CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 5.1 - Boombeschermingsplan Johanneskerk Laren

Gemeenteraad 28 januari 2026, gemeente larenBij agendapunt: Bindend advies gemeenteraad voor het uitbreiden Johanneskerk aan de Naarderstraat 54.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pius Floris Onderzoek & Advies Lutkemeerweg 400 1067 TH Amsterdam Postbus 75103 1070 AC Amsterdam T 020 497 40 80 F 020 497 63 09 amsterdam@piusfloris.nl www.piusfloris.nl Pius Floris Boomverzorging Amsterdam B.V. IBAN NL87 ABNA 0243 4826 71 KVK 34116505 BTW NL811686991B02

Boombeschermingsplan Johanneskerk te Laren

COLOFON

Projectnummer:

PRPOA24-00296-138

Opdrachtgever:

Woudstra Architecten t.a.v. de heer S. Woudstra

Vestiging: Telefoon:

Pius Floris Onderzoek & Advies 020-4974080

Onderzoeker & Auteur:

Dhr. J.V.C. Wernsen. European Tree Technician

Collegiale toets:

Dhr. H. Werner

Datum:

10 juli 2025

Versie:

V1

INHOUD 1.0 INLEIDING ................................................................................................................................ 3 1.1. AANLEIDING EN DOELSTELLING ......................................................................................................3 1.2. BELANG ....................................................................................................................................3 2.0 LOCATIE EN SITUATIE ............................................................................................................... 4 2.1. BOOMINVENTARISATIE EN -BEOORDELING .......................................................................................4 2.2. BOOMVEILIGHEIDSCONTROLE ........................................................................................................4 3.0 VOORGENOMEN WERKZAAMHEDEN ........................................................................................ 5 3.1. ANALYSE BOUWTEKENING ............................................................................................................5 3.2. INRICHTINGSEISEN FUNDATIE ........................................................................................................5 4.0 PROJECTINVLOEDEN ................................................................................................................

6 4.1 BOVENGRONDS BOOMBEHOUD.....................................................................................................6 4.2 KNELPUNTEN ............................................................................................................................6 5.0 RANDVOORWAARDEN ............................................................................................................. 7 5.1. GARANTIES VOCHTHUISHOUDING ...................................................................................................7 5.2. WATERGEEFPLAN .......................................................................................................................7 6.0 DUURZAAM BEHOUD ............................................................................................................... 8 6.1. BASIS MAATREGELEN (GELDT VOOR ALLE BOMEN) .............................................................................8 6.2. SPECIFIEKE MAATREGELEN ..........................................................................................................10 6.3. TAKENLIJST .............................................................................................................................. 10 7.0 TERREINONTWIKKELING......................................................................................................... 11 7.1.

AAN- AFVOERWEGEN ................................................................................................................11 7.2. INRICHTINGSEISEN/GROEIPLAATSINRICHTING ..................................................................................11 7.3. COMPENSERENDE MAATREGELEN.................................................................................................12 7.4. BOUWPLAATSINRICHTING ...........................................................................................................12 8.0 COMMUNICATIE & MONITORING ...........................................................................................

13 8.1 BETROKKEN PARTIJEN EN CONTACTGEGEVENS.................................................................................13 8.2 PLANNINGSAGENDA WERKZAAMHEDEN .........................................................................................13 8.2 MANDAAT (STILLEGGEN WERK) ...................................................................................................13 8.3 GARANTIES NALEVING................................................................................................................13 8.4 TOEZICHTHOUDER BOMEN ..........................................................................................................13 BIJLAGE I ..................................................................................................................................... 16 OVERZICHTSKAART: BOOMBESCHERMINGSPLAN ...........................................................................................16 BIJLAGE II .................................................................................................................................... 17 BOMENPOSTER ‘WERKEN RONDOM BOMEN’ ...............................................................................................17

1.0

INLEIDING

In opdracht van Woudstra Architecten is door Pius Floris Onderzoek & Advies een boombeschermingsplan (BBP) opgesteld. Het BBP heeft betrekking op 2 bomen staande in het gazon voor de Johanneskerk te Laren. In een eerder opgestelde bomen effect analyse Johanneskerk uit 2023 (PRPFA23-00342) is de ontwikkeling (nieuwbouw) getoetst en was de conclusie dat de realisatie van de nieuwbouw onder strikte voorwaarden ten aanzien van duurzaam boombehoud mogelijk is. Onderdeel binnen dat advies is het opstellen van voorwaarden en eisen ten aanzien van de realisatie van de nieuwbouw met behulp van een boombeschermingsplan. Voorafgaand aan het boombeschermingsplan is een aanvullend wortelonderzoek uitgevoerd (zie rapport Groeiplaatsonderzoek Johanneskerk Laren) om een beter beeld te krijgen van de wortelontwikkeling nabij de bomen. Doel hiervan was om de gevolgen van de nieuwbouw gedetailleerder in beeld te kunnen brengen. De conclusie van dat onderzoek ligt in lijn met de uitkomsten van de BEA.

