Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSCOMMISSIE VAN GEMEENTE LAREN d.d. 22 april 2021
1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Dames en heren, het is één minuut over acht. Ik wil graag de vergadering beginnen en de vaststelling van de agenda, heeft iemand op- of aanmerkingen, aanvullingen op de agenda? Zo niet, is deze vastgesteld. Afwezig heeft gemeld: de heer Robert Winkel en mevrouw Goos vervangt mevrouw Niekus. Ik maak u erop attent dat de vergadering in livestream van de vergadering wordt opgenomen, dus het woord nemen graag via de voorzitter en duidelijk. Daarnaast maak ik u ook attent op de maatregelen in verband met corona. Op het moment dat u opstaat, graag het mondkapje en 1,5 meter garen. Dank u wel.
2.
Vaststelling lijst adviezen en conclusies vergadering commissie M&F d.d. 25 maart 2021 De voorzitter: Agendapunt 2: Vaststelling adviezen en conclusies commissie Maatschappij en Financiën, 25 maart 2021. Heeft iemand op bladzijde 1 een opmerking? Nee. Bladzijde 2? Niet. Zo niet, dan zijn ze goedgekeurd. Dank u wel.
3.
Mededelingen De voorzitter: Mededelingen, zijn er mededelingen vanuit het college? Wethouders de heer Den Dunnen. De heer Den Dunnen: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Ik wil hier mededelen dat de V&G, de HBEL heeft uitgekozen voor de visitatie van het sociaal domein. En daar met name in te zoomen op de financiële beheersbaarheid van het sociaal domein. Daar zijn een aantal werkgroepen voor gevormd en het gaat tot en met juni, juli duren om het hele sociaal domein en de werkwijze te doorlichten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Calis. De heer Calis: De heer Calis wachtte nog even op een batterij voor zijn microfoon. Wat misschien aardig is om te vermelden is … Ik heb vandaag een uitgebreid interview gehad met een bureau dat namens de Rekenkamer een onderzoek doet naar doelmatigheid van de inkoop en aanbestedingsbeleid van de BEL. Dat was een heel aardig interview met het oog op de presentatie. Hier moet ik er wel bij vermelden dat natuurlijk een belangrijk aandeel van de inkoop van de gemeente Laren betreft, het sociaal domein. Maar dat wordt uitgevoerd door de HBEL en deels ook door de regio, dus ik vond het jammer dat het bureau zei: ‘Ja, dat valt helaas buiten de scope van ons onderzoek’. Maar het gaat vooral om rechtmatigheid en dat het allemaal goed verloopt, integer. Dat was heel erg leuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Is er iemand … Mededelingen? De heer Thijmen Jacobse. De heer Jacobse: Dank u wel voorzitter. Ik had een vraag voor wethouder Den Dunnen: komt het u uit dat de V&G dat bij ons allemaal komt bekijken? Past dat? Past ons dat? De heer Den Dunnen: Ja, we hebben het verzoek ruim 1,5 maand terug gehad, want dat vraagt natuurlijk wel wat ambtelijke capaciteit. Daar hebben wij ‘ja’ tegen gezegd, wij vonden het zodanig noodzakelijk op dit moment, om daar … Elke inzicht wat we daarin kunnen krijgen is meegenomen.
De heer Jacobse: Mag ik dat ook zien in het kader van het verzoek van de V&G om te kijken of we die bijdrage wat kunnen bijstellen, een plafond kunnen geven? De heer Den Dunnen: Nee, dat staat … Dat is weer een andere afdeling binnen de V&G, staat er los van. Overigens heb ik in Binnenlands Bestuur wel gelezen dat Krimpen aan de IJssel dezelfde beweging heeft gemaakt als wij gemaakt hebben. De voorzitter: Dank u wel. Niemand meer een mededeling? Moet nog naar boven kijken, sorry. 4.
Meldingen Portefeuillehouders m.b.t. Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Meldingen Portefeuillehouders met betrekking tot Gemeenschappelijke Regelingen. De heer Den Dunnen, heeft u nog? De heer Den Dunnen: Ja, we hebben afgelopen … Ja vandaag, hebben we uitvoerig stilgestaan bij nieuwe zorgvisie. Wat zien we op dit moment gebeuren? We zien dat de verpleeghuiszorg korter wordt en dat de mensen sneller naar huis terug moeten. Hetzelfde geldt ook voor de ziekenhuiszorg. En zeker als straks het nieuwe ziekenhuis Tergooi klaar is, dan zullen de mensen ook eerder vanuit het ziekenhuis naar huis gaan met de bedoeling om dan zorg in de wijk te verlenen. Maar daar zit ook een heel belangrijk financieel component aan, want op het moment dat er zorg in de wijk verleend moet worden, dan zal die verlengd moeten worden vanuit de Wmo. Dus we hebben nu als wethouders met zijn allen gezegd: ‘Wij willen wel twee proeftuintjes gaan doen, daarvoor’. Maar een belangrijk punt daarin is voor ons hoe dat de zorggelden gaan verschuiven, want het kan niet zo zijn dat aan de ene kant verpleeghuis en ziekenhuis bezuinigen door minder ligduur te maken en dat het bij ons vervolgens duurder wordt, omdat wij vanuit de Wmo dan de patiënten moeten gaan behandelen. Nog afgezien van of dat we daar het personeel voor hebben. De voorzitter: Dank u wel.
De heer Calis, nog iets van de Gemeenschap… Dank u wel.
5.
Presentatie Dashboard Sociaal Domein De voorzitter: Dan gaan we naar punt 5: Presentatie Dashboard Sociaal Domein. We hebben hier als gast Sylvia Hooft van Huysduynen, senior adviseur bedrijfsvoering, gemeente Huizen. Welkom. Mijnheer Den Dunnen, wilt u een inleiding of … Hoe heeft u het geregisseerd? De heer Den Dunnen: Nee hoor, Sylvia, die weet van de hoed en de rand. De voorzitter: Ja, hij doet het wel, moet je eerst de zijkant even drukken. Ja, gaat uw gang. Mevrouw Hooft van Huysduynen: Ben ik zo goed verstaanbaar? Ja. Er is inderdaad aan mij gevraagd om even een korte presentatie te komen geven over het dashboard wat we hebben ontwikkeld binnen het sociaal domein. Vandaag wil ik jullie eigenlijk meenemen in ook een stukje achtergrond: wat hebben we nou gedaan de afgelopen maanden? Hoe komt zo’n dashboard tot stand? Vervolgens laat ik het dashboard aan jullie zien. En als laatste staan er nog een heel aantal punten ook op de planning voor de doorontwikkeling van het dashboard en daar wil ik jullie ook graag in meenemen. Als eerste de ontwikkeling van het dashboard: we werken met heel veel verschillende systemen binnen het sociaal domein. Dat maakt het soms wat lastig om alle informatie die we hebben ook goed te ontsluiten.
We hebben daarom ervoor gezorgd dat nu ieder geval de systemen van onszelf, dus die binnen huizen worden gebruikt voor de HBEL, dat die aan zijn gesloten op
een datawarehouse. Dus alle informatie wordt eigenlijk ingeladen op één plek. En op dat datawarehouse hebben we uiteindelijk, een Power BI heet dat, een applicatie aangesloten om al die informatie inzichtelijk te maken. Er zijn nog zelfs meer systemen; zo hebben we bijvoorbeeld ook het SAP-systeem, dat is het financiële systeem. Dat is op dit moment nog niet realtime gekoppeld, dus dat betekent dat we nog niet dagelijks de nieuwe informatie in het dashboard hebben of … In het datawarehouse hebben staan. Ook het systeem van de regio: het DLP, waar dus mee wordt gecommuniceerd met de zorgaanbieders, is nog niet realtime gekoppeld. Maar dat is iets waar we wel naar aan het kijken zijn zodat die informatie ook iedere dag ververst wordt en nu doen we dat handmatig vaak één keer in de twee weken. Bij die ontwikkeling van dat dashboard zie je ook dat door het visueel te maken, zie je ook eigenlijk weer ... Fouten wil ik het niet noemen, maar in ieder geval gekke dingen in de data. We zijn dus ook heel erg bezig om die datakwaliteit te verhogen, zodat wat we ook zien, dat het ook klopt.
