CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

III-A2 college - raadsinformatiebrief ontwikkelingen financiën sociaal domein 2021 (prognose 2)

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen lijst ingekomen stukken4.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INFORMATIENOTA RAAD LAREN

Van

Het college van b&w

Aan

Gemeente Laren - Gemeenteraad

Portefeuillehouder

J.C. den Dunnen

Onderwerp Memo ontwikkelingen financiën sociaal domein 2021 (prognose 2) Portefeuillehouder J.C. den Dunnen (Laren) Openbaar Ja Kennisnemen van Deze memo informeert u over de ontwikkelingen van de financiën in het sociaal domein 2021 en geeft een prognose van de totale kosten. Aanleiding (inleiding) Tweemaal per jaar ontvangt u een prognose van de kosten van het sociaal domein. De eerste prognose 2021 ontving u afgelopen augustus, obv cijfers die over de eerste helft van het jaar bekend waren. Nu ligt de tweede prognose voor u. Bijgevoegd is een infographic waarin overzichtelijk is weergegeven welke informatie op welk moment in het jaar wordt aangeleverd. Ook is de eindrapportage bijgevoegd van de invoering van het KPMG-HHM normenkader voor huishoudelijke hulp, waar naar wordt verwezen in de brief.

Kernboodschap 1.1 Verwachting 2021

Pagina 1 van 13

In de kadernota 2021 heeft u de programmabegroting 2022 vastgesteld inclusief een uitgebreid programma van besparingsmaatregelen, waarbij het effect van deze maatregelen volgens planning vanaf 2022 zichtbaar is. Deze begroting laat tekorten zien oplopend tot in 2024. Het vooruitzicht voor 2022 is echter relatief positief. Daarbij is ook de voorzichtige verwachting dat dit kan worden vastgehouden in de jaren erna. Het positieve vooruitzicht heeft te maken met de toegezegde extra middelen voor jeugdhulp door het Rijk voor 2022 en het zwaarwegende oordeel van de arbitragecommissie over de financiën met betrekking tot jeugdhulp. Waarbij het oordeel is dat ook voor de jaren na 2022 flink wat extra middelen naar gemeenten toe moeten om de jeugdhulp betaalbaar te maken. Dit oordeel doet recht aan de reële situatie waarin de HBL-gemeenten, net als vele andere gemeenten zich bevinden: ondanks grote inspanningen is het ondoenlijk om deze kosten met de huidige budgetten te betalen. Ondanks deze extra middelen is het nog steeds essentieel om de besparingsmaatregelen volop uit te voeren. Daarmee kan het zicht en de grip op de financiën in het sociaal domein worden versterkt. We moeten hierop blijven inzetten om het perspectief de komende jaren gunstig te houden. Immers bij doorgaande groei van de uitgaven zijn ook extra middelen te weinig. 2.

Belangrijkste ontwikkelingen Hieronder wordt eerst ingegaan op de autonome ontwikkelingen en besparingen. Daarna bespreken we de impact van de coronacrisis en gaan we in op de extra rijksmiddelen voor jeugd. Vervolgens volgt er een overzicht van de kosten en prognoses bij de verschillende voorzieningen. Daarnaast bespreken we kort de vastgestelde besparingsmaatregelen. 2.1 Autonome ontwikkeling & besparingen Voor alle voorzieningen in deze memo geldt dat er in de prognose rekening is gehouden met de autonome ontwikkeling in aantallen (voorzieningen). Verder is er in de prognoses rekening gehouden met de producttarieven voor 2021 en waar mogelijk met effecten van de besparingsmaatregelen. Voor hulp bij het huishouden zien we de eerste effecten al wel in 2021. Maar omdat een aantal maatregelen pas onlangs zijn geïmplementeerd zal het effect van de meeste maatregelen pas vanaf 2022 echt zichtbaar worden. Bij de HBELgemeenten zien we een algemene trend waarbij er een groei is in het aantal klanten waardoor de verwachte besparingen voor met name Wmo lager uitvallen. Voor Laren ligt dit genuanceerder. De autonome groei en vergrijzing is over zijn piek heen. 2.2 Coronacrisis In 2021 brengt het coronavirus nog steeds de nodige uitdagingen met zich mee. Een algemene trend die we terugzien is de toegenomen complexiteit van met name de jeugdzorg als gevolg van de coronacrisis.

