C.4.3 BIJLAGE - rapport coördinatietaak van provincies
Tekst van het document
Coördinatietaak van provincies Signalerend onderzoek naar de werking van het VTHstelsel milieu
Coördinatietaak van provincies Signalerend onderzoek naar de werking van het VTH-stelsel milieu Datum
02-07-2024
Colofon Uitgegeven door
Inspectie Leefomgeving en Transport
Postadres Telefoon Website X/Instagram
Postbus 16191, 2500 BD Den Haag 088 489 00 00 www.ilent.nl @inspectieLenT
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1. Aanleiding 2. Keuze onderwerp 3. Onderzoeksvraag 4. Onderzoeksmethode
4 4 4 4 5
2. De coördinatietaak van provincies zoals opgenomen in de Omgevingswet 1. Bevindingen 2. Conclusies
6 6 7
Bijlage A
9
Provincie Friesland Provincie Groningen Provincie Drenthe Provincie Overijssel Provincie Flevoland Provincie Noord-Holland Provincie Utrecht Provincie Gelderland Provincie Zuid-Holland Provincie Zeeland Provincie Noord-Brabant Provincie Limburg
9 10 11 11 12 13 14 15 16 18 19 20
Bijlage B
22
3
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
In maart 2021 presenteerde de Commissie Van Aartsen haar rapport ‘Om de leefomgeving’1. In opdracht van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) werd daarin het VTH 2 stelsel in het milieudomein geanalyseerd. De commissie heeft geconcludeerd dat het stelsel niet goed functioneert en heeft aanbevelingen gedaan ter verbetering. Om het VTH-stelsel te versterken en uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de commissie is een Interbestuurlijk Programma (IBP) ingericht. Het programmaplan van het IBP is in juli 2022 aan de Tweede Kamer aangeboden3. Op verzoek van de staatssecretaris van IenW voert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) thematische en signalerende onderzoeken uit naar het functioneren van het VTH-stelsel. Dit als 1 van de onderdelen van het alternatief voor het voorgestelde rijkstoezicht op de omgevingsdiensten door de Commissie Van Aartsen4. De ILT voert de onderzoeken uit als onderdeel van het IBP. Dit onderzoeksrapport bevat de resultaten van het signalerende onderzoek naar de coördinatietaak van provincies.
1.2
Keuze onderwerp
Het onderwerp van dit onderzoeksrapport komt voort uit een signaal uit het VTH-stelsel. Op basis van een lijst met mogelijke onderwerpen vanuit diverse bronnen, heeft de ILT gekozen voor 2 onderwerpen. Hierop heeft de inspectie signalerende onderzoeken uitgevoerd in de 1e helft van 2024. Dit onderzoeksrapport gaat over de coördinatie- en regietaak van de provincies zoals opgenomen in de Omgevingswet5. In de Omgevingswet6 staat, kort gezegd, dat de wet tot doel heeft het leefmilieu te beschermen en te verbeteren. De Commissie Van Aartsen constateerde dat het VTH-stelsel gefragmenteerd en versnipperd is, waardoor dit doel niet of in onvoldoende mate wordt gerealiseerd. De coördinatieen regietaak van de provincies kan een belangrijke rol vervullen in het beter laten aansluiten van de verschillende partners in het VTH-stelsel. Zodanig dat provincies de taken, die belegd zijn bij onder andere gemeenten, waterschappen, terreinbeherende organisaties, omgevingsdienst(en) en de provincie zelf, in samenhang coördineren. En dat alle partijen op basis van een risico-inschatting via de beleidscyclus de juiste keuzes maken. Waarmee uiteindelijk, zoals de Omgevingswet aangeeft, een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit wordt bereikt.
1.3
Onderzoeksvraag
De Omgevingswet is ingegaan per 1 januari 2024. In paragraaf 18.3.4 staan artikelen die betrekking hebben op informatieverstrekking en afstemming. In deze artikelen staat welke taak provincies hebben binnen het VTH-stelsel. Het gaat hier om de coördinatie van uitvoering en handhaving en het instellen van een provinciaal handhavingsoverleg.
1
Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur. Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 22 343, nr. 295. 2 Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 3
Programmaplan Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel. Bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 22343, nr. 336. 4 Kamerstukken II 2021/22, 22 343/28 663, nrs. 311 (p. 10-11) en 334 (p. 1-2). 5 Artikelen 18.26 en 18.27 Omgevingswet 6 Artikel 1.3 Omgevingswet
4
Artikel 18.26 zegt onder andere: “Gedeputeerde Staten dragen binnen de provincie zorg voor de coördinatie van een onderling afgestemde uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak.” Artikel 18.27 luidt: “Gedeputeerde Staten stellen binnen de provincie een of meer overlegorganen in, waarin regelmatig overleg plaatsvindt over de kwaliteit, doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak.” Soortgelijke artikelen stonden ook al in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) 7 die per 1 oktober 2010 van kracht was tot de invoering van de Omgevingswet. Met deze artikelen in de Wabo werd voornamelijk invulling gegeven aan de coördinatietaak die provincies hadden bij het proces van inrichting van omgevingsdiensten. De algemene onderzoeksvraag is: in hoeverre voldoen alle provincies aan de eisen zoals die in de Omgevingswet zijn opgenomen voor de coördinatie van uitvoering en handhaving en het instellen van een provinciaal handhavingsoverleg? Deelvragen daarbij zijn: • Hoe dragen provincies zorg voor de coördinatie van een onderling afgestemde uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak? • Hebben provincies 1 of meer overlegorganen ingesteld? Namelijk voor regelmatig overleg over de kwaliteit, doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak?
1.4
Onderzoeksmethode
De ILT heeft de 12 provincies een korte vragenlijst gestuurd met vragen over de coördinatietaak van de provincie. Via het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft de inspectie daarvoor een lijst met ambtelijke contactpersonen gekregen. De gestelde vragen aan deze contactpersonen waren: 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? 2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? Daarna heeft de ILT telefonisch contact met deze contactpersonen opgenomen voor een nadere toelichting op of verduidelijking van de gegeven antwoorden. Deze gesprekken zijn ook benut om verder door te vragen over hoe de provincies de coördinatietaak zien ook in vergelijking met andere provincies. En hoe zij de rol van het IPO zien. Via de koepelorganisaties Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Unie van Waterschappen en Omgevingsdienst NL heeft de ILT de andere partners in het VTH-stelsel gevraagd hoe zij de provinciale coördinatietaak ervaren. Vervolgens heeft de ILT een feitencheck uitgevoerd bij de 12 provincies.
Dit heeft tot kleine aanpassingen en aanvullingen geleid die zijn verwerkt in bijlage A.
