CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad transcript

Gemeenteraad 6 juli 2022, gemeente larenBij agendapunt: Opening en vaststelling agenda.26.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De omstandigheden waarin het moet zijn echter wel lastig, gezien alle onvoorziene gebeurtenissen en beproevingen die de afgelopen tijd op ons afkwamen en ik vrees ook nog op ons af zullen komen. Een uitdaging dus. Het accountantsrapport weet als je het als een soort cijferlijst en eindrapport ziet te melden dat wat dan wederom met de hakken over de sloot Laren door is naar het volgende jaar. Ditzelfde accountantsrapport heeft in onze ogen voor de nieuwe wethouder echter ook de functie van doelen die bereikt moeten worden. De wittebroodsweken zijn voorbij, er moet geleverd worden. We wensen het nieuwe college en de nieuwe wethouder daarmee heel veel succes. We zullen het beleid kritisch constructief steunen en volgen. En ja, we zullen het jaarverslag 2021 goedkeuren. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank mijnheer Grunwald. Het woord is aan de heer Loeff. De heer Loeff: Dank u voorzitter. Er is al heel veel gezegd over de jaarrekening en we hebben nog een kadernota op de agenda. Dat zijn twee zaken die in dit gesprek wat we met elkaar voeren over de afgelopen jaren en de plannen voor de toekomst toch een klein beetje soms door elkaar lopen. En ik zal proberen dat te vermijden omdat de kadernota straks nog wordt behandeld. Ik ga ook niet in op alle technische details want we hebben in de commissie en in een aparte groep met elkaar uitgebreid vragen kunnen stellen.

Die vragen zijn naar zeer goede tevredenheid beantwoord door de nieuwe wethouder en daarmee hebben we eigenlijk geen technische vragen die over zijn gebleven. Ik had er net een paar gesteld maar ook die zijn goed beantwoord naar wij hebben kunnen zien. Het is eigenlijk heel erg interessant om te zien dat we een nieuw team hebben, een nieuwe wethouder. Je kunt ook zeggen in verenigingstermen: een nieuwe penningmeester. En die nieuwe penningmeester, die rust op de schouders van de vorige penningmeester en die heeft een keurige jaarrekening weten af te leveren. Dat is een prestatie en zeker een prestatie als je kijkt naar de periode waar we uitkomen met zware veranderingen in werkzaamheden met grote tekorten van instellingen die opeens niet meer verder konden, met grote subsidies die daar weer tegenover stonden en tegelijkertijd is er in de vorige periode gewerkt aan verbeteringen onder andere door het sociaal domein in de vorm van inzichtelijkheid en in de vorm van structuur een stuk beter te krijgen. Wat dat betreft is er dus in de vorige periode van besturen veel gebeurd. Dat neemt niet weg dat er natuurlijk zorgen zijn over de toekomst.

En ik ben heel blij dat onze accountant, want het is echt onze accountant, ik ben ook blij dat we dit gesprek met u hebben als raad en dat u hier weer bent om ons op een hele plezierige manier mee te nemen in, ja, de voors en de tegens van waar we voor staan, de uitdagingen en de risico’s maar ook de positieve resultaten waar we op mogen terugkijken. Ik ben zeer blij dat we daar met elkaar hier zo over kunnen spreken. U bent als accountant door ons aangesteld en ik moet zeggen, ik heb zeer veel waardering voor uw verslag. Daarin staan een aantal heel duidelijke opmerkingen die naar ons toe duidelijkheid scheppen over wat er zou moeten gebeuren. En ik ben ook heel blij met de voorgaande sprekers die een aantal suggesties hebben gedaan hoe je

dat zou kunnen doen. Het interessante van dit proces is dat we niet alleen een accountantscontrole hebben en een brief naar ons toe, maar dat er ook een managementletter is. En dat is in het kader van dit dualisme natuurlijk altijd een interessante, want een managementletter gaat in principe rechtstreeks naar het college, naar de BEL, toe. En zal misschien een afschrift bij het college liggen. En ik ben eigenlijk heel erg benieuwd wat er nou precies in die managementletter staat. Maar daar zal ik me niet te veel mee gaan bemoeien. Eigenlijk is de bestuurlijke vraag: op welke wijze wordt de komende periode gewerkt aan de stappen ter verbetering van de zaken die in de managementletter zijn opgesomd? Dat betreft natuurlijk toch die interne controle op de processen en, ja, het tijdig aanleveren van de stukken. En dat tijdig aanleveren van de stukken, daar wil ik toch de kanttekening bij maken: ik merk uit heel veel andere organisaties dat het praktisch onmogelijk was om überhaupt een jaarrekening aan te leveren. Dat geldt misschien niet voor gemeenteland maar dat geldt zeker voor verenigingsland en bij een aantal bedrijven.

Als je ziet dat heel veel bedrijven heel laat met hun boekhouding nog aan mogen komen en dat accountants en boekhoudkantoren zwaar overwerkt zijn en er letterlijk soms gewoon zaken niet afgeleverd kunnen worden, dan is het een groot compliment dat hier een jaarrekening ligt en dat hij ook nog voor deze vakantieperiode kan worden behandeld en dat daarover kan worden besloten. Dus in die zin, los van de wens dat het allemaal eerder kan, de realiteit van april zie ik niet als haalbaar voor volgend jaar, maar ergens tussen april en juni zal er iets moeten kunnen liggen en dan denk ik dat als we dat op die manier met elkaar weer kunnen bespreken in een keurige cyclus met technische toelichting en uiteindelijk zo’n vergadering zoals deze, dan zijn we daar zeer tevreden over. Neemt niet weg dat het natuurlijk heel erg ingewikkeld wordt om al die andere organisaties ook zover te krijgen om op tijd hun stukken aan te leveren. En vandaar een paar vragen en dat zijn eigenlijk vragen die voortkomen uit de stukken. Een vraag over de onzekerheid sociaal domein. Het gaat over de afrekeningen van het sociaal domein en met name hebben wij begrepen dat het nog over een aantal jaren zo kan zijn dat er facturen kunnen komen over het afgelopen boekjaar.

Is er niet een mogelijkheid om dat te veranderen? Is dat wettelijk zo, dat dat mag? Kunnen we dat niet op een andere manier organiseren, dat we gewoon zeggen: jongens, het is 31 december geweest, u hebt nog een maand de tijd en daarna klaar? Heel jammer voor al die contractpartners maar we gaan niet twee jaar later nog een keer uw eigen te trage boekhouding hier bij ons op het bordje leggen. Want dat is wat er nu gebeurt. Een aantal zorginstellingen die hebben een stapel facturen in de kast, die denken na vier jaar: gemeente Laren, we gaan nog een factuurtje sturen en wij zitten over drie jaar een negatief tekort weg te werken terwijl we ook heel hard kunnen zijn naar die organisaties dat zij hun processen niet op orde hebben. Dat, voorzitter, zou ik graag willen weten of de wethouder daar iets aan zou kunnen doen. En zo niet, dat we dat niet kunnen agenderen op een of andere manier omdat ik dan ook vraag dat de contractpartijen net als wij op tijd zullen zijn. Dat maar even als voorbeeld, de volgende betreft het zwembad, want dat is ook een partij. Ik las dat daar nog geen stukken van zijn. Ook daar zou het niet heel moeilijk moeten zijn om toch een jaarrekening voor te leggen. Ik zou graag willen weten wat de reden is van het te laat aanleveren van die stukken.