Voor jeugdigen in Nederland is tijdens de coronacrisis veel veranderd. Door de beperkende maatregelen is hun dagelijkse structuur Pagina 2 van 13

weggevallen. In verschillende periodes konden zij niet naar school. Vrijetijdsbesteding, uitgaan, sport, bijbanen en vrijwilligerswerk zijn stilgelegd. En jeugdigen kunnen niet vrijelijk met vrienden en leeftijdsgenoten afspreken1. Door de maatregelen is de zorgvraag van jeugdigen met (psychische) problemen in omvang en ernst gestegen. We zien daardoor een verschuiving naar specialistische zorg. Ook neemt het aantal crisissituaties toe. Er is daarnaast niet altijd voldoende personeel om aan deze complexe hulpvragen te kunnen voldoen, met wachtlijsten als gevolg. De coronacrisis zorgt ook bij volwassen inwoners voor complexe problematiek. De personeelstekorten bij de GGZ leiden tot een toename van inwoners die gebruik maken van Wmo begeleiding. Door het inzetten van lokale begeleidingsteams kan deze vraag wel opgevangen worden. Verder blijft een effect van de coronacrisis op de participatiewet tot nu toe nog uit. Dit kan worden verklaard doordat de arbeidsmarkt er, ondanks de coronacrisis en tegen de verwachtingen in, op vooruit is gegaan. Er zijn geen grote ontslagrondes geweest. 2.3 Extra rijksmiddelen Op 2 juni jl. hebben de VNG en het Rijk in een bestuurlijk overleg gesproken over de uitspraak van de Commissie van Wijzen inzake het jeugddossier.

Op basis van de afspraken in dit overleg stelt het Rijk voor 2022 € 1,314 miljard extra ter beschikking aan gemeenten ter compensatie voor de tekorten op het gebied van jeugdhulp. Voor Laren betekent dit in 2021 een extra inkomst van € 137.206 en in 2022 van €412.469. Hiermee volgt het kabinet de uitspraak van de Commissie. In het overleg is ook vastgesteld dat het nieuwe kabinet een besluit dient te nemen over de structurele financiële bekostiging van gemeenten vanaf 2023 op dit dossier en dat het Rijk en VNG zich committeren aan een Hervormingsagenda Jeugd. Het nieuwe regeerakkoord roept nog wel vragen op. De vraag is of de hoogte van deze rijksmiddelen gaat veranderen. 2.4 Prognose Laren 2021 In onderstaande tabellen zijn de jaarrekening 2020, de begroting 2021 na wijziging en de prognose 2021 voor jeugd, Wmo en participatie weergegeven. De prognose is vervolgens vergeleken met de begroting. In de tabel zijn alle onderdelen terug te vinden. In de mededeling zullen wij echter niet op elk onderdeel in gaan. Wij bespreken alleen de onderdelen waar een significant verschil t.o.v. van de begroting te zien is en/of onderdelen waarbij er specifieke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden.

1 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (2021) Onvoldoende tijdige en juiste hulp voor jongeren met

ernstige psychische problemen

Pagina 3 van 13

Jeugd

Jaarrekening 2020

Ambulante Jeugdhulp Jeugd-begeleiding Jeugd-dagbesteding/vervoer/KV Jeugdhulp verblijf Jeugdbescherming/reclassering EED Gesloten jeugdzorg LTA PGB Jeugd-GGZ Totaal

€ 759.972 € 547.556 € 91.647 € 127.117 € 108.396 € 49.580 € 33.817 € -1.748 € 49.657 € 65.811 € 1.831.806

Wmo

Jaarrekening 2020

Hulp bij huishouden Wmo-begeleiding Wmo-dagbesteding/vervoer Vervoer + collectief vervoer * Hulpmiddelen (incl.trapliften) Overig (incl. MZC) PGB Eigen bijdrage WMO+vervoer RTC Totaal

€ 608.638 € 446.590 € 235.593 € 223.629 € 252.323 € 32.958 € 60.207 € -62.262 € 79.216 € 1.876.892

Begroting 2021 Prognose 2021 na wijziging € 980.000 € 308.000 € 72.000 € 340.200 € 104.000 € 74.000 € 33.800 € 18.000 € 15.000 €0 € 1.945.000

€ 1.000.000 € 340.000 € 55.000 € 321.000 € 82.000 € 62.000 € 34.000 € 16.000 € 16.000 € 9.000 € 1.935.000

Begroting 2021 Prognose 2021 na wijziging € 610.000 € 306.430 € 157.170 € 314.000 € 197.000 € 20.000 € 60.000 € -90.000 € 70.000 € 1.644.600

€ 597.000 € 388.000 € 146.000 € 162.267 € 125.275 € 9.700 € 70.750 € -60.000 € 66.000 € 1.504.992

