III-A4 college - raadsinformatiebrief Jaarverslag 2018 en Jaarverslag 2019 cie voor de bezwaarschriften BIJLAGE 1
Tekst van het document
Jaarverslag 2018 Commissies voor de Bezwaarschriften
17 oktober 2019
Inhoudsopgave
pag.
Hoofdstuk 1 Inleiding
3
Hoofdstuk 2 Commissie voor de bezwaarschriften
4
2.1 2.2 2.3 2.4
Inleiding Taken van de commissie Samenstelling van de commissie Werkwijze van de commissie
Hoofdstuk 3 Overzicht bezwaren per gemeente 3.1 3.2 3.3
3.4
3.5
3.6 3.7
Inleiding Algemene opmerkingen Blaricum 3.3.1 Aantallen en stand van zaken afdoening restant 2017 3.3.2 Aantallen en stand van zaken afdoening 2018 Eemnes 3.4.1 Aantallen en stand van zaken afdoening restant 2017 3.4.2 Aantallen en stand van zaken afdoening 2018 Laren 3.5.1 Aantallen en stand van zaken afdoening restant 2017 3.5.2 Aantallen en stand van zaken afdoening 2018 Doorlooptijd afhandeling bezwaarschriften Beroep 3.7.1 Sociaal domein 3.7.2 Vergunningen en handhaving 3.7.3 Urgentie 3.7.4 Wob
4 4 4 5 7 7 7 10
12
14
16 19
Hoofdstuk 4 Conclusies en aanbevelingen
20
Hoofdstuk 5 Ontwikkelingen
22
2
1. Inleiding De commissie voor de bezwaarschriften biedt u haar jaarverslag over het kalenderjaar 2018 aan. Dit is het 11e jaarverslag dat de commissie uitbrengt. In dit jaarverslag geeft de commissie zoals gebruikelijk een beeld van haar activiteiten rondom de behandeling van bij de gemeentelijke bestuursorganen ingediende bezwaarschriften. Er wordt een overzicht gegeven van het aantal ontvangen bezwaarschriften in het kalenderjaar 2018 per gemeente. In het jaarverslag wordt verder ingegaan op de samenstelling en de werkzaamheden van de commissie en geeft de commissie, voor zover nodig, de aandachtspunten weer.
3
2. Commissie voor de bezwaarschriften 2.1
Inleiding
De Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) verplicht de bestuursorganen (bij de gemeente zijn dat: de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad) om voorafgaand aan de beslissing op een bezwaarschrift de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord. Sinds 2008 is het horen in de BEL-gemeenten – conform artikel 7:13 van de Awb – opgedragen aan een onafhankelijke adviescommissie, die belast is met de voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren. De commissie hoort en geeft advies, het bestuursorgaan beslist. Om een uniforme behandeling van de bezwaarschriften te krijgen, hebben de bestuursorganen van de drie gemeenten een (bijna) gelijkluidende Verordening behandeling bezwaarschriften 2008 vastgesteld. De commissie werkt aan de hand van de Awb en deze verordeningen. Het werkterrein van de commissie mag zeer divers worden genoemd. Uitgezonderd zijn bezwaarschriften tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift betreffende rechtspositionele zaken, tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift betreffende de gemeentelijke belastingaanslagen en rechtenheffingen en besluiten op grond van de Wet waardering onroerende zaken. 2.2
Taken van de commissie
In afdeling 7.2 van de Awb (Bijzondere bepalingen over bezwaar) en in de gemeentelijke verordeningen voor de behandeling van bezwaarschriften zijn de bevoegdheden en verplichtingen van de commissie omschreven, onder andere die betreffende het horen. De commissie houdt een hoorzitting naar aanleiding van een bezwaarschrift, waarbij bezwaarmakers worden gehoord. Het bestuursorgaan, of een vertegenwoordiger hiervan, dat het bestreden besluit heeft genomen, wordt in de gelegenheid gesteld het gemeentelijke standpunt toe te lichten. Ook hoort de commissie eventuele derde-belanghebbenden. Sluitstuk van de behandeling van een bezwaarschrift door de commissie is het uitbrengen van een advies aan het desbetreffende bestuursorgaan. 2.3
Samenstelling van de commissie
Ingevolge artikel 3 van de Verordening behandeling bezwaarschriften 2008 van de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren bestaat de commissie uit een voorzitter en ten minste twee leden. De onafhankelijkheid van de commissie is in de verordening vastgelegd en vloeit voort uit het feit dat de commissieleden niet in dienst zijn van de gemeenten en dus niet in een hiërarchische verhouding staan tot de bestuursorganen. De commissie houdt volgens een roulatieschema bij toerbeurt zitting door een (plaatsvervangend) voorzitter en twee leden. De commissie komt, met uitzondering van de vakantieperiodes, ongeveer twee keer per maand bij elkaar. De samenstelling van de commissie was in 2018 als volgt: Voorzitter: de heer mr. Plaatsvervangende voorzitters: de heer mr. de heer mr. Leden: de heer (tot 1 april 2018) mevrouw mr. 4
mevrouw mr. mevrouw mr. de heer mr. mevrouw drs. mevrouw mr. de heer mr. In september 2019 heeft de commissie het droevige bericht gekregen dat de heer overleden. Vooralsnog zal geen andere benoeming van een commissielid plaatsvinden.
