CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

C 6 (1)

Gemeenteraad 22 april 2026, gemeente larenBij agendapunt: Ter kennisname overige3.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een schat van waarde: Deel II Update van de baten en kosten van musea in Gooi en Vecht Nancy Blaker, Francine Burema, Joost Poort Maart 2026

Een schat van waarde: Deel II

Voor dit onderzoek zijn gegevens verkregen van:

Eindredactie

Comenius Museum en Mausoleum

Atlas Research

Dudok Architectuurcentrum Huizer Museum

Capital C, 3e etage Weesperplein 4a

Forteiland Pampus Kasteel-Museum Sypesteyn

1018 XA Amsterdam 020 2371400

Museum Hilversum Museum Weesp

info@atlasresearch.nl www.atlasresearch.nl

Muiderslot Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

© Atlas research, Amsterdam, 2026

Nederlands Vestingmuseum Pinetum Blijdenstein

Beeld voorkant: © Michael Bosboom

Singer Laren

Jongerenavond in Singer Laren

Overig beeld: © Maarten van Haaff

2

Een schat van waarde: Deel II

Inhoud 1

De maatschappelijke waarde van musea

4

1.1 Overzicht update: Conclusies

8

1.2 Gebruikswaarde

10

1.3 Optiewaarde en Bestaanswaarde

12

1.4 Economische waarde

13

1.5 Sociale waarde

16

1.6 Maatschappelijke kosten: Overheidssubsidies

17

3

Een schat van waarde: Deel II

Beeld: Educatieve rondleiding in Pinetum Blijdenstein in Hilversum

4

Een schat van waarde: Deel II

1 De maatschappelijke waarde van musea Uit eerder onderzoek naar de maatschappelijke waarde van musea in Gooi en Vecht 1 blijkt dat een groep van twaalf samenwerkende musea in 2019 meer maatschappelijke baten genereert dan dat zij de maatschappij kosten in de vorm van overheidssubsidies. Inmiddels zijn we een aantal jaren en een coronacrisis verder, en is het tijd om de maatschappelijke baten en kosten van deze musea te updaten. Kunnen we nog steeds concluderen dat de baten de kosten overstijgen?

Ontwikkelingen bij musea 2019-2024 De hele museumsector in Nederland heeft tussen 2019 en 2024 grote ontwikkelingen doorgemaakt. Musea hebben te maken gehad met flinke kostenstijgingen, voornamelijk door hogere personeelkosten en hogere huisvestingskosten. Het aantal bezoeken was in 2024 na de coronadip weer landelijk bijna terug op het niveau van 2019, maar het schoolbezoek is minder goed hersteld, en ligt in 2024 nog altijd een stuk lager dan in 2019. Met deze update kijken we naar dergelijke ontwikkelingen voor de twaalf samenwerkende musea in Gooi en Vecht, en wat eventuele veranderingen betekenen voor de maatschappelijke waarde die zij genereren. In Tabel 1 staat een overzicht van een aantal belangrijke museale ontwikkelingen tussen 2019 en 2024. Links is de ontwikkeling te zien voor de twaalf musea in Gooi en Vecht2, die vergeleken kan worden met de landelijke trend.3 Opvallend is de sterke toename in het aantal bezoeken voor Gooi en Vecht vergeleken met de nationale ontwikkeling. Het toaal aantal bezoeken is gestegen van bijna 700 duizend bezoeken in 2019 -----------1

Blaker, N., Burema, F., & Poort, J. (2022). Maatschappelijke waarde van musea in de Gooi en Vechtstreek. Amsterdam: Atlas Research

2

Dit zijn de resultaten voor de totalen van de twaalf musea in Gooi en Vecht, aangezien we in dit onderzoek de waarde berekenen van de groep en niet per museum. Per museum verschilt het wat de ontwikkeling is. Als voorbeeld is het totaal aantal bezoeken bij zes van de twaalf musea toegenomen, bij twee van de twaalf musea ongeveer gelijk gebleven (binnen +/- 2%), en bij vier afgenomen. Wat betreft de toename van het aantal betaalde fte’s, zien we dat de meeste musea licht gegroeid zijn, maar dat de sterke toename is toe te schrijven aan enkele musea.