7
Zie bijlage B 5
2. De coördinatietaak van provincies zoals opgenomen in de Omgevingswet 2.1
Bevindingen
Alle provincies hebben per mail de vragenlijst beantwoord en teruggestuurd. In bijlage A staat per provincie wat de huidige stand van zaken is van de invulling van de coördinatietaak zoals opgenomen in de Omgevingswet. In alle provincies is sprake van een zorg voor de coördinatie van een onderling afgestemde uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. En bij alle provincies zijn er 1 of meerdere overlegorganen ingesteld. De meeste provincies organiseren minimaal 1 keer per jaar een breed bestuurlijk overleg. Dit meestal met gemeenten, omgevingsdiensten, waterschap(pen), terreinbeherende organisaties, Openbaar Ministerie en politie. Maar er zijn ook provincies die in plaats daarvan (of naast zo’n breed overleg) diverse andere overlegstructuren organiseren. Bij de overgang van Wabo naar Omgevingswet heeft de wetgever geen nadere toelichting gegeven hoe de wetsartikelen moeten worden geïnterpreteerd. In de memorie van toelichting op de Wabo (zie bijlage B) staat een nadere invulling van de coördinatietaak. Zo moet een provincie een strategische, programmatische en onderling afgestemde uitoefening van de handhavingsbevoegdheden bevorderen. Dit is een stimulans gericht op instanties die bestuursrechtelijke handhaving als taak hebben. Er zijn ook VTH-taken die door gemeenten niet bij de omgevingsdiensten zijn ondergebracht.
Gedeputeerde Staten moeten zorgdragen voor de begeleiding van de gemeenten. Het gaat dan om het voldoen aan de kwaliteitseisen, het treffen van de daarvoor benodigde voorzieningen en het maken van afspraken daarover. Met de overgang van Wabo naar Omgevingswet gelden deze overwegingen wat de ILT betreft nog steeds. Uit de gesprekken met alle provincies over de ingevulde vragenlijst, komen verschillende zaken naar voren. Deze punten staan hieronder genoemd. Ze zijn overigens niet uitgedrukt in hoeveelheden en ook niet altijd door alle provincies genoemd: -
Het opstellen van een interessante agenda voor een breed bestuurlijk overleg is voor provincies vaak een uitdaging. Er zijn daarom provincies die geen jaarlijks breed bestuurlijk overleg organiseren, maar in plaats daarvan probleemgerichte functionele overleggen voeren.
-
De coördinatietaak is nu belegd bij de provincie, maar er zijn provincies die vinden dat die beter door de omgevingsdiensten kan worden uitgevoerd. Dit wordt overigens niet door alle provincies onderschreven.
-
In het verleden heeft het IPO een poging gedaan om een leidraad op te stellen met een nadere invulling van de coördinatietaak. Een aantal provincies ziet voor het IPO een rol weggelegd om zo’n leidraad nogmaals op de agenda te zetten. Ook wordt een steviger regierol bij het Rijk genoemd. Maar er zijn ook provincies die een nieuwe impuls niet nodig vinden.
-
Provincies hebben ook een taak in het interbestuurlijke toezicht richting gemeenten, waardoor de nodige samenwerking en informatie uitwisseling plaats vindt. Sommige provincies noemen dit in aanvulling op de door hen georganiseerde overleggen.
-
Er zijn provincies die constateren dat de coördinatietaak meestal beperkt blijft tot bestuursrechtelijk toezicht en handhaving. Het zou ook meer moeten gaan over strafrechtelijk toezicht en handhaving.
-
Tenslotte is niet bij alle provincies de schakel aanwezig tussen operationeel en strategisch (bestuurlijk) niveau: er ontbreekt een agendering of uitvoeringsprogramma. 6
Reactie overige partners IPO Het IPO constateert dat de provincies de wettelijke taak verschillend invullen, maar dat dit in alle gevallen voldoet aan hetgeen wettelijk is voorgeschreven. VNG De VNG heeft aangegeven niet in staat te zijn te beoordelen of de 342 gemeenten de manier waarop de provincies invulling geven aan hun coördinatietaak, herkennen. Omgevingsdienst NL Omgevingsdienst NL heeft alle 28 omgevingsdiensten gevraagd naar hun beoordeling van de invulling van de coördinatietaak van de provincie waarin ze werkzaam zijn. 10 omgevingsdiensten hebben geen reactie gegeven. Van de overige 18 herkennen 13 omgevingsdiensten de beschrijving van de invulling van de coördinatietaak van hun provincie. 5 omgevingsdiensten geven aan dat de feitelijke beschrijving van hun provincie klopt, maar dat in de praktijk verbeteringen mogelijk zijn. De belangrijkste genoemde constatering is, dat de structuur er is, maar dat er een verbetering nodig is. Namelijk dat er meer prioriteit in de ambtelijke en bestuurlijke overleggen zou moeten zijn voor het sluiten van de beleidscyclus (BIG-8). Het gaat hierbij om meer samenhang tussen de strategische en operationele cyclus. Zo’n uitvoerings- en handhavingsstrategie staat niet overal op de agenda van het bestuurlijk overleg.
2.2
Conclusies
De algemene onderzoeksvraag luidt: in hoeverre voldoen alle provincies aan de eisen zoals die in de Omgevingswet zijn opgenomen voor de coördinatie van uitvoering en handhaving en het instellen van een provinciaal handhavingsoverleg? Alle provincies geven in meer of mindere mate invulling aan de coördinatietaak en het provinciaal handhavingsoverleg. Volgens artikel 18.26 Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten binnen de provincie zorg voor de coördinatie van onderling afgestemde uitvoering van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. Daarmee ligt er bij provincies een wettelijke verantwoordelijkheid om door middel van coördinatie het VTH-stelsel beter te laten functioneren. Uit de reacties op de gestelde vragen blijkt dat de wetsteksten in de Omgevingswet zo ruim zijn opgesteld, dat de provincies die coördinatietaak zeer verschillend invullen. Zowel door een aantal provincies zelf, als door een aantal omgevingsdiensten is geconstateerd dat er verbeteringen nodig en mogelijk zijn. Meer hierover staat in de vorige paragraaf. Een generiek beeld van wat de coördinatietaak in zou moeten houden, ontbreekt op dit moment. Volgens de ILT zijn de verbeteringen die een aantal provincies en omgevingsdiensten noemden, geschikt om te gebruiken. Ze kunnen ertoe bijdragen dat alle provincies op een doordachte en toetsbare wijze invulling geven aan de coördinatietaak.
Dit draagt vervolgens bij aan een beter functioneren van het VTH-stelsel. Deze verbeteringen kunnen het beste door provincies en IPO worden zeker gesteld in een leidraad of handreiking. Het IPO heeft iets dergelijks in het verleden opgesteld, maar dat is nooit geformaliseerd. Een aantal provincies heeft de behoefte hieraan zelf genoemd. Vanuit de stelselverantwoordelijkheid van het Rijk zou deze dit kunnen bevorderen. Namelijk door in ieder geval een nadere toelichting op de huidige wetsartikelen te geven. Dan wel de wet aan te passen als provincies en IPO niet komen tot een leidraad en uitvoering daarvan. De ILT vindt dat de volgende aspecten in ieder geval als uitgangspunten moeten komen in de leidraad: • De provincies dragen zorg voor de coördinatie en samenwerking van een aantal duidelijk benoemde onderwerpen. Onder andere risicoanalyses, prioritering en een goed sluitende beleidscyclus (BIG-8). Maar ook een uitvoerings- en handhavingsstrategie in relatie tot de 7
•
• •
•
Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht. Ook inventariseren provincies actief de informatiebehoefte bij de partners en bewaken provincies de landelijke agenda. Dit alles ter bevordering van een strategische, programmatische en onderling afgestemde uitoefening van de handhavingsbevoegdheden door de met bestuursrechtelijke handhaving belaste instanties. Provincies bevorderen de samenwerking in de regio op het gebied van strafrechtelijk toezicht en handhaving. Provincies organiseren tenminste 1 keer per jaar een bestuurlijk overleg dat is voorbereid door een ambtelijk overleg. Dat bestuurlijke overleg is met partners vanuit alle VTH-taken (milieu, natuur, water en bebouwde omgeving), zowel bestuurlijk als strafrechtelijk. Provincies dragen zorg voor de begeleiding van gemeenten bij VTH-taken die niet bij de omgevingsdiensten zijn ondergebracht. Deze begeleiding gaat over het voldoen aan de kwaliteitseisen, het treffen van de daarvoor benodigde voorzieningen en het maken van afspraken daarover.