En dan het Hart van Laren, wat blijkt dat dit de geheime partij is waar de heer Koldenhof al naar vroeg en waar wij ook onze vragen over stelden. Ja, het is natuurlijk toch een beetje een soort geheim Hart van Laren aan het worden als we zien dat er bij de stichting mogelijk een probleem zit. Tegelijkertijd weten we ook dat het vorige college hard op weg was om stappen te zetten. Misschien kan de wethouder iets zeggen over hoe we dit niet zozeer inhoudelijk op de rit krijgen maar ook financieel in een helder overzicht krijgen dat we weten waar we ongeveer naar toe gaan en waar we ook in brede zin op zouden moeten investeren om het ook op orde te krijgen. En dat brengt mij op het laatste en dat is de BEL-combinatie zelf en dan komen we een beetje op de kaderbrief uit. Natuurlijk dreigt er zwaar weer en natuurlijk zien we dat we straks mogelijk niets kunnen uitgeven. Tegelijkertijd: als we dan met elkaar willen dat we dit ook echt op orde krijgen, dan zullen we daar ook in moeten investeren. Dus ik zou eigenlijk van de wethouder willen weten welke richting hij uitdenkt met een kaderbrief die we straks gaan bespreken waar weinig ruimte in zit en tegelijkertijd een ambitie zit om dit hele proces nog beter te doen. Daar staan ook kosten tegenover en die kosten gaan zoals

we dat op z’n Hollands zeggen, voor de baat uit. Dat als de bijdrage van onze kant en benieuwd naar de reactie van het college. De voorzitter: We kijken naar het college, de portefeuillehouder, de heer Van Midden, u wordt uitgenodigd naar het katheder te komen. Voor de jaarrekening … Is er de wens om te schorsen, wethouder? Om de beantwoording voor te bereiden? De heer Van Midden: Nou, ik zit, mijnheer de voorzitter, ik zit even, er wordt mij inderdaad ingefluisterd: eerst, je moet even schorsen. Waar ik even mee zit is wat direct al geconstateerd is door de heer Loeff dat in alle vragen de kaderbrief en de behandeling van de jaarrekening een beetje door elkaar heen lopen. En ja, ik zou haast willen zeggen, ik weet niet of een schorsing nodig heb, ik zou het op die manier zeg maar aan hand van de vragen willen beantwoorden. De voorzitter: Ik kijk even rond. Want ik constateer hetzelfde. En eigenlijk, we hebben een hele grondige eerste termijn van de raad gehad wat overigens een compliment waard is. Maar waar inderdaad zeg maar ook op grond van een aantal conclusies en constateringen vanuit de jaarrekening al vooruitblikt.

En hele terechte wenken en wensen neerlegt bij het college, kunt u daar in de toekomst rekening mee houden? We kunnen ook, mijnheer Van Midden, ik denk dat het heel terecht is als u in uw termijn daarop ingaat en dat we dan vervolgens constateren dat mogelijk die punten niet meer besproken hoeven te worden bij de behandeling van de kadernota omdat ze daar al rekening mee hebben gehouden. Wie weet kunnen de fracties dan de inbreng wat beknopter houden. In ieder geval niet op het financieel-technische. Als we dat zo doen kijk ik nog een keer naar de wethouder, ik nodig u uit om gewoon alle vragen te beantwoorden, ook vooruit te blikken. Bent u dan toe aan de beantwoording, kunt u het aan? Heel goed, nou, het is uw vuurdoop, de verwachtingen zijn hoopvol. De wethouder van financiën, de heer Van Midden. De heer Van Midden: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Inderdaad een hoop vragen vanuit de fractie, zowel over de jaarrekening als doorkijk naar de kadernota.

Ik denk dat het goed is om even te beginnen om vanuit mijn kant zeg maar de visie op de resultaten weer te geven en dat is eigenlijk de lijn zoals de VVD al aangaf bevestigde door de heer Loeff, als we kijken naar het resultaat van de jaarrekening dan kunnen we denk ik erg blij zijn met dit resultaat en wat dat betreft complimenten aan de vorige college en de wethouder financiën in de zaal zit voor het werk wat hiervoor gericht is. Want het is een hele lastige tijd geweest. Corona hebben we gehad, nou, allerlei andere uitdagingen. En als we uiteindelijk ook met dit resultaat kunnen komen dan is dat gewoon een groot compliment waard. Andersom redenerend: als het resultaat andersom had geweest, negatief was geweest, dan had ik een enorm groot probleem gehad. Dus in die zin ben ik er ook heel blij mee. Ik denk dat het ook goed is om te kijken, of als ik kijk naar het resultaat en dat is toch een beetje de optimist in mij en vanuit de gedachte het glas kan halfvol en halfleeg zijn, dan zie je toch een aantal belangrijke dingen terugkomen. En één van de belangrijkste dingen wat mij betreft is de ontwikkelingen op het sociaal domein. Het sociaal domein is ongeveer een derde van onze begroting, dat is gewoon een enorm bedrag. En als je kijkt en de heer De Jong constateerde dat al terecht, als we kijken naar onze lastenkant, dan zien we dat die lastenkant redelijk onder controle is.

En ook in dat sociaal domein. En dat wordt geconstateerd in de raadsinformatiebrief die verschenen is vanuit de HBEL, waarin ze zeggen: nou, het lijkt erop voorzichtig dat de maatregelen die we hebben genomen effecten sorteren. Het is nog geen garantie voor de toekomst maar het kan best wel zo zijn dat we op de goede weg zijn. En we hebben nu een aantal maatregelen genomen, een ervan is zeg maar de kosten voor de huishouding. De inzet van de huishouding, die we uiteindelijk zeg maar of de inkomenstoets bij de kosten voor de huishouding. We zijn natuurlijk bezig met een aantal maatregelen waarvan één van de belangrijkste de zogenaamde poortwachter bij de jeugdzorg is. Nou,

die zijn we eigenlijk nog maar, ja, net aan het inzetten of willen gaan inzetten. En desondanks zie je dat die lijn zeg maar zich stabiliseert en omlaaggaat. En dan vraagt de heer Van den Berg aan mij: goh, is er sprake van een stabiele situatie op dit moment als we kijken naar het resultaat? Nou, ik denk zeker niet, was dat maar zo, dat het zo was. Maar ik denk dat in ieder geval op dat aspect de voortekenen gunstig zijn. Alleen een resultaat van 2020 is geen garantie voor 2022 en ook niet voor 2023. Dus dat maakt het gewoon heel lastig en in die zin is en dat heb ik ook al eerder gezegd, ook in een krantenartikel, dit resultaat eigenlijk een goede start. We liggen op koers op hele woelige baren die eraan komen. En dat hebben we ook met z’n allen geconstateerd. Dus dat is in ieder geval zeg maar van mijn kant, dus tel uw zegeningen ook, om het zo maar even te zeggen. Nou, de algemene lijn in alle commentaren is dat de solvabiliteit gewoon, ja, niet goed is of laag is. Nou, dat klopt. Die is gewoon laag. Daar kan ik ook verder niks aan doen, eerlijk gezegd. Wat ik wel kan doen is dat en dat is de belofte die ik noem, dat alle incidentele baten de komende tijd gewoon gestopt zullen worden in ons vermogen om die solvabiliteit te versterken.

Dan zie je uiteindelijk dat de marges ook heel smal zijn, want we hebben veertien procent, ik heb zelf even uitgerekend als we in één keer twee miljoen toevoegen aan ons eigen vermogen door om wat voor reden dan ook, u kunt misschien wat bedenken, maar om wat voor reden dan ook, nou, dan zitten we al op 18,5 procent. Dus in die zin zijn de marges heel smal, zowel naar beneden toe als naar boven toe. In die zin is de vergelijking met Eindhoven wat ongelukkig omdat Eindhoven is natuurlijk een grote gemeente en als je daar op bepaalde dingen uitslagen hebt dan heb je natuurlijk veel beter absorptievermogen dan een gemeente als Laren heeft, omdat daar de wet van de grote aantallen wat meer op gaat dan hier. Maar de marges zijn smal en ik kan in ieder geval toezeggen dat we alle incidentele opbrengsten zullen gebruiken om die solvabiliteit te versterken. Dus dat is wel een heel belangrijk ding om te melden. Dan was er ook een aantal technisch inhoudelijke vragen. Ja, de heer Van den Berg vroeg mij ook: goh, waar komt het resultaat nu vandaan als we in eerste instantie negatief begroten en nu blijkt het in één keer positief te zijn.

