III-A3 college - raadsinformatiebrief Convenant Gebiedsgericht Grondwaterbeheer het Gooi 2021-2030 BIJLAGE
Tekst van het document
Paragraaf 4: Vergaderingen Ambtelijke projectgroep Artikel 4 De Ambtelijke projectgroep komt minimaal één keer per jaar dan wel zo vaak als zij dat nodig acht bijeen. De Ambtelijke projectgroep komt voorts bijeen wanneer de voorzitter dit nodig acht en binnen twee weken nadat tenminste twee leden van de Ambtelijke projectgroep een schriftelijk en gemotiveerd verzoek hiertoe hebben ingediend bij de voorzitter. De voorzitter roept de Ambtelijke projectgroep bijeen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de leden. Deze moet, behalve in spoedeisende gevallen, tenminste een week voor de vergaderdatum worden verzonden, samen met de agenda en eventuele andere vergaderstukken. Artikel 5 De agenda voor een vergadering van de Ambtelijke projectgroep wordt opgesteld door de voorzitter. De leden van de Ambtelijke projectgroep hebben ieder het recht onderwerpen te agenderen. De leden van de Ambtelijke projectgroep die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen kunnen een vervanger aanwijzen of indien nodig op voorhand schriftelijk dan wel per emailbericht hun standpunt of reactie kenbaar maken. Artikel 6 De Ambtelijke projectgroep dan wel Ambtelijk projectgroepleden kunnen gemotiveerd deskundigen of belanghebbenden uitnodigen een vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen om bijvoorbeeld presentaties dan wel toelichtingen te geven.
De Ambtelijk projectgroepleden kunnen indien noodzakelijk een deskundige meenemen ter vergadering ter ondersteuning of ter toelichting. Het is niet toegestaan om iedere vergadering een of meer deskundigen mee te nemen. Artikel 7 De Ambtelijke projectgroep houdt haar vergaderingen in het Gooi. In bijzondere omstandigheden kan er worden vergaderd buiten het Gooi. Artikel 8 De voorzitter zorgt dat van elke vergadering van de Ambtelijke projectgroep een verslag wordt gemaakt. Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld. Het verslag wordt na vastlegging ter kennis gebracht aan de uitvoeringsorganisatie. Na iedere vergadering van de Ambtelijke projectgroep bespreekt de voorzitter de actiepunten met het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie. Artikel 9 Verslagen en andere daarbij behorende stukken worden tenminste 10 jaren digitaal bewaard.
27
Bijlage 4 Huishoudelijk reglement Uitvoeringsorganisatie (artikel 5 Convenant Gebiedsgericht beheer Het Gooi 2021-2030) Paragraaf 1: Begripsbepaling Artikel 1 Ambtelijke projectgroep: Het overlegorgaan dat bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen die het Convenant hebben ondertekend, en die op ambtelijk niveau uitvoering geven aan het Convenant. Convenant: Het Convenant gebiedsgericht beheer Het Gooi 2021-2030, ondertekend in december 2020, en in werking getreden met ingang van 1 januari 2021. Financiële middelen Gebiedsgericht beheer het Gooi: De voor de uitvoering gezamenlijke opgebrachte en aan te houden financiële middelen binnen de algemene middelen van de Provincie Voor besteding en verantwoording zal Provincie een aparte begroting en het jaarverslag voorleggen aan Stuurgroep. Hoofd Uitvoeringsorganisatie: De persoon die belast is met het zorgdragen van de taken van de Uitvoeringsorganisatie en die tevens aanwezig voor toelichting en het vernemen van de besluiten van de Stuurgroep. Huishoudelijk reglement: Het onderhavige stuk waarin de werkwijze van de Uitvoeringsorganisatie wordt beschreven. Procesmanager: De persoon die belast is met het voorzitterschap van de Ambtelijke projectgroep en die tevens secretaris is van de Stuurgroep. Partijen: Alle organisaties die het Convenant hebben ondertekend.
Stuurgroep: Een overlegorgaan dat bestaat uit afgevaardigden op bestuurlijk niveau van alle partijen die het Convenant hebben ondertekend, en die op bestuurlijk niveau uitvoering geven aan dit Convenant. Stuurgroep Secretaris: Degene die de Stuurgroep ondersteunt bij zijn werkzaamheden en voorzitter is van de Ambtelijke projectgroep. Uitvoeringsorganisatie: De organisatie die verantwoordelijk is voor de operationele uitvoering van dit Convenant. Deze organisatie maakt juridisch onderdeel uit van de Provincie Noord-Holland.