Bij de ontwikkeling van het dashboard hebben we heel erg gekeken: welke informatie hebben we nou nodig om te kunnen sturen? Wat willen we nou zien? En daarnaast willen we ook echt aan de slag met KPI’s, die zijn op dit moment nog niet opgenomen in het dashboard, maar die willen we zeker ook gaan opnemen. Dan ga ik heel even mijn scherm wisselen. Even kijken. Dan kan ik het ook iets groter maken. Het dashboard is eigenlijk opgebouwd aan de hand van de drie wetten, dus we hebben voor alle drie de wetten een pagina ontwikkeld die eigenlijk een algemeen beeld laat zien. Dat heet vaak ‘aantallen Wmo’, of ‘aantallen Jeugd’. Op deze pagina laten we eigenlijk zien van: welke soorten voorzieningen hebben we en hoe staat het met deze cijfers? Dus je kan bijvoorbeeld zien … Dat noemen we ‘standcijfers van huishoudelijk hulp, individuele begeleiding en dagbesteding’. We hebben aangegeven van wat die cijfers zijn in 2019, 2020 en 2021.
Daaronder hebben we ook het aantal verstrekkingen per jaar, dat is dus: hoeveel hebben we uitgegeven? Hoeveel hebben we beschikt voor rolstoelen, taxi's en vervoersvoorzieningen? Daarnaast hebben we bij ‘woonvoorzieningen’ aangegeven van: ‘Hoeveel cliënten hebben vorig jaar een woonvoorziening ontvangen?’ En als je dan kijkt rechts onderaan, dan hebben we ook nog een stukje opgenomen voor ‘beschermd wonen’, dus daar kunnen we zien van hoeveel mensen er beschermd wonen en ook hoeveel mensen op de wachtlijst staan. Dit is eigenlijk een heel kort overzicht van de voorzieningen die we inzetten voor de Wmo. We hebben daar een filter aan toegevoegd, die zit rechtsboven in, zodat we ook op gemeenteniveau kunnen kijken. ‘…’ even aanklikken. En dan zie je ook dat alle tabelletjes zich aanpassen en op dit moment zien we dan alleen maar de gegevens van Laren. En zo kunnen we dus ook per gemeente kijken naar de informatie. Dit is natuurlijk vrij algemene informatie. Dan hebben we ook gekozen om voor iedere wet een soort van verdiepingspagina te maken, zodat we dieper in kunnen gaan op de data die we hebben, want we hebben heel veel informatie. Hier kan je bijvoorbeeld … Kunnen we links bovenin … Kan ik dan een product kiezen en hier staat hij bijvoorbeeld op huishoudelijke hulp. Er zijn zelfs heel veel producten, want alle producten staan erin.
Ik weet niet of het goed leesbaar is, maar hier zie je bijvoorbeeld onder ‘begeleiding’ hoeveel verschillende producten we hebben. Laat ik heel even ‘huishoudelijke hulp’ zien, dat is een wat makkelijker product om even te laten zien. We hebben als eerst aangegeven van: ‘Hoe ziet nou de ontwikkeling van de cliënten door de tijd heen?’ Zoals waarschijnlijk niet onbekend, zie je dat eigenlijk de afgelopen periode van januari 2019 tot nu, zie je eigenlijk dat die populatie aan het stijgen is. Als we dan kijken In het grafiekje daarnaast, dan hebben we ook aangegeven van: ‘Hoe vaak krijgt iemand nou een herindicatie?’ Is dat één keer, is dat twee keer, is dat drie keer, is dat vier keer? En je ziet hier bij ‘huishoudelijk hulp’ … Is in die zin wel iets minder interessant, want vaak als mensen instromen in huishoudelijke hulp, dan stromen ze ook niet snel meer uit. Maar je ziet dat inderdaad een groot gedeelte een herindicatie krijgt. In het grafiekje daarnaast hebben we weergegeven van: ‘Hoe vaak zien we eigenlijk dat als mensen uitstromen, dat ze ook weer terugkomen?’ En dan zie je hier bijvoorbeeld dat er heel weinig mensen weer terugkomen die uitstromen. Dit is natuurlijk vooral heel erg interessant bij ‘begeleiding’ om te bekijken. Als we dan kijken links onderaan, dan zien we daar de leeftijdsverdeling van de cliënten.
Zoals ook verwacht is de populatie vaak in ieder geval boven de 70, de grootste doelgroep die huishoudelijke hulp ontvangt. In het tabelletje daarnaast
hebben we ook nog eventjes de in- en uitstroom tegenover elkaar gezet om gewoon ook een goed beeld te krijgen van: wat zijn daar de verschillen nou in? En dat kan je natuurlijk ook zien in het grafiekje daarboven bij ‘de ontwikkeling’. Als laatste hebben we de intensiteit toegevoegd en hier kan je eigenlijk zien: hoeveel minuten per week zetten we nou gemiddeld in?’ Je ziet al een hele kleine afbuiging hier aan het einde, dat heeft er natuurlijk mee te maken dat we met een nieuw normenkader aan het werk zijn. Dus daar zie je dus ook dat dat al iets aan het verschuiven is. Zoals ik al had aangeven, hebben we eigenlijk … Bij de Jeugd is het eigenlijk precies hetzelfde opgezet als bij de Wmo, dus hier hebben we weer een overzichtspagina. Daar hebben we boven standcijfers voor jeugdbegeleiding en jeugdhulp. En daaronder hebben we nog verblijf, LTA, is het Landelijk Transitie Arrangement, dat zijn de hele zware landelijk ingekochte trajecten. ED, dat is voor dyslexie, het vrijwillig kader en het gedwongen kader weergegeven. Ook hier kunnen we gewoon weer filteren op gemeente uiteraard en dat kon ook op die vorige pagina, dat hebben we overal ingebouwd. Ook hier hebben we weer een verdiepingspagina, dat ziet er in principe gewoon verder precies hetzelfde uit. We hebben alleen gekozen bij ‘Jeugd’ om een extra pagina te maken, om ook inzicht te krijgen in de verwijzers.
En hier kunnen we dan kiezen, bijvoorbeeld ‘jeugdbegeleiding’ en dan kunnen we kijken: wie verwijst daar nou naar? Dan zal ik even Laren aanklikken en dan zien we dat … Naar jeugdbegeleiding wordt het meeste door de gemeente zelf verwezen. Als we kijken bijvoorbeeld naar jeugdhulp, dan zien we dat dat voornamelijk de huisartsen zijn. En zo kunnen we dus ook kijken van: bij welk product is … Wie verwijst dat nou het meeste? Dan hebben we nog de Participatiewet, daar hebben we dan ook weer een overzichtspagina, die ziet er een klein beetje anders uit. Maar daar hebben we in ieder geval ‘aantal lopende uitkeringen’ aangegeven, daarnaast hebben we ‘bijzondere bijstand’ aangegeven en daaronder hebben we … Want we hebben drie soorten uitkeringen, hebben we ze nog even uitgesplitst. En als laatste ‘loonkostensubsidie’. Ook voor de Participatiewet hebben we een verdiepingspagina, die ziet er wel iets anders uit. We hebben links bovenin aangegeven hoeveel we uit hebben gegeven aan de uitkeringen. Je ziet bijvoorbeeld: 2021 is natuurlijk nog een stuk lager, want we hebben nog niet het hele jaar. Daarnaast hebben we een cliëntenprofiel opgenomen.
Als mensen een uitkering hebben, dan noteren we eigenlijk meer gegevens van deze inwoners en dus kunnen we ook aangeven van: wat is de leeftijd? Wat is het opleidingsniveau? Wat is de leefsituatie en wat is de huisvesting? We hebben linksonder dan ook de duur van de uitkeringen aangegeven zodat we ook kunnen zien van: hoelang zitten nou de mensen in de bijstand? We hebben dan nog even rechts onderin ook de loonkostensubsidie per bedrijf weergegeven. Daarnaast hebben we ook voor Participatiewet een in- en uitstroomoverzicht gemaakt en op dit overzicht kunnen we eigenlijk de instroom per leeftijdscategorie zien en ook de uitstroom per leeftijdscategorie. Daarnaast hebben we, de taartvorm in het midden, hebben we opgenomen om ook te kijken van: wat is nou de reden van uitstroom? Ik moet zeggen: daar zijn we nog even druk mee bezig, want daar moeten we nog even aanpassen dat we kunnen kiezen dat het voor één jaar … Nu telt die alle data van het verleden op, dus dat gaan we nog aanpassen. Dan ga ik nu even weer terug-switchen naar mijn andere scherm. Dat was eigenlijk even korte preview van het dashboard wat we tot nu toe hebben. Er staan nog heel veel dingen op de planning, want het is nog niet af. Als eerste: de regionale data en de financiële data. Op dit moment, zoals u ook ziet, zitten er nog geen financiële data in.