8
Bijlage A Friesland 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? Binnen de provincie Fryslân wordt hier invulling aan gegeven middels het Fries VTH-overleg. Aan dit overleg wordt deelgenomen door: • Alle Friese gemeenten • Wetterskip Fryslân • Terreinbeherende organisaties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, It Fryske Gea, Sportvisserij Friesland) • RWS • FUMO (de omgevingsdienst in Fryslân) • Veiligheidsregio Fryslân / Brandweer Fryslân • Politie • OM (FP te Zwolle) • Provincie Fryslân Er bestaat een ambtelijk en bestuurlijk VTH-overleg. Het bestuurlijk VTH-overleg wordt voorgezeten door de gedeputeerde. Beide overleggen worden inhoudelijk voorbereid onder regie van de ambtelijk secretaris. Inhoudelijk worden onderwerpen voorbereid en toegelicht door de deelnemers. Hiervoor worden compacte werkgroepjes gevormd. 2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Zowel het ambtelijk- als bestuurlijk VTH-overleg komen 3x per jaar bijeen. Het ambtelijk VTH-overleg gaat aan het bestuurlijk VTH-overleg vooraf. De vergaderingen vinden op verschillende locaties plaats. Meestal bij een gemeente, het waterschap of de provincie. De deelname, zowel bestuurlijk als ambtelijk, aan de overleggen is heel redelijk (> 80%).
Deelnemers die niet fysiek aanwezig zijn hebben de mogelijkheid om het overleg via een TEAMS-verbinding bij te wonen. Er wordt gewerkt met een meerjarenagenda waarin de deelnemers de onderwerpen/thema’s hebben aangedragen om in het VTH-overleg te bespreken. Deze agenda is richtinggevend. Er is daarnaast ruimte voor actuele onderwerpen. Tevens wordt in het overleg vanuit de deelnemers casuïstiek ingebracht. Recente voorbeelden hiervan zijn: • de impact van en handelswijze bij drugsafvaldumpingen; • de complexiteit van ontheffingen/vergunningen/toestemming t.b.v. van evenementen. 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? De provincie faciliteert beide overleggen met een ambtelijk secretaris en notulist. Daarnaast zit de provincie het ambtelijk VTH-overleg voor. In totaal omvat dit circa 0,5 fte (loonkosten ca. € 45.000). Er is geen specifiek uitvoeringsbudget. Wanneer er kosten zijn, worden die gedekt uit het provinciaal budget Wettelijke taken. De praktijk is dat het om beperkte bedragen gaat. Wanneer er vanuit het Fries VTH-overleg een opdracht wordt uitgezet, dan worden de kosten daarvan onder de (relevante) deelnemers verdeeld.
9
4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft geen directe gevolgen gehad. Daarbij speelt mee dat het Fries VTH-overleg al een brede scope had. Onderwerpen/thema’s/casussen die in het overleg aan de orde komen betreffen zowel uitvoering (vergunningverlening) en handhaving (toezicht en handhaving) en raken aan verschillende domeinen (Milieu, bouw, RO, APV, evenementen, ondermijning, energietransitie, e.d.)
Groningen 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? Binnen onze provincie hebben wij de coördinatietaak verdeeld over twee medewerkers, waarbij één medewerker zich voornamelijk richt op het grijze spoor (milieu) en de andere medewerker zich voornamelijk richt op het groene spoor (natuur). Wij richten ons binnen de uitvoering van de coördinatietaak op het versterken en ondersteunen van de samenwerking tussen onze partners. Tot onze partners rekenen wij onder andere gemeenten, provincies, waterschappen, terreinbeherende organisaties, politie en omgevingsdiensten. Voor beide sporen vinden op frequente basis overleggen plaats met de partners, waarbij diverse onderwerpen over de kwaliteit, doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitvoering van de VTHtaken aan de orde komen. Hierbij valt te denken aan het ontwikkelen van gezamenlijke (uniforme) beleidstukken, het maken van werkafspraken en het organiseren van gezamenlijke handhavingsacties. 2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Ja. Eén keer per jaar organiseren wij samen met de provincie Drenthe een breed bestuurlijk VTHoverleg. Voor dit overleg nodigen wij gemeenten, waterschappen, terreinbeherende organisaties, politie, OM en omgevingsdiensten uit.
Het bestuurlijk overleg wordt samen met de partners ambtelijk voorbereid. 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? Voor de uitvoering van de coördinatietaak hebben wij ongeveer 1 fte beschikbaar. Binnen de budgetten voor de uitvoering van de VTH-taken hebben wij financiële ruimte voor het organiseren van samenwerkings- en netwerkoverleggen. Waar nodig kan daarnaast externe expertise ingehuurd worden, bijvoorbeeld voor ondersteuning bij het opstellen van beleidsdocumenten. Het gaat om een bedrag van circa € 25.000. 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? Nee. Wij zijn van mening dat de Omgevingswet niet persé een aanpassing van de coördinatie taak vereist. De Omgevingswet legt nog meer nadruk op samenwerking. Dit heeft er in de praktijk wel toe geleid dat wij met nog meer organisaties de samenwerking c.q. verbinding zoeken. Hierbij valt te denken aan de GGD en de veiligheidsregio, maar bijvoorbeeld ook de NVWA.
10
Drenthe 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? Jaarlijks wordt gezamenlijk met de provincie Groningen het Strategisch Bestuurlijk VTH-overleg georganiseerd. Hierin worden milieu- en natuur gerelateerde onderwerpen afgestemd. Per kwartaal vindt afstemming plaats over inhoudelijke zaken plaats met een afvaardiging van alle samenwerkingspartners op ambtelijk niveau. Gemiddeld 2 tot 3 keer per jaar vinden er boa-avonden plaats voor kennisoverdracht. Gemiddeld 1 keer per jaar wordt gezamenlijk met de provincies Groningen en Friesland een Netwerk- en Kennisbijeenkomst op ambtelijk georganiseerd voor alle samenwerkingspartners. Er is gezamenlijk met alle handhavingspartners een handhavingskalender opgesteld. Op basis van deze kalender worden gedurende het jaar gezamenlijke handhavingsacties uitgevoerd. Gezamenlijk met de provincie Groningen en de samenwerkingspartners is afgelopen jaar met de bestuurders van enkele samenwerkingspartners gewerkt aan een opzet voor de versterking van het natuurtoezicht. Dit heeft erin geresulteerd dat vanuit de provincie gelden beschikbaar worden gesteld voor de versterking van het natuurtoezicht. Daarnaast wordt een boa bij de provincie aangenomen die ook capaciteit zal inzetten bij de samenwerkingspartners.
