CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

III-A6 college - raadsinformatiebrief transformatie Sociaal domein

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen lijst ingekomen stukken4.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INFORMATIENOTA RAAD LAREN

Van

College van Burgemeester en Wethouders

Aan

Gemeente Laren - Gemeenteraad

Portefeuillehouder

J.G. den Dunnen

Onderwerp LRN Informatiebrief transformatie Sociaal domein Portefeuillehouder J.G. den Dunnen (Laren) Openbaar Ja Kennisnemen van 1. De stand van zaken van de transformatie in het sociaal domein. 2. De analyse en aanbevelingen van de VNG visitatiecommissie. 1. Aanleiding In 2021 is een start gemaakt met implementatie van diverse bezuinigingsmaatregelen en maatregelen ten behoeve van de transformatie. Inmiddels is er al veel bereikt met de implementatie van de maatregelen zoals starten met de ambulante teams, het doorvoeren van het KPMG-normenkader, het organiseren van dagbesteding als algemene voorziening en het afschaffen van RTC-regeling en het invoeren van een inkomenstoets bij de huishoudelijke hulp. Daarnaast heeft 2021 in het teken gestaan van een aantal uitgevoerde onderzoeken naar andere financieringsvormen zoals lumpsum, onderzoek naar de toegang, starten van het waardentraject en zijn er maatregelen getroffen om grip te krijgen op het sociaal domein. Extern heeft het visitatietraject van VNG ons doorgelicht en van adviezen voorzien. Tenslotte zijn er ook een aantal (regionale en landelijke) ontwikkelingen die van invloed zijn op de transformatie van het sociaal domein. Pagina 1 van 13

Dit document geeft in hoofdstuk 2 de kernboodschap. Hoofdstuk 3 bundelt vervolgens de belangrijkste uitkomsten van de ontwikkelingen. Hoofdstuk 4 schetst de samenhang tussen de diverse trajecten en beschrijft het vervolg. 2. Kernboodschap De maatregelen die zijn geïmplementeerd hebben een positief effect op de uitgaven binnen het Sociaal Domein waarbij we de inwoners blijven helpen die het nodig hebben. Het meerjarenperspectief blijft spannend. Door ontwikkelingen zoals de vergrijzing, extramuralisering van de ggz, ouderen die langer thuis (moeten) blijven wonen, het abonnementstarief in de wmo, mensen die geen passende huisvesting hebben, en effecten door de corona-maatregelen waarvan nog onduidelijk is hoe lang deze effecten invloed hebben (bijvoorbeeld de psychische gezondheid van jongeren) blijft de betaalbaarheid en daarmee de dienstverlening in het sociaal domein de komende jaren onder druk staan. In 2022 zal er ingezet blijven worden op de besparingsmaatregelen en het doorzetten van de transformatie waarbij we met minder (zorg)aanbieders gaan werken en met die partijen meer samenwerken in lokale netwerken.

De ingezette koers met betrekking tot het lokaal versterken van de lichte ondersteuning wordt in 2022 verder vormgegeven, in Huizen en Laren wordt een POH-er jeugd ggz ingezet bij de huisartsen en zal de samenwerking met andere partijen in het voorveld verder worden versterkt in kader van preventie. Door meer inzet op preventie en meer inzet van het voorveld willen we zwaardere problemen en zwaardere inzet voorkomen. Tevens zal op het Jeugddomein scherper worden ingezet op het afbakenen van de gemeentelijke taak, zullen er verdiepende analyses worden uitgevoerd en zal dit worden afgezet tegen de landelijke ontwikkelingen die worden ingezet op het Jeugddomein. Zo houden we de hulp betaalbaar en beschikbaar voor wie dat nodig heeft. 3. Belangrijkste ontwikkelingen in het kader van de transformatie 3.1 Financiële prognoses 2021 maatwerkvoorzieningen en stand van zaken transformatie/besparingsmaatregelen De raadsinformatiebrief over de prognose sociaal domein brengt de (financiële) ontwikkeling van de maatwerkvoorzieningen en de besparings/transformatiemaatregelen samen. Daarnaast worden geobserveerde verandering ten opzichte van de begroting nader geduid.