Daar zijn we druk mee aan de slag om ook die toe te voegen aan het dashboard, zodat we daar ook inzicht in hebben. Dan is het wel altijd belangrijk bij financiële data om te realiseren dat een declaratie … Is natuurlijk … Als de zorg vandaag wordt geleverd, hebben we niet vandaag de declaratie. Dus je kan het realtime tonen, maar daar zit natuurlijk alles wat vertraging in het declaratiegedrag van de aanbieders. Dus daarom gaan we ook kijken of we wat kunnen we met verplichtingen, want op het moment dat we een beschikking afgeven, dan gaan we natuurlijk een beschikking aan. Daarnaast zijn we ook nog druk bezig met die regionale data om ook de verschillen tussen de data van de regio en ons allemaal gelijk te krijgen, zodat we straks één mooie goede dataset hebben. Daarnaast zijn we heel druk bezig met ook een prognosetool voor Jeugd. We willen eigenlijk een betere prognose maken zodat we beter kunnen inschatten wat de kosten gaan worden. De planning is dat
deze prognosetool voor de begroting van 2022 gereed is. Als het nou heel goed werkt, dan willen we dat ook uitrollen naar Wmo en naar de Participatiewet. Maar dat halen we in ieder geval niet voor de begroting van 2022. Daarnaast willen we nog aan de slag met ook een kwaliteitsmonitor te bouwen, zodat we continu de kwaliteit van onze data gaan monitoren. Want bijvoorbeeld is er nieuwe inkoop geweest in de regio en dan zie je ook dat er dingen veranderen in de data, dus Je moet dat continu blijven monitoren. En als laatste hebben we ook best wel vaak de vraag gekregen van: ‘Dit zijn natuurlijk cijfers over aantallen, maar wat is nou kwaliteit van zorg en de kwaliteit van ondersteuning die we inzetten?’ Dat staat wel verder op de tijdlijn, dus daar willen we ook naar gaan kijken of we dat toch op een bepaalde manier ook weer kunnen geven in het dashboard, wat de kwaliteit van ondersteuning is. Dat was mijn presentatie over het dashboard. De voorzitter: Helder. Zijn er vragen direct? De heer Vos. De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Dank u wel voor de buitengewoon heldere toelichting op deze. Was heel plezierige manier ‘…’. Dat het zo snel voorzien is, dat was beloofd. Ik denk dat dat ons veel helderheid schaft.
Er waren twee dingen die ik graag zou willen weten van mevrouw en tien andere dingen ook, maar in eerste instantie, omdat jullie nog volop bezig zijn … Ik zeg ‘je’ als je dat goed vindt. Dit zijn een hele hoop cijfers en meten is weten, dus dat is ‘…’. Is het straks ook mogelijk om een benchmark te maken naar andere gemeentes en naar andere instellingen? Dat is mijn eerste vraag. En tweede vraag: voor wie wordt dit toegankelijk? Is dit … In eerste instantie natuurlijk voor jullie, dat begrijp ik ook, maar kunnen wij als raden daar ook gebruik van gaan maken? Mevrouw Hooft van Huysduynen: Om eigenlijk te beginnen met je eerste vraag over de benchmark: daar hebben we wel inderdaad over nagedacht, maar hebben we op dit moment nog niet aan concrete ideeën over hoe we dat zouden kunnen doen. Omdat … Soms is het ook lastig, dat bijvoorbeeld als je meet hoeveel rolstoelen we hebben gegeven, dat lijkt iets heel makkelijks, maar je kan dat op verschillende manieren meten in de data. Dus we moeten dan wel goed kijken dat als we dat gaan vergelijken met andere gemeentes, dat je dat dus allemaal identiek met elkaar meet. Dus ik vind het wel … Ik vind het zeker een goed punt en ik neem het mee terug, maar ik durf daar nog geen uitspraak over te doen of dat zeg maar lukt en wanneer we dat dan zouden kunnen toevoegen.
En de tweede vraag over de beschikbaarheid van het dashboard: op dit moment is het vooral beschikbaar ambtelijk. En het idee is dat we eigenlijk met het dashboard vooral de bestuurders en de raden informeren, maar zelf hebben we de voorkeur om daar ook zelf het verhaal bij te vertellen. Want soms zie je dingen in data en dan heeft dat ook te maken met dat we een product anders hebben genoemd. En dan zie je bijvoorbeeld een hele sterke daling en ergens anders een stijging, maar dat heeft dan soms ook te maken met dat een product van de ene categorie naar de andere gaat. Dus we zouden heel graag dan juist uitleg daarbij willen geven. Dus dat is hoe dat nu eigenlijk is afgesproken. De heer …: ‘…’ (buiten microfoon). Mevrouw Hooft van Huysduynen: Dat snap ik. Het heeft ook een stukje met het toch privacy te maken, want je kan soms heel diep op de data ingaan. De voorzitter: Zijn er nog meer vragen? De heer Grunwald: Ja. De voorzitter: De heer Grunwald.
De heer Grunwald: Dank u wel voorzitter. Bedankt voor de mooie presentatie, het ziet er erg mooi uit. Dat brengt me bij twee vragen, de eerste is: welke plek krijgt dit tool in planning en controlcyclus? Wordt het beleid hierop gebaseerd uiteindelijk? En wat daarvoor belangrijk is dat het natuurlijk een betrouwbaar en volledig betrouwbaar tool is en ook volledige informatie geeft. En dat brengt mij naar de tweede vraag: komt dat eigenlijk ooit eens af? Als ik dat zo zie, u begint met een aantal kleine stappen en er zijn wat onderdelen die later aan de orde komen. Ik heb zo het vermoeden dat dat wellicht, tegen die tijd dat u de laatste dingen voor mekaar hebt dat de eerste alweer aan revisie toe zijn. Hoe kijkt u daar tegenaan? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder, wilt u? De heer Den Dunnen: Ja, de bedoeling is in ieder geval dat we op basis van deze cijfers, wat beter beleid kunnen voeren. Dat we zien wat het effect van ons handelen is. In de planning en controlcyclus, daar valt het nog niet in, pas in ’22, denk ik. Mevrouw Hooft van Huysduynen: Ja, we zijn wel bezig om het aan te sluiten daarop, zodat we ook dat dashboard heel frequent met elkaar gaan bespreken en doornemen. De heer Den Dunnen: Ja en af is het nooit, het is altijd, denk ik, in ontwikkeling.
Sowieso zullen de getallen steeds wisselen en verandert ook steeds iets aan de beleidskant, wat ik net zei: vormen van financiering kunnen veranderen en daar ben je dus in principe met zo’n dashboard altijd mee bezig. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er meer vragen? De heer Van Midden. De heer Van Midden. Ja, dank u mijnheer de voorzitter. Ik heb twee vragen: 1) Power BI is natuurlijk fantastisch instrument, je kan er al heel snel hele mooie dashboards mee maken. Maar uiteindelijk wordt de kwaliteit van die informatie bepaald door de onderliggende informatie in de datawarehouse. Hoe borg je de kwaliteit van die data in termen van juistheid en met name ook tijdelijkheid? Zeg maar kwaliteit van de data, dat is één vraag. Tweede: de wethouder heeft het al aangegeven, je merkt zelf ook al dat er nog KPI’s in moesten komen. Uiteindelijk is dit heel veel data, het is meer dan een dashboard, voor mijn gevoel. Het is het meest interessant op het moment dat je dat in perspectief plaatst. Dus in perspectief van je doelstellingen, want dan zie je pas eigenlijk wat die data betekenen. Dat wordt er nog aan toegevoegd, dus dat zijn de KPI's waar je zelf ook melding van maakte. Op het moment dat je die toevoegt, dat je dan uiteindelijk het complete beeld gaat krijgen en dus ook kan sturen op basis van die informatie. Mevrouw Hooft van Huysduynen: Klopt. De voorzitter: Mevrouw ‘…’.
Mevrouw Hooft van Huysduynen: Klopt, we hebben voor de bezuinigingsmaatregelen die genomen zijn … Daarvoor hebben we allemaal KPI’s opgenomen en die gaan we dus ook in het dashboard bouwen. Ik snap ook je zorgen, dat die data goed moet zijn wat je laat zien. De actualiteit, die is op dit moment goed, want het wordt gewoon dagelijks ververst in dat datawarehouse, dus dat zijn allemaal koppelingen die we hebben gelegd. En we zijn heel druk bezig met dus ook de kwaliteit van die data, dus we hebben nu een vergelijking met de data van de regio en onze data. We zijn alles gelijk aan het trekken en daarnaast willen we dus een kwaliteitsmonitor, om ook echt continu dat te monitoren. De heer Van Midden: Heel goed, Dank u wel.