Saldo (prognose 2021 t.o.v. begroting 2021) € -20.000 € -32.000 € 17.000 € 19.200 € 22.000 € 12.000 € -200 € 2.000 € -1.000 € -9.000 € 10.000

-2% -10% 24% 6% 21% 16% -1% 11% -7% 0% 1%

Saldo (prognose 2021 t.o.v. begroting 2021) € 13.000 € -81.570 € 11.170 € 151.733 € 71.725 € 10.300 € -10.750 € -30.000 € 4.000 € 139.608

2% -27% 7% 48% 36% 52% -18% 33% 6% 8%

*De prognose is exclusief de kosten van BV Vervoer. Vanaf 1 juli 2021 is de uitvoering collectief vervoer overgegaan van Latax naar de BV Vervoer van de Regio G&V.

Participatie e.d. BUIG lasten Rijksbijdrage BUIG Uitstroom / re-integratie Bijzondere bijstand (incl.TONK) Kindarrangement Schuldhulpverlening Inburgering PW overig Totaal

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 Prognose 2021 na wijziging

€ 1.708.710 € -1.694.991 € 213.788 € 119.000 € 30.067 € 33.659 € 10.290 € 21.976 € 442.499

€ 1.700.000 € -1.599.000 € 160.666 € 137.591 € 35.009 € 44.427 €0 € 39.720 € 518.413

€ 1.591.000 € -1.747.180 € 182.000 € 122.000 € 35.000 € 17.000 € 9.000 € 37.720 € 246.540

Saldo (prognose 2021 t.o.v. begroting 2021) € 109.000 € 148.180 € -21.334 € 15.591 €9 € 27.427 € -9.000 € 2.000 € 271.873

6% -9% -13% 11% 0% 62% 5% 52%

Deze prognose bevat echter de nodige aannames en onzekerheden. Een deel van de kosten is voor de gemeente beïnvloedbaar en een deel niet. In de eerste plaats is er onzekerheid doordat zorgaanbieders vaak met terugwerkende kracht declareren. Pagina 4 van 13

Daarnaast is een deel van de kosten niet geheel te beïnvloeden en moeilijk te voorspellen doordat de toegang tot de zorg plaatsvindt via externe verwijzers. Voor sommige percelen lukt het niet om regionaal voldoende passende zorg in te kopen, waardoor raamovereenkomsten moeten worden afgesloten voor een vaak hoger tarief. De kosten van deze lokale contracten zijn ook in de prognoses meegenomen. 2.5 Voortgang maatregelen structurele besparingen Na een fase van voorbereidingen, zitten we nu in de fase waarin we diverse maatregelen implementeren. We zijn er nog niet. Diverse maatregelen worden stapsgewijs geïmplementeerd. Tot nu toe zijn de volgende maatregelen gerealiseerd:  Lichte ambulante ondersteuning lokaal: De eerste vier medewerkers die lokaal lichte ambulante ondersteuning jeugd en Wmo in de wijk bieden en inzetten op de samenwerking met andere partijen in het lokale voorveld, zijn in mei 2021 gestart. Een van de beoogde effecten is om hiermee door de inzet van algemene voorzieningen zwaardere problematiek en zwaardere inzet te voorkomen.  Verbinding uitvoeringsdienst-voorveld: Samenwerking is versterkt tussen de lokale ambulante ondersteuners, het voorveld en groepspraktijken: afspraken zijn gemaakt over samenwerking op cliëntniveau en gezamenlijk optrekken bij relevante ontwikkelingen.

 Specialistische begeleiding via partnerschappen met een beperkt aantal zorgaanbieders. Met deze zorgaanbieders worden afspraken gemaakt op basis van lumpsum financiering. Bij lumpsum financiering wordt zorg aanbesteedt voor een vast bedrag. Er ontstaat zodoende een maximum aan uitgaven voor de gemeente en omzetgarantie voor de zorgaanbieders. Zorgaanbieders krijgen de vrijheid om de zorg in te vullen naar eigen inzicht.  Bij de transformatie van specialistische begeleiding zetten we als eerste in op een regionale transformatie binnen de Gooi- en Vechtstreek. Deze schaal past het beste bij de aantallen inwoners en de benodigde diversiteit van de kennis en kunde van aanbieders. We streven als HBEL-gemeenten naar een regionale uitwerking in het eerste kwartaal waarbij het belangrijk is dat in deze uitwerking de HBEL-kaders en planning een plek krijgen.  Nieuw normenkader voor Huishoudelijke hulp: is geïmplementeerd. De resultaten wijzen er op dat 73% van de verwachte besparingen voor de gemeente Huizen, Blaricum en Eemnes zijn behaald. Voor de gemeente Laren is zelfs meer bespaard dan werd verwacht.  Woningaanpassingen: Het risico op het vergoeden van dure woningaanpassingen is verminderd door o.a. bij zulke aanvragen externe bouwkundige expertise in te schakelen en in te zetten op goedkope adequate voorzieningen.  Aanspraak op de RTC wordt met ingang van 2022 afgeschaft.