Verder zal er een overleg over het toezicht in de natuurgebieden met de bestuurders van enkele samenwerkingspartners worden opgezet. Hierin worden afspraken gemaakt met betrekking tot de inzet van programmatisch toezicht. 2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Ja, in samenwerking met de provincie Groningen. 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? Ongeveer 0,25 fte en specifiek voor de groene regie is er € 20.000 beschikbaar. 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? Nee, dat heeft niet geleid tot aanpassing van de coördinatietaak.
Overijssel 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de coördinatietaak VTH is opgenomen in het VTHbeleidsplan van de provincie Overijssel. In het VTH-beleidsplan is, in het kort, het volgende opgenomen: Wij organiseren elke twee jaar een VTH-coördinatieoverleg (inclusief partijen vanuit het strafrechtelijk toezicht en handhaving). Doel is om inhoudelijke onderwerpen te bespreken, eventuele knelpunten te signaleren en kennis te delen in de Overijsselse VTH-keten. 2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Elke twee jaar vindt minimaal een ambtelijk VTH-coördinatieoverleg plaats. De agenda wordt samen met de deelnemende organisaties opgesteld. Afhankelijk van het onderwerp en behoefte van de deelnemende organisaties, kan gekozen worden om het overleg op te schalen naar een bestuurlijk coördinatieoverleg. Naast dit specifieke coördinatieoverleg zijn er binnen Overijssel meerdere ambtelijke en/of bestuurlijke overleggen op het gebied van VTH. Zeker sinds de 11
oprichting van de OD’s is samenwerking met in ieder geval betrokken gemeenten noodzakelijk en vindt coördinatie vaak al plaats in de daarvoor bestaande overleggen. 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? Voor de organisatie van het tweejaarlijkse coördinatieoverleg is uitgegaan van een inzet van 70 uur per jaar. Het budget beperkt zich tot vergaderkosten. 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? Er zijn geen aanpassingen geweest. Het onderwerp Omgevingswet en de betekenis daarvan voor VTH staan op de agenda voor het aankomende ambtelijk coördinatieoverleg VTH. Aanpassingen in de coördinatietaak zijn niet voorzien.
Flevoland 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? De invoering van de omgevingswet heeft daar geen verandering in gebracht. Wij hebben sinds jaar en dag met de handhavingspartners 2 maal per jaar een Ambtelijk Omgevings Overleg (AOO). Daarin overleggen we over nieuwe ontwikkelingen en pakken we waar zinvol gezamenlijke projecten op en wisselen we informatie met elkaar over de uitvoering van de handhavingstaak. De volgende handhavingspartners nemen hieraan deel: • • • • • • •
De 6 flevolandse gemeenten Waterschap Zuiderzeeland Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek Politie Veiligheidsregio NVWA RWS
Vanuit het AOO zijn er regelmatig werkgroepen aan de slag met specifieke onderwerpen, waarbij gerapporteerd en ambtelijk besloten wordt in het AOO. Daarnaast streven wij ernaar om 1 maal per jaar een Bestuurlijk Omgevings Overleg (BOO) te houden. In het BOO worden de in het AOO voorbereide besluiten in behandeling genomen. De provincie treedt hierbij op als voorzitter. 2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Zie hierboven. Afhankelijk van de behoefte hier aan. 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? Dit is niet precies gelabeld. De facilitering van het overleg is door de provincie belegd bij de Omgevingsdienst. Zij verzorgen de secretariële taken voor beide overleggen. Daarnaast nemen wij met twee medewerkers deel aan het AOO en in werkgroepen waar nodig.
12
4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? Nee.
Noord-Holland 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? Beide artikelen in de Omgevingswet zijn gebaseerd op artikel 5.9 Wabo. Volgens de memorie van toelichting op dit artikel (Kamerstukken II 2013/14, 33 872, nr. 3, blz. 41) “bevorderen Gedeputeerde Staten het maken van afspraken (…) over de samenwerking bij de handhaving binnen de provincie”. En vindt de samenwerking vooral plaats op het schaalniveau van de omgevingsdienst tussen de OD’s en de andere handhavingspartners. Waarbij “de behoefte aan (aanvullende) provinciale coördinatie hierdoor beperkt [zal] zijn”. Er wordt dus geen duidelijke invulling gegeven van de coördinatietaak, maar wel opgemerkt dat de behoefte aan coördinatie beperkt zal zijn.
Dat geschreven hebbende, geven in Noord-Holland invulling aan deze artikelen door: • Halfjaarlijks bestuurlijk overleg tussen gedeputeerden, OD-directeuren en Officier van Justitie • Driemaal per jaar bestuurlijk overleg tussen gedeputeerden, DB-leden en OD-directeuren • Een samenwerkingsprogramma bij de OD’s • Selectieoverleg met OvJ • Driemaal per jaar overleg met managers van terrreinbeherende organisaties over afstemming en samenwerking binnen N2000 • Driemaal per jaar overleg met Direct toezichthouder politie en indirect toezichthouder FP over samenwerkingsproblematiek, convenanten • Vier groene netwerken met daarbinnen afstemming tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke partners met jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s • Jaarlijks worden voor de toezichthouders en boa’s (groen, blauw) netwerkdagen georganiseerd • Verschillende thematisch projecten worden uitgevoerd (bijvoorbeeld de Groene Golf). 2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Op bestuurlijk niveau vindt tweemaal per jaar een overleg plaats tussen twee gedeputeerden, vier OD-directeuren en de Officier van Justitie. Daarnaast vindt driemaal per jaar een overleg plaats tussen twee gedeputeerden, acht wethouders/burgemeesters (van iedere OD twee leden van het dagelijks bestuur) en de vier OD-directeuren. 3.
Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? 1,5 fte en € 20.000 per jaar. 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? (Nog) niet. Ik merk wel dat er sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet én naar aanleiding van het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel meer vragen zijn over de invulling van de provinciale coördinatierol.
13
Utrecht 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? In de provincie Utrecht is het Bestuurlijk Provincie-breed Samenwerkingsoverleg Vergunningen, Toezicht en Handhaving (B-PSO) ingesteld. In dit overleg zijn alle bestuurlijke en strafrechtelijke partners aangesloten die bij de kwaliteit en de instandhouding van de gezonde en veilige leefomgeving zijn betrokken. De nadruk ligt hierbij op de VTH-taken, maar dit is niet strikt afgebakend. De voorbereiding van het B-PSO vindt in het Ambtelijk PSO plaats. Onder de vlag van het PSO zijn er de volgende specifieke overleggen ingesteld om de VTH-taken op elkaar af te stemmen. • Stuurgroep Utrechtse Uitvoering en Handhavingsstrategie In aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de verplichting om binnen het werkgebied van de regionale Omgevingsdienst een afgestemde VTH-strategie te hebben, is de samenwerking gestart om voor alle VTH-partners in de Provincie Utrecht een gezamenlijke regionale Uitvoering en Handhavingstrategie (UHS) te hebben. Deze strategie is in 2021 ontwikkeld en in 2022 door elke individuele partner vastgesteld. De eerste UHS is een eerste samenwerkingsafspraak op het vlak van VTH waar met de Stuurgroep is afgesproken deze door te ontwikkelen. Na 2026 willen we de gezamenlijke programmering en uitvoering stevig en verbonden organiseren.
