt met verlangen uit naar de raadsvergadering volgende week waarin we dit allemaal nog eens uitvoeriger uitwalsen met elkaar om te kijken waar we terechtkomen. Laat onverlet onze vraag aan de wethouder om nog eens goed te kijken of daar mogelijkheden voor zijn. Wij zien die mogelijkheden zeker. We gaan daar nu niet voorliggen, dat zou kinderachtig zijn, maar laten we eerst maar eens heel goed kijken. Ik wil wel mee in dat verhaal van het Brinkhuis waarin we dat sociaal-maatschappelijk bestuurlijke centrum creëren. Dat we tijdelijk voorlopig in Eemnes vergaderen dat lijkt mij een goeie zaak want dit is een keurige zaal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter.

Ik vind het heel jammer dat ik eigenlijk op een vraag die ik toch wel heel belangrijk vindt geen antwoord gekregen heb. Misschien dat ik hem dan nog een keertje moet herhalen, maar ik vind het wel een beetje vervelend. Ik heb gevraagd om het kwantificeren van andere zaken als alleen maar vierkante meters, schoonmaak, receptie en dergelijken. Ik heb gevraagd of het college wat voelt voor een uitdaging om daar eens naar te gaan kijken om niet alleen maar puur die vierkante meters. Ik heb al eerder, misschien een beetje ten onrechte badinerend gezegd: een Excelsheetje had net zo mooi geweest. Ik zou graag een nieuwe bladzijde in dat Excelsheet willen hebben waarin de uitdaging aangenomen wordt om eens te kijken wat we nou belangrijk vinden. Ik hoor mijn buren zeggen dat ze heel dicht bij de bevolking staan. Nou, dat hoop ik dan maar. Maar dan kun je dat dus ook kwantificeren, dan kun je daar een zekere waarde aan toekennen. Die waardes die kunnen we met elkaar vergelijken. Dat lijkt mij niet zo heel erg moeilijk, maar dat moet dan wel een keer gedaan worden. Ik heb gevraagd aan de wethouder of hij daar voor zou voelen om die uitdaging aan te gaan. Nou, die vraag dus even herhaald. Ja, over de solvabiliteit, ik krijg daar toch een beetje een ontwijkend antwoord over. Volgens de heer Calis hechten wij allemaal aan de solvabiliteit hier aan tafel.

Nou, dan zou ik graag weten van de heer van de VVD en Liberaal Laren hoe zij dat dan over denken over ‘keur’ net de herwaardering maar volgens mij ieder een enorm plezier mee doen. Dan kwam er in de antwoorden naar voren dat eigenlijk de verhuizing helemaal niets te maken heeft met financiën, dat heb ik verkeerd begrepen. Nou, dat is jammer. Maar het concept van het Raadhuis dat was onvolmaakt want dat moet een echt medisch centrum gaan worden. Dus als ik het goed begrijp, en dat is dan mijn vraag, misschien moet ik hem wat aantrekkelijker stellen: dus het is begonnen met de wens naar een medisch centrum heb ik begrepen? Omdat Ter Gooi weg gaat, dus we gaan een ziekenhuis beginnen, dat heb ik ook al eens een keertje gezegd. Maar al die medische voorzieningen die zijn toch al gehuisvest? Als ik een fysiotherapeut nodig heb dan hoef ik toch niet op een Brink op de bank te gaan liggen? Dan zijn die toch al gehuisvest? Dus ja, ik zie niet zo goed wat er dan nog meer moet komen. Wat er nog belangrijker is, ja, misschien nog wat particuliere kliniekjes om nog een beetje bij te laten werken wat misschien al lang verloren is gegaan, maar voor de rest zie ik niet zo heel veel redenen waarom er nog iets particuliers bij zou moeten komen. Dus ik zal mijn vraag toch maar eens een keertje expliciet herhalen, dus: het vormen van een medisch

centrum is de reden om te vertrekken uit het Raadhuis? Nou, duidelijker kan ik het niet zeggen, toch? Mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Wacht het antwoord van het college af. Dank u wel mijnheer Vos. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Er wordt niet tussendoor nu geantwoord? De voorzitter: Er wordt aangehouden eerst aan het rondje … De heer Van den Berg: Oh, nu wel. Ja, nee, goed. Dromen zijn bedrog, niks is wat het lijkt. Er zijn een paar dingen niet beantwoord dus daar begin ik mee. Die veiligheid die zit opgesloten in het budget van 160.000 euro als ik het even goed beluister, maar ik ga nu een beetje een zure opmerking maken. Ik kan mij ook herinneren dat uit dit college, of misschien was hij nog portefeuillehouder in het vorige college waar ook het CDA deel van uitmaakte: afkoppelen van regenwater kostte 1000 euro per woning. Die vertaal ik even naar die 160.000 euro. Je kan mij niet wijsmaken dat zo meteen als het geheel van de verbouwing tot een kantoor voor het gemeentebestuur en alle andere aanpassingen die erbij komen, dat dat voor dat bedrag kan. Want het ging net over parkeren en die vraag is niet beantwoord. Het huidige gemeentehuis heeft specifiek twee gehandicaptenparkeerplaatsen direct voor de ingang. Die twee liggen er ook voor het Brinkhuis maar wel met stoepjes en trapjes.

Naar mijn bescheiden mening moet die hele entree verbouwd worden om überhaupt voor een rolstoel gemakkelijk, of voor slecht ter been zijnde mensen, bereikbaar zijn. Twee schuifdeuren, het is allemaal hartstikke klein. Dus ik geloof niet dat dat soort operaties en aanpassingen, ook nog eens een keer van de buitenruimte om dus inderdaad goed bereikbaar te zijn voor iedereen, dat haalt. In het Brinkhuis is welgeteld één WC en nog een WC, en ik geloof dat het dan daarmee ophoudt, dus er zal een volledige nieuwe toiletgroep moeten gebouwd worden. Nou, als iemand zijn badkamertje verbouwd heeft dan weet die wel wat dat al kost. Het zijn voorbeelden waar we een twijfel of die verbouwkosten niet gewoon al te rooskleurig zijn voor geschetst. Dat is een opvatting, dat is een mening, maar ik wil wel heel graag horen van de wethouder of die verbouwkosten ook inderdaad inclusief die aanpassingskosten van de buitenruimte zijn om dus het geheel goed toegankelijk te maken. Dan heb ik het ook nadrukkelijk dus over de parkeerplaatsen voor het Brinkhuis. Dat is vraag één nog, met betrekking tot parkeren meer gespecificeerd. Dan wordt er gezegd: ja, de kosten zijn veel lager als we daar straks gaan zitten.