Tegelijkertijd zijn de mogelijkheden binnen de bijzondere bijstand verruimd.

Pagina 5 van 13

 Voor Wmo vervoer is er een andere werkwijze ingevoerd waarbij we van een zonetarief zijn overgestapt naar een kilometertarief en een verhoging van de eigen bijdrage. Vooralsnog leidt dit niet tot een grote wijziging van de gemeentelijke kosten.  Dagbesteding als algemene voorziening: vanaf dit jaar door middel van het programma DOEN en Zicht op Werk. 3. Toelichting per onderdeel: ontwikkelingen, stand van zaken maatregelen 3.1 Jeugd begeleiding

Jaarrekening 2020: € 547.556 Begroting 2021 na wijziging: € 308.000 Prognose 2021: € 340.000 (nadeel €32.000) De afgelopen jaren zien we de vraag naar jeugd begeleiding toenemen. Door de toegenomen druk op de zorg en wachtlijsten bij GGZ, krijgen meer jeugdigen jeugd begeleiding toegewezen in plaats van jeugdhulp. We zien een lichte stijging van het aantal unieke cliënten en het aantal voorzieningen. Toch verwachten wij dat de kosten in 2021 wat lager zullen zijn dan de kosten van de jaarrekening 2020. In 2020 was er een piek in de intensiteit van de zorg. De geleverde zorg is in 2021 dus minder omvangrijk dan in 2020. Verder worden er minder kosten verwacht door een daling in het aantal afgesloten maatwerkcontracten. Er wordt daarentegen wel een tekort verwacht op de begroting. We zien dat de zorg complexer is. Door de corona maatregelen (avondklok, lockdowns etc.) is de problematiek voor jeugdigen toegenomen. De toegenomen complexiteit van de zorg als gevolg van corona is een trend die we bij meer onderdelen binnen de jeugdwet terugzien. Er vindt daardoor een verschuiving plaats naar specialistische zorg. Binnen jeugd begeleiding zien we dit terug als we kijken naar de verhouding lichte begeleiding en specialistische begeleiding. We zien in 2021 een ontwikkeling waarbij specialistische begeleiding verhoudingsgewijs meer wordt ingezet dan in 2020.

Lichte begeleiding is daarnaast gedaald ten opzichte van 2020. Een tweede ontwikkeling binnen begeleiding jeugd, is dat wij sinds mei 2021 gestart zijn met lichte begeleiding aan te bieden vanuit een lokaal team en om vanuit dit team de samenwerking met en inzet van andere partijen in het lokale voorveld te versterken. Er zijn twee begeleiders beschikbaar voor jeugd. De verwachting is dat de daadwerkelijke begeleiding door dit team en andere algemene voorzieningen in het voorveld zal toenemen. En dat hiermee zwaardere problemen en zwaardere inzet wordt voorkomen. Als het lokale team meer jeugdigen ondersteunt of hiervoor andere partijen in het voorveld inzet, nemen de kosten af. Deze verwachte besparing is niet verwerkt in de huidige prognoses. Maar in de komende jaren worden er vanwege deze bezuinigingsmaatregel wel minder kosten verwacht voor begeleiding. Pagina 6 van 13

3.2 Ambulante Jeugdhulp

Jaarrekening 2020: € 759.972 Begroting 2021 na wijziging: € 980.000 Prognose 2021: € 1.000.000 (nadeel €20.000) In het jaar 2020 was er ten opzichte van 2019 sprake van een stijging in de vergoedingen. Deze stijging heeft in 2021 nog invloed op de kosten omdat deze zorg nog doorloopt. In 2021 blijft het aantal voorzieningen redelijk constant. Toch wordt er een tekort verwacht op de begroting. Dit komt doordat er gebruik wordt gemaakt van duurdere pakketten. Ten opzichte van 2020 is de basis GGZ afgenomen (pakketten 0 en 1). Pakket 2 is daarentegen toegenomen en lijkt daardoor pakket 1 te vervangen. Hoewel pakket 4 stabiel blijft en pakket 6 afneemt, wordt er meer pakket 7 en variabel budget toegekend aan jeugdigen2. Er lijkt dus een verschuiving van basis naar specialistische GGZ te zijn. Het toekennen van duurdere pakketten is een relatief recente ontwikkeling. De verschuiving naar specialistische GGZ doet zich vooral sinds het einde van deze zomer voor. De vraag is of deze trend zich zal doorzetten. Dit is een ontwikkeling waar wij nog dieper op in willen gaan en waar wij later op terug zullen komen met een uitgebreide rapportage per gemeente. Voor Laren is er al een rapportage gemaakt over klantstromen jeugd. De sectie over ambulante jeugdhulp zal uitgebreid worden met recente cijfers en aantallen.