Ja, hoe kan dat? Ja, ik wil niet op alle details ingaan, ik zou zeggen, lees de jaarrekening, want daar leggen we precies uit waar het uiteindelijk vandaan komt en als daar misschien nog vragen over zijn dan ben ik natuurlijk van harte bereid om die te beantwoorden, mijnheer Van den Berg. Maar wat ik al zei is het nog geen garantie voor de toekomst. Even kijken, wat hadden we nog meer? Nou ja, de Tozo kwam voorbij. En met name de voorziening dan, die in ieder geval getroffen is, of die niet te hoog is. De accountant schat hem veel lager in op basis van ook de eerste terugbetalingen die geweest zijn. Ja, ik kan het eerlijk gezegd niet toetsen, ik heb die cijfers zelf niet gezien van de HBEL. Ik heb wel ook in reactie tegen de accountant gezegd: nou, prima dat we nu constateren dat de eerste terugbetalingen al heel snel binnen zijn, dus in die zin gunstig uitzien. Maar het zegt uiteindelijk niets over het eindresultaat. En met dit soort regelingen zul je toch zien dat het venijn in de staart zit dat uiteindelijk de mensen die moeite hebben om het terug te betalen uiteindelijk op het laatste moment er mee komen. Maar goed, als ik het goed heb lopen wij als gemeente daar uiteindelijk geen enkel financieel risico in. Dus dat is op zich, in die zin is de schade beperkt. Dan moet ik even verder kijken.

Nee, heel even … Ja, er worden wat vragen gesteld en met name mijnheer Van den Berg hamert erop, over het integraal risicobeeld. Ja, dat moet er komen en dat gaat er ook komen. Dus eigenlijk een beetje een doorkijkje naar de kadernota want en dat is ook het grote probleem als de toekomst zo onzeker is: ja, hoe moet je nou uiteindelijk met die toekomst omgaan? Nou, het enige wat je op dit moment kan doen is gewoon een goede risico-inventarisatie maken. Kijken: wat zijn nou uiteindelijk de belangrijkste risico’s die ons bedreigen als het gaat om al onze plannen? En daarop verschillende scenario’s te ontwikkelen en op basis van die scenario’s uiteindelijk een, nou ja, meest voor de hand liggende begroting te maken. Dat is eigenlijk de enige manier waarop je er mee om kan gaan. Dus dat integraal risicomanagement is key. Als ik kijk naar de opmerkingen van de accountant over de interne organisatie van de BEL en met name de interne risicobeheersing, ja nou ja, dat is gewoon een terecht punt. De heer De Jong gaf aan dat het vorig jaar niet het geval was, dit jaar wil. Als ik mij kan herinneren uit drie jaar financiële commissie, dan was dat toch steeds wel de ondertoon van alle accountantsverslagen, dat de interne risicobeheersing niet op orde is. Dus

dat betekent uiteindelijk dat de processen gewoon niet goed beschreven zijn, de risico’s in de processen niet, ja, geïdentificeerd worden, geen beheersmaatregelen getroffen worden en zeker geen testen op de beheersmaatregelen plaatsvinden. Nou, dat is iets wat moet verbeteren en waar de BEL ook echt in moet gaan investeren om dat beter te worden. En voor zover ik het begrepen heb gaat het ook gebeuren en komt het ook naar u toe als raad in de meerkeuze beleidsplan van de BEL. Daar zullen ze ook heel duidelijk aangeven wat de investeringen zullen zijn die gedaan moeten worden en welke bedragen daar ook bij horen. Dus daar kom ik op terug. Dan zit ik even te kijken, nou ja, het sociaal domein, de facturen en de wettelijke termijn die ga … Er is een wettelijke termijn van vijf jaar. Dus in die zin loop je altijd het risico om zeg maar achteraf die nota’s te krijgen. Ik ga wel kijken wat er zeg maar binnen onze mogelijkheid ligt om uiteindelijk dat risico een beetje te dempen. Dus dat je niet achteraf met die achterstallige nota’s komt. Ik denk dat het wel goed is om te zeggen en dat heeft ook een relatie met de aanlevering, de tijdige aanlevering van alle gegevens, dat zeker wat het sociaal domein betreft we een vrij complexe situatie hebben omdat we feitelijk drie partijen hebben die het sociaal domein uitvoeren.

Of misschien wel vier, dat is de HBEL die een deel doet, we kopen in bij de regio, als Laren kopen we zelf ook in als het gaat om specifieke jeugdzorg en we hebben de BEL die ook het nodige doet op het gebied van het sociaal domein. En dat maakt het uiteindelijk complex. Al die data, die moeten op de een of andere manier bij elkaar komen, die moeten dan in goede rapportages terechtkomen en dan moeten we uiteindelijk het ook nog zodanig in een jaarverslag neerzetten dat het enigszins begrijpelijk is. En ik moet heel eerlijk zeggen, als je, ja, goed probeert te volgen wat er nou gebeurt in de onderstroom dan is het heel moeilijk om daar een touw aan vast te knopen. Ja, ik zou ook willen, de raad terug willen geven, dat is eigenlijk ook zeg maar de complexiteit die we ook zelf bedacht hebben als raad, uiteindelijk hebben we besloten om het sociaal domein op deze manier te organiseren. En ik denk dat het ook goed is en dat ziet u ook terugkomen in ons coalitieakkoord, dat we in de komende tijd ook met de raad in gesprek gaan over onze visie op het sociaal domein en de zorg, de prioriteiten die we daarin willen stellen en hoe we uiteindelijk het ook zeg maar, wat de toekenningsprincipes zullen zijn bij de zorg en hoe we uiteindelijk dat gaan organiseren. Dus daar zullen we uitgebreid met u op terugkomen.

Dan weet ik niet of ik nog dingen met de jaarrekening misschien vergeten ben die heel specifiek over de jaarrekening gaan. De voorzitter: Zal ik u even helpen? De heer Van Midden: Ja, graag. De voorzitter: De fractie van D66 heeft een voorstel voor een drietrapsraket tot beheersing van de financiële risico’s neergelegd. Wilt u die behandelen bij de kadernota of wil u er nu op ingaan? De heer Van Midden: Ja, dat is eigenlijk onderdeel van de kadernota, maar ik wil er nu wel wat over zeggen. Ik vind de suggesties, ik heb ze even snel gelezen ook, op zich goed. Maar ik denk niet dat het uitgangspunt moet zijn. Uiteindelijk volgt je financiële beleid zeg maar de plannen die je als raad vaststelt en die je wil gaan doen. Uiteindelijk en dat zien we ook terug in het komend coalitieakkoord, willen we met de raad op een aantal belangrijke thema’s met elkaar in gesprek gaan. Denk bijvoorbeeld aan investering in duurzaamheid, investering in het onderwijs en, nou ja, investering in groen en openbare werken.

Ja, dat kost nou eenmaal geld dus ik denk dat we eerst met u in gesprek moeten gaan: nou, wat zijn nou de dingen die we graag willen voor Laren en onze inwoners? En vervolgens gaan kijken: oké en hoe gaat zich dat nu financieel vertalen en wat zijn ook daar de financiële grenzen die we daarbij willen stellen in termen van solvabiliteit, in termen van het aanleggen van de lening portefeuille ten opzichte van het vermogen, et cetera et cetera. Want in die zin en dat blijf ik benadrukken zijn de financiën slechts een middel om ervoor te zorgen dat we uiteindelijk de dingen voor onze inwoners in het dorp kunnen doen die we graag willen doen als raad.

De voorzitter: Mevrouw Van Dorst, een interruptie. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ja, mag ik daar op reageren? De drie punten aan het eind ging dus ook inderdaad en dat was ook bewust gedaan puur om de financiën terwijl wij natuurlijk zeggen: dit was een puur financiële observatie. Daar kunnen we dit op antwoorden. Dat zouden mooie handvatten zijn. Maar het is natuurlijk meer, een gemeente besturen, dan alleen maar de financiën. Dus dit was bewust gedaan. Wil je je solvabiliteit omhoog? Wil je je schuldenlast … Dan zou je het zo kunnen doen, dan ben je er binnen de kortste tijd vanaf. Dus dat was een eigenlijk een beetje bewust. De heer Van Midden: Nee en wat ik al zeg, mijnheer de voorzitter, dat is ook heel goed en er zijn ook dingen die ik mee wil nemen in zeg maar verder bespreken van de begroting over 2023 en de jaren daarna. Maar wat ik zeg: kijk, het uitgangspunt is in eerste instantie, joh, wat willen we nou uiteindelijk voor de gemeente? Laten we daarvan uit vertrekken en dan kijken: nou, is het uiteindelijk ook financieel haalbaar en wat zijn uiteindelijk de financiële kaders die we daarbij willen stellen? En dan kunnen we dit soort suggesties meenemen.