28
Paragraaf 2: Taken en bevoegdheden Uitvoeringsorganisatie Artikel 2 De Uitvoeringsorganisatie is belast met de operationele uitvoering van het Convenant. Zij voert de besluiten van de Stuurgroep uit. Voor de uitvoeringstaken is een langdurige overeenkomst gesloten tussen Bodemzorg en de Provincie waarin de uitvoeringstaken zijn vastgelegd. De Uitvoeringsorganisatie geeft gevraagd en ongevraagd adviezen aan de Ambtelijke projectgroep. De Uitvoeringsorganisatie rapporteert over haar werkzaamheden en tijdsbesteding jaarlijks via de Ambtelijke projectgroep aan de Stuurgroep door middel van een jaarverslag waarin het resultaat en de voortgang van het gebiedsgericht beheer het Gooi is opgenomen. Eventuele onvoorziene gebeurtenissen legt de uitvoeringsorganisatie voor aan de Stuurgroep. De Uitvoeringsorganisatie legt een begroting voor haar werkzaamheden en tijdsbesteding jaarlijks via de Ambtelijke projectgroep aan de Stuurgroep door middel van een begroting waarin de werkzaamheden van aankomende jaar zijn opgenomen. De Uitvoeringsorganisatie beschikt over een projectbureau waarin afhankelijk van het onderwerp partijen roulerend kunnen deelnemen. Uitvoeringsorganisatie is aanwezig in Stuurgroep voor toelichting op ingediende stukken van Ambtelijke projectgroep en het beantwoorden van vragen en vernemen van besluiten van Stuurgroep.
Artikel 3 De Uitvoeringsorganisatie maakt juridisch onderdeel uit van de Provincie Noord-Holland en behoort tot de interne hiërarchie en eindverantwoordelijkheid van de Provincie. De Uitvoeringsorganisatie vormt wel een zelfstandig operationeel onderdeel binnen de Provincie en is als zodanig ook zelfstandig herkenbaar met een eigen identiteit. Paragraaf 3: Bemensing Uitvoeringsorganisatie Artikel 4 De Provincie stelt het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie aan en bepaalt de samenstelling van de uitvoeringsorganisatie Provincie. Het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie rapporteert aan de Ambtelijke projectgroep. Het hoofd van de Uitvoeringsorganisatie draagt ervoor zorg dat steeds duidelijk is in welke hoedanigheid hij/zij spreekt. Artikel 5 Alle projectdossiers en daarbij behorende verslagen dienen te worden bewaard/opgeslagen op een wijze die voor eenieder toegankelijk is, zo mogelijk via een website waarbij de Uitvoeringsorganisatie voor het beheer en onderhoud van deze website zal zorgdragen.
29
Slotbepalingen De Uitvoeringsorganisatie kan de Stuurgroep voorstellen om het huishoudelijk reglement te wijzigen en/of aan te vullen. Het huishoudelijk reglement geldt eerst als gewijzigd en/of aangevuld nadat de Stuurgroep de voorgestelde wijziging en/of aanvulling heeft goedgekeurd. In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de projectleider van de Uitvoeringsorganisatie met inachtneming van de bepalingen uit het Convenant. Aldus vastgesteld door de Stuurgroep, in december 2020
Voorzitter
Secretaris
30
Bijlage 5: Financieel overzicht voorziening GBG
Met verwijzing naar artikel 11 (financiën) lid 3, 4 en 5 is in deze bijlage het overzicht financiële middelen GBG opgenomen. De volgende opmerkingen worden gemaakt: o Alle bestaande afkopen namens gemeenten en overige partijen zijn opgenomen in de baten. o In de afkoop langdurige uitvoering GBG zijn o.a. alle monitoringsinspanningen voor de komende 30 jaar opgenomen. Post Baten Lasten Saldo Gereserveerd risicobedrag maatregelen conform art 11 lid 3 Afkoop langdurige uitvoering GBG bij Bodemzorg conform art 11 lid 4 ‘Surplus’ bedrag conform art 11 lid 5
Bedragen €14.736.902,91 € 2.944.826,65 €11.799.576,26 € 5.000.000,00 € 6.366.000,00 € 433.576,26
31
Bijlage 6:
Financiële verdeelsleutel aanvullende financiering
Met verwijzing naar artikel 11 lid 6 waar is vermeld dat in geval er een tekort dreigt te ontstaan op de financiële middelen GBG er een financiële verdeelsleutel is bepaald waarvan in deze bijlage de uitgangspunten zijn opgenomen. De uitgangspunten en voorwaarden luiden als volgt: -
De kosten voor het beheer van GBG worden gezien als een gezamenlijk publiekrechtelijk belang en daarmee draagt iedere partij daar naar rato van taak, belang en problematiek in bij; Voor de bijdrage van de kosten voor het beheer en de maatregelen zijn in voorgaande convenanten GBG afspraken gemaakt. Voor de kostenverdeling bij een dreigend tekort wordt zoveel mogelijk aangesloten bij deze eerder gemaakte kostenverdeling met de volgende overwegingen: o Er wordt vooralsnog niet gerekend op een bijdrage van het Rijk. Partijen zullen wel bij dreigende overschrijding van het budget een beroep doen op het Rijk in het kader van onvoorziene bodem en grondwaterrisico’s mogelijk ook op nieuwe problematiek zoals PFAS en in kader van de KRW. In geval er een bijdrage komt van het Rijk dan zal dit bedrag worden afgetrokken van het totale tekort en wordt het resterende tekort verdeeld op grond van de gemaakte kostenverdeling. o Voor gemeenten is destijds een verdeelsleutel gemaakt op grond van oppervlakte, inwoneraantal en aantal verontreinigde locaties. De verhoudingen en bijgedragen percentages dienen hierbij als uitgangspunt en blijven gelijk. Immers is hier destijds al een bestuurlijk besluit over genomen. Eventuele toekomstige wijzigingen in inwoneraantal worden niet als substantieel gezien en leidt niet tot dusdanige wijzigingen.