1.1. AANLEIDING EN DOELSTELLING Een BBP geeft invulling aan de uitkomsten en geadviseerde maatregelen uit een BEA en maakt concreet hoe werkzaamheden nabij bomen worden uitgevoerd. Met behulp van deze maatregelen, voorafgaand, tijdens en na de uitvoering, kunnen de bomen duurzaam behouden blijven. Het plan wordt ter acceptatie voorgelegd aan de opdrachtgever voorafgaand aan de uitvoering van werkzaamheden. De aannemer zal bij de realisatie van het werk het boombeschermingsplan nader in detail uitwerken en voorzien van een verfijning van maatregelen en randvoorwaardes met de juiste toepassing van materieel, hulpmiddelen en materiaal. Op hoofdlijnen zijn puntsgewijs de volgende onderdelen in de rapportage vastgelegd:      

Locatie- en situatiebeschrijving; Voorgenomen werkzaamheden; Boominventarisatie en -beoordeling; Projectinvloeden; Boombeschermende maatregelen, randvoorwaarden duurzaam boombehoud; Communicatie en toezichthouder bomen.

Op basis van bovengenoemde punten wordt het voor de opdrachtgever en aannemer helder welke maatregelen waar en op welke manier getroffen moeten worden om de bomen duurzaam te kunnen handhaven.

1.2. BELANG Met een BBP wordt het duurzaam voortbestaan van bomen getracht te waarborgen. Hiervoor dienen de voorgestelde maatregelen te worden nageleefd. Bestaande bomen op een verantwoorde en duurzame manier in het project laten integreren zorgt voor duidelijke meerwaarde (ecosysteemdiensten) maar is ook in het kader van het maatschappelijk belang goed om invulling aan te geven.

3 Boombeschermplan Johanneskerk laren

2.0

LOCATIE EN SITUATIE

Op de locatie is een uitbreiding van de Johanneskerk gepland waarbij nieuwbouw zal plaatsvinden tussen de bomen 1 en 2 (zie kaart). Het betreft twee esdoorns staande in een onverharde groeiplaats (grasveld) waarbij de grootste boom (1) in de nieuwe situatie op ca. 120 cm uit de westelijke gevel zal komen te staan. De kleinere boom (2) staat ten opzichte van de nieuwe gevel op ca. 4,5 meter afstand. Beide bomen staan direct binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Boom 3 staat hierbuiten maar krijgt er mogelijk wel mee te maken bij de bouwplaats inrichting. In de eerder opgestelde BEA is aangegeven welke omstandigheden er ontstaan tijdens de realisatie van het gebouw.

Figuur 1, Bovenaanzicht toont de huidige situatie aan de noordzijde van de Johanneskerk De betreffende bomen zijn genummerd.

2.1. BOOMINVENTARISATIE EN -BEOORDELING Beide bomen bezitten voldoende conditie en toekomstverwachting en er zijn geen aantastingen of gebreken aangetroffen. Tabel 1: Conditie & toekomstverwachting

Boomnummer 1 2 3

2.2.

Conditie Goed Goed Goed

Toekomstverwachting > 20 jaar > 20 jaar > 20 jaar

kwaliteit Redelijk redelijk Goed

Stamdiameter 75 cm 48 cm 25 cm

Boomveiligheidscontrole

Op basis van de boomveiligheidscontrole (BVC) komt naar voren dat alle bomen op hun huidige standplaats en voorkomen te handhaven zijn. Binnen de kroon van boom 1 is zwaar dood hout in de binnenkroon (lichtgebrek) en licht dood hout in de buitenkroon aangetroffen wat een aanwijzing kan zijn van een tijdelijk, bijvoorbeeld door droogte, teruglopende conditie. Tabel 2: Veiligheidsstatus.

Boomnummer 1 2 3

Veiligheidsstatus Goedgekeurd Goedgekeurd Goedgekeurd

Opmerking zwaar dood hout Licht dood hout

Advies Huidige kroonhoogte 4 – 7 m Huidige kroonhoogte 4 – 5 m nvt 4

Boombeschermplan Johanneskerk laren

3.0

VOORGENOMEN WERKZAAMHEDEN

3.1. ANALYSE BOUWTEKENING Na bestudering van de aangeleverde ontwerptekening valt op te maken dat de gevellijn van boom 1 op ca. 160 cm uit het hart van de boom komt te staan. Boom 2 staat op 4,5 meter uit de gevellijn en is kleiner in omvang. De gevolgen van de bouw zijn voor deze boom mits de juiste maatregelen worden genomen beperkt.

