Bijlage 7 - Bodemonderzoek S-6210 en S-6365 te Laren
Tekst van het document
N.V. NEDERLANDSE GASUNIE
VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK (inclusief verkennend asbestonderzoek)
AFSLUITERSCHEMA'S S-6210 EN S-6365 AAN DE WEG OVER ANNA'S HOEVE (ONG.) TE LAREN 27 JUNI 2023
WSP NEDERLAND B.V. ORIONWEG 28 8938 AH LEEUWARDEN wsp.com
PROJECTNUMMER SOL022574MK DOCUMENTNUMMER SOL022574MK -Definitief- Verkennend en nader bodemonderzoek S6210 en S-6365 te Laren, versie 3.0
COLOFON OPDRACHTGEVER N.V. Nederlandse Gasunie Concourslaan 17 9727 KC Groningen CONTACTPERSOON OPDRACHTGEVER De heer H.W. Denneboom PROJECTNUMMER GASUNIE I.014413.01 CONTACTPERSOON WSP NEDERLAND B.V. Mevrouw ing. A.J.M. Heddes Tel: 06-22915110 Email: anita.heddes@wsp.com
AUTORISATIE PROJECTNUMMER
DOCUMENTNUMMER
VERSIE
STATUS
SOL022574MK
SOL022574MK -Definitief V2- Verkennend en nader bodemonderzoek S-6210 en S-6365 te Laren
3.0
Definitief
OPGESTELD DOOR
FUNCTIE
DATUM
De heer N.F.Y. Kalt, BSc
Adviseur
27 juni 2023
GEVERIFIEERD DOOR
FUNCTIE
DATUM
De heer ing. R.M. Dijkstra
Senior adviseur
27 juni 2023
GOEDGEKEURD DOOR
FUNCTIE
DATUM
Mevrouw ing. A.J.M. Heddes
Senior Adviseur
27 juni 2023
PARAAF
PARAAF
PARAAF
RAPPORTHISTORIE VERSIE
DATUM
WIJZIGINGEN
2.0
8 mei 2023
Toevoegen resultaten herbemonstering en nader onderzoek (deels)
3.0
27 juni 2023
Toevoegen resultaten nader onderzoek
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 2/33
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding, doel en opzet van het onderzoek
5
1.2
Kwaliteit
5
2
VOORONDERZOEK
7
2.1
Beschrijving van de locatie
7
2.2
Bevindingen vooronderzoek
8
2.3
Hypothese en onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek
10
2.4
Conceptueel model nader bodemonderzoek afsluiterschema S-6365 (afsluiter 31 (pigverzendlocatie)) 11
2.5
Conceptueel model nader bodemonderzoek afsluiterschema S-6365 (aftappunt 81)
12
Conceptueel model nader bodemonderzoek afsluiterschema S-6210 (nieuwe locatie)
13
3
VELDWERK EN CHEMISCHE ANALYSES
15
3.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
15
3.2
Zintuiglijke waarnemingen
16
3.3
Asbestonderzoek
16
3.4
Grondwaterbemonstering
17
3.5
Chemische analyses
18
4
BESPREKING ANALYSERESULTATEN
19
4.1
Toetsing analyseresultaten
19
4.2
Interpretatie verkennend bodemonderzoek
23
4.3
Toetsing hypothese
26
4.4
Interpretatie nader bodemonderzoek afsluiterschema S-6365 (afsluiter 31 (pigverzendlocatie)) 27
4.5
Interpretatie nader bodemonderzoek afsluiterschema S-6365 (aftappunt 81) 27
4.6
Interpretatie nader bodemonderzoek afsluiterschema S-6210 (nieuwe locatie) 28
5
GEVAL VAN BODEMVERONTREINIGING
29
5.1
Saneringsnoodzaak
29
5.2
Noodzaak tot spoedige sanering
30
6
CONCLUSIES
31
2.6
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 3/33
OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage 1
— Regionale ligging van de onderzoekslocatie Bijlage 2
— Situatietekeningen Bijlage 3
— Profielbeschrijvingen Bijlage 4
— Analysecertificaten grond, asbest in grond en grondwater
Bijlage 5
— Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Bijlage 6
— Tekening met proefsleuven
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 4/33
1
INLEIDING
In opdracht van N.V. Nederlandse Gasunie heeft WSP Nederland B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van afsluiterschema's S-6210 en S-6365 aan de Weg over Anna's Hoeve (ong.) te Laren. De ligging van de locatie en de situatietekening zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2.
1.1
AANLEIDING, DOEL EN OPZET VAN HET ONDERZOEK
De aanleiding voor dit onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen werkzaamheden ter hoogte van de afsluiterschema's S-6210 en S-6365. De bestaande afsluiterschema’s worden (deels) ontmanteld en de functionaliteit wordt ondergebracht bij een nieuw afsluiterschema. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of er ter hoogte van de onderzoekslocatie sprake is van een verontreiniging van grond en/of grondwater. De opzet van het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse norm ‘’Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek’’ (NEN 5740:2009+A1:2016). Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om na te gaan of de verdenking op asbest in de grond terecht is. De opzet van het verkennend asbestonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse norm “Inspectie en monsterneming asbest in bodem en partijen grond” (NEN 5707+C2:2017). Het verkennend onderzoek geeft aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek op de volgende locaties: − Ter hoogte van de nieuwe locatie van het afsluiterschema S-6210 is sprake van het voorkomen van sterk verhoogde gehalten aan PAK in de bovengrond. − Ter hoogte van afsluiterschema S-6365 is bij afsluiter 31 (pigverzendlocatie) in de ondergrond (circa 1,5 - 2,2 m -mv) sprake van het voorkomen van sterk verhoogde gehalten aan PAK en nikkel.
− Ter hoogte van afsluiterschema S-6365 is bij aftappunt 81 in de ondergrond (circa 2,0 - 2,4 m -mv) sprake van het voorkomen van een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie. Het doel van het nader onderzoek is om, ter hoogte van de geplande werkgebieden, inzicht te krijgen in de ernst en de omvang van de aangetroffen verontreinigingen. Het nader onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 Strategie voor uitvoering van nader onderzoek (Onderzoek naar de aard en de omvang van bodemverontreiniging, 2022).
1.2
KWALITEIT
WSP Nederland B.V. is door Kiwa Nederland B.V. gecertificeerd voor de ISO 9001, ISO 14001 en VCA** en in het kader van de Regeling Kwalibo voor de BRL SIKB 1000, 2000 en 6000. Verder is WSP Nederland B.V. gecertificeerd voor het asbestcertificatieschema en de CO2-prestatieladder trede 5. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Sialtech B.V. en WSP Nederland B.V. conform de onderstaande protocollen: − Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”. − Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. − Protocol 2018 “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem”. Sialtech B.V. (certificaatnummer VB-059) en WSP Nederland B.V. (certificaatnummer K106261) zijn hiervoor gecertificeerd volgens de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat erkend. De veldmedewerkers die zijn ingezet beschikken over de in de BRL gestelde ervaringseisen en staan geregistreerd als erkend persoon bij Rijkswaterstaat Leefomgeving voor tenminste de voor dit project relevante protocollen. Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 5/33
De analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. Dit laboratorium is geaccrediteerd conform de NEN-EN-ISO 17025:2005 en de AS3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”. De analyses zijn, waar mogelijk, verricht conform de AS3000. De onderzoekslocatie is geen eigendom van WSP Nederland B.V., daaraan gelieerde ondernemingen of overige bij de uitvoering van het onderzoek betrokken partijen. Derhalve voldoet het onderzoek aan de onafhankelijkheidseisen uit de Regeling bodemkwaliteit en het procescertificaat BRL 2000. Disclaimer Bodemonderzoek betreft per definitie een steekproef. Het hanteren van de actuele normen en protocollen draagt in grote mate bij aan het verkrijgen van een correct beeld van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek maakt het echter onmogelijk om garanties te geven ten aanzien van de resultaten van het onderzoek. WSP Nederland B.V. accepteert geen aansprakelijkheid voor eventuele beslissingen die opdrachtgever of derden op basis van dit onderzoek nemen.
