D.01.1 BIJLAGE - Kadernota programmabegroting 2025
Tekst van het document
Hoo
1 fd s t
Kadernota
2025
Hoo
3 fd s t
uk
Versie: November 2023 Brandweer, GHOR, bevolkingszorg, Veiligheidsbureau
uk
t air e i r o i r ’s De p s t h ema id bel e
I
din n l ei
H oo
g
4 fd s t
uk
kadernota
Hoo fd s t
2
uk
n an e l p s id bele erings t e H itvo het u ramma prog
ele n u t c A linge i k ke w t n o
programmabegroting
Hoo
5 fd s t
uk
e el i c n Fina ctief pe per s
bestuursrapportage
jaarstukken
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
2
1. Inleiding In de Kadernota 2025 staan de financiële kaders en uitgangspunten die de opmaat zijn naar de Programmabegroting 2025 voor veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek (VRGV) en Flevoland (VRF). In de kadernota wordt duiding gegeven aan beleidsthema’s uit het gezamenlijk beleidsplan en het bijhorende uitvoeringsprogramma. Daarnaast wordt ingegaan op actuele ontwikkelingen die, naar verwachting, in 2025 effect zullen hebben op de organisatie. De samenwerkende veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland hebben de afgelopen jaren flinke stappen gezet binnen het harmoniseren van hun belangrijkste producten. De belangrijkste effecten van de harmonisatie zijn de versterking van de kwaliteit en de continuïteit van de producten en taakuitvoering. Ook in deze kadernota is de harmonisatie zichtbaar. De hoofdlijn van de kadernota is voor beide veiligheidsregio’s gelijk. Daar waar specifiek regionale aandachtspunten zijn onderkend, worden die per veiligheidsregio toegelicht.
Hoofdstuk 4
Op het moment van schrijven van deze kadernota is het nieuwe Beleidsplan 2025-2028 nog in volle ontwikkeling. De kernboodschap van het beleidsplan is al wel helder: ‘samen voor veiligheid’. De belangrijkste opgaven van het beleidsplan zijn eveneens al zichtbaar en zijn daarom gelijk aan de vier beleidsthema’s die in hoofdstuk 3 worden behandeld. Deze opgaven laten zich als volgt omschrijven: • Toekomstbestendige crisisbeheersing • Toekomstbestendige brandweerzorg • Wendbare organisatie • Veilige leefomgeving
Hoofdstuk 5
Om een goede verbinding te kunnen leggen tussen het lopende beleidsplan en het nieuwe beleidsplan 2025– 2028 zijn de beleidsonderwerpen in deze kadernota ondergebracht onder bovengenoemde opgaven (zie 3.1 tot en met 3.4) en is tevens onderaan elk onderwerp aangegeven hoe deze aansluit op de opgaven uit het huidige beleidsplan.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
3
Binnen de opgave toekomstbestendige crisisbeheersing wordt vooral aandacht besteed aan het meerjarige proces van de versterking van de crisisbeheersing. Naar aanleiding van de (langdurige) crises zoals COVID-19 en de vluchtelingencrisis is vanuit het Rijk de noodzaak voor de versterking van crisisbeheersing ook onderkend en zijn er extra middelen beschikbaar gesteld voor het versterken van crisisbeheersing binnen de veiligheidsregio’s. Deze middelen worden ingezet om regionale versterkingsmaatregelen op het gebied van crisisbeheersing en informatievoorziening te realiseren. De versterkingsmaatregelen sluiten daarmee aan op de landelijk gestelde doelen. Om te komen tot een meer toekomstbestendige brandweerzorg zullen een paar belangrijke, al langer lopende, ontwikkelingen ook in 2025 onze inzet vragen. Zo leidt klimaatverandering, met bijbehorende langere periodes van droogte, tot een toenemend risico op onbeheersbare natuurbranden. Bij de specifieke voorbereidingen op natuurbrandbeheersing wordt ingezet op een brede ketenaanpak.
Hoofdstuk 4
Een ontwikkeling van een heel andere aard is het Verplichtend karakter. Het effect hiervan op de brandweer is bestuurlijk al enige jaren een intensief besproken onderwerp op landelijke overlegtafels. De kern van het Verplichtend karakter is dat kazernerings- en consignatiediensten niet meer zomaar door brandweervrijwilligers mogen worden uitgevoerd. De maatregelen die daardoor genomen moeten worden zijn kostbaar en vragen om rijksfinanciering. De besluitvorming hierover is al diverse keren uitgesteld en het is momenteel onduidelijk wanneer deze wel tot stand zal komen. Het is intussen wel duidelijk dat er tussentijdse maatregelen genomen dienen te worden om de kwaliteit van onze dienstverlening, zoals op bestuurlijk niveau vastgesteld, te kunnen handhaven. Het proces rond de energietransitie kent een brede dynamiek. Nieuwe (duurzame) ontwikkelingen stellen de brandweer binnen zowel haar adviestaken als haar operationele taken in toenemende mate voor nieuwe uitdagingen. Vergrote inzet op monitoring en kennisvergaring zal daarom bijdragen aan tijdige en deskundige uitvoering van brandweerzorg in brede zin.
