CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

III-A9 college - raadsinformatiebrief sociaal domein jaarrekening 2021

Gemeenteraad 28 september 2022, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen lijst ingekomen stukken6.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INFORMATIENOTA RAAD LAREN Datum vaststelling college: 29 juni 2022 Van

college van B & W Laren

Aan

Gemeente Laren - Gemeenteraad

Portefeuillehouder

Groot, F.K. de

Informatie bij

I. Stokman, Beleidsmedewerker Maatschappelijke Ontwikkeling

Onderwerp LRN Informatiebrief sociaal domein jaarrekening 2021 Portefeuillehouder Groot, F.K. de Openbaar Ja Kennisnemen van Deze informatienota geeft inhoudelijke toelichting bij de jaarrekening en verklaart de verschillen tussen begroting en jaarrekening waar die voorkomen in het gedeelte sociaal domein. Aanleiding (inleiding) De jaarrekening 2021 wordt in de Raad behandeld. Deze informatienota geeft inhoudelijke toelichting daarbij en hij verklaart de verschillen tussen begroting en jaarrekening waar die voorkomen in het gedeelte sociaal domein. 1. Kernboodschap

1.1 Samenvatting 2021 De maatregelen die zijn geïmplementeerd en de extra Rijksmiddelen hebben een positief effect op de inkomsten en uitgaven binnen het Sociaal Domein. Hierbij blijven we de Pagina 1 van 23

inwoners helpen die het nodig hebben. De jaarrekening valt gunstig uit in vergelijking met de begroting en jaarrekening 2020, en dit geld ook voor al de afzonderlijke domeinen van Jeugd, Wmo en Participatie. Dit is opvallend na een aantal jaren waarin in ieder geval voor Jeugd en Wmo de jaarrekening telkens hoger uitviel dan in het jaar ervoor. Of

deze

afname

van

meerjarenperspectief

de

blijft

kosten

een

spannend.

trendbreuk

Door

is,

zal

ontwikkelingen

moeten zoals

de

blijken.

Het

vergrijzing,

extramuralisering van de ggz, ouderen die langer thuis (moeten) blijven wonen, het abonnementstarief in de Wmo, mensen die geen passende huisvesting hebben, effecten door de corona-maatregelen (bijvoorbeeld de psychische gezondheid van jongeren) en personeelstekorten in combinatie met mogelijke wachtlijsten, is de verwachting dat de vraag naar ondersteuning de komende jaren groot blijft. Deze ontwikkelingen blijven daarmee de betaalbaarheid en daarmee de dienstverlening in het sociaal domein de komende jaren onder druk zetten. Hier staat het gunstige effect van de genomen maatregelen tegenover. Blijven inzetten op de ingezette maatregelen is essentieel om het perspectief de komende jaren gunstig te houden. Immers bij doorgaande groei van de uitgaven zijn ook de toegezegde extra Rijksmiddelen te weinig. 2. Belangrijkste ontwikkelingen

2.1 Effecten besparingsmaatregelen In 2021 is een start gemaakt met implementatie van diverse maatregelen gericht op besparingen en op een andere werkwijze op onderdelen binnen het sociaal domein. Inmiddels is er al veel bereikt met de implementatie van de maatregelen zoals de start van lokale teams die lichte ondersteuning bieden, kortere trajecten in het gedwongen kader, passende verblijfvoorzieningen bij uithuisplaatsingen, het doorvoeren van het KPMG-HHM normenkader bij huishoudelijke hulp en meer dagbesteding als algemene voorziening vormgeven. De meeste van deze maatregelen komen later in dit document aan bod. Daarnaast heeft 2021 in het teken gestaan van een start

van de verkenning van een

andere werkwijze bij geïndiceerde specialistische begeleiding, afspraken maken met huisartsen over de inzet van een praktijkondersteuner huisartsen (POH-er) jeugd GGZ, het afschaffen van de Regeling tegemoetkoming chronisch zieken (RTC regeling) per 1 januari 2022 en heeft de VNG visitatiecommissie ‘financiële houdbaarheid sociaal domein’ ons doorgelicht en van adviezen voorzien. In HBEL verband zijn ook stappen Pagina 2 van 23

gezet in het opstellen van gezamenlijke waarden. De effecten van deze trajecten zijn nog niet in 2021 zichtbaar. Na verdere uitwerking hebben de trajecten naar verwachting de komende jaren hun effect. 2.2 Coronacrisis In 2021 brengt het coronavirus nog steeds de nodige uitdagingen met zich mee. Een algemene trend die we terugzien is de toegenomen complexiteit van met name de jeugdzorg als gevolg van de coronacrisis. Voor jeugdigen in Nederland is tijdens de coronacrisis veel veranderd. Door de beperkende maatregelen is hun dagelijkse structuur weggevallen. In verschillende periodes konden zij niet naar school. Vrijetijdsbesteding, uitgaan, sport, bijbanen en vrijwilligerswerk zijn stilgelegd. En jeugdigen kunnen niet vrijelijk met vrienden en leeftijdsgenoten afspreken 1.

Door de maatregelen is de

zorgvraag van jeugdigen met (psychische) problemen in omvang en ernst gestegen. We zien daardoor een verschuiving naar specialistische zorg. Ook neemt het aantal crisissituaties toe. Er is daarnaast niet altijd voldoende personeel om aan deze complexe hulpvragen te kunnen voldoen, met wachtlijsten als gevolg. De effecten voor de langere termijn zijn nog onbekend. De coronacrisis zorgt ook bij volwassen inwoners voor complexe problematiek. De personeelstekorten bij de GGZ leiden tot een toename van inwoners die gebruik maken van Wmo begeleiding. Door het inzetten van lokale begeleidingsteams kan deze vraag gedeeltelijk opgevangen worden. Verder blijft een effect van de coronacrisis op de participatiewet tot nu toe nog uit. Dit kan worden verklaard doordat de arbeidsmarkt er, ondanks de coronacrisis en tegen de verwachtingen in, op vooruit is gegaan. Er zijn geen grote ontslagrondes geweest.