is
Secretariaat: De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretariaat, dat in 2018 is ondergebracht bij het team Vergunningen, Handhaving en Juridische Zaken. In 2018 bestond het secretariaat uit twee secretarissen en een administratief medewerkster, te weten: mevrouw mr. , secretaris mevrouw mr. , secretaris mevrouw , administratief medewerkster (Sinds 30 april 2019 is mevrouw mr. niet meer werkzaam als secretaris. In haar plaats is met ingang van 1 mei 2019 mevrouw mr. benoemd.) Momenteel zijn er drie juridisch adviseurs aangewezen als plaatsvervangend secretaris. De secretarissen zijn niet gekoppeld aan een gemeente of een beleidsterrein. Bij het indelen van de dossiers wordt wel zo veel mogelijk gelet op de specialismen van de voorzitters en de commissieleden. Er zijn geen commissiekamers ingesteld, omdat de noodzaak hiervoor nog niet is gebleken. Notulist: De notulering van de hoorzitting wordt verzorgd door het bureau DemiSec. De verslagen worden door de secretaris en de commissieleden zo nodig gecorrigeerd en door de commissie vastgesteld. 2.4
Werkwijze van de commissie
Na ontvangst van het bezwaarschrift wordt – in eerste instantie door het secretariaat – beoordeeld of het aan de wettelijke vereisten voor ontvankelijkheid voldoet. Vervolgens krijgt de indiener van een bezwaarschrift, en eventuele daarbij betrokken belanghebbenden, een ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift. Zo nodig krijgt de bezwaarmaker de gelegenheid een verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen. Bij de ontvangstbevestiging wordt informatie over de procedure verstrekt en er wordt een folder meegezonden. Eventuele (direct) derde-belanghebbenden, zoals een vergunninghouder, ontvangen een afschrift van het bezwaarschrift en worden geïnformeerd over de procedure. Een bezwaarschrift, ook als dit niet-ontvankelijk is, wordt altijd doorgezonden aan de betrokken vakafdeling. De vakafdeling beoordeelt of er aanleiding bestaat tot het nemen van een herzien primair besluit of tot persoonlijk contact met bezwaarmaker (inzet mediationvaardigheden). Met name op het gebied van het sociaal domein wordt er na contact met bezwaarmaker soms een herzieningsbesluit genomen waarna het bezwaar kan worden ingetrokken. Ook op het gebied van omgevingsrecht komen partijen na een bemiddelingsgesprek met de vakafdeling soms tot een oplossing. Indien een bezwaarschrift niet aan de ontvankelijkheidseisen voldoet, zal de commissie tot een ‘niet-ontvankelijkverklaring’ adviseren.
Bij een kennelijke ‘niet-ontvankelijkheid’ kan door de voorzitter van de commissie van het horen worden afgezien (artikel 7:3 van de Awb). In het advies wordt aangegeven of de commissie van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. 5
Indien er geen sprake is van een herzieningsbesluit en het bezwaarschrift niet ‘kennelijk nietontvankelijk’ is, worden bij de betrokken vakafdeling de verweerstukken en het verweerschrift opgevraagd. Als het bezwaar ontvankelijk is, komt de inhoudelijke beoordeling aan de orde en wordt er een hoorzitting georganiseerd. Het gevormde dossier plus staat ter beschikking van de leden van de commissie en worden voor partijen ter inzage gelegd. Indien er een verweerschrift is opgesteld wordt dit aan partijen toegezonden. Hoewel het indienen van een verweerschrift niet wettelijk verplicht is, heeft het de sterke voorkeur van de commissie om een schriftelijke weergave van het standpunt van het bestuursorgaan te ontvangen, zeker bij complexe zaken. Vervolgens worden de partijen uitgenodigd om tijdens een hoorzitting – gehouden door een (plaatsvervangend) voorzitter en twee commissieleden, bijgestaan door een ambtelijk secretaris – hun standpunten toe te lichten. In 2017 heeft de commissie 22 hoorzittingen gehouden. In 2018 zijn er eveneens 22 hoorzittingen gehouden. Na de hoorzitting beraadslaagt de commissie in beslotenheid over het uit te brengen advies. Het op schrift gestelde advies wordt – tegelijk met het verslag van de hoorzitting – zo spoedig mogelijk na de hoorzitting door de commissie vastgesteld en uitgebracht aan het betrokken bestuursorgaan.
Bij ontvankelijke bezwaren vindt een volledige heroverweging van het bestreden besluit plaats. Zowel de rechtmatigheids- als doelmatigheidsaspecten ten aanzien van de primaire beslissing komen in het advies aan de orde.
6
3. Overzicht bezwaren per gemeente 3.1
Inleiding
Hieronder wordt eerst een aantal algemene opmerkingen gemaakt. Vervolgens wordt per gemeente een overzicht gegeven van het aantal bezwaarschriften, de aard van de bezwaarschriften en de uitkomst van de bezwaarprocedures. In het jaarverslag is een uitsplitsing gemaakt van de rechtsgebieden waar de bezwaarschriften die de commissie heeft behandeld, betrekking op hebben. Verder wordt er aandacht besteed aan de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarschriften. Hierbij is uitgegaan van de doorlooptijd tussen de datum van aanvang van de beslistermijn en de datum van verzending van de beslissing op bezwaar. De doorlooptijd is in weken aangegeven. Ten slotte wordt ingegaan op de in 2018 ingestelde (hoger) beroepen en verzoeken om voorlopige voorzieningen. In de overzichten wordt een aantal afkortingen van wettelijke regelingen gebruikt. Dit zijn: APV: Algemene plaatselijke verordening Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Wob: Wet openbaarheid van bestuur Een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden wordt niet geschaard onder de categorie APV. Deze vallen onder de categorie Omgevingsrecht. 3.2
Algemene opmerkingen
Het aantal ontvangen bezwaarschriften is in 2018 gestegen ten opzichte van 2017. Het is hetzelfde aantal ontvangen bezwaarschriften als in 2016. In 2018 zijn door de drie BEL-gemeenten in totaal 123 documenten ontvangen waarin is aangegeven dat het om een bezwaarschrift gaat. Van de 123 ‘bezwaarschriften’ bleek er in 6 gevallen geen sprake te zijn van een formeel bezwaarschrift. In 3 gevallen ging het om een handhavingsverzoek, in 1 geval betrof het een zienswijze en 2 keer was er nog geen sprake van een besluit (maar bijvoorbeeld een publicatie van de aanvraag). Er is 1 bezwaarschrift binnen gekomen dat gericht was tegen een besluit tot heffing van leges. Dit bezwaarschrift is doorgezet naar de heffingsambtenaar. Het komt overigens met enige regelmaat voor dat het secretariaat bezwaarschriften of zienswijze ontvangt die bestemd blijken voor de heffingsambtenaar of een ander team. Na beoordeling stuurt het secretariaat deze brieven ter behandeling door aan het juiste team. Feitelijk gaat het dus om 116 bezwaarschriften. In 2017 waren het nog 102 bezwaarschriften. De stijging van het aantal bezwaarschriften is met name het geval in de gemeenten Blaricum en Laren. In de gemeente Eemnes is het aantal ontvangen bezwaarschriften juist gedaald. In de paragrafen 3.3, 3.4 en 3.5 geeft de commissie per gemeente een overzicht van het aantal bezwaarschriften.
