CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

III-A4 college - raadsinformatiebrief herziening Beleidsregel Natuurinclusief bouwen en inrichten Buurtschap Crailo 2022 BIJLAGE 1

Gemeenteraad 25 mei 2022, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen lijst ingekomen stukken11.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Planten inheemse struiken

Terrein

2

minimaal 1 meter bij aanplant) van een van nature in Nederland voorkomende soort. Minstens 40 % van het dakoppervlak heeft een kruidendak met (sedum), grassen, kruiden en

Realiseren kruiden dak

Dak

3

dwergheesters (15 - 30 centimeter) met streekeigen soorten, zonder soorten die niet van nature in Nederland voorkomen. Minstens 40 % van het dakoppervlak heeft een begroeide daktuin met een grondlaag vanaf 30

Intensief begroeide daktuin

Dak

3

centimeter. De begroeiing is voorzien van een hoge diversiteit met streekeigen soorten grassen, kruiden, struiken en/of bomen, waarvan ten minste 20 soorten insectvriendelijk zijn. Gevelbeplanting zodanig aanbrengen dat het aannemelijk is dat 5 jaar na aanplant minimaal 25 % van het geveloppervlak (alle zijden, uitgezonderd

Gevelbeplanting

Gevel

3

ramen en deuren en andere objecten waar beplanting niet kan of mag groeien) begroeid is. Gevelbeplanting bestaat uit zelfhechtende klimplanten of klimplanten met een steunconstructie van in Nederland van nature voorkomende soorten,

33

Maatregel

Onderdeel kavel Punten

Voorwaarden eventueel gecombineerd met tegen de gevel geplaatste dekking gevende struikachtigen

Habitatmaatregelen Open, onbetreden zand aanbrengen

Minimaal 0,5 m2 open zand nabij dood hout en/of Terrein

1

kruidenbeplanting voor grondgebonden insecten aanbrengen. Zand niet betreden. Realiseer een poel / vijver van ten minste 5 m2 en

Poel of vijver

Terrein

3

minstens 60 centimeter diep met flauwe, begroeide oevers, waarbij (periodieke) droogvalling is voorkomen. Realiseer een beplante greppel of wadi van minstens 30 centimeter diep ten opzichte van maaiveld en

Wadi

Terrein

3

minstens 120 centimeter lang en breed waar regenwater naar wordt afgevoerd en langzaam wordt opgenomen in de grond. Realiseer binnen 2 meter van de rand(en) van het

Takkenrillen aanbrengen

Terrein

1

perceel een (gevlochten) takkenril van minstens 2 meter lang, 15 centimeter breed en 40 centimeter hoog voor reptielen, amfibieën en kleine zoogdieren.

Dood hout of houtstobben neerleggen

Realiseer minstens 1 m2 aan liggende Terrein

1

boomstronk(en) of houtstobben voor insecten, reptielen en amfibieën. Realiseer steenstapels, los of in schanskorven met

Schanskorven of stenen stapels aanbrengen

Terrein

1

een minimale lengte van 3 meter, hoogte van 50 centimeter en breedte van 30 centimeter als schuilplaats voor reptielen en amfibieën.

Vleermuisvriendelijke verlichting

Alle buitenlampen worden voorzien van Terrein

2

amberkleurige led-lampen of andere vleermuisvriendelijke verlichting.

Dierenverblijfplaatsen Realiseer een losstaande insectenvoorziening met Losstaand insectenhotel aanbrengen

Terrein

1

een oppervlak van minstens 1 m2. Het insectenhotel is bij voorkeur naar het zuiden of westen gericht en wordt zo min mogelijk beschaduwd. Insectenvoorziening met een oppervlak van minstens

Insectenhotel in gevel aanbrengen

Gevel

1

1 m2, ingebouwd in de gevel. Het insectenhotel is bij voorkeur naar het zuiden of westen gericht en wordt zo min mogelijk beschaduwd.