2.3 Autonome, externe, ontwikkelingen voor de komende jaren Door diverse factoren is de verwachting dat de vraag naar ondersteuning de komende jaren groot blijft. Hierdoor blijft de betaalbaarheid en daarmee de dienstverlening in het sociaal domein de komende jaren onder druk staan, en blijven de diverse maatregelen relevant ondanks een relatief gunstige jaarrekening. Bij de Wmo zijn relevante factoren: dubbele vergrijzing (meer ouderen die ook gemiddeld ouder worden), het abonnementstarief, ambulantisering van de ggz, langer (moeten)

1 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (2021) Onvoldoende tijdige en juiste hulp voor jongeren met

ernstige psychische problemen

Pagina 3 van 23

thuis wonen van ouderen (bijvoorbeeld door bezuinigingen op verzorgingshuizen), afbouw van bedden in ziekenhuizen. Bij Jeugd zijn de belangrijkste factoren: het gebrek aan wettelijke afbakening van de gemeentelijke opdracht (zoals ook de Commissie van Wijzen heeft geconcludeerd), de prestatiedruk die jongeren ervaren vanuit de samenleving en mogelijk langdurige psychische effecten van de Corona maatregelen. Recentelijk komen wachtlijsten in de zorg als gevolg van personeelstekorten steeds meer in het nieuws. De verwachting is dat deze tekorten niet op de korte termijn opgelost zijn. Het is nog onduidelijk in hoeverre dit nu speelt of in de toekomst gaat spelen binnen het sociaal domein van Huizen. We zien wachtlijsten ontstaan bij onderdelen van de diensten van de gecertificeerde instellingen in het gedwongen kader. Eind vorig jaar en begin 2022 hebben we hierover afspraken gemaakt met onze partners. Wij vinden dat elk kind dat onder toezicht wordt gesteld direct geholpen moet worden. Bij volwassenen betekent een tekort aan ggz-personeel (en ander zorgpersoneel) dat de druk op andere vormen van ondersteuning toeneemt, met name op de diverse vormen van begeleiding die de gemeente biedt.

Onzeker is wat wachtlijsten betekenen voor de zorgvraag en kosten op langere termijn (vergroten van problemen en kosten, inhaalzorg in de komende jaren en daarmee hogere kosten, of mensen die andere oplossingen vinden, of dat problemen verminderen zonder ondersteuning?). Een positief effect van wachtlijsten is een dempend effect op de gemeentelijke uitgaven. De HBEL gemeenten kunnen personeelstekorten niet oplossen. Wel spelen we hier in algemene zin op in via de bestaande maatregelen door zwaardere en langdurige trajecten te voorkomen door lichte, korte, vroegtijdige inzet en door in te zetten op factoren die ggz-problemen positief kunnen beïnvloeden, bijvoorbeeld door de inzet bij schulden, armoede en lichamelijke gezondheid. Bij specialistische zorg jeugd kijken we samen met de zorgorganisaties welke jeugdigen als eerste worden geholpen.

2.4 Hervormingsagenda en extra Rijksmiddelen Jeugd Een landelijke Commissie van Wijzen (ook wel arbitragecommissie genoemd) heeft in mei 2021 een uitspraak gedaan over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg en de te treffen maatregelen om het jeugdstelsel toekomstbestendig te maken. Dit oordeel doet recht aan de reële situatie waarin de HBL-gemeenten, net als vele andere gemeenten zich

Pagina 4 van 23

bevinden: ondanks grote inspanningen is het ondoenlijk om deze kosten met de huidige budgetten te betalen. Op basis van dit oordeel stelt het Rijk voor 2021 en voor de jaren daarna extra middelen beschikbaar en wordt een hervormingsagenda Jeugd opgesteld, waarbij het Rijk samenwerkt met gemeenten en andere partijen. Deze extra middelen nemen in de loop van de jaren af, waarbij grote effecten zichtbaar zijn vanaf 2025. Het idee hierachter is dat met het invoeren van de diverse maatregelen die in de hervormingsagenda zijn benoemd, er minder extra middelen nodig zijn. Hierbij gaat het grotendeels om maatregelen die we niet lokaal kunnen invoeren, maar waar het Rijk aan zet is. Een belangrijke

maatregel

is

bijvoorbeeld

het

wettelijk

meer

afbakenen

van

de

verantwoordelijkheid van gemeenten. Wanneer het Rijk hierin geen stappen zet, kunnen gemeenten hierin geen stappen zetten.

2.5 Jaarrekening Laren 2021 In onderstaande tabellen zijn de jaarrekening 2020, de begroting 2021 na wijziging en de jaarrekening 2021 voor jeugd, Wmo en participatie weergegeven. Dit betreffen de financiële cijfers van gemeente Laren. De jaarrekening is vervolgens vergeleken met de begroting. In de tabel zijn alle onderdelen terug te vinden.