En als we met z’n allen over eens zijn: goh, we moeten weliswaar investeren in een aantal dingen maar we willen die solvabiliteit, we willen daar de algemene reserve niet gebruiken om die solvabiliteit anders te laag wordt, ja, dan is dat een kader wat we met z’n allen afspreken en waarbinnen we het eindelijk de keuzes moeten maken. De voorzitter: Wethouder, de CDA-fractie heeft een aantal hele concrete voorstellen gedaan tot verbetering van de verslaglegging van de jaarrekening. De heer Van Midden: Ja. Vind ik een heel goed punt en dat is inderdaad, mijnheer ‘…’ is net weggelopen jammer genoeg uit het publiek, maar dat is inderdaad tijdens de financiële specialisten bijeenkomst aan de orde gekomen. Ja, ik ben het er volledig mee eens. Kijk, en om verschillende redenen. A, het is inderdaad lastig om een document van 262 pagina’s te doorgronden en om daar de hoofdlijnen uit te halen. En er zit weliswaar een introductie bij in de zin van de jaarrekening op hoofdlijnen, maar ook dat is best wel lastig te volgen. Dus ik onderschrijf de wens om te komen tot een soort managementsamenvatting ten zeerste. Dus daar gaan we zeker aan werken.

Mijn idee zou zijn om ook uit uw midden, want ik heb hele concrete suggesties gekregen ook in de specialistenvergadering om met een aantal mensen uit uw midden eens te kijken: goh, wat zijn de ideeën over en weer om daartoe komen? Ik heb inmiddels ook wat suggesties gekregen vanuit andere gemeenten om daar eens naar kijken. Dus in die zin gaan we daar actief mee aan de slag. En dat is niet alleen belangrijk voor de jaarrekening. Wat ik met name belangrijk vind is dat uiteindelijk een duidelijke financiële vertaling en ook een leesbare financiële vertaling van alle dingen die we doen uiteindelijk ook u gaat helpen bij het nemen van de juiste beslissingen. Want als je uiteindelijk niet goed de financiële impact kan zien, ja, dan is het heel lastig om goed te besluiten. Dus betekent dat ik eigenlijk, ja, vanuit mijn stand verplicht ben uiteindelijk om u goed inzicht te geven, wat de financiële consequenties zijn van bepaalde keuzes. Dat is natuurlijk ook het spel tussen de wethouder financiën en de raad. Ik ga niet op de stoel van de raad zitten maar ik kan wel tegen te raad zeggen: raad, als u deze keuzes maakt dan zijn dit uiteindelijk de financiële consequenties van die keuzes. Nou en die moet ik zo helder mogelijk aangeven want dat is uiteindelijk mijn rol zodat u zo goed mogelijk die keuzes kan maken.

Dus daar kunt u mij echt op aanspreken want ik vind dat een van mijn belangrijkste ambities ook om dat gewoon de komende tijd te doen. Want het gaat moeilijk worden, het moet uit de lengte of uit de breedte komen en dat kan alleen maar door de juiste keuzes te maken op basis van de juiste en goede inzichten. Nou, het integraal risicomanagement heb ik al behandeld. We zijn vanmiddag toevallig met de gemeentesecretaris zijn we al gestart. We zijn al gestart: wat moeten we nou in kaart brengen? Hoe gaan we nou werken met scenario’s? Welke risico’s zien we? Hoe gaan we de risicoanalyse organiseren, zowel aan de lastenkant als aan de inkomstenkant? Want dat is nou zeg maar het

akelige van deze tijd, dat we niet alleen aan de lastenkant stevige risico’s lopen maar zeker aan de batenkant. Denk aan het ravijn wat er aan komt. Nou, enige troost is dat alle gemeentes dat gaan overkomen, dus als de hemel omlaag valt hebben we met z’n allen een blauwe pet. Alleen wat de accountant terecht aangeeft dat onze startpositie gewoon niet goed is. Dus in die zin zijn wij misschien kwetsbaarder dan anderen gemeenten en juist daarom is het belangrijk om de komende drie jaar die reserves te spekken en die solvabiliteit te verbeteren. Maar er gaat heel wat op ons afkomen. Overigens heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gezegd: joh, met dat ravijn, ja, trek je er nog even niets van aan, ga gewoon begroten alsof het zo doorloopt. Maar zorg wel dat je inderdaad in je financiële basis dat je stevig genoeg bent om schokken op te vangen. Nou, dat is in feite de opdracht die we nu hebben. Volgens mij heb ik dan zo’n beetje alles gehad. Ben ik nog wat vergeten, mijnheer de voorzitter? Naar uw idee? De voorzitter: U heeft het over de onzekerheid binnen het sociaal domein gehad, u heeft het over de solvabiliteit gehad waar ook de VVD-fractie vragen over heeft gesteld, Larens Behoud vragen zijn volgens mij beantwoord. De modernisering van de verslaglegging en de kwaliteit van de financiële organisatie van het CDA is behandeld.

En de drietrapsraket van de fractie van D66, daar bent u op in gegaan. Dus wat mij betreft is dit de eerste … Ik zie … Stichting Hart voor Laren. De heer Van Midden: Ja, dat is een hele goede. Ja, dat is ook een heel goed punt. Nou, de stichting, heeft gelezen wat u heeft gelezen in de jaarrekening. De vraag is: ja, college, wethouder, hoe ga je daarmee om? Dat is inderdaad de vraag: hoe ga ik daar mee om? En ik weet in ieder geval een ding zeker, daarover gaan we binnenkort in gesprek met Hart van Laren omdat zij inmiddels een nieuwe begroting hebben opgesteld voor de komende jaren en we op basis daarvan het gesprek willen aangaan. Kijk, wat je nu ziet, de huidige situatie bij Hart van Laren is dat we eigenlijk aan twee kanten aan het branden zijn. Aan de ene kant hebben we geïnvesteerd in zeg maar het ondernemerschap van Hart van Laren. We hebben een manager aangesteld, nou, volgens mij wordt daar een ton ongeveer geïnvesteerd hebben we besloten, om uiteindelijk ervoor te zorgen dat die opbrengstenkant hoger wordt. Aan de andere kant is het een soort van automatisme geworden om de tekorten van Hart van Laren, ja, te absorberen, om het maar even, zeg maar voor onze rekening te nemen.

En ik denk dat we eens moeten gaan kijken of daar zo langzamerhand niet een soort kantelpunt is ontstaan, dat we toch moeten zeggen: joh, laten we nou gewoon eens even wat meer de focus zetten op het ondernemerschap. En uiteindelijk die verliezen niet zomaar te nemen maar eens te kijken hoe we dan vanuit het ondernemerschap die resultaten beter kunnen laten zijn. Kijk en als we uiteindelijk van daaruit concluderen: nou, we zullen toch uiteindelijk, ja, structureel verlies lijden of structureel moeten subsidiëren, want ik denk dat het dat eigenlijk daarom gaat. Maar ja, dan zou je het bedrag kunnen bediscussiëren en vast kunnen stellen. Maar dat is dan voor latere orde. Ik denk dat we eerst het gesprek met Hart van Laren moeten gaan voeren: hoe ziet u de toekomst financieel? En wat is uiteindelijk ook de rol van de gemeente daarin? De voorzitter: Interruptie van de heer Van den Berg, een verduidelijkende vraag. De heer Van den Berg: Ja, precies, een verduidelijkende vraag. In hoeverre kan de wethouder iets zeggen over dat waar Hart van Laren zeg maar nu de gevolgen van ondervindt financieel, dat dat ook misschien kan komen door allerlei acties die wij gaan droppen op het Brinkhuis Hart van Laren, met betrekking tot bijvoorbeeld het verhuizen daarnaartoe, et cetera.