We zien de volgende ontwikkelingen: - Bij de Wmo: dubbele vergrijzing (meer ouderen en mensen worden ouder), het abonnementstarief, ambulantisering van de ggz, langer (moeten) thuiswonen van ouderen (bijvoorbeeld door bezuinigingen op verzorgingshuizen, afbouw van bedden in Pagina 2 van 13

ziekenhuizen, en we verwachten groot knelpunt komende jaren van tekort aan ggzpersoneel (en ander zorgpersoneel) waardoor de druk op de (andere vormen van) gemeentelijke ondersteuning toeneemt. -Bij Jeugd: het gebrek aan wettelijke afbakening van de gemeentelijke opdracht. Zoals ook de Commissie van Wijzen heeft geconcludeerd, zie hieronder bij 1.7 Daarnaast zijn afgelopen jaar voor het eerst duidelijk de effecten van de landelijke corona-maatregelen zichtbaar. Ook zien we complexere problemen bij met name de jeugd. Dit vertaalt zich in intensievere of complexere ondersteuning bij Wmo en jeugd begeleiding, jeugd-ggz en meer inzet verblijf jeugd. De transformatie- en bezuinigingsmaatregelen hebben wel een gunstig effect op de uitgaven binnen het sociaal domein en de verwachting is dat dit zich continueert in de jaren daarna. Indien de maatregelen niet waren getroffen waren de uitgaven fors hoger ten opzichte van de begroting en lag hiermee het structureel tekort aanzienlijk hoger. Daarnaast heeft het gunstige financiële vooruitzicht te maken met de toegezegde extra middelen voor jeugdhulp door het Rijk voor 2022 tot en met 2025. Deze extra middelen doen recht aan de reële situatie waarin de HBL-gemeenten, net als vele andere gemeenten zich bevinden. Het blijft uitdagend om met de huidige budgetten al deze kosten te betalen.

We blijven op de besparings- en transformatiemaatregelen inzetten om zo voor de inwoners zwaardere problemen en zwaardere inzet te voorkomen en om bij de ondersteuning zoveel mogelijk gebruik te maken van de lokale mogelijkheden. Daarnaast zijn de maatregelen belangrijk om het financiële perspectief de komende jaren gunstig te houden. Immers, bij doorgaande groei van de uitgaven zijn ook extra middelen te weinig. Temeer nu het nieuwe kabinet met het regeerakkoord heeft besloten tot minder extra middelen voor de jeugdzorg in 2024 en 2025. Daarnaast worden met de maatregelen het zicht en de grip op de financiën in het sociaal domein versterkt. 3.2 Invoering KPMG-HHM normenkader bij huishoudelijke hulp De rapportage laat zien dat het toepassen van het KPMG-HHM normenkader bij huishoudelijke hulp (HH) een positief effect heeft op de uitgaven. Het positieve effect zet de komende jaren naar verwachting door, vanwege een lagere indicatie bij instroom en een minder snelle groei in de omvang van de indicatie. De begroting huishoudelijke hulp blijft onder druk staan. Dat komt vooral door de door de dubbele vergrijzing en het abonnementstarief. In Eemnes is gekozen voor een uitzondering voor 90+ en een rustigere invoering, dus de effecten zijn minder groot dan in andere HBEL gemeenten. De begroting voor de komende jaren houdt geen rekening met de groei van het aantal inwoners met HH.

Op dit moment is de begroting namelijk gebaseerd op een statisch bestand van inwoners met HH. Voor Laren geldt dat door de invoering van de inkomenstoets en significantie daling is te zien in het aantal nieuwe aanvragen en toekenningen. Pagina 3 van 13

3.3 Uitkomst regionale plannen besparingen Begin dit jaar hebben de gemeenten in de regio Gooi en Vecht een zienswijze uitgebracht over mogelijke regionale besparingsmaatregelen. Belangrijk aandachtspunt voor de HBEL was het voorkomen van overlap tussen lokale en regionale maatregelen. Uitkomst is dat niet alle, maar een deel van de vorig jaar voorgestelde maatregelen wordt uitgewerkt. Hiermee is de mogelijke overlap grotendeels verdwenen. De maatregelen die regionaal worden uitgewerkt, vormen een samenhangend pakket met de lokale maatregelen. Het tempo van de implementatie van de regionale maatregelen kan per uitvoeringsorganisatie verschillen. Zo is het HHM normenkader bij huishoudelijke hulp in de HBEL-gemeenten al ingevoerd en moeten we alleen nog uitwerken in welke huishoudens versobering van de hulp mogelijk is. Nieuw is dat de transformatie van de specialistische begeleiding wordt opgenomen als maatregelen om regionaal uit te werken, waarbij het invoeren van lumpsum financiering zal worden beoordeeld. Dit is in lijn met de HBEL insteek, waarbij wel bewaakt moet worden dat een regionale uitwerking in lijn blijft met de HBEL ambitie en planning. De mogelijke besparingen met de regionale maatregelen zijn minder in omvang dan waar eerder bij de voorgestelde maatregelen van is uitgegaan.

