BIJLAGE 5 - Matrix wijzigingen en toevoegingen Verordening sociaal domein 2018
Tekst van het document
Bijlage Matrix wijzigingen en toevoegingen op basis van de tekst Verordening sociaal domein 2018 m.b.t. hoofdstuk 6 leerlingenvervoer en hoofdstuk 7 Wmo. Daarnaast heeft het betrekking op de toelichting op de verordening (artikel 7). Het betreft een technische wijziging waarmee verwijzingen en dubbelingen worden gecorrigeerd. In onderstaande Matrix zijn de wijzigingen weergegeven door de artikelen, waar mogelijk, naast elkaar te plaatsen.
Vetgedrukt staat wat er is gewijzigd / toegevoegd.
Hoofdstuk 6 leerlingenvervoer Artikel 6.2.8 Vervoersvoorziening naar stageadres Bestaande tekst 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden.
Nieuwe tekst 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.1.1, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden.
Artikel 6.3.2 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets Bestaande tekst 2. De kilometervergoeding voor de fiets is € 0,09 per kilometer, gemeten langs de kortste, veilige afstand.
Nieuwe tekst 2. De kilometervergoeding voor de fiets is € 0,10 per kilometer, gemeten langs de kortste, veilige afstand.
Artikel 6.3.3 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider Bestaande tekst 1 b. het een gehandicapte leerling betreft.
2. De kilometervergoeding voor de fiets is € 0,09 per kilometer, gemeten langs de kortste, veilige afstand.
Nieuwe tekst 1 b. een leerlingen kan door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruikmaken. 2. De kilometervergoeding voor de fiets is € 0,10 per kilometer, gemeten langs de kortste, veilige afstand. 4. In afwijking van de bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, zoals bedoeld in het eerste lid, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding
gebruik kan maken van het vervoer per fiets.
Artikel 6.3.8 Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag Bestaande tekst 1a. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan € 27.000,- (netto) wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 6.2.2 bepaalde afstand te boven gaan. 2.
In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 6.2.2 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 27.000,- (netto), tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.
4. Het inkomensbedrag van € 27.000,(netto) genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 27.000,- (netto).
Nieuwe tekst 1a. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan € 28.800,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 6.2.2 bepaalde afstand te boven gaan. 2.
In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 6.2.2 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 28.800,- tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.
4. Het inkomensbedrag van € 28.800,-
genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 28.800,-.
Artikel 6.3.9 Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Inkomen in euro’s (netto)
Eigen bijdragen in euro’s per gezin
Inkomen in euro’s
Eigen bijdragen in euro’s per gezin
0-35.500
Nihil
0-35.500
Nihil
35.500-42.000
150
42.000-48.500
630
48.500-55.000
1.180
55.000-62.500
1.725
62.500-69.000
2.270
69.000 en verder
Voor elke extra € 5.500: € 560 erbij
35.50042.000
170
42.00048.500
750
48.50055.000
1.390
55.00062.500
2.035
62.50069.000
2.730
69.000 en verder
Voor elke extra € 5.500: € 655 erbij
Hoofdstuk 7 Wmo, paragraaf 2 Artikel 7.2.1. Regels voor het persoonsgebonden budget (pgb)1 Bestaande tekst 3. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming artikel 2.3.6 van de Wmo
Nieuwe tekst 2. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming artikel 2.3.6 van de Wmo.
4. De hoogte van een pgb
3. De hoogte van een pgb
c. wordt bepaald aan de hand van het geldend minimum uurloon vanaf 23 jaar wanneer cliënt niet professionele ondersteuning verwerft of via het informele circuit ondersteuning verwerft;
c. wordt bepaald aan de hand van de geldende CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) wanneer cliënt niet professionele ondersteuning verwerft of via het informele circuit ondersteuning verwerft; 4. Bij het bepalen van de hoogte van een pgb is het volgende van belang:
5. Bij het bepalen van de hoogte van een pgb is het volgende van belang: 6. Een pgb ten behoeve van tijdelijke huisvesting of dubbele woonlasten bedraagt maximaal de werkelijk gemaakte kosten, voor een periode van maximaal drie (3) maanden met als maximum de maximale huurgrens als genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.
5. Een pgb ten behoeve van tijdelijke huisvesting of dubbele woonlasten bedraagt maximaal de werkelijk gemaakte kosten, voor een periode van maximaal drie (3) maanden met als maximum de maximale huurgrens als genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.
Toelichting op de verordening
1 Onderstaande aanpassing van de nummering is alleen nodig in de Verordening Sociaal domein
2018 Blaricum.
Artikel 7.3.2 eerste lid. Bestaande tekst Zolang als een cliënt gebruik maakt van een doorlopende voorziening, zoals begeleiding of hulp bij het huishouden, is een eigen bijdrage verschuldigd (abonnementstarief). De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn maximaal de kostprijs, maar niet meer dan het abonnementstarief van € 19,- per maand met uitzondering van de maatwerkvoorziening Beschermd wonen, daar kan de eigen bijdrage hoger zijn. Wanneer een eenmalig verstrekte voorziening (zoals een hulpmiddel of een woningaanpassing) is afbetaald en er geen gebruik gemaakt wordt van lopende voorzieningen, dan is er geen eigen bijdrage meer verschuldigd.
Nieuwe tekst Zolang als een cliënt gebruik maakt van een doorlopende voorziening, zoals begeleiding of hulp bij het huishouden, is een eigen bijdrage verschuldigd (abonnementstarief). De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn maximaal de kostprijs, maar niet meer dan de maandelijkse eigen bijdrage die landelijk is vastgesteld. Dit is met uitzondering van de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen, daar kan de eigen bijdrage hoger zijn. Wanneer een eenmalig verstrekte voorziening (zoals een hulpmiddel of een woningaanpassing) is afbetaald en er geen gebruik gemaakt wordt van lopende voorzieningen, dan is er geen eigen bijdrage meer verschuldigd.