34

Maatregel

Onderdeel kavel Punten

Voorwaarden Per vogelsoort (gierzwaluw, huismus, gekraagde roodstaart of andere vogelsoort) worden minimaal 6 geschikte nestkasten ingebouwd met oriëntatie

Vogelnestkast in gevels

Gevel

1

noord of oost. Kasten worden niet boven ramen geplaatst. Er kunnen voor maximaal twee vogelsoorten punten verdiend worden. Minimaal vier vleermuiskasten van minstens 50 centimeter hoog, 20 tot 30 centimeter breed en met 1 tot 2 compartimenten van rond de 2 centimeter

Vleermuiskast in gevels

Gevel

1

diep. De kasten zijn in de gevel ingebouwd op minimaal 3 meter hoogte, buiten verstoring van kunstlicht (waaronder vleermuisvriendelijke verlichting). Minimaal twee vleermuiskasten van minstens 80 centimeter hoog, 70 centimeter breed en met 3 tot 4

Kraamkast vleermuizen

Gevel

3

compartimenten van rond de 2 centimeter diep. De kast is in de gevel ingebouwd op minimaal 3 meter hoogte, buiten verstoring van kunstlicht (waaronder vleermuisvriendelijke verlichting). Een open spouw (vrije ruimte tussen de buitenmuur en binnenmuur/isolatiemateriaal) van 2 centimeter

Voor vleermuizen geschikte en toegankelijke

diepte, met een geveloppervlakte van ten minste 2 x Gevel

3

spouwmuur

1 meter. De spouw moet bekleed zijn met ruw hard materiaal. Openingen (stootvoegen) van 1,7 tot 2 x 4 centimeter op een hoogte van minstens 3 meter boven de grond, maken de spouw toegankelijk. Houten betimmering aan de gevel van minstens 2 x

Gevelbetimmering voor vleermuizen

Gevel

3

1 meter met aan onderzijde invliegopeningen van 2 x 4 centimeter op minstens 3 meter hoogte. Tussen de betimmering en de gevel is 2 centimeter vrije ruimte.

35

Gebouwtype 8: Appartementen Op Zuid Voor Appartementen Op Zuid worden natuurinclusieve maatregelen uit onderstaande menukaart verwacht met een minimale waarde van in totaal achttien (18) natuurpunten per complex. Maatregel

Onderdeel kavel Punten

Voorwaarden

Beplanting Ten minste 10 m2 van het kavel wordt voorzien van > 10 m streekeigen 2

beplanting

Terrein

3

streekeigen (laag blijvende) plantensoorten. Dit wil zeggen: soorten die van nature voorkomen op de zandgronden van het Gooi. Er wordt ten minste één boom geplant (hoogte

Planten streekeigen bomen

Terrein

3

minimaal 3 meter bij aanplant) van een van nature op de zandgronden van het Gooi voorkomende soort. Er wordt ten minste één grote struik geplant (hoogte

Planten inheemse struiken

Terrein

2

minimaal 1 meter bij aanplant) van een van nature in Nederland voorkomende soort. Minstens 40 % van het dakoppervlak heeft een kruidendak met (sedum), grassen, kruiden en

Realiseren kruiden dak

Dak

3

dwergheesters (15 - 30 centimeter) met streekeigen soorten, zonder soorten die niet van nature in Nederland voorkomen. Minstens 40 % van het dakoppervlak heeft een begroeide daktuin met een grondlaag vanaf 30

Intensief begroeide daktuin

Dak

3

centimeter. De begroeiing is voorzien van een hoge diversiteit met streekeigen soorten grassen, kruiden, struiken en/of bomen, waarvan ten minste 20 soorten insectvriendelijk zijn. Gevelbeplanting zodanig aanbrengen dat het aannemelijk is dat 5 jaar na aanplant minimaal 25 % van het geveloppervlak (alle zijden, uitgezonderd ramen en deuren en andere objecten waar

Gevelbeplanting

Gevel

3

beplanting niet kan of mag groeien) begroeid is. Gevelbeplanting bestaat uit zelfhechtende klimplanten of klimplanten met een steunconstructie van in Nederland van nature voorkomende soorten, eventueel gecombineerd met tegen de gevel geplaatste dekking gevende struikachtigen

Habitatmaatregelen

36

Maatregel Open, onbetreden zand aanbrengen

Onderdeel kavel Punten

Voorwaarden Minimaal 0,5 m2 open zand nabij dood hout en/of

Terrein

1

kruidenbeplanting voor grondgebonden insecten aanbrengen. Zand niet betreden. Realiseer een poel / vijver van ten minste 5 m2 en

Poel of vijver

Terrein

3

minstens 60 centimeter diep met flauwe, begroeide oevers, waarbij (periodieke) droogvalling is voorkomen. Realiseer een beplante greppel of wadi van minstens 30 centimeter diep ten opzichte van maaiveld en

Wadi

Terrein

3

minstens 120 centimeter lang en breed waar regenwater naar wordt afgevoerd en langzaam wordt opgenomen in de grond. Realiseer binnen 2 meter van de rand(en) van het

Takkenrillen aanbrengen

Terrein

1

perceel een (gevlochten) takkenril van minstens 2 meter lang, 15 centimeter breed en 40 centimeter hoog voor reptielen, amfibieën en kleine zoogdieren.