Hoofdstuk 5
Een veilige leefomgeving is een belangrijke voorwaarde om als samenleving aan een goede toekomst te kunnen bouwen. Omgevingsplannen, ruimtelijk ontwerp en veilig bouwen dragen in belangrijke mate bij aan die veilige leefomgeving. De Omgevingswet die in 2025 inwerkingtreedt moet hierin gaan voorzien. De veiligheidsregio zorgt dat zij hier goed op is voorbereid en aangesloten.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
4
Om een veilige leefomgeving ook in de toekomst te kunnen waarborgen wordt ingezet op duurzaamheid. Naast de aandacht die wij als veiligheidsregio hebben voor duurzaamheidsontwikkelingen binnen de maatschappij (zoals emissievrije zones) en de effecten die dit heeft op onze organisatie, zetten wij zelf ook in op een duurzamere bedrijfsvoering. Hiervoor hanteren wij de CO²-prestatieladder. Wij trekken hierin zo veel mogelijk op met gemeenten. Alle genoemde opgaven en beleidsdoelen vragen feitelijk om een wendbare organisatie. De maatschappij verandert continu en vraagstukken zijn in toenemende mate divers. Dit verlangt een mate van flexibiliteit van onze medewerkers. Het kan zo zijn dat, indien een (crisis)situatie hierom vraagt, medewerkers van onze veiligheidsregio gezamenlijk bijdragen aan de uitvoering van diverse taken die mogelijk ook buiten het eigen taakveld liggen. Niet alleen onze flexibiliteit, maar ook ons anticiperingsvermogen is een belangrijke kwaliteit. Wij zijn altijd alert op (maatschappelijke) ontwikkelingen. Momenteel vragen met name digitale ontwikkelingen, waaronder artificial intelligence, om tijdige signalering en de versterking van de digitale vaardigheden van medewerkers. Een belangrijke mijlpaal die in 2025 wordt bereikt, is het operationeel worden van de nieuwe Meldkamer Midden-Nederland.
Na een lange voorbereidingsperiode zal zowel de meldkamerdienstverlening voor de brandweer als de multidisciplinaire aansturing vanuit de calamiteitencoördinator voor drie veiligheidsregio’s -Flevoland, Gooi en Vechtstreek en Utrecht- worden uitgevoerd vanuit een gloednieuwe meldkamer die gesitueerd is op het nieuwe politiegebouw in Hilversum.
Hoofdstuk 4
De financiële implicaties van de in deze kadernota genoemde ontwikkelingen zijn niet in alle gevallen opgenomen, vaak omdat ze niet beschikbaar of niet eenduidig te bepalen zijn. Indien financiële gevolgen duidelijk worden ná het vaststellen van de kadernota en vóór het vaststellen van de ontwerpprogrammabegroting, worden deze in de ontwerp-programmabegroting verwerkt. Mede door de groei die we als samenwerkende veiligheidsregio’s hebben doorgemaakt, treden we de nieuwe en bestaande uitdagingen in 2025 vol vertrouwen tegemoet.
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma Het beleidsplan beschrijft welke opgaven Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (VRGV) en Flevoland (VRF) zich de komende jaren stellen en welke strategische doelen de organisaties willen bereiken. Het geeft daarmee richting aan de ontwikkeling van de beide veiligheidsregio’s en draagt bij aan een transparante sturing door bestuur en management. Beleidsplan
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
5
Het beleidsplan geeft niet alleen richting aan onze werkzaamheden, maar is ook een belangrijk middel voor maatschappelijke verantwoording naar onze stakeholders. Vanwege de intensieve samenwerking tussen VRGV en VRF is gekozen voor één gezamenlijk beleidsplan voor de twee veiligheidsregio’s.
Proces gezamenlijk beleidsplan
Hoofdstuk 4
Ten tijde van het opstellen van deze kadernota is het gezamenlijke beleidsplan 2025-2028 nog in wording. Evaluatie van het vorige beleidsplan heeft duidelijk gemaakt dat de centrale opgaven nog steeds actueel zijn. In het nieuwe beleidsplan zullen deze daarom terugkomen, al dan niet hetzelfde verwoord. Daarnaast worden mogelijk nieuwe opgaven toegevoegd. Bestuurlijke vaststelling van het nieuwe beleidsplan is beoogd in het tweede kwartaal van 2024. Om die reden is voor deze kadernota het huidige beleidsplan als uitgangspunt gebruikt. Indien mogelijk zal voor de (ontwerp-)programmabegroting 2025 het nieuwe beleidsplan de basis vormen. Vier belangrijke opgaven uit het Beleidsplan 2025-2028 zal al wel helder. Deze zijn daarom in hoofdstuk 3 van deze kadernota als beleidsthema’s uitgewerkt (zie 3.1 t/m 3.4).
Inhoud gezamenlijk beleidsplan Hoofdstuk 5
De kernboodschap van het huidige gezamenlijk beleidsplan is: ‘Als veiligheidsregio’s investeren wij in veiligheid en dragen wij bij aan een redzame samenleving. Want veiligheid maken we met elkaar en als veiligheidsregio’s staan we hiervoor. Samen voor veiligheid.’
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
6
Vanuit bovenstaande kernboodschap werken de twee veiligheidsregio’s aan de volgende vier opgaven: 1. Wij voorkomen onveiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving; 2. Wij zijn de zichtbare en deskundige netwerkpartner voor veiligheid; 3. Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar; 4. Wij staan er als het onverhoopt toch nodig is.
Uitvoeringsprogramma beleidsplan Het huidige beleidsplan bevat ook een uitvoeringsprogramma voor de beide veiligheidsregio’s. Dit programma beschrijft de projecten die voortvloeien uit het beleidsplan en verbindt daarmee het beleidsplan direct aan de kadernota, programmabegroting en jaarstukken. In het kader van de samenwerking worden zoveel mogelijk zaken samen opgepakt. Waar nodig en gewenst worden ook regiospecifieke onderwerpen meegenomen. In het proces om te komen tot een nieuw beleidsplan wordt specifieke aandacht besteed aan de koppeling met de kadernota, programmabegroting en jaarstukken.
Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s 3.1 Versterking crisisbeheersing en veiligheidsregio’s
3.3 Wendbare organisatie 3.4 Veilige leefomgeving
Hoofdstuk 3
3.2 Toekomstbestendige brandweerorganisatie
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 4
5. Financieel perspectief
7
3. De prioritaire beleidsthema’s Een aantal thema’s pakken we in 2025 met prioriteit op. Het gaat daarbij niet per se om zaken waar eerder geen aandacht aan is besteed. Wel is de verwachting dat ze in 2025 een prominente(re) plaats in gaan nemen in ons handelen en daarmee een behoorlijke impact hebben op onze strategische agenda. Het gaat om de volgende: • Toekomstbestendige crisisbeheersing • Toekomstbestendige brandweerzorg • Wendbare organisatie • Veilige leefomgeving 3.1
Toekomstbestendige crisisbeheersing
3.1.1 Versterking crisisbeheersing en veiligheidsregio’s We leven in een tijd van vele crises. In meerdere van deze crises speelt de veiligheidsregio een (belangrijke) rol. Een rol die de afgelopen jaren bij de voorbereiding op, en de bestrijding van, crises steeds belangrijker en groter is geworden. Vanuit het Rijk wordt de noodzaak voor investering in de crisisbeheersing en informatievoorziening onderstreept en aangejaagd. Hiertoe wordt vanaf 2023 extra budget beschikbaar gesteld via de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR). Dit landelijk bedrag groeit van € 46.000.000 in 2023 naar € 83.000.000 in 2026. Dit extra budget is voor een deel bedoeld voor landelijke versterking en voor een deel voor regionale versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening. Voor de versterkingsopgaven hoeft daarom geen beroep gedaan te worden op extra middelen vanuit de gemeenten.
Hoofdstuk 5
Deze extra BDuR-gelden moeten worden ingezet om de landelijke doelen voor versterking crisisbeheersing en versterking informatievoorziening te behalen. In 2024 zal het bestuur ‘wat we moeten doen om deze doelen te behalen’ vaststellen en zal het tevens het mandaat geven aan de veiligheidsdirectie om hieraan uitvoering te geven. De versterkingsopgaven worden voor de periode 2024–2028 vastgelegd in het Regionaal Beleidsplan
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025
8
2025-2028, dat ook in 2024 door het bestuur wordt vastgesteld. De verantwoording vindt plaats in de reguliere P&C-cyclus.
1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s 3.1 Versterking crisisbeheersing en veiligheidsregio’s
3.3 Wendbare organisatie 3.4 Veilige leefomgeving
Hoofdstuk 3
3.2 Toekomstbestendige brandweerorganisatie
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 4
5. Financieel perspectief
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn de zichtbare en deskundige netwerkpartner voor veiligheid’.
3.2
Toekomstbestendige brandweerorganisatie
3.2.1 Natuurbrandbestrijding Door de klimaatverandering is de verwachting dat we vaker te maken krijgen met lange periodes van droogte, waarin het risico op onbeheersbare natuurbranden toeneemt. Landelijk is hier ruime aandacht voor. De sleutel ten aanzien van het voorkomen en beheersen van dergelijke branden ligt in een gezamenlijke aanpak door diverse instanties. Daarbij moeten maatregelen worden getroffen die raken aan de inrichting van de samenleving, van het landschap, van de infrastructuur en van de economie. Het één kan niet los worden gezien van het ander. In 2025 wordt de samenwerking met de diverse natuurbeheerders verder geïntensiveerd. Het doel is om in beide regio’s met interne en externe stakeholders tot een integraal natuurbrandbeheersingsplan te komen. Verder worden in de regio Gooi en Vechtstreek vijf operationele natuurbrandbestrijdingssteunpunten actief.
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgaven ‘Wij zijn de zichtbare en deskundige netwerkpartner voor veiligheid’ en ‘Wij staan er als het onverhoopt toch nodig is’.
3.2.2 Verplichtend karakter Hoofdstuk 5
Onder verantwoordelijkheid van het landelijk Veiligheidsberaad is gewerkt aan een implementatieplan voor het afschaffen van de verplichte consignatie en kazernering van vrijwilligers. Dit staat landelijk bekend onder de projectnaam ‘Verplichtend karakter’. Als gevolg van Europese regelgeving is deze organisatiewijze niet langer houdbaar. Als een van de voorwaarden voor implementatie is gesteld dat rijksfinanciering beschikbaar moet worden gesteld. Besluitvorming hierover is al diverse keren uitgesteld.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s 3.1 Versterking crisisbeheersing en veiligheidsregio’s
3.3 Wendbare organisatie 3.4 Veilige leefomgeving
Hoofdstuk 3
3.2 Toekomstbestendige brandweerorganisatie
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 4
5. Financieel perspectief
9
Inmiddels wordt landelijk het vraagstuk rondom consignatie -bijvoorbeeld de vraag of piketdienst werktijd is- gekoppeld aan het vraagstuk Verplichtend karakter. Hoewel op ambtelijk en bestuurlijk niveau voortdurend wordt aangestuurd op voortgang van de besluitvorming, betekent dit vrijwel zeker verdere vertraging van de landelijke besluitvorming rondom het vraagstuk van Verplichtend karakter en de financiering daarvan. Verplichtend karakter is daarom ook voor 2025 als risico opgenomen, zie paragraaf 5.3 voor meer toelichting.
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij staan er als het onverhoopt toch nodig is’.