3

De landelijke cijfers komen uit de Museumcijfers 2024, gebaseerd op gegevens van 473 musea in Nederland. De ontwikkelingen zijn gebaseerd op de musea die in 2019 en in 2024 lid waren van de Museumvereniging.

5

Een schat van waarde: Deel II

naar bijna 850 duizend bezoekers in 2024. Ook is het aantal formatieplaatsen (fte) toegenomen. Een deel van de vrijwilligersfuncties is daarbij omgezet naar betaald personeel. Ondanks de stijging in betaalde fte’s en daling in vrijwillige fte’s, zijn veel musea (in Gooi en Vecht en in Nederland) nog erg afhankelijk van vrijwilligers. Daarnaast is er een afname van het aantal schoolbezoeken dat in lijn is met de nationale trend. Hoe dergelijke ontwikkelingen de maatschappelijke waarde beïnvloeden van de twaalf musea staat beschreven in paragraaf 1.2 t/m 1.5.

Tabel 1. Overzicht van museale ontwikkelingen 2019-2024

Ontwikkeling 2019-2024

Landelijke trend

Musea Gooi & Vecht

Totaal aantal bezoeken

-5%

21%

Bezoeken uit buitenland

-18%

-33%

Leerlingen bij schoolbezoek

-29%

-30%

Aantal werkenden betaald

6%

45%

Aantal fte betaald

9%

48%

Aantal vrijwilligers

-4%

1%

Aantal fte vrijwilligers

-4%

-10%

Update van de maatschappelijke baten en kosten Om de maatschappelijke waarde te berekenen herhalen we ons eerdere onderzoek met museumgegevens uit 2024 in plaats van 2019, en updaten we de kengetallen. Om een goede vergelijking mogelijk te maken houden we de rekenmethode verder zoveel mogelijk gelijk. Het onderzoekskader waarmee we de maatschappelijke waarde van musea indelen bestaat ook bij deze update weer uit de gebruikswaarde, de optiewaarde, de bestaanswaarde, de sociale waarde en als laatste de economische waarde (Figuur 1). De vijf waarden kwantificeren en

6

Een schat van waarde: Deel II

monetariseren we voor zover mogelijk voor de twaalf samenwerkende musea in Gooi en Vecht, waarna we deze tegenover de overheidssubsidies (ofwel, de maatschappelijke kosten) zetten die de musea ontvangen.

Figuur 1 De vijf maatschappelijke waarden van cultuur

Leeswijzer In deze update presenteren we eerst de conclusies van het onderzoek (paragraaf 1.1), waarbij we de baten tegenover de kosten zetten en het maatschappelijk saldo berekenen van de musea in 2019 en 2024. In paragraaf 1.2 t/m 1.5 lichten we de vijf waarden apart toe voor 2024, en we eindigen in paragraaf 1.6 met de maatschappelijke kosten (subsidies). Voor een gedetailleerde beschrijving van de maatschappelijke waarden, de rekenmethode, de bronnen van kengetallen, en de resultaten per waarde uit 2019 verwijzen we naar ons eerdere rapport (zie voetnoot 1). In de bijlage is een factsheet te vinden met de belangrijkste conclusies van het onderzoek.

7

Een schat van waarde: Deel II

1.1

Overzicht update: Conclusies

Door een toename van het aantal bezoeken aan de musea in 2024 tegenover 2019 is ook de gebruikswaarde, de optiewaarde, en de bestaanswaarde gestegen. Ook de economische waarde is voor de regio Gooi en Vecht gestegen, voornamelijk door een toename van binnenlands toeristisch bezoek. Samengenomen zijn de maatschappelijke baten gestegen voor de regio Gooi en Vecht, en iets afgenomen voor de rest van Nederland. De totale baten voor heel Nederland zijn gestegen tussen 2019 en 2024. Door een daling van het buitenlands toerisme – in overeenstemming met de landelijke trend - valt de economische waarde voor de rest van Nederland echter lager uit. De sociale waarde valt iets lager uit dan in 2019, omdat er -ook in overeenstemming met de landelijke trend - minder schoolbezoeken aan de musea zijn geweest. In Tabel 2 staan de baten in miljoenen euro’s per jaar, per waarde en per regio. Aan de rechterkant staan de baten voor 2024 die voor dit onderzoek berekend zijn – groen geeft aan dat de baat is toegenomen sinds 2019, rood geeft aan dat de baat is afgenomen.