3.2. INRICHTINGSEISEN FUNDATIE Omdat uit het ontwerp blijkt dat bij boom 1 het gebouw dicht op de boom komt te staan is onderzocht welke gevolgen de werkzaamheden op het wortelgestel van de boom zullen hebben. Uit meting blijkt dat de stam van de boom op 110 cm uit de gevellijn van het huis komt te staan. In de praktijk betekent dit er voor het maken van de fundatie over het algemeen een ruimte voor ontgraving benodigd is van ca. 1 meter gerekend vanaf de gevellijn. Deze lijn afgezet tegen de huidige situatie betekent dat de ontgraving op ca, 20 cm uit de stam zal komen te liggen. Bij het aanhouden van een traditionele bouwwijze is behoud van de boom niet te realiseren. Dit betekent dat er in ieder geval ter hoogte van de boom (gevellijn westzijde) gewerkt dient te worden met een fundatie op staal. Dit houdt in dat er met een fundatie op palen wordt gewerkt waarbij een liggende balk wordt aangebracht op die fundatiepalen hierdoor hoeft er geen ondergrondse fundatieopbouw plaats te vinden en kan zowel de ontgraving als de benodigde werkruimte worden verminderd.

Doorgang fundatie

Betonnen poer

Figuur 2 Dwarsdoorsnede met aan de linkerzijde de open fundatie waardoor wortels onder het gebouw worden gespaard.

Overkluizing Door middel van het uitsparen van ruimte in een gemetselde fundatie kan een stabiliteitswortel worden gespaard. Er dient hierbij voldoende ruimte over te worden gelaten zodat de wortel in diameter kan toenemen. Ten tijde van de werkzaamheden dient de wortel beschermd te worden door middel van omwikkeling met jute en afschermen met planken. Schade door betreden (opstap) dient voorkomen te worden. Daarnaast is het mogelijk de fundatie te maken op betonnen poeren waarbij een betonnen dwarsligger over de stabiliteitswortels wordt geplaatst. De dwarsligger dient voldoende ruimte tot de wortels te houden in verband met groei. De betonpoeren worden aan weerszijden van de stabiliteitswortel geplaatst (gestort). Een deel van het wortelgestel zal na realisatie onder het nieuwe bouwvlak vallen. Omdat de omstandigheden hier sterk zullen veranderen (vochtvoorziening) is het aan te bevelen een voorziening te treffen die hemelwater afvoert naar het doorwortelbare gebied. Gedacht moet worden aan het aanleggen van een drainageleiding op de 5 Boombeschermplan Johanneskerk laren

hemelwaterafvoer. Gezien de huidige grondslag (humusarme zandlagen) hoeft men niet bang te zijn voor wateroverlast. Daarnaast is aan te bevelen het gras te verwijderen en een mulchlaag aan te brengen zodat snelle uitdroging van de grond wordt voorkomen.

4.0

PROJECTINVLOEDEN

4.1

BOVENGRONDS BOOMBEHOUD

Tijdens de bouw zal de bovengrondse ruimte voor de bomen veranderen. Zo zal het dak van de nieuwbouw op het hoogste punt voor boom 1 inhouden dat de onderste gesteltakken het dak net zullen raken. Licht terugsnoeien van de uiteinden van deze takken is mogelijk met inachtneming dat er maximaal 20% mag worden gesnoeid over het totaal van de tak/kroon. Uit het onderzoek blijkt dat de onderste takaanzet van boom 1 op een hoogte van ca. 4 meter zit. De goothoogte van het gebouw bedraagt 2 meter waarna onder een hoek van 45 graden de nok wordt bereikt. Dit betekent dat er in principe geen gesteltakken hoeven te worden verwijderd. Gerichte snoei uit laten voeren door een ETWer. Een van de meest bedreigende werkzaamheden is het gebruik van mobiele (hijs)kranen die mogelijk gebruikt worden om materialen op hun plek te hijsen. Deze veroorzaken bij onbedachtzaam gebruik al snel kroonschade zoals afbreken van takken en stamschade. Indien gebruikt dient men dit vooraf aan te geven zodat een boomdeskundige deze werkzaamheden kan begeleiden. De opstelplaats van deze kraan mag zich niet binnen de kroonprojectie van de bomen bevinden om risico’s op schade te minimaliseren.