De voorzitter: De heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, heel goed. Uiteindelijk is dat het belangrijkste van het hele verhaal, dat je kwaliteit goed is. Ja ok, dank u wel. De voorzitter: Zijn er nog? De heer Jacobse. De heer Jacobse: Mevrouw, dank u voor de presentatie. Ik heb in een vorig leven zeer uitvoerig gewerkt met dashboards, dus ik herken wat er gezegd wordt of werd en daar ben ik het ook mee eens. Ik wil er twee dingen aan toevoegen, 1) een dashboard brengt transparantie in de materie, in het grote veld. De vraag ‘voor wie is dit bedoeld’, is dan ook een hele belangrijke. Als het idee is dat wij met elkaar of de raad anders dan kennis nemen en houden van wat er staat en daar naar kijken, dan moeten we iets bedenken dat dat ook bij ons komt en dan met commentaar. Dus niet zomaar in de tas, maar dat er iemand is die ons bij de hand neemt en dat met enige regelmaat toelicht. Want er zijn voortdurend vragen en ‘…’ is: hoe dieper je erin gaat, hoe meer je er naar kijkt of leest. Dan begin je daar ook lol in te krijgen, want eigenlijk kijk je naar een tool wat de hele tent beheerst als het goed is. Dus daarom zijn die vragen over de deugdelijkheid van de cijfers heel belangrijk. Maar vooral ook, zou ik willen toevoegen, de transparantie die het biedt. En daar moeten we met elkaar gebruik van maken, jullie sterken er een tijd en energie in.
We zitten allemaal te gillen om die cijfers tot ons te nemen en er iets van te vinden, want wij zitten hier om ergens iets van te vinden. Dus ik juich het toe. Ja, maar dan moeten we ook bij de hand genomen worden om een beetje de uitleg te krijgen die jullie vanzelfsprekend hebben omdat je er dagelijks mee werkt en wij er maar incidenteel mee bezig zijn. Dat is één ding. 2) Ik zag overal cijfers of blokjes of kolommen van het jaar ’21, staan daar gewogen cijfers in? Is dat een prognose? Wat moet ik me daarbij voorstellen als ik er nu naar kijk? ‘21 is … We zitten in de maand april, hoe moet ik dat zien? Sommige blokjes, zal ik eens genieperig aan toevoegen, als je die dubbelt in de maanden, dan lopen dingen aardig uit de klauwen. Dus dat kan niet zo zijn, of wel? En dan wil ik het ook wel graag horen, dus hebben jullie het bedacht, zou het zo een beetje dit kunnen zijn of is het wat je nu weet? Hoe actueel zijn de cijfers? De voorzitter: Mevrouw Hooft van Huysduynen. Mevrouw Hooft van Huysduynen: Ik ga heel even het dashboard openen, want dan kan ik het gewoon meteen laten zien. We maken eigenlijk verschil … We laten de cijfers in twee varianten zien, bovenaan heb ik voor huishoudelijke hulp, individuele begeleiding en dagbesteding standcijfers.
En standcijfers betekent dat we op één moment meten, dus in 2019 en in 2020 hebben we op 31 december hebben we gekeken: hoeveel mensen hebben huishoudelijke hulp? Dus dat is niet door het jaar heen gemeten, dat is gewoon echt één moment en dat nemen we 31 december voor. Als je dan kijkt naar 2021, dan hebben we gekeken naar vandaag, want hij ververst de dashboard iedere dag. Dus dit zijn de cijfers van vandaag. Dus in die zin kan je bij deze standcijfers kan je dat vergelijken, wat kan je zien of de groei of daling is geweest vanaf 31 december 2020. Als je kijkt naar de grafiekjes daaronder, dan spreken we van verstrekkingen per jaar. En dat betekent: hoeveel rolstoelen hebben we uitgegeven of hoeveel taxipassen hebben we uitgegeven? En dan kan je dat natuurlijk niet 2021 vergelijken met de jaren ervoor, want we hebben natuurlijk nog veel minder uitgegeven, want we zijn pas op ruim een kwartaal van het jaar. En kan je dat dan doorrekenen, als je dat bij wijze van spreken maal vier doet, dat is vaak lastig. Want wat we in het verleden hebben gezien, is bijvoorbeeld bij die vervoersvoorzieningen, dat wordt vaak in het voorjaar aangevraagd, omdat mensen meer naar buiten gaan, dus ook meer behoefte hebben aan een vervoersvoorziening. Dus je ziet: het is niet zo dat we de afgelopen tijd zien dat ieder kwartaal, dat er ongeveer evenveel verstrekkingen zijn geweest.
Dus in die zin: goede prognoses maken, daar
zijn we dus mee aan de slag bij Jeugd om een goede prognose doel te maken, zodat we ook goed kunnen inschatten hoe dat zich nou gaat ontwikkelen. De voorzitter: Goed, dank u wel. Zijn er nog meer vragen? Nee? O, mijnheer Jacobs. De heer Jacobs: Nog een kleinigheid over de vorm van dat dashboard: heb je … Bouw je iets in wat je een signaal geeft op het moment dat je uit een gemiddelde loopt? Dat heb ik niet zelf bedacht hoor. Je snapt wat ik bedoel, als je naar die standcijfers kijkt, dan denk je van: nou, daar gaan we. De voorzitter: Wilt u in de microfoon praten? De heer Jacobs: Als je naar die standcijfers kijkt, dan denk je van: nou, daar gaan we. Dan zie ik een aantal mensen instemmend knikken en ja, daar gaan we dus. Kijk, het uitgeven van een rolstoel doe je niet in oktober of november, dat snap ik ook, dus kortom: ik snap het allemaal. Maar wanneer gaat er nou een lampje branden? Of wanneer krijg jij nou een sirene op je op je desk als er iets echt raars gebeurt? Of als we ergens dwars doorheen gieren, want dat willen wij, de wethouder, maar wij natuurlijk in het bijzonder, heel graag weten. Dat is dus waar het over gaat, daar doe je het voor, denk ik.
De voorzitter: Wilt u antwoorden alstublieft? Mevrouw Hooft van Huysduynen: Ja, dan heeft u het eigenlijk over normen: wat is de norm en wanneer komen we daar boven? En ik moet eerlijk zeggen: we hebben nog geen normen vastgesteld. Want net is bij huishoudelijke hulp van: wanneer vinden we dat het buiten proportie groeit? We weten natuurlijk dat het groeit, we weten ook gedeeltelijk de oorzaak waarom het zo hard groeit. In die zin, denk ik, is het wel goed om juist het gesprek over aan te gaan. Want wat voor normen nemen we dan op? Of wat voor KPI’s, als je het … Wanneer vinden we het buitensporig? De voorzitter: De heer Jacobse. De heer Jacobse: Het was ook een strikvraag, want bij die huishoudelijke hulp hebben we die norm dus kennelijk wel gevonden. En daarvan zeggen we, of een traplift of whatever: ‘Jongens, doe normaal, dat moet anders, dat kunnen we beter regelen’. Die normen zijn natuurlijk de tweede dimensie van je tool straks, als jullie dat, of wij met elkaar, bedacht of gevonden hebben en de wethouder dat een goed idee vindt. Daar kun je op sturen, zonder die normen teken je het op. Wat al heel belangrijk is, dat is voor de inzichtelijkheid fantastisch. Maar met die norm kun je zaken doen en we zitten in een situatie, denk ik en dat weten we allemaal, waarin we gillen om die normen. Dus gaan jullie dat proberen te vinden in the end? Ja, heel goed, ni the end.
Mevrouw Hooft van Huysduynen: Ik denk dat de kunst is eerst, want zelf wil ik heel graag het financieel inzicht, want op dit moment sturen we natuurlijk heel erg financieel. Dus we zien dat we uit de begroting gaan, dan vinden we dat we bij moeten sturen. Dus dat is natuurlijk wel een norm, maar dat staat nu nog niet in het dashboard. Ik denk sowieso dat het heel waardevol is om inzicht te hebben in het financiën, in de verplichtingen die we aangaan. Want daarom zien we ook meer wat we kunnen verwachten door het jaar heen en dat hebben we op dit moment er nog niet in zitten. De voorzitter: Mijnheer Jacobse.