Tabel 2. De maatschappelijke waarde van de 12 musea in 2019 en 2024 in miljoenen euro’s 2019

2024

Gooi & Vecht

Rest van NL

Totaal

Gebruikswaarde

0,6

1,7

Optiewaarde

7,3

0,0

Bestaanswaarde

1,9

Economische waarde Sociale waarde Totaal

Gooi & Vecht

Rest van NL

2,2

0,9

2,4

3,3

7,3

10,9

0,0

10,9

PM

1,9

2,8

PM

2,8

1,9

0,9

2,8

2,3

0,03

2,3

0,5

0,6

1,0

0,4

0,3

0,7

12,1

3,1

15,2

17,3

2,80

20,1

8

Totaal

Een schat van waarde: Deel II

De totale baten worden in dit onderzoek vergeleken met kosten in de vorm van overheidssubsidies. De regionale subsidies zijn tussen 2019 en 2024 met 5% gestegen. Deze stijging is opvallend lager dan de inflatie van bijna 22%4 in diezelfde periode. De werkelijke ontwikkeling van de Rijkssubssidies is onzeker – de schatting voor 2024 valt lager uit dan in 2019, maar dit wordt gedreven door de inschatting van het gedeelte van de rijkssubsidie voor het Instituut voor Beeld en Geluid dat voor de museumfunctie bedoeld is. Om hier een meer accurate inschatting van te maken, is verder onderzoek nodig. Het overgrote deel van de rijkssubsidie gaat net als in 2019 naar Beeld en Geluid en naar het Rijksmuseum Muiderslot. In Tabel 3 staat een overzicht van de subsidies (kosten), baten, en het saldo per regio voor 2019 en 2024. Als er meer baten dan subsidies zijn in een jaar, betekent dit een positief maatschappelijk saldo. In 2019 was het saldo ruim positief voor de regio Gooi en Vecht. In 2024 valt het saldo hoger uit tegenover 2019, gezien de sterkere toename van baten (50%) vergeleken met de toename van regionale subsidies (5%). We kunnen dus concluderen dat zowel in 2019 als in 2024 de maatschappelijke baten van de musea in Gooi en Vecht de kosten ruimschoots overstijgen.

Tabel 3. Overzicht maatschappelijke waarde, subsidies, en maatschappelijk saldo in miljoenen euro’s

2019

2024

Subsidies

Baten

Saldo

Subsidies

Baten

Saldo

Gooi en Vechtstreek

1,9

12,1

10,2

2,0

17,3

15,3

Rest van NL

4,3

3,1

-1,2

2,1

2,8

0,7

Totaal

6,2

15,2

9,0

4,1

20,1

16,0

-----------4

Bron: CBS Statline tabel 70936NED, Jaarmutatie Consumentenprijsindex

9

Een schat van waarde: Deel II

Beeld: Schuttersdag Vestingmuseum

10

Een schat van waarde: Deel II

1.2 Gebruikswaarde De gebruikswaarde is het nut dat mensen direct ontlenen aan een museumbezoek. De gebruikswaarde wordt mede bepaald door het aantal bezoeken uit Nederland5 en door de tijd en het geld dat mensen in hun bezoek steken. Het aantal bezoeken uit Nederland aan de twaalf musea in Gooi en Vecht is tussen 2019 en 2024 toegenomen met ongeveer 31%.6 Dit betekent dat ook de gebruikswaarde is toegenomen, aangezien deze berekend wordt op basis van de totale uitgaven in geld en tijd bij een museumbezoek. De museumcijfers (bv. gemiddelde betaalde entree, gemiddelde verblijfstijd) en kengetallen (bv. de waardering van reis- en verblijfstijd gebaseerd op het gemiddelde netto uurloon) zijn geactualiseerd van 2019 naar 2024. De gebruikswaarde is apart berekend voor de bijna 253 duizend bezoeken die naar schatting van inwoners van Gooi en Vecht komen, en de bijna 521 duizend bezoeken die van buiten de regio (maar binnen Nederland) komen (Tabel 4). Voor elk bezoek is per museum het totaal van de reis- en verblijfskosten berekend, dat bestaat uit de entreekosten, de reiskosten, de waardering van de reistijd naar het museum toe en de verblijfstijd in het museum. Opgeteld zijn deze totale kosten van het museumbezoek voor respectievelijk bezoekers uit de regio en elders uit Nederland 14,0 miljoen euro en 38,9 miljoen euro.