Van de in 2018 ingediende bezwaarschriften zijn er in totaal 29 ingetrokken of is men anderszins tot een oplossing gekomen. In 2017 waren dit er 38 en in 2016 51. Het aantal ingetrokken bezwaren of anderszins opgeloste geschillen is dus gedaald. Echter in voorgaande jaren werden de niet formele bezwaarschriften of doorgezette bezwaarschriften ook onder deze categorieën geschaard. Dit jaar zijn deze ‘bezwaarschriften’ niet meegenomen in de tabellen van dit jaarverslag. Als we deze wel mee zouden nemen zouden er in totaal 36 bezwaarschriften zijn ingetrokken of is men anderszins tot een oplossing gekomen (niet formele bezwaarschriften: 6 en doorgezonden bezwaarschriften: 1). Het aantal (gedeeltelijk) gegrond verklaarde bezwaarschriften is in 2018 toegenomen. In 2017 waren er nog 14 (gedeeltelijk) gegrond verklaarde bezwaren, tegen 23 in 2018. Dit lijkt een 7
flinke stijging, maar in veel gevallen waren meerdere bezwaren tegen hetzelfde primaire besluit gericht. In het overgrote deel van de zaken volgt het college het advies van de commissie (61 keer). In 2018 heeft het college 13 keer het advies van de commissie niet gevolgd (we noemen dit contrair gaan). In 7 gevallen betrof het bezwaren tegen hetzelfde primaire besluit (afgegeven evenementenvergunning). In vergelijking met 2017 is wel sprake van een verhoging van het aantal contraire besluiten (in 2017 is het college 4 keer contrair gegaan). De inzet van mediationvaardigheden, door bijvoorbeeld een nadere toelichting te geven op het bestreden besluit, kan leiden tot intrekking van het bezwaarschrift. De commissie registreert het aantal ingetrokken bezwaarschriften of anderszins opgeloste geschillen. In sommige gevallen wordt het bezwaarschrift ingetrokken na het nemen van een nieuw primair besluit, waarin geheel of gedeeltelijk tegemoet wordt gekomen aan het bezwaar. In andere gevallen blijft het primaire besluit in stand, maar wenst bezwaarmaker desalniettemin, na bijvoorbeeld een toelichting op het primaire besluit, zijn bezwaar in te trekken.
Afhankelijk van het stadium waarin de behandeling van het bezwaarschrift zich bevindt, kan dat voor het secretariaat van de commissie en voor de commissie werk met zich meebrengen, ondanks het feit dat dit geen advies en/of geen besluit op bezwaar oplevert. Dit is bijvoorbeeld het geval als reeds uitnodigingen voor een hoorzitting zijn verzonden, of indien intrekking vlak voor een te houden hoorzitting plaatsvindt, waarbij de behandeling van het bezwaar reeds is voorbereid door de leden van de commissie. Zowel in 2017 als 2018 zijn er geen bezwaren inzake planschade zijn ingediend. Ook het aantal bezwaren inzake de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is (evenals in 2017) in 2018 erg laag, te weten 2 bezwaren. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat sinds 1 oktober 2016 de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet meer van toepassing is op verzoeken op grond van de Wob. In Laren zijn 9 bezwaren ingediend die betrekking hebben op een omgevingsvergunning voor het vellen van bomen, terwijl er in Blaricum slechts 5 bezwaren zijn ingediend betreffende dit onderwerp. In Eemnes is geen enkel bezwaar ingediend betreffende het vellen van bomen. Opvallend is dat er ten opzichte van 2017 weer minder bezwaarschriften zijn ingediend op het gebied van de Participatiewet (in 2017:18, in 2018:15).
Een verklaring hiervoor kan zijn dat medewerkers in het voortraject, dus voordat een bezwaarschrift wordt ingediend, in meer gevallen met inwoners tot een oplossing komen. Van de 15 bezwaarschriften zijn er 9 bezwaren ingetrokken of op andere wijze opgelost. In totaal is er dus 6 keer een advies uitgebracht door de commissie. Evenals voorgaande jaren heeft de commissie in een aantal gevallen geconstateerd dat de motivering moest worden aangevuld of verbeterd. Daarnaast moest enkele malen de wettelijke grondslag worden vermeld of verbeterd. Op 1 juli 2019 waren er 13 bezwaarzaken uit 2018 nog niet afgerond. Het advies van de commissie was op deze datum wel uitgebracht. Deze zaken betreffen het omgevingsrecht of handhavingsrecht. Sinds 1 juli 2019 zijn er alsnog 11 beslissingen op bezwaar verzonden. Met betrekking tot 1 bezwaarzaak hebben wij vernomen dat deze ingetrokken is. Op het moment van het vaststellen van het jaarverslag d.d. 17 oktober 2019 stond er nog 1 zaak open. Deze zaak is nog niet afgehandeld, omdat er nog overleg plaats dient te vinden met de wethouder. Naar verwachting zal deze zaak spoedig worden afgerond. De commissie merkt ten slotte op dat, evenals in 2017, met name op het gebied van ingediende bezwaarschriften betreffende een omgevingsvergunning geen enkel verweerschrift werd ingediend.
Een schriftelijk standpunt van het college, met name wanneer het om complexe zaken gaat, komt de advisering ten goede. Daarnaast kunnen bezwaarmakers, wanneer zij het 8
verweerschrift tijdig toegezonden krijgen, adequaat reageren op ingewikkelde verweergronden. De commissie heeft begrepen dat er sinds 1 juli 2019 extra ambtelijke capaciteit beschikbaar is gekomen, waarmee naar verwachting op termijn tegemoet zal worden gekomen aan het dringende verzoek van de commissie.