De heer Jacobse: Het moge duidelijk … Ja, dank u. Het moge duidelijk zijn dat wij natuurlijk geïnteresseerd zijn in die financiële normen. Het interesseert mij niet of er 26 rolstoelen uitgegeven worden, maar ik ben geïnteresseerd in hoeveel we uit het budget gieren. Dus daarom doen we dat, daarom wil je het graag weten, daarom wil de wethouder het graag weten. De voorzitter: Wethouder, wilt u? De heer Den Dunnen: Ja, ik denk de dat de heer Jacobse gelijk heeft. We kijken nu naar de cijfers hoe het zich ontwikkelt en het mooiste is natuurlijk dat we daar zo snel mogelijk de financiën aan gekoppeld hebben, want dan weten we ook waar we blijven. Ik ben al heel blij met wat er nu is, want tot op heden tasten we toch steeds behoorlijk in het duister. En nu door de cijfers en naarmate de tijd verstrijkt, worden de cijfers en de inhoud en de vergelijkingen natuurlijk steeds beter. En daar ben ik wel blij mee, dat dit begin er ligt. Ik zou ook eigenlijk ook willen voorstellen om, laten we zeggen, begin september nog weer eens een keer terug te komen met een vervolg van de presentatie, om dan te zien van: wat zijn de ontwikkelingen? Hoe ontwikkelen zich bepaalde voorzieningen? En om dan meegenomen te worden in hoe het hele traject zich ontwikkelt met in relatie tot de jaren daarvoor. De voorzitter: Dank u wel.
Zijn er nog vragen? Zo niet, dan dank ik mevrouw Sylvia Hooft van Huysduynen voor de presentatie. Ik denk dat iedereen heel tevreden is met dit inzicht al, ook al hebben we natuurlijk … Als je iets krijgt, wil je altijd meer hebben, dat is logisch. Je gaat ook achter statistieken en dergelijke ga je altijd andere dingen zoeken die er helemaal niet voor bedoeld zijn, maar dat is nou eenmaal menseigen. Maar in ieder geval heel hartelijk bedankt en heel veel succes met het verder ontwikkelen van dit programma. Dank u wel. Ik wil even de vergadering twee minuten schorsen, zodat dit afgekoppeld kan worden en …
6.
Raadsvoorstellen:
6.1 Zienswijze t.a.v. voorstel transitiecommissie MRA De voorzitter: Goed, ik heropen de vergadering en komt punt 6: de raadsvoorstellen. 6.1 Zienswijze ten aanzien van voorstel transitiecommissie MRA. Mag ik de heer Vos vragen te beginnen? De heer…: ‘…’ (buiten microfoon). De heer Calis: Of zal ik eerst een kleine inleiding geven, voorzitter? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Calis: Met uw welnemen. De heer...: ‘…’ (buiten microfoon). De heer Calis: Ik moet zeggen dat … In verschillende gremia is het voorstel van de transitiecommissie uitgebreid besproken. Wat zich aan mij opdringt is de uitdrukking ‘onbekend maakt onbemind’. De MRA als instituut, als organisatie is nog niet erg bekend en ik denk dat … Daarom is er een grote dosis argwaan en wantrouwen, terwijl wij natuurlijk de laatste tijd ook op bestuurlijk niveau enorm zijn bijgepraat en geïnformeerd. Het is waar natuurlijk dat als je kijkt naar Laren als één van de 32 gemeenten en je kijkt naar
wat doet wonen voor Laren? Laren kan geen woningen bouwen, Wat doet werkgelegenheid voor Laren zelf? Maar in de omgeving is het natuurlijk wel erg belangrijk ook in MRA-verband. Maar zo zijn er heleboel zaken te bedenken waarvan ik overtuigd ben dat het nuttig en noodzakelijk is om in de metropoolverband met elkaar te overleggen. Het is echt een overlegorgaan als zodanig bedoeld, daar worden geen besluiten genomen, maar desalniettemin: als u kijkt naar het concept zienswijze wat wij nu voorleggen aan de commissie is dat we zeggen: ‘We zijn het eens met de zienswijze van de regio, maar wel met dien verstande dat duidelijk ‘…’ blijft voor de autonomie en de identiteit van de gemeente en Laren in het bijzonder natuurlijk. Dat de bijdrage van de MRA, want het idee is: zonder organisatie wordt het toch een tussenlaag en voordat je het weet dijt dat weer uit en wordt het een hele grote organisatie. Maar die bijdrage, daarmee willen we aangeven dat het zich echt moet focussen op bepaalde kernideeën overleggen en niet allerlei metropool zaken naar zich toe moet trekken. En in de zienswijze ziet u verder als derde punt dat de focus van de MRA duidelijk tot bepaalde doelen beperkt moet worden. Dat is het idee als onze bijdrage aan de zienswijze zoals die door de regio Gooi en Vechtstreek zal worden ingebracht bij de MRA. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
De heer Vos, mag ik u het woord geven? De heer Vos: Ja, dank u wel voorzitter. Ik krijg de indruk dat het voorstel zoals het er nu ligt met name ‘…’ onder, aan druk zal ik niet zeggen, vriendelijk verzoek van een aantal partijen in de raad, daar komt het in hoge mate aan tegemoet. Zonder dat we volgens mij afzien van de ‘…’ dat we toch gewoon mee willen blijven denken in de MRA. Ik denk dat het beter is, dat heb ik volgens mij ook al in een eerder stadium gezegd, mee te praten, in plaats van over je te laten praten. Dus ik denk dat dit tegemoetkomt aan de wens van een aantal mensen hier aan tafel. En ik heb er geen bezwaar tegen. De voorzitter: Dank u wel. VVD. De heer Van Midden: Ja mijnheer voorzitter, ik sluit me aan bij de heer Vos, dus in die zin zijn we het ook eens met de zienswijze zoals die voorligt. Ik wil alleen twee vragen nog: ik zie in de stukken terugkomen dat Hilversum via Wijdemeren ook verbinding heeft met Utrecht, regio Utrecht. Ik weet niet of het dan de MRU heet of iets dergelijks, maar in ieder geval die verbinding daar gelegd wordt. Ik kan me voorstellen dat voor ons zoiets ook geldt, omdat we in de BEL-verband tuurlijk via Eemnes ook verbinding hebben met de provincie Utrecht.
Hoe ziet die eruit? Is hij er en hoe ziet die eruit? Tweede vraag die ik heb: in het laatste deel van het stuk, wat overigens een ronkend stuk is, moet ik eerlijk zeggen, worden wat woorden gewijd aan de directie MRA en aan de bezetting van ongeveer 30 fte, om het uiteindelijk inhoud te kunnen geven. Wat mij eerlijk gezegd beperkt lijkt, want 30 fte heb je zo gevuld met dergelijke ambities. Maar er staat ook een zin bij dat er in profielen aangegeven wordt welke taken, projecten en programma’s de medewerkers worden gekoppeld en dat de deelregio’s geschikte kandidaten om niet beschikbaar stellen voor de directie MRA. Wat houdt dat precies in en wat betekent dat voor Laren uiteindelijk? De voorzitter: De heer Calis, mag ik u … De heer Calis: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Eerst eventjes over die binding met Utrecht. Dat is eind november is dat dan langsgekomen in het portefeuillehouderoverleg Economie. Met name de toenmalige wethouder van Hilversum maakte daar een heel sterk punt van dat wij ons zouden moeten aansluiten bij de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht. Dat vindt zijn oorsprong vooral in de toenadering die in de tijd Wimar Jaeger met die Regionale Ontwikkelingsmaatschappij al had.
Het is onmiskenbaar dat een Regionaal Ontwikkelingsmaatschappijen een hele positieve invloed heeft, kan hebben op ontwikkeling van de economie, op het ontwikkeling van starters, op het bevorderen van de export. Met andere woorden, gunstig kan werken
voor de economie in de regio. Hilversum had zich al verklaard om mee te doen, in dat overleg hebben we Blaricum, Huizen en Laren gezegd: ‘Het is ons totaal niet duidelijk hoe dit gaat gebeuren, op welke basis de investeringsbeslissingen worden genomen’. Daarnaast wordt er natuurlijk een flinke inleg gevraagd van de gemeente om bij te dragen aan het investeringsfonds, dus we hebben gezegd: ‘In elk geval wachten we daar een aantal jaren mee voordat er een duidelijke evaluatie is van wat het effect en het nut van de ROM Utrecht is’. In hetzelfde vlak, want het is … De ROM Utrecht beslaat tickets van 250.000 tot 2,5 miljoen aan investeringen, daarboven zit de MRA Invest van 2,5 tot 5 miljoen. En daarvan hebben we ook gezegd: ‘Dat is helemaal niet duidelijk op grond van welke criteria die investeringsbeslissingen genomen zouden worden, dus ook daar stellen wij ons terughoudend op en als we na een aantal jaren weten hoe dat eruit ziet, hoe dat loopt en wat het nut en rendement is en we ons kunnen veroorloven om deel te nemen, dan zullen we dat heroverwegen’. Dat is de verbinding met Utrecht. En uw tweede vraag was? De heer Van Midden: Over de inrichting van de directie, die 30 fte met de om niet ter beschikking stellen van capaciteit. De heer Calis: De organisatie kent verschillende platforms: platform Mobiliteit platform Werkgelegenheid, platform Milieu, platform Sociaal Domein.