Op basis van eerder onderzoek schatten we het consumentensurplus in als een kwart van deze totale kosten. Voor de netto gebruikswaarde nemen we weer een kwart van het consumentensurplus, omdat we de meerwaarde van mensen willen berekenen bovenop een andere vrijetijdsbesteding.

-----------5

We berekenen alleen de gebruikswaarde voor Nederlandse bezoekers. Internationale toeristen beleven ook plezier aan een museumbezoek in Nederland, maar we rekenen dit niet mee als maatschappelijke baat. Internationale toeristen leveren wel andere baten op (additionele toeristische bestedingen) die we behandelen bij de economische waarde van musea in paragraaf 1.4.

6

De stijging van het aantal bezoekers uit de regio Gooi en Vecht is even hard gestegen als de bezoekers uit de rest van Nederland.

11

Een schat van waarde: Deel II

Tabel 4. Aantal museumbezoeken in 2024, met kosten en gebruikswaarde in miljoenen euro’s

Uit Gooi en Vecht

Uit rest NL

252.734

520.507

Totale reis en verblijfskosten

14,0

38,9

Consumentensurplus

3,5

9,7

Netto gebruikswaarde

0,9

2,4

Aantal bezoeken aan de 12 musea

Door de stijging van het aantal bezoeken en een stijging van de gegeneraliseerde kosten van een bezoek (entree, tijdswaardering, reiskosten) is de gebruikswaarde van de twaalf musea sinds 2019 met bijna 50% toegenomen. De netto gebruikswaarde voor de regio Gooi en Vecht komt voor 2024 uit op bijna 873 duizend euro, en voor de rest van Nederland op ruim 2,4 miljoen euro.

1.3 Optiewaarde en Bestaanswaarde De optiewaarde van de twaalf musea is de waarde die mensen toekennen aan de optie om de musea te bezoeken. Uit eerder onderzoek is gebleken dat mensen meer betalen voor woningen in de buurt van cultureel aanbod, waaronder musea (met name musea voor beeldende kunst en cultuurhistorische musea). De optiewaarde berekenden we voor 2019 op twee manieren, namelijk met de hedonische prijsmethode en als aandeel van de gebruikswaarde op basis van eerder onderzoek. In deze update berekenen we niet opnieuw de optiewaarde met de hedonische prijsmethode, maar updaten we de schatting zoals afgeleid van de (sinds 2019 toegenomen) gebruikswaarde. De nieuwe schatting komt daarmee uit op 8,4 miljoen euro tot 10,9 miljoen euro voor 2024 (Tabel 5). Hiermee is de optiewaarde met 50% gestegen. De optiewaarde stijgt dus mee met de toenemende populariteit van de musea, en stijgt ook mee met de huizenprijzen in de regio (43% tussen begin 2019 en eind 2023 in Gooi en Vechtstreek; CBS).

12

Een schat van waarde: Deel II

Tabel 5. Optiewaarde van de 12 musea in 2024 in miljoenen euro’s, afgeleid van de gebruikswaarde

Gooi en Vecht

Rest NL

Optiewaarde - ondergrens

8,4

-

Optiewaarde - bovengrens

10,9

-

De bestaanswaarde is een lastig te grijpen waarde die we hier afleiden uit de gebruiks- en optiewaarde (Tabel 6). Het gaat om de waarde die mensen hechten aan het bestaan en het behoud van de collecties van de musea, los van het eventuele gebruik ervan. Ook mensen die de musea nooit bezoeken kunnen waarde hechten aan de collecties, bijvoorbeeld omdat deze aan een gevoel van trots of identiteit bijdragen. Bij deze update berekenen we weer alleen de bestaanswaarde voor de inwoners van de regio zelf – er zal waarschijnlijk ook een bestaanswaarde zijn voor bepaalde musea voor de rest van Nederland, vooral als het gaat om Rijksmusea met collecties met nationale relevantie.