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 6/33
2 VOORONDERZOEK In het kader van het onderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725:2017. In het kader hiervan zijn de volgende bronnen geraadpleegd: − N.V. Nederlandse Gasunie. − Gemeenten Baarn en Laren. − Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek. − RUD Utrecht. − Provincies Utrecht en Noord-Holland. − Landelijk bodemloket (www.bodemloket.nl). − Historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl). − Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). − Terreininspectie. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek besproken. Dit resulteert in een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen.
2.1
BESCHRIJVING VAN DE LOCATIE
In onderstaand overzicht zijn de algemene gegevens van de locatie opgenomen: Tabel 1: Algemene gegevens verkennend asbest- en bodemonderzoek Algemene informatie Adres onderzoekslocatie
Weg over Anna’s Hoeve (ong.) te Laren
Coördinaten (volgens Rijksdriehoeksmeting) X: Aanwezige verhardingen
143.800
Y:
470.290
Onverhard (deels bosgrond en deels wegberm)
Bodemkwaliteitskaart (afsluiterschema’s S-6210 en S-6365; gemeente Baarn) Toepassingskaart
Achtergrondwaarde
Ontgravingskaart
Achtergrondwaarde
Bodemkwaliteitskaart (nieuw locatie schema; gemeente Laren) Toepassingskaart
Overig
Ontgravingskaart
Uitgesloten
Op de onderhavige locaties bevinden zich zogenaamde afsluiterschema’s in het regionale gastransportsysteem. Op deze locaties kunnen gastransporttechnische schakelingen uitgevoerd worden ten behoeve van o.a.: — het schakelen van leidingen; — het afsluiten van een gedeelte van het gastransportsysteem; — het gasvrij maken van een gedeelte van het gastransportsysteem ten behoeve van beheer, onderhoud en calamiteiten. Het onderhoud van de afsluiters bestaat uit het smeren van de spindels en de doorvoeringen. Bij dit onderhoud kunnen zich in het verleden morsingen hebben voorgedaan. Verder kan plaatselijk lekkage zijn opgetreden met minerale olieproducten. Hierdoor kan bodemverontreiniging zijn ontstaan. Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 7/33
Afsluiterschema S-6365 is tevens voorzien van een zogenaamde vloeistofvangvoorziening. Op deze locatie wordt aardgascondensaat dat zich in het leidingnet kan vormen door druk- en temperatuurdaling door middel van speciale constructies afgevangen en verzameld. Het afgevangen condensaat wordt regelmatig afgetapt. Bij het aftappen van dit condensaat kunnen zich in het verleden morsingen hebben voorgedaan. Verder kan plaatselijk lekkage zijn opgetreden met minerale olieproducten. Hierdoor kan bodemverontreiniging zijn ontstaan. Uit raadpleging van informatie van Gasunie volgt dat het afsluiterschema S-6365 (incl. vloeistofvanger) medio 1966 zijn aangelegd. Afsluiterschema S-6210 is medio 1957 aangelegd.
2.2 BEVINDINGEN VOORONDERZOEK Door N.V. Nederlandse Gasunie is een bodeminformatiesysteem (Geoportaal) opgezet waarin zij alle beschikbare bodeminformatie omtrent Gasunielocaties hebben ondergebracht. Uit raadpleging van het Geoportaal blijkt dat beide afsluiterschema’s eerder gericht zijn onderzocht. De beschikbare bodeminformatie van Gasunie en de bevoegde gezagen is hieronder beschreven. Afsluiterschema S-6210 Ter hoogte van afsluiterschema S-6210 zijn de volgende bodemonderzoeken bekend: — Verkennend bodemonderzoek afsluiterschema S-6210 gelegen aan de Zandheuvelweg te Baarn, Arcadis Nederland B.V., projectnummer D10019887:80, d.d. 19 februari 2021. — Verkennend en aanvullend bodemonderzoek afsluiterschema S-6210 gelegen aan de Zandheuvelweg te Baarn, Arcadis Nederland B.V., projectnummer D10046012:12, d.d. 11 januari 2022. Uit de verrichte bodemonderzoeken ter hoogte van de afsluiterschema S-6210 volgt dat tijdens de veldwerkzaamheden ter plaatse van boring B101 sporen plastic zijn waargenomen in de boven- en ondergrond (van 0,15 tot 2,5 m mv). Uit de analyseresultaten komt naar voren dat in de boven- en ondergrond maximaal licht verhoogde gehalten aan PAK en PCB voorkomen. Het grondwater is tijdens de verrichte onderzoeken niet onderzocht omdat er geen grondwater binnen 2,0 m -mv is aangetroffen.
Opgemerkt wordt dat tijdens de verrichte onderzoeken geen steekbus op het niveau van de ondergrondse afsluiters is genomen. De aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek werd gevormd door het wijzigen van de scope van de destijds geplande werkzaamheden (dieper werkput voorzien). Afsluiterschema S-6365 Ter hoogte van afsluiterschema S-6365 zijn de volgende bodemonderzoeken bekend: — Inventariserend bodemonderzoek vloeistofvangvoorzieningen van de N.V. Nederlandse Gasunie rayon Utrecht, Oranjewoud B.V., projectnummer 601-20817, d.d. december 1993). — Vervolgonderzoek bij vloeistofvangvoorziening “Gooiersgracht”, Fugro Milieu Consult B.V., projectnummer 81010136.120, d.d. 2 november 2001. — Actualisatie grondwaterverontreiniging t.p.v. vloeistofvangvoorziening S-6365 nabij Hilversum, Oranjewoud B.V., projectnummer 259344-VBO-DPOl-Ol, d.d. 19 april 2013. — Plan van aanpak vloeistofvangvoorziening S-6365 Hilversum, Antea Group B.V., projectnummer 11191-259344, d.d. 4 april 2014. Uit deze onderzoeken volgt dat ter plaatse van het aftappunt van de vloeistofvangvoorziening een sterke grond- en grondwaterverontreiniging aanwezig is met minerale olie. Het betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging (circa 18 m3 sterk verontreinigde grond en 60 m3 sterk verontreinigd grondwater), welke is ontstaan voor 1987 (historisch geval).
Tevens zijn licht verhoogde concentraties aan vluchtige aromaten en tetrahydrothiofeen aanwezig in het grondwater. De bodemverontreiniging is aangetroffen vanaf 0,9 tot 3,5 m -mv.
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 8/33
Het plan van aanpak is opgesteld i.v.m. de verwijdering van een waterleiding nabij het aftappunt. De werkzaamheden hadden niet tot doel om de verontreiniging te saneren. Er is geen evaluatierapport aangetroffen in Geoportaal en derhalve is het niet bekend of er destijds verontreinigde grond is afgevoerd. Weg over Anna’s Hoeve In het kader van de geplande reconstructie van de Weg over Anna’s Hoeve zijn meerdere (bodem)onderzoeken verricht naar de kwaliteit van de grond, funderingsmateriaal en verhardingen van de weg. De onderzoekscontouren van de verrichte onderzoeken overlappen (deels) met de geplande werkzaamheden van Gasunie. De relevante onderzoeken zijn als volgt: — Verhardings- en milieutechnisch onderzoek en -advies Weg over Anna’s Hoeve in Hilversum, ‘de WOAH’, Unihorn bv, projectnummer 2119057-01-RAP-MOZ-01-v1.0, d.d. 28 maart 2019. — Verkennend bodemonderzoek bermen conform NEN 5740 Weg over Anna’s Hoeve, Movares Nederland BV, projectnummer MN002762, d.d. 21 december 2021. — Verkennend bodem-, asfalt en verhardingsonderzoek Weg over Anna’s Hoeve te Hilversum (oostelijk deel / Dr. A. Schweitzerweg), Milieutechniek ZVS Eemnes BV, projectnummer B04222267 (fase I/II), d.d. 29 augustus 2022. Uit de verrichte bodemonderzoeken volgt dat ter hoogte van de geplande locatie van het nieuwe afsluiterschema meerdere boringen en analyses zijn verricht.