Dood hout of houtstobben neerleggen

Realiseer minstens 1 m2 aan liggende Terrein

1

boomstronk(en) of houtstobben voor insecten, reptielen en amfibieën. Realiseer steenstapels, los of in schanskorven met

Schanskorven of stenen stapels aanbrengen

Terrein

1

een minimale lengte van 3 meter, hoogte van 50 centimeter en breedte van 30 centimeter als schuilplaats voor reptielen en amfibieën.

Vleermuisvriendelijke verlichting

Alle buitenlampen worden voorzien van Terrein

2

amberkleurige led-lampen of andere vleermuisvriendelijke verlichting.

Dierenverblijfplaatsen Realiseer een losstaande insectenvoorziening met Losstaand insectenhotel aanbrengen

Terrein

1

een oppervlak van minstens 1 m2. Het insectenhotel is bij voorkeur naar het zuiden of westen gericht en wordt zo min mogelijk beschaduwd. Insectenvoorziening met een oppervlak van minstens

Insectenhotel in gevel aanbrengen

Gevel

1

1 m2, ingebouwd in de gevel. Het insectenhotel is bij voorkeur naar het zuiden of westen gericht en wordt zo min mogelijk beschaduwd. Per vogelsoort (gierzwaluw, huismus, gekraagde

Vogelnestkast in gevels

Gevel

1

roodstaart of andere vogelsoort) worden minimaal 6 geschikte nestkasten ingebouwd met oriëntatie

37

Maatregel

Onderdeel kavel Punten

Voorwaarden noord of oost. Kasten worden niet boven ramen geplaatst. Er kunnen voor maximaal twee vogelsoorten punten verdiend worden. Minimaal vier vleermuiskasten van minstens 50 centimeter hoog, 20 tot 30 centimeter breed en met 1 tot 2 compartimenten van rond de 2 centimeter

Vleermuiskast in gevels

Gevel

1

diep. De kasten zijn in de gevel ingebouwd op minimaal 3 meter hoogte, buiten verstoring van kunstlicht (waaronder vleermuisvriendelijke verlichting). Minimaal twee vleermuiskasten van minstens 80 centimeter hoog, 70 centimeter breed en met 3 tot 4

Kraamkast vleermuizen

Gevel

3

compartimenten van rond de 2 centimeter diep. De kast is in de gevel ingebouwd op minimaal 3 meter hoogte, buiten verstoring van kunstlicht (waaronder vleermuisvriendelijke verlichting). Een open spouw (vrije ruimte tussen de buitenmuur en binnenmuur/isolatiemateriaal) van 2 centimeter

Voor vleermuizen geschikte en toegankelijke

diepte, met een geveloppervlakte van ten minste 2 x Gevel

3

spouwmuur

1 meter. De spouw moet bekleed zijn met ruw hard materiaal. Openingen (stootvoegen) van 1,7 tot 2 x 4 centimeter op een hoogte van minstens 3 meter boven de grond, maken de spouw toegankelijk. Houten betimmering aan de gevel van minstens 2 x

Gevelbetimmering voor vleermuizen

Gevel

3

1 meter met aan onderzijde invliegopeningen van 2 x 4 centimeter op minstens 3 meter hoogte. Tussen de betimmering en de gevel is 2 centimeter vrije ruimte.