Omdat deze besparingen nog niet zijn opgenomen in de gemeentelijke begrotingen, heeft dit nu geen gevolgen voor de begrotingen. Pas wanneer voor deze maatregelen besloten wordt over concrete voorstellen, wordt het effect verwerkt in de begroting. 3.4 VNG visitatiecommissie financiële houdbaarheid sociaal domein Het onderzoek van de visitatiecommissie heeft zich gericht op twee thema’s, namelijk ‘visie als bestuurlijk kader voor grip op het sociaal domein’ en ‘duiding van de cijfers om grip te krijgen’ en heeft drie aanbevelingen per thema beschreven. Visie als bestuurlijk kader voor grip op het sociaal domein, aanbevelingen: 1. Maak in een bestuurlijke visie zo duidelijk mogelijk waar de gemeente wel en niet van zou moeten zijn. Maak per doelgroep inzichtelijk wat de concrete vragen en behoeften (kunnen) zijn en wat daarin het aanbod van de gemeente is (en dus ook niet is). 2. Nadat er een prioritering in de keuzes binnen de visie is aangebracht, moet de visie geoperationaliseerd en uitgevoerd worden. Wat betekent de visie voor de inrichting van het sociaal domein en de uitvoering ervan? De operationalisering van de visie kan bijvoorbeeld vorm krijgen via een afwegingskader voor toegangsmedewerkers om beredeneerde keuzes te maken in individuele situaties. De operationalisering krijgt bijvoorbeeld vorm in de keuze voor een bekostigingssystematiek. 3.

Differentieer in de aanpak voor verschillende groepen – kijk goed hoe schaarste verdeeld wordt. Voor sommige groepen moet de vraag misschien afgeremd worden,

Pagina 4 van 13

omdat inwoners zelf eigenaarschap kunnen nemen voor hun ondersteuningsvragen, terwijl andere groepen juist meer aangeboden mag worden om ze te helpen. De colleges van de HBEL gemeenten nemen de drie aanbevelingen over de visie ter harte, waarbij het traject om tot een visie te komen anders kan verlopen dan het rapport beschrijft. De HBEL bestuurders hebben de ambitie uitgesproken om een gezamenlijke visie op te stellen, in eerste instantie gericht op die onderdelen van het sociaal domein die we als HBL of HBEL gezamenlijk uitvoeren. Duiding van de cijfers om grip te krijgen 1. Maak vaart met het opzetten van goed gegevensbeheer. Streef ernaar dat data realtime inzichtelijk zijn, zodat niet gestuurd wordt op basis van verouderde informatie. Maak contractueel afspraken met aanbieders om het berichtenverkeer up-to-date te krijgen. 2. Stel concrete doelen en bijpassende indicatoren op die inzicht geven in de effectiviteit van het beleid en de uitvoering, maar ook de transformatieopgave in het algemeen. Stel zowel specifieke indicatoren (voor bijvoorbeeld maatregelen) als stelselindicatoren op. Stelselindicatoren geven een indicatie van de transformatieopgave op totaalniveau. 3.

Organiseer leerkringen met medewerkers van bedrijfsvoering, beleid en uitvoering om indicatoren op te stellen en elkaar te helpen de (trends achter de) data te begrijpen, zodat zoveel mogelijk mensen in de gemeenten overweg kunnen met de interpretatie van de data. Voer intern continu het gesprek over de ontwikkelingen in het sociaal domein, ondersteund door het dashboard, niet slechts enkele keren per jaar. Stuur voortgangsrapportages naar de raad en houd informatiebijeenkomsten met de raad om de gegevens te bespreken en hier samen duiding aan te geven. De drie aanbevelingen sluiten aan bij de huidige ontwikkeling binnen onze organisatie, te weten de implementatie van een dashboard met realtime informatie, doelen/indicatoren/kpi’s voor activiteiten en producten, en een gezamenlijke werkagenda. Verderop gaan we in op de acties die we hierop ondernemen. 3.5 Waardentraject Na een interne sessie met onder meer consulenten, heeft in oktober 2021 een eerste sessie plaatsgevonden met raadsleden. Daarna hebben enkele gesprekken plaatsgevonden met mensen die niet bij deze avond aanwezig konden zijn, een sessie met de adviesraad sociaal domein en een sessie met de HBEL portefeuillehouders.