Tabel 6. De bestaanswaarde in 2024 van de 12 musea in Gooi en Vecht in miljoenen euro’s

Bestaanswaarde

Gooi en Vecht

Rest NL

2,8

PM

1.4 Economische waarde De economische waarde bestaat uit de toegevoegde waarde uit werkgelegenheid en de additionele uitgaven die toeristische museumbezoekers maken om een museumbezoek heen. De welvaartswinst uit werkgelegenheid is te zien in Tabel 7. De bovengrens van toegevoegde waarde uit betaalde werkgelegenheid is hoger geworden door het aantal fte en de hogere productiewaarde per baan in 2024

13

Een schat van waarde: Deel II

tegenover 2019. Het aantal fte vrijwilligers is deze keer lager.7 De stijging van betaalde fte en de daling van vrijwilligersuren bij deze musea sluit aan bij de landelijke trend in de museumsector. De betaalde fte zijn vooral gestegen bij de grotere musea in Gooi en Vecht, terwijl de kleinere musea in de regio nog erg afhankelijk zijn van vrijwilligers. Over het geheel genomen is de toegevoegde waarde uit werkgelegenheid (betaald en onbetaald) met ongeveer een derde toegenomen tussen 2019 en 2024. Deze waarde rekenen we met deze update weer volledig toe aan de regio Gooi en Vecht. Net zoals vorige keer nemen we de economische waarde uit werkgelegenheid van betaalde medewerkers niet mee in het totaal van de baten (die te vinden zijn in Tabel 2), maar wel de welvaartswinst uit vrijwilligerswerk. Tabel 7. Economische waarde uit werkgelegenheid in miljoenen euro’s Betaald personeel

Vrijwilligers

Aantal FTE

365

71

Toegevoegde waarde per arbeidsjaar (x mln euro)

23,4

3,4

Productiviteitsverschil

5%

5%

Welvaartswinst bovengrens (x mln euro)

1,2

0,2

Welvaartswinst ondergrens (x mln euro)

0

In Tabel 8 is een overzicht te zien van het aantal geschatte bezoeken van binnenlands en buitenlands toerisme in 2024, met de inschatting van hun bestedingen tijdens (entree, museumwinkel, museumhoreca) en rondom (bestedingen bij lokale ondernemers) het museumbezoek.

-----------7

We hebben een minder en meer conservatieve schattingsmethode gebruikt voor het aantal vrijwillige fte’s. Met de minder conservatieve schatting gaat het om 135,6 fte vrijwilligers in 2019 tegenover 122,53 fte vrijwilligers in 2024. Met de meer conservatieve schatting gaat het om 78,89 fte vrijwilligers in 2019 tegenover 71,34 fte vrijwilligers in 2024. Beiden komen neer op een daling van 10%.

14

Een schat van waarde: Deel II

Het museumbezoek uit buitenlands toerisme is sinds 2019 afgenomen, terwijl het museumbezoek uit binnenlands toerisme juist is gestegen. De daling in het aantal internationale bezoeken sluit aan bij de nationale trend van Nederlandse musea.

Tabel 8. Aantal toeristische bezoeken naar herkomst, en bestedingen in miljoenen euro’s

Bezoekers uit rest NL

520.507

Bezoekers uit buitenland

38.667

Totaal aantal toeristische bezoekers

559.174

Bestedingen bezoekers uit NL

33,2

Bestedingen bezoekers uit buitenland

9,0

Totale bestedingen toeristische bezoekers

42,2

Ondanks de daling van het internationale bezoek is de economische waarde uit toeristisch bezoek aan de musea in Gooi en Vecht in 2024 hoger dan in 2019. Deze waarde is alsnog gestegen omdat binnenlands toeristisch bezoek is toegenomen. De berekening is verder hetzelfde uitgevoerd als de vorige keer, met een update van de kentallen waar van toepassing (bv. uitgaven per dag van buitenlandse en binnenlandse toeristen). Deze waarde slaat vooral neer in de Gooi en Vechtstreek zelf (Tabel 9).