Als u de plannen heeft gelezen: als wij de gaan vergaderen dan moet voor iedere vergadering, dus dat is deze week twee keer en dat worden er na maart drie keer per week en dan een raadsvergadering, continu alles verbouwd worden om aangepast te worden om daar te kunnen vergaderen als gemeenteraad straks. Nou, volgens mij zijn, is menskracht altijd nog een behoorlijke kostenpost terwijl hier gewoon een volledige gefaciliteerde zaal is. Stop het geld wat ook nog eens een keer in een audiovisuele installatie die nog volledig in het Brinkhuis moet aangebracht worden, liever hier samen met Blaricum en Eemnes in dit, in deze zaal, want we gaan ook een nieuwe tijd in. Die nieuwe tijd die is wat versneld geraakt door corona. Dan wordt er bijna tranentrekkend gezegd: laagdrempelig moet het gemeentebestuur bereikbaar zijn. Maar wie is nou het gemeentebestuur? Er zitten er hier een aantal die verkeren in de gelukkige omstandigheden dat ze inmiddels met pensioen zijn, maar zijn er ook een aantal die aan het werk zijn. Ik ben overdag niet in het gemeentehuis, maar ik ben wel gemeentebestuur volgens mij. Dus waar gaat het over? Het zal gaan over een wethouder en een burgemeester die in ons geval ook nog wel eens een keer parttime werken formeel, maar die moeten dan laagdrempelig toegankelijk bereikbaar zijn.

Ja, dat wil er bij mij ook niet helemaal in omdat we dan al een soort beeld en sfeer wordt geschetst dat ik denk: ja, dat kan ook heel goed in het huidige Raadhuis. Als het al zo is dat het allemaal wat ingewikkeld is, zorg dan dat je die communicatie intern daar beter houdt en dan kan het met vele malen minder kosten. Wat er ook gezegd wordt, met betrekking tot het exploitatie van het Brinkhuis: het bestuur heeft jarenlang eigenlijk niet

goed kunnen marcheren met het gemeentebestuur, in casu het college. Dus dat vind ik trouwens wel een waardevolle opmerking van de heer Calis dat hij ook dat erkent dat dat niet heel gemakkelijk gegaan is. Ja, dan kan je zeggen: we hebben nu een heel actief bestuur. Ja, dat is wel gemakkelijk gezegd want dan is eerst een bestuur wat een beetje lastig deed of het niet kon is vertrokken, en dan wordt nu in de raad van toezicht een oud-wethouder die in die tijd niet goed met het bestuur van het Brinkhuis kon opschieten in de raad van toezicht benoemd. Ik snap het allemaal in een klein dorp, je zoekt betrokken inwoners, maar het heeft toch allemaal ook een beetje schijn van dat het wensdenken wordt. Zoals de heer Vos net zei: we willen eigenlijk een ziekenhuisje … De voorzitter: Een interruptie van de heer Mol. De heer Mol: Ik voel me nu toch genoodzaakt iets aan te vullen want de heer Van den Berg gaat voorbij aan de opmerking die we hebben gemaakt, namelijk een belangrijke les die we van het vorige bestuur hebben geleerd, namelijk dat het gemeentebestuur steeds afzonderlijk onderhandelde met alle partners van het Brinkhuis, en daardoor eigenlijk die kruisbestuiving die wij vroegen aan het bestuur om tot stand te brengen in het Brinkhuis, niet tot stand kwam.

Dat dat ook een belangrijke ruimte is die wij meegeven in de wijze waarop het nieuwe bestuur ook die samenwerking moet zoeken met de partners. Ik hecht eraan dat u dat wel meeneemt in uw overweging, mijnheer Van den Berg. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Mol. De heer Van den Berg: Het is fijn dat u daar op ingaat, anders was ik hem zo mogelijk nog vergeten zelfs. Dan komt de vraag wel terug: waarom is dat niet als eerste gekozen? Dat de hand in eigen boezem is gestoken en gezegd: wij bemoeien ons niet meer met de huurders, wij gaan terug naar die oorspronkelijke situatie van tien jaar geleden. We hebben een bestuur, we hebben een directeur en die gaat onderhandelen. Waar is dan het fout gegaan de afgelopen jaar, anderhalf jaar, dat niet gewoon dit terug gegeven is aan het bestuur van het Brinkhuis? Dat is dan nog een vraag die zo meteen nieuwe opkomt. Mag ook nu meteen, kijk even naar de voorzitter. De voorzitter: Nee, door. We gaan eerst een rondje, tenzij de … De heer Van den Berg: Nou, ik vind het wel een wezenlijke vraag: waar gaat dat dan fout? Dan vervolgens wordt er gezegd ook over het verbouwen van de raadzaal. Nou ja, goed, daar heb ik het net al even over gehad. Nou wordt er ook geschermd met: we gaan sowieso, wat er ook gebeurt, praten met de verhuurder/eigenaar van het Brinkhuis en de huurprijs gaat naar beneden.

De heer Calis mij verbeteren als ik te stellig ben, maar ik heb net gehoord: de huurprijs gaat naar beneden. Ja, ik zal wel niet willen tellen en rekenen maar de bestemming gaat zo meteen van sociaal-maatschappelijk naar kantoren. Ik wil veel geloven, maar ik geloof niet dat een kantoorbestemming die het Brinkhuis toch formeel moet krijgen om daar te kunnen huisvesten, een lagere huur heeft als de sociaalmaatschappelijke huur die wij nu betalen. Die rekensom, of die gevolgtrekkingen, daar hoor ik de wethouder graag nog zijn gezicht en aandacht op. Tegelijkertijd wordt er gezegd: nee, we gaan natuurlijk niet naar klinieken, dure privéklinieken in ons nieuwe ziekenhuisje want het moet voor iedereen zijn. Nou, de heer Vos heeft al net daar wat over gezegd. Maar als wij niet gewoon daar voor de commerciële, harde huuropbrengsten gaan als je verkoopt, dan ga je dus als je rekent als koper met een beleggers huurwaarde, en je gaat niet voor topsport en et cetera, dan zal ook de huurprijs voor die wat gewone, normale zaken niet zodanig zijn dat daarmee een super goede opbrengst van het gemeentehuis gerealiseerd kan worden. Dan kan je wel zeggen: ja, je overdrijft weer allemaal, maar als je