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

Jeugdhulp

€ 837.025

€ 980.000

€ 809.103

€ 170.897

17%

Jeugd begeleiding

€ 481.302

€ -101.302

-27%

Jeugdhulp verblijf

€ 368.877 € 427.197

€ 380.000 € 374.000

€ 350.293

€ 23.707

6%

Gedwongen kader

€ 108.396

€ 104.000

€ 65.382

€ 38.618

37%

Persoonsgebonden budget

€ 49.657

€ 15.000

€ 12.128

€ 2.872

19%

Landelijk transitie arrangement

€ -1.748

€ 18.000

€ 7.560

€ 10.440

58%

Ernstig enkelvoudige dyslexie

€ 49.580

€ 74.000

€ 52.441

€ 21.559

29%

€ 1.838.984

€ 1.945.000

€ 1.778.209

€ 166.791

9%

Wmo

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

Saldo

Wmo-begeleiding

€ 446.590

€ 306.430

€ 380.555

€ -74.125

-24%

Dagbesteding

€ 235.592

€ 157.170

€ -65.131

€ 222.301

141%

Hulp bij huishouden

€ 608.638

€ 610.000

€ 610.653

€ -653

0%

Hulpmiddelen

€ 320.059

€ 262.000

€ 239.335

€ 22.665

9%

Vervoer

€ 155.893

€ 249.000

€ 228.985

€ 20.015

8%

Jeugd

Totaal

Saldo

Pagina 5 van 23

Persoonsgebonden budget

€ 60.207

€ 60.000

€ 63.355

€ -3.355

-6%

Eigen bijdrage Wmo

€ -62.262

€ -90.000

€ -55.644

€ -34.356

38%

RTC

€ 79.216

€ 70.000

€ 7.587

€ 62.413

89%

Overig

€ 32.958

€ 20.000

€ 7.927

€ 12.073

60%

Totaal

€ 1.876.891

€ 1.644.600

€ 1.417.622

€ 226.978

14%

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

Saldo

BUIG

€ 1.708.710

€ 1.700.000

€ 1.581.074

€ 118.926

7%

Rijksbijdrage BUIG

€ -1.694.991

€ -1.599.000

€ -1.747.180

€ 148.180

-9%

Re-integratie

€ 213.788

€ 160.666

€ 165.838

€ -5.172

-3%

Bijzondere bijstand

€ 119.000

€ 137.591

€ 126.718

€ 10.873

8%

Kindarrangement

€ 30.067

€ 35.009

€ 29.216

€ 5.793

17%

Schuldhulpverlening

€ 33.659

€ 44.427

€ 19.305

€ 25.122

57%

Inburgering

€ 10.290

€0

€ 9.676

€ -9.676

-

Participatiewet

Participatiewet overig

€ 21.976

€ 39.720

€ 24.510

€ 15.210

38%

Totaal

€ 442.499

€ 518.413

€ 209.157

€ 309.256

60%

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

Saldo

Jeugdwet

€ 1.831.805

€ 1.945.000

€ 1.778.209

€ 166.791

9%

Wmo

€ 1.876.891

€ 1.644.600

€ 1.417.622

€ 226.978

14%

Participatiewet

€ 442.499

€ 518.413

€ 209.157

€ 309.256

60%

Leerlingenvervoer

€ 50.019

€ 39.000

€ 28.616

€ 10.384

27%

Totaal

€ 4.201.214

€ 4.147.013

€ 3.433.604

€ 713.409

17%

Totaal effect

Pagina 6 van 23

3. Toelichting per onderdeel: ontwikkelingen, stand van zaken maatregelen

Jeugd 3.1 Ambulante jeugdhulp Jeugd

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

Jeugdhulp

€ 837.025

€ 980.000

€ 809.103

Saldo € 170.897

17%

We kunnen zeggen dat er sprake is van een stabiele situatie qua aantallen als qua kosten. De kosten zijn binnen de begroting gebleven en ten opzichte van de jaarrekening 2020 gedaald. In 2021 was de in- en uitstroom van jeugdigen ongeveer gelijk, in 2020 stroomden minder jeugdigen uit de voorzieningen. De ontwikkeling die we zien is dat er relatief zware pakketten worden ingezet als gevolg van de zware problematiek bij jeugd die deels het gevolg is van de coronacrisis en de prestatiedruk die jeugdigen ervaren vanuit de samenleving. Daarnaast willen we direct passende zorg inzetten om te voorkomen dat jeugdigen van de ene voorziening naar de andere gaan. Op deze manier voorkomen we ook onnodige administratieve druk zowel bij de wettelijke verwijzers als bij de gecontracteerde zorgaanbieders. We zien een lichte daling van de kosten in 2021 ten opzichte van 2020. Dat is op zichzelf een gunstige ontwikkeling als we kijken naar de veranderopgave die we willen realiseren in de ambulante jeugdhulp. We willen namelijk dat jeugdigen zo veel mogelijk ambulant geholpen worden in plaats van Verblijf. Tegelijkertijd stimuleren we zorgaanbieders om de behandeling niet langer te duren dan nodig is. Dit betekent dus kortere dure (behandel) trajecten en sneller afschalen naar lichtere zorg of begeleiding.

Dit is van essentieel belang, omdat voor sommige behandelingen bij enkele zorgaanbieders enorme wachtlijsten zijn. Daarnaast speelt bij hen het probleem dat er een schaarste is aan behandelaars waardoor de zorg niet altijd op tijd gestart kan worden. Pagina 7 van 23

3.2 Jeugd begeleiding Jeugd Jeugd begeleiding

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

€ 368.877

€ 380.000

Jaarrekening 2021

Saldo

€ 481.302 € -101.302

-27%

Lokaal team lichte begeleiding 18Gestarte casussen Kosten

2021 6

Mei 2022 2

€ 11.210

x

Jeugd begeleiding is een vorm van ondersteuning gericht op het bevorderen en compenseren van zelfredzaamheid. De activiteiten zijn gericht op het aanleren en behouden van structuur die een jeugdige nodig heeft in het dagelijks functioneren. Jeugd begeleiding kan worden geboden aan de jeugdige en of zijn ouder(s)/opvoeder(s). De afgelopen jaren zagen we de vraag naar jeugd begeleiding toenemen. Door de toegenomen druk op de zorg en wachtlijsten bij GGZ, krijgen meer jeugdigen jeugd begeleiding toegewezen. Daarnaast wordt begeleiding ingezet als een soort nazorg ten behoeve van jeugdigen die uitbehandeld zijn. Het aantal cliënten is licht gestegen in 2021. De kosten zijn hoger dan verwacht met de begroting en hoger dan in 2020. We zien kansen om met de lokale begeleiders, in samenwerking met andere partijen in het voorveld, een deel van de ondersteuning op te vangen die nu door geïndiceerde begeleiding (perceel jeugdige en gezin) werd opgepakt. Deze kansen gaan we het komend jaar uitwerken. Deze ervaringen worden daarna benut voor het meer afbakenen van aard en omvang van dit perceel van de geïndiceerde begeleiding. Hierbij is nog steeds in beeld om op termijn deze begeleiding anders te organiseren (partnerschappen Pagina 8 van 23

met een beperkt aantal zorgpartijen, resultaatafspraken op het niveau van de doelgroep, lumpsum financiering). Deze beoogde andere werkwijze sluit aan op de inzet van gemeentelijke begeleiders en de lokale samenwerking, en beoogt ook een besparing op de kosten van geïndiceerde begeleiding. Op dit moment is een nieuwe werkwijze voor de geïndiceerde begeleiding (perceel jeugdige en gezin) nog niet gerealiseerd. Dit heeft tot gevolg dat de komende jaren niet de beoogde besparingen worden gehaald met de maatregel die is gericht op deze begeleiding. Een (klein) deel van de beoogde besparingen wordt nu wel gerealiseerd door de inzet van lokale, lichtere ondersteuning en het voorveld. De komende tijd wordt met deze gegevens het tijdspad en de mogelijke besparingen bij de geïndiceerde begeleiding (perceel jeugdige en gezin) geactualiseerd.