38

Gebouwtype 9: CPO / Initiatieven Voor CPO’s / Initiatieven worden natuurinclusieve maatregelen uit onderstaande menukaart verwacht met een minimale waarde van in totaal achttien (18) natuurpunten per gebouwmet een minimale waarde van twee (2) per woning met een maximum van achttien (18) per gebouw. Bit betekent bijvoorbeeld dat bij een gebouw met 6 woningen minimaal 12 natuurpunten nodig zijn. Bij een gebouw met tien woningen zijn minimaal achttien (18) natuurpunten nodig. Het is uiteraard wel mogelijk om op vrijwillige basis meer natuurpunten te behalen dan vereist. Maatregel

Onderdeel kavel Punten

Voorwaarden

Beplanting Ten minste 10 m2 van het kavel wordt voorzien van > 10 m2 streekeigen beplanting

Terrein

3

streekeigen (laag blijvende) plantensoorten. Dit wil zeggen: soorten die van nature voorkomen op de zandgronden van het Gooi. Er wordt ten minste één boom geplant (hoogte

Planten streekeigen bomen

Terrein

3

minimaal 3 meter bij aanplant) van een van nature op de zandgronden van het Gooi voorkomende soort. Er wordt ten minste één grote struik geplant (hoogte

Planten inheemse struiken

Terrein

2

minimaal 1 meter bij aanplant) van een van nature in Nederland voorkomende soort. Er wordt bij ten minste twee derde van de erfgrens geen erfafscheiding van hout, beton of een ander

Erfafscheiding middels inheemse (fruit)hagen

hard materiaal geplaatst. In plaats daarvan wordt Terrein

2–3

een (fruit)haag van in Nederland voorkomende soort(en) aangebracht. Een punt extra wordt verdiend wanneer meer dan één soort wordt toegepast. Minstens 40 % van het dakoppervlak heeft een kruidendak met (sedum), grassen, kruiden en

Realiseren kruiden dak

Dak

3

dwergheesters (15 - 30 centimeter) met streekeigen soorten, zonder soorten die niet van nature in Nederland voorkomen. Gevelbeplanting zodanig aanbrengen dat het aannemelijk is dat 5 jaar na aanplant minimaal 25 % van het geveloppervlak (alle zijden, uitgezonderd ramen en deuren en andere objecten waar

Gevelbeplanting

Gevel

3

beplanting niet kan of mag groeien) begroeid is. Gevelbeplanting bestaat uit zelfhechtende klimplanten of klimplanten met een steunconstructie van in Nederland van nature voorkomende soorten, eventueel gecombineerd met tegen de gevel geplaatste dekking gevende struikachtigen

39

Maatregel

Onderdeel kavel Punten

Voorwaarden

Habitatmaatregelen Open, onbetreden zand aanbrengen

Minimaal 0,5 m2 open zand nabij dood hout en/of Terrein

1

kruidenbeplanting voor grondgebonden insecten aanbrengen. Zand niet betreden. Realiseer een poel/vijver van ten minste 5 m2 en

Poel of vijver

Terrein

3

minstens 60 centimeter diep met flauwe, begroeide oevers, waarbij (periodieke) droogvalling is voorkomen. Realiseer een beplante greppel of wadi van minstens 30 centimeter diep ten opzichte van maaiveld en

Wadi

Terrein

3

minstens 120 centimeter lang en breed waar regenwater naar wordt afgevoerd en langzaam wordt opgenomen in de grond. Realiseer binnen 2 meter van de rand(en) van het

Takkenrillen aanbrengen

Terrein

1

perceel een (gevlochten) takkenril van minstens 2 meter lang, 15 centimeter breed en 40 centimeter hoog voor reptielen, amfibieën en kleine zoogdieren.

Dood hout of houtstobben neerleggen

Realiseer minstens 1 m2 aan liggende Terrein

1

boomstronk(en) of houtstobben voor insecten, reptielen en amfibieën. Realiseer steenstapels, los of in schanskorven met

Schanskorven of stenen stapels aanbrengen

Terrein

1

een minimale lengte van 3 meter, hoogte van 50 centimeter en breedte van 30 centimeter als schuilplaats voor reptielen en amfibieën.

Dierenverblijfplaatsen Realiseer een losstaande insectenvoorziening met Losstaand insectenhotel aanbrengen

Terrein

1

een oppervlak van minstens 1 m2. Het insectenhotel is bij voorkeur naar het zuiden of westen gericht en wordt zo min mogelijk beschaduwd. Insectenvoorziening met een oppervlak van minstens

Insectenhotel in gevel aanbrengen

Gevel

1

1 m2, ingebouwd in de gevel. Het insectenhotel is bij voorkeur naar het zuiden of westen gericht en wordt zo min mogelijk beschaduwd. Per vogelsoort (gierzwaluw, huismus, gekraagde roodstaart of andere vogelsoort) worden minimaal 6

Vogelnestkast in gevels

Gevel

1

geschikte nestkasten ingebouwd met oriëntatie noord of oost. Kasten worden niet boven ramen geplaatst.