iets verkoopt dan word je wel geacht het gewoon tegen de marktwaarde te verkopen in het openbaar. Ik ben dan toch wel heel erg benieuwd van iemand of dat … De voorzitter: Mijnheer Van den Berg, mag ik uw vragen, bent u de volgende raadsbesluit aan het doen? De heer Van den Berg: Nee, nee. De voorzitter: Want u praat alles over het gemeentehuis … De heer Van den Berg: Ja, ik snap het, nee maar ik … De voorzitter: Maar dat is de … De heer Van den Berg: Nee, maar de vraag die daar dan nu achter wegkomt is: met betrekking tot die kostenaspecten om te gaan verhuizen naar het Brinkhuis, dat daar wel gewoon … Daar zie ik de combinatie niet. Ik zie ook niet de uitleg daarbij. Er wordt gezegd: we hebben er goed over nagedacht, er is een visie, en die visie gaat erover dat er een zorgcentrum moet komen of een ziekenhuis moet komen, dus ik denk dat uw vraag … U heeft gelijk, u mag daarop wijzen, maar ik wil toch nog graag een keer van welke wethouder of burgemeester dan ook, hier aan tafel is er maar één, toch nog eens even heel goed fine-getuned hebben hoe daar dan over nagedacht wordt waarom dit allemaal zo heel goed is daar heen te gaan. Dan rond ik af, voorzitter, want we gaan daar vanavond ook helemaal niet uitkomen. Wij zitten hier nu te vergaderen, dat gaat prima. Als je aan deze kant van het dorp woont, tegen Eemnes aan, dan is dit een hele goeie plek.

Maar hoe vaak kom je nog op het gemeentehuis? Dat wil ik ook graag van het college: wanneer zijn de formele momenten nog dat je sowieso op een gemeentehuis moet komen, en hoeveel ga je steeds meer digitaal doen? Ik ben vorige week voor mijn lijsttrekkerschap van het CDA voor een VOG hier geweest, dan moet ik een afspraak maken. Niks laagdrempelig naar binnenlopen, ik moet een afspraak maken. Volgens mij moet je nog voor een ID-bewijs, als een zoon hebt die zo nu en dan zijn ID-bewijs kwijt is dan bivakkeer je je ook nog wel eens in de hal om een nieuw ID-bewijs te kopen. Paspoort misschien nog eens een keer in de vijf jaar, maar ook dat soort zaken, vertelde de ambtenaar aan de balie mij, gaat steeds meer digitaal. Nou hebben we een grijze bevolking die nog een hele tijd waarschijnlijk ook gewoon op maat wil behandeld worden, maar alles is hier. Dus wat gaan wij daar dan in dat nieuwe gemeentehuisje op de Brink doen? De vraag is: kunt u nog eens antwoord geven op het college dan, los van dat we elkaar tegen komen, wat zijn nou de echte functies die nu niet kunnen die dan zo meteen in de Brinkhuis wel kunnen? En voorzitter, dan rond ik af zodat u de vergadering nog een beetje in goede orde kan leiden. De voorzitter: Ik zal mijn best doen. Dank u wel. De heer De Jong. De heer De Jong: Ja. Ik wilde eerst aansluiten even op de heer Van den Berg.

Als wij minder huur gaan betalen dan, en alle tekorten zijn voor de gemeente, dan betalen we minder huur maar krijgen we meer tekort, heel simpel, want alle risico ligt bij de gemeente, nul bij de parochie. Dus wat dat betreft is het een mooi verhaal voor de bühne maar de gemeente betaalt alles. Dat zal zo blijven tot op het moment dat de parochie zijn lening moet aflossen. Mij wordt een negatieve insteek verweten. Ja, misschien komt dat omdat ik economie gestudeerd heb, omdat ik dingen realistisch probeer te zien. Misschien komt het omdat ik in Nederland twee miljard aan woningen, winkels, kantoren en bedrijfspanden financieel beheerd heb, maar ik probeer hier gewoon heel neutraal in belang van de gemeente te kijken hoe de zaken zitten. Wat ik hier zie is dat wij kijken naar de exploitatiekosten van de gemeente als die in het Brinkhuis zit of in het Raadhuis. Wat ik dus niet zie als econoom is de overige exploitatiekosten, de invloed als de gemeente weg gaat uit het Brinkhuis, uit het

Raadhuis, wat is dan de consequentie voor de exploitatie van de overige gebruikers? Dat heeft dus een consequentie en dan moet je dus ook een leegstandsrisico meenemen. Je moet gewoon het totaalbeeld van dat hele Raadhuis bekijken van: joh, de gemeente gaat weg, wat voor consequenties heeft dat voor de gebruikers? En dan ook weer voor twee punten: blijven we het zelf houden of we gaan het verkopen. Dat moet je dus over een aantal jaren doorrekenen. Op het moment dat je dat hetzelfde voor dat Brinkhuis gaat doen krijg je een goede afweging, dan kun je zien hoe het werkelijk zit, wat de consequenties zijn. Dan zou het best kunnen zijn dat het beter is om naar het Brinkhuis te gaan, maar we kunnen het nu gewoon niet zien. We hebben onvoldoende informatie. Ik was echt binnen een half jaar ontslagen als ik niet dit soort, binnen het vastgoedbedrijf, dit soort afwegingen allemaal meegenomen hadden en hele ingewikkelde berekeningen gemaakt heb. Dit is mij veel te eenvoudig en simpel. Je moet het totaalbeeld eerst bekijken voordat je ooit kan beslissen om de gemeente te verhuizen. Het kan best zo zijn dat het een hele reële beslissing is, alleen we gaan nu gewoon toch te doen op basis van onvolledige informatie met mogelijk consequenties voor de gemeente.