9
3.3
Blaricum
3.3.1 Aantallen en stand van zaken afdoening restant 2017 Ten tijde van het vaststellen van het jaarverslag over 2017 op 11 oktober 2018 stonden er geen bezwaren van dat jaar meer open. Bezwaren 2017 Blaricum: Blaricum 2017
bezwaar
(deels) gegrond
ongegrond
nietontvankelijk
ingetrokken
Omgevingsrecht
11
3
2
3
3
Handhaving
5
APV
5
Participatiewet
8
Wmo
1
Huisvesting
0
Wob
3
Planschade
0
Verkeer
1
Totaal
34
3
1
op andere wijze opgelost
totaal afgerond
openstaand
11 1
5
5 5
3
1
3
1
8
1
1 0
2
1
3 0
1
8
11
1
4
8
3
34
0
3.3.2 Aantallen en stand van zaken afdoening 2018 In 2018 zijn in de gemeente Blaricum 50 bezwaarschriften ingediend. In 1 geval ging het om een zienswijze. In totaal zijn er dus 49 formele bezwaarschriften ingediend. In 2017 waren dat nog 34 bezwaarschriften. Er is dus sprake van een stijging van zo’n 44%. Er zijn voornamelijk meer bezwaren ingediend op het gebied van het omgevingsrecht. De vakafdeling heeft desgevraagd aangegeven dat er op het gebied van het omgevingsrecht sprake is van een stijging van bijna 20% van het aantal afgegeven beschikkingen. Dit kan een verklaring zijn voor de toename van het aantal bezwaarschriften op dit gebied. In onderstaand overzicht is aangegeven op welke onderwerpen de bezwaarschriften betrekking hebben. Daarnaast is aangegeven in hoeverre de bezwaarschriften zijn afgehandeld en wat de uitkomst van de procedure is. Zoals hierboven aangegeven, betreffen de meeste bezwaren het omgevingsrecht. Er is sprake van een verdubbeling (in 2017: 11, in 2018: 22). Het gaat om bezwaren tegen verleende of geweigerde omgevingsvergunningen voor (o.a.) de activiteit bouwen of voor het kappen van bomen. Van de 23 bezwaren zijn er 5 gegrond, 4 ongegrond en 1 niet-ontvankelijk verklaard. Van de 22 bezwaarschriften in de categorie omgevingsrecht hebben er 5 betrekking op een omgevingsvergunning voor het vellen van bomen.
Er zijn dit jaar geen bezwaren ontvangen inzake de APV niet zijnde omgevingsvergunningen voor het vellen van een houtopstand (tegen 5 in 2017). Het aantal bezwaren inzake de Wmo is gestegen van 1 in 2017 naar 6 in 2018. Daarnaast is het opvallend dat er binnen het sociaal domein (Participatiewet en Wmo) veel zaken op andere wijze zijn opgelost (Participatiewet: 5, Wmo: 3). Van de 9 zaken die op 1 juli 2019 nog openstonden, zijn de beslissingen op bezwaar allemaal in juli/ begin augustus 2019 verzonden. Bij deze 9 zaken is het advies in 1 geval in februari 2019 uitgebracht en de overige adviezen in april 2019. Het advies van de commissie in deze 9 10
zaken luidt 3 keer ongegrond, 5 keer niet-ontvankelijk en 1 keer gegrond. Overigens is er in 7 zaken sprake van hetzelfde primaire besluit (bezwaar tegen omgevingsvergunning en verzoek om handhaving hekwerk). Bezwaren 2018 Blaricum1: Blaricum 2018
bezwaar
(deels) gegrond
ongegrond
nietontvankelijk
ingetrokken door bezwaarma ker 2
op andere wijze opgelost 1
totaal afgerond
Opens taand
Omgevingsrecht
22
5
4
2
14
8
Handhaving
6
2
2
1
5
1
APV
0
Participatiewet
7
1
1
Wmo
6
1
1
Huisvesting
1
1
1
Wob
2
2
2
Planschade
0
Verkeer
5
Totaal
49
0
1
5
7
3
6
0 4
7
15
5
2
1
5
11
40
9
Gegrond In 7 gevallen zijn de bezwaren gegrond verklaard. Van de 7 gevallen hebben er 5 betrekking op het omgevingsrecht, 1 op de Wmo en 1 op de Participatiewet. In 4 van de 7 gegrond verklaarde bezwaren gaat het om dezelfde omgevingsvergunning voor het vellen van bomen (Gemeentelijke kaplijst). Contrair In 2018 is door het college van Blaricum het advies van de commissie in alle gevallen gevolgd en is er dus niet contrair gegaan. Verder ziet de commissie geen bijzonderheden in de aantallen.
1 Peildatum 1 juli 2019
11
3.4
Eemnes
3.4.1 Aantallen en stand van zaken afdoening restant 2017 Ten tijde van het vaststellen van het jaarverslag over 2017 op 11 oktober 2018 stonden er geen bezwaren van dat jaar meer open. Bezwaren 2017 Eemnes: Eemnes 2017
bezwa ar
(deels) gegrond
ongegrond
nietontvankelijk
ingetrokken
Omgevingsrecht
7
1
2
1
2
Handhaving
0
APV
1
Participatiewet
4
Wmo
8
Huisvesting
4
Wob
1
Planschade
0
Verkeer
1
Totaal
26
op andere wijze opgelost 1
totaal afgerond
openstaand
7 0
1 1
1
1
1
1
4
6
1
1
8
3
4
1 1
1 0 1
3
10
2
1
5
6
26
0
3.4.2 Aantallen en stand van zaken afdoening 2018 In 2018 zijn in de gemeente Eemnes 16 bezwaarschriften ontvangen. In 1 geval bleek het te gaan om een bezwaarschrift gericht tegen een aanvraag, die later werd ingetrokken. In totaal ging het dus om 15 concrete bezwaarschriften. In 2017 ging het om 26 bezwaarschriften en in 2016 ging het om 33 bezwaarschriften. In onderstaand overzicht is aangegeven op welke onderwerpen de bezwaarschriften betrekking hebben. Daarnaast is aangegeven in hoeverre de bezwaarschriften zijn afgehandeld en wat de uitkomst van de procedure is. Opvallend is dat het aantal bezwaarschriften op het gebied van het omgevingsrecht is gedaald (van 7 in 2017 naar 1 in 2018, die bovendien nog is ingetrokken). Verder is het aantal bezwaarschriften inzake het handhavingsrecht juist gestegen van 0 naar 4. In Eemnes zijn er dus geen bezwaren ingediend inzake omgevingsvergunningen voor het vellen van bomen. Het aantal bezwaarschriften betreffende de Participatiewet is gelijk gebleven ten opzichte van 2017 (4). Het aantal bezwaarschriften betreffende de Wmo is gedaald (in 2017: 8, in 2018: 3). Het aantal bezwaarschriften betreffende huisvesting (urgentieverklaring of verlenging hiervan) is licht gedaald ten opzichte van 2017 (in 2017: 4, in 2018: 3). Van de 3 zaken die op 1 juli 2019 nog openstonden is in 1 zaak de beslissing op bezwaar genomen in augustus 2019.