4.2

KNELPUNTEN

De mogelijke effecten op bestaande bomen vertalen zich hoofdzakelijk in wortelschade en (tijdelijke) wijzigingen van de groeiplaatsomstandigheden. Daarnaast gelden er bovengrondse risico’s waarbij stam- en kroonschade kan ontstaan. Bij de uitvoering van de werkzaamheden is de verwachting dat alle drie de bomen alleen met behulp van basis en specifieke boombeschermende maatregelen duurzaam te handhaven zijn. De directe en indirecte effecten van de werkzaamheden kunnen tot grote schades leiden op de korte en langere termijn. Hierbij geldt het risico dat bomen conditioneel achteruitgaan of zelfs instabiel worden. Ten aanzien van de werkzaamheden is de inschatting dat tijdens de bouw de groeiplaatsen veelvuldig zullen worden gebruikt voor de aan- en afvoer van materialen en het belopen door werklieden. Het is daarom van groot belang dat de groeiplaatsen hier tegen worden beschermd. Voorgesteld wordt om de gehele groeiplaats (totale werkgebied, zie tekening bouwplaats inrichting) te voorzien van vlonders op onderliggers zodat er een tweede maaiveld wordt gecreëerd. Dit is inclusief het binnengebied van het nieuwe gebouw. Deze vlonders dienen tijdens de gehele bouwperiode te blijven liggen en pas bij de uiteindelijke terreininrichting verwijderd te worden. Algemeen kunnen de volgende werkzaamheden schade opleveren.

De volgende werkzaamheden gelden als knelpunt: - Verwijderen en aanbrengen verharding; - Ontgraving groeiplaats; o Verwijderen graszode; o Creëren van werksleuven en plaatsen bekisting; o Aanbrengen/verwijderen infrastructuur; o Verschuiven profielen en creëren fundering. - Bronbemaling; - Aanbrengen paalfundering; - Draai- en/of hijsbewegingen. De grootste bedreigingen en effecten betreffen de volgende punten: - Ondergrondse werkzaamheden; o Wortelschade /-verlies;  Conditie- en stabiliteitsverlies. o Blootleggen wortels/uitdrogen groeiplaats; 6 Boombeschermplan Johanneskerk laren

-

 Uitdrogen en afstreven wortels;  Conditie- en stabiliteitsverlies. Bovengrondse werkzaamheden; o Stam- en kroonschade.  Kwaliteitsverlies;  Conditieverlies.

De werkzaamheden bieden naast diverse knelpunten, ook kansen. De volgende punten zijn van toepassing in dit project: - De huidige groeiplaatsen verbeteren; - Waarbij compenserende maatregelen (zie advies) zoals het injecteren van de groeiplaats in gebieden wordt toegepast daar waar wortelontwikkeling gewenst is. o De uitvoeringsperiode vormt mogelijk een knelpunt; Bij voorkeur fundatiewerkzaamheden in de rustperiode van de bomen uitvoeren. o Nieuwe inrichting groeiplaats boom 1 geeft een hoog risico op wortelschade. Maatwerk en deskundigheid bij uitvoering zijn daarom noodzakelijk.

5.0

RANDVOORWAARDEN

5.1.

GARANTIES VOCHTHUISHOUDING

Uit het dinoloket zijn de gegevens over de gemiddelde grondwaterstanden opgehaald. Hieruit blijkt dat ter hoogte van de kruising Brink het dichtstbijzijnde grondwatermeetpunt ligt, deze toont een gemiddelde van 283 cm boven NAP. Het maaiveld ligt daar op 5,08 cm boven NAP. Het grondwaterpeil ligt daar op 2,25 cm onder het maaiveld. Hieruit mag op worden gemaakt dat het grondwater ter hoogte van de Johanneskerk waarschijnlijk nog wat dieper ligt (oplopend maaiveld) en daarmee dieper dan 3-4 meter. Gesteld kan worden dat de boom daarmee op een hangwaterprofiel staat en dus afhankelijk is van de gemiddelde jaarlijkse neerslag. Het afvangen van neerslag door de nieuwbouw heeft daardoor een directe invloed op de boom(en). Dit betekent dat zowel het terug leveren van hemelwater na het gereedkomen van de bouw als tijdens de bouw gegarandeerd moet worden. Het opstellen van een (eenvoudig) vochtmonitoringsplan en watergeefplan moet voorkomen worden dat de bomen verdrogen. In het ontwerp moet worden opgenomen dat het hemelwater wordt terug geleverd aan de wortels onder het gebouw. Voorgesteld wordt de hemelwaterafvoer aan te sluiten op te leggen drains onder het gebouw waardoor de vochtvoorziening gegarandeerd blijft.