En de regio wordt daar vertegenwoordigd door bijvoorbeeld wethouder Luijten zit erin, wethouder Kuipers voor Economie. Luijten geloof ik voor Mobiliteit, maar zo is … In elk platform doet een bestuurder daarin mee, ik denk dat dat er bedoeld wordt. De voorzitter: Mijnheer Van Midden. De heer Van Midden: Voorzitter, als ik het goed lees, dan is dit het operationele apparaat, zeg maar. Als het … Je noemt even het ambtenarenapparaat wat de directie ondersteunt, dus geen bestuurslaag of een vertegenwoordiging van bestuur. Dus volgens mij … Althans, zoals ik het lees, is het gewoon ambtenarencapaciteit die hier ingezet moet worden om ... De heer Calis: Er is geen beroep op ambtenarencapaciteit gedaan en onze bijdrage blijft beperkt tot 1.55 per inwoner die wij nu verstrekken. De heer Van Midden: Ok, dank u wel mijnheer de voorzitter, mijnheer de wethouder. De voorzitter: CDA, de heer Van den Berg. De heer …: Misschien dat Amsterdam het wordt, dat zou kunnen. De heer…: ‘…’ (buiten microfoon). De heer Van den Berg: Dank u wel voorzitter. Het is mooi dat de wethouder even dat investeringsfonds uit Utrecht aanhaalt, want vanmiddag om één uur kwam er een bericht in de online Gooi en Eemlander dat Hilversum 1 miljoen euro heeft bijgestort. Niet omdat er een tekort was, maar wel omdat er vanuit coronamaatregelingen … Als je dan extra geld stort, ‘…’ ook een extra waarde aan komt.
Maar ik denk dan meteen: nou, stel je voor dat we mee hadden gedaan, dan hadden wij hier dan vanavond moeten zeggen: ‘Doen we een tonnetje of twee erbij?’ Dus het geeft aan dat dit alweer een voorbeeld is van: waar doen we aan mee? Dus ik ben blij eigenlijk met de laatste opmerking van de wethouder en dan is dat ook geen vraag maar meer een constatering: we houden het bij 1 euro 55 en we praten mee daar waar we kunnen en ik denk dat dat voor nu goed is.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Midden: Mijnheer de voorzitter, mag ik daar even kort een opmerking over maken? De voorzitter: Mijnheer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, want voordat er verkeerde beelden ontstaan. Een ROM is iets heel anders dan een MRA. Een ROM is een regionale investeringsmaatschappij ‘…’. Het is een soort investeringsfonds wat uiteindelijk investeert in innovaties, ondernemingen en dat soort dingen. Dat is een heel ander vehikel dan nu in de MRA gedaan … Zeg maar, bedoeld wordt. Dus in die zin probeer ik toch te voorkomen dat er wat misverstanden over en weer ontstaan over waar we het nu over hebben. De heer Van den Berg: Nou, ik denk niet dat … De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Mijnheer de voorzitter, ik weet niet of het tegen mij was of tegen de wethouder. De voorzitter: Maar u was al aan het praten, dus ik denk: ik zal even zijn naam noemen. De heer Van den Berg: Laten we ‘…’ discussie ‘…’. Nee, ik snap heel goed wat de heer Van Midden bedoelt, maar het ging mij even meer om het voorbeeld, want daar sloeg de wethouder het laatst aan: je doet ergens aan mee en het gaat om 30 mensen of het zijn er 60 mensen. Het worden gauw voor vehikels en volgens mij is dat wat we vast willen leggen, dat we niet ongebreideld maar kunnen uitbreiden.
Maar het is een parallel trekken, dus het is niet een of, of, maar het is meer als vergelijking even ten opzichte van zo’n ROM. Maar ik ben het helemaal met u eens: dat is een andere hoedanigheid. Maar ik denk dat het allerbelangrijkste is dat we de vat ‘…’ willen houden, volgens mij. En dat heeft de wethouder met die 1 euro 55 stellig gezegd. De voorzitter: Dank u. Wou u daar nog op … Niet? De heer Calis: Ja, ter verduidelijking mijnheer de voorzitter. De MRA overweegt, of is bezig ook zo’n ontwikkelingsmaatschappij op te richten: mrainvest.nl. Dus dat is niet de MRA, maar staat daar los van, maar heeft wel natuurlijk invloed op elkaar. En daarvan hebben we gezegd: ‘Die band tussen het overlegorgaan en de investeringsmaatschappij is ons op dit moment volkomen onduidelijk, dus ook daar houden wij ons kruit droog en gaan we kijken hoe dit zich ontwikkelt en dat zullen we pas later overwegen om daar eventueel aan mee te doen’. De voorzitter: Dank u wel. Liberaal Laren, wie van … De heer De Jong: Ja. De voorzitter: O, daarboven, mijnheer De Jong. De heer De Jong: Ja, ik hoor de wethouder net zeggen dat de MRA een praatclub is en dan denk ik er wonen 265.000 mensen in het Gooi maar 1,5 euro is 4 ton. Amsterdam, 600.000 inwoners, dat is 9 ton. 1,3 miljoen voor een praatclub, dan denk ik: dat is toch wel heel erg onzinnig als het alleen maar een praatclub is.
Dan denk ik: dan kunnen ze net zo goed hun wethouders laten praten, maar dan zonder andere 1,5 euro, als we dan daar … Dat kan dan ook en dan kunnen ze ook vergaderen. Dus wij zeggen van: moeten wij daar wel aan
meedoen? Het is een samenwerkingsverband en dat houdt dus ook altijd in … Ja, ik hoor dat ze geen besluiten te gaan nemen, maar samenwerkingsverband wat dus niet democratisch gecontroleerd wordt. We zien alleen al in de Tweede Kamer wat er af en toe in de ministerraad gebeurt, dan denk ik: wat is de noodzaak hiervan op deze manier om zoveel geld op te maken en kan dat overleg dan ook niet gewoon plaatsvinden en dat elders of in de provincie of in de gemeentebesluiten of bij het Rijk besluiten genomen worden? Maar ja, om allerlei aparte instanties op te tuigen, het lijkt me toch niet dat we daar aan mee moeten doen als gemeente en dat we dan eens een keer voorbeeld moeten stellen en gewoon moeten zeggen: ‘Ja, belangrijk om te doen, maar niet op deze manier’, en laten we eens een signaal afgeven. De voorzitter: Dank u wel. De heer Calis. De heer Calis: Dank u wel voorzitter. Ja, ik begrijp de ontboezeming van de heer De Jong, maar hij is zelf uiteraard ook een aantal jaren wethouder geweest en die wethouders, die kunnen fantastisch mooi en babbelen met elkaar. Maar er zijn ook mensen nodig die dan de besluiten notuleren en zorgen dat het uitgevoerd wordt.
Gelukkig hebben we in Laren sinds kort een gemeentesecretaris die zich zeer competent van zijn taak wijdt, maar we hebben net al gezegd: daar komen zo'n 30 mensen te werken op dat kantoor van MRA om te zorgen dat dingen gestalte krijgen in de uitvoering. En als ik kijk … Mijnheer De Jong noemde anderhalf miljoen, als er 30 fte’s zijn en die kosten 80.000 per jaar, ik noem maar wat, dan zitten we al een 2,5 miljoen. Dus dan zitten we op een koopje daar op de eerste rij. dus ik zou dat zeker afraden, om daar niet aan mee te doen. De voorzitter: Goed. D66, de heer Grunwald. De heer Grunwald: Ja, dank u wel voorzitter. De MRA, een complex, maar belangrijke orgaan in wording. Wij zijn van mening dat de zienswijze die nu voorgesteld wordt eigenlijk wel grotendeels overbodig is, want naar onze mening is de zelfstandigheid van de raden op dit moment op geen enkele wijze in het geding. En de financiële consequenties zijn evenwel overzienbaar. Het is wel helaas zo dat de toonzetting van die zienswijze in onze ogen een heel defensief karakter heeft en dat voelt voor ons alsof er geen grote wil aanwezig is om de zaken ook structureel te verbeteren. Ik zal het even een beetje toelichten, ik lees het overigens voor, dat doe ik normaliter niet, maar het is nogal van belang voor ons.