Tijdens de veldwerkzaamheden langs de Weg over Anna’s Hoeve zijn ter hoogte van het geplande afsluiterschema (zeer) zwakke tot sterke bijmengingen met Repac, asfalt en/of baksteen waargenomen in de bovengrond van de wegberm (boringen 54 t/m 56; Movares). Gedurende het onderzoek van ZVS uit 2022 zijn in de bosgrond geen bodemvreemde materialen waargenomen. Onder de asfaltverharding van de Weg over Anna’s Hoeve zijn tijdens het verhardingsonderzoek van Unihorn geen boringen dieper doorgezet dan de verhardingslaag en het funderingsmateriaal is hier onbekend. Tijdens het onderzoek van ZVS uit 2022 zijn funderingslagen bestaande uit metselpuin of baksteen waargenomen onder de asfaltverharding. Uit de analyseresultaten komt naar voren dat in de wegberm van de Weg over Anna’s Hoeve ter hoogte van het nieuwe afsluiterschema sterk verhoogde gehalten aan PAK en licht verhoogde gehalten aan lood, zink, PCB en minerale olie voorkomen in de bovengrond (0,0 tot 0,5 m -mv). De sterke grondverontreiniging met PAK is tijdens het onderzoek uit 2021 voor de destijds geplande werkzaamheden voldoende inzichtelijk gemaakt, er heeft echter geen volledige afperking plaatsgevonden buiten het werkgebied.
Tijdens het verrichte onderzoek uit 2022 zijn door ZVS aanvullende boringen verricht langs de aangetoonde PAK verontreinigingen waarbij geen verhoogde gehalten aan PAK zijn aangetoond richting het noorden. De vastgestelde verontreinigingscontour is opgenomen in bijlage 2.4. Deze verontreiniging bevindt zich deels ter plaatse van het nieuwe schema en voorafgaand aan graafwerkzaamheden in dit gebied dient een BUS-melding te worden gedaan. Verder is tijdens het onderzoek uit 2022 een sterk verontreiniging met PAK en een matige verontreiniging met minerale olie aangetoond onder de asfaltverharding ter hoogte van boring 04 van 0,33 tot 0,5 m -mv (nabij afsluiterschema S-6210). Een eenduidige oorzaak voor de matig tot sterk verontreinigde grond is niet aan te wijzen. Er zijn geen bodemvreemde materialen aanwezig en het asfalt is teervrij, waardoor er is gesteld dat het hier een spotverontreiniging betreft en aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Tijdens de verrichte onderzoeken is tevens (indicatief) asbestonderzoek verricht op de aanwezige funderingslagen. Hieruit volgt dat onder de Weg over Anna’s Hoeve plaatselijk sterk verhoogde gehalten aan asbest voorkomen. Ter hoogte van de onderhavige onderzoekslocaties is één mengmonster geanalyseerd waarin geen asbest is aangetoond.
Het asfalt ter hoogte van de onderzoekslocatie is, op basis van het verrichte onderzoek van ZVS uit 2022, overwegend teerhoudend. Met uitzondering van boring 04 ter hoogte van afsluiterschema S-6210 zijn in alle overige relevante boringen (K02 en K03) teerhoudende asfaltlagen aangetoond. Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 9/33
Historisch kaartmateriaal Uit beschouwing van het historisch kaartmateriaal afkomstig van www.topotijdreis.nl zijn, afgezien van de aanleg van de Rijksweg A27 en kleinschalige herschikkingen van de weg, geen bijzonderheden aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Invasieve exoten Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op het (mogelijk) voorkomen van invasieve exoten (zoals de Japanse duizendknoop) ter hoogte van de onderzoekslocatie. Uit de geraadpleegde informatie is naar voren gekomen dat er geen invasieve exoten zijn waargenomen. Terreininspectie Tijdens de terreininspectie ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Er zijn tevens geen waarnemingen gedaan van exemplaren van de Japanse duizendknoop ter hoogte van de onderzoekslocatie. Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) In vrijwel heel Nederland zijn (zeer) licht verhoogde gehalten aan PFAS verbindingen in de grond aanwezig als gevolg van atmosferische depositie. De stoffengroep PFAS is in de afgelopen jaren door veel gemeenten toegevoegd aan de bodemkwalitieitskaarten waarmee grondverzet mogelijk is binnen de gemeente zonder aanvullend onderzoek, mits er geen verdachte (punt)bronnen aanwezig zijn.
De onderhavige onderzoekslocatie is gelegen in een gemeente met een bodemkwaliteitskaart met PFAS. Uit het verrichte vooronderzoek komt naar voren dat de onderhavige locatie onverdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS. Aangezien er een bodemkwaliteitskaart aanwezig is waarin PFAS is opgenomen en er geen verdachte (punt)bronnen aanwezig zijn, is er geen aanvullend onderzoek benodigd naar PFAS bij grondverzet binnen de gemeente. Asbest Uit het vooronderzoek is naar voren gekomen dat de funderingsmaterialen heterogeen verdeeld aanwezig zijn onder de verhardingslagen en plaatselijk sterk asbesthoudend zijn. Aangezien voor de geplande werkzaamheden onder de Oud-Eemnesserweg en de Weg over Anna’s Hoeve zijn de funderingsmaterialen op voorhand als asbestverdacht beschouwd. Om de verdenking op asbest te kunnen toetsen is het onderzoek uitgebreid met een verkennend asbestonderzoek.
2.3 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE VERKENNEND BODEMONDERZOEK Bodem Uit het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat op de locatie de volgende verdachte punten kunnen worden onderscheiden: Afsluiterschema S-6210 — ondergrondse afsluiters 01, 04, 05, 06 21 t/m 29 en 121 (< 100 m2). Afsluiterschema S-6365 — ondergrondse afsluiters 01 t/m 03 en 21 t/m 24 (< 10 m2); — ondergrondse afsluiter 31 (pigverzendlocatie; < 10 m2); — aftappunt 81 (< 10 m2). Voor deze verdachte punten wordt de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) gehanteerd. Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 10/33
Uit het vooronderzoek volgt verder dat ter hoogte van de geplande locatie van het nieuwe afsluiterschema (inclusief vloeistofvangvoorziening) geen verdachte activiteiten bekend zijn. De sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond is buiten de contouren van het nieuwe schema gelegen en betreft een immobiele verontreiniging. Voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is derhalve uitgegaan van een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). De afsluiterschema’s zijn verdacht voor de parameters die aanwezig zijn in aardgascondensaat (minerale olie, vluchtige aromaten (BTEXN) en tetrahydrothiofeen (THT)). Ter plaatse van de afsluiters bevindt de verdachte laag zich op het niveau van de ondergrondse afsluiters en bij het aftappunt bevinden de verdachte lagen zich in de bovenen ondergrond (tappunt en ondergrondse afsluiter). De verdachte lagen worden bemonsterd met een steekbus. Aangezien Gasunie werkzaamheden heeft gepland op deze locatie zijn grond en grondwater, naast de verdachte parameters, tevens onderzocht op de standaardpakketten voor grond en grondwater. Asbest Op basis van het vooronderzoek is gebleken dat de funderingslagen onder de Oud-Eemnesserweg en de Weg over Anna’s Hoeve als verdacht dient te worden beschouwd op het voorkomen van asbest.
Voor de uitvoering van het verkennend asbestonderzoek is de onderzoekstrategie ‘’afgedekte funderingslagen, kleinschalige locaties’’ gehanteerd.
2.4 CONCEPTUEEL MODEL NADER BODEMONDERZOEK AFSLUITERSCHEMA S-6365 (AFSLUITER 31 (PIGVERZENDLOCATIE)) Basisinformatie en conceptueel model Ter hoogte van afsluiterschema S-6365 is bij afsluiter 31 (pigverzendlocatie) in de ondergrond (circa 1,5 - 2,2 m -mv) sprake van het voorkomen van sterk verhoogde gehalten aan PAK en nikkel. Onbekend is waardoor deze sterk verhoogde gehalten zijn veroorzaakt. Het nader onderzoek ten aanzien van PAK en nikkel in de grond is gebaseerd op de NTA 5755 Strategie voor uitvoering van nader onderzoek (Onderzoek naar de aard en de omvang van bodemverontreiniging, 2022). Ten aanzien van het nader onderzoek is op basis van de beschikbare informatie een conceptueel model opgesteld conform de NTA 5755. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: — Wat is de omvang van de grondverontreiniging met PAK en nikkel? — Is sprake van een historische verontreiniging (veroorzaakt voor 1987) of een zogenaamd zorgplichtgeval (verontreiniging veroorzaakt na 1987)? Onderzoekstechniek De NTA 5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechniek voor. Gezien de aard van de verontreiniging en de resultaten van in het verleden uitgevoerde bodemonderzoeken wordt de verontreiniging afgeperkt door middel van het uitvoeren van boringen. In relatie met de verwijdering van het afsluiterschema worden de afperkende boringen geplaatst ter hoogte van de voorgenomen werkzaamheden.