3.3. Jeugdhulp verblijf Jeugd Jeugdhulp verblijf

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ 427.197

€ 374.000

€ 350.293

Saldo € 23.707

6%

De kosten in 2021 zijn ten opzichte van 2020 afgenomen ondanks het aantal jongeren dat gebruik maakt van verblijf redelijk constant is. Naast gecontracteerde zorg, hebben we een aantal maatwerkcontracten afgesloten met sommige aanbieders, omdat bij de regionale inkoop in 2021 een aantal aanbieders zich niet ingeschreven had voor o.a. het bieden van drie-milieu-voorzieningen. Dit zorgde ervoor dat er een leemte ontstond in het zorglandschap en daarom hebben we tijdelijk maatwerkcontracten afgesloten om passende zorg te blijven bieden aan onze jeugdigen. De tarieven voor deze maatwerkcontracten liggen echter hoger dan wat we regionaal hebben afgesproken. Inmiddels wordt eraan gewerkt om die aanbieders die zich niet hadden ingeschreven alsnog te laten inschrijven zodat we één tarief hanteren ten behoeve van deze voorzieningen en voor de hele regio.

Pagina 9 van 23

Het aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van Verblijf is in 2021 redelijk stabiel. De jeugdhulpvoorziening Verblijf is relatief een dure voorziening en het is belangrijk dat we lokaal en regionaal op dit onderdeel blijven sturen. Lichte schommelingen in aantallen hebben direct invloed op de kosten. De ambitie is om jeugdigen die problemen ervaren zo veel mogelijk thuis te begeleiden of te behandelen en minder snel te kiezen voor een uithuisplaatsing in een residentiële setting. Als het kind toch uit huis wordt geplaatst dan willen we dat jeugdigen opgroeien in een pleeggezin of in een kleinschalige voorziening (gezinshuis) worden geplaatst. In 2021 hebben we een plan uitgewerkt om deze ambitie te realiseren. Concreet betekent dit, dat aanbieders alternatieven uitwerken in de vorm van intensieve ambulante hulp ter voorkoming van uithuisplaatsingen en hun residentieel aanbod omvormen naar kleinschalige voorzieningen. Daarnaast willen we aan de voorkant sturen op deze voorziening. Verwijzers in de toegang worden getraind en krijgen handvatten hoe hiermee om te gaan. Deze maatregelen moeten leiden tot minder uithuisplaatsingen en of kortere uithuisplaatsingen en dus tot minder kosten.

3.4 Gedwongen kader Jeugd Gedwongen kader

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ 108.396

€ 104.000

€ 65.382

Saldo € 38.618

37%

Eind 2020 en begin 2021 zijn er afspraken gemaakt met de gecertificeerde instellingen (Gi's) om ketensamenwerking te realiseren in het gedwongen kader. De ambitie is om jeugdigen hulp te bieden in het vrijwillige kader en zo min mogelijk in het gedwongen kader en we willen samen met onze Gi's dat de ondertoezichtstellingen (ots-en) korter worden. Uit cijfers blijkt dat het aantal jeugdigen in het gedwongen kader aan het dalen is en de verwachting is dat deze trend zich voortzet de komende periode.

In 2021

Pagina 10 van 23

hebben we nieuwe contracten met de Gi's afgesloten met een hoger tarief dan de vorige contracten. We zien in de cijfers dat het aantal unieke cliënten in 2021 fors is gedaald, van 21 jeugdigen in 2020 naar 10 jeugdigen in 2021. Ook de kosten in 2021 zijn gedaald zowel ten opzichte van de begroting als ten opzichte van de jaarrekening 2020.

3.5 Ernstig enkelvoudige dyslexie Jeugd Ernstig enkelvoudige dyslexie

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ 49.580

€ 74.000

€ 52.441

Saldo € 21.559

29%

Ernstig enkelvoudige dyslexie is een vorm van jeugdhulp ten behoeve van leerlingen in het basisonderwijs die ernstige lees- en of spellingsproblemen ervaren. De ondersteuning bestaat uit twee delen te weten diagnostiek en behandeling gericht op het vergroten van de leesvaardigheden en het verminderen van de beperking. We zien begin 2021 een forse daling van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van deze voorziening. In Q3 en Q4 zien we echter opnieuw een stijging van het aantal jeugdigen. Per saldo was er over 2021 sprake geweest van een daling van het aantal jeugdigen dat gebruik heeft gemaakt van EED. Mogelijk heeft de sterke daling in het eerste en tweede kwartaal te maken met de corona. Op basis van de aantallen van 2020 is de begroting voor 2021 vastgesteld. Door de forse daling in Q1 en Q2 zijn de kosten lager uitgevallen dan verwacht. Voor 2022 hebben we opnieuw contracten afgesloten met aanbieders die deze vorm van jeugdhulp bieden. We willen samen met de partners dat het aantal aanmeldingen EED om laag blijft, omdat de huidige aantallen regionaal gezien, maar ook voor Laren relatief hoog zijn.

Pagina 11 van 23

3.6 Landelijk Transitie Arrangement Jeugd

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ -1.748

€ 18.000

€ 7.560

Landelijk transitie arrangement

Saldo € 10.440

58%

Het Landelijk Transitie Arrangement is een set van afspraken met een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders voor het leveren van uitzonderlijk aanbod dat zeer specialistisch is. Dit contract wordt door de VNG afgesloten en alle wettelijke verwijzers kunnen gebruikmaken van dit aanbod. Het aanbod is zoals gezegd zeer specialistisch en de tarieven liggen gemiddeld hoger dan de tarieven van het aanbod dat regionaal wordt ingekocht. Het aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van dit aanbod is vrij stabiel. Het gaat om 3 jeugdigen uit Laren in 2020 en in 2021 waren dat 4 jeugdigen. De kosten over 2020 en 2021 zijn laag vanwege vrijval balansposten over de voorgaande jaren.