De toegenomen complexiteit van de ambulante jeugdhulp kan worden verklaard door de coronacrisis. We zien een landelijke trend waarbij de problematiek voor jeugdigen is toegenomen door de corona maatregelen. De avondklok en lockdowns dragen bij aan het verergeren van de problematiek. De coronacrisis kan daarom een verklaring zijn voor de verschuiving van basis naar specialistische GGZ. De genoemde ontwikkelingen hebben als gevolg dat we een tekort verwachten op de begroting van € 99.000. Ook in de toekomst worden er meer kosten verwacht voor ambulante jeugdhulp. We streven ernaar om bij complexe casuïstiek jeugdigen ambulante jeugdhulp toe te wijzen in plaats van verblijf. De ambitie is om te kijken naar andere vormen van hulp in plaats van uit huis plaatsing. Dit heeft op dit moment nog niet geleid tot daling van de aantallen of kosten bij verblijf, maar dit is wel een wens voor de toekomst. 3.3 Jeugd Verblijf

Jaarrekening 2020: € 127.117 Begroting 2021 na wijziging: € 340.200 2Maximale kosten per pakket: Ambulant 0 € 1.250, Ambulant 1 € 2.500, Ambulant 2 € 5.000,

Ambulant 3 € 5.000, Ambulant 4 € 10.000, Ambulant 5 € 7.500, Ambulant 6 € 15.000, Ambulant 7 € 20.000, Ambulant 8 €35.000.

Pagina 7 van 13

Prognose 2021: € 321.000 (voordeel € 19.200) Voor jeugd verblijf worden er in 2021 meer kosten verwacht dan in 2020. Allereerst zijn er facturen van 2020 die pas in 2021 gedeclareerd werden. Het gaat hierbij om nafacturatie van contracten buiten DLP om. Voor deze kosten is geen balanspost opgenomen in de jaarrekening 2020. Deze lasten zijn daarom opgenomen in de kosten voor 2021. Om dit in de toekomst te voorkomen is de “werkinstructie zorg inzetten buiten het regionale contractbeheer (DLP)” opgesteld. In deze werkinstructie wordt omschreven hoe men om dient te gaan met het inzetten van lokale maatwerkcontracten als het regionale aanbod niet passend is. Hierbij kan men denken aan het inzetten van een PGB en het opstellen van verplichtingen bij de maatwerkcontracten. Daarnaast heeft er een lichte stijging in cliënten plaatsgevonden ten opzichte van 2020. Maar omdat verblijf een dure voorziening is, heeft een lichte stijging al direct meer invloed op de kosten. De stijging in cliënten kan verklaard worden door de corona maatregelen. Door de avondklok en lockdowns is de problematiek voor jeugdigen toegenomen. De hogere kosten in 2021 kunnen daarnaast worden verklaard door het aantal maatwerkcontracten. Voor verblijf is er regionaal vaak geen passende of voldoende zorg beschikbaar voor jeugdigen (zorgleemte).

Er moeten dan lokaal contracten worden afgesloten, voor een hoger tarief dan regionaal afgesproken. Het is de ambitie om in de toekomst minder kosten te besteden aan verblijf. Vanaf 2022 zal er worden gekeken naar hoe er op een andere manier passende zorg kan worden geleverd aan deze jeugdigen. Door het inzetten van andere manieren van zorg dan uit huis plaatsing, zoals bijvoorbeeld ambulante jeugdhulp, kunnen er kosten worden gedrukt. Daarnaast is er een regionaal transformatieplan jeugd. Hierbij wordt er ingezet op meer pleegzorg en gezinsvervangende huizen, in plaats van intramuraal verblijf. De insteek is om vanaf 2023 langdurende afspraken te maken. De komende jaren wordt er met zorgaanbieders, verwijzers, gemeenten en inwoners een toekomstbestendig en breed gedragen plan gemaakt voor de nieuwe inrichting. Wmo 3.4 Hulp bij het huishouden

