BIJLAGE 3 - was & wordt lijst
Tekst van het document
1.
Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden uit eigen beweging of op hun verzoek alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en geven de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.
2.
Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd.
3.
Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen ter verantwoording geroepen worden voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.
4.
Het verstrekken van inlichtingen en het ter verantwoording roepen als bedoeld in dit artikel geschiedt zo spoedig mogelijk en op de wijze zoals vastgesteld in het reglement van orde, bedoeld in artikel
2. Een lid van het algemeen bestuur is de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.
Het algemeen bestuur ten opzichte van de raden
30
10 lid 1 en artikel 16 lid 1.
Toelichting: De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat het bestuur van een gemeenschappelijke regeling een actieve informatieplicht heeft omtrent hetgeen in een regeling speelt. Daarmee is deze bepaling vergelijkbaar met de actieve informatieplicht van het college aan de gemeenteraad, zoals is vastgelegd in de Gemeentewet. Deze verplichting richt zich niet alleen op informatie over te nemen besluiten, maar betreft alles dat de raad behoort te weten om zijn taak goed te kunnen vervullen. In gemeenschappelijke regelingen moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. Een actieve informatieplicht aan de raden bestaat op gemeentelijk niveau al voor de colleges. Het doortrekken van deze plicht naar het bestuur van een gemeenschappelijke regeling is geen grote ingreep. Daarbij kan de wijze waarop e.e.a. in de Gemeentewet is geregeld als voorbeeld dienen. De Gemeentewet kent een open formulering. Het college:
-
is verplicht zijn besluitenlijst openbaar te maken,
-
geeft de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft,
-
geeft de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van bepaalde collegebevoegdheden (bij besluiten met zwaarwegend politieke betekenis of ingrijpende gevolgen).
Het is aan het algemeen bestuur om hierin een eigen handelingskader te bepalen. Bij gemeenten wordt dat door colleges gedaan in de vorm van een protocol of handvest. Deze lijn volgend kan het algemeen bestuur ook een dergelijk protocol met de colleges en de raden overeenkomen, er is hier gekozen dit in het regelement van orde op te nemen. In de gemeenschappelijke regeling behoeft deze tekst niet te worden opgenomen, kortheidshalve wordt in de gemeenschappelijke regeling wel opgenomen dat het algemeen bestuur dit opneemt in het regelement van orde. Overigens zullen bepaalde elementen uit de staande praktijk in het reglement van orde worden opgenomen, want het is uiteraard niet zo dat een actieve informatieplicht een geheel onontgonnen terrein is. HOOFDSTUK 8 DE VEILIGHEIDSDIRECTIE
[vervallen]
31
Artikel 27 Samenstelling van de veiligheidsdirectie 1. Er is een veiligheidsdirectie. 2. De leden van de veiligheidsdirectie zijn: a) de commandant van de Brandweer Gooi en Vechtstreek; b) de directeur Publieke Gezondheid; c) de coördinerend functionaris bevolkingszorg; d) de politiechef; e) een door de hoofdofficier van justitie aangewezen vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie. 3. Het dagelijks bestuur, gehoord het algemeen bestuur, benoemt de commandant van de Brandweer Gooi en Vechtstreek. De commandant is belast met de operationele leiding van de brandweer. 4. De directeur Publieke Gezondheid wordt benoemd door het algemeen bestuur van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst in overeenstemming met het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio. De directeur Publieke Gezondheid is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening. Hij maakt deel uit van de directie van de GGD Gooi en Vechtstreek. 5. Het dagelijks bestuur, gehoord het algemeen bestuur, wijst de coördinerend functionaris bevolkingszorg (als bedoeld in artikel 36 Wvr) aan op voordracht van de gemeentesecretarissen in de regio. De coördinerend functionaris bevolkingszorg is belast met de coördinatie van de gemeentelijke bevolkingszorg.