Wmo 3.7 Hulp bij het huishouden Wmo

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

Hulp bij huishouden

€ 608.638

€ 610.000

€ 610.653

Saldo € -653

0%

In tegenstelling tot de andere HBEL-gemeenten, is Laren nu al sterk vergrijsd. Daardoor zal de nieuwe instroom van inwoners uit Laren in de voorziening hulp bij het huishouden procentueel lager zijn dan in de overige HBEL-gemeenten. Ook de inkomenstoets in Laren speelt een rol bij de lagere instroom, hiermee wordt door de inkomenstoets het beoogde effect gerealiseerd. Hierdoor én door de toepassing van het KPMG-HHM normenkader, is de jaarrekening 2021 vrijwel gelijk aan de jaarrekening 2020 en begroting. Het HHM-KPMG normenkader passen we vanaf 2021 toe voor de bepaling van de omvang van de hoeveelheid hulp. Uitgangspunt is een basismodule van 108 uur voor hulp bij het huishouden per woning. Dit komt neer op ongeveer 125 minuten per week, wat in de Pagina 12 van 23

basis minder is dan het oude CIZ-normenkader. Er zijn in de gemeente Laren in totaal 121 herindicaties uitgevoerd bij alle nieuwe cliënten en bij de bestaande cliënten met een indicatie van 120 minuten of meer. Door toepassing van het HHM-KPMG normenkader is de gemiddelde indicatie per cliënt afgenomen van 178,3 naar 148,1 minuten per week. Daarmee is een besparing van € 200.474 gerealiseerd. Bestaande cliëntsituaties met een indicatie van 120 minuten of minder worden pas volgens het nieuwe normenkader beoordeeld na afloop van de huidige indicatie. Bij het stellen van de herindicaties is overigens gebleken, dat de situatie bij een deel van de inwoners met hulp bij het huishouden is verslechterd na afgifte van de oorspronkelijke indicatie. Deze verslechtering was veelal niet bij de gemeente gemeld door de cliënt/zorgverlener, omdat de huishoudelijke taken nog binnen het oude (ruimere) normenkader konden worden uitgevoerd. Door de verslechtering is op basis van cliëntkenmerken vaker dan vooraf werd verwacht een verruiming ten opzichte van de basismodule uit het HHM-KPMG normenkader toegekend. De positieve financiële effecten van het normenkader zijn echter goed merkbaar. De verwachte besparingen door het KPMG-HHM normenkader zijn doorberekend voor 2022 t/m 2024.

Er is berekend dat er door de toepassing van het normenkader vanaf 2022 ieder jaar consequent € 41.805 minder kosten voor hulp bij het huishouden worden gerealiseerd dan het jaar ervoor. Voor meer informatie over de effecten van het KPMGHHM normenkader verwijzen we u graag naar de eerder met u gedeelde KPMG-HHM rapportage.

3.8 Wmo Begeleiding Individuele voorziening begeleiding Wmo Wmo-begeleiding

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ 446.590

€ 306.430

€ 380.555

Saldo € -74.125

-24%

Lokaal team lichte begeleiding 18+ Pagina 13 van 23

Gestarte casussen Kosten

2021 15

Mei 2022 8

€ 8.637

x

Het aantal mensen met een behoefte aan begeleiding blijft toenemen. De belangrijkste structurele oorzaken hiervoor zijn de dubbele vergrijzing, ambulantisering van de GGZ en personeelstekorten en wachtlijsten bij de GGZ.

In 2020 en 2021 kwamen daar de

effecten door de corona-maatregelen bij, denk bijvoorbeeld aan de psychische gezondheid van jongvolwassen, waarvan nog onduidelijk is hoe lang deze effecten invloed hebben. Desondanks is het aantal mensen dat gebruik maakt van geïndiceerde begeleiding, niet toegenomen in 2021 en vertoont zelfs vanaf medio 2021 een duidelijke afname. Deze daling van aantallen vertaalt zich in een afname van de kosten van geïndiceerde begeleiding ten opzichte van de 2020. Dit is een opvallende trend na jaren van toename. Deze afname in 2021 is des te opvallender, omdat door de corona maatregelen een aantal mensen tijdelijk individuele begeleiding ontvingen in verband met het tijdelijk sluiten van dagbestedingslocaties. Deze afname is het resultaat van een verschuiving naar andere vormen van begeleiding: meer inzet van lichtere, goedkopere ondersteuning en minder inzet van de geïndiceerde, zwaardere en duurdere ondersteuning. Deze verschuiving hebben we kunnen realiseren door de start medio 2021 van drie gemeentelijke begeleiders. De inzet is gericht op het behoud of vergroten van de zelfredzaamheid en participatie, en om door de inzet van eerdere, lichtere ondersteuning, zwaardere problemen en zwaardere inzet te voorkomen. De begeleiders leveren zelf lichte ondersteuning en maken samenwerking op casusniveau mogelijk met andere partijen in het lokale voorveld.