Ik hou van de gemeente Laren en ik vind dat we de juiste beslissing moeten nemen in het belang van de inwoners, en niet op te weinig informatie waardoor we in de problemen komen. Die moeten we uitsluiten. Dat is mijn verhaal. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stam, mag ik u als eerste van het college … De heer Stam: Ja, dank mijnheer de voorzitter. Nog even terug naar een aantal zaken die aan de orde komen. De voorlopigheid van de raad en commissies dat is een zaak die we natuurlijk berekend hebben want er zijn ook wat schetsen gemaakt, er zijn ook wat mogelijkheden onderzocht. Maar we zijn als college daar wat terughoudend in omdat we vinden dat de raad uiteindelijk een besluit zal moeten nemen over zijn eigen plek en plaats, of dat nou hier is of in het Brinkhuis. We wijzen daarbij op consequenties, financiële consequenties die er uiteraard zijn, maar we vinden het om woorden van de heer Wegter te gebruiken: vinden het prudent om dat over te laten aan de raad. Het college heeft er ongetwijfeld een opvatting over, maar we vinden niet dat dat op dit moment de hoofdreden is om daar wat van te vinden. Het is de raad zelf die er wat van moet vinden. De parkeerproblemen, ja, als we eenmaal … Ik denk dat als daarmee wordt bedoeld de parkeerproblemen rond het Brinkhuis, dat zal ongetwijfeld mee bekeken moeten worden.

Maar degene die in het Brinkhuis komen zitten dat zijn degenen die volgens mij, ik neem aan dat dat ook in de toekomst zo zal zijn, twee of drie wethouders en een burgemeester die lopend naar het Brinkhuis komen, want dat is toch allemaal vlakbij. De griffier en de gemeentesecretaris dat kan ik niet helemaal beloven dat die dat lopend doen, maar wie weet verhuizen ze nog deze kant op een keer. Natuurlijk, die parkeerproblemen rond het Raadhuis als je dat zou verkopen, dat is alweer het volgende onderwerp en misschien mag ik het daar niet schuldig aan maken, dat is natuurlijk ook een zaak die in het onderzoek van Cushman en Wakefield uitgebreid aan de orde is geweest en waarvan Cushman en Wakefield het gevoel heeft dat dat een oplosbaar probleem is, maar waarbij ze wel wijzen op het feit dat diegenen die eventueel zouden kopen daar natuurlijk eisen zullen stellen. Maar ik acht zelf, en wij achten dat zelf vanuit het rapport een zeer oplosbaar vraagstuk. Dan nog even, ja, dat verhaal wat de heer Vos en de heer Van den Berg ook samen gebruiken vind ik een nogal badinerend woordgebruik hoor. Ziekenhuisje hoor ik dan, we gaan een ziekenhuisje maken. Dat hebben wij nooit beweerd. Ik heb beweerd dat het verstandig zou zijn om het medisch-maatschappelijk concept wat er voor een deel al in dat Raadhuisje omdat de vervolmaken en dat af te maken. Dat is mijn stelling.

Als u de gezondheidszorg op de voet volgt, en ik doe dat ook vanuit mijn eigen professionele achtergrond, dan zie je dat in de gezondheidszorg de anderha… Wat men noemt de anderhalve zorg, anderhalve zorgconcepten, buitengewoon populair zijn. Dat is een vorm van zorg waarbij je niet alleen zoals op dit moment huisartsen, fysiotherapeuten, tandartsen in een setting van een dergelijk medisch centrum zet, maar dat doe je ook door bijvoorbeeld een apotheek toe te voegen. Dat doe je ook door bepaalde medische specialisten, bijvoorbeeld

een orthopeed, toe te voegen en met een röntgenapparaat. Dat doe je uiteindelijk om de zorg in de ziekenhuizen te ontlasten. Dat is de uiteindelijke opzet zodat je in die anderhalve zorg zoals het genoemd wordt, anderhalvelijnszorg, datgene kunt doen wat je graag aan je inwoners aanbiedt, namelijk dat ze in dat, op die ene plek zich kunnen melden met klachten waarbij ze op een goede manier geholpen kunnen worden om vervolgens verder te kunnen. Als het nodig is naar een ziekenhuis, als het niet nodig is daar ter plekke geholpen te worden. Het is zeker zo dat wij in het coalitieakkoord ook dat gesprek hebben gevoerd over: dat zou een goede reden moeten zijn om dat onderzoek te gaan doen, maar we zijn natuurlijk niet van gisteren. Wij hebben natuurlijk zeker ook een financiële achtergrond, dat heb ik er ook bij gezegd. Alleen de voornaamste reden wat dat betreft zou zijn die uitbreiding van die medische functie. De voorzitter: Mijnheer Stam? Er is een interruptie van de heer Vos. De heer Stam: Oh, die had ik nog niet gehoord maar … De heer Vos: Nee, dat klopt. Ik wachtte even beleefd tot ik het woord kreeg, mijnheer Stam. Ik wil gewoon klip en klaar van u een antwoord hebben. Ik heb u de vraag gesteld: dus het vormen van een medische post vormt de aanleiding om na te denken over de verhuizing van de raad? De voorzitter: De heer Stam.

De heer Stam: Ja, u onderbrak mij bij de komma. Ik was bezig om uit te leggen dat bij het coalitie… Bij de coalitievorming dat aan de orde is geweest en dat de directe aanleiding daartoe inderdaad was: hoe kun je nou de medische functie beter uitbreiden dan die op dit moment wordt waargemaakt? Ik zeg er vervolgens tegelijkertijd bij dat wij niet van gisteren zijn en dat we ook natuurlijk hebben nagedacht: levert dat wat op? We hebben dat willen waarborgen en willen vaststellen door een aantal, door een zorgvuldige procedure te volgen. We hebben drie grote partijen gevraagd om een offerte om dat rapport te maken. We hebben het uiteindelijk aan Cushman en Wakefield gegeven. Frank van de Graaf en Jim zijn daar ook bij betrokken geweest. Daar komt uit een heel goed rapport en de raad kent dat rapport ook heel goed, dat het zeer wel mogelijk is om een dergelijk centrum ook echt van de grond krijgen. Ik ben er ook van overtuigd, ik herinner mij zelfs in het vorige college hebben, de naam is net ook al gevallen, Tijmen Smit en ik een aantal van die medische centra bezocht. Dan zie je op een wat voor professionele manier zoiets kan worden opgezet. Als je dat vergelijkt met wat we hebben dan kan het echt twee keer zoveel beter als het nu het geval is, dus ik ben daar echt heel positief over. Maar goed, dan zitten we misschien dan toch wel erg in het volgende onderwerp. Even kijken.