In hoeverre kan dat als teruggekaatst worden naar ons toe, dat wij zelf deels mede debet zijn aan deze situatie? De heer Van Midden: Ja, dat weet ik niet. Kijk, voor als het gaat zeg maar om de investeringen in de overgang van college naar het Brinkhuis, die komende investeringen komen voor onze rekening. Dat hebben we zelf besloten. Als we vragen: wat zijn nu uiteindelijk de effecten op de exploitatie van het Brinkhuis op het huis van

de gemeente en met name ook het vermogen om zalen te verhuren om het maar even te zeggen, ja, dat weet ik niet. Maar dat ga ik waarschijnlijk zien op het moment dat ik met Hart van Laren in gesprek ga. Zij zullen denk ik vanuit een goed ondernemerschap denk ik rekening houden met die situatie en daar inzicht in geven. Als ze dat niet zelf geven dan is het een vraag die ik wel mee ga nemen in het gesprek, ja. De voorzitter: Dank, mijnheer de wethouder. U kunt plaatsnemen. We hebben een uitgebreide vragenronde gehad met de accountant die een uitgebreide technische toelichting heeft gegeven. U hebt een zeer uitgebreide eerste termijn voor de jaarrekening gehad, waarbij u al eigenlijk vooruit hebt geblikt op de toekomst. En de wethouder is daarop ingegaan. Hij heeft een aantal dingen gezegd. Hij heeft in ieder geval gezegd dat hij de incidentele baten wil gaan inzetten om de algemene reserve aan te sterken zodat onze solvabiliteit verbetert. Hij heeft een toelichting gegeven op de vragen met betrekking tot de Tozo, dat hij de cijfers op dit moment niet kan toetsen maar dat hij het risico voor de gemeente niet als heel hoog acht. Dat hij inderdaad gaat kijken bij het sociaal domein met betrekking tot de betaling van facturen en de leveranciers, hoe toch op de een of andere manier ook al zijn ze aan termijnen gebonden dat hij ze toch kleiner kunnen maken.

Hij heeft aangegeven dat in het licht van de opmerking van de accountant u een voorstel gaat ontvangen tot versterking van onze ambtelijke organisatie om de financiële controle en de beheersing van het financiële proces te verbeteren. De suggesties vanuit de drietrapsraket waarvan de derde laag nog ook weer drie trappen telde, telde ik, gaat de wethouder meenemen. En de wethouder deelt de mening van de fractie van het CDA dat de verslaglegging moet verbeteren, dat in ieder geval ook een goede managementsamenvatting moet komen maar dat hij het belangrijkste vindt dat we samen met de gemeenteraad gaan kijken hoe we ervoor gaan zorgen dat er een leesbare financiële vertaling van het beleid komt zodat de raad ook op basis van de financiële verslaglegging en de financiële begroting de juiste beslissingen kan nemen. Daar wil hij met een delegatie vanuit de raad mee aan de slag gaan. En hij heeft aangegeven namens het college dat hij het ondernemerschap van het Brinkhuis in samenwerking met Hart van Laren wil verbeteren. Geeft dit voor u aanleiding tot het houden van een tweede termijn of bent u toe aan besluitvorming? Ik kijk rond. De heer Koldenhof. De heer Koldenhof: Heel kort, voorzitter, hoor. Ik stel u gerust met deze. Maar dit heeft ook een beetje een commissiekarakter, dit onderwerp, dus dan vind ik dat het wel kan.

Nog even ter geruststelling, voorzitter, wethouder, ik begrijp dat hij natuurlijk vasthoudt aan zeg maar, aan het uitgangspunt hand op de knip. Maar ik ga er wel vanuit dat hij de wensen uit het coalitieakkoord wel gaat inboeken. Dat was me niet helemaal duidelijk maar dat wil ik nog even ter bevestiging in ieder geval dan als verwachting uitspreken. Hij heeft het vervolgens ook, voorzitter, over een aantal scenario’s die hij verder wil uitwerken. Dat lijkt me ook heel verstandig. En ik zou daarbij willen adviseren om de financieel specialisten in de raad vroegtijdig daarbij te betrekken in plaats van op het eind met een rapportage van dit is het scenario te komen. Ook al omdat sommige financieel specialisten hier nieuw zijn en dan ook tegelijkertijd beter meegenomen kunnen worden in de professionaliteit van alle fracties. Het tweede is nog … De voorzitter: Wacht even hoor, mijnheer Koldenhof, volgens mij is er een interruptie van de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ja, maar ik wil hem ook als de heer Koldenhof zegt van ik maak even mijn verhaal af, dat ik het dan doe. Maar … De voorzitter: Oké, maar dan is het uw termijn dan. Dan maken we eerst, mijnheer Koldenhof maakt uw termijn af, alstublieft. Gaat uw gang.

De heer Koldenhof: Nog twee kleine dingetjes. Die Tozo, ja, het lijkt alsof ik helemaal gefocust ben op de Tozo, dat is het nou ook weer niet. Maar u geeft, voorzitter, de wethouder geeft aan dat het geld daar toch wel komt. Want het is blijkbaar gedekt als het niet wordt geïnd. Waarom is dan een voorziening nodig? Want eigenlijk is er dan helemaal geen voorziening nodig want we hebben dan geen risico. Dus die vraag heb ik nog. En als laatste meer ter onderstreping van wat de wethouder aangaf maar wat gebrom was vanuit Liberaal Laren over de vergelijking tussen Eindhoven en Laren. Wij hebben helaas niet zoveel verdienvermogen meer in deze gemeente waardoor we in een andere situatie zitten dan een grote gemeente die echt nog heel veel kan ontwikkelen en daardoor heel veel inkomsten kan genereren om de boel sluitend te maken dan wel te houden. Dat is het verschil. Dank u voorzitter. De voorzitter: We hebben wel veel inwoners met verdienvermogen, mijnheer Koldenhof. Biedt ook nog kansen. Ik kijk door, de fractie van Liberaal Laren. De heer Grunwald: Dank u wel voorzitter. Ja, ik heb even nog een hele korte opmerking. De voorzitter: Excuus, Groen Laren. Excuus, mijnheer Grunwald. Kan gebeuren, laatste vergadering voor de zomer. De heer Grunwald: Ik heb het niet gehoord, dus dat komt goed. Dank u wel.

Ja, ik heb toch een opmerking over iets wat me niet helemaal lekker zit in die zin van hoe kun je feliciteren met een behaald positief resultaat wat alleen maar uit posi… Sorry. Hoe kun je iemand felici… Of hoe kan je … Sorry, ik kom even niet goed uit mijn woorden. Hoe kun je feliciteren met een positief resultaat wat alleen maar uit louter onbegrote meevallers bestaat? Eigenlijk is het toch veel meer op zijn plaats om hier te zeggen: jongens, wat hebben we ongelooflijk veel geluk gehad, wat hebben we ‘…’. Als ons dit niet overkomen, dan hadden we echt in zwaar weer gezeten. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Ik kijk nog even naar de andere kant. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Het was inderdaad een kleine interruptie aan de ene kant op de heer Koldenhof. Toen u net zo’n mooie eindafsluiting maakte naar aanleiding van de eerste termijn zat ik heel snel rond te kijken. Ik denk: als niemand zijn hand opsteekt dan doe ik dat ook niet omdat er eigenlijk in die termijn en dan sluit ik nu aan op de opmerking van de heer Koldenhof die nog even kritisch aan de wethouder vraagt dat hij met de hand op de knip toch wel denkt aan het coalitieprogramma en de uitvoering van allerlei plannen. En die had ik ook gehoord. En ik dacht: als de burgemeester, voorzitter, niemand zijn hand opsteekt ga ik het niet zeggen, maar nu geeft u een voorzet.

Ik heb hem ook gehoord en ik zou eigenlijk aan de heer Koldenhof willen vragen om die vraag lekker in het midden te laten liggen. Want de wethouder, de porte… De heer Koldenhof: Voorzitter, ik laat hem liever bij Van Midden liggen. De heer Van den Berg: Maar dan begrijpt u de strekking van mijn opmerking, de heer Koldenhof. Wat ik nog wil zeggen, ter afsluiting, voorzitter, de wethouder, de portefeuillehouder heeft natuurlijk aangegeven de cijfers zijn door de vorige portefeuillehouder tot stand gebracht. Maar in ieder geval credits en ook dank naar hem hoe hij op een nieuwe frisse manier hier instaat. En ook als ik dan hier op deze plek hoor van even schorsen, dat deze wethouder dan zegt: nou, zonder schorsen ga ik het ook aan. En die uitdaging, die onbevangenheid, die maakt ook mede dat ik dat hier opgemerkt wil hebben. Het CDA gaat ook natuurlijk gewoon akkoord hier met de jaarrekening. Maar dat we ook deze stijl met elkaar vasthouden, want dat vind ik uitermate plezierig.