Het bleek dat er een brede behoefte is aan meer duidelijkheid over het vervolgtraject, met daarbij aandacht voor wat dit traject concreet kan opleveren voor de organisatie, welke vervolgstappen genomen gaan worden, en wat de betrokkenheid van de raden hierbij is. Dit geplande vervolg is dat de opgehaalde waarden samenkomen in een waardendocument. Dit document komt vervolgens terug bij de raden, en de waarden worden daarna geborgd op de volgende manieren: Pagina 5 van 13

-

Een HBEL visie waarin deze waarden een uitwerking krijgen, in eerste instantie

gericht op die onderdelen van het sociaal domein die we HBEL gezamenlijk uitvoeren (zie ook aanbeveling VNG). -

Daarnaast kunnen deze waarden een plek krijgen in de verordening sociaal

domein, beleidsregels of richtinggevend document. Hiermee worden consulenten concreet in hun werk geholpen. 3.6 Analyse toegang en casussen jeugd en Wmo Analyses zijn uitgevoerd op de duurste casussen Wmo en Jeugd en de eigen uitvoeringsdienst. De aandacht ging hierbij naar die onderdelen waar de grootste ontwikkelingen in aantallen, volumes en kosten zijn en de gemeentelijke toegang een rol speelt: •

Wmo: focus op huishoudelijke hulp, begeleiding, woonvoorzieningen.

•

Jeugd: casussen waar stapeling aan de orde is van zorg en begeleiding.

•

Bij beiden werkvelden aandacht voor ingezette zorg buiten de regionale

ingekochte ondersteuning, door middel van lokale contractering. Hierop is gerealiseerd: •

Wmo: normenkader huishoudelijk hulp en werkwijze woonvoorzieningen

aangepast en voor Laren is de inkomenstoets ingevoerd. •

Lokale contractering: werkwijze is ingevoerd waarbij structureel het vier-ogen

principe toegepast wordt en lokale contracten direct inzichtelijk worden in financiële overzichten. •

Analyses toegang en casussen jeugdbegeleiding en –hulp, en casussen Wmo

begeleiding zijn afgerond. De belangrijkste aandachtspunten: •

De afbakening meer inzichtelijk maken van de gemeentelijke verantwoordelijkheid

ten opzichte van aangrenzende wetgeving zoals Wlz, ZVW, Wet passend onderwijs. •

In het werkproces meer en eerder aandacht voor (voorbereiden van) de overgang

van een inwoner naar Wlz zorg. •

Meer afbakenen waar een inwoner van de gemeentelijke inzet kan verwachten (en

wat niet), wat de eigen verantwoordelijkheid is, wat wordt opgepakt in het voorveld, eigen ondersteuning en individuele voorzieningen. •

Aanpassen van het werkproces door het vier ogen principe intensiever toe te

passen bij een mogelijke/voorgenomen indicatie met grote gevolgen •

Versterken samenwerking op casusniveau met andere toegangen Jeugdwet en

zorg voor volwassenen. •

Kansen die een andere wijze van inkoop/organiseren van begeleiding biedt, met

name bij lokale samenwerking en innovatie. 3.7 Landelijke ontwikkelingen jeugdhulp: Commissie van Wijzen en regeerakkoord