Ter verificatie en vastlegging van de mate van verontreiniging worden grondmonsters naar het laboratorium gestuurd voor analyse volgens de AS3000.
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 11/33
Onderzoeksopzet Ter bepaling van de horizontale omvang voor wat betreft de verontreiniging met nikkel in de grond worden vier boringen tot 2,0 m -mv uitgevoerd. Hierbij wordt één van deze boringen uitgevoerd ter hoogte van proefsleuf 1. Voor de verticale afperking wordt één boring tot 3,0 m -mv uitgevoerd. Van de grond uit de in horizontale richting afperkende boringen wordt de ondergrond (tussen 1,5 en 2,2 m -mv) geanalyseerd op nikkel, PAK, lutum en organische stof. De grondlagen boven (0,5 - 1,0 m -mv en 1,0 - 1,5 m -mv) als ook onder (2,2 - 2,5 m -mv en 2,5 - 3,0 m -mv) uit de boring voor de verticale afperking worden eveneens geanalyseerd op nikkel, PAK, lutum en organische stof. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat met deze onderzoeksopzet de verontreiniging voor de geplande verwijdering van de afsluiter voldoende in beeld kan worden gebracht. Op basis van de resultaten kan aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn. PFAS Vooralsnog is er geen reden te veronderstellen dat er PFAS in de grond aanwezig is. Indien er grond wordt afgevoerd is het wel noodzakelijk om deze af te voeren grond te onderzoeken op de aanwezigheid van PFAS. Aangezien er bij de werkzaamheden mogelijk verontreinigde grond wordt afgevoerd, worden tevens twee grondmonsters (boven- en ondergrond) geanalyseerd op PFAS.
2.5 CONCEPTUEEL MODEL NADER BODEMONDERZOEK AFSLUITERSCHEMA S-6365 (AFTAPPUNT 81) Basisinformatie en conceptueel model Ter hoogte van afsluiterschema S-6365 is bij aftappunt 81 in de ondergrond (circa 2,0 - 2,4 m -mv) sprake van het voorkomen van een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie. Het sterk verhoogde gehalte aan minerale olie is te relateren aan de eerder aangetoonde grondverontreiniging met minerale olie op deze locatie in 1993 en 2001. Tijdens de voorgaande bodemonderzoeken bleek de grond vanaf 0,9 tot 3,5 m -mv sterk verontreinigd te zijn met minerale olie. Tijdens het verkennend onderzoek zijn tevens de grondlagen boven en onder de verontreinigde grond onderzocht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten en minerale olie. Hieruit volgt dat ter hoogte van boring 04 (bij aftappunt 81) in de bovenliggende grondlagen (0,0 tot 1,1 m -mv) geen verhoogde gehalten aan minerale olie voorkomen. Ter hoogte van boring 41 (ten zuidwesten van het aftappunt) zijn in geen van de onderzochte grondlagen (0,0 tot 3,5 m -mv) verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. Op basis van het verrichte onderzoek is de sterke grondverontreiniging met minerale olie onvoldoende afgeperkt in zowel verticale als horizontale richting. Ten aanzien van het nader onderzoek is op basis van de beschikbare informatie een conceptueel model opgesteld conform de NTA 5755.
Er zijn uit het vooronderzoek, naast de aanwezigheid van het aftappunt van Gasunie, geen andere verdachte activiteiten naar voren gekomen die kunnen duiden op het voorkomen van minerale olie in de grond. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: — Wat is de omvang van de grondverontreiniging met minerale olie? — Is sprake van een historische verontreiniging (veroorzaakt voor 1987) of een zogenaamd zorgplichtgeval (verontreiniging veroorzaakt na 1987)? Onderzoekstechniek De NTA 5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechniek voor. Gezien de aard van de verontreiniging en de locatiespecifieke omstandigheden wordt de verontreiniging afgeperkt door middel van het uitvoeren van boringen. Op basis van eerdere ervaringen met grondverontreinigingen ter hoogte van een aftappunt van Gasunie en de resultaten van in Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 12/33
het verleden uitgevoerde bodemonderzoeken ter hoogte van het aftappunt wordt, voor wat betreft minerale olie, uitgegaan van een verontreiniging met een beperkte omvang (verontreiniging bevindt zich met name ter hoogte van het ondergrondse deel van het aftappunt) en worden de afperkende boringen op korte afstand geplaatst van de bron van de verontreiniging. Ter verificatie en vastlegging van de mate van verontreiniging worden grondmonsters naar het laboratorium gestuurd voor analyse volgens de AS3000. Onderzoeksopzet Ter bepaling van de horizontale omvang voor wat betreft de verontreiniging met minerale olie in de grond worden, rondom boring 04 (westelijk, noordelijk en oostelijk), in totaal drie boringen tot 3 m -mv uitgevoerd. De verdachte grondlaag (circa 2,0 - 2,4 m -mv) wordt hierbij geanalyseerd op minerale olie en organische stof. Ten behoeve van de verticale afperking van de grond wordt ter hoogte van boring 04 één boring tot 4 m -mv uitgevoerd. Van deze boring worden de grondlagen boven (1,5 - 2,0 m -mv) en onder (2,5 - 3,0, 3,0 - 3,5 en 3,5 - 4,0 m -mv) de verontreinigde laag geanalyseerd op minerale olie en organische stof. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat met deze onderzoeksopzet de verontreiniging voldoende in beeld kan worden gebracht. Indien de omvang groter blijkt te zijn dan nu voorzien, is aanvullend onderzoek noodzakelijk.
PFAS Onderzoek naar PFAS in de grond is voor deze locatie reeds bij het verkennend onderzoek uitgevoerd.
2.6 CONCEPTUEEL MODEL NADER BODEMONDERZOEK AFSLUITERSCHEMA S-6210 (NIEUWE LOCATIE) Basisinformatie en conceptueel model Uit het verrichte vooronderzoek volgt dat ter hoogte van het nieuwe afsluiterschema in 2021/2022 een sterke grondverontreiniging met PAK is aangetoond in de wegberm van de Weg over Anna’s Hoeve. Tijdens het verkennend bodemonderzoek zijn een tweetal boringen langs de vastgestelde verontreinigingscontour gesitueerd (boringen 31 en 32). Uit de onderzoeksresultaten volgt dat ter hoogte van de voorgenoemde boringen matig tot sterk verhoogde gehalten aan PAK voorkomen in de bovengrond welke naar verwachting onderdeel zijn van de in 2021/2022 aangetoonde grondverontreiniging. Op basis van het onderhavige onderzoek is de omvang van de sterke grondverontreiniging met PAK onvoldoende in beeld voor de geplande werkzaamheden ter hoogte van het nieuwe afsluiterschema. Voorafgaand aan de geplande werkzaamheden dient een nader bodemonderzoek naar de omvang van de sterke PAK verontreiniging in (boven)grond te worden verricht. Het nader onderzoek ten aanzien van PAK in de grond is gebaseerd op de NTA 5755 Strategie voor uitvoering van nader onderzoek (Onderzoek naar de aard en de omvang van bodemverontreiniging, 2022). Ten aanzien van het nader onderzoek is op basis van de beschikbare informatie een conceptueel model opgesteld conform de NTA 5755.