3.2.3 Energietransitie De energietransitie kent een brede dynamiek. De oplossingen die in het kader van verduurzaming worden bedacht zijn vooruitstrevend en innovatief. Hierdoor schiet de bestaande wet- en regelgeving nog wel eens tekort om de veiligheid te borgen in een snel veranderende samenleving. Ook hebben de veranderingen effect op het handelingsperspectief van hulpverleners als zich een incident voordoet. Denk hierbij aan incidenten in het kader van de mobiliteit (bijvoorbeeld elektrische of waterstof-voertuigen), maar ook aan de (ondergrondse) infrastructuur voor gas, waterstof en elektra. Deze infrastructuur kent specifieke risico’s en leidt tot meer, of andere typen van, incidenten. Bijvoorbeeld langdurige stroomuitval door overbelasting van het energienetwerk, of toenemend onderhoud en gaslekkages door verouderende gasleidingen, in combinatie met bodemdaling. Het is een kerntaak van de brandweer om deze ontwikkelingen te monitoren en de effecten hiervan op de eigen werkzaamheden in kaart te brengen.
Daarbij zijn de belangrijkste vragen: • Wat betekent dit voor onze inzet; zowel in het voorkomen als in het bestrijden van een incident? • Waar kunnen we op anticiperen, welke risicoanalyse kan er worden gemaakt? • Hebben we de juiste gereedschappen en middelen beschikbaar om risico’s te beheersen en incidenten te bestrijden? • Heeft en behoudt -de ontwikkelingen gaan immers razendsnel- de brandweer voldoende kennis om deze nieuwe incidenten te bestrijden?
Hoofdstuk 5
Als organisatie zijn we proactief bezig om de bovenstaande vragen te beantwoorden en (landelijk) kennis te bundelen om incidenten te voorkomen en zo goed als mogelijk te bestrijden.
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s 3.1 Versterking crisisbeheersing en veiligheidsregio’s
3.3 Wendbare organisatie 3.4 Veilige leefomgeving
Hoofdstuk 3
3.2 Toekomstbestendige brandweerorganisatie
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
3.2.4 Informatievoorziening Brandweerzorg Kansen De digitalisering van de maatschappij is ook voor brandweerzorg een belangrijk thema. Het verzamelen, ontsluiten en analyseren van data kan een belangrijke bijdrage leveren, als instrument voor beleidsbeslissingen en sturing. De brandweer bouwt aan haar kennis om data als beleidsinstrument in te zetten en sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen om informatie op bovenregionaal en landelijk niveau te ontsluiten als belangrijke kennisbron. Risico’s Tegelijkertijd neemt de afhankelijkheid van geautomatiseerde systemen ook toe. Denk aan onze meldingen, de beschikbare informatie over de incidentlocatie, het openen van de overheaddeur en de bediening van onze brandweervoertuigen: alles is geautomatiseerd. Daarmee neemt tevens de kwetsbaarheid voor technisch falen toe. We bereiden ons daarom ook voor op scenario’s waarbij systemen niet, of onvoldoende functioneren. We zoeken daarbij naar antwoord op de vraag wat we in de basis nog kunnen leveren bij (grootschalige) uitval.
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’.
3.3 Wendbare organisatie Hoofdstuk 4
5. Financieel perspectief
10
3.3.1 Duurzaamheid
Hoofdstuk 5
Duurzaamheid dient structureel onder de aandacht te blijven om samen de rijksdoelstelling van 55% CO2reductie in 2030 te realiseren. Veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland maken duurzaamheid aan de hand van de CO2-prestatieladder duurzaamheid steeds meer onderdeel van alle activiteiten van de beide organisaties. Op basis van de gestelde subdoelen wordt de voortgang jaarlijks gemonitord. Een van de belangrijkste uitgangspunten van deze werkwijze is dat de veiligheidsregio samen met de gemeenten optrekt bij het bepalen en realiseren van de doelen. Zo zijn we zeer content dat duurzaamheid door de verschillende gemeenten expliciet meegenomen wordt in alle nieuwbouw van kazernes.
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s 3.1 Versterking crisisbeheersing en veiligheidsregio’s
3.3 Wendbare organisatie 3.4 Veilige leefomgeving 4. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 4
5. Financieel perspectief
3.3.2 Goed werkgeverschap Goed werkgeverschap houdt in dat de veiligheidsregio als werkgever oog heeft voor het welzijn en de belangen van haar medewerkers en deze meeneemt in de keuzes die worden gemaakt. Hiervoor is het van belang dat de veiligheidsregio een vitale organisatie is. Daarnaast is het, vanwege de krapte op de arbeidsmarkt, belangrijk dat de veiligheidsregio zich als maatschappelijk aantrekkelijk profileert. Tot slot streeft de veiligheidsregio ernaar om een duurzame organisatie te zijn, die inzet op duurzaam werknemerschap.
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’.
3.3.3 Flexibiliteit Hoofdstuk 3
3.2 Toekomstbestendige brandweerorganisatie
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
11
De maatschappij verandert continu en vraagstukken zijn in toenemende mate divers. Om hier op de juiste wijze op te kunnen anticiperen is het van belang dat zowel de organisatie als haar medewerkers over een bepaalde mate van flexibiliteit beschikken. Dit betekent dat zij zich snel aan kunnen passen als situaties veranderen en, indien nodig, in staat moeten zijn om vastgestelde structuren los te laten.
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’.
3.4 Veilige leefomgeving Ten aanzien van het onderwerp veilige leefomgeving zijn er geen beleidsthema’s opgenomen. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat het onderwerp aan onze aandacht ontsnapt. In het vervolg van deze kadernota worden namelijk ontwikkelingen besproken die bijdragen aan de veilige leefomgeving, waaronder emissievrije zones en de Omgevingswet.