40

Maatregel

Onderdeel kavel Punten

Voorwaarden Er kunnen voor maximaal twee vogelsoorten punten verdiend worden. Minimaal vier vleermuiskasten van minstens 50 centimeter hoog, 20 tot 30 centimeter breed en met 1 tot 2 compartimenten van rond de 2 centimeter

Vleermuiskast in gevels

Gevel

1

diep. De kasten zijn in de gevel ingebouwd op minimaal 3 meter hoogte, buiten verstoring van kunstlicht (waaronder vleermuisvriendelijke verlichting). Minimaal twee vleermuiskasten van minstens 80 centimeter hoog, 70 centimeter breed en met 3 tot 4

Kraamkast vleermuizen

Gevel

3

compartimenten van rond de 2 centimeter diep. De kast is in de gevel ingebouwd op minimaal 3 meter hoogte, buiten verstoring van kunstlicht (waaronder vleermuisvriendelijke verlichting). Een open spouw (vrije ruimte tussen de buitenmuur en binnenmuur/isolatiemateriaal) van 2 centimeter

Voor vleermuizen geschikte en toegankelijke

diepte, met een geveloppervlakte van ten minste 2 x Gevel

3

spouwmuur

1 meter. De spouw moet bekleed zijn met ruw hard materiaal. Openingen (stootvoegen) van 1,7 tot 2 x 4 centimeter op een hoogte van minstens 3 meter boven de grond, maken de spouw toegankelijk. Houten betimmering aan de gevel van minstens 2 x

Gevelbetimmering voor vleermuizen

Gevel

3

1 meter met aan onderzijde invliegopeningen van 2 x 4 centimeter op minstens 3 meter hoogte. Tussen de betimmering en de gevel is 2 centimeter vrije ruimte.

41

Bijlage D: Kaart natuurdoeltypen

42

Bijlage E: Tabel Big-five soorten en Beschermde soorten

Gebouwtype

Natuurdoeltype

Big Five-soorten

Beschermde soorten 

1.

Her te ontwikkelen bebouwing

 

Voedseltuinen Bos & zoom

 

Eekhoorn Gekraagde roodstaart

   

2.

Grondgebonden woningen  op Kazernekwartier 

Voedseltuinen Bos & zoom

 

Eekhoorn Gekraagde roodstaart

  

3.

Her te ontwikkelen tot gemengde functies

 

Voedseltuinen Bos & zoom

 

Eekhoorn Gekraagde roodstaart

  

Voedseltuinen Bos & zoom

 

Eekhoorn Gekraagde roodstaart

Woningclusters Op de Hei 

Heischraal grasland

 

Bruin blauwtje Levendbarende hagedis

Grondgebonden woningen  Op Zuid 

 Heischraal grasland  Poelen 

Bruin blauwtje Levendbarende hagedis Gevlekte witsnuitlibel

Bruin blauwtje Levendbarende hagedis Eekhoorn

4.

Appartementen op Kazernekwartier

5.

6.

 

7.

Bedrijven Op Zuid

 

 Heischraal grasland  Bos & zoom 

8.

Appartementen Op Zuid

 

 Heischraal grasland  Poelen 

Bruin blauwtje Levendbarende hagedis Gevlekte witsnuitlibel

9.

CPO / Initiatieven

 

 Heischraal grasland  Poelen 

Bruin blauwtje Levendbarende hagedis Gevlekte witsnuitlibel

  

Gewone en ruige dwergvleermuis Eekhoorn Bunzing Boommarter Gewone en ruige dwergvleermuis Eekhoorn Bunzing Boommarter Gewone en ruige dwergvleermuis Eekhoorn Bunzing Boommarter Gewone en ruige dwergvleermuis Eekhoorn Bunzing Boommarter

Gewone en ruige dwergvleermuis

Gewone en ruige dwergvleermuis

Gewone en ruige dwergvleermuis Eekhoorn Boommarter Bunzing

   

Gewone en ruige dwergvleermuis

Gewone en ruige dwergvleermuis

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11532628/1