Pagina 6 van 13

Een landelijke Commissie van Wijzen (ook wel arbitragecommissie genoemd) heeft in mei 2021 een uitspraak gedaan over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg en de te treffen maatregelen om het jeugdstelsel toekomstbestendig te maken. Onderdeel van de uitspraak van de commissie is om uiterlijk 1 januari 2022 een ontwikkelagenda op te stellen. Aanbeveling is om als onderdeel van deze ontwikkelagenda de jeugdhulpplicht te begrenzen. Hierbij ziet de commissie als wenselijk scenario dat de jeugdhulpplicht wordt beperkt tot drie situaties waarin gemeenten gehouden zijn individuele hulp op grond van de Jeugdwet aan te bieden. Het betreft situaties waarbij de gebruikelijke zorg niet afdoende is: 1) Er zijn vastgestelde zorgen over de veiligheid van het kind (kindermishandeling, onveilige woonomgeving, etc.). 2) Een kind heeft een vastgestelde psychische aandoening, stoornis of geestelijk en/of lichamelijke beperking waarbij het eigen vermogen van de sociale omgeving ontoereikend is om gezond op te groeien en te participeren in de maatschappij. 3) Bij overige opvoed- en opgroeivragen geldt alleen een jeugdhulpplicht als zonder de jeugdhulp het kind niet kan participeren in de maatschappij (deelnemen aan onderwijs, vrijetijdsbesteding en sociale contacten). Deze afbakening maakt tegelijkertijd helder welke problematiek vanzelfsprekend bij opgroeien hoort.

Kinderen komen dan niet meer in de jeugdhulp terecht voor problemen die bij het gewone opvoeden en opgroeien horen. Gemeenten en Rijk kunnen hiertoe investeren door in te zetten op het versterken van het normale leven en veerkracht. Het nieuwe kabinet heeft aangegeven in het coalitieakkoord om deze hervormingsagenda op te pakken. Tegelijkertijd boekt zij een besparing in van € 100 miljoen in 2024 en € 500 miljoen in 2025 ten opzichte van het advies van de Commissie van Wijzen. Dit wordt onderbouwd door te stellen dat er ten opzichte van de Hervormingsagenda Jeugd -die nog vastgesteld moet worden- extra maatregelen worden ingevoerd op het normeren van de behandelduur en de eigen bijdrage. Als reactie op dit regeerakkoord hebben de gemeenten onder aanvoering van de VNG, de bespreking over de hervormingsagenda tijdelijk stop gezet. 4. Vervolg Uit deze trajecten en rapporten zijn vervolgstappen bepaald om de transformatie verder vorm te geven. Deze vervolgstappen vormen een samenhangend geheel op de niveaus van visie, beleid, project/planvorming en uitvoering. 4.1 Waarden- en visieontwikkeling In het kader van het waardentraject worden nog een aantal stappen gezet. Een logisch vervolg op dit traject is een gezamenlijke HBEL visie, in ieder geval voor die onderdelen

Pagina 7 van 13

die we gezamenlijk uitvoeren in het sociaal domein. Dit is in lijn met de aanbeveling van de VNG visitatiecommissie. Waardentraject Na de sessies met consulenten en raadsleden hebben sessies met de adviesraad sociaal domein en HBEL portefeuillehouders plaatsgevonden. De volgende stappen zijn op basis van deze sessies en analyse van relevante documenten een concept waardendocument op te stellen. Dit concept waardendocument wordt vervolgens aan de adviesraad sociaal domein voorgelegd en in een sessie met HBEL raadsleden besproken. Het document wordt niet op zichzelf formeel vastgesteld. De raden stellen later de documenten vast waar deze waarden een plek kunnen krijgen: Een HBEL visie sociaal domein en de verordening sociaal domein. HBEL visie sociaal domein De HBEL visie is in eerste instantie gericht op die onderdelen van het sociaal domein die we als HBEL of HBEL gezamenlijk uitvoeren (Eemnes heeft de uitvoering van de Jeugdwet anders belegd, voor de andere gemeente is deze uitvoering wel onderdeel van deze visie). Uit onder meer de VNG rapportage van de visitatiecommissie en de eigen analyse van de toegang en casussen nemen we relevante vragen mee voor het opstellen van deze visie, zoals: -

Welke inwoners ondersteunt de gemeente (en welke inwoners moeten eerst zelf

een oplossing vinden)? -

Wat is het doel van de ondersteuning? Bijvoorbeeld een zo hoog mogelijke

participatie of een aanvaardbaar niveau? Wat is dan aanvaardbaar? -

Bij het werkveld Jeugd onderzoeken we de mogelijkheid van het meer expliciet

maken of inzet is gericht op ontwikkeling van de jeugdige, of het versterken van de opvoedingsvaardigheden van de ouders, zodat zij dit zelf kunnen oppakken; het uitwerken van de term “eigen kracht”; en welke ondersteuning normaal gezien past bij de taak van een opvoeder en wat daarbij de rol van de gemeente is; inzet op best passende ondersteuning of de goedkoopst adequate voorziening (zoals in de Wmo). -

Hierbij houden we de landelijke ontwikkelingen om de jeugdhulp te begrenzen, in

de gaten. De aanbeveling van de arbitragecommissie is om de jeugdhulp te beperken tot situaties waarbij er zorgen zijn over de veiligheid van het kind en het kind niet kan participeren in de maatschappij. -

Domein overstijgend: hoe verhoudt de zorg voor je kind of anderen zich tot

moeten/kunnen participeren (werk, sociale contacten, anders) en wat betekent dat voor de gemeentelijke ondersteuning? -

Aan welke (kwaliteits)eisen moet de in te zetten ondersteuning voldoen?