De voorzitter: Hartstikke goed. Warme woorden voor de wethouder, leuke dingen doen met de hand op de knip, dat is ongeveer het adagium heb ik begrepen. Wilt u nog even reageren op enkele vragen uit de tweede termijn? De heer Van Midden: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Ik wil even reageren op de opmerking van de heer Koldenhof voor wat betreft de hand op de knip. Sorry. Ik wil niet zozeer de hand op de knip houden, ik wil in ieder geval zeggen: joh, de eerste prioriteit is versteviging van de solvabiliteit want anders hebben we met z’n allen echt een groot probleem en kunnen we helemaal niks investeren. En vanuit die solvabiliteitsverbetering gaan we kijken aan de hand van het coalitieakkoord: nou, wat willen we nu uiteindelijk als raad? En hoe kunnen we uiteindelijk ook dat, nou ja, betalen over de lange termijn? En waarbij ik hoop dat je uiteindelijk zodanig solvabiliteitspositie hebt dat je bijvoorbeeld incidentele investeringen kan doen, als die moeten gebeuren. En dat je uiteindelijk voor de lange termijn zodanig financiële positie heeft dat je een redelijke balans hebt structureel tussen inkomsten en uitgaven waarbij ik zeg dat met name de ontwikkeling van het sociaal domein daarin veelbelovend zijn. Maar een zwaluw maakt nog geen zomer, wat mij betreft. Dat is eigenlijk de message die ik graag wil geven, mijnheer de voorzitter.

De voorzitter: Helder, dank wethouder Van Midden. Kunnen we overgaan tot besluitvorming? Dan benoem ik niet alle sub-besluiten als zodanig, maar vraag ik de raad het voorstel, de jaarstukken 2021, vast te stellen met een voordelig saldo van 2.278.000 en het voordelig saldo minus de via de derde begrotingswijziging overgehevelde middelen toe te voegen aan de algemene reserve. De niet meer benodigde reservecompensatie inkomstendeel van precario ondergronds vrij te laten vallen ten gunste van de algemene reserve. En de vijfde begrotingswijziging 2022 vast te stellen. Wie wenst daarover stemming? Dat is niet het geval, dan keurt de gemeenteraad de besluiten goed. Dan is mijn vraag: willen we even schorsen of zegt u, we hebben zoveel werk al gedaan, we kunnen in één keer door naar de kaderbrief, daar verwachten we geen lange behandeling voor. Ik kijk even rond. Mevrouw Van Dorst, even twee minuten schorsen. Twee minuten schorsen, ik blijf zitten, u kan uw gang gaan en daarna gaan we door met de kaderbrief. De vergadering is geschorst. De voorzitter: Willen de leden van de raad hun plek weer innemen? De heer Vriesen blijft nog even aanwezig als toegevoegd lid. Ja, dat is het geval. Mensen op de publieke tribune kunnen gaan zitten. De voorzitter: We gaan beginnen met het volgende agendapunt, dat is de kaderbrief.

En het gevraagde besluit aan de gemeenteraad is mede in het licht van de toezeggingen die de wethouder van de financiën bij de behandeling van de jaarrekening heeft gedaan over de beheersing van de financiën, kennis te nemen van de kaderbrief met een kaderstelling voor de opstelling van de begroting 2023 die met name beleidsarm en op hoofdlijnen is. Want het college zit nog maar recent. En het college opdracht gegeven de financiële gevolgen vanuit deze kamerbrief op te nemen in de begroting 2023 en verder. Ik geef als eerste het woord aan de heer Loeff van de fractie van Larens Behoud. Een vrolijke stap naar het katheder gaat. De heer Loeff: Zeker, dank u voorzitter. Ja, de splitsing van jaarrekening met de complimenten aan allen dat we dit op zo’n positieve manier hebben gedaan, naar de kaderbrief. De kaderbrief is een richtlijn voor het opstellen van de begroting. En die kaderbrief is uitermate sober. Er is geen rekening gehouden met nieuw beleid. Het wensenlijstje onder hoofdstuk zes van deze kaderbrief is wat er reëel is en wat er noodzakelijk is en daar kunnen wij dan ook van harte mee instemmen.

Het interessante buiten de kaderbrief is dat er eigenlijk hele kleine bedragen soms instaan en hele kleine wensen en dat je denkt: ja, moeten wij daar als raad dan in deze kaderbrief als het een brief is, moeten we daar dan nog iets van vinden? Waar we zijn heel blij dat u die informatie aan ons meedeelt. Dus van harte mee eens. Uit de stukken die we hebben bestudeerd uit de

brief blijkt dat we als gemeente gedwongen worden om heel goed te kijken naar de WOZ-belasting. En in meerdere opzichten lijkt dat onvermijdelijk te zijn. Ten eerste kunnen we om het dan in eenvoudig Nederlands te zeggen niet structureel hetzelfde blijven doen zonder structureel zelf meer inkomsten te genereren. Tegelijkertijd zien we dat er een en ander moet gebeuren aan investeringen in het dorp en onder meer de kwaliteit van de dienstverlening. Dus aan de ene kant zeg maar beter groenvoorziening, aan de andere kant op tijd aanleveren van de jaarstukken. Er moet dus het een en ander gebeuren en ja, het leven wordt duurder en niet goedkoper, om het dan maar eenvoudig te zeggen. Dus dat betekent dat we iets zullen moeten doen aan onze inkomstenkant. En als dat niet uit andere dingen komt, dan zal dat misschien toch in die WOZ-belasting liggen. En ik ben heel benieuwd naar de visie van de wethouder, hoe hij daar tegenaan kijkt in relatie tot de begroting en de doorkijk daar vervolgens op. U koerst in de kaderbrief eigenlijk ook wel op bezuinigingen. U geeft aan dat we een sober beleid moeten voeren maar u zegt ook: het kan zijn dat er bezuinigingen moeten komen. En als dat aan de orde is ben ik ook wel benieuwd welke bezuinigingen u dan voorstelt of waar u aan denkt.

Is dat op instellingen? Is dat op efficiency? Waar is de winst nog te behalen? En staat dat dan niet lijnrecht tegenover die benodigde extra investeringen die we toch met elkaar nodig hebben om de boel op orde te krijgen, beter te maken en voor de burger prettig te houden. Daarnaast hebben we dus in dat coalitieakkoord en de heer Koldenhof zei het eigenlijk ook al een aantal verkenningen staan en die monden mogelijkheid uit in een wensenlijstje en aan dat wensenlijstje hangt zijn prijskaartje. En we zien nog steeds een onzekerheid in het sociaal domein. Kortom: veel onzekerheden in de kaderbrief omtrent de begroting, de richting lijkt ons duidelijk. Maar ik ben benieuwd naar de reactie en de woorden van de wethouder hoe hij ons gaat meenemen de komende tijd naar die begroting toe. En ja, ik weet het en dat is misschien goed om dat hier ook vast te zeggen: een begroting kan altijd worden bijgesteld. In die zin sluit ik toch wel een beetje aan met wat hiervoor is gezegd: een begrijpelijk stukje tekst, een A4’tje waarin we zeg maar de huidige situatie schetsen met straks de plannen die we misschien willen doen en wat daar tegenover staat, zou wel heel wenselijk zijn om op die manier inzicht te krijgen voor iedereen om te zien welke keuzes er straks nodig zijn. Wat dat betreft zullen er veel dingen moeten gebeuren. Er zijn veel plannen in dat coalitieakkoord.

Er zijn ook veel noden aan de orde geweest, rond verkeer, rond scholen, rond groen, dingen die de inwoners allemaal belangrijk vinden. En ik wil het heel erg deze kaderbrief nu eens bij de inwoners leggen, want die kaderbrief is een heel verhaal met allemaal schema’s en dingen, heel ingewikkeld. We krijgen straks nog een interessante motie van Groen Laren en het CDA. Maar als we kijken naar wat de inwoners belangrijk vinden, dan ben ik heel benieuwd hoe de kaderbrief straks gaat matchen met de begroting, gaat matchen met de ambities van het college en van ons als coalitiepartijen en ik denk ook van oppositiepartijen, om hun wensenlijstje te realiseren van wat goed is voor het dorp. Kortom: van wat kille cijfers naar de warme daden die we ook nog kunnen betalen in een onzekere tijd. Het is moeilijk maar wij staan in principe achter deze kaderbrief waarbij we hopen dat er creativiteit wordt gevonden om de juiste investeringen te doen die we met elkaar ook nog graag zouden willen doen voor de toekomst van dit dorp. Dank u. De voorzitter: Dank, de heer Loeff. Het woord is aan de fractie van Groen Laren. De heer Grunwald: Dank u wel voorzitter. Ik ben het niet vaak eens met mijn collega’s van Larens Behoud maar in dit geval volledig. Dus de wonderen zijn de wereld niet uit. Zelf stond ik na het lezen van de kaderbrief een beetje in een vacuüm.