Bij 1 zaak blijkt het bezwaarschrift ingetrokken te zijn. Bij 1 zaak moet de beslissing op bezwaar nog genomen worden, maar hiervoor dient eerst overleg plaats te vinden met de wethouder. Dit betreft alle handhavingszaken.
12
Bezwaren 2018 Eemnes2: Eemnes 2018
bezwa ar
(deels) gegrond
ongegrond
nietontvankelijk
ingetrokken door bezwaarma ker 1
op andere wijze opgelost
totaal afgerond
Omgevingsrecht
1
Handhaving
4
APV
0
Participatiewet
4
1
1
Wmo
3
1
1
Huisvesting
3
Wob
0
0
Planschade
0
0
Verkeer
0
0
Totaal
15
openstaand
1
1
1
3
0
1
2
1
1
3
2
2
1
4
1
3
1
3
3
12
3
Gegrond Zoals uit bovenstaande cijfers en onderstaande toelichting blijkt, is het bezwaar 2 keer gegrond verklaard, waarbij het college tevens contrair is gegaan. Contrair Het is opvallend dat in 2018 in de 7 zaken waar de commissie advies over heeft uitgebracht, door het college van Eemnes vaker contrair is gegaan (4 keer) dan dat het advies van de commissie is opgevolgd (3 keer). Toelichting 2 bezwaarzaken gegrond verklaring & contrair In 2 gevallen was het contrair gaan in het voordeel van de bezwaarmaker. In deze gevallen heeft het college in afwijking van het advies van de commissie, de bezwaren gegrond verklaard (huisvesting en handhaving). In de huisvestingszaak is in het primaire besluit een aanvraag om urgentie afgewezen. De commissie heeft geadviseerd het bezwaarschrift ongegrond te verklaren, maar in verband met de aanwezigheid van minderjarige kinderen en een positief advies van het Jeugd- en Gezinsteam heeft het college besloten de hardheidsclausule toe te passen. In de handhavingszaak is besloten contrair te gaan omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een andere procedure het besluit had vernietigd vlak voor het nemen van de beslissing op bezwaar. Deze uitspraak heeft tot gevolg gehad dat het college de onderhavige zaak had moeten behandelen als een bezwaarschrift gericht tegen een herhaald verzoek om handhaving (ne bis in idem).
Toelichting overige 2 bezwaarzaken contrair In één geval heeft het college besloten het bezwaar ongegrond te verklaren (commissie: gegrond) en in één geval heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard (commissie: gedeeltelijk gegrond). Deze laatste 2 zaken betreffen beide een aanvraag voor Wmobegeleiding van dezelfde bezwaarmaker. Verder ziet de commissie geen bijzonderheden in de aantallen.
2 Peildatum 1 juli 2019
13
3.5
Laren
3.5.1 Aantallen en stand van zaken afdoening restant 2017 Ten tijde van het vaststellen van het jaarverslag over 2017 op 11 oktober 2018 stonden er geen bezwaren van dat jaar meer open. Bezwaren 2017 Laren: Laren 2017
bezwaar
(Deels) gegrond
Ongegrond
nietontvankelijk
ingetrokken
op andere wijze opgelost
totaal afgerond
Omgevingsrecht
24
2
7
6
9
24
Handhaving
8
1
3
2
2
8
Participatiewet
6
3
2
Wmo
2
Huisvesting
0
0
Wob
0
0
Overig
2
Totaal
42
1
6
2
2
2
3
14
10
15
openstaand
2
1
42
3.5.2 Aantallen en stand van zaken afdoening 2018 In 2018 zijn in de gemeente Laren 57 bezwaarschriften ingediend. Van deze 57 bezwaarschriften bleek het in 4 gevallen niet om een formeel bezwaarschrift te gaan. Het ging 3 keer om een verzoek om handhaving en 1 keer bleek er geen sprake van een besluit (omgevingsrecht). Daarnaast is er 1 bezwaarschrift ontvangen dat zich richtte tegen de leges. Dit bezwaarschrift is doorgezet naar de heffingsambtenaar. Van de 57 ingediende bezwaren zijn er dus 52 bezwaarschriften daadwerkelijk opgepakt door het secretariaat. In 2017 ging het om 42 bezwaarschriften. Er is dus sprake van een stijging van het aantal bezwaarschriften. De stijging zit met name in het aantal bezwaarschriften op het gebied van de APV (evenementenvergunning). In onderstaand overzicht is aangegeven op welke onderwerpen de bezwaarschriften betrekking hebben. Daarnaast is aangegeven in hoeverre de bezwaarschriften zijn afgehandeld en wat de uitkomst van de procedure is. Het aantal bezwaarschriften ten aanzien van het omgevingsrecht is gedaald ten opzichte van 2017 (in 2017: 24, in 2018: 17). Het aantal bezwaarschriften dat betrekking heeft op het handhavingsrecht is licht gestegen (in 2017: 8, in 2018: 11). Van de 17 bezwaarschriften in de categorie omgevingsrecht hebben er 9 (deels mede) betrekking op een omgevingsvergunning voor het vellen van bomen.