Hiervoor werken we momenteel in samenwerking met de partners aan een handreiking om tot een regionale beleidscyclus te komen. De doelstelling van de regionale beleidscyclus is om op grond van een omgevings- en risicoanalyse de capaciteit van de Omgevingsdienst gericht in te kunnen zetten om in de gehele regio het meeste rendement te behalen en de grootste impact voor de leefomgeving. • Utrechts Samenwerkingsmodel Natuurtoezicht (USN). Binnen de samenwerkingsafspraken van het USN werken de groene handhavingspartners samen. Hierbij gaat het om de afgestemde inzet van de boa-capaciteit voor de groene handhaving. De samenwerking vindt plaats op basis van een gezamenlijke prioritering. Via een zogenaamde handhavingskalender wordt de inzet en prioritering op elkaar afgestemd. De samenwerking wordt jaarlijks geëvalueerd. Op basis van de evaluatie worden voorstellen tot verbetering van de samenwerking gedaan. • Platform Water Vanaf 2024 wordt een overleg tussen de partners die betrokken zijn bij directe en indirecte lozingen opnieuw geactiveerd. Door de komst van de Omgevingswet en de implementatievragen die hiermee samenhingen is dit bestaande overleg een aantal jaren stilgevallen. Op basis van afstemmingsvraagstukken die bij de partners leven wordt vanuit de provinciale coördinatierol dit overleg in 2024 weer opgestart. Dit betreft een ambtelijk overleg.
Vanuit het ambtelijk overleg kunnen bestuurlijke onderwerpen naar het B-PSO worden gebracht. • Regionale Hulp Bij Omgevingswet (RHBO) Voor het implementeren van de Omgevingswet is het van belang dat gemeenten, provincies, waterschappen, Rijk en de overige ketenpartners in de regio hun samenwerking op een toekomstbestendige wijze borgen. Hiertoe is in het Utrechtse de RHBO ingesteld. De Provincie Utrecht faciliteert dit traject. Financiering vindt door alle regiopartners plaats. Binnen de structuur van de RHBO zijn procesafspraken gemaakt op welke wijze elkaarondersteuning gegeven kan worden.
14
2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Zoals bij vraag 1 beschreven vindt er in de provincie Utrecht het Bestuurlijk Provincie-breed Samenwerkingsoverleg Vergunningen, Toezicht en Handhaving (B-PSO) plaats. In beginsel is dit overleg 3 of 4 keer per jaar. Verder is er tussentijds afstemming met de ingestelde Kopgroep. Dit overleg is op ad-hoc basis en daarbij functioneert de Kopgroep als een soort van Dagelijks Bestuur. Afstemming kan hierbij ook via een digitale uitwisseling plaatsvinden. Het voorzitterschap van het B-PSO is bij de provincie Utrecht belegd. 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? Er is 1 fte aan capaciteit beschikbaar voor deze coördinatietaak. Daarnaast is er een uitvoeringsbudget van € 50.000,- . 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? In de opmaat naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH is in het Utrechtse de intensivering van de samenwerking verder vorm gegeven. Voor de duiding van dit traject zie hiervoor vraag 1.
Gelderland 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? a) De VTH-coördinatie taak is bestuurlijk en ambtelijk belegd binnen de provincie Gelderland. b) De coördinatie-taak richt zich op milieu, natuur en BRIKS taken. c) Op bestuurlijk niveau vindt ten minste een keer per jaar een goed inhoudelijk gesprek met de andere VTH-partners plaats. d) We zijn regisseur of participeren in projecten en programma’s met omgevingsdiensten, gemeenten en andere VTH-partners, zoals waterschappen, Veiligheidsregio’s, OM, Politie en GGD. Hiervoor maken we gebruik van bestaande overleggen van dagelijks en algemeen besturen van de omgevingsdiensten en alle daaraan gerelateerde (ambtelijke) overleggen. Soms worden er aparte thematische overleggen opgezet. e) Voor de groene regie werken samen met groene handhavingspartners op basis van een bestuurlijke afspraak met de partners. Hierbij wordt samengewerkt aan bijvoorbeeld het uitvoeren van een gezamenlijke handhavingskalender, het versterken van de capaciteit, de kwaliteit, het gezamenlijk bepalen van prioriteiten en monitoring en evaluatie. In bestuurlijke, ambtelijke en coördinatie-overleggen in regio’s wordt samengewerkt met politie, gemeenten, OM, terrein beherende organisaties, etc. f) Bovendien neemt de provincie de regie op de duurzame ontwikkeling van VTH-stelsel in Gelderland.
Dit doen wij binnen de mogelijkheden die de wet ons biedt. Wij zijn afhankelijk van de wil van anderen en uiteindelijk hebben wij geen doorzettingsmacht. Bevoegd gezagen hierin beleidsvrijheid. De invulling van onze rol richt zich op verbinden, faciliteren, agenderen, coördineren en richting geven. Wij zoeken daarin de samenwerking met omgevingsdiensten en gemeenten. Bovendien sturen we met subsidies en capaciteit. g) We zijn actief betrokken bij het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel. De uitkomsten van dit programma zullen in de loop dit jaar bekend worden. Wij zullen dan samen met onze partners bepalen hoe wij dit in Gelderland willen implementeren.
15
2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Ja. Zie antwoord onder 1. 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? Capaciteit: 1 fte voor VTH-coördinatorrol – heeft regie op bestuurlijke en ambtelijke processen. 1 fte voor groene regie 2 fte voor regio-coördinatie groene handhaving Daarnaast is er een duurzame organisatie waarin VTH afstemming en coördinatietaken uitgevoerd worden. Deze veelvoud aan andere capaciteit wordt niet apart geregistreerd. Uitvoeringsbudget: Budget is beschikbaar om onderzoeken, bijeenkomsten, opdrachten en projecten uit te voeren vanuit de rol en ruimte die we vanuit de wet hebben. Een voorbeeld hiervan is de opleiding circulaire economie voor medewerkers van omgevingsdiensten. 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? De coördinatietaak is nooit statisch, hoe deze vorm krijgt wordt bepaald door waar de VTHuitvoering op een bepaald moment om vraagt of anticipeert hierop. Dit kan ingegeven zijn door ontwikkelingen in de samenleving, ontwikkelingen in de wet- en regelgeving, ontwikkelingen bij partnerorganisaties etc. De verandering van de invulling van deze rol is al voor de invoering van de Omgevingswet ingezet.
Wij vullen deze rol in brede zin in en nemen hierin mee milieu, natuur en BRIKS. De overgang naar de Omgevingswet vroeg om afstemming op een aantal thema’s en onderwerpen. We participeren in regionale overleggen over de invoering en uitvoering van de Omgevingswet.