5.2. WATERGEEFPLAN Het watergeefplan bestaat uit de onderdelen monitoring en uitvoering. Omdat in dit project geen bronbemaling zal worden toegepast zal een acuut vochttekort niet snel optreden. Omdat zoals boven reeds aangegeven er in de directe groeiplaatsen het een en ander wijzigt is het wel van belang om de vochtbalans van de bodem in de gaten te houden. Wortelverlies in combinatie met droogte kan een sterke wissel trekken op deze bomen vooral in de bladperiode (verdamping). Praktisch gezien is het watergeven ten tijde van de bouw in periode van droogte een voldoende oplossing. Het is aan de groenwacht om deze zaken te monitoren en terug te koppelen aan de opdrachtgever.

7 Boombeschermplan Johanneskerk laren

6.0

DUURZAAM BEHOUD

Onderstaande maatregelen gelden als randvoorwaarden ten behoeve van duurzaam boombehoud voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden. Voor alle bomen gelden in ieder geval de basis maatregelen. De specifieke maatregelen die daarop volgen, vormen als het ware een optelsom. Er dient namelijk specifiek te worden geanticipeerd op de betreffende bomen en situaties ten behoeve van een duurzame instandhouding. In 6.1.3. worden daarom ontwerpwijzigingen beschreven. In 6.1.4. zijn in het kader van compenserende maatregelen, die gelden bij onvoorziene wortelschade, zijn adviezen voorgeschreven. In 6.1.5. worden aanvullende, maar geen noodzakelijke, maatregelen voorgeschreven die de kwaliteit van de groeiplaats ten goede komt.

6.1. BASIS MAATREGELEN (GELDT VOOR ALLE BOMEN) Deze maatregelen komen voort uit het protocol ‘werken bij bomen’. Hierin staan 11 vuistregels die randvoorwaarden aangeven bij het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van bomen. Het protocol is in de bijlagen verwerkt. Algemeen Benodigde snoei van (laaghangende) takken dient door en naar inzicht van een gediplomeerde boomverzorger (European Tree Worker): o Geen gesteltakken en maximaal 20% kroonvolume; o Overweeg altijd eerst om takken tijdelijk te buigen door deze vast te zetten met spanbanden. Bij machinaal werken binnen de kroonprojectie dient te allen tijde schade aan de kroon of stamdelen voorkomen te worden. Bestuurders van machines en vrachtwagens dienen vooraf duidelijke instructies te ontvangen over de risico’s op boomschades; Voorkom kroon-, stam- en wortelschade door rondom (voorkeur rondom de kroonprojectie) de bomen bouwhekken (beschermd boomgebied) aan te brengen. Indien dit niet mogelijk is dient er in ieder geval stambescherming te worden aangebracht; Stambescherming toepassen: o Gebruik hiervoor lokale afscherming voor de bomen: omwikkel de stam met ribbeldrain en bevestig verticaal geplaatste, en met spandraad bevestigde, houten planken (zie figuur 3).

Figuur 3: Bomen met stambescherming.

Figuur 4: Bomen rondom in de hekwerken.

8 Boombeschermplan Johanneskerk laren

Reserveer buiten de kroonprojecties (opslag)locaties voor (bouw)materiaal, machines etc.; Vrijkomende materialen direct in het werk afvoeren of rekening houden met goedgekeurde depotlocaties buiten de kroonprojecties; o Wanneer tijdelijke opslag van materialen binnen de kroonprojecties nodig is, kan dit alleen plaatsvinden in overleg en met toestemming van de toezichthouder bomen; Leg binnen het projectgebied en in ieder geval binnen de kroonprojectie voldoende rijplaten aan om verdichting te voorkomen; Geen grondroering uitvoeren in de risicozone van de boom (10 x stamdiameter op 1,3 m +mv ) zonder toezicht/toestemming van een toezichthouder (par. 6.1.); Ophogen binnen de kroonprojectie beperken tot een maximale hoogte van 10 cm boven bestaande maaiveld. Uitsluitend met grofkorrelig materiaal; o Beperk de ophoging tot een halve meter rondom vanaf de stamvoet. Hierdoor blijft de stamvoet zichtbaar (boomveiligheid) en kan worden voorkomen dat deze gaat inrotten. Opnemen van de verharding, binnen de kroonprojectie, dient handmatig of met klein materieel (minigraver) te gebeuren. Indien een minigraver ingezet wordt dient handmatig voorgestoken te worden om er zorg voor te dragen dat geen wortels beschadigd raken. Bestaand cunet uitsluitend handmatig of door middel van een grondzuigmachine verwijderen.