Allereerst is het jammer dat we geen gebruik gemaakt hebben van de mogelijkheid een aparte infoavond te organiseren, want wethouder Kuipers van Hilversum, die zou dan in de gelegenheid geweest zijn om een nadere toelichting te geven op de voorstellen die nu op tafel liggen. En dat had ertoe kunnen leiden dat veel wantrouwen wat aanwezig is bij enkele fracties weggenomen zou kunnen worden. De MRA is slechts een samenwerkingsverband waarbij de vrijwilligheid van de aangesloten 32 gemeenten en 2 provincies voorop staat. Voor zover besluitvorming aan de orde is, moet die per saldo gesanctioneerd worden door de ultieme besluitvormende instantie. En dat zijn nou eens de gemeenteraden, er komt dus uitdrukkelijk geen nieuwe bestuurslaag aan te pas. Het streven om meer slagkracht op niveau van de MRA te bewerkstelligen, moeten we daarom ook steunen. De lijnen moeten korter, dat is duidelijk en de betrokkenheid van de aangesloten gemeentes vergroot worden. Inclusief een maximale transparantie richting alle belanghebbenden en niet in de laatste plaats, de inwoners. Er staat vaak veel op het spel, denk maar aan energietransitie, woningbouw, toerisme, werkgelegenheid, verkeer. Allemaal dingen waar we bij betrokken zijn, geïnvolveerd zijn, waar we dus in moeten meedoen, anders overkomen ons die dingen.
Mooi voorbeeld hierbij is bijvoorbeeld de recente discussie in de MRA over de toekomst van het station Bussum-Zuid en dat raakt de belangen van velen, maar ook de inwoners van Bussum die daar dus ook … Of van Laren, die daar dus ook graag gebruik van maken. De indruk wekken dat de MRA nauwelijks relevantie heeft voor een klein dorp als Laren, berust dus op een echt bijna fatale misvatting. En velerlei
opzicht wordt onze lokale beleidsruimte beperkt, zo niet bepaald door boven lokale factoren, zoals net nog uitgelegd. Nieuw op te richten algemene vergadering waarin de regio's middels de portefeuillehouders rechtstreeks zijn vertegenwoordigd, is een verbetering in vergelijking met de huidige situaties. Meer slagkracht is echt nodig, natuurlijk op voorwaarde dat de democratische legitimiteit niet in het gedrang komt. Dus we moeten ze toerusten, zodat er ook inderdaad goed onderbouwde en werkbare voorstellen komen, die dus op ondersteuning door de gemeenteraden kan rekenen. De rol van de portefeuillehouders in de richting van de algemene vergadering is in deze cruciaal. Maar ook de richting die regio’s en vooral ook via de weg via de individuele raden. Daarnaast zouden ten minste twee raadsleden, dus niet één zoals nu voorgesteld, dienen te worden afgevaardigd naar de Raadtafel, om op dat niveau de vinger aan de pols te kunnen houden. Zo hebben we dus veel meer naar onze mening, inbreng en ook terugmelding vanuit de raden, vanuit de MRA richting onze eigen raad en kunnen we daar ook betere discussies voeren. Last but not least is het handig als je een vervanger hebt natuurlijk, als één iemand niet in de gelegenheid is om deel te nemen. Dat laatste is echter alleen mogelijk wanneer intensief contact tussen portefeuillehouders en genoemde raadsleden is gewaarborgd.
De raadsagenda dient daarvan een afspiegeling te zijn. Dus niet zoals nu met de zogenaamde ambassadeurs die in de regio rondlopen en weinig reële impact hebben, zo niet geen, op de raadsagenda, want er staat bijna nooit een punt op de agenda vanuit die hoek. Als dat zo is, dan ondervinden die portefeuillehouders … Of wacht even sorry, ik ga even terug. Dus niet zoals nu met de portefeuille … Met de ambassadeurs, maar vooral ook omdat de portefeuillehouders geen controle verder ondervinden van diezelfde ambassadeurs. De zienswijzen die nu wordt voorgesteld achten we dus grotendeels overbodig. Tenslotte wil ik nog even aanhalen dat het wel goed is dat de transitiecommissie onder het motto ‘haastige spoed is zelden goed’ heeft besloten het besluitvormingsproces betreffende in de voorliggende stukken in twee delen op te splitsen. Voor de zomer overeenstemming stemming al op hoofdlijnen, definitieve besluiten In het najaar. Oorspronkelijk was het de bedoeling een en ander nog voor de zomer geheel af te kaarten, te snel dus, in de opvatting van vele raadsleden, bijvoorbeeld die van Hilversum en Gooise Meren. Conclusie: de zienswijze ok, maar het enthousiasme mag wat nadrukkelijk aanwezig zijn als we die kant op willen en als we wat in de regio in de ‘…’ willen hebben. Dank u wel voorzitter.
De voorzitter: Alvorens de wethouder het woord te geven, wil ik toch wel zeggen: er is een hele grote inleidende vergadering geweest via de regio waar heel duidelijk, ik meen 76 raadsleden van de regio aanwezig waren. Daarop is een vervolgavond gepland maar de heer Kuipers was helaas verhinderd, mevrouw Halsema en de directie MRA waren wel. Echter, vanuit de raad Laren was er geen animo om een ding te doen, dus er was wel degelijk een avond gepland. Daarnaast is het zo: ik denk dat u een beetje bagatelliseert, de functie van de regioambassadeurs, die doen wel degelijk … Hebben ze die werk die u omschrijft. Helaas heeft D66 in het begin van de periode geen kandidaat beschikbaar gesteld. De heer Grunwald: Dank u wel wethouder. De voorzitter: De heer Van de Berg. De heer Van den Berg: Een kleine aanvulling voorzitter, volgens mij heeft zich wel een enkeling … Ik weet niet of dat ik mezelf had aangemeld, maar dat er onvoldoende belangstelling was er door te laten gaan. Ik denk dat er wel enkelen zich aangemeld hebben. De voorzitter: Ja, enkelen. Sorry, heb ik dat verkeerd gezegd. De heer Van den Berg: Ja.
De voorzitter: Enkelen wel. De heer Calis. De heer Calis: Ja, dank u wel voorzitter. Op de eerste plaats dank ik de heer Grunwald voor zijn uitgebreide betoog, waarin ik toch vooral enthousiasme en steun heb beluisterd. Er zijn twee dingen die ook nog aansluiten bij de opmerkingen van mijnheer De Jong, dat gaat over de legitimiteit en dat geldt natuurlijk ook weer voor de regio. Zelfs op Europees verband kennen wij het Europese parlement, dat Europese parlement heeft ook geen echte democratische macht, maar zeer beperkt en heeft wel inspraak. De Raadtafel kan gevraagd en ongevraagd advies geven en ik denk dat, net als bij de regio, de democratische legitimiteit eruit bestaat dat de raad de verantwoordelijke wethouder, de verantwoordelijke portefeuillehouder ter verantwoording kan roepen en zeggen van: ‘Zo willen wij het en doet u het maar zo’. Zowel de Raadtafel, als de portefeuillehouder, denk ik dat hij toch onder vrij behoorlijke democratische toezicht staan. Gelukkig, wat u ook zelf heeft aangestipt, is het hele proces een beetje … Eerst de grote lijnen voor de zomer en vaststelling van de besluiten na de zomer. Daarin wil ik ook het voorstel betrekken om in plaats van één raadslid per gemeente, twee raadsleden per gemeente te delegeren aan de Raadtafel.