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen 4.1 Ontwikkelingen lonen 4.3 Dotatie FLO-voorziening 4.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) 4.5 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland 4.7 Omgevingswet 5. Financieel perspectief
Hoofdstuk 4
4.6 Emissievrije zones
Hoofdstuk 3
4.2 Ontwikkelingen prijzen
12
4. Actuele ontwikkelingen Net als elke organisatie heeft ook onze veiligheidsregio te maken met een aantal ontwikkelingen die zich (grotendeels) buiten onze invloedssfeer afspelen, waardoor we daar niet of nauwelijks op kunnen sturen. Het zijn wel ontwikkelingen met de nodige impact op onze organisatie. Denk aan verandering in wet- en regelgeving. In dit hoofdstuk beschrijven we die actuele ontwikkelingen waarvan we nu al weten dat we er in 2025 mee te maken krijgen. De genoemde ontwikkelingen in dit hoofdstuk zijn niet in alle gevallen voorzien van financiële implicaties, vaak omdat deze op dit moment niet beschikbaar of niet eenduidig te bepalen zijn. Zodra daarover meer duidelijk is, wordt beoordeeld of deze binnen de begroting op te vangen zijn. Wanneer dit niet het geval is, zal mogelijk een begrotingswijziging noodzakelijk zijn. Indien financiële gevolgen duidelijk worden ná het vaststellen van de kadernota en vóór het vaststellen van de ontwerp-programmabegroting, dan worden deze in de ontwerp-programmabegroting verwerkt.
4.1 Ontwikkelingen lonen Voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2025 in de septembercirculaire gemeentefonds 2023. De hierin afgegeven verwachte loonindexatie is 5,3% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 871.000 per jaar. De huidige cao heeft een looptijd tot 1 mei 2024. Voor 2024 en verder zullen nieuwe cao-afspraken worden gemaakt. Als in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan opgenomen in de programmabegrotingen van 2024 en 2025, dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de programmabegroting van 2025.
4.2 Ontwikkelingen prijzen Hoofdstuk 5
Om de prijsontwikkeling voor 2025 te bepalen, wordt de septembercirculaire gemeentefonds 2023 als uitgangspunt genomen. Het afgegeven inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) is 2,0%. De financiële stijging van de kosten door deze inflatie is berekend op structureel € 277.000 per jaar.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen 4.1 Ontwikkelingen lonen 4.3 Dotatie FLO-voorziening 4.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) 4.5 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland 4.7 Omgevingswet 5. Financieel perspectief
Hoofdstuk 4
4.6 Emissievrije zones
Hoofdstuk 3
4.2 Ontwikkelingen prijzen
13
4.3 Dotatie FLO-voorziening De voorziening voor functioneel leeftijdsontslag (FLO) dient geïndexeerd te worden voor de ontwikkeling van de lonen. Zoals onder 4.1 genoemd, is de loonindexatie 5.3%. Dit leidt tot een structurele stijging van de kosten van € 28.750 per jaar. Het is beleid om voorzieningen niet te corrigeren voor inflatie. Daarom zal de loonstijging jaarlijks aan de voorziening worden gedoteerd. Dit is in het Algemeen Bestuur van 6 december 2023 besloten.
4.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) In 2023 is er een structurele aanpassing geweest van de Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Dit heeft geresulteerd in een structureel hogere bijdrage vanuit het Rijk van € 228.500. Dit bedrag wordt verrekend met de gemeentelijke bijdragen.
4.5 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland Voor het project Meldkamer Midden-Nederland is 2025 een cruciaal jaar. Na jarenlange voorbereidingen en harmonisaties staat rond het begin van het tweede kwartaal van 2025 de verhuizing van de alarmcentrale gepland. De Meldkamer Midden-Nederland levert haar diensten aan de veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek, Flevoland, en Utrecht, vanuit het nieuwe politiebureau in Hilversum. Daarmee stopt de meldkamerdienstverlening voor de veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland vanuit Lelystad. Het operationeel worden van de nieuwe meldkamer is tevens het landelijke slotstuk binnen de Landelijke Meldkamer Samenwerking. De Meldkamer Midden-Nederland wordt namelijk gekoppeld aan de negen andere alarmcentrales in Nederland. Door deze samenhang van meldkamers wordt de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening op landelijk niveau bewaakt. Een samengevoegd team van meldkamerpersoneel gaat de brandweer- en multi-opschaling verzorgen. Dit team wordt ondergebracht in een nog op te richten meldkamerorganisatie. Bestuurlijke besluitvorming hierover zal nog plaatsvinden.
Hoofdstuk 5
Het project Meldkamer Midden-Nederland is er op meerdere vlakken een van ongekende omvang. Het is hierbij van belang om aan te geven dat dit proces wordt doorlopen terwijl ‘de winkel openblijft’. Ook op het moment dat de feitelijke verhuizing in 2025 plaatsvindt, zal de dienstverlening ononderbroken blijven.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen 4.1 Ontwikkelingen lonen 4.3 Dotatie FLO-voorziening 4.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) 4.5 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland 4.7 Omgevingswet 5. Financieel perspectief
Hoofdstuk 4
4.6 Emissievrije zones
Hoofdstuk 3
4.2 Ontwikkelingen prijzen
14
4.6 Emissievrije zones Vanaf 1 januari 2025 mogen gemeenten zero-emissiezones invoeren. Een aantal gemeenten in onze regio’s hebben plannen om dergelijke zones (in stadscentra) in te voeren. Dit heeft ook impact op de bereikbaarheid van deze zones voor de brandweer. Het meerjarige effect hiervan voor de brandweer zal daarom zowel technisch als financieel verder moeten worden onderzocht. Van belang daarbij is dat emissievrije grote brandweervoertuigen niet voor 2035 op de markt te verwachten zijn, kleine operationele voertuigen nog niet over voldoende actieradius beschikken en dat de laadfaciliteiten onvoldoende zijn. Gezamenlijk zal dan ook worden gekeken op welke wijze met deze ontwikkeling om kan worden gegaan.