-

Formuleren van uitgangspunten voor de indeling van de gemeentelijke taken:

voorveld – eigen ondersteuning – toegang – individuele voorzieningen.

Pagina 8 van 13

-

Formuleren van een wenselijke bekostigingssystematiek, in samenhang met de

rest van de inrichtingskeuzes.’ Met de besparingsmaatregelen bij wmo- en jeugbegeleiding hebben we een start gemaakt op die onderdelen. Bij het formuleren van een visie beginnen we niet opnieuw. We halen op wat we al aan visie hebben in diverse documenten, we brengen ontwikkelingen, aandachtspunten en kansen in kaart en betrekken relevante stakeholders. Deze visieontwikkeling is een eerste stap in de ontwikkeling van een nieuwe beleidsplan sociaal domein. De planning is dat een nieuw beleidsplan in 2022 wordt ontwikkeld. 4.2 Projecten, plannen, maatregelen m.b.t. transformatie sociaal domein 1e helft 2022: doorzetten ingezette trajecten De eerste helft van 2022 zijn de volgende stappen voorzien: WMO: -

Huishoudelijke Hulp: implementeren van de regionale maatregel van versobering

van de levering van huishoudelijke hulp voor een deel van de gebruikers (zoals leveren van de hulp eenmaal in de twee weken). Voor Laren geldt het doorzetten van het toepassen van de inkomenstoets Jeugd: -

Start poh-er jeugd ggz in Huizen en in Laren.

-

In Blaricum en Eemnes start Buurtgezinnen.

-

Uitwerken/implementeren van de regionale maatregelen ‘in dialoog verwijzen

Jeugdwet’ en ‘Jeugd verblijf’, als onderdeel van regionaal transformatieplan jeugd. Jeugd en Wmo: -

Doorzetten transformatie sociaal domein, met name bij de onderdelen begeleiding

Jeugd en Wmo en dagbesteding, waarbij minder partijen in lokale netwerken samenwerken, zonder prikkel van uitnutten van indicaties of vergroten eigen omzet, eerder problemen oppakken met lichtere begeleiding (lokale teams) om zo zwaardere problemen en zwaardere zorg te voorkomen, en met ruimte voor innovatie. -

Lichte begeleiding via de lokale teams opschalen en in kaart brengen wat dit

betekent voor de inkoop van reguliere begeleiding als maatwerkvoorziening. -

Vanuit de lokale teams de lokale samenwerking met andere partijen in het

voorveld blijven ontwikkelen, aangezien deze samenwerking leidt tot mooie resultaten met betrekking tot op-en afschalen en gezamenlijk optrekken in ondersteuning. -

Transformatie specialistische begeleiding (werkwijze met partnerschappen met

enkele aanbieders en inkoop via lumpsum financiering): In december is regionaal besloten om dit als regionale maatregel uit te werken. We streven als HBEL gemeenten naar een regionale uitwerking in het eerste kwartaal waarbij het belangrijk is dat in deze uitwerking de HBEL kaders en planning een plek krijgen. -

Uitwerken regionale maatregel ‘eenvoudige zorg bij complexe situaties’, waarbij

de samenhang tussen deze maatregel en de bovenstaande ontwikkeling met betrekking tot de lichte, reguliere en specialistische begeleiding belangrijk is. Pagina 9 van 13

Sociaal domein breed: -

In het verlengde van de visie, ook in de verordening, beleidsregels of andere

kaders aanscherpen waar wij als gemeente wel/niet voor zijn. En als het we het als gemeentelijke taak zien, beoordelen we of we dat via maatwerk, eigen voorzieningen of via de rest van het voorveld ondersteunen. Dit helpt consulenten, lokale teams, lokale samenwerking. Dit kan ook de afbakening lichte en specialistische begeleiding ondersteunen en waarmee een eventuele opdracht voor transformatie specialistische begeleiding scherper geformuleerd kan worden. -