Jaarrekening 2020: € 608.638 Begroting 2021 na wijziging: € 610.000 Prognose 2021: € 597.000 (voordeel € 13.000) De vergrijzing in Laren is over zijn piek heen; er zullen in de komende jaren minder ouderen zijn dan nu, waardoor de instroom procentueel lager zal zijn dan in de overige HBEL-gemeenten. Dit heeft een gunstig effect op de te maken kosten. Daarnaast is er in Pagina 8 van 13

de gemeente Laren wat minder instroom dan bij andere gemeenten vanwege de inkomenstoets. Deze ontwikkelingen en de toepassing van het KPMG-HHM normenkader zorgen ervoor dat er een voordeel ten opzichte van de begroting wordt verwacht. Het normenkader is vanaf 2021 toegepast op lopende en nieuwe indicaties, en gaat uit van een basismodule van 108 uur voor hulp bij het huishouden per woning. Dit komt neer op ongeveer 125 minuten per week. Er zijn in de gemeente Laren in totaal 121 herindicaties uitgevoerd. Cliënten gingen daarbij van gemiddeld 178,3 minuten per week naar 148,1 minuten gemiddeld per week. In de gemeente Laren is in 2021 feitelijk een besparing van € 200.474 gerealiseerd. De positieve effecten van het normenkader zijn goed merkbaar. Als we het KPMG-HHM normenkader niet hadden toegepast zouden de kosten en het tekort veel hoger zijn. Daarnaast zal het normenkader op de lange termijn positieve effecten blijven hebben. De verwachte besparingen door het KPMG-HHM normenkader zijn doorberekend voor 2022 t/m 2024. Er is berekend dat er vanaf 2022 ieder jaar structureel € 41.805 minder wordt gerealiseerd dan voorgaande jaren. Het positieve financiële effect van het normenkader zal de komende jaren dus nog steeds merkbaar zijn. De prognose voor de toekomst kunt u terugzien in onderstaande tabel.

Verwachte

2021

2022

2023

2024

€ 621.279,-

€ 564.252,-

€ 466.631,-

€ 369.009,-

-

€ 57.027,-

€ 41.805,-

€ 41.805,-

-

€ 57.027,-

€ 154.649,-

€ 252.270,-

realisatie Besparing t.o.v. voorgaande jaar Besparing t.o.v. 2021 3.5 Wmo begeleiding

Jaarrekening 2020: € 446.590 Begroting 2021 na wijziging: € 306.430 Prognose 2021: €388.000 (nadeel €81.570) Het totaal aantal inwoners met individuele begeleiding daalt licht in 2021 ten opzichte van 2020. Door deze daling verwachten we dat kosten lager zullen zijn dan in 2020. Toch wordt er een nadeel verwacht ten opzichte van de begroting 2021. Door de corona maatregelen is er een verschuiving van groepsbegeleiding naar individuele begeleiding in verband met het tijdelijk sluiten van dagbestedingslocaties. De toename van individuele begeleiding sluit aan bij de trend dat door ambulantisering van de GGZ 3 en een toename 3 De ambulantisering van de GGZ is het proces van afbouw van intramurale GGZ plaatsen en de

opbouw van de ambulante zorg (behandeling, begeleiding en ondersteuning), in het bijzonder voor mensen met ernstiger psychische problemen. Dit moet ertoe leiden dat meer mensen meer

Pagina 9 van 13

van de wachtlijsten voor beschermd wonen de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte toeneemt. Dit heeft extra kosten als gevolg. Omdat er bij de begroting alleen rekening is gehouden met structurele kosten, en niet met incidentele kosten, is er niet genoeg in begroot om deze kosten op te vangen. Er wordt daarom een tekort verwacht. In de toekomst worden er minder kosten verwacht voor Wmo begeleiding. Voor de komende jaren is er minder in begroot vanwege de bezuinigingsmaatregel lokale begeleidingsteams die lichte begeleiding bieden en inzetten op de samenwerking met andere partijen in het lokale voorveld. Er zijn twee begeleiders beschikbaar voor Wmo. Dat het inzetten van lokale begeleidingsteams effect heeft is te zien aan de ontwikkeling van begeleiding in 2021. Op het product begeleiding en verzorging (regulier en specialistisch) zie je in het eerste kwartaal nog een lichte stijging maar na inzet van de ambulante teams in mei zie je dat er een lichte daling is ingezet. Deze daling zet zich ook voort binnen het sub-product reguliere begeleiding. Dat er kosten worden bespaard met de bezuinigingsmaatregel is in september vastgesteld. Er is toen berekend wat voor effect de lokale begeleidingsteams hebben. Toen waren er 64 casussen bij de HBELgemeenten die normaal gesproken €214.668 zouden hebben gekost, maar dankzij de lokale begeleidingsteams € 152.288 kosten.