Ja, hoeveel burgers en inwoners ‘…’ het gemeentebestuur? Het is natuurlijk zeker, ik ben het met de heer Van den Berg eens dat er natuurlijk in het digitale tijdperk waarin we leven, in die digitalisering mensen veel minder zullen komen naar loketten zoals die ook hier in het BEL-kantoor aanwezig zijn, dat geloof ik ook wel. Er zijn zelfs gemeentes waar je digitaal je paspoort besteld en dan wordt het per koerier bij je gebracht, allemaal denkbaar. Maar dat neemt niet weg dat het punt wat de burgemeester ook maakt wel degelijk aan de orde is dat in het gemeentebestuur, in de enge zin van het woord, mijnheer Van den Berg, dus als college, dan bedoel ik dat college. Wij ontvangen, moet ik zeggen gewoon ook uit ervaring, uit eigen ervaring, dagdagelijks burgers, inwoners en mensen die iets van ons willen of juist niet willen op onze kamers, in onze verbanden. Het is wel degelijk zo dat het bestuur in die zin wel degelijk een centrumfunctie heeft en ook heel frequent bezocht wordt. Ik denk dat collega’s die aanwezig zijn dat ook kunnen bevestigen. In ieder geval vanuit mijn eigen ervaring weet ik dat dat wel degelijk, dat zijn geen digitale contacten, dat is gewoon één op één praten met mensen, klachten oplossen, vragen beantwoorden, et cetera. Nou, ik denk dat ik even het hierbij laat en naar links kijk in hoeverre daar nog antwoorden te verwachten ‘…’.

De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Ja, met name de vraag van de heer Wegter over de betaling van Laren aan de huisvesting hier. Bij het ontstaan van de BEL-combinatie en het besluit om nieuwe kantooraccommodatie te bouwen, is dus een gedeelte van het gebouw bestemd voor Eemnes, het gemeentebestuur van Eemnes, er is een afspraak gemaakt over delen in de kosten van Blaricum en Laren in dit gebouw. Dat is toen vastgelegd. Als we nu zeggen: ja, dat betalen we liever niet meer, dat betekent dat Blaricum en Eemnes daarmee zouden moeten instemmen. Ik kan u vertellen, naar mijn beraadslagingen over de verdeling van de BEL-kosten als een totaliteit naar aanleiding van het aantal inwoners, wat natuurlijk door de groei van Blaricum flink veranderd is, dat het een … Ik geef het absoluut geen kans om een vastgelegde afspraak nu eenzijdig op te zeggen naar de andere twee partners. Dus of, en u moet ook bedenken: het is niet alleen gebruik van de raadzaal, het is ook het gebruik van de hal, de balie, de huisvesting. Dat is onafhankelijk van het gebruik van deze raadzaal. De voorzitter: De heer Wegter. De heer Wegter: Ik heb ook niet gesuggereerd om die 70.000 niet meer te betalen, ik heb alleen dit als voorbeeld genoemd als argument om te ondersteunen om de raad en de commissie vooral hier naartoe te gaan.

Als u zegt: ‘…’ moet betalen, dat lijkt mij redelijk, dat kan ik niet helemaal overzien maar dat is blijkbaar zo afgesproken, maar dan moet je daar ook naar handelen zou ik zeggen. Dus die 70.000 worden goed besteed wanneer wij hier inderdaad vergaderen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Calis. De heer Calis: De heer Van den Berg die refereerde nog aan afkoppeling. Ik kan vertellen dat dat valt onder het project Laren Regenklaar, misschien heeft u er wel eens van gehoord. Maar voor het huidige Raadhuis en het Brinkhuis en college de Brink, daar wordt één gebiedsgerichte aanpak voor onderzocht en ook uitgewerkt en ontworpen. Dus dat is niet onafhankelijk van elkaar. De voorzitter: De heer Van den Berg, interruptie. De heer Van den Berg: Ja, ik heb het zo meteen ook bij de heer Stam nog wat vragen terug omdat die niet beantwoord zijn. Om de wethouder niet op een verkeerd spoor te zijn: die 1000 euro was een beetje sarcastisch bedoeld naar de verbouwkosten die voor het Brinkhuis gemaakt moeten worden om daar te huisvesten en te parkeren. Daar ging die gevolgtrekking over, want 1000 euro voor het afkoppelen van een woning. Het gaat mij niet zozeer om het water afkoppelen want u heeft een punt, dat is een heel ander onderwerp. Het gaat mij echt om de verbouwkosten zoals die begroot zijn, en daar wordt al van gezegd dat is inclusief veiligheidskosten.

De specifieke vraag die ik daar in de tweede termijn nog aan toevoegde was: parkeren buiten, toegankelijkheid, de entree voor minder valide mensen. Daar duidde ik op, weliswaar misschien nog wat onduidelijk, maar daar ging het mij om. Waar die kosten zitten en of daar überhaupt over nagedacht is. De voorzitter: De heer Calis. De heer Calis: Als laatste wil ik nog in herinnering roepen dat in de discussie rond het Brinkhuis zoals we die vanavond ook uitvoerig hebben gevoerd, dat de verandering in de governance van het Brinkhuis natuurlijk is vastgelegd in een visie op het Brinkhuis die door de raad is vastgesteld. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Den Dunnen, wilt u nog? De heer Den Dunnen: Een korte opmerking over de overheid die alles digitaal doet. Dat is natuurlijk zo, je kunt een heleboel digitaal doen. Maar waar wij vooral het serviceplein op inrichten is voor de mensen die vragen hebben, voor mensen die een budgetcoach willen, overleggen over hun situatie. Dus juist die zaken die niet digitaal kunnen er juist waar het persoonlijk contact voor nodig is, dat willen we vooral in dat serviceplein doen. De voorzitter: Mijnheer Mol, had u nog antwoorden? Dank u wel. Van de heer Van den Berg had nog ‘…’ (door elkaar heen). De heer Van den Berg: Ja, ik kijk even naar u, voorzitter, want anders dan moet ik misschien formeel een … Ik heb nog vier en een halve vraag die zijn niet beantwoord en die wil ik heel puntig nog één keer vragen. De voorzitter: Als u het kort kan … De heer Van den Berg: Ja. De voorzitter: Ik wou geen derde ronde meer doen, dat mag in de raad volgende week. De heer Van den Berg: Ja, maar dat is gek, mijnheer de voorzitter, want als we geen antwoord krijgen op vragen dan kunnen we net zo goed geen vragen meer stellen. Of zoals in mijn geval, dan kan ik ze beter volgende keer maar gewoon schriftelijk indienen. Dan is de kans groter dat ik een antwoord krijg als dat ik hier ga zitten, twee ronden geen antwoord krijg en dan te horen krijgt: ja, we doen geen derde ronde.