4.7 Omgevingswet De meerkosten van de Omgevingswet zijn al geruime tijd een onderwerp van gesprek tussen het Rijk en de verschillende koepelorganisaties (VNG, IPO en Unie van Waterschappen). In de laatste update van het ‘Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet’, die in juni 2023 aan de Tweede Kamer is gestuurd, wordt aangegeven dat er sprake is van hogere structurele kosten en een veel langere terugverdientijd dan eerdere prognoses. De werkelijke meerkosten zullen de komende jaren interbestuurlijk op verschillende momenten (na 1, 2 en 5 jaar) in beeld worden gebracht met behulp van de ‘Monitor financiële effecten Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)’. In mei 2021 heeft het Veiligheidsberaad bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aandacht gevraagd voor de meerkosten die ook bij de veiligheidsregio’s ontstaan. De basis hiervoor was een rapport van Onderzoeksinstituut Cebeon van maart 2021. Hierin werd aangetoond dat voor veiligheidsregio’s landelijk sprake is van 20 à 30 miljoen euro aan transitiekosten. Daarnaast moet rekening worden gehouden met 15 à 20 miljoen euro aan structurele meerkosten. Voor de situatie bij veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland is een eigen berekening gemaakt, analoog aan het rapport van Cebeon. Voor VRGV is 204.000 euro aan structurele meerkosten berekend.
Een exacte bepaling van de personele consequenties kan pas de komende jaren worden gemaakt, op basis van ervaringen in de praktijk. De belangrijkste redenen voor formatieve uitbreiding zijn:
Hoofdstuk 5
• • • • •
De verschuiving van adviestaken naar intensiever vooroverleg over initiatieven; Advisering op nieuwe producten (omgevingsvisie, omgevingsplan, programma’s); Toenemende adviestaken (milieu, energietransitie, klimaatverandering); Behoefte aan hoger opgeleid personeel; Ontwikkeling van regelgericht naar risicogericht werken (minder, maar intensiever toezicht).
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen 4.1 Ontwikkelingen lonen 4.3 Dotatie FLO-voorziening 4.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) 4.5 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland 4.7 Omgevingswet 5. Financieel perspectief
Hoofdstuk 4
4.6 Emissievrije zones
Hoofdstuk 3
4.2 Ontwikkelingen prijzen
15
Het Rijk draagt ook bij aan de incidentele kosten voor de invoering van de Omgevingswet en de Wkb. Via het Gemeentefonds wordt tussen 2022 en 2025 in totaal 402 miljoen aan gemeenten uitgekeerd. Een deel van dit geld is ook bestemd voor de uitvoeringsdiensten. Tot op heden hebben VRGV en VRF de transitiekosten (voor zover van toepassing) uit de lopende begroting betaald. Op landelijk niveau zorgen de veiligheidsregio’s ervoor dat ze via de VNG aangesloten raken bij de financiële monitor Omgevingswet. Met die monitor worden de daadwerkelijke financiële effecten in de praktijk gemeten, in de periode na inwerkingtreding van de wet. Zo kunnen ook de structurele kosten beter in beeld gebracht worden.
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
16
5. Financieel perspectief Dit laatste hoofdstuk bevat het financieel perspectief en de risico’s voor 2025. Er spelen diverse ontwikkelingen die financiële gevolgen hebben. De kanttekening daarbij is dat we op dit moment nog niet concreet kunnen zijn over alle benodigde financiële middelen, zoals ook beschreven in de inleiding. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte toelichting op nieuwe risico’s, voor zover we die nu al voorzien. 5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar Samengevat geven de genoemde bedragen in hoofdstuk 4 het volgende overzicht.
5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 5.2 Aanpassing gemeentefonds
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
5.3 Risico’s
Financiele effecten per begrotingsjaar
Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5
2025
2026
2027
2028
Looncompensatie 5,3%
870.914
870.914
870.914
870.914
Prijscompensatie 2,0%
277.263
277.263
277.263
277.263
FLO looncompensatie 5,3%
28.726
28.726
28.726
28.726
Meerjarig effect Algemene uitkering (BDuR)
-228.552
-228.552
-228.552
-228.552
Subtotaal autonome ontwikkelingen:
948.351
948.351
948.351
948.351
Omgevingswet
204.000
204.000
204.000
204.000
Subtotaal overige bijstellingen:
204.000
204.000
204.000
204.000
1.152.351
1.152.351
1.152.351
1.152.351
Autonome ontwikkelingen loon-prijscompensatie
Overige bijstellingen:
Totale toename gemeentelijke bijdrage
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 5.2 Aanpassing gemeentefonds
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
5.3 Risico’s
17
5.2 Aanpassing gemeentefonds De verdeling van de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio gebeurt op basis van een in de GR vastgelegde verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel is opgesteld op basis van de verdeling van het Gemeentefonds. Door een landelijke herijking van het Gemeentefonds ontstaat ook een verschuiving in de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio.
5.3 Risico’s Hieronder staat een aantal risico’s beschreven, met de maximaal mogelijke financiële omvang. In de berekeningen is ook de kans hierop meegenomen. Dit laatste is enigszins arbitrair, maar er is een zo reëel mogelijke kans geschat. Voor de horizon is een periode van twee jaren genomen. Als een risico zich namelijk in enig jaar voordoet, dan is dit risico niet direct structureel opgelost. Dit gebeurt doorgaans in de daaropvolgende op te stellen begroting. Dat betekent dat incidentele dekking (algemene reserve) nodig is in zowel het betreffende jaar als in het daaropvolgende jaar. Omschrijving
Doel
Hoofdstuk 4
Algemene reserve*
Conform afspraak de dekking van onze risico's
Bijdrage voor onvoorzien
In jaarrekening geen dekking, in PBG wel.