Zoals hierboven vermeld, is de stijging van het aantal bezwaarschriften ten opzichte van 2017 dat betrekking heeft op de APV opvallend. In 2017 waren er geen bezwaren die betrekking hadden op de APV tegenover 13 bezwaren in 2018. Van deze 13 bezwaren zijn er 8 bezwaren tegen dezelfde evenementenvergunning en 4 bezwaren tegen dezelfde exploitatievergunning voor een restaurant gericht. Met betrekking tot het sociaal domein zijn er weinig bijzonderheden. In 2018 zijn er 4 bezwaren ingediend op het gebied van de Participatiewet tegenover 6 in 2017. Met betrekking tot de Wmo zijn dat er 4 in 2018 tegenover 2 in 2017. Er zijn in Laren in zowel 2017 als 2018 geen bezwaren betreffende de Wob ingediend. In de op 1 juli 2019 nog openstaande zaak is de beslissing op bezwaar genomen in juli 2019 (omgevingsrecht). 14
0
Bezwaren 2018 Laren3: Laren 2018
bezwaar
(Deels) gegrond
Ongegrond
nietontvankelijk
Omgevingsrecht
17
1
7
5
ingetrokken door bezwaarma ker 2
Handhaving
11
2
5
1
3
APV
13
3
Participatiewet
4
Wmo
4
Huisvesting
2
Verkeer
1
Overig
0
Totaal
52
op andere wijze opgelost 1
totaal afgerond
openstaand
16
1
11
10
13
2
2
4
2
2
4
1
1
2
1
1 0
7
15
18
5
6
51
Gegrond Het college heeft 7 keer een bezwaarschrift (deels) gegrond verklaard. Dit is een stijging ten opzichte van 2017. Op het gebied van de APV zijn er 3 bezwaren gegrond verklaard die betrekking hebben op dezelfde exploitatievergunning voor een restaurant. Contrair In 2018 heeft het college 9 keer besloten om contrair te gaan. In alle andere gevallen is het advies van de commissie wel opgevolgd. In 7 gevallen had het contrair gaan betrekking op dezelfde evenementenvergunning (APV). De commissie heeft geadviseerd deze bezwaren gegrond te verklaren, terwijl het college de bezwaren niet-ontvankelijk heeft verklaard. Verder ziet de commissie geen bijzonderheden in de aantallen.
3 Peildatum 1 juli 2019
15
1
3.6 Doorlooptijd afhandeling bezwaarschriften In totaal zijn er in 2018 116 bezwaarschriften ontvangen. Van de 116 bezwaarschriften zijn er 29 bezwaarschriften ingetrokken of is men anderszins tot een oplossing gekomen. In totaal zijn er 87 bezwaarschriften daadwerkelijk voorgelegd aan de commissie voor advies. In al deze zaken heeft de commissie advies uitgebracht. Van de 103 bezwaarschriften waarbij op 1 juli 2019 een besluit op bezwaar is verzonden of het bezwaar is ingetrokken of men anderszins tot een oplossing is gekomen, bleek er één bezwaarschrift gericht tegen een besluit uit januari 2017. Dit besluit is kennelijk nietontvankelijk verklaard en niet meegenomen in de rest van dit overzicht, omdat dit een vertekend beeld geeft. Dit zou immers betekenen dat door de extreme termijnoverschrijding van bezwaarmaker, de doorlooptijd ook extreem wordt verlengd. Aantallen binnen wettelijke termijn Van de overige 102 bezwaarschriften zijn er 62 binnen de wettelijke termijn (18 weken inclusief verdaging) afgehandeld. Dit betreft 61% van de afgehandelde bezwaarschriften. Hierbij is rekening gehouden met opschorting van beslistermijnen, wegens bijvoorbeeld het herstel van een verzuim of het verzetten van een hoorzitting op verzoek van een van de partijen, en met de ingetrokken of op andere wijze opgeloste bezwaarschriften. In 2017 was dit percentage 75%.
Van de 40 bezwaarschriften die niet binnen de wettelijke termijn zijn afgehandeld zijn er 25 bezwaren gericht tegen dezelfde primaire besluiten (6 stuks). Een van deze zaken betreft een door het college van Laren verleende exploitatievergunning voor een restaurant. In deze zaak werd de termijn mede overschreden vanwege geluidsonderzoek dat verricht moest worden om inzicht te krijgen in de geluidssituatie. Omdat tegen dit besluit 4 bezwaarschriften waren ingediend, heeft dit een extra nadelig effect gehad op de gemiddelde doorlooptijd. In een andere zaak op het gebied van de APV zijn 7 bezwaren ingediend tegen hetzelfde primaire besluit (evenementenvergunning), wat eveneens een negatief effect heeft gehad op de doorlooptijden. Een oorzaak van het niet binnen de wettelijke termijn afhandelen van bezwaarschriften is onder andere gelegen in het feit dat bij bemiddelingsgesprekken niet standaard wordt opgeschort. Voorts is het aantal bezwaren in 2018 toegenomen ten opzichte van 2017. Een andere verklaring is het tekort aan formatie in 2018 op diverse afdelingen. In 2019 is deze formatie echter uitgebreid zodat het in de lijn der verwachting ligt dat de doorlooptijden in de toekomst verder zullen verbeteren. Gemiddelde doorlooptijd Sinds 2017 worden de opschortingen van beslistermijnen administratief bijgehouden. Dit geeft een beter beeld van de gemiddelde doorlooptijd.