Hierdoor kan meer maatwerk worden geleverd in de ondersteuning en makkelijker op- en afgeschaald worden dan wanneer geïndiceerde individuele begeleiding wordt ingezet. De werkwijze met gemeentelijk begeleiders is medio 2021 ingezet. Effecten zijn dan ook nog niet volop in de aantallen en kosten van 2021 zichtbaar. Met het opschalen van het aantal gemeentelijk begeleiders, wordt ook de samenwerking met lokale partijen versterkt. Doordat 2022 het eerste volledige jaar wordt met deze werkwijze, verwachten wij dat deze resultaten in 2022 nog meer zichtbaar zijn. Op basis van de begroting werd een grotere afname van de kosten verwacht dan uiteindelijk gerealiseerd. Dit is het gevolg van de niet ingecalculeerde effecten van de corona-maatregelen (zoals het omzetten van indicaties dagbesteding naar begeleiding Pagina 14 van 23

individueel en toegenomen behoefte aan begeleiding) en wachtlijsten bij de GGZ-zorg (waardoor meer behoefte is aan begeleiding). Door de eerder genoemde effecten (vergrijzing, ambulantisering, personeelstekorten GGZ, etc.), is de verwachting dat de vraag naar ondersteuning de komende jaren groot blijft. Deze ontwikkelingen blijven daarmee de omvang en kosten van de gemeentelijke begeleiding onder druk zetten Lokaal team lichte begeleiding 18+ De gemiddelde duur van een traject bij een begeleider is ongeveer 7,5 uur, hiermee zijn de trajecten aanzienlijk korter dan bij de geïndiceerde individuele ondersteuning. De ervaring is dat we in deze trajecten daadwerkelijk in staat zijn om mensen goed te ondersteunen

zonder

dat

zwaardere

zorg

nodig

is.

Verwijzing

naar

een

maatwerkvoorziening, gedurende of na begeleiding door de lokaal begeleider, is tot nu toe vrijwel niet nodig geweest. Er wordt veel geschakeld en samengewerkt met andere partijen in het voorveld. Belangrijke partners in dit lokale netwerk zijn Versa welzijn, MEE en casemanagers dementie. Met deze partijen wordt regelmatig wordt regelmatig samengewerkt bij inwoners, vindt wederzijds doorverwijzen plaats en zijn werkafspraken gemaakt. Er is berekend wat het financiële effect is tot en met maart van de inzet van de lokale begeleiders. Indien er geen lokaal begeleiders waren aangesteld, waren de (geschatte) kosten voor de inzet van maatwerkvoorzieningen HBEL breed €313.807. De kosten voor begeleiders in deze periode bedragen €192.962, Daarmee wordt over deze periode (start – maart 2022) €120.845 aan kosten bespaard. Begin 2022 is het aantal begeleiders 18+ uitgebreid naar zeven fte die gefaseerd zijn gestart in het eerste kwartaal van 2022. Hiermee kan de verschuiving van zwaardere naar lichtere zorg verder worden opgeschaald. Daarmee is de verwachting dat de beoogde besparing op geïndiceerde reguliere begeleiding voor 2022 wordt gehaald. Transformatie specialistische begeleiding Het blijkt dat de lokale begeleiders ook een deel van de ondersteuning opvangen die voorheen door specialistische begeleiding werd opgepakt.

Deze ervaringen met de inzet van de gemeentelijk begeleiders wordt het komend jaar benut voor het meer afbakenen van aard en omvang van het perceel van de specialistische begeleiding. Hierbij is nog steeds in beeld om op termijn de specialistische begeleiding anders te organiseren (partnerschappen met een beperkt aantal zorgpartijen, resultaatafspraken op het niveau van de doelgroep, lumpsum financiering). Deze beoogde andere werkwijze sluit aan op Pagina 15 van 23

de inzet van gemeentelijke begeleiders en de lokale samenwerking, en beoogt ook een besparing op de kosten van geïndiceerde specialistische begeleiding. Met de stap om het komend jaar eerst de invloed van de lokale teams van begeleiders op de specialistische begeleiding duidelijk te krijgen en op basis daarvan de specialistische begeleiding verder af te bakenen, wordt nu niet direct het aanpassen of opzeggen van de regionale inkoopafspraken voor specialistische begeleiding ingezet. Dit heeft tot gevolg dat de komende jaren niet de beoogde besparingen worden gehaald met de maatregel die is gericht op de specialistische begeleiding. Een (klein) deel van de beoogde besparingen op specialistische begeleiding wordt nu wel gerealiseerd door de inzet van lokale, lichtere ondersteuning. De komende tijd wordt met deze gegevens het tijdspad en de mogelijke besparingen bij de specialistische begeleiding geactualiseerd. 3.9 Wmo Dagbesteding Wmo

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ 235.592

€ 157.170

€ -65.131

Dagbesteding

Saldo € 222.301

141%

Bij geïndiceerde dagbesteding is er sprake van een afname in de aantallen en kosten. Dit heeft als belangrijkste redenen: -

De forste afname van kosten wordt voor € 143.000 euro verklaard doordat posten waren opgenomen voor 2020 die uiteindelijk niet tot daadwerkelijke kosten hebben geleid. Dit zijn daardoor meevallers in 2021 en dit bedrag is daarom in mindering gebracht op de jaarrekening 2021. De gemaakte kosten in 2021, door benutte indicaties in 2021, liggen daarmee € 143.000 hoger dan het netto resultaat van - € 65.131 wat hierboven te lezen is. Deze daadwerkelijke kosten zijn nog steeds fors minder dan de kosten in 2021 en de begroting 2021.

-

Minder instroom: inwoners zijn meer doorverwezen naar lokale voorliggende voorzieningen zoals Dagje Hart van Laren en andere lokale plekken via DOEN

Pagina 16 van 23

(onderdeel van zicht op werk). Daarnaast maken relatief veel mensen gebruik van dagbehandeling via de zorgverzekeringswet, die voorliggend is op de Wmo. -

Meer uitstroom: er was begin 2021 een groep inwoners die graag op de dagbestedingsplek wilde blijven waar ze al zaten, terwijl deze zorgaanbieders geen contract voor (lichte) Wmo dagbesteding wilde aangaan, maar wel dagbesteding bleven aanbieden voor mensen met een WLZ indicatie. Dit betrof vooral voorzieningen voor mensen met geheugenproblemen en vormen van dementie. Een groot deel van deze groep is vervolgens in de loop van 2021 uitgestroomd naar de WLZ. Deze uitstroom naar WLZ voorzieningen verliep hierdoor sneller dan verwacht, wat een signaal is dat mensen wellicht langer dan gepast vanuit de Wmo ondersteuning kregen en dus later dan gepast doorstromen naar de WLZ. We hebben daarom in onze werkprocessen meer aandacht ingebouwd voor deze doorstroom en voor het motiveren van mensen om een WLZ indicatie aan te vragen.