De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: — Wat is de omvang van de grondverontreiniging met PAK ter hoogte van het nieuwe afsluiterschema en proefsleuven 12A en 12B? Onderzoekstechniek De NTA 5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechniek voor. Gezien de aard van de verontreiniging en de locatiespecifieke omstandigheden wordt de verontreiniging afgeperkt door middel van het uitvoeren van boringen. Aangezien onduidelijk is tot hoever de PAK verontreiniging zich uitstrekt worden de boringen uitgevoerd ter hoogte van proefsleuf 12B (ten zuiden van Weg over Anna’s Hoeve) als ook ten noorden van boringen 31 en 32 in het gebied Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 13/33
waar graafwerkzaamheden zijn voorzien. Ter verificatie en vastlegging van de mate van verontreiniging worden grondmonsters naar het laboratorium gestuurd voor analyse volgens de AS3000. Onderzoeksopzet Ten behoeve van het bepalen van de kwaliteit ter hoogte van de gasleiding ten zuiden van de Weg over Anna’s Hoeve worden twee boringen tot 1,5 m -mv uitgevoerd waarbij de boven- en ondergrond wordt geanalyseerd op PAK en organische stof. Teneinde na te gaan of de sterk verhoogde gehalten aan PAK in de bovengrond ter hoogte van het nieuwe afsluiterschema zich tevens bevinden aan de oostzijde van Weg over Anna’s Hoeve / Doctor Albert Schweitzerweg worden aan deze zijde van de weg zes boringen tot 1,5 m -mv uitgevoerd waarbij van alle boringen de bovengrond wordt geanalyseerd op PAK. Voor wat betreft het vaststellen van de grens van de aan de noordzijde van de Weg over Anna’s Hoeve aanwezige PAK verontreiniging is rekening gehouden met het uitvoeren van 13 boringen tot 1,5 m -mv. In eerste instantie worden van zeven boringen monsters van de bovengrond geanalyseerd op PAK en organische stof. Indien hiermee de verontreiniging nog niet voldoende in kaart is gebracht worden bovengrondmonsters van één of meerdere boringen geanalyseerd op PAK. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat met deze onderzoeksopzet de verontreiniging voldoende in beeld kan worden gebracht.
Indien de omvang groter blijkt te zijn dan nu voorzien, zal aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn. PFAS Vooralsnog is er geen reden te veronderstellen dat er PFAS in de grond aanwezig is. Indien er grond wordt afgevoerd is het wel noodzakelijk om deze af te voeren grond te onderzoeken op de aanwezigheid van PFAS. Aangezien er bij de werkzaamheden mogelijk verontreinigde grond wordt afgevoerd, worden tevens twee grondmonsters (boven- en ondergrond) geanalyseerd op PFAS.
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 14/33
3 VELDWERK EN CHEMISCHE ANALYSES 3.1
UITGEVOERDE VELDWERKZAAMHEDEN
De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn uitgevoerd op 28 februari en 1 maart 2023 door de heren R.G. Giskus en D. Lichtendahl van Sialtech. Het nader onderzoek is uitgevoerd op 2 mei 2023 door de heer S.Y. Hofman van WSP en op 12 en 15 mei door de heren R. Timmerman en H.M.M. Joris van Sialtech. Tijdens het veldwerk zijn de onderstaande werkzaamheden uitgevoerd. Tabel 2: Verrichte veldwerkzaamheden DEELLOCATIE
BOORNUMMER(S)/
BOORDIEPTE
FILTERDIEPTE
ASBESTGAT(EN)
(M -MV)
(M -MV)
01 *
4,0
2,8 - 3,8
Afsluiterschema S-6365 Afsluiters 01 t/m 03 en 21 t/m 24 (VEP < 10 m2)
02 *
0,5
−
Afsluiter 31 (pigverzendlocatie) (VEP < 10 m2)
03
3,8
2,8 - 3,8
Aftappunt 81 (VEP < 10 m2)
04
3,7
2,7 - 3,7
Geohydrologisch onderzoek **
41
6,0
4,8 - 5,8
11
4,0
3,0 - 4,0
12
4,0
3,0 - 4,0
13 en 14
2,0
−
42
6,0
5,0 - 6,0
31
4,0
3,0 - 4,0
32, 33 en 34
2,0
−
35 en 36 *
0,5
−
43
6,0
5,0 - 6,0
Afsluiterschema S-6210 Afsluiters 01, 04, 05, 06 21 t/m 29 en 121 (VEP < 100 m2)
Geohydrologisch onderzoek ** Nieuw afsluiterschema Geplande afsluiters en vloeistofvanger (ONV-NL; 100 - 500 m2) Asbestonderzoek Weg over Anna’s Hoeve Geohydrologisch onderzoek **
Nader onderzoek nikkel en PAK in grond afsluiterschema S-6365 (afsluiter 31 (pigverzendlocatie)) Afsluiter 31 Rondom afsluiter 31
101
3,0
−
102 t/m 105
2,0
−
111
4,0
−
112 t/m 114
3,0
−
1,5 à 2,0
−
Nader onderzoek minerale olie in grond afsluiterschema S-6365 (aftappunt 81) Aftappunt 81 Rondom aftappunt 81
Nader grondonderzoek naar PAK in de bovengrond nieuwe locatie afsluiterschema S-6210 Nieuwe locatie afsluiterschema en directe omgeving *
121 t/m 141
Voor het asbestonderzoek naar de funderingslaag onder de weg zijn asbestinspectiegaten van tenminste 30 x 30 centimeter (voor)gegraven naast de asfaltverharding en is het materiaal onder de weg bemonsterd.
** Ten behoeve van het waterbezwaar is op enige afstand van het afsluiterschema één diepere boring verricht. Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 15/33
De onderzoekspunten zijn ingemeten ten opzichte van vaste punten en, waar mogelijk, met behulp van 06-GPS (x, y en z- coördinaten). De routekaart van Gasunie en de situatietekeningen met boorpunten zijn opgenomen in bijlage 2.1 t/m 2.4. In bijlage 3 zijn de gedetailleerde boorbeschrijvingen weergegeven met de bodemopbouw, de diepten waarop grondmonsters zijn genomen, de diepten waarop eventuele peilfilters geplaatst zijn en de GPS-coördinaten.
3.2 ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging: Tabel 3: Zintuiglijke waarnemingen BORING
EINDDIEPTE BORING
TRAJECT
(M -MV)
(M -MV)
ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Afsluiterschema S-6365 (aftappunt 81) 04
3,7
2,0 - 2,4
zwakke olie-waterreactie
111
4,0
1,8 - 2,2
matige oliegeur en zwakke olie-waterreactie
2,2 - 3,5
zwakke oliegeur
Nieuwe afsluiterschema (inclusief nader onderzoek) 35
0,5
0,1 - 0,5
matig slakhoudend
36
0,5
0,1 - 0,5
matig slakhoudend
121
1,5
0,4 - 0,6
zwak baksteen- en slakhoudend
122
1,5
0,0 - 0,4
zwak baksteenhoudend
0,4 - 1,0
zwak sintelhoudend
125
2,0
0,0 - 0,5
matig baksteenhoudend
127
1,7
0,0 - 1,5
zwak baksteenhoudend
128
1,5
0,0 - 0,5
zwak baksteenhoudend
132
1,7
0,0 - 1,0
zwak baksteenhoudend
Bij de overige boringen zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging.
3.3 ASBESTONDERZOEK Tijdens uitvoering van het veldwerk is het bodemvochtpercentage voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden bepaald op meer dan 10 %. Het maaiveld was minder dan 50 % vrij inspecteerbaar door de aanwezige verhardingen. Bij het graven van de inspectiegaten als ook in het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. Onderstaand zijn een aantal foto’s van de inspectiegaten opgenomen.
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 16/33
Foto 1: Asbestinspectiegat 01
Foto 2: Asbestinspectiegat 02
Foto 3: Asbestinspectiegat 35
Foto 4: Asbestinspectiegat 36
3.4 GRONDWATERBEMONSTERING Het grondwater is bemonsterd op 8 maart 2023 door de heer R.G. Giskus en op 15 maart 2023 door de heer R.H. den Boer van Sialtech. Op basis van de resultaten is het grondwater uit peilbuis 11 op 2 mei 2023 nogmaals bemonsterd door de heer S.Y. Hofman van WSP. Tijdens de bemonstering zijn aan het grondwater geen afwijkingen waargenomen. De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EGV) en de troebelheid van het grondwater zijn tijdens de monstername in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen.