De gemiddelde doorlooptijd in 2018, rekening houdend met opschortingen, is 20,3 weken. In 2017 bedroeg de gemiddelde doorlooptijd, rekening houdend met opschortingen, afgerond 19 weken. Bij de berekeningen is bij beide jaren geen rekening gehouden met de ingetrokken bezwaren. Bij de ontvangst van een bezwaarschrift wordt onderzocht of er een oplossing gevonden kan worden door het inzetten van bemiddeling. Dit kan in sommige gevallen leiden tot een langer behandelingstraject, want de termijn wordt bij bemiddeling niet standaard opgeschort. De commissie zal de registratie van de opschortingen van de beslistermijnen voortzetten en waar nodig verbeteren. De gemiddelde doorlooptijd van gemeente Eemnes (15,65 weken) is aanzienlijk korter dan die van Blaricum (20,55 weken) en Laren (22,19 weken). Een mogelijke oorzaak voor de kortere doorlooptijden in Eemnes is dat in Eemnes vooral bezwaarschriften zijn ingediend op het gebied van het sociaal domein en huisvesting. Bij dit soort zaken wordt zo snel mogelijk een hoorzitting ingepland. 16
De gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarschriften is hoger dan de wettelijke beslistermijn (18 weken inclusief verdaging). De lange(re) duur van de behandeling van een bezwaarschrift kan te maken hebben met diverse omstandigheden, zoals het verzetten van een hoorzitting op verzoek van een van de partijen, de complexiteit van een zaak of het doen van nader onderzoek et cetera. Ingetrokken bezwaren Bezwaren die worden ingetrokken hebben doorgaans een korte doorlooptijd. De doorlooptijd van de bezwaren die in 2018 zijn ingetrokken bedraagt afgerond 4 weken. In 2017 is de doorlooptijd van de ingetrokken bezwaarschriften niet berekend. Indien de ingetrokken bezwaren meegerekend worden in de doorlooptijden zullen de cijfers gunstiger uitvallen. Doorlooptijd per fase Om te beoordelen op welke onderdeel de meeste vertraging zit, zijn ook de doorlooptijden berekend van een aantal specifieke fasen in de bezwarenprocedure. Aanvang beslistermijn tot hoorzitting
Hoorzitting tot vaststellen advies
Vaststellen advies tot verzending BOB
Blaricum
7,3
5,2
8,4
Eemnes
2,9
4,5
8,3
Laren
5,8
6
9,9
Doorlooptijd aanvang beslistermijn - hoorzitting De doorlooptijd vanaf de aanvang van de beslistermijn tot aan de hoorzitting is voor gemeente Blaricum afgerond 7 weken, voor de gemeente Eemnes afgerond 3 weken en voor de gemeente Laren afgerond 6 weken. In deze periode dient het college het verweerschrift en de verweerstukken aan te leveren en plant het secretariaat een datum voor de hoorzitting. Vertraging op dit onderdeel kan te maken hebben met de mediation die wordt ingezet of het verzetten van een hoorzitting op verzoek van een van de partijen. Doorlooptijd hoorzitting - vaststellen advies De volgende fase betreft de periode tussen de hoorzitting en het vaststellen van het advies. Dit is de fase waarop de commissie zelf de meeste invloed heeft (snelheid uitbrengen advies). De doorlooptijd voor de gemeente Blaricum is in deze fase afgerond 5 weken, voor de gemeente Eemnes 4,5 weken en voor de gemeente Laren 6 weken. Gemiddeld is de doorlooptijd voor het afronden van het advies 5,5 weken. Ondanks dat de commissie zelf invloed heeft op deze fase, kan zij ook afhankelijk zijn van de snelheid van reageren van partijen indien er bijvoorbeeld een extra schriftelijke ronde gehouden moet worden of indien partijen nog aanvullende stukken wensen in te dienen.
Doorlooptijd vaststellen advies – beslissing op bezwaar Tot slot is er de fase tussen het vaststellen van het advies en de verzending van de beslissing op bezwaar. De doorlooptijd voor de gemeente Blaricum is in deze fase afgerond 8 weken, voor de gemeente Eemnes afgerond 8 weken en voor de gemeente Laren afgerond 10 weken. Gemiddeld is de doorlooptijd voor het verzenden van de beslissing op bezwaar dus zo’n 9 weken. De commissie constateert dat de periode tussen het vaststellen van het advies en het verzenden van de beslissing op bezwaar de meeste tijd in beslag neemt. In deze fase neemt het college een besluit. Het komt voor dat dit langere tijd in beslag neemt, omdat de zaak door het college wordt aangehouden. Ook als er nader onderzoek uitgevoerd moet worden in verband met de motivering van het besluit, is dit van invloed op de doorlooptijd. 17
Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen Ten aanzien van de bezwaarschriften die zijn ontvangen in 2018 zijn er in totaal twee ingebrekestellingen wegens het niet tijdig nemen van een beslissing ontvangen. Een zaak is afgewezen omdat verzoeker niet belanghebbende was en een ander verzoek is afgewezen omdat de beslissing op bezwaar alsnog binnen twee weken na de ingebrekestelling is verzonden.
18
3.7 Beroep 3.7.1 Sociaal domein Voor zover de commissie bekend is, is in 2018 op het terrein van het sociaal domein in totaal eenmaal beroep ingesteld bij de rechtbank, eenmaal hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep en eenmaal een voorlopige voorziening aangevraagd. Deze beroepen en verzoek om een voorlopige voorziening worden behandeld door Maatschappelijke Zaken HBEL. Blaricum (3) In Blaricum is in 2018 1 keer beroep ingesteld bij de rechtbank. Deze zaak had betrekking op een afwijzing van PGB voor een voorziening binnen de Jeugdwet. Dit beroep is uiteindelijk gegrond verklaard. Er is 1 keer hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Dit betreft een zaak op grond van de Participatiewet. De Centrale Raad van Beroep heeft nog geen uitspraak gedaan. Daarnaast is er 1 keer een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Deze zaak ging over de hoogte van een PGB op grond van de Wmo. De voorlopige voorziening is afgewezen. Eemnes (0) In Eemnes zijn in 2018 geen beroepen op het gebied van het sociaal domein ingediend. Laren (0) In Laren zijn in 2018 geen beroepen op het gebied van het sociaal domein ingediend. 3.7.2 Vergunningen en Handhaving Blaricum (0) In Blaricum zijn in 2018 geen beroepen op het gebied van vergunningen en handhaving ingediend.
Eemnes (4) In Eemnes is in 2018 1 keer beroep ingesteld, 1 keer een verzoek tot herziening ingediend, 1 keer beroep bij de Raad van State en 1 keer verzet bij de Raad van State ingediend. Het beroep is gegrond verklaard (mantelzorgwoning), het verzoek tot herziening is afgewezen, het beroep bij de Raad van State is gegrond verklaard (bebouwing bij manege) en het verzet bij de Raad van State is ongegrond verklaard. Laren (15) Voor zover de commissie bekend is, is in 2018 vijfmaal beroep ingesteld tegen de beslissingen op bezwaar inzake vergunning- en handhavingszaken waarvan 1 beroep pro forma was. Er is 1 keer hoger beroep ingediend. Dit beroep is ongegrond verklaard. Daarnaast is 6 keer in het kader van de bezwarenprocedure een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, 2 keer in het kader van de beroepsprocedure en 1 keer in het kader van de hoger beroepsprocedure. Met betrekking tot de aangevraagde voorlopige voorzieningen in het kader van de bezwarenprocedure zijn er 4 afgewezen, 1 niet-ontvankelijk verklaard en in 1 zaak is het primaire besluit geschorst. De aangevraagde voorlopige voorziening in het kader van de (hoger) beroepsprocedure zijn alle 3 afgewezen. 3.7.3 Urgentie In 2018 zijn er geen beroepen op het gebied van urgentieverklaringen ingediend. 3.7.4 Wob Voor zover bekend zijn er in 2018 geen beroepen inzake de Wob ingediend.