Er is dus een besparing gerealiseerd van € 62.380. De verwachte besparing is meegenomen in de prognose. De ambitie is dat het team meer inwoners zal begeleiden en meer gebruik zal maken van algemene voorzieningen in het voorveld, en dat hiermee zwaardere problematiek en zwaardere inzet wordt voorkomen. De kosten van de geïndiceerde begeleiding Wmo zullen naar verwachting de komende jaren afnemen. 3.6 Wmo Dagbesteding

Jaarrekening 2020: € 235.593 Begroting 2021 na wijziging: € 157.170 Prognose 2021: €146.000 (voordeel €11.170) Bij Wmo dagbesteding heeft er een daling in de kosten plaatsgevonden ten opzichte van 2020. Dit valt te verklaren door een uitstroom naar de Wlz. Er is een groep inwoners die graag op de dagbesteding plek wilde blijven waar ze al zaten, maar de contracten met deze aanbieders konden niet verlengd worden op een Wmo contract. Dit was wel mogelijk via de Wlz, waardoor een groot deel van deze groep is uitgestroomd naar de Wlz. Het kan interessant zijn om in de toekomst te kijken naar hoe wij sneller kunnen signaleren of een inwoner een Wlz indicatie heeft. Zo blijven inwoners niet langer dan nodig in de Wmo. Allereerst kan er uitgevraagd worden of een inwoner al een Wlz indicatie heeft. Daarnaast (intensievere) en betere ambulante zorg ontvangen waardoor intramurale zorg minder vaak ingezet zal hoeven worden. Het uiteindelijke doel is te komen tot een GGZ die, in samenwerking met andere sectoren en met cliënten zelf, meer en beter bijdraagt aan de kwaliteit van leven en de sociale inclusie van mensen met (ernstige) psychische aandoeningen.

Pagina 10 van 13

kan er sturing plaatsvinden wanneer er vanuit de Wmo zware zorg wordt ingezet. Deze doelgroep is wellicht beter op zijn plek binnen de Wlz. Begin dit jaar was er sprake van een tekort aan dagbestedingsplekken, vooral voor mensen met geheugenproblemen en vormen van dementie. Destijds zijn een aantal mensen geholpen op basis van contracten buiten DLP om. De maatwerkcontracten waren een tijdelijke oplossing. Deze situatie is nu opgelost door middel van extra regionale inkoop en door de uitstroom naar de Wlz. De prognose voor de toekomst is dat de kosten voor Wmo dagbesteding verder zullen dalen. Er worden minder kosten verwacht vanwege de bezuinigingsmaatregel; lichte dagbesteding in de vorm van een algemene voorziening. Onder Zicht op Werk valt het project ‘DOEN’ waarnaar inwoners kunnen worden doorverwezen. De inwoners die hieraan zullen meedoen, komen in de toekomst niet meer terug bij de post Wmo dagbesteding. 3.7 Hulpmiddelen

Jaarrekening 2020: € 252.323 Begroting 2021 na wijziging: € 197.000 Prognose 2021: € 125.275 (voordeel € 71.725) Voor 2021 verwachten we een dalingin de kosten ten opzichte van 2020. Hoewel er een daling is in de toegekende hulpmiddelen, zien we dat er in vergelijking met 2020 duurdere voorzieningen zijn verstrekt. Enkele dure rolstoelen kunnen namelijk al meteen veel effect hebben op de kosten. Daarnaast is in 2020 een analyse uitgevoerd waarin geconcludeerd werd dat er vaker dan nodig woningen verbouwd zijn. Om dit in de toekomst te voorkomen wordt er bij zulke aanvragen externe bouwkundige expertise ingeschakeld. Daarnaast wordt er ingezet op goedkope adequate voorzieningen. Zo kan er gewerkt worden met woonunits die naast de woning van inwoners worden geplaatst, in plaats van het verbouwen van de woning. Op die manier wordt het risico op dure woonaanpassingen verminderd. Vanwege deze bezuinigingsmaatregelen wordt er een voordeel verwacht ten opzichte van de begroting. Er wordt daarnaast verwacht dat deze maatregelen in de toekomst ook zullen zorgen voor een daling in de kosten voor Hulpmiddelen. Participatiewet 3.8 Bijzondere bijstand (TONK)