Zuid-Holland 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? Coördinatie uitvoering en handhaving GS zijn op basis van de Omgevingswet als bestuursorgaan verantwoordelijk voor de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak bij specifieke milieubelastende activiteiten en Seveso-inrichtingen. Deze taak hebben GS van Zuid-Holland in mandaat ondergebracht bij 5 omgevingsdiensten. De uitvoeringstaak en handhavingstaak bij Seveso-inrichtingen hebben GS bij 1 omgevingsdienst belegd, namelijk DCMR milieudienst Rijnmond. Voor de coördinatie van een onderling afgestemde uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak waar GS het bevoegd gezag zijn, is er een uniform provinciaal uitvoeringskader opgesteld, namelijk de nota VTH 2024-2027. In de nota VTH vindt de doorvertaling van de landelijke afspraken plaats, zoals de LHSO en de kwaliteits- en procescriteria. Op basis van de nota VTH en de onderliggende mandaten hebben de 5 omgevingsdiensten de opdracht gekregen om tijdig onderling af te stemmen en GS te informeren.
Indien er meerdere bestuursorganen betrokken zijn bij de uitvoeringstaak of handhavingstaak zal de betrokken omgevingsdienst namens GS per casus afstemmen met bijvoorbeeld de waterschappen (5 in ZH), veiligheidsregio’s (4 in ZH), RWS, ANVS, NVWA, Nederlandse Arbeidsinspectie, ILT, RVO, andere omgevingsdiensten (bijvoorbeeld tussen de Sevesoomgevingsdiensten) maar ook met politie en het OM/FP. De provincie ziet er via de reguliere
16
overleggen met de omgevingsdiensten en voortgangsrapportage op toe dat deze onderlinge afstemming plaatsvindt. Op deelgebieden stemmen we binnen de provincie ook periodiek breed af met gemeenten. Zo zijn er in 2023 met alle gemeenten ambtelijke gesprekken geweest over het landelijke en het provinciale beleid externe veiligheid, en lokale aandachtspunten externe veiligheid. De provincie is als bestuursorgaan ook deelnemer van de Gemeenschappelijke Regeling van de omgevingsdiensten. Via het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur vindt er (regionaal) afstemming plaats met gemeenten. Vanuit onze rol als deelnemer en lid van het DB en AB hebben wij in 2021 ook samen met de gemeenten en de omgevingsdiensten een provincie brede verkenning uitgevoerd naar de uitvoering van de VTH-taken. Op basis hiervan hebben we samen met de gemeenten de omgevingsdiensten een bestuurlijke opdracht gegeven en ingezet op een intensivering van de samenwerking. Ten slotte wordt er vanuit de provincie Zuid-Holland op casusniveau binnen de provincie (of zelfs landelijk) onderling afgestemd en/of gefaciliteerd dat er afstemming plaatsvindt. Dit kan bij een specifiek aandachtsdossier, zoals bij het bedrijf Chemours, maar ook thematisch, bijvoorbeeld in de aanpak (potentieel) Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), bodemsanering, water (doelen KRW), circulaire economie of stikstof.
Op deze vlakken wordt er vanuit de provincie intensief samengewerkt met de omgevingsdiensten, gemeenten, waterschappen en verschillende rijksdiensten. De gesignaleerde aandachtspunten of onderwerpen met een landelijke impact brengen we via IPO onder de aandacht bij andere provincies en de (landelijke) uitvoering- en handhavingspartners. Provinciaal handhavingsoverleg Sinds de oprichting van de omgevingsdiensten komen de directeuren omgevingsdiensten en de provincie 4 of 5 keer per jaar samen om onder andere van gedachten te wisselen over de kwaliteit, doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. Ook is er op initiatief van de provincie Zuid-Holland een aantal structurele overleggen opgezet tussen de omgevingsdiensten op uitvoeringsniveau, waar kennisuitwisseling plaatsvindt over onder andere vergunningverlening of toezicht en handhaving. Aanvullend is er maandelijks overleg tussen de 5 directeuren omgevingsdiensten met de drie gedeputeerden die verantwoordelijk zijn voor VTH en het functioneel parket. Hier wordt gesproken over actuele dossiers en een thema dat de omgevingsdiensten en provincie raakt. In alle voorgenoemde overleggen worden geen formele beslissingen genomen. Het zijn overleggen om af te stemmen, informatie te delen en van gedachten te wisselen.
Waar mogelijk worden op basis hiervan gemeenschappelijke prioriteiten benoemd en nader uitgewerkt in samenwerkingsovereenkomsten, de reguliere werkplannen of een specifiek uitvoeringsprogramma.
2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Samen met gemeentebestuurders (DB-leden van de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten) voert de provincie een project ‘doorontwikkeling Zuid-Hollandse omgevingsdiensten’ uit. Deze doorontwikkeling richt zich op samenwerking tussen de vijf omgevingsdiensten, informatiedeling, kennisuitwisseling en het gezamenlijk uitvoeren van specialistische taken. Het bestuurlijk overleg over de doorontwikkeling komt circa 2 keer per jaar bij elkaar. Op casusniveau vindt er eveneens bestuurlijk overleg plaats. In het dossier Chemours is er bijvoorbeeld een regulier overleg met de Staatssecretaris en wordt er twee keer per jaar bestuurlijk afgestemd met alle betrokken gemeenten. 17
3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? Er is bij de provincie Zuid-Holland niet specifiek capaciteit of een uitvoeringsbudget beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaken. Deze taak is geïntegreerd in de reguliere werkzaamheden van de provincie die verbonden zijn aan de uitvoering VTH-taken, bijvoorbeeld het evalueren en actualiseren van de nota VTH, het beoordelen en accorderen van de jaarlijkse opdracht aan de omgevingsdiensten en het plannen en organiseren van de reguliere overleggen tussen de directeuren omgevingsdiensten en gedeputeerden. Er is dus capaciteit en uitvoeringsbudget, maar deze is niet specifiek gelabeld voor het uitvoeren van de diverse coördinatietaken. 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? Nee. In aanloop van het in werking treden van de Omgevingswet hebben we binnen de provincie Zuid-Holland de nodige maatregelen genomen om eventuele aanpassingen door te voeren. Zo is bijvoorbeeld tijdig de provinciale omgevingsverordening vastgesteld en hebben we de nota VTH op onderdelen aangepast voor het werken onder de Omgevingswet.
Met het Zuid-Hollandse programma implementatie omgevingswet is dit in de afgelopen jaren nader uitgewerkt en afgestemd met de uitvoering- en handhavingspartners, waaronder de omgevingsdiensten.
Zeeland 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet?
Zie bijlage.
18
Daarnaast a. organiseren we minimaal 1x per jaar een themadag VTH voor alle bij VTH betrokkenen in Zeeland. Bijvoorbeeld over de Omgevingswet, Straf- en bestuursrecht (LHSO) en casemanagement/integraal werken. b. hebben we in 2021 en 2022 onderzoek laten doen naar de Samenwerking op Milieutaken in Zeeland. De uitkomsten hiervan zijn input voor het plan van aanpak Robuustheid RUD Zeeland, zoals dat nu door de staatssecretaris is gevraagd in het kader van het Interbestuurlijk programma VTH stelsel. 2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Ja, 2x per jaar Bestuurlijk/Ambtelijk Overleg Omgevingsrecht, zie bijlage voor deelnemers. Het Casusoverleg Zeeland vindt 4x per jaar plaats. 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? Provincie Zeeland levert ca 1 fte in verschillende rollen en heeft 15.000 euro beschikbaar voor de coördinatietaak. Gemeenten en OD leveren ook inzet voor het regieteam dat in Zeeland veel voorbereidt voor het Bestuurlijk Overleg Omgevingsrecht. Daarnaast dragen gemeenten ook bij in euro’s. 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? Niet persé de Omgevingswet.