Tabel 9. Economische waarde uit toeristische bestedingen in miljoenen euro’s

Welvaartswinst uit toeristische bestedingen

Voor Gooi & Vechtstreek

Voor rest NL

2,1

0,03

15

Een schat van waarde: Deel II

Beeld: Museumbezoek Singer Laren

16

Een schat van waarde: Deel II

1.5 Sociale waarde De sociale waarde leiden we af van het aantal leerlingen dat deelneemt aan een educatief museumbezoek. Uit eerder onderzoek blijkt dat cultureel schoolbezoek gerelateerd is aan betere uitkomsten (bv. minder schooluitval) en dus lagere maatschappelijke kosten. We houden voor deze update dezelfde kengetallen en berekeningswijze aan. Omdat het aantal schoolbezoeken is afgenomen sinds 2019, valt deze waarde lager uit dan voorheen. Belangrijk om te vermelden is dat de afname van schoolbezoeken aan musea een landelijke trend volgt en niet alleen van toepassing is op deze groep musea in Gooi en Vecht. In totaal komt de sociale waarde voor Gooi en Vecht uit op 0,4 miljoen euro, en voor de rest van Nederland op 0,3 miljoen euro (Tabel 10).

Tabel 10. Aantal schoolbezoeken aan de 12 musea en de sociale waarde in miljoenen euro’s

Uit Gooi en Vecht Leerlingen Uit rest NL

17.411

15.795

Totale baten schoolbezoek

0,9

0,8

Netto sociale waarde

0,4

0,3

Aantal leerlingen schoolbezoek

1.6 Maatschappelijke kosten: Overheidssubsidies De maatschappelijk kosten van de musea bestaan uit de overheidssubsidies ontvangen door de musea in 2024. In Tabel 11 staat een overzicht van de regionale subsidies en Rijkssubsisides voor 2019 en 2024. De totale gemeentelijke (en andere regionale) subsidies8 zijn gestegen tussen 2019 en 2024 met 5%, van 1,9 miljoen euro naar 2,0 miljoen euro. Deze stijging is minder groot dan de inflatie in diezelfde periode van 22%.9 Net -----------8

De regionale subsidies bestaan in 2024 voor het grootste deel uit gemeentelijke subsidies die de individuele musea ontvangen (93%), plus regionale subsidies die overkoepelend zijn voor de museale samenwerking (subsidie voor erfgoedconservator en erfgoedfestival). Er waren geen subsidies van de provincie of andere subsidies van regionale overheden in 2024.

9

Bron: CBS Statline tabel 70936NED, Jaarmutatie Consumentenprijsindex

17

Een schat van waarde: Deel II

als in 2019 krijgen voornamelijk het Rijksmuseum Muiderslot en het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid subsidie vanuit het Rijk. De rijkssubssidies vallen in 2024 lager uit dan in 2019 – dit verschil komt door een lagere schatting van de rijkssubsidie voor de museumfunctie van Beeld & Geluid.

Tabel 11. Overheidssubsidies in miljoenen euro’s

Herkomst subsidies

2019

2024

Regionale overheden

1,9

2,0

Rijk

4,3

2,1

Totaal

6,2

4,1

Voor Beeld & Geluid is de rijkssubsidie die we meetellen als kosten voor het museum een ingewikkeld vraagstuk, aangezien zij het overgrote deel van deze subsidie ontvangen om hun taak als instituut volgens de mediawet uit te voeren – deze subsidie is dus grotendeels niet bestemd voor de museumfunctie van het instituut. In dit onderzoek worden alleen de baten van de museumfunctie van het instituut voor Beeld & Geluid meegerekend, dus moeten we ook alleen de subsidies voor die functie meenemen. De kosten en baten van het gehele instituut vallen buiten de scope van dit onderzoek. Voor de rijkssubsidies voor de museumfunctie uit 2019 is gewerkt met een inschatting die het Instituut voor Beeld en Geluid maakte. Voor deze update van 2024 is de rijkssubsidie voor de museumfunctie gebaseerd op data van de Museumvereniging. Tijdens het eerdere onderzoek met data uit 2019 hadden we nog geen toegang tot deze gegevens. Waarschijnlijk is de inschatting van de rijkssubsidie voor de museumfunctie in 2019 destijds te hoog geweest, en was het lager geweest als we gebruik hadden kunnen maken van dezelfde bron. Het maatschappelijk saldo voor de rest van Nederland (buiten Gooi en Vecht) en voor Nederland in totaal was dan positiever uitgevallen.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16861997/1