Hierbij komt input van pas vanuit diverse ontwikkelingen/trajecten zoals de

doorontwikkeling van de lichte begeleiding in lokale teams, aanbevelingen van de VNG visitatiecommissie, analyse duurste casussen jeugd en Wmo, waardentraject en landelijke ontwikkelagenda jeugd. 2e helft 2022: vanuit data en lokale netwerken gerichter voorveld en preventie inzetten Later in 2022 is de ontwikkeling van een nieuw beleidsplan sociaal domein voorzien. Hierbij nemen we uit de beschreven ontwikkelingen de volgende input mee: -

Door het beter kunnen ontsluiten van data en door de inzet van eigen teams voor

lichte ondersteuning hebben we meer zicht op problemen, behoeften, kansen. Hiermee kunnen we dus gerichter sturen waarop we lokaal inzetten en hebben we de afgelopen tijd vooral onze inzet aangepast bij de individuele voorzieningen, onze lokale teams begeleiding en onze toegang. -

Ook genoemd in meerdere trajecten/rapporten: bij de ontwikkeling van plannen

kijken naar de kansen bij verschillende groepen mensen: Differentieer in de aanpak voor verschillende groepen vanuit de data en lokale ervaringen. -

Met de data die we nu ontwikkelen en doordat we met minder zorgpartijen beter

lokale netwerken en samenwerking ontwikkelen, kunnen we nu ook het voorveld en preventie gerichter inzetten op problemen en behoeften die we vanuit door ons ingezette ondersteuning zien. Uitgangspunten als minder zorg, meer welzijn en normalisering concretiseren we hierbij. Doorzetten van het verbinden van de lokale teams die lichte ondersteuning bieden en consulenten met het voorveld en preventie, bijvoorbeeld door gezonde leefstijl/bewegen meer te verbinden met de behoefte naar begeleiding, dagbesteding of huishoudelijke hulp. 4.3 Inzicht/grip/financiën Thema’s die de komende tijd op de agenda staan qua ontwikkeling bedrijfsvoering, sluiten aan bij de drie aanbevelingen van de VNG, te weten de implementatie van een dashboard met real time informatie, doelen/indicatoren/kpi’s voor activiteiten en producten, en een gezamenlijke werkagenda. Vooruitlopend op de aanbevelingen van de VNG waren we hier al mee aan de slag gegaan binnen de beschikbare capaciteit.

Pagina 10 van 13

Doorontwikkeling realtime dashboard De VNG beveelt aan dat data real time inzichtelijk zijn en om contractueel afspraken te maken met aanbieders om het berichtenverkeer up-to-date te krijgen. Deze aanbeveling sluit aan bij de ontwikkeling van het dashboard sociaal domein. Voor een tijdige beschikbaarheid van informatie is het belangrijk om afspraken te maken met aanbieders en te zorgen dat het berichtenverkeer, onder meer over facturering, up-to-date is. Dit opnemen in contracten met aanbieders moet in onze regio regionaal opgepakt worden en is een forse onderneming door de open-house methodiek. We zijn hierover in gesprek met de Regio Gooi en Vechtstreek. Het afgelopen jaar is flink door inkoop & contractbeheer gestuurd op tijdig declareren van zorgaanbieders. Dit is ook opgenomen in de contracten. Binnen de ambulante Jeugdhulppakketten zijn de declaraties versneld (afname over oudere jaren) maar in het jaar zelf ligt dit nog achter verwachting. Ontwikkeling doelen, indicatoren en kpi’s Wij onderschrijven de aanbeveling van de VNG om concrete doelen op te stellen en bijpassende indicatoren die inzicht geven in de effectiviteit van het beleid en de uitvoering, maar ook de transformatieopgave in het algemeen. Deels gebruiken we al indicatoren en KPI’s (bijvoorbeeld bij Zicht op Werk en de besparingstrajecten), en deels zijn deze in ontwikkeling.