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 17/33
Tabel 4: Peilbuisgegevens PEILBUIS
FILTERDIEPTE
GRONDWATER-
GRONDWATER-
BELUCHT
(M -MV)
STAND (M -MV)
STAND (M NAP)
(JA/NEE)
01
2,8 - 3,8
2,23
+ 1,59
nee
03
2,8 - 3,8
2,20
+ 1,60
04
2,7 - 3,7
2,24
11
3,0 - 4,0
PH
EGV
TROEBELHEID
(µS/CM)
(NTU)
5,8
984
18
nee
6,3
742
13
+ 1,50
nee
5,4
269
18
2,28
+ 1,64
nee
6,6
4
23
2,05
+ 1,87
nee
5,8
193
2
12
3,0 - 4,0
2,25
+ 1,62
nee
7,5
232
22
31
3,0 - 4,0
2,54
+ 1,61
nee
8,1
171
28
41
4,8 - 5,8
2,30
+ 1,40
nee
6,6
737
23
42
5,0 - 6,0
2,13
+ 1,58
nee
6,4
593
21
43
5,0 - 6,0
3,06
+ 1,49
nee
7,4
97
15
De gemeten waarden voor EGV en pH zijn normaal voor grondwater in deze omgeving. De NTU is een maat voor de troebelheid (turbiditeit) van een vloeistof. Een direct verband tussen de hoeveelheid deeltjes en de gemeten NTU is niet te leggen aangezien de reflectie, vorm en kleur van de deeltjes sterk kunnen verschillen.
3.5 CHEMISCHE ANALYSES De geanalyseerde monsters van grond, asbest in grond en grondwater, inclusief weergave van de parameters waarop de monsters zijn geanalyseerd, zijn opgenomen in de tabellen met analyseresultaten (paragraaf 4.1). Opgemerkt wordt dat de grondmonsters die zijn geanalyseerd op vluchtige parameters (zoals BTEX) allen zijn genomen met behulp van een steekbus. De analysecertificaten van grond, asbest in grond en grondwater, inclusief de samenstelling van de analysepakketten, zijn opgenomen in bijlage 4.
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 18/33
4 BESPREKING ANALYSERESULTATEN 4.1
TOETSING ANALYSERESULTATEN
WET BODEMBESCHERMING
De analyseresultaten zijn getoetst aan de door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit. De interventiewaarden voor grond en de streefen interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De betekenis van deze waarden is als volgt: — Achtergrondwaarde grond/streefwaarde grondwater: bij een waarde lager dan de achtergrondwaarde voor grond en de streefwaarde voor grondwater wordt gesproken over niet verontreinigde bodem (bodemindex < 0). Wanneer een gemeten waarde de achtergrondwaarde of de streefwaarde overschrijdt, wordt gesproken over een licht verhoogde waarde of een lichte verontreiniging (bodemindex > 0). — Interventiewaarde: wanneer een gemeten waarde hoger is dan de interventiewaarde wordt gesproken over een sterke verontreiniging of sterk verhoogde waarde (bodemindex > 1,0). De achtergrond- en interventiewaarden gelden voor een zogenaamde standaardbodem: bodem met een lutumgehalte van 25% en een organisch stofgehalte van 10%. Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de analyseresultaten op basis van het gemeten lutum- en organische stofgehalte omgerekend naar deze standaardbodem en vervolgens getoetst.
Zowel de originele als de gecorrigeerde analyseresultaten zijn opgenomen in de toetsingstabellen in bijlage 5. Hierin zijn tevens de toetsingswaarden opgenomen. Naast de achtergrond-, streef- en interventiewaarde hanteren wij een zogenaamde tussenwaarde. Dit is het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (bodemindex > 0,5 en < 1,0). Overschrijding van de tussenwaarde wordt een matig verhoogde waarde of matige verontreiniging genoemd. Deze waarde kan, afhankelijk van het doel van het onderzoek, als triggerwaarde worden gehanteerd voor het uitvoeren van een nader onderzoek. ASBEST
De interventiewaarde voor asbest is in de Circulaire bodemsanering vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Dit is gelijk aan de hergebruikswaarde volgens de Regeling bodemkwaliteit. Voor de uitvoering van een aanvullend/nader asbestonderzoek wordt een gewogen asbestconcentratie van 50 mg/kg d.s. gehanteerd (triggerwaarde). ERNST EN SPOED
Voor bodemverontreinigingen die zijn ontstaan voor 1 januari 1987 (voor asbest voor 1 juli 1993) geldt het volgende. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof het gemiddelde gemeten gehalte van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van grondverontreiniging, of 100 m3 bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Bij een verontreiniging met asbest in grond is het volumecriterium niet van toepassing en is bij overschrijding van de interventiewaarde direct sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van de actuele risico's van de ernstige verontreiniging voor de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien geen sprake is van actuele risico's, dan hebben saneringsmaatregelen geen spoed.
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 19/33
ZORGPLICHT
Voor bodemverontreinigingen die zijn ontstaan na 1 januari 1987 (voor asbest na 1 juli 1993) geldt het zorgplichtartikel (artikel 13 Wet bodembescherming). Hierin is bepaald dat eenieder die op of in de bodem handelingen verricht (als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming) en die weet of had kunnen weten dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem/haar kunnen worden gevergd om de bodem te saneren en de gevolgen van verontreiniging te beperken of zo veel mogelijk ongedaan te maken. De saneringsnoodzaak bij zorgplichtsaneringen is onafhankelijk van de ernst van de verontreiniging of de spoedeisendheid. Een overzicht van de toetsingsresultaten staat weergegeven in de volgende tabellen. Tabel 5: Analyseresultaten grond (MENG-)MONSTER
DIEPTE
ZINTUIGLIJKE
ANALYSE-
> ACHTERGROND-
> TUSSEN-
> INTERVENTIE-
MET BORINGEN
(M -MV)
WAARNEMINGEN
PAKKET
WAARDE
WAARDE
WAARDE
M01 (boring 01)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M02 (boring 01)
1,3 - 1,5
–
standaardpakket en BTEX
PAK
–
–
M03 (boring 03)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
PAK
–
–
–
nikkel
PAK
Afsluiterschema S-6365
M04 (boring 03)
1,6 - 1,8
–
standaardpakket en BTEX
M05 (boring 04)
0,0 - 0,3
–
standaardpakket BTEX en PFAS
–
–
–
M06 (boring 04)
0,9 - 1,1
–
minerale olie en BTEXN
–
–
–
M07 (boring 04)
2,1 - 2,3
zwakke olie-water reactie
standaardpakket BTEX en PFAS
PAK
–
minerale olie
M08 (boring 41)
0,9 - 1,1
–
minerale olie en BTEXN
–
–
–
M09 (boring 41)
2,1 - 2,3
–
minerale olie en BTEXN
–
–
–
M10 (boring 41)
3,3 - 3,5
–
minerale olie en BTEXN
–
–
–
M18 (boring 03)
1,7 - 2,2
–
nikkel en PAK
–
–
nikkel
M11 (boringen 11 t/m 14)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
PAK
–
–
M12 (boring 11)
1,2 - 1,4
–
minerale olie en BTEXN
–
–
–
M13 (boring 12)
1,2 - 1,4
–
minerale olie en BTEXN
–
–
–
M14 (boring 13)
1,1 - 1,3
–
minerale olie en BTEXN
–
–
–
M15 (boring 14)
1,5 - 1,7
–
minerale olie en BTEXN
minerale olie
–
–
Afsluiterschema S-6210
−
: Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 20/33
Tabel 5 (vervolg): Analyseresultaten grond (MENG-)MONSTER
DIEPTE
ZINTUIGLIJKE
ANALYSE-
> ACHTERGROND-
> TUSSEN-
> INTERVENTIE-
MET BORINGEN
