D 2 Inwoner - brief met betrekking tot de Tweede Ruiterweg
Tekst van het document
Aan de heer Niels Rood, Betreft: De Tweede Ruiterweg te Laren
Laren, 10 februari 2026
Beste mijnheer Rood, In de raadsvergadering van 28 januari j.l. hebt u enkele vragen van de heer Koldenhof beantwoord over de problemen met betrekking tot de Tweede Ruiterweg. Op zijn vraag of u de wens van de gemeenteraad gaat uitvoeren, als de gemeente Blaricum haar besluit niet zou wijzigen, antwoordde u dat u niet van plan bent een besluit te nemen dat juridisch niet haalbaar zou zijn, zoals een besluit dat mensen op hun perceel zou opsluiten zonder mogelijkheid van uitrijden. Wij zijn als bewoners van de Scheperbuurt verbijsterd over uw antwoord! Het is de gemeente Blaricum, die het iniatief heeft genomen deze kavels op haar grondgebied te laten bebouwen. En het is de plicht van de gemeente Blaricum er voor te zorgen dat de kavels een uitrij mogelijkheid hebben. Als de gemeente Laren het onwenselijk vindt dat daarvoor de Tweede Ruiterweg gebruikt wordt, dient de gemeente Blaricum daar rekening mee te houden en een uitrij mogelijkheid te creëeren op haar eigen gemeentegrond. En die mogelijkheid is er, via de Schapendrift richting Blaricum naar de Anton Mauvelaan. Daar komt bij dat alle omwonenden (op een na) én, niet de minste, het bestuur van GNR, eigenaar van de grond van de Schapendrift, allemaal willen dat er langs die kant wordt uitgereden! Over deze kwestie zijn bovendien al afspraken gemaakt tussen de toenmalige wethouders van beide gemeenten in 2021.
Er is toen afgesproken dat alleen Schapendrift 96 over de Tweede Ruiterweg zou uitrijden. En dat daar in de toekomst geen andere percelen aan zouden worden toegevoegd. Het beginsel van rechtszekerheid beschermt burgers tegen een overheid die terugkomt op eerder gedane beloften, zeker als daar geen ander gerechtvaardigd belang mee wordt gediend! Om die reden alleen al zou de gemeente Blaricum haar verkeersbesluit van 22 september j.l. moeten intrekken. Het is uiteraard jammer dat er in de archieven van de gemeente geen stukken over deze afspraken te vinden zouden zijn. Dat kan twee dingen betekenen: of het is een slecht georganiseerd archief of men wil de bewuste stukken niet vinden. Beide mogelijkheden zijn de gemeente Blaricum aan te rekenen. Maar het is geen probleem om de toen gemaakte afspraken weer helder op papier te krijgen. Er waren drie personen aanwezig, toen deze werden gemaakt: de toenmalige wethouder van Laren, de heer Ton Stam, mevrouw Maria Klingenberg, de toenmalige wethouder van de gemeente Blaricum en mevrouw Harmke Willemsen, die als burger bij deze gesprekken aanwezig was. Ik ben ervan overtuigd, dat zij alle drie bereid zijn duidelijk uit de doeken te doen wat er toen precies is afgesproken.
Iedere keer als u of uw partij Larens Behoud gevraagd wordt een duidelijke boodschap aan de gemeente Blaricum over te brengen, een boodschap die formeel is vastgelegd en gecontroleerd zou moeten kunnen worden, verbergt u zich achter de opvatting dat u het advies van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Blaricum moet afwachten. Waar staat in de wet dat u dat moet doen? Het is wel gebruik om beleefde terughoudendheid te betrachten in dit soort situaties. Maar met een gemeente tegenover je die de gerechtvaardigde belangen van de inwoners van Laren met de voeten treedt en die zich van het beginsel van rechszekerheid voor deze burgers niets aantrekt, is het betrachten van beleefde terughoudendheid niet meer aan de orde. Wij vragen u daarom met klem, maar niet alleen u, maar ook het gehele college van B§W, om zonder verder onnodig uitstel het verzoek van de raad zoals neergelegd in haar motie van 17 december j.l. uit te voeren en de gemeente Blaricum formeel te laten weten, dat Laren het uitrijden over de Tweede Ruiterweg niet zal accepteren en gepaste maatregelen zal nemen, mocht Blaricum het omstreden besluit handhaven. Namens de bewoners van de Scheperbuurt in Laren, Mr Barbara M. Rubens - van Waes