In 2022 wordt het Jeugddomein op dit onderdeel doorontwikkeld. Inzicht in voorveld en relatie voorveld – individuele voorzieningen De transformatieopgave richt zich op minder inzet van individuele voorzieningen en meer inzet door het voorveld, waarbij de ondersteuning kwalitatief goed blijft. Deze verschuiving wordt bij rapportages per thema inzichtelijk gemaakt (zoals dagbesteding, begeleiding jeugd, begeleiding volwassenen) waarbij we gebundeld ingaan op ontwikkelingen individuele voorzieningen en voorveld voorzieningen. Binnen de huidige afspraken ontvangen wij één of enkele keren per jaar niet gepersonaliseerde data van partijen in het voorveld (afhankelijk van de specifieke afspraken per organisatie of activiteit). Hiermee kunnen we op vaste momenten in het jaar stilstaan bij de inzet van het voorveld en op product/activiteitenniveau verschuivingen signaleren en analyseren wat betreft de inzet van individuele voorzieningen en voorveld voorzieningen per thema. Op deze manier kunnen wij voldoende inzicht in de transformatie krijgen. Real time data vanuit het voorveld en het leggen van causale verbanden tussen verschuiving van het gebruik van voorzieningen in het voorveld en individuele voorzieningen is nu niet mogelijk. Dat realiseren vergt een inzet waarbij de administratieve lastendruk toeneemt en meer personele capaciteit nodig is.

Daarnaast hebben we dan persoonsgegevens nodig van mensen die van het voorveld gebruik maken. Hiermee zal de laagdrempeligheid en daarmee soms ook gebruik van de Pagina 11 van 13

voorzieningen afnemen. Wat ons betreft ongewenste effecten, en zoals gezegd, zonder deze data hebben wij ook voldoende inzicht in de transformatie. Werkagenda sociaal domein We hebben een werkagenda vastgesteld en implementeren deze het komende jaar. Dit is in lijn met de VNG aanbeveling om intern continu het gesprek te voeren over de ontwikkelingen in het sociaal domein, ondersteund door het dashboard, om voortgangsrapportages naar de raad te sturen en informatiebijeenkomsten met de raad te houden om de gegevens te bespreken en hier samen duiding aan te geven. Deze werkagenda beschrijft hoe en wanneer we intern integraal (financiën, beleid, bedrijfsvoering en uitvoering) ontwikkelingen duiden. Deze werkagenda beschrijft ook op welke momenten de gemeenteraden en colleges geïnformeerd worden en wanneer informatiesessies mogelijk zijn, zie bijlage. In het kort: we nemen de raad jaarlijks mee in ontwikkelingen via de jaarrekening, begroting en twee prognoses. Ook zijn tussendoor twee bijpraatsessies mogelijk. De werkagenda is een onderdeel van het datagestuurd werken wat momenteel geïmplementeerd wordt binnen de gemeente en verbinden van de gemeentelijke P&C cyclus en werkprocessen sociaal domein. 4.4 Uitvoering Punten uit de diverse trajecten en rapporten die in de uitvoering worden opgepakt: Samenwerking andere toegangen naar ondersteuning en zorg: -

Inzet op gezamenlijk casusoverleg met de toegang jeugd, om te beginnen tussen

de POH-er jeugd ggz (in Huizen en naar verwachting in de loop van 2022 ook voor Laren), consulenten en begeleiders jeugd. -

Onderzoeken grotere rol gemeentelijke toegang bij herindicaties jeugdhulp.

Werkprocessen eigen uitvoeringsdienst: -

Ontwikkelen van een werkinstructie wanneer korte en wanneer lange indicaties af

te geven. -

Verantwoordelijkheden binnen Jeugdhulp, Wlz en Wet passend onderwijs

beschrijven om de rol van de gemeente goed af te bakenen. -

In het werkproces meer en eerder aandacht voor (voorbereiden van) de overgang

van een inwoner naar Wlz zorg. Tijdig hierover gesprekken voeren met de inwoner en een dossier dat aansluit op de behoeften van het CIZ (de organisatie die indicaties voor de Wlz verzorgt) stimuleert een soepele en tijdige overgang vanuit de Wmo of Jeugdwet. -

Aanpassen van het werkproces door het vier ogen principe intensiever toe te

passen bij een mogelijke/voorgenomen indicatie met grote gevolgen. Bijlagen 1. Rapport VNG visitatiecommissie. Pagina 12 van 13

Documenten waar naar wordt verwezen en u al eerder ontvangen heeft: - Prognose sociaal domein en voortgang lokale besparingsmaatregelen - Rapport KPMG huishoudelijke hulp - Werkagenda financiën SD

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11447746/1