(M -MV)
WAARNEMINGEN
PAKKET
WAARDE
WAARDE
WAARDE
M16 (boringen 31 t/m 34 en 43)
0,0 - 0,8
–
standaardpakket
PAK
–
–
M17 (boringen 32, 33, 34 en 43)
0,5 - 1,3
–
standaardpakket
PAK
–
–
M19 (boring 31)
0,0 - 0,3
–
PAK
–
PAK
–
M20 (boring 32)
0,0 - 0,5
–
PAK
–
–
PAK
Nieuw afsluiterschema
Nader onderzoek nikkel en PAK in grond afsluiterschema S-6365 (afsluiter 31 (pigverzendlocatie)) M61 (boring 101)
0,4 - 0,9
–
PAK en nikkel
PAK
–
–
M62 (boring 101)
0,9 - 1,4
–
PAK en nikkel
PAK
–
–
M63 (boring 101)
2,1 - 2,6
–
PAK en nikkel
–
–
–
M64 (boring 101)
2,6 - 3,0
–
PAK en nikkel
–
–
–
M65 (boring 102)
1,5 - 2,0
–
PAK en nikkel
–
–
–
M66 (boring 103)
1,3 - 1,8
–
PAK en nikkel
–
–
–
M67 (boring 104)
1,5 - 2,0
–
PAK en nikkel
–
–
–
M68 (boring 105)
1,6 - 2,0
–
PAK en nikkel
–
–
–
M69 (boring 101)
0,0 - 0,4
–
PFAS
–
M70 (boring 101)
1,4 - 1,9
–
PFAS
–
Nader onderzoek minerale olie in grond afsluiterschema S-6365 (aftappunt 81) M81 (boring 111)
1,5 - 1,8
–
minerale olie
–
–
–
M82 (boring 111)
2,2 - 2,7
zwakke minerale oliegeur
minerale olie
–
–
minerale olie
M83 (boring 111)
2,7 - 3,2
zwakke minerale oliegeur
minerale olie
–
–
–
M84 (boring 111)
3,5 - 4,0
–
minerale olie
–
–
–
M85 (boring 112)
1,8 - 2,2
–
minerale olie
–
–
–
M86 (boring 113)
2,1 - 2,6
–
minerale olie
–
–
–
M86 (boring 114)
2,0 - 2,5
–
minerale olie
–
–
–
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 21/33
Tabel 5 (vervolg): Analyseresultaten grond (MENG-)MONSTER
DIEPTE
ZINTUIGLIJKE
ANALYSE-
> ACHTERGROND-
> TUSSEN-
> INTERVENTIE-
MET BORINGEN
(M -MV)
WAARNEMINGEN
PAKKET
WAARDE
WAARDE
WAARDE
Nader grondonderzoek naar PAK in de bovengrond nieuw afsluiterschema
−
M31 (boring 123)
0,0 - 0,3
–
PAK
PAK
–
–
M21 (boring 124)
0,0 - 0,5
–
PAK
PAK
–
–
M33 (boring 138)
0,0 - 0,5
–
PAK
–
–
–
M34 (boring 139)
0,0 - 0,5
–
PAK
PAK
–
–
M35 (boring 140)
0,0 - 0,5
–
PAK
PAK
–
–
M36 (boring 141)
0,0 - 0,3
–
PAK
PAK
–
–
M37 (boring 121)
0,0 - 0,4
–
PAK
PAK
–
–
M38 (boring 122)
0,0 - 0,4
zwak baksteenhoudend
PAK
PAK
–
–
M39 (boring 125)
0,0 - 0,5
matig baksteenhoudend
PAK
–
–
PAK
M40 (boring 126)
0,0 - 0,5
–
PAK
–
–
–
M41 (boring 127)
0,0 - 0,5
zwak baksteenhoudend
PAK
–
–
PAK
M42 (boring 128)
0,0 - 0,5
zwak baksteenhoudend
PAK
PAK
–
–
M43 (boring 129)
0,0 - 0,5
–
PAK
–
–
–
M44 (boring 131)
0,0 - 0,25
–
PAK
PAK
–
–
M45 (boring 137)
0,0 - 0,5
–
PAK
PAK
–
–
M46 (boring 121)
0,0 - 0,5
–
PFAS
som PFOA
M47 (boring 121)
0,8 - 1,3
–
PFAS
–
M48 (boring 132)
0,0 - 0,5
zwak baksteenhoudend
PAK
–
PAK
–
M49 (boring 133)
0,0 - 0,5
–
PAK
PAK
–
–
: Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde
Tabel 6: Gewogen gehalten asbest (grove + fijne fractie) (MENG)MONSTER MET
TRAJECT
ZINTUIGLIJKE
INSPECTIEGAT(EN)
(M -MV)
WAARNEMINGEN
FIJNE FRACTIE
GEWOGEN GEHALTE ASBEST IN MG/KG D.S.
GROVE
GROVE FRACTIE
GECORRIGEERDE FIJNE
FIJNE + GROVE
FRACTIE
(> 20MM)
FRACTIE (<20 MM)
FRACTIE
M21 (01 en 02)
–
0,0 - 0,5
–
–
< 2,0
< 2,0
M22 (35 en 36)
–
0,1 - 0,5
matig slakkenhoudend
–
< 2,0
< 2,0
–
: Geen zintuiglijke waarnemingen / niet onderzocht
Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 22/33
Tabel 7: Analyseresultaten grondwater PEILBUIS
FILTERDIEPTE
ZINTUIGLIJKE
ANALYSE-
> STREEF-
> TUSSEN-
> INTERVENTIE-
(M -MV)
WAARNEMINGEN
PAKKET
WAARDE
WAARDE
WAARDE
01
2,8 - 3,8
–
standaardpakket en THT
barium, cadmium en xylenen
–
–
03
2,8 - 3,8
–
standaardpakket en THT
–
–
–
04
2,7 - 3,7
–
standaardpakket en THT
naftaleen
–
–
41
5,8 - 6,8
–
standaardpakket en THT
barium en xylenen
–
–
11
3,0 - 4,0
–
standaardpakket en THT
–
–
minerale olie
11 (herbemonstering)
3,0 - 4,0
–
minerale olie
–
–
–
12
3,0 - 4,0
–
standaardpakket en THT
–
–
–
3,0 - 4,0
–
standaardpakket
–
–
–
Afsluiterschema S-6365
Afsluiterschema S-6210
Nieuw afsluiterschema 31 −
: Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde
In de onderstaande tabel zijn de analyseresultaten van de geanalyseerde lozingsparameters opgenomen. Tabel 8: Analyseresultaten lozingsparameters grondwater PEILBUIS
FILTERDIEPTE
IJZER (TOTAAL)
IJZER 2+
CHLORIDE (MG/L)
ONOPGELOSTE
(M -MV)
(MG/L)
(MG/L)
41
4,8 - 5,8
0,11
< 0,2
210
< 5,0
42
5,0 - 6,0
0,17
< 0,2
200
30
43
5,0 - 6,0
< 0,05
< 0,2
15
5,6
BESTANDDELEN (MG/L)
4.2 INTERPRETATIE VERKENNEND BODEMONDERZOEK Afsluiterschema S-6365 Tijdens de veldwerkzaamheden is in de ondergrond ter hoogte van het aftappunt een zwakke olie-waterreactie waargenomen. Verder zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Grond Uit de analyseresultaten komt naar voren dat in het monster van de ongeroerde ondergrond ter hoogte van afsluiter 31 (M04; steekbus) een sterk verhoogd gehalte aan PAK en een matig verhoogd gehalte aan nikkel voorkomt. Naar aanleiding van het aantreffen van de matig tot sterk verhoogde gehalten is aanvullend het overlappende grondmonster van de ondergrond geanalyseerd op PAK en nikkel (M18; 1,7 - 2,2 m -mv). Uit de analyseresultaten volgt dat in dit grondmonster een sterk verhoogd gehalte aan nikkel voorkomt. PAK is aangetoond in een gehalte lager dan de achtergrondwaarde. In het monster van de ongeroerde ondergrond met een zwakke olie-water reactie ter hoogte van het aftappunt 81 (M07) zijn een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie (alkaantraject C09 - C20) en een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Verder zijn in twee monsters van de boven- (M03) en ongeroerde ondergrond (M02; steekbus) zijn Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 23/33
licht verhoogde gehalten aan PAK aangetoond. Verder zijn in de onderzochte monsters van de (ongeroerde) bovenen ondergrond (M01, M05, M06 en M08 t/m M10; deels steekbussen) geen van de onderzochte parameters aangetoond in gehalten die de achtergrondwaarde overschrijden. Grondwater In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium, cadmium, xylenen en/of naftaleen gemeten. De overige onderzochte parameters zijn niet aangetoond in gehalten die de streefwaarde overschrijden. Asbest In het onderzochte mengmonster van de grondlaag onder de asfaltverharding van de Oud-Eemnesserweg (M21) is geen asbest aangetoond. Aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Afsluiterschema S-6210 Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen ter hoogte van de onderzochte afsluiters. Grond Uit de analyseresultaten komt naar voren dat in het mengmonster van de bovengrond (M11) een licht verhoogd gehalte aan PAK voorkomt. In het monster van de ongeroerde ondergrond ter hoogte van boring 14 (M15; steekbus) is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie (alkaantraject C22 - C40) aangetoond. In de overige monsters van de ongeroerde ondergrond (M12 t/m M14; steekbussen) zijn de onderzochte parameters niet aangetoond in gehalten die de achtergrondwaarde overschrijden.