Dan ga ik lekker iets anders doen met mijn tijd. De voorzitter: U draaft nu een beetje door. Ik heb het niet over geen vragen beantwoorden, ik heb het over een derde ronde iedereen het woord geven. Maar als de vragen niet beantwoord zijn zoals bij de heer Van den Berg, vraagt hij of hij vragen mag herhalen dat hij daar alsnog antwoorden krijgt. Als u vragen heeft dan krijgt u uw beurt zo, maar dat zie ik niet als derde ronde. De heer Van den Berg.

De heer Van den Berg: Nou zo, dan heeft u mijn vraag aan u ook goed begr… Het serviceplein kan denk ik ook in het huidige Raadhuis maar dat was geen vraag, die komt dan net weer op. Ik had nog de vraag waar net even al met de heer Calis over ging over die kosten van het geschikt maken van de parkeerplaatsen, entree van het Brinkhuis. Daar heb ik geen antwoord op gekregen of die in die verbouwkosten zitten zoals begroot. Dat is vraag één. Waar ook geen antwoord op is gekomen is op welke afspraken dan wel welke visie de eigenaar van het Brinkhuis in relatie tot de gemeente heeft als de sociaalmaatschappelijke bestemming veranderd in het bestemmingsplan naar kantoorbestemming, want dat moet. Het moet een kantoorbestemming. Daar heb ik gezegd: dan kan ik mij niet voorstellen dat de huur naar beneden gaat. Daar wil ik nog graag een vraag op hebben. Gaat de huur naar beneden als de kantoorbestemming komt, en over een aantal jaren die kantoorbestemming ook voor anderen beschikbaar is? Dat is een vraag waarop ik geen antwoord heb gekregen. Dan hebben we ook een vraag gesteld over dat huur van dat medisch centrum. Ik heb gezegd: als die bestemming daar opkomt, voor ‘…’, dan heb je niet helemaal in de hand wat daar precies in komt. Het moet allemaal zorg gerelateerd zijn, maar tegelijkertijd wordt er gezegd: dat wordt zorg die bereikbaar is.

Nou, dan heb je het niet over de hoogste prijs dus dat komt dan … Misschien moet ik die vraag

zo meteen herhalen als de wethouder zegt dat hoort bij het volgende onderwerp, maar ik wilde graag de visie van de wethouder hebben op de waarde van het huidige Raadhuis als daar niet zeg maar, als daar een gedempte, gematigde zorg komt die bereikbaar voor iedereen is. Dat levert volgens mij niet de beste huur op. Dat is een vraag. Dan heeft de burgemeester mij geïnterrumpeerd en gezegd: hou er rekening mee, geachte heer Van den Berg, dat de vraag van het bestuur aan het college is geweest: jullie gaan maar vergaderen of praten met gebruikers, maar zo kunnen wij ook niks. Toen heb ik de vraag teruggespeeld van: maar waarom is daar niks mee gebeurd sinds dat dan bekend is geworden? Daar wordt aan voorbij gegaan, daar is geen antwoord op gekomen, dus dat antwoord wil ik ook nog graag hebben. Tenslotte, en ik begrijp dat de burgemeester liever heeft dat de wethouder financiën dat gaat beantwoorden, maar goed, het maakt mij niet uit wie hem beantwoord maar de vraag ligt er. Dan nog, ja, de allerlaatste vraag die ging over, en er wordt een beetje aan voorbij gegaan door de heer Stam. Ik had het niet alleen over of de wethouder met de fiets naar het gemeentehuis rijdt, maar het ging er vooral ook over bezoekers. Je doet het voor laagdrempeligheid dus de entree van het gemeentehuis, het nieuwe Brinkhuis, gaat alles op afspraak neem ik aan.

Hoe ziet hij dat dan, even nog los van de kosten, dat dat allemaal daar vele malen beter gaat als ten opzichte van het huidige Raadhuis? Daar heb ik ook niet echt een antwoord op gekregen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Calis, wilt u deze vragen beantwoorden? De heer Calis: Ja, ik zal mijn best doen, voorzitter, maar de kosten voor het verbouwen van de parkeerplaats dat lijkt mij typisch iets voor de wethouder openbare ruimte. Ik kan u wel vertellen dat de referentie naar een mogelijke huurverandering door kantoorbestemming van het Brinkhuis, ja, ik denk dat daar toch wat dingen door elkaar lopen in het idee van de heer Van den Berg. Met de parochie hebben we een bepaalde huur afgesproken die bepaald wordt door enkele parameters. De bestemming, en hoe het gebouw gebruikt wordt is daar zeker niet een onderdeel van. Ik denk weleens: was dat maar waar, want bijvoorbeeld om dat te illustreren, als de foyer nu fantastisch goed zou draaien en daar dus een café, en we maken er ook een restaurant van, dat zou dus aanleiding kunnen zijn voor de parochie om meer huur te vragen. Maar dan keer ik het ook om en zeg ik: ja, de verdiensten van de foyer die blijven ernstig achter bij de prognose, dus de parochie moet overgaan tot een huurverlaging. Nou, ik kan u vertellen dat dat soort argumenten ze niet voor gevoelig zijn.

Ook in de hele opstelling van of dat nou een kantoor is of niet, hoe dat gebruikt wordt, dat speelt niet mee in de bepaling van de huursom. Mijn verwachting dat de huursom naar beneden is, gaat, is gebaseerd op een aflossing van een lening die de parochie heeft gedaan waardoor er minder rente verschuldigd is. Dat kan tot uitdrukking komen in de huursom. De heer Van den Berg: Voorzitter, een kleine interruptie. Om de vraag te verfijnen: u heeft een huurovereenkomst, een gebruiksovereenkomst, et cetera. Daar hebben we ook in meegefinancierd. De vraag is ook: de bestemming van het Brinkhuis wordt straks hoofdzakelijk kantoor, dus de bestemming moet ook gewoon gewijzigd worden in kantoor want we kunnen niet gaan vergaderen in een sociaalmaatschappelijke bestemming met een kantoorfaciliteit. Op dat moment wordt de bestemming kantoor in het eigendom van de kerk, en dat is niet gelegenheidsbestemming alleen voor de gemeentebestuur. Dus op het moment dat het gemeentebestuur er ooit een keer vanuit gaat, onverhoopt, dan heeft het parochiebestuur of de eigenaar heeft een kantoorgebouw daar en niet meer een gebouw met een sociaalmaatschappelijke functie wat ooit de uitgangspunt voor de verhuur is geweest. Daar ging het mij om.