32
6. Het dagelijks bestuur, gehoord het algemeen bestuur, wijst uit de leden van de veiligheidsdirectie een voorzitter aan. 7. De voorzitter van de veiligheidsdirectie is secretaris van het dagelijks en algemeen bestuur; de secretaris ondertekent mede de stukken die van het dagelijks en algemeen bestuur uitgaan. 8. Het dagelijks bestuur stelt voor de secretaris, de commandant, de coördinerend functionaris bevolkingszorg en de directeur Publieke Gezondheid een taakomschrijving, mandaat en instructie vast. 9. De leden van de veiligheidsdirectie kunnen zich ter vergadering laten vervangen door hun plaatsvervanger. Artikel 28 Taken van de veiligheidsdirectie
[vervallen]
1. De veiligheidsdirectie heeft de volgende taken met betrekking tot onderwerpen die het bestuur aangaan: a) het voorbereiden van de besluiten van het dagelijks en algemeen bestuur; b) het bewaken van de uitvoering van de besluiten die door het dagelijks en algemeen bestuur zijn genomen; c) het zorgdragen voor de organisatorische voorwaarden die een gecoördineerd grootschalig optreden van de hulpverleningsdiensten in deze regio te allen tijde mogelijk maken; d) het onderhouden van lokale, regionale en interregionale contacten ter bevordering van de uitwisseling van deskundigheid en de samenwerking; e) de bevordering van de totstandkoming en de realisatie van het risicoprofiel, het beleidsplan, het crisisplan en de rampbestrijdingsplannen;
33
f) de zorg voor een adequaat financieel management en beheer ten behoeve van een adequate taakuitoefening van de veiligheidsregio, binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders. 2. Advisering betreffende onderwerpen die specifiek betrekking hebben op taken van de organisatie waaraan een lid van de veiligheidsdirectie leiding geeft, blijven de uitsluitende bevoegdheid van dat lid afzonderlijk. Toelichting: Artikel 27 en 28 GR-VRGV 2022 zullen worden opgenomen in het organisatiebesluit als bedoeld in artikel 23 GR-VRGV 2023. HOOFDSTUK 9 DE AMBTELIJKE ORGANISATIE
HOOFDSTUK 7 DE ORGANISATIE
Artikel 29 De inrichting van de ambtelijke organisatie
Artikel 23
a) Het dagelijks bestuur stelt de inrichting van de ambtelijke organisatie vast. Deze bestaat in ieder geval uit:
1.
Het dagelijks bestuur stelt, gehoord het algemeen bestuur, een organisatiebesluit vast over de inrichting van de ambtelijke organisatie.
2.
In het besluit worden in ieder geval de volgende zaken geregeld:
a. de Brandweer Gooi en Vechtstreek;
Organisatiebesluit
b. het Bureau bevolkingszorg Gooi en Vechtstreek.
a.
de samenstelling van een veiligheidsdirectie;
b.
de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de veiligheidsdirectie;
c.
de inrichting van de organisatie;
Toelichting: Met de huidige wijziging van de gemeenschappelijke regeling zal de inrichting van de ambtelijke organisatie worden opgenomen in het Organisatiebesluit, en niet meer in de gemeenschappelijke regeling zelf. Dit ligt in het verlengde van de door het bestuur gekozen essentiële benadering (zie Overwegingen)
34
van de regeling, en hiermee wordt de bij de overige veiligheidsregio’s gangbare lijn gevolgd. Hierin zal ook de veiligheidsdirectie worden opgenomen. Een organisatiebesluit kan sneller aangepast worden zonder dat het nodig is om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen. Dit zorgt voor meer flexibiliteit voor de ambtelijke organisatie. Daarnaast zorgt het voor een duidelijkere focus in zowel de gemeenschappelijke regeling als het organisatiebesluit. Het organisatiebesluit richt zich specifiek op de inrichting van de organisatie, waardoor er meer aandacht is voor dit onderwerp en het beleid gericht en effectiever kan zijn. Dit zou te omvangrijk zijn om dit met gepaste volledigheid in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. HOOFDSTUK 10 FINANCIËLE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 30 Administratie en controle
Artikel 24
1. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van de geldmiddelen, met inachtneming van de artikelen 212 tot en met 213 van de Gemeentewet.
1.
Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie vast met inachtneming van artikel 212 van de Gemeentewet.
2.
Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie met inachtneming van artikel 213 van de Gemeentewet.
Artikel 25
Middelenbeheer
Dienstjaar
Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 26
Aanwijzing accountant
Het algemeen bestuur wijst een accountant aan die conform het bepaalde in artikel 213 derde en vierde lid van de Gemeentewet wordt belast met de toetsing van de jaarrekening inclusief de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur en het afgeven van een getrouwheidsoordeel aan het algemeen bestuur.
35
Toelichting: De formulering van dit artikel is in overeenstemming met de geldende wetgeving ter zake. Artikel 31 Begrotingsprocedure
Artikel 27
1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
1.
Het algemeen bestuur stelt met in achtneming van de artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten de begroting vast in het jaar voorafgaand aan dat waarvoor zij dient.
2. Deze ontwerpbegroting wordt door de veiligheidsregio voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.
2.
3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twee maanden bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.
3.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en meerjarenraming voor het komende kalenderjaar twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
4.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken na toezending van de ontwerpbegroting en meerjarenraming bij het dagelijks bestuur schriftelijk hun zienswijze over de ontwerpbegroting en meerjarenraming kenbaar maken.
6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
5.
Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting en meerjarenraming, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
7. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
6.
Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de
4. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 5. Meteen na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de aan deze regeling deelnemende gemeenten.
Begroting en meerjarenraming
36
zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
7.
De begroting en meerjarenraming worden gepubliceerd op de website van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.
8.
Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in iedergeval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, toe aan gedeputeerde staten.