Jaarrekening 2020: € 119.000 Begroting 2021 na wijziging: € 137.591 Prognose 2021: € 122.000 (voordeel € 15.591)

Pagina 11 van 13

Er worden in 2021 meer kosten verwacht dan in 2020. Dit kan worden verklaard door een daling in het aantal inwoners met bijzondere bijstand. In 2020 waren dat 103 unieke cliënten, in 2021 zijn dat er 98. Hoewel de kosten voor TONK niet in geraamd zijn op de begroting, zijn ze wel meegenomen in de prognose. Ondanks deze kosten wordt er een voordeel verwacht ten opzichte van de begroting. De bereikbaarheid van de gemeente is in orde. Het informatiepunt Maatschappelijke Zaken is dagelijks bereikbaar van 08:30 tot 17:00 (vrijdag tot 16:00). Terugbelverzoeken en mails worden binnen de norm van 48 uur beantwoord. Sporadisch gebeurt dit op langere termijn, maar bij een normale bezetting wordt alles op dezelfde dag beantwoord. Waar we in de toekomst naar willen kijken is de bekendheid van bijzondere bijstand. De RTC was laagdrempelig. Inwoners werden actief benaderd door middel van een brief waarin precies stond wat ze moesten regelen om aanspraak te maken op RTC. Het is mogelijk dat inwoners niet weten dat ze bij de gemeente terecht kunnen voor bijzondere bijstand. De bekendheid van bijzondere bijstand kan de komende jaren vergroot worden. 3.9 Schuldhulpverlening

Jaarrekening 2020: €33.659 Begroting 2021 na wijziging: €44.427 Prognose 2021: €17.000 (voordeel €27.427) Bij schuldhulpverlening is er sprake van een verwacht voordeel van €27.427 ten opzichte van de begroting. Sinds 1 januari 2021 kunnen gemeenten eerder mensen helpen die door schulden in de problemen dreigen te komen. Dat is mogelijk door een wijziging in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. 4. Doorkijk komende jaren Er kan geconcludeerd worden dat door het inzetten van bezuinigingsmaatregelen al veel bereikt is. Sinds de start van de lokale begeleidingsteams in mei zien we een lichte daling terug voor lichte begeleiding en begeleiding en verzorging. De in september berekende besparingen laten zien dat het inzetten van het team een positief effect heeft op de kosten. Het toepassen van het KPMG-HHM normenkader heeft daarnaast gezorgd voor een forse besparing. Het normenkader heeft grote tekorten helpen voorkomen. Laren is wel over de piek van de vergrijzing heen daardoor is er geen toename in instroom voor hulp bij het huishouden. Dit kan ook komen door de inkomenstoets. Daarentegen zijn ouderen langer zelfstandig thuis, wat ook kan leiden tot complexere zorg. Daarnaast zorgen lokale maatwerkcontracten voor hogere kosten met name bij jeugd. Dit kan in de toekomst ook leiden tot nadelen ten opzichte van de begroting.

Het inzetten van de werkinstructie “zorg buiten DLP om” moet grote tekorten helpen voorkomen.

Pagina 12 van 13

De prognose voor 2021 is relatief positief voor Laren. Er zijn geen tekorten op jeugd, Wmo of participatie. Dit valt terug te zien in onderstaande tabel. Daar moet wel bij worden aangetekend dat de prognose Wmo nog exclusief de kosten collectief vervoer is. Voor Laren wordt dit vervoer per 1 juli 2021 uitgevoerd door de BV Vervoer van de Regio G&V. Naar de toekomst toe is het essentieel dat de besparingsmaatregelen volledig worden doorgevoerd zodat het zicht en de grip op de uitgaven in het sociaal domein worden versterkt. Verder is het van belang om verandering aan te brengen in de wijze van begroten, om te voorkomen dat de begroting bijgeplust moet worden. Dit leidt wel tot een grotere, structurele besparingsopgave. We moeten dus nieuwe en andere manieren om te besparen blijven nastreven.

Prognose 2021 Laren Jeugd Wmo P-wet

Jaarrekening Begroting 2021 na wijziging Prognose 2021 Saldo (prognose t.o.v. begroting) € 1.831.805,97 € 1.945.000,00 € 1.935.000,00 € 10.000,00 € 1.876.892,00 € 1.644.600,00 € 1.504.992,00 € 139.608,00 € 442.499,00 € 518.413,00 € 246.540,00 € 271.873,00

Bijlagen 1. Infographic werkagenda financiën SD HBEL 2. Eindrapportage KPMG-HHM normenkader

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11447756/1