U zegt dat dat niet uitmaakt, maar ik denk toch dadelijk dat wij een bestemmingswijziging moeten gaan doorvoeren en dat de parochie volgens mij heel zakelijk is er dan wel degelijk ook een punt heeft en zegt: ja, maar zo hebben we die afspraken in het verleden nooit gemaakt.

De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Ja, ik probeer een paar antwoorden te geven op vragen van de heer Van den Berg. Ik begrijp dat, wij hebben bij de hele kostenberekeningen wat betreft de inhuizing van het bestuur, dus het college, griffier en de gemeentesecretaris, door de firma Sweco een hele gedetailleerde opstelling laten maken. Daar zijn die kosten die wij vragen om te gaan maken op gebaseerd. Die entree die is daar nog niet in meegenomen. Het is een punt wat wel degelijk bekeken zou moeten worden, dus ik denk dat je dat mee moet nemen in de afweging, maar dat zal … Het is nou niet zo dat dat tonnen gaat kosten, maar het is wel degelijk een punt waar je goed naar moet kijken lijkt mij. Het is misschien wel goed om nog even, want ik begrijp dat er nu wat misverstanden beginnen te ontstaan over kantorenbestemming. De maatschappelijke bestemming, want ook dat valt in mijn portefeuille, wat ik allemaal niet doe zeg. Dat zijn voorzieningen op het gebied van welzijn en zorg, volksgezondheid, cultuur, religie, onderwijs, verenigingsleven, opvoeding, kinderopvang en hier komt hij: openbaar bestuur en andere openbare en sociale voorzieningen. Dus ik weet niet precies waar de heer Van den Berg vindt dat het nu een kantoorbestemming gaat krijgen. Dus we gaan de pastoor ervan overtuigen dat wij een maatschappelijke functie hebben.

Ik neem aan dat dat door de heer Calis uitvoerig zal worden toegelicht ook. Dan het punt van die entree heb ik iets van gezegd. Ik denk wel dat het een punt is waar we aandacht voor zullen moeten hebben. Ik denk ook dat het een punt is waar we aandacht voor zullen moeten hebben. Ik denk ook dat het een punt is waar gisteren ook in het overleg met, of de kennismaking met de nieuwe bestuurders aan de orde is geweest: is de entree van het Brinkhuis, of je er nou als gemeentebestuur gaat zitten of niet, is die nou in de functie die je daar wil hebben, is dat nou wel een erg aantrekkelijke binnenkomst? Nou, dat vonden ze eigenlijk met zijn allen ook niet. Ik denk dat dat een punt zal zijn wat zeker nog besproken zal worden in het komend overleg met de nieuwe raad van toezicht. Bezoekers, de vraag is of er voldoende parkeerterrein, parkeergelegenheid is. Er is natuurlijk behoorlijk wat, niet één meter voor de ingang maar er ligt natuurlijk aan de hele zijkant van de Brink een enorm parkeerterrein op zichzelf. Ook aan de kant van ‘Handorf’ het een en ander. Dus ja, op zichzelf denk ik dat dat wel voldoende is maar dat zullen we gewoon in de praktijk moeten gaan ervaren. Ik denk ook wel dat je daar een paar rekensommen op los kunt laten want dat hebben we nu nog niet gedaan.

En dan, ja, ik denk dat de heer Vos de vraag niet beantwoord heeft gekregen over: kunt u de waarde van het sociaalmaatschappelijk werk, als ik het zo mag zeggen, kwantificeren? Dat lijkt mij, ik weet niet, hij geeft er zelf les in. Lijkt mij een buitengewoon ingewikkeld vraagstuk waar wij ons tot nog toe niet aan hebben willen wagen. Het lijkt mij ook niet verstandig, zeg ik maar voor mezelf sprekend, om dat nu te gaan doen. Het punt van solvabiliteit en herwaardering, ik weet niet of de heer Calis nog behoefte heeft om daar wat van te vinden? Was ook een vraag die opnieuw herhaald is. De voorzitter: Mijnheer Calis, gaat uw gang. De heer Calis: Ja, die vraag over solvabiliteit die werd dacht ik aan andere raadsleden gesteld. Ik denk dat ik daar voldoende duidelijk over geweest ben. Ik wil nog wel even ingaan de opmerkingen die de heer Van den Berg maakt over de huuropbrengsten van betaalbare medische zorg. Ik kan de samenhang van zijn betoog niet helemaal volgen omdat aan de ene kant pleit hij dus voor vergaderingen te houden in Eemnes, waarmee hij volgens mij illustreert dat het verstandig zou zijn om dat niet langer in het Raadhuis te doen. Daaruit leid ik af dat het toch wel een goed idee zou kunnen zijn om het raadhuis te verkopen. Als het raadhuis verkocht wordt, dan zijn de opbrengsten in elk geval niet relevant voor de gemeente, want die zijn dan voor de eigenaar.

Dus ik snap niet helemaal wat ik met die vraag moet, eerlijk gezegd. De heer Van den Berg: Moet ik het verduidelijken, voorzitter? Want ik begrijp dat de heer Calis er inderdaad niets van snapt. Waar het om gaat, is: wij suggereren dat er een ziekenhuisje -nou, laat ik het dan iets

volwassener zeggen- een medisch centrum kan komen. Dat is de visie daarop. Dan gaat het erom: wat voor medische zorg komt daar? En dan, als je gaat verkopen, wil je denk ik zo’n hoog mogelijke verkoopsom hebben. En dat houdt in dat dat toch al gauw richting in ieder geval commerciële zorg gaat. Want dat kan altijd meer hebben als minder commerciële zorg. En mijn vraag was en is: op het moment dat je daar conclusies aan verbindt om het salonfähig te maken naar het dorp, dat daar ook toegankelijke medische zorg komt, dan heb ik daar de conclusie aan verbonden dat dat niet de topzorg is waarmee je een hogere verkoopsom kan realiseren. Dus wij gaan aan de voorkant bij de verkoop -doordat het algemene, toegankelijke zorg moet zijngaan we al inboeten op de verkoopsom. En dat is volgens mij wel degelijk voor de gemeente relevant. De heer Calis: Ja, ik denk toch dat er nu sprake is van een opeenstapeling van misverstanden. Kijk, Cushman & Wakefield heeft in dat rapport -is beschikbaar, is neem ik aan ook gelezen door de raad- zelfs met de opbrengst er nog bij, alhoewel dat geheim is … Daar is natuurlijk door ons juist gevraagd, in de redenering die ik net heb laten horen, van de anderhalvelijnszorg, daar heb je het helemaal niet over: dan gaan wij topmedische mensen binnenhalen, of instituten, instellingen.