Ik dacht: ja, het enige wat daar zeg maar leidend in is, is natuurlijk het streefgetal van het resultaat volgend jaar. En alles andere ligt eigenlijk nagenoeg open, want oké, je hebt zo je onderdelen in een begroting en, nou ja, dat volgt natuurlijk allemaal bepaalde lijnen. Daar zijn bepaalde verwachtingen in. Maar er staat natuurlijk 0,0 nieuws in die kadernota, dus ook bij mij is dan de vraag: ja, hoe gaat het nieuwe college dat dan volgend jaar doen? Want daar zijn natuurlijk toch wel wat beloftes gedaan, er zijn noden die geledigd moeten worden. En ja, hoe verhoudt zich dat tot een sobere begroting? Dat kan dus alleen op twee

manieren, dus enerzijds de inkomsten vergroten. Dat, nou, daar zijn verschillende manieren, dus de OZB is ter sprake geweest. Maar dat kan onder andere ook door wat strenger te zijn in de huishouding. Minder dingen weg te geven. Denk dan bijvoorbeeld aan, ja, zeg maar als je inkoopt een zo laag mogelijke prijs te bedingen. En als je dingen verkoopt zoveel mogelijk daarvoor binnen te halen. Dat zie ik niet altijd gebeuren. En misschien is dat ook niet zo makkelijk, maar het zou wel leidraad moeten zijn. Ja, dus er valt niet zoveel van te zeggen vervolgens, dus, maar ja, de verwachtingen zijn van ons dan hoog gespannen voor wat betreft het coalitieprogramma en de begroting voor volgend jaar. En dan spreken we ons wel weer en dan krijgen we boter bij de vis. En dan wordt het helder, hoe de vork in de steel zit. En ik hoop dat het college daar keuzes in maakt. Die moeten ook gemaakt worden maar wel de goede keuzes. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank mijnheer Grunwald. Ik kijk naar de fractie van de … Oh, pas op. Ik denk dat de stekkerdoos niet moet leiden tot een WMO-voorziening, dus misschien kan die even aan de kant. De heer Koldenhof. Pas op de stekkerdoos, mijnheer Koldenhof. De heer Koldenhof: Dank u wel voorzitter.

Kort, omdat ik me op zich kan voorstellen dat zo’n kaderbrief ook nu helemaal niet uitnodigt tot allerlei, zeg maar, even standpunten alvast in te nemen of voorsorteren op oplossingen. Zoals ik toch bespeur bij de fractievoorzitter van Larens Behoud die al een doekje oplicht om te kijken of de lasten voor de burger niet verhoogd kunnen worden. Want hij geeft daarbij aan dat de WOZbelasting misschien maar eens omhoog moet. Daarvoor kan ik in ieder geval aangeven dat de VVD daar op dit moment zeker geen voorstander van is. En dat zal u ook niet verbazen misschien, maar ik vind dat ook in het licht van de coalitie-onderhandelingen die we hebben gevoerd helemaal niet gekozen is voor de keus, dan hadden we dat ook eerlijk moeten opschrijven. Dat hebben we niet gedaan en daarmee wil ik graag ook dan ook straks al als voorbode op de begroting die er nog aankomt wat de wethouder daar dan ook mee gaat doen, met die kadernota, maar dat dit onderwerp wat ons betreft niet hoeft te worden besproken. Dank u wel. De voorzitter: Het is toch geruststellend in een wereld vol onzekerheden dat deze traditie zo in ere blijft. Ik kijk naar fractie van Liberaal Laren, de heer De Jong.

De heer De Jong: Ja, ik ben even verrast, want hoe kunnen wij iets doen met een kaderbrief als iets essentieels als de OZB, als daar de coalitiepartners het al niet over eens zijn? Dus ja, dat maakt het me wel uitermate lastig en dan heb ik nog een aantal punten. Want ik heb hier een … De voorzitter: U mag naar het katheder, hè? Of zegt u: nou, ik ben zo puntig en kort, ik hou het kort. De heer De Jong: Ik heb niet zo veel. De voorzitter: Dan hou ik u daaraan, hè? De heer De Jong: Ja. Het laatste stuk in die kaderbrief gaat uit van een basisbedrag van 211.000 euro positief. En dan krijg ik op een gegeven moment een nieuw stuk geleverd over de meicirculaire, met dank dat die er is en dat die meegenomen is, maar die begint met een bedrag van 72.000 min. Dus daar zit drie ton tussen, nou, ik heb het zitten uit… vanmiddag zitten kijken, maar ik kan het absoluut niet verklaren. Dus wat kan ik met een kaderbrief als er wat nieuws komt en het sluit niet op elkaar aan? Als ik het al niet begrijp. Dan ja, zijn er gewoon een behoorlijk aantal dingen niet meegenomen. OZB, wat … De voorzitter: Behoorlijk aantal rechtvaardigt een gang naar het katheder, hè?

De heer De Jong: Ja maar … Nieuwe verdeling gemeentefonds is nog niet meegenomen, politieke wensen niet, herverdeling gemeentefonds, ja, het is lastig. Ik denk dat er nog heel veel moet gebeuren en dat er na alles nog eens heel kritisch gekeken moet worden, want dat dit nog lang niet volledig is. En dat waren mijn woorden. De voorzitter: Dank, mijnheer De Jong. Ik kijk naar de heer Van den Berg van de fractie van het CDA. De heer Van den Berg: Voorzitter, dank u wel. Ik vraag me nu alleen af of de fractie van Liberaal Laren alles heeft kunnen zeggen. Als ze hier waren gaan staan hadden ze wat meer tijd gekregen. En soms krijg je ook een cadeautje. De leuke interactie tussen Larens Behoud, voorzitter, de fractievoorzitter en de fractievoorzitter van de VVD, dat is genieten. Want straks wilde ik het er al niet over hebben en ik had het over de OZB en toen de heer Koldenhof het over het ravijn had waar we naartoe gingen, toen, en ook nog tegelijkertijd had over dat toch het coalitieprogramma maar eens uitgevoerd worden, had ik heel groot OZB opgeschreven. En ik beet in de vorige ronde op het puntje van mijn tong, nee, mijnheer Van den Berg, Erwin, we gaan het niet doen. Maar nu komt hij terug. En aan de andere kant wil ik dezelfde positieve toon houden die ik zo straks in de eerste termijn van dat onderwerp van de jaarrekening heb geuit.

Het is mooi en fris en fruitig en daar moet het dorp ook blij om zijn en ook de luisteraar thuis, dat binnen een coalitie twee fractievoorzitters allebei dit gewoon uitspreken. Want daar gaat het gewoon over. Dat geeft dan ook veel meer het gevoel dat je als coalitiepartijen en oppositiepartijen niet zozeer ertussenin kan kruipen om het uit elkaar te spelen maar dat er een goed debat over mogelijk is. Voorzitter, onze financieel specialist als wel ondergetekende hebben de kaderbrief bekeken en eigenlijk kun je daar natuurlijk van zeggen dat er weinig echt heel erg nieuw beleid wordt gemaakt. Althans, op het gebied van de aanvullende inkomsten van onze gemeente, om die te kunnen realiseren. Dat is heel ingewikkeld, daar hebben we ook in het voortraject ook al met toen nog de coalitievormende partijen ook over gesproken. Maar we hebben gezegd en ik denk dat dat ook in deze kaderbrief nu nog een keer gezegd en herhaald mag worden, dat wij als CDA zoveel als mogelijk een koppeling zouden eigenlijk willen zien met de gemeentelijke inkomsten aan de economische waarde die in Laren wordt gerealiseerd. Die is niet makkelijk maar tegelijkertijd maak ik deze opmerking omdat ik weet dat de wethouder daar wel gecharmeerd van is. Zie dit dan ook als handreiking, niet als een kritiek, maar als een punt om weer ook samen daarover een dialoog aan te gaan.