Hierdoor kunnen wortels op een eenvoudige manier worden gehandhaafd en tot dicht op de boom tot op diepte worden gewerkt; Wortels Ø ≥4 cm in diameter en gestelwortels sparen; Wortels Ø <4 cm glad doorzagen (haaks op groeirichting); Niet meer dan 10% van de wortels verwijderen; Randen van sleuven en blootliggende wortels binnen 2 uur bedekken met een eerste dikke laag natte jute doeken en bedekken met zeil. Stel een watergeefplan op om ervoor te zorgen dat de doeken nat blijven. Sleuven en tracés graven, kabels en leidingen aanbrengen en verwijderen Bij het graven van sleuven binnen de kroonprojectie dient er laag voor laag te worden afgegraven. o Handmatig voorsteken en wortels dikker dan >4 cm sparen; o Doordat wortels gespaard dienen te worden, kan niet altijd een sleufbekisting worden toegepast. In dat geval zal om de wortels heen gewerkt moeten worden. Met behulp van een grondzuigmachine kan eenvoudig om de wortels heen worden gewerkt (figuur 3). o Het is van belang om te handhaven stabiliteitswortels en wortelpakketten in te pakken jute (figuur 4). De wortels dienen eventueel te worden ondersteund door planken/balken en spanbanden. Beperk, wanneer dit kan, de sleuf breedte binnen de kroonprojecties; Bij teveel wortelontwikkeling /-schade gelden vier opties: o Kabels en leidingen eruit trekken; o Creëer een sleuf door gebruik te maken van een grondzuiger.

Deze werkmethode dient in ieder geval te worden toegepast bij het aanbrengen van kabels en leidingen binnen de kroonprojectie. o Leidingen laten liggen en volschuimen; o Pas een ondergrondse boring toe (met behulp van een persluchtraket/ondergrondse boring). Randen van sleuven en blootliggende wortels binnen 2 uur bedekken met een eerste dikke laag natte jute doeken en bedekken met zeil.

9 Boombeschermplan Johanneskerk laren

Figuur 5: Voorbeeld van graafwerkzaamheden binnen de risicozone waarbij een grondzuigmachine is ingezet om wortels te sparen. Figuur 6: Vervolgens worden de stabiliteitswortel die in het tracé liggen ingepakt met jute te bescherming.

Bronbemaling De algemene strategie is om de grondwaterverlaging bij de bomen te minimaliseren, de bomen te voorzien van alternatief water, en hun stresstolerantie te vergroten. De bomen zijn mede afhankelijk van het grondwater voor hun vochtbehoefte; Wanneer bronbemaling binnen het groeiseizoen (bladperiode ca. februari-november) wordt toegepast, zijn aanvullende watergiften noodzakelijk voor de bomen die binnen de invloedsfeer van de bemaling staan. Als richtlijn geldt een watergift van 1000 tot 1500 liter water per volwassen boom per week verdeelt over meerdere dagen. Aan de hand van vochtsensoren kan de watergift worden afgestemd; Om de bomen van water te voorzien is inzet van een waterwagen geadviseerd. Ook is het aanbrengen van een voorziening om het water op de juiste plaats te krijgen benodigd. Dit kan in de vorm van een bovengronds drainagestelsel rondom de boom en het wortelgestel; Hergebruik van grondwater is een mogelijkheid als retourbemaling binnen deze situatie haalbaar is. Hergebruik van grondwater als gietwater is mogelijk als de waterkwaliteit voldoende is, beluchting en opwarmen van grondwater plaatsvindt voordat het water aan de bomen wordt gegeven. Het water moet voorzien zijn van voldoende zuurstof, een juiste pH en vrij van schadelijk stoffen. Plaats vochtsensoren en stel een vochtmonitoringsplan en watergeefplan op (indien noodzakelijk).

6.2. SPECIFIEKE MAATREGELEN In het ontwerp is de uitwerking van de ondergrondse infra nog niet opgenomen. Ondergrondse werkzaamheden vormen binnen de kroonprojectie altijd een risico. Specifiek op dit project dient men zoveel als mogelijk buiten de kroonprojectie te blijven (zie randvoorwaarden).

6.3. TAKENLIJST Hieronder staan taken vanuit de beschreven beschermende maatregelen doe door de aannemer/instanties moet worden uitgevoerd: - Watergeefplan voor de jute doeken die op randen van sleuven en blootliggende wortels liggen. o Maak afspraken over wie, wanneer en met welk water de doeken worden voorzien van water. - Plaats vochtsensoren 10 Boombeschermplan Johanneskerk laren

o

o

7.0

Stel een vochtmonitoringsplan op  Maak afspraken over wie de vochtsensoren uitleest en opdracht geeft voor het geven van water. Stel een watergeefplan bij verdroging door bronbemaling op;  Maak afspraken over wie en met welk water de bomen worden voorzien van water.