Wat je daar wilt doen, is dat je een compleet anderhalvelijnszorgpakket wil aanbieden. En ik heb daar een paar voorbeelden van genoemd. Dat is bijvoorbeeld een apotheek. Er zit al een tandarts, er is een fysiotherapeut. Daar zou bijvoorbeeld een orthopedisch centrum -wat de huisartsen dolgraag willen- dat je een klacht, iemand die binnenkomt met een potentieel gebroken been of weet ik wat dan ook, even door een röntgenapparaat kunt halen. En kunt laten checken door een orthopeed die daar een keer per dag of twee keer per dag, of twee keer in de week aanwezig is. In dat soort zorg zit ik te praten. Ik heb het helemaal niet over specialistische openhartoperaties, of iets dergelijks. We hebben het over normale -en als je daar de literatuur op nakijkt, dan heb je het over anderhalvelijnszorg- en dat is de opdracht geweest die Cushman & Wakefield van ons heeft meegekregen. Dat staat ook letterlijk in dat rapport. En dat leidt uiteindelijk tot een opbrengst zoals wij die op dit moment, door Cushman & Wakefield geschat, hebben gebruikt in de rapportage zoals die naar de raad is gegaan. Dus ik denk niet dat dit de werkelijkheid is, zoals de heer Van den Berg die nu … Want hij probeert nu de opbrengst naar beneden te praten. Als we die topspecialistische functies erin zouden hebben, gaat de opbrengst omhoog. Zo zou je het eigenlijk moeten zeggen even.

De heer Van den Berg: Maar het belang van de gemeente bij verkoop van vastgoed is tegen een maatschappelijke waarde verkopen. Althans een maatschappelijke marktwaarde. En dit is in dit geval dan ook een medische bestemming. Want ik ga er even vanuit dat als wij daar de boel verlaten, de bestemming volledig medisch dan is. En daar kan je in het bestemmingsplan volgens mij niet het woord 1,5 m-zorg in, dan wordt het een medische functie. En daarmee, dat bedoelde ik te benadrukken, dan ga je gewoon ook als een goeie verkoper voor de hoogste prijs. En dan ga je niet aan de voorkant al een specifieke zorg benoemen die eventueel een lagere verkoopopbrengst tot gevolg heeft. Maar goed, dit is ook een politieke discussie aan het worden. Ik heb heel goed begrepen waar het over gaat. En ik probeer ook geen misverstand te creëren. Volgens mij is dit gewoon waar het om gaat. En dat gaan we volgende week herhalen. De voorzitter: Goed, ik zou … De heer Vos: Ik heb ook nog steeds één vraag niet beantwoord gekregen. Ik weet niet of de burgemeester die nog gaat beantwoorden, of een van de wethouders. En dat is toch de prangende vraag dat ik meegekregen heb dat ik zéér wel moet overwegen dat het vorige bestuur aan het college heeft meegegeven dat het college/het gemeentebestuur altijd erg lastig was. Omdat die met alle gebruikers van het hele Hart van Laren zelfstandig afspraken maakt.

En dat dat dan nu de opdracht is aan het nieuwe bestuur om dat níet te doen. En dan vraag ík -heb ik de vraag teruggelegd- waarom is dat niet als eerste gebeurd, dat het nieuwe bestuur

gewoon die huursommen en al die contracten gewoon gaat uitvoeren, in plaats van dat het college dat doet? Daar heb ik geen antwoord op gekregen. De voorzitter: Heer Calis. De heer Calis: Ja, het is een beetje, als je een koe van achteren kijkt, dan weet je alles. Dat bestuur is afgetreden vanwege de redenen die ik genoemd heb. En een van de redenen dat het bestuur aftreedt, was altijd het enorm geharrewar over de cijfers, over de huur, over de betalingen, over de subsidie. En die insteek leidde steeds tot onenigheid, meningsverschil, oplopende emoties. Waar het mij om ging, om de insteek, is dat in elk geval het duidelijk is dat daar een zeer gezamenlijk gevoel is welke kant het op moet. En hoe we het Brinkhuis het liefste als bruisend Hart van Laren weer kunnen realiseren. Financiën zijn daarbij een tweede overweging, die ik zeker niet de voorhand willen laten nemen in de discussie. En die hebben we dan ook duidelijk met het nieuwe bestuur, met de nieuwe directeur, niet vooropgesteld. We hebben gezegd: laten we nou eerst kijken hoe we deze zaak beter kunnen veranderen en in gang zetten. Dat dat niet eerder is gebeurd, het was een voldongen feit dat het oude bestuur was afgetreden.

Ik heb daar zelf nog pogingen ondernomen om te zeggen van: “Menen jullie dat nou echt? En als we nu samen de andere kant opgaan?” Zeiden ze: “Nou, helaas is ons vertrouwen in een samenwerking dusdanig ondermijnd dat wij daar niet aan beginnen.” Dus daarom is het ook gelopen zoals het gelopen is. En zo snel als mogelijk is, zorgvuldig, met alle inbreng van de raad -zoals ik al net zei- uitgebreide bespreking van nieuwe governance van het Brinkhuis. Wat hier meermalen in de raad is langs geweest. Dus het lijkt mij dat de vraag van de heer Van den Berg daarmee afdoende is beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vos: Ik blijf hangen met de vraag. Het is goed dat de toelichting komt, hoor, voor het debat. Het bestuur heeft, dat was een zwaar hangijzer, meegegeven. Zo is mij net meegegeven. Maar toen, dat bestuur is volgens mij vorig jaar ergens afgetreden, ergens rond de zomer. Even zo uit mijn hoofd gezegd. Toen was het college al tweeënhalf, drie jaar onderweg. Als dat bestuur toen op dat moment technisch dat ook al als een beperking heeft ontvangen, waar is dan op dat moment het niet zo gegaan dat het college heeft gezegd van: ja, daar heeft u gelijk in. Dat zien wij als een beperking voor u, bestuur, nieuwe directie. U gaat dat gewoon doen. Dat komt dan nu naar boven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11116640/2