En dan kun je zeggen: nou ja, dat dat punt gemist is, dan gaan we eigenlijk op de oude weg voort en wat doet dan deze kaderbrief verder nog aan? Maar die opmerking, die ga ik niet maken. Ik wil naar de toekomst kijken, mijnheer de wethouder. Ga wel twee hele concrete voorbeelden noemen. Als we het hebben over kosten besparen dan hebben we ook meegemaakt dat de nieuwe coalitie 50.000 euro op de groenvoorziening heeft teruggedraaid. Nou wil het geval dat ik midden in het centrum woon en ik heb bijna een privé tuinman. Iedere twee weken wordt het brinkje voor mijn huis met de grasmaaier tot op de millimeter nauwkeurig gemaaid, leeggezogen, et cetera. Dan wil ik het nog niet hebben over de ecologische waarde daarvan, maar ik wil meegeven het volgende en eigenlijk heeft onze accountant daar straks ook al iets over gezegd. Als wij aanbestedingen doen, dan moeten we misschien ook heel goed nadenken over wat we aanbesteden. En wij hebben gezegd dat we de kwaliteit van het centrum in Laren kwaliteit één willen hebben, vooral in het centrum. Maar dat krijgt bijna dus een perverse uitwikkeling of uitwerking in onder andere dat maaien van dat brinkje. En het is een voorbeeld en voor degene die dat niet kunnen zien maar wel met een lach op hun gezicht maar eigenlijk ook wel van dat wij goed na moeten denken over wat we soms willen met elkaar maar wat voor uitwerking dat krijgt.

En dat zie je ook bijvoorbeeld terug bij de aanleg van een glasvezelkabel van DELTA Fiber. We zetten er een toezichthouder op, maar iedere straat die losgaat en vervolgens weer dichtgaat kenmerkt zich dat daar in die grond die losgewoeld is extra vuil, groenopslag van rommel opkomt. En dus kun je ook realiseren dat als we dat doen, dat we veel beter ook nog een keer kijken naar het vervolg daarvan. Hoe gaan we dat dan vervolgens weer herstellen? Het zijn hele

praktische zaken, maar vooral groen en de kwaliteit van wat wij zien is denk ik wel een punt om in die kaderbrief en in die toekomst de komende jaren naar te kijken. Dan nog even over de WOZ-belasting. Niet an sich of die omhoog of omlaag moet. Wat wel meespeelt en wat ook nog wel denk ik aan de wethouder financiën een interessante uitdaging kan zijn: er staat heel veel omgevingsvergunningen aangekondigd, maar eigenlijk staat er in het Larens Journaal nooit een sloopmelding. Vrijwel nooit. Of nooit. Ik weet niet eens of wij hem wel krijgen, ja, ik weet het wel, we krijgen hem niet. Maar er wordt best wel veel gesloopt in Laren en dat is zo dat je binnen tien kuub slopen hoef je geen melding te doen, dan mag je dat doen. Maar ik kan u vertellen dat je overal waar je rijdt er meerdere malen meerdere zes kuub containers voor de deur staan en ik heb nooit gesloopt maar ook geen omgevingsvergunning gezien.

En wat een uitwerking dat heeft, dat is dan het punt wat ik aan de wethouder wil meegeven, dan lijkt het erop dat er ook geen vergunning is aangevraagd om een huis te vermoderniseren of te vergroten of te verbeteren of … Dat kan en daar zit natuurlijk wel een stukje WOZ-opbrengst in en daar gaat het eigenlijk over, dat we als we het hebben over inkomsten genereren we ook gewoon kritisch onze stukken op orde moeten hebben en dan vooral ook op dat gebied van de wel of niet verleende omgevingsvergunningen annex de sloopmeldingen, dat we dat, dat we ons basisbestand goed op orde houden. Dat is eigenlijk een opmerking niet om voor discussie van of dat wel of niet zo is maar meer als een aandachtspunt waar als je je zaken goed op orde hebt misschien wat onverwachts gewoon ook extra opbrengsten uitkomen. Binnen die twee voorbeelden, voorzitter, wil ik het ook hierbij laten en de kaderbrief met eenzelfde positieve antwoord tegemoet komen als zojuist benaderen. En dan hoeven we wat mij betreft daar ook geen tweede ronde voor te hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dan mevrouw Van Dorst van de fractie van D66. Mevrouw Van Dorst-Brakel: Ik wou nog even een punt nog steeds aangeven en dat is de kaderbrief sorteert erg op bezuinigen in het sociaal domein. Nou, dat is mooi dat er zo goed gescoord is, daar kunnen we blij mee zijn.

Maar ik blijf het toch wel belangrijk vinden en ingewikkeld eigenlijk dat bij het sociaal domein er is opgezet om mensen, de zwakkeren in de maatschappij, te ondersteunen. En ik wil er echt een pleidooi voor doen dat we dat echt niet uit het oog moeten verliezen. Dus bezuinigingen, trots op kunnen zijn. Ik begrijp de inkomenstoets op de huishoudelijke hulp heel goed. En zo zijn er nog wat andere dingen. Maar laten we daar echt voorzichtig mee zijn. En ik zou ook eens willen evalueren hoe het zelf bij onze inwoners wordt geaccepteerd of beoordeeld. Daar heb ik nog zo weinig over gehoord. Dat was even mijn korte pleidooi. De voorzitter: Wij hebben alle fracties in de eerste termijn gehoord. Ik heb geen vragen gehoord waar een schorsing voor nodig is. En anders mimet wethouder Westerkamp wel vanuit vak K naar de wethouder die achter het spreekgestoelte staat. En mijnheer Van Midden, ik heb ook meegeschreven, dus we gaan er gewoon voor, toch? Mooi. De heer Van Midden: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. Verschillende vragen gesteld over de kaderbrief. Laat ik er eerst in zijn algemeenheid beginnen over de kaderbrief aan zichzelf. Ja, in feite stelt de kaderbrief zoals die nu voorligt niks voor in termen van beleid. En als er dingen in staan, is het eigenlijk uitsluitend klein bier, zoals ik het zelf zeg.

Het is uitdrijven van beslissingen die uiteindelijk al door de vorige coalitie genomen zijn en die uiteindelijk dit jaar of komend jaar weer terugkomen in de begroting. Dus dat is één. Het echte vuurwerk gaat pas komen op het moment dat wij als coalitie op basis van het coalitieakkoord zoals we dat gemaakt hebben in de november naar de raad zullen komen met ons idee over wat we willen doen en uiteindelijk hoe we dat ook begrotingstechnisch gaan invullen. Ik zou zeggen: hold your horses en wacht tot we in november komen met ons verhaal. Even inhoudelijk punt van de heer De Jong, die zegt: ja, begrijp er niks van en ik zie geen aansluiting. Dat kan ik mij voorstellen, want ik had zelf ook moeite om de aansluiting te

vinden. Als u aansluiting wil kan ik eigenlijk heel simpel verwijzen naar de laatste raadsinformatiebrief over de meicirculaire die verschenen is. Daar beginnen we met een simpel tabelletje en als u regels leest, dan ziet u als beginstand de oorspronkelijke begroting zoals die was, zoals die ook op pagina drie van de kadernota staat, gevolgd door de investeringen die we doen zoals die in de kaderbrief staat. Die 109.000 euro. Gevolgd, even zo uit mijn hoofd, door de autonome stijging van de BEL-kosten, CAO en indexatie en de regio. En als laatste de effecten van de meicirculaire zoals we ze nu zien. Dat is eigenlijk het complete plaatje zoals het er nu ligt. Mocht u behoefte hebben aan verdere toelichting dan ben ik altijd bereid om daar verder toelichting op te geven. Eens even kijken, ja, wat de OZB betreft, ja, de VVD heeft al geconstateerd en ik denk dat het geheugen van Larens Behoud wat opgefrist moest worden, want wij hebben volgens mij in het coalitieakkoord letterlijk staan dat we de OZB niet zullen verhogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11711942/2