Stille reserves**
N.v.t. toepassing voor VRGV
Totaal
JR 2023-2024 1.492.500 0 1.492.500
2023-2024 Totaal risicoprofiel
1.492.500
Hoofdstuk 5
Ratio weerstandsvermogen (beschikbaar/benodigde weerstandscapaciteit)
1,000
Netto euro verschil tussen beschikbaar en benodigde weerstandscapaciteit
0
* VRGV heeft geen stille reserves. Als bijvoorbeeld de brandweer een kazerne moet verlaten of herplaatsen, dan geldt de terugkoopverplichting tegen de dan geldende boekwaarde door de desbetreffende gemeente. Derhalve kan er nooit sprake zijn van boekwinst op de verkoop van kazernes.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 5.2 Aanpassing gemeentefonds
Risico's
Financiële omvang Kans risico (in €)
Benodigde dekking (in €)
Horizon
Meldplicht datalekken
900.000
15%
135.000
2 jaar
Onderhoud gebouwen
100.000
25%
25.000
2 jaar
Verplichtend karakter
2.000.000
30%
600.000
Samenwerking met VR Flevoland stoppen
350.000
10%
Frictiekosten uittreding gemeente Weesp
525.000
10%
Benodigde dekking gemeenten
Benodigde dekking VRGV
Structureel (S) / Incidenteel (I)
67.500
I
50.000
S
2 jaar
1.200.000
S
35.000
2 jaar
70.000
S
pm
2 jaar
105.000
S
pm
S
pm
S
pm
Dekking PM posten vanuit ruimte ratio
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
18
5.3 Risico’s
ARBO - aanpassing kazernes
pm
pm
2 jaar
MVO incl. energietransitie
pm
pm
2 jaar
3.875.000
795.000
Totaal Risicoprofiel
pm
1.492.500
Toelichting op de risico’s Hieronder zijn de risico’s omschreven. Daarbij zijn per risico de risicoafweging en beheersmaatregelen nader uitgewerkt.
Hoofdstuk 4
Te kwantificeren risico’s Meldplicht Datalekken
Hoofdstuk 5
Omschrijving risico Vanuit de Wet bescherming persoonsgegevens zijn organisaties waar een datalek zich voordoet verplicht dit binnen 72 uur te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarbij gaat het om een datalek waarbij gevoelige informatie op straat kan komen te liggen. Doet men dit niet, dan kan de Autoriteit Persoonsgegevens een boete opleggen van maximaal € 900.000.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 5.2 Aanpassing gemeentefonds
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
5.3 Risico’s
19
Beheersmaatregelen Binnen de veiligheidsregio zijn we bezig om bewustwording over deze wet te vergroten. Daarnaast zijn we op het gebied van informatisering en automatisering bezig om onze ICT-omgeving hierop aan te passen. Ook zet het NIPV zich in op dit onderwerp. Restrisico en dekking Ondanks alle maatregelen is het niet ondenkbaar dat er een lek kan ontstaan. Indien dit zich voordoet, zullen we dit conform de vereisten melden. Het kan echter voorkomen dat er onbewust is gelekt. Bij onbewust lekken is de termijn van 72 uur uiterst kort. Bij een te late aangifte kan er een boete worden opgelegd. De kans dat zich dat voordoet in de komende twee jaar schatten wij in op 15%. Omdat het gaat om een incidenteel financieel risico, delen we het percentage en daarmee het bedrag door twee, derhalve nemen we € 67.500 op.
Onderhoud gebouwen Omschrijving risico Het algemeen bestuur heeft eind 2013 besloten om een aantal kazernes over te nemen van gemeenten. De kazernes zijn eigendom van VRGV en er zal groot onderhoud aan deze gebouwen moeten worden gepleegd.
Hoofdstuk 4
Beheersmaatregelen VRGV heeft de staat van het onderhoud van de kazernes door een externe partij laten onderzoeken en hiervan een financiële vertaling laten maken. Op basis van dit inzicht en het gewenste kwaliteitsniveau is met behulp van meerjarenonderhoudsplannen de omvang van het benodigde onderhoudsbudget bepaald. Daarbij speelt vanaf 2021 ook het maatschappelijk verantwoord ondernemen. De visie die we hierop aan het ontwikkelen zijn kan leiden tot andere inzichten op het gebied van onderhoud.