Wel evalueren we op dit moment de invulling van de coördinatietaak. Mogelijk leidt dat tot wijzigingen vanaf de 2e helft 2024.
Noord-Brabant 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? Dit doen wij op verschillende manieren. a) We organiseren twee keer per jaar een Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO). Dit is een bestuurlijk overleg met vertegenwoordigers van de provincie, gemeenten/omgevingsdiensten, waterschappen, veiligheidsregio’s, GGD’s, politie, terreinbeherende organisaties, OM en NVWA. Bespreekpunten hier zijn overkoepelende vraagstukken mbt handhaving of andere brede problematiek die in Brabant speelt. b) In toezicht en handhaving op de naleving van mest-gerelateerde wet- en regelgeving (Meststoffenwet, Waterwet en Omgevingswet onderdeel milieubelastende activiteiten) werken we gebiedsgericht samen met andere bevoegde en uitvoerende gezagen, met name met het Ministerie van LNV, de NVWA, RVO, Waterschappen, Omgevingsdiensten, provincie Limburg en het OM. c) We hebben een specifiek bestuurlijk overleg over het vrije veldtoezicht (groene boa’s) in het netwerkverband Samen Sterk in Brabant. Dit is met nagenoeg dezelfde partijen als het BPO en vindt drie keer per jaar plaats. d) We trekken of participeren in allerlei trajecten met omgevingsdiensten en gemeenten. Zo maken we gebruik van bestaande reguliere overleggen als de DB’s en AB’s van de omgevingsdiensten en alle bijbehorende ambtelijke overleggen.
e) We organiseren samenwerking op thematische onderwerpen. Een voorbeeld hiervan is hoe we Brabantbreed omgaan met de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord. f) We sturen actief op eenduidige uitvoering door de drie omgevingsdiensten in Brabant. We hebben al onze VTH-taken ondergebracht bij de omgevingsdiensten. Soms is ook het zorgdragen van samenwerking gedelegeerd en zorgen de diensten in onze naam voor onderlinge samenwerking of samenwerking met partners. 19
De (oorspronkelijke) coördinatietaak is nog heel erg gestoeld op de situatie van vóór de omgevingsdiensten. Nu kunnen we ook gebruik maken van de nieuwe structuren van de omgevingsdiensten en hoeft niet alles meer los/extra georganiseerd te worden. We proberen daarom ook veel te doen via de nieuwe structuren. 2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Ja. Zie het antwoord op vraag 1. 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? Dit registreren wij niet apart. 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? Nee. Zoals bij vraag 1 aangegeven, heeft de komst van omgevingsdiensten wel geleid tot een andere werkwijze. De Omgevingswet verandert daar an sich niets aan. Wel zijn we actief betrokken bij het Interbestuurlijk Programma versterking VTH-stelsel. Dit jaar zal duidelijk worden wat daar uit komt en dan kunnen we ook kijken met onze partners hoe we dit willen implementeren.
Limburg 1. Hoe is in uw provincie invulling gegeven aan de artikelen 18.26 en 18.27 van de Omgevingswet? In Limburg hebben we tot 2023 een Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) en een ambtelijk platform omgevingsrecht (APO) gehad. O.a. OM, politie, gemeenten en Provincie zat hierbij aan tafel. We hebben het BPO omgevormd, omdat we merken dat de partners veelal al met elkaar in gesprek zijn in andere overleggen. Het uitblijven van agendapunten maakte dat we het hebben omgevormd tot een gerichte thema bijeenkomst. Deze vindt 1x per jaar plaats. Deelnemers zijn politie, OM, waterschap, RUD’s, TBO’s, RIEC en NVWA. Laatste bijeenkomst was in januari 2023. Onze Regionale Uitvoeringsdienst voert voorts structureel overleg met OM, samen met de Veiligheidsregio en ander partners zoals ILT en Arbeidsinspectie. Daarnaast hebben wij het platform Samen Sterk in Limburg, zijnde een samenwerkingsovereenkomst van (39) verschillende publieke en private handhavingspartners (o.a. alle gemeenten, TBO’s, Waterschap en RWS) die gebiedsgericht en integraal samenwerken (‘vrije veld - toezicht’) op het terrein van preventie en handhaving in het buitengebied om misstanden effectief te kunnen aanpakken. Bij handhavingsacties in het kader van SSIL wordt regionaal en lokaal ook nauw samengewerkt met de Politie Eenheid Limburg (basisteams).
In deze context is in 2019 vanuit de Provincie Limburg een groene regisseur aangesteld. Hij of zij draagt zorg voor de verbinding tussen de partners en werkt thema’s uit die in het belang zijn voor de tactisch- operationele samenwerking. In die context is ook een Limburg-brede werkgroep SSIL samengesteld, die voorstellen doet en afstemt ten behoeve van de inrichting en uitvoering van deze samenwerking. Hierbij is de handhaving in het buitengebied ingedeeld in 2 operationele netwerkgroepen (Noorden Zuid-Limburg), elk met een eigen aanspreekpunt/coördinator. In het kader van de strafrechtelijke handhaving vindt sinds september 2023, onder voorzitterschap van het OM (Functioneel Parket), structureel (circa tweemaandelijks) een Operationeel Overleg Milieu (OOM) plaats met onze Regionale Uitvoeringsdienst, het Waterschap, RWS, ILT, NVWA, Team Milieu Politie en Arbeidsinspectie, waaraan ook de Provincie deelneemt in het licht van de Omgevingswet (casuïstiek i.r.t. de activiteiten natuur) en de Omgevingsverordening Limburg. Daarnaast wordt in 2024 bezien of in verband met de Landelijke Handhavingsstrategie 20
Omgevingsrecht (LHSO) een apart periodiek tactisch-operationeel overleg tussen OM en Provincie kan worden geïnitieerd ten behoeve van een effectieve afstemming tussen de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving in lopende zaken alsmede voor versterking van de onderlinge kennis- en informatiedeling. 2. Vindt er minimaal 1 keer per jaar een door uw provincie georganiseerd breed bestuurlijk overleg plaats? Er wordt minimaal 1x per jaar overleg gevoerd. 3. Hoeveel capaciteit en uitvoeringsbudget is bij uw provincie beschikbaar voor het uitvoeren van de coördinatietaak? De coördinatietaak wordt uitgevoerd binnen de beschikbare VTH-capaciteit en budget. Er zijn geen middelen specifiek hiervoor geoormerkt. 4. Heeft de overgang van Wabo naar Omgevingswet binnen uw provincie geleid tot een aanpassing van de coördinatietaak (of staat dat nog te gebeuren)? De overgang naar de Omgevingswet heeft nog niet geleid tot een aanpassing van de taak.