-

Vanwege corona maatregelen konden locaties niet (altijd) op volle kracht draaien en kon niet iedereen de benodigde dagbesteding krijgen. Om dit te ondervangen is bij een aantal mensen de ondersteuning via dagbesteding tijdelijk omgezet in ondersteuning via individuele begeleiding.

3.10 Hulpmiddelen

Wmo

Jaarrekening 2020

Begroting Jaarrekening 2021 na 2021 wijziging

Saldo

Rolstoelen

€ 78.638

€ 80.000

€ 47.860

€ 32.140

40%

Woonvoorzieningen

€ 173.685

€ 117.000

€ 126.458

€ -9.458

-8%

Individueel vervoer Hulpmiddelen totaal

€ 67.736

€ 65.000

€ 65.017

€ -17

0%

€ 320.059

€ 262.000

€ 239.335

€ 22.665

9%

In onderstaande figuur is het aantal verstrekte voorzieningen in Laren (donkerblauw) afgezet tegen het totaal aantal verstrekte voorzieningen in alle HBEL-gemeenten (lichtblauw).

Pagina 17 van 23

In 2021 hebben we samen met de andere gemeenten een aanbestedingstraject doorlopen voor een nieuw contract hulpmiddelen, dat per 1 april 2022 in is gegaan. De kwaliteitseisen zijn door de gemeenten vastgelegd, het contract is gegund aan de drie aanbieders met de financieel gunstigste offertes. In 2021 zien we een daling in de kosten ten opzichte van 2020. Dit komt deels doordat het aantal verstrekte rolstoelen in 2021 ongeveer gehalveerd is, maar ook doordat er in 2021 10 in trapliften zijn verstrekt. In 2020 waren dit er 17. Een traplift is een relatief dure woonvoorziening. Mogelijk komt het ook doordat er bij woningaanpassingen scherper op gelet wordt dat alleen de goedkoopst adequate voorziening wordt verstrekt. Hierdoor zijn de kosten gedaald ondanks de prijsstijgingen van 12,5% per 1 oktober 2020 en 5% per 1 oktober 2021 bij de tussentijdse verlengingen van het lopende contract hulpmiddelen. Wel merken we op dat het lastig blijft om de voorziening hulpmiddelen goed te begroten. Enkele dure voorzieningen kunnen namelijk direct een flink effect hebben op de kosten, zeker in kleine gemeenten. In 2020 is een analyse uitgevoerd waarin geconcludeerd werd dat in de HBEL-gemeenten vaker dan strikt noodzakelijk een aanbouw is toegekend als woonvoorziening. Hierop is de werkwijze aangepast.

Er wordt bij woningaanpassingen van meer dan € 10.000 voortaan met het vier ogen principe gewerkt. Bij de vraag voor een complexe woningaanpassing

wordt

altijd

eerst

overleg

gepleegd

met

een

juridisch

kwaliteitsmanager. Samen wordt het vervolgonderzoek bepaald. Dit kan bestaan uit een bouwkundig advies met een vooraf bepaalde kostenraming. Daarnaast wordt er ingezet op verstrekking van de goedkoopst adequate voorziening, bijvoorbeeld het plaatsen van een zorgunit in plaats van een aanbouw. Op die manier wordt voorkomen dat er onnodig dure woningaanpassingen worden gerealiseerd. Consulenten zijn ook getraind om ook in andere situaties het goedkoopst adequate hulpmiddel in te zetten, zodat de kosten voor

Pagina 18 van 23

hulpmiddelen zo laag mogelijk blijven en de verwachte prijsstijgingen zo goed mogelijk opgevangen kunnen worden. In de loop van de jaren zien we dat het aantal inwoners met een rolstoel is afgenomen doordat deze voorziening nu via de Wlz verstrekt wordt voor mensen in een instelling. Het aantal inwoners met één of meerdere woonvoorzieningen is in de loop van de jaren min of meer gelijk gebleven. Ondanks dat er in 2021 minder individuele vervoersvoorzieningen zijn verstrekt dan in 2020, zijn de kosten hiervoor vrijwel gelijk aan die van 2020. Nadere analyse heeft uitgewezen dat dit komt doordat er in 2021 een dure driewielfiets van ruim € 11.000 is verstrekt. Het aantal inwoners met een individuele vervoersvoorziening is vergelijkbaar met dat van 2020.

3.11 Vervoer Wmo Collectief vervoer

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ 177.837

€ 249.000

€ 228.985

Saldo € 20.015

8%

In bovenstaande tabel is het aantal verstrekkingen voor een voorziening weergegeven. Het grote aantal verstrekkingen van een taxipas in 2021 wordt verklaard doordat het contract met Latax per 1 juli 2021 is beëindigd en Laren vanaf die datum is aangesloten bij het regionale collectieve Wmo vervoer, en toen aan alle pashouders een nieuwe Wmo vervoerspas verstrekt is. Bij de Wmo taxi is echter niet zo zeer het aantal verstrekkingen bepalend voor de kosten. Het totaal aantal inwoners met deze voorziening is normaal gesproken wel bepalend voor de mate van gebruik en de bijbehorende kosten. Het aantal unieke inwoners met een Wmo vervoerspas is de afgelopen jaren min of meer stabiel Pagina 19 van 23

gebleven. We zien dat de kosten voor het collectieve Wmo vervoer net als in de overige HBEL-gemeenten weer zijn toegenomen ten opzichte van 2020, toen het Wmo vervoer door corona tijdelijk volledig was uitgevallen. Wel is de vergelijking voor de gemeente Laren minder makkelijk te maken dan voor de overige HBEL-gemeenten omdat de kostensystematiek voor Latax anders was dan voor de eigen regionale vervoersdienst. Over het doelgroepenvervoer door de Regio Gooi en Vechtstreek is in november 2021 een Raadsinformatiebrief verstuurd. Naar aanleiding van mondelinge vragen over deze brief is 24 november 2021 toegezegd door wethouder Den Dunnen dat de raad nog een update zou ontvangen over de stand van zaken. Die toezegging doen we hierbij af. Er waren in 2021 14 klachten over de overgang van Larense Latax Wmo vervoer naar Regio vervoer per 1/7/2021. Door Vervoer G&V en de gemeente Laren is ingezet op

heldere

communicatie en persoonlijk contact om pashouders te helpen bij het wennen aan de nieuwe situatie. Stand van zaken Vervoer G&V in Laren 2021: 251 pashouders, 2823 ritten. 3.12 RTC Wmo RTC