9.
Nadat deze is vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur zo nodig de begroting aan de raden van de gemeenten, die de in deze begroting voor de gemeente geraamde bijdrage in de kosten van de veiligheidsregio in de gemeentelijke begroting voor het betreffende jaar opnemen en die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Als deze begroting niet afwijkt van de ontwerpbegroting kan het algemeen bestuur volstaan met een schriftelijke mededeling over dit gegeven.
10.
Indien de raden schriftelijk bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren hebben gebracht, sturen zij hiervan een afschrift aan het dagelijks bestuur.
11.
Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting met uitzondering van de genoemde data.
Toelichting: De begrotingsprocedures van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Veiligheidsregio Flevoland zijn vrijwel identiek. In deze gemeenschappelijke regeling zijn ze helemaal gelijkgetrokken, waarbij het snelste tijdpad van de twee is aangehouden. Dat betekent vaststelling door het algemeen bestuur vóór 1 juli, zoals in Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, en niet vóór 15 juli zoals in Veiligheidsregio Flevoland.
37
De gewijzigde Wgr voorziet in een verruiming van de uiterste termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting in de begrotingscyclus. Per regeling kan gekozen worden voor kortere termijnen, maar niet voor latere data. Het oogmerk is de gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van gemeenten, waardoor het voor gemeenteraden makkelijker wordt te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven aan regelingen voor de eigen gemeente. Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de conceptbegroting van een regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later:
-
De kadernota moet vóór 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april;
-
de begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus; en
-
de ontwerpbegroting moet uiterlijk 12 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden worden, in plaats van 8 weken.
De twee maanden tussen beide deadlines worden voldoende geacht om de uitgaven aan een regeling als verplichte uitgaven te verwerken in de gemeentelijke begrotingen. Artikel 32 Bijdragen van het Rijk en van de gemeenten
Artikel 29
1. In de begroting van de veiligheidsregio wordt ten minste aangegeven welke bijdrage van het rijk wordt ontvangen en welke bijdrage elke deelnemende gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
1.
In de begroting van de veiligheidsregio wordt ten minste aangegeven welke bijdrage van het rijk wordt ontvangen en welke bijdrage elke deelnemende gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
2.
Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen wordt met ingang van 1 januari 2017 gehanteerd de verhouding van de in de algemene uitkering uit het gemeentefonds aan de individuele gemeenten voor openbare orde en veiligheid voor brandweer en rampenbestrijding opgenomen bedragen.
3.
De aan deze regeling deelnemende gemeenten blijven verantwoordelijk voor de door hen ten tijde van de instelling van de Brandweer Gooi en Vechtstreek verstrekte feitelijke gegevens, financiële opstellingen, personeelsgegevens of anderszins. Indien blijkt dat sprake is van onverwachte gebreken of andere
2. Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen wordt met ingang van 1 januari 2017 gehanteerd de verhouding van de in de algemene uitkering uit het gemeentefonds aan de individuele gemeenten voor openbare orde en veiligheid voor brandweer en rampenbestrijding opgenomen bedragen. 3. De in het vorige lid genoemde verdeelsleutel wordt overgangsperiode van drie jaar ingevoerd, te beginnen in 2015.
in een
4. In 2015 worden de gemeentelijke bijdragen voor 1/3e deel verdeeld op basis van deze sleutel (en voor 2/3e deel op basis van de bestaande verdeelsleutel).
Bijdragen gemeenten
38
5. In 2016 worden de gemeentelijke bijdragen voor 2/3e deel verdeeld op basis van deze sleutel (en voor 1/3e deel op basis van de bestaande verdeelsleutel). 6. In 2017 worden de gemeentelijke bijdragen volledig verdeeld op basis van deze sleutel. 7. De aan deze regeling deelnemende gemeenten blijven verantwoordelijk voor de door hen ten tijde van de instelling van de Brandweer Gooi en Vechtstreek verstrekte feitelijke gegevens, financiële opstellingen, personeelsgegevens of anderszins. Indien blijkt dat sprake is van onverwachte gebreken of andere tekortkomingen in het kader van huisvesting, materiaal, materieel, personeel, financieel of anderszins, zullen de hieraan verbonden kosten voor rekening komen van de betreffendegemeente waar dit betrekking op heeft. 8. Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen voor uitvoering van gemeenschappelijke taken ten aanzien van de gemeentelijke bevolkingszorg wordt gehanteerd dat de kosten voor de helft worden gedekt uit een gemeentelijke bijdrage naar rato van het aantal inwoners en voor de andere helft uit een voor iedere gemeente gelijke vaste voet. Daadwerkelijke repressieve inzeturen komen ten laste van de betrokken gemeenten.
tekortkomingen in het kader van huisvesting, materiaal, materieel, personeel, financieel of anderszins, zullen de hieraan verbonden kosten voor rekening komen van de betreffendegemeente waar dit betrekking op heeft.