o AGV levert een bijdrage van in ieder geval 5% en niet meer dan 20% bij een dreigend tekort , die qua hoogte wordt gebaseerd op de taken van het waterschap die het in 2022 heeft op het gebied van grondwater. De opzet volgens de Omgevingswet van een gezamenlijk programma biedt een grondslag voor een financiële bijdrage aan maatregelen indien en voor zover de maatregelen een raakvlak hebben met de taakopdracht en bevoegdheden van het waterschap. De precieze taakstelling van het waterschap onder de Omgevingswet is nog niet helemaal duidelijk en wordt in de landelijke projectgroep grondwater (Unie van Waterschappen in overleg met Rijk, Inter Provinciaal Overleg en Vereniging Nederlandse Gemeenten) nader uitgezocht. AGV zal zich inspannen om uiterlijk 2 jaar na inwerkingtreding van het convenant duidelijkheid te geven over zijn bijdrage aan een aanvulling naar aanleiding van de bevindingen van de projectgroepen de betekenis daarvan voor het GBG. Indien de procentuele bijdrage van AGV lager vastgesteld wordt dan 20,2% zal het resterende verschil dat aanvult tot 100% worden verdeeld over de resterende partijen op grond van de verdeelsleutel. o PWN en Vitens dragen een vergelijkbaar percentage bij op grond van hun belang ter bescherming van de drinkwaterwinning.
Opgemerkt wordt dat Vitens in de afgelopen jaren al op basis van dit percentage fors heeft bijdragen in natura via een bestaande interceptiemaatregel, monitoring en analyses en dit ook de komende jaren zal blijven doen. De stuurgroep is bereid om, bij een dreigend tekort van de financiële middelen, rekening te houden met de reeds gedane bijdrage van Vitens in de nieuwe convenantsperiode.
32
o
o
De provinciale bijdrage blijft naar verhouding gelijk ten opzichte van het vorige convenantsbijdrage en is substantieel vanwege haar regierol in het grondwater en als gebiedsbeheerder voor het GBG. Voor alle partijen geldt dat afspraken uit bestaande afkopen en bijdragen gestand blijven, waarbij de afspraken uit de afkoopovereenkomsten prevaleren boven het convenant.
Randvoorwaarden besluitvorming over de kostenverdeling en een dreigend tekort: - De uitvoeringsorganisatie van GBG zal de risico’s en het optreden van een dreigend tekort ruim van tevoren aangeven en rapporteren aan de Stuurgroep zodat partijen zich hierop kunnen voorbereiden en verantwoorden naar hun eigen bestuur en raden; - De voorgestelde kostenverdeling met bijbehorende percentages zijn het uitgangspunt tot een oplopend tekort van maximaal € 1,5 miljoen. Bij een dreigend tekort boven de € 1,5 miljoen wordt door de Stuurgroep opnieuw een besluit genomen op welke wijze dit tekort onder de geldende omstandigheden wordt aangevuld door de partijen. - Over de definitieve percentages en bijdrage wordt pas bij het optreden van een tekort in de Stuurgroep een besluit genomen met de opgenomen uitgangspunten en kostenverdeling in deze memo als uitgangspunt. Dit besluit is pas definitief als bestuur en raden van partijen akkoord zijn. - Partijen moet de mogelijkheid geboden worden om de bijdragen over meerdere jaren te kunnen voldoen; Kostenverdelingspercentages over de partijen met: - Kolom A: Kostenverdeling bij overschrijding budget - Kolom B t/m D: voorgerekende bijdragen op basis van de percentages en genoemde absolute tekorten Partner
Rijk PNH Hilversum Laren Gooise Meren Wijdemeren Blaricum Huizen AGV Vitens PWN som
Kolom A
Kolom B
Kolom C
Kolom D
% bijdrage bij tekort
Tekort: € 500.000
Tekort: € 1.000.000
Tekort: € 1.500.000
39,76 14,26 2,15 4,82
€ 198.781 € 71.296 € 10.734 € 24.119
€ 397.562 € 142.592 € 21.468 € 48.238
€ 596.343 € 213.888 € 32.203 € 72.356
2,56 0,32 1,93 5 - 20,20*
€ 12.788
€ 25.576
€ 38.365
€ 1.590 € 9.674 € 25.250 - € 101.000
€ 3.180 € 19.348 € 50.500 - € 202.000
€ 4.771 € 29.022 € 75.750 - € 303.000
€ 35.000
€ 70.000
€ 105.000
€ 35.000 € 500.000
€ 70.000 € 1.000.000
€ 105.000 € 1.500.000
7,00 7,00 100,00
*Een definitief percentage wordt uiterlijk 2 jaar na de start van dit convenant vastgesteld. Daarop worden de overige percentages naar rato vastgesteld in een nader besluit van de Stuurgroep, 33