TERREINONTWIKKELING 7.1. AAN- AFVOERWEGEN

In het ontwerp is nog geen uitwerking van een uitvoeringsplan aanwezig. Het gaat hierbij om een terreininrichting waarbij de aan en afvoer van bouwmaterialen, opslag en bouwketen zijn opgenomen. De in de randvoorwaarden aangegeven eisen gelden ook voor de terreininrichting ten tijde van de bouw. Voorgesteld wordt om de aan en afvoerwegen zo gunstig mogelijk aan te leggen zodat er niet over bestaande wortelsystemen wordt gereden. Daarnaast geldt dat, indien men opslag aan de noordzijde van de bomen wil realiseren, de bestaande graszode zal moeten worden verwijderd, er een boomschorslaag van ten minste 15 cm moet worden aangebracht met daarop rijplaten. Zodoende voorkomt men verdichting en verstikking van de ondergrondse boomwortels.

7.2. INRICHTINGSEISEN/GROEIPLAATSINRICHTING Uit het voorlopig ontwerp valt op te maken dat aan de westzijde de directe groeiplaats van boom 1 veranderd wordt. Uit het aanvullende groeiplaatsonderzoek blijkt dat in dit gebied het zwaartepunt van de wortelkluit ligt en dus zeer belangrijk is voor de boom. Daarnaast zijn vooral oude bomen gevoelig voor groeiplaatsveranderingen. Omdat er aan de noordzijde van de boom ingrijpende werkzaamheden plaatsvinden moet aan de westzijde zeer voorzichtig te werk worden gegaan. Kortweg komt het hier op neer:    

Geen of slechts minimale ontgraving (0-5 cm) mogelijk Geen verdichting Geen verharding Geen grondbewerking

Fig. 7, Toont de voorgestelde terreininrichting (VO) na gereedkomen bouw. Het rode vlak geeft het doorwortelbare gebied aan dat beschermd moet worden.

Uit het inrichtingsplan valt op te maken dat een omvangrijk deel van de groeiplaats wordt omgevormd waarbij een deel zal worden verhard (klinkers) en een ander deel waarbij halfverharding wordt toegepast. Als inrichtingseis moet men vasthouden aan bovenstaande regels en dit betekent dat er alleen halfverharding mogelijk is als die voldoende doorlatend is. Gedacht moet worden aan het gebruik van poreuze materialen zoals grind, open vlonders, grastegels.

11 Boombeschermplan Johanneskerk laren

De uitbreiding van de fietsnietjes met name in het westelijke gedeelte levert een hoog risico op wortelschade door afsluiting en gebrek aan bodemgasdiffusie Het toepassen van een 2e maaiveld (sandwichplaat) kan hier mogelijk een oplossing bieden. Het ingraven van de fietsnietjes dient handmatig te worden uitgevoerd om schade aan wortels te voorkomen.

7.3. COMPENSERENDE MAATREGELEN Beide bomen dienen na de afronding van de werkzaamheden (na verwijderen vlonders), maar voor de terreinaanleg te worden gecompenseerd voor de geleden wortelschade. Zoals gezegd dient binnen het bouwvlak een muchlaag te worden aangebracht, zodat verdroging onder het gebouw tegen wordt gegaan. Als materiaal wordt eerst een laag compost met daarover heen een laag boomschors aangebracht. De aan te brengen drain ligt in deze laag compost. Let wel de verwachting is dat boom 1 een nieuw evenwicht in zijn wortelontwikkeling zal zoeken en daartoe ook de kans moet krijgen. Door het aanbrengen van de mulchlaag zal het proces van vochttekort niet snel ontstaan en krijgt de boom de kans een nieuw evenwicht te zoeken en te herstellen. Indien er door de werkzaamheden verdichting is ontstaan kan er aanvullend grondverbetering middels injectiemethode worden toegepast. Dit is afhankelijk van de situatie en ter beoordeling van de boomdeskundige.

7.4. BOUWPLAATSINRICHTING

De bovenstaande tekening geeft een inrichtingsplan van de bouwplaats aan. Opgenomen zijn hierbij de gebieden die met bouwhekken moeten worden afgesloten om de directe standplaats tijden de gehele bouw te beschermen. De gebieden waarin met vlonders dient te worden gewerkt en de gebieden waar opslag kan plaatsvinden (zie uitgebreide kaart in de Bijlage).