Grondwater In het grondwater (peilbuis 11) is een sterk verhoogde concentratie minerale olie (alkaantraject C16 - C40) gemeten. Op basis hiervan is een herbemonstering uitgevoerd. Bij de herbemonstering is geen minerale olie gemeten. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 12 zijn de onderzochte parameters niet aangetoond in concentraties die de streefwaarde overschrijden. Nieuw afsluiterschema Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen ter hoogte van het geplande afsluiterschema. Onder de Weg over Anna’s Hoeve is een grondlaag met matige bijmengingen aan slakken waargenomen. Grond Uit de analyseresultaten komt naar voren dat in de mengmonsters van de boven- en ondergrond ter hoogte van het nieuwe afsluiterschema (M16 en M17) licht verhoogde gehalten aan PAK voorkomen. Uit het verrichte vooronderzoek kwam naar voren dat ter hoogte van het nieuwe afsluiterschema een sterke grondverontreiniging met PAK aanwezig is direct ten zuiden van de nieuwe afsluiters. Aangezien er graafwerkzaamheden binnen dit gebied zijn voorzien zijn de monsters van de bovengrond ter hoogte van boorpunten 31 en 32 separaat onderzocht op het voorkomen van PAK (M19 en M20). Uit de analyseresultaten volgt dat in de bovengrond ter hoogte van boring 32 (M20; 0,0 - 0,5 m -mv) een sterk verhoogd gehalte aan PAK voorkomt.
Ter hoogte van boring 31 (M19; 0,0 - 0,3 m -mv) is een matig verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Grondwater In het grondwater zijn de onderzochte parameters niet aangetoond in concentraties die de streefwaarde overschrijden. Asbest In het onderzochte mengmonster van de matig slakhoudende grondlaag (M22) is geen asbest aangetoond. Aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 24/33
Verklaring verhoogde waarden Afsluiterschema S-6365 Tijdens het onderhavige onderzoek zijn ter hoogte van boring 03 sterk verhoogde gehalten aan PAK en nikkel aangetoond in de ondergrond op afsluiterniveau. Een eenduidige oorzaak voor de sterk verhoogde gehalten kan niet worden aangewezen en op basis van de onderzoeksresultaten is er aanvullend onderzoek noodzakelijk naar de omvang en ernst van de sterke grondverontreinigingen ter hoogte van boring 03. Dit nader onderzoek is uitgevoerd en staat beschreven in paragraaf 4.4. Verder is ter hoogte van het aftappunt (boring 04) een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond in de ondergrond (2,1 tot 2,3 m -mv). Het sterk verhoogde gehalte aan minerale olie is te relateren aan de eerder aangetoonde grondverontreiniging met minerale olie op deze locatie in 1993 en 2001. Tijdens de voorgaande bodemonderzoeken bleek de grond vanaf 0,9 tot 3,5 m -mv sterk verontreinigd te zijn met minerale olie. Tijdens het onderhavige onderzoek zijn tevens de grondlagen boven en onder de verontreinigde grond onderzocht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten en minerale olie. Hieruit volgt dat ter hoogte van boring 04 in de bovenliggende grondlagen (0,0 tot 1,1 m -mv) geen verhoogde gehalten aan minerale olie voorkomen.
Ter hoogte van boring 41 zijn in geen van de onderzochte grondlagen (0,0 tot 3,5 m -mv) verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. Op basis van het verrichte onderzoek is de sterke grondverontreiniging met minerale olie onvoldoende afgeperkt in zowel verticale als horizontale richting. Aangezien Gasunie werkzaamheden heeft voorzien ter hoogte van het aftappunt van afsluiterschema S-6365 dient voorafgaand aanvullend onderzoek te worden verricht naar de actuele omvang van de sterke grondverontreiniging met minerale olie. Dit nader onderzoek is uitgevoerd en staat beschreven in paragraaf 4.5. De sterke grondwaterverontreiniging met minerale olie die tijdens de voorgaande bodemonderzoeken in 1993, 2001 en 2013 zijn vastgesteld ter hoogte van het aftappunt is tijdens het onderhavige onderzoek niet aangetroffen. De sterk verhoogde concentratie minerale olie en licht verhoogde concentraties vluchtige aromaten zijn mogelijk door natuurlijk afbraak niet meer aanwezig. Aanvullend grondwateronderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Nieuw afsluiterschema Uit het verrichte vooronderzoek volgt dat ter hoogte van het nieuwe afsluiterschema in 2021/2022 een sterke grondverontreiniging met PAK is aangetoond in de wegberm van de Weg over Anna’s Hoeve.
Tijdens het onderhavige onderzoek zijn een tweetal boringen langs de vastgestelde verontreinigingscontour gesitueerd (boringen 31 en 32). Uit de onderzoeksresultaten volgt dat ter hoogte van de voorgenoemde boringen matig tot sterk verhoogde gehalten aan PAK voorkomen in de bovengrond welke naar verwachting onderdeel zijn van de in 2021/2022 aangetoonde grondverontreiniging. Op basis van het onderhavige onderzoek is de omvang van de sterke grondverontreiniging met PAK onvoldoende in beeld voor de geplande werkzaamheden ter hoogte van het nieuwe afsluiterschema. Voorafgaand aan de geplande werkzaamheden dient een nader bodemonderzoek naar de omvang van de sterke PAK verontreiniging in (boven)grond te worden verricht. Dit nader onderzoek is uitgevoerd en staat beschreven in paragraaf 4.6. Overige verhoogde waarden Uit het vooronderzoek en de reeds verrichte onderzoeken nabij de onderzoekslocaties komt naar voren dat het gebied een lange gebruiksgeschiedenis kent en de wegen zijn voorzien van teerhoudende asfaltverharding. In dergelijke gebieden worden regelmatig verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of minerale olie (met name stook- en motorolie) verhoogd aangetroffen.
De licht verhoogde gehalten aan PAK en/of minerale olie die tijdens het onderhavige onderzoek zijn aangetoond in de grond moeten vermoedelijk in dit licht worden beschouwd en geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend grondonderzoek. In ondiep grondwater worden zware metalen (waaronder barium en cadmium) vrij regelmatig aangetroffen in concentraties die de toetsingswaarden overschrijden. Er is in deze gevallen doorgaans sprake van een van nature verhoogde achtergrondwaarde. Wij gaan ervan uit dat dat ook hier het geval is en de licht verhoogde concentraties barium en cadmium behoeven derhalve niet nader te worden onderzocht. Verkennend en nader bodemonderzoek afsluiterschema's S-6210 en S-6365 te Laren SOL022574MK, versie 3.0 (Definitief) N.V. Nederlandse Gasunie
WSP 27 juni 2023 pagina 25/33
De gemeten overschrijdingen van de streefwaarde in het grondwater voor wat betreft xylenen en naftaleen zijn dermate gering dat deze geen aanleiding geven tot verder onderzoek.
4.3 TOETSING HYPOTHESE Bodem Afsluiterschema S-6365 De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ kan worden aangenomen. Ter hoogte van het aftappunt is in de ondergrond van 2,1 tot 2,3 m -mv een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Het sterk verhoogde gehalte aan minerale olie is te relateren aan de eerder aangetoonde grond- en grondwaterverontreiniging met minerale olie op deze locatie in 1993, 2001 en 2013. Op basis van het verrichte onderzoek is de sterke grondverontreiniging met minerale olie onvoldoende afgeperkt in zowel verticale als horizontale richting. Aangezien Gasunie werkzaamheden heeft voorzien ter hoogte van het aftappunt van afsluiterschema S-6365 dient voorafgaand aanvullend onderzoek te worden verricht naar de actuele omvang van de sterke grondverontreiniging met minerale olie. Dit nader onderzoek is uitgevoerd en staat beschreven in paragraaf 4.5. De sterke grondwaterverontreiniging met minerale olie die tijdens de voorgaande bodemonderzoeken in 1993, 2001 en 2013 is vastgesteld is tijdens het onderhavige onderzoek niet aangetroffen. De sterk verhoogde concentratie minerale olie en licht verhoogde concentraties vluchtige aromaten zijn mogelijk door natuurlijk afbraak niet meer aanwezig. Aanvullend grondwateronderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.