21
Bijlage B De coördinatietaak van Gedeputeerde Staten van de provincie zoals vastgelegd in artikel 5.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (vervallen per 1-1-2024). Dit artikel luidde: 1. Gedeputeerde staten dragen binnen de provincie zorg voor de coördinatie van de uitvoering door de bevoegde bestuursorganen van het bepaalde bij of krachtens artikel 5.7. 2. Over de kwaliteit en doelmatigheid van de uitvoering en handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten, bedoeld in artikel 5.7, en over de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten, in de betreffende provincie, vindt regelmatig overleg plaats. 3. Gedeputeerde staten stellen voor het in het tweede lid bedoelde overleg een of meer overlegorganen in. Op uitnodiging kunnen andere instanties, die belast zijn met de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten, deelnemen aan het overleg. In artikel 5.7 werd bepaald dat met een algemene maatregel van bestuur (AmvB) in het belang van een doelmatige uitvoering en handhaving, regels werden gesteld over strategische en programmatische uitvoering, een onderling afgestemde uitoefening van bevoegdheden en bovenregionale prioriteitstelling.
In de Memorie van Toelichting op de wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving), Kamerstukken II 2013/14, 33 872, nr. 3, is in paragraaf 3.5 (blz. 14) het volgende over de coördinatie door de provincie opgenomen (waarbij voor artikel 5.6, artikel 5.9 moet worden gelezen en voor artikel 5.3 het latere artikel 5.7). Het voorgestelde artikel 5.6 van de Wabo heeft betrekking op de coördinatietaak van de provincies. Het artikel komt in hoofdlijnen overeen met de in het huidige artikel 5.4 van de Wabo opgedragen taak en gaat nog verder terug tot de Wet milieubeheer (de provincie coördineert een goede samenwerking op het gebied van milieuhandhaving). Gedeputeerde staten hebben volgens artikel 5.4 van de Wabo de zorg voor de coördinatie van de uitvoering van de krachtens artikel 5.3 geregelde verplichtingen. Deze verplichtingen betreffen onder andere een strategische, programmatische en onderling afgestemde uitoefening van de handhavingsbevoegdheden door de met bestuursrechtelijke handhaving belaste instanties. Ter uitvoering van hun coördinatietaak bevorderen gedeputeerde staten het maken van afspraken over het voldoen aan de kwaliteitseisen en de daarvoor benodigde voorzieningen en over de samenwerking bij de handhaving binnen de provincie.
Deze taak wordt in het voorgestelde artikel 5.6 enerzijds verruimd namelijk met de coördinatie ten aanzien van de minimumeisen voor deskundigheid en beschikbaarheid en de kwaliteit van de uitvoering van taken en bevoegdheden met betrekking tot de omgevingsvergunning (in de Wabo en in de betrokken andere wetten). Anderzijds vinden de samenwerking bij de handhaving tussen de omgevingsdiensten en de andere relevante handhavingspartners zoals het OM, de politie, het bevoegd gezag voor de Waterwet, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW) en de veiligheidsregio’s, en de onderlinge afstemming van de handhavingstaken die bij de omgevingsdiensten zijn ondergebracht, voortaan primair plaats op het schaalniveau van de «omgevingsdienstregio». De behoefte aan (aanvullende) provinciale coördinatie zal hierdoor beperkt zijn. Met betrekking tot de bij de omgevingsdienst ondergebrachte VTH-taken zal het voldoen aan de minimumeisen voor deskundigheid en beschikbaarheid voortaan vooral aan de orde zijn in het gebruikelijke overleg tussen de omgevingsdienst en de bestuursorganen die de omgevingsdienst hebben ingesteld. Bij de provinciale coördinatie zal ook hier met de in het verband van de omgevingsdienst gemaakte afspraken rekening moeten worden gehouden.
De provincies zullen echter op basis van hun ervaring zeker in de beginperiode van het functioneren van de omgevingsdiensten nog een belangrijke rol spelen bij het voldoen aan de kwaliteitseisen. Met betrekking tot de niet bij de omgevingsdiensten in een provincie ondergebrachte VTH-taken blijven gedeputeerde staten zorg dragen voor de begeleiding van de gemeenten bij het voldoen aan de kwaliteitseisen, het treffen van de daarvoor benodigde voorzieningen en het maken van afspraken daarover. De coördinatie op het vlak van de (aanvullende) kwaliteitseisen zal zich, 22
zolang de kwaliteitseisen nog niet wettelijk zijn vastgelegd, vooral richten op het ondersteunen van de omgevingsdiensten en de gemeenten bij de introductie van deze criteria binnen de organisaties. Hierbij speelt een rol dat de gemeenten daarvoor een redelijke termijn moet worden gegeven. In die tijd kan van interbestuurlijk toezicht voor wat betreft het voldoen aan de aanvullende kwaliteitseisen uiteraard geen sprake zijn. Wanneer de criteria wettelijk zijn vastgelegd, zal de provinciale inzet niet alleen bestaan uit coördinatie maar ook uit interbestuurlijk toezicht. Het voldoen aan op de Wabo gebaseerde kwaliteitscriteria is immers een door de wet gevorderd resultaat dat naar behoren tot stand moet worden gebracht. Wanneer een gemeente daarin tekort schiet en het horizontale toezicht van de gemeenteraad of de in paragraaf 3.4 genoemde collegiale toets geen soelaas heeft geboden, dient de provincie daar in het kader van het interbestuurlijk toezicht zo nodig tegen op te treden. In dezelfde Memorie van Toelichting is op pagina 41 een artikelsgewijze toelichting opgenomen. In het huidige artikel 5.4 van de Wabo is aan gedeputeerde staten een coördinerende taak toegekend ten aanzien van de uitvoering van de bestuursrechtelijke handhaving.
Deze taak wordt in het voorgestelde artikel 5.6 enerzijds verruimd, namelijk met de coördinatie ten aanzien van de kwaliteit van de uitvoering van taken en bevoegdheden met betrekking tot de omgevingsvergunning en met betrekking tot activiteiten waarvoor regels zijn gesteld krachtens de betrokken wetten voor zover dat in die wetten is bepaald (voorgesteld artikel 5.3, eerste lid, onder a, van de Wabo). Anderzijds zal de coördinatie van taken die bij een omgevingsdienst zijn ondergebracht niet langer primair op provinciaal niveau plaatsvinden, maar op het niveau van de omgevingsdienst. De coördinerende taak van de provincie zal dus – afgezien van de opstartperiode van de omgevingsdiensten – voor het merendeel betrekking hebben op de bij gemeenten en de provincie achterblijvende taken. In verband hiermee zal rekening gehouden moeten worden met de in verband van een omgevingsdienst gemaakte afspraken. De coördinatie heeft verder geen betrekking op de strafrechtelijke handhaving. Van belang hierbij is nog dat regels over de kwaliteit en de wijze van uitvoering van taken voor veel situaties in de gedelegeerde regelgeving zullen worden gegeven. Daardoor kunnen de provincies in veel gevallen rechtstreeks toezien op de uitvoering van wettelijke voorschriften en daarop indien nodig ingrijpen met het generiek toezicht, zonder eerst zelf aan een coördinatiestructuur te hoeven bouwen.
Verwezen wordt verder naar de paragrafen 3.5 en 3.6 van het algemeen deel van deze memorie van toelichting. Bij de overgang van Wabo naar Omgevingswet is voor de nieuwe artikelen 18.26 en 18.27 geen nadere toelichting gegeven.
23
Dit is een uitgave van de
Inspectie Leefomgeving en Transport Postadres
: Postbus 16191 2500 BD Den Haag
Telefoon
: 088 489 00 00
Website
: www.ilent.nl
X/Instagram
: @inspectieLenT 24