19
4. Conclusies en aanbevelingen Ook dit jaarverslag wordt een aantal conclusies en aanbevelingen gedaan: 1. Meer inzetten op bemiddeling 2. Aanleveren verweerschriften 3. Doorlooptijden a. Opschorten b. Fase vaststellen advies en BOB c. Herstel motivering d. Snelle vaststellen advisering 4. Werkproces verbeteren 1. Van de 116 in 2018 ingediende bezwaarschriften zijn er in totaal 29 bezwaarschriften ingetrokken of geschillen anderszins opgelost. In 2017 waren dit er 38 en in 2016 51. Er lijkt dus sprake te zijn van een daling van het aantal ingetrokken bezwaren of anderszins opgeloste geschillen. De commissie adviseert om juist aan dit onderdeel van de bezwaarprocedure extra aandacht te besteden. Soms blijkt tijdens de hoorzitting dat het toepassen van bemiddeling ook kan leiden tot een oplossing. Ook kan er sprake zijn van een conflict tussen buren, waarbij bemiddeling een hulpmiddel kan zijn om het onderliggende probleem naar boven te halen. Momenteel worden de bemiddelingsgesprekken gevoerd door een beperkte groep medewerkers. Omdat het voeren van deze gesprekken veel tijd in beslag kan nemen, zou het wellicht wenselijk zijn om deze groep uit te breiden. 2. Evenals in 2017 werd, met name op het gebied van ingediende bezwaarschriften betreffende een omgevingsvergunning of een handhavingszaak, geen verweerschrift ingediend.
De commissie beveelt dringend aan de nodige maatregelen te treffen, zodat in alle zaken (tijdig) een verweerschrift wordt aangeleverd. De commissie heeft begrepen dat er sinds 1 juli 2019 extra ambtelijke capaciteit beschikbaar is gekomen en gaat er vanuit dat dit vanaf de tweede helft van 2019 zal verbeteren. 3. a. De doorlooptijd tussen het aanvangen van de beslistermijn en het plaatsvinden van de hoorzitting zou mogelijk ingekort kunnen worden door eerder te vragen of bezwaarmaker instemt met opschorting indien bemiddeling wordt ingezet. Bij iedere bezwaarzaak wordt beoordeeld of bemiddeling een oplossing kan bieden. Dit kan een tijdrovend proces zijn. De commissie adviseert om in die gevallen te verifiëren of de bezwaarmaker (en eventuele derden) akkoord gaan met opschorting van de beslistermijn. Door efficiënter op te schorten en deze opschortingen goed vast te leggen kan de doorlooptijd verbeterd worden. b. De commissie constateert dat de fase tussen het vaststellen van het advies en de verzending van de beslissing op bezwaar de meeste tijd in beslag neemt. Om de doorlooptijd in deze fase te verkorten kan er aan gedacht worden om het mandaatbesluit aan te passen. In andere gemeenten komt het voor dat het nemen van een beslissing op bezwaar door het college of de burgemeester is gemandateerd aan bijvoorbeeld de gemeentesecretaris.
De commissie is zich ervan bewust dat het goed mogelijk is dat het college of de burgemeester deze bevoegdheid zelf uit wil blijven oefenen. Er zijn ook minder vergaande opties. Zo zou het mandaatbesluit aangepast kunnen worden, zodat het nemen van een beslissing op bezwaar gemandateerd wordt aan de gemeentesecretaris indien er sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond bezwaar en de beslissing op bezwaar conform het advies van de commissie is. Deze aanbeveling heeft geen betrekking op beslissingen op bezwaar tegen besluiten van de gemeenteraad.
20
c. De commissie constateert dat zij ook in 2018 het college meermaals heeft geadviseerd om de motivering van het primaire besluit aan te vullen. Als deze motivering in de beslissing op bezwaar moet worden verbeterd (bijvoorbeeld door het doen van extra onderzoek), dan is dit ook een factor die de doorlooptijden op negatieve manier beïnvloedt. De commissie beveelt aan om de primaire besluiten goed te motiveren. Dit bevordert een snellere afhandeling van het bezwaar. Overigens heeft de commissie vernomen dat in 2019 o.a. de vergunning voor het vellen van bomen door de vakafdeling tegen het licht is gehouden om deze te verbeteren. d. De commissie hecht er waarde aan dat er het advies zo snel mogelijk kan worden vastgesteld. Zo zijn er concrete afspraken gemaakt waarbinnen gereageerd moet worden op concepten teneinde het advies op zo kort mogelijke termijn uit te brengen. 4. De commissie constateert dat wettelijke doorlooptijden in 2018 niet zijn gehaald. Dit heeft onder andere te maken met onderbezetting en een toename van het aantal bezwaarschriften. Voor de toekomst gaat de commissie er vanuit dat dit probleem zal worden opgelost en dat de doorlooptijden worden verkort. Om de doorlooptijden te verbeteren zal het secretariaat het bezwaarproces integraal onder de loep nemen.
Hierdoor kan inzichtelijk gemaakt worden op welke onderdelen in het proces gebruik gemaakt kan worden van de mogelijkheid om de bezwaarprocedure op te schorten. Ook zal ernaar gestreefd worden om op korte termijn extra ambtelijke capaciteit in te zetten.
21
5. Ontwikkelingen De belangrijkste ontwikkeling voor de komende jaren is de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Hoewel dit de komende jaren nog geen (grote) veranderingen met zich meebrengt voor de advisering van de commissie, is het van belang tijdig de voorbereidingen verder in gang te zetten. Daarnaast signaleert de commissie dat de sinds 25 mei 2018 de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing is. De versterkte privacyrechten raken ook de werkzaamheden van de commissie en de bezwaarprocedure. Met de toenemende digitalisering nemen ook de risico’s op dit gebied toe en is het van belang dat aandacht wordt besteed aan informatiebeveiliging en privacy. Hier zijn al stappen in gezet. Zo wordt er bij het verzenden of ter inzage leggen van de stukken beoordeeld of er (bijzondere) persoonsgegevens geanonimiseerd moeten worden. Daarnaast worden de stukken zoveel als mogelijk in een beveiligde omgeving gedeeld met betrokken partijen. De hiervoor genoemde ontwikkelingen zijn sinds het vorige jaarverslag niet gewijzigd en onverminderd van kracht. Eemnes, 17 oktober 2019, de commissies voor de bezwaarschriften van Blaricum, Eemnes en Laren
22