Jaarrekening 2020 € 79.216

Begroting 2021 na wijziging € 70.000

Jaarrekening 2021

Saldo

€ 7.587

€ 62.413

89%

Met ingang van 1 januari 2022 is de RTC afgeschaft en kunnen mensen via de bijzondere bijstand een vergoeding aanvragen voor een aantal kostenposten in het kader van een chronische ziekte. De kosten zijn in 2021 laag doordat er een balanspost van voorgaande jaren is vrijgevallen (€ 60.000). Dit geeft een vertekend financieel beeld.

Participatiewet 3.13 Uitkeringen Participatiewet

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

Saldo

BUIG

€ 1.708.710

€ 1.700.000

€ 1.581.074

€ 118.926

7%

Rijksbijdrage BUIG

€ -1.694.991

€ -1.599.000

€ -1.747.180

€ 148.180

-9%

In onderstaande figuur is het aantal verstrekte uitkeringen te zien vanaf 2020 tot 2022. Hier is een licht dalende trend te zien in het aantal uitkeringen tussen 2020 en 2021 en hierdoor is de jaarrekening van 2021 lager in vergelijking met het jaar 2020. Een Pagina 20 van 23

verklaring voor de dalende trend is de krappe arbeidsmarkt ondanks de coronacrisis. Om die reden is het relatief makkelijk om aan werk te komen, waardoor minder inwoners een uitkering nodig hebben. De ontwikkeling van de werkgelegenheid, en het aantal uitkeringen, is grotendeels afhankelijk van de economische conjunctuur. Daarmee is dit een ontwikkeling waarop de gemeente weinig invloed heeft. Gezien alle economische en politieke onzekerheden is op dit moment geen verwachting af te geven of deze dalende trend zich zal doorzetten.

3.14 Re-integratie Participatiewet Re-integratie

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ 213.788

€ 160.666

€ 165.838

Saldo € -5.172

-3%

We zien in 2021 een daling van de kosten voor uitstroom naar werk ten opzichte van 2020. De dalende trend was verwacht, daarom is de begroting van 2021 verlaagd ten opzichte van de jaarrekening van 2020. Een verklaring voor de daling in kosten voor reintegratie in 2021 ten opzichte van 2020 is een lager aantal uitkeringen, hierdoor zijn er minder instrumenten ingezet binnen Zicht op Werk. De overschrijding van de re-integratie begroting van 2021 met € 5.085 komt doordat de capaciteit van Zicht op werk in november 2020 wordt vastgesteld voor 2021 op basis van een prognose. Deze prognose wordt bepaald door te kijken naar het percentage van het aantal uitkeringen in de HBEL-gemeenten. Doordat het aantal uitkeringen in Laren is gestegen ten opzichte van de prognose is de re-integratie jaarrekening van 2021 hoger uitgevallen.

Pagina 21 van 23

3.15 Bijzondere bijstand Participatiewet Bijzondere bijstand

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ 119.000

€ 137.591

€ 126.718

Saldo € 10.873

8%

De bijzondere bijstand laat in aantallen en kosten een redelijk stabiel beeld zien in vergelijking met de jaarrekening 2020. Er was een matige stijging in de kosten verwacht vanwege een toename van inkomensproblemen door corona-maatregelen. Deze toename is in 2021 geen werkelijkheid geworden, net zoals er ook geen stijging van schuldenproblematiek te zien is.

3.16 Kindarrangement Participatiewet Kindarrangement

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ 30.067

€ 35.009

€ 29.216

Saldo € 5.793

17%

Het kindarrangement is speciaal voor kinderen tussen de 4-17 jaar die leven in een gezin met een laag inkomen. Via het online platform ‘Meedoen HBEL’ kunnen ouders aanspraak maken op bijvoorbeeld een tweedehands fiets, kledingpakket of zwemabonnement. In onderstaande tabel is te zien dat het aantal unieke toewijzingen kindarrangement tussen 2020 en 2021 is gestegen van respectievelijk 3 cliënten in 2020 naar 7 cliënten in 2021. De kosten zijn echter gelijk gebleven. Dit is te verklaren doordat de computerregeling in 2020 is geïntroduceerd. Inwoners kunnen echter maar één keer in de 4 jaar gebruik maken van de computerregeling. Hierdoor vallen enkele hoge computerregelingen aanvragen in 2021 weg, omdat deze al in 2020 zijn aangevraagd en uitgekeerd.

Pagina 22 van 23

3.17 Schuldhulpverlening Participatiewet Schuldhulpverlening

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

€ 33.659

€ 44.427

€ 19.305

Saldo € 25.122

57%

Als we de begroting van 2021 met de jaarrekening van 2021 vergelijken dan is er sprake van een voordeel van € 25.122. Dit komt door de ophoging van de begroting omdat de verwachting was dat de schuldhulpverleningskosten zouden stijgen, doordat er meer inwoners gebruik zouden maken van schuldhulpverlening door de corona-maatregelen. Deze verwachting is niet uitgekomen. Het is aannemelijk dat de lagere kosten ook deels zijn toe te kennen aan de wetswijziging op 1 januari 2021, waardoor gemeenten eerder mensen kunnen helpen die door schulden in de problemen komen. Via vastenlastenpartners zoals verhuurders van woningen en drinkwaterbedrijven krijgt de gemeente signalenen binnen van betaalachterstanden en met die inwoners wordt vervolgens contact gezocht. Zodoende kunnen beginnende schulden snel worden opgelost, voordat ze in de schuldhulpverlening terecht komen. Bij gemeenten in Nederland die al langer werken met vroegsignaleren, is hierdoor een kostenbesparing te zien.

Pagina 23 van 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11886825/1