Hoofdstuk 5
Restrisico en dekking VRGV heeft het risico nu afgedekt in een onderhoudsvoorziening. Op dit moment gaan we ervan uit dat de kosten voor groot onderhoud uit deze voorziening gedekt kunnen worden. Het gekozen onderhoudsniveau is redelijk. Op dit moment wordt onderzocht of daadwerkelijk alles is opgenomen in het onderhoudsplan. Daarnaast worden opgenomen bedragen geverifieerd op realiteit. We gaan ervan uit dat er een financiële aanpassing in de onderhoudsvoorziening moet plaatsvinden. We schatten het risico in op € 100.000. Met een kans van 25% is het risico € 50.000 over 2 jaar.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 5.2 Aanpassing gemeentefonds
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
5.3 Risico’s
20
Verplichtend karakter brandweerpersoneel (voorheen: Taakdifferentiatie brandweerpersoneel) Omschrijving risico Onder verantwoordelijkheid van het landelijk Veiligheidsberaad is gewerkt aan een implementatieplan voor het afschaffen van de verplichte consignatie en kazernering van vrijwilligers, landelijk bekend onder de projectnaam ‘Verplichtend karakter’. Als gevolg van Europese regelgeving is deze organisatiewijze niet langer houdbaar. Als een van de voorwaarden voor implementatie is gesteld dat rijksfinanciering beschikbaar moet worden gesteld. Besluitvorming hierover is al diverse keren uitgesteld. Beheersmaatregelen VRGV heeft geen invloed op het vervolgtraject met de betrokken partijen (werkgevers, werknemers en het ministerie van Justitie en Veiligheid). Restrisico en dekking Het financiële risico is voor het gehele land fors, maar met name voor de veiligheidsregio’s die voor een groot deel drijven op vrijwilligheid. Gelet op de eerste aannames blijkt dat er bij VRGV een minimaal risico is van € 2.000.000 per jaar. Het standpunt van de veiligheidsregio’s is dat de extra kosten door het verplichtend karakter volledig door het ministerie van Justitie en Veiligheid gecompenseerd moeten worden. Doordat de verdeling van de rijksmiddelen op dit moment ongewis is loopt VRGV een financieel risico. Het financieel risico schatten we in op 30% van de extra kosten.
Over 2 jaar gerekend is het financiële risico € 1.200.000.
Hoofdstuk 4
Stoppen van samenwerking met VRF
Hoofdstuk 5
Omschrijving risico In december 2019 hebben de besturen van de veiligheidsregio’s en GGD’en van Gooi en Vechtstreek en Flevoland een samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend. De samenwerking heeft in 2020 geleid tot het samenvoegen van teams en afdelingen. Extern onderzoek toont aan dat de samenwerking voor VRGV een structureel efficiency-voordeel oplevert van € 350.000. Dit bedrag is taakstellend verwerkt in de begroting. Mocht de samenwerking stoppen, dan vervalt het voordeel. Beheersmaatregelen Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt de draagkracht voor de samenwerking zo veel mogelijk ondersteund.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s 4. Actuele ontwikkelingen
5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 5.2 Aanpassing gemeentefonds
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
Restrisico en dekking Mocht de samenwerking ten einde komen dan vervallen de efficiency-voordelen. De kans dat dit risico waarheid wordt, is ingeschat op 10%. Over twee jaar gerekend is het financieel risico € 70.000.
Frictie uittreding gemeente Weesp Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
21
5.3 Risico’s
Omschrijving risico De gemeente Weesp is in 2022 uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling VRGV en ingetreden bij Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Door deze uittreding moeten (financiële) afspraken worden gemaakt over frictiekosten van personeel. Beheersmaatregelen Met de gemeente Weesp worden vanuit de stuurgroep uittreding gemeente Weesp afspraken gemaakt over een financieel arrangement, waarbij VRGV de tijd krijgt om de niet direct wegvallende kosten gelijkmatig over een bepaalde periode te kunnen afbouwen. Restrisico en dekking Vooralsnog wordt er gerekend met een financieel risico voor VRGV van € 525.000 structureel per jaar, waarbij het financieel arrangement de komende jaren wordt afgeboekt. Het financieel risico is nu vooralsnog bepaald op 10%, zijnde € 52.500 vanaf 2022.
Hoofdstuk 4
Niet te kwantificeren risico’s voor VRGV
Hoofdstuk 5
Beheersmaatregelen Op basis van de warme risicoinventarisatie en evaluatie onderzoeken (RI&E) wordt periodiek gekeken naar de arbeidsveiligheid van onze medewerkers binnen de in eigendom zijnde kazernes.
ARBO-aanpassingen gebouwen Omschrijving risico Voor de in eigendom zijnde kazernes is VRGV zelf verantwoordelijk voor de ARBO-maatregelen voor de medewerkers. Voor de kazernes die VRGV in gebruik heeft van gemeenten geldt dit niet.
Hoofdstuk 1
Kadernota 2025 1. Inleiding
3. De prioritaire beleidsthema’s
Hoofdstuk 2
2. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Actuele ontwikkelingen
5.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 5.2 Aanpassing gemeentefonds
Hoofdstuk 3
5. Financieel perspectief
22
Restrisico en dekking Welke aanpassingen er benodigd zijn voor de overige kazernes is op dit moment niet bekend. Te zijner tijd zal in overleg met gemeenten gekeken worden wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze aanpassingen. Doordat deze op dit moment onbekend zijn, wordt dit als PM-post opgenomen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) Omschrijving risico Het Rijk heeft zich ten doel gesteld om tot 2030 een CO2-reductie van 55% te realiseren. Als overheidsorganisatie dragen wij natuurlijk ons steentje bij. Zo maken wij gebruik van de CO2-prestatieladder om onze inspanningen te toetsen. Het risico is dat de huidige samenstelling van activa wellicht gaat veranderen. Te denken valt hierbij aan bijvoorbeeld ‘groene’ voertuigen, andere afschrijvingstermijnen en warmtepompen in plaats van cv-ketels. Dit kan extra of hoge(re) investeringen en kortere afschrijvingstermijnen tot gevolg hebben. De energietransitie is hier uiteraard van grote invloed op. Beheersmaatregelen Bij alle beleidsstukken en grote investeringen wordt sinds 2022 een afweging gemaakt hoe om te gaan met MVO. Totdat de visie is vastgelegd zullen bewuste keuzes worden gemaakt. Verder zal steeds een afweging gemaakt worden tussen het naleven van de visie en de kosten die daarmee gepaard gaan.
5.3 Risico’s
Hoofdstuk 4
Restrisico en dekking Op dit moment is het te vroeg om het restrisico en de omvang in te schatten. Vooralsnog zijn deze opgenomen als PM-post.
Hoofdstuk 5