In het portefeuillehouderoverleg is het toch een stemming, de portefeuillehouders van de regio, dat één raadslid in staat moet zijn om objectief het sentiment van de raad op te halen en te vertegenwoordigen in die Raadtafel. Dat zijn toch al 40 mensen. Als je van 40 mensen naar 80 mensen gaat, dat zal het vinden van de overeenstemming niet vereenvoudigen. Plus het feit, dat werd net al gerefereerd aan de belangstelling om een ambassadeur voor de regio te benoemen, de ambassadeur voor de MRA in de Raadtafel, dat beslaat ook natuurlijk wel enige energie en tijd. Ik denk dat ik al ontzettend blij zou zijn als er iemand in deze raad zich beschikbaar stelt als ambassadeur, laat staan twee. Ik kan me nog recent een verhaal herinneren van mevrouw Niekus die zei: ‘Hoe dacht u dat we dat allemaal moesten doen met al die papieren en documenten?’ Dus ik wil u daar nog ernstig in overweging geven wat de argumenten zijn om twee raadsleden af te vaardigen. Te meer omdat in die discussie, dan wordt er gezegd ja dan moeten we natuurlijk eentje van de coalitie en eentje van de oppositie doen. Daarmee trek je de raadstafel ook in een politieke sfeer. Terwijl dat totaal niet de bedoeling is. En wat voorkomen wordt door één raadslid per gemeente af te vaardigen. Maar ik geef dat u mee ter overweging. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Larens Behoud, wie mag ik het woord geven? De heer Jacobse. De heer Jacobse: Dank u wel voorzitter. Ik begin met dat onbekend maakt onbemind. Ik denk dat we kunnen vaststellen dat het niet anders is of ik mag hopen inmiddels was. Ik maak u deelgenoot als u daar tenminste de tijd voor geeft van een aantal zaken zoals wij die in onze steunfractie besproken hebben. En dat liep aardig op zal ik u vertellen. Dat was eigenlijk eindigde dat positief. Dus we hoeven ons geen zorgen te maken over onze stellingname. Maar ik pak een aantal puntjes daaruit en die wil ik graag met u delen. Eerst even mijn eigen ding maar. Ik ben zo goochem geweest om dat hele MRA-gebied eens even uit te printen. Dit kunt u natuurlijk niet zien. Maar dat gaat dus ongeveer van Tata Steel tot Lelystad-Haven. Van Beemster kaas tot Larense honing. En dat is echt een derde van ons land. Dat is wel een dingetje. Of je daar met één afgevaardigde uit onze kleine maar dappere gemeente zit of met twee dat dondert eigenlijk niks. Eén is lastig, twee is leuk samen maar nog steeds lastig, en niet te doen natuurlijk. Je kunt met tachtig man ‘…’ Poolse landdag, waar wil je heen? Met wie wil je praten? Wat wil je vinden? En niet in de laatste plaats, wat komt daar dan uit? Uit onze steunfractie kwam een belangrijk woord en ik wil dat woord met u delen. En dat is het woord borgen.
Hoe borgen we nu dat de oefening die wij aangaan met elkaar is wat wij bedoelen dat die zou moeten zijn? Hoe borgen we nu dat onze vertegenwoordiger daar of vertegenwoordigers onze mening in de MRA inbrengen? En daar vervolgens ook nog eens een bepaald resultaat uithalen waar ze zonder zonnebril mee terug in onze raad kunnen komen. Wij leveren twee ambassadeurs geloof ik voor de regio. Daar komt genoeg uit. Maar of we er wat mee doen en of het zo werkt dat weet ik eigenlijk niet. Nu gaan we voor het gemak
even naar 32 gemeenten en 2 provincies. Dat is gewoon simpelweg een hell of a job. Dat wordt gewoon een hele grote klus. Wat goed nieuws is dat het geen politiek orgaan wordt. Maar goed, dan zou je elkaar nog om de oren kunnen slaan. Wat er minder goed nieuw is maar niet onbelangrijk is dat het een overlegorgaan wordt. En wat gaan we dan overleggen? Niemand hoeft ons de burger onze raad uit te leggen dat het belangrijk is dat we bij grote grensoverschrijdende projecten met elkaar afspraken maken. Heel veel verder dan onze buurgemeenten gaat dat niet. Maar uiteindelijk natuurlijk wel. Als ik mevrouw Halsema goed beluister dan heeft ze toch snode plannen om nationaal maar ook internationaal met het collectief te zwaaien om te kijken of we centjes kunnen ophalen in Brussel, of we inzet kunnen doen op projecten die we van geen kanten in ons eentje zouden kunnen doen. Dus daar liggen eigenlijk wel spannende dingen. Een opmerking die ook bij ons gemaakt werd is dat Gooi en Vechtstreek, want we hebben het over onze regio, overigens is dat natuurlijk een goed idee dat we daar niet alleen als Laren gaan lopen harken maar dat we het in ieder geval met Gooi en Vecht doen. Dus dat goed dat geeft draagvlak wat ons betreft. Gooi en Vechtstreek is meer dan Hilversum aan de Vecht moet ik eerlijk zeggen.
En wat bedoelen we daar dan mee? De agenda van Hilversum die wordt ons met enig gemak en met enige verve ook bij ‘…’ uitgelegd hoe het daar zit. Wat de actieve wethouder die ook in dit gremium betrokken is wil, dat is Hilversum. En ik weet niet wat we met Hilversum hebben. Maar niet anders dan dat we met elkaar in de MRA zitten. Dus het wordt van belang dat we een weging maken met elkaar in Gooi en Vecht wat de belangen zijn die we met elkaar uitdragen richting MRA. Als onze raadsafgevaardigden daar op een contingent mensen stuit vanuit Hilversum die van allerlei mooie dingen willen gaan ontwikkelen dan zou ik willen zeggen, laat Hilversum dat maar vooral doen. Maar misschien is dat helemaal niet in het belang van Laren of vinden wij daar wel iets van. Ik kan daar hele spannende dingen bij bedenken. U ook denk ik als we het over onze hei hebben bijvoorbeeld, om maar eens willekeurig wat te noemen. Waken voor een democratisch moeras. Nou die legitimiteit die wordt ons gegarandeerd. En vanzelfsprekend zou ik bijna willen zeggen is onze raad zijn alle raden eindverantwoordelijk voor dit verhaal. Ik breng u in herinnering en u heeft allemaal een goed geheugen, dat we die woorden eerder gehoord hebben. Toen het over onze regionale samenwerkingsverbanden ging.
Ongeveer in elke presentatie hoorden we om de drie zinnen dat de raad natuurlijk moest beslissen en dat wat ze ook deden we kwamen altijd bij de raad terug en u mag het zelf zeggen. Want de raad is eindverantwoordelijk. Dat is een heel goed idee. Ik zal u niet lastigvallen met de persoon die de uitspraak deed, maar om maar een voorbeeld noemen onze Wmo-affaire met de taxi's is door iemand benoemd als een tangverlossing. Neem het even tot u. Dat soort dingen willen we dus niet in MRA-verband en ook niet in heel groot verband om erdoor gehaald te krijgen. En dan zit ik al in de verkeerde hoek. Want dan zit ik al in de hoek waarin onderwerpen lading hebben, politieke lading krijgen, de raden daar beslissingen over moeten nemen. En ik breng u nog even in herinnering, dan gaan we dus terug naar 32 gemeenten en 2 provincies. Die gaan uiteindelijk niet dus, politiek zouden we het niet doen, maar laten we eens even kijken als we dat wel zouden doen. Wat zijn we dan aan het doen? Is dat dan een nieuwe provincie of een laag? Nee wordt er gezegd, en ik hou daar met twee handen aan vast. Er komt geen vierde laag, vierde laag. Het wordt geen politieke tool. We gaan met elkaar overleggen. 32 gemeenten en provincies gaan met elkaar overleggen. Ik denk toch dat je stiekem een hele beste voorzitter moet zijn wil je daar enig resultaat uit halen. Maar misschien hebben we die wel.
Dus dat kan ik niet zo helemaal overzien. Wij zijn nog steeds positief voor alle duidelijkheid. Ja ja we zijn nou we zijn wel kritisch. We zijn zeker kritisch. Dit moet er komen, want het is onvermijdelijk. Ook Larens Behoud niet met de nadruk op het woord Behoud is er vast van overtuigd dat wij dit niet redden zonder gemeenschappelijkheid en zonder goede afspraken ook buiten onze gemeente natuurlijk vanzelfsprekend. Ondertunneling van de A1, niet ‘…’ met onze hei, dat moet allemaal in een breder verband overlegd worden. Goed, wat een paar keer in dat stevige stuk waar ik het overigens mee eens bent voorkomt is het woord de menselijke maat. Dat lijkt me met 32 gemeenten en als we er 2 inzetten 84 medewerkers een contradictio in terminis. Dus de vraag is of je dat moet willen. Nou daar zit nou precies mijn ding. En dat is niet het ding van wat uit de steunfractie kwam, maar dat is wel het ding waar ik een streep