12 Boombeschermplan Johanneskerk laren

8.0

COMMUNICATIE & MONITORING

8.1

BETROKKEN PARTIJEN EN CONTACTGEGEVENS -

8.2

Eigenaar: Bestuur Johanneskerk, I.de Joode Aannemer: Nader te Bepalen Landschapsontwerp: M. Beenhakker, H+N+S landschapsarchitecten Boomdeskundige gemeente: N. Jerkel Bel Gemeente Toezichthouder bomen (ETT): J.V.C Wernsen Pius Floris onderzoek & Advies

PLANNINGSAGENDA WERKZAAMHEDEN

Voorafgaand aan de werkzaamheden dient er een (bouw)vergadering te worden georganiseerd waarbij betrokken partijen zijn aangesloten.  Hierin dienen de volgende zaken te worden behandeld: o Belangen betrokken partijen; o Uitvoeringsplanning; o De rapportage van de Boom Effect Analyse; o Mandaat toezichthouder bomen; o Boombeschermende maatregelen; o Afspraken vanuit vochtmonitorings- en watergeefplan; o Contactmomenten tussen aannemer en toezichthouder bomen; o Werken binnen risicozone (par. 5.1.1.); o Veldbezoeken op (on)bepaalde momenten; o Onvoorziene omstandigheden. o Contactgegevens. -

8.2

De toezichthouder dient een logboek/verslag bij te houden waarin gebeurtenissen die relevant zijn voor het behoud van bomen worden vastgesteld. Het logboek met daarin een verslag van de werkzaamheden rondom bomen dient op afgesproken momenten te worden gedeeld met de projectleider. Na afloop van de werkzaamheden dienen de partijen de werkzaamheden te evalueren en worden eventuele vervolg (boombeschermende) maatregelen behandeld.

MANDAAT (STILLEGGEN WERK)

Ter plaatse kan worden afgesproken dat de boomdeskundige (eis: European Tree Technician) leidend is in wat mogelijk is ten aanzien van de bomen op het project. In het uiterste geval zal contact worden opgenomen met de opdrachtgever en tot die tijd kan het werk (tijdelijk) stil gelegd worden. Vooraf dient de aannemer zich hieraan te conformeren.

8.3

GARANTIES NALEVING

De garanties voor naleving worden vastgelegd in het logboek dat tijdens het gehele proces wordt bijgehouden . In overleg met de opdrachtgever kan het verslag op gezette tijden met de gemeente worden gedeeld zodat zij op de hoogte blijven en de garantie hebben dat het belang van duurzaam boombehoud voorop staat. Na afronding dient er een eindgesprek met alle belanghebbenden te worden gehouden waarbij eventuele punten kunnen worden besproken. Formeel is deze afsluiting ook belangrijk ten aanzien van eventuele verplichtingen en garanties.

8.4

TOEZICHTHOUDER BOMEN -

Deze persoon (ETT) dient er bij de werkzaamheden op toe te zien dat geen onnodige schade ontstaat aan de bomen. Bij zwaardere wortelschade dient de toezichthouder een afweging te maken of de wortels zonder bezwaar kunnen worden verwijderd. Wanneer er toch bewust of onbewust ernstige schade moet 13

Boombeschermplan Johanneskerk laren

worden toegebracht dient hij hiervan verslag te doen. Dit verslag moet een onderbouwing vormen om na afloop van de werkzaamheden eventueel Nader Technisch Onderzoek (NTO) uit te voeren. Daarnaast kan hij een overweging maken welke bomen in aanmerking komen voor compenserende maatregelen zoals het bijvoorbeeld toepassen van een pneumatische injectiemethode om de groeiplaats te verbeteren en nieuwe wortelgroei te stimuleren. o Bij onvoorziene omstandigheden rondom bomen dient de toezichthouder te worden ingeschakeld. o De toezichthouder mag het werk stilleggen wanneer werkzaamheden niet conform de boombeschermende maatregelen (par. 5.1.) worden uitgevoerd en wanneer onvoorziene wortelschade wordt toegebracht met directe en indirecte negatieve gevolgen voor de boom.

14 Boombeschermplan Johanneskerk laren

In het vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, teken ik hoogachtend en met vriendelijke groet, Pius Floris Boomverzorging Amsterdam Afdeling onderzoek, taxaties, ecologie en advies

J.V.C. Wernsen, Boomtechnisch adviseur European Tree Technician Geregistreerd taxateur bomen (lid NVTB)

Gecontroleerd door:

H. Werner

Onderzoek wordt verricht en adviezen worden uitgebracht, alleen op voorwaarde dat de aanvrager afstand doet van ieder recht op aansprakelijkheid.

15 Boombeschermplan Johanneskerk laren

BIJLAGE I OVERZICHTSKAART: BOOMBESCHERMINGSPLAN

BIJLAGE II BOMENPOSTER ‘WERKEN RONDOM BOMEN’

Protocol Werken bij bomen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16539988/2