4.
Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen voor uitvoering van gemeenschappelijke taken ten aanzien van de gemeentelijke bevolkingszorg wordt gehanteerd dat de kosten voor de helft worden gedekt uit een gemeentelijke bijdrage naar rato van het aantal inwoners en voor de andere helft uit een voor iedere gemeente gelijke vaste voet. Daadwerkelijke repressieve inzeturen komen ten laste van de betrokken gemeenten.
5.
De aan deze regeling deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot voor 16 januari en 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdrage voor het lopende kalenderjaar.
(…)
9. De aan deze regeling deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot voor 16 januari en 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdrage voor het lopende kalenderjaar. Toelichting: Blijft ongewijzigd, alleen de nummering is aangepast en de niet-actuele overgangsregeling is geschrapt. Artikel 33 Jaarrekening
Artikel 28
1.
Jaarrekening
Het algemeen bestuur stelt met in achtneming van de artikelen 34 39
1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De raden kunnen binnen twee maanden na toezending bij het algemeen bestuur hun zienswijze over de jaarrekening naar voren brengen.
en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
2.
In de jaarrekening wordt het door elk van de gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. Verrekening van het verschil tussen de reeds als voorschot verrichte betalingen en het werkelijk verschuldigde bedrag, zijnde het saldo van baten en lasten vóór gemeentelijke bijdragen en na eventuele onttrekking uit- of dotatie aan reserves, vindt plaats, nadat aan de gemeenten kennisgeving is gedaan van de vaststelling van de jaarrekening.
3.
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
4.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks een controleprotocol vast als basis voor de accountantscontrole op de jaarrekening.
3. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten.
Toelichting: In de regeling van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek was een zienswijzeprocedure opgenomen die betrekking heeft op de jaarrekening. De Wet gemeenschappelijke regelingen voorziet niet in zienswijzen van de deelnemende gemeenten bij de vaststelling van de jaarrekening. De jaarrekening is immers een feitelijke stand van zaken die door zienswijzen niet meer zal worden beïnvloed. Eventuele opvattingen van gemeenteraden naar aanleiding van de jaarrekening krijgen hun betekenis bij het vaststellen van de begroting van het daaropvolgende jaar, en daar is uiteraard dan wél in een zienswijzeprocedure voorzien. De gewijzigde Wgr geeft andere termijnen dan in beide veiligheidsregio’s gehanteerd werden. De tekst van dit artikel is conform de bepalingen van de nu geldende Wgr.
40
Artikel 34 Verrekening van de voorschotten
Artikel 29
1. In de rekening wordt het werkelijke bedrag opgenomen dat elk van de aan deze regeling deelnemende gemeenten verschuldigd is.
(…)
2. Verrekening van het verschil tussen de reeds verrichte betalingen en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de gemeenten van de vaststelling van de rekening.
Bijdragen gemeenten
6.
In de rekening wordt het werkelijke bedrag opgenomen dat elk van de aan deze regeling deelnemende gemeenten verschuldigd is.
7.
Verrekening van het verschil tussen de reeds verrichte betalingen en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de gemeenten van de vaststelling van de rekening.
Artikel 30
Treasurystatuut
Het algemeen bestuur stelt een treasurystatuut vast, waarin het aangaan van geldleningen en rekeningcourant overeenkomsten en het uitlenen van geld en garantstellingen geregeld is. Artikel 35 Waarborg / Garantstelling
Artikel 31
Waarborg en garantstelling
1. De aan deze regeling deelnemende gemeenten dienen er steeds zorg voor te dragen dat het op grond van deze regeling ingestelde openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen.
1.
De deelnemende gemeenten dienen er steeds zorg voor te dragen dat het op grond van deze gemeenschappelijke regeling ingestelde openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen.
2. Indien aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de art. 194 en 195 Gemeentewet.
2.
Indien aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een gemeente weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
3.
De deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant tegenover de veiligheidsregio voor betaling van rente en 41
3. De deelnemers verbinden zich ingeval van opheffing van het openbaar lichaam de rechten en verplichtingen van het lichaam over de deelnemers te verdelen op basis van een door het algemeen bestuur op te stellen verdeling.
aflossing van door de veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie-of begrotingstekorten van de veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures. Deze garantstelling geschiedt naar verhouding van de bijdragenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 29.
4. De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant tegenover de veiligheidsregio voor betaling van rente en aflossing van door de veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie-of begrotingstekorten van de veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures. HOOFDSTUK 11 HET ARCHIEF
HOOFDSTUK 9 ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
Artikel 36 Het archief
Artikel 32
Archief
1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen, in overeenstemming met een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling. Deze regeling wordt aan Gedeputeerde Staten medegedeeld.
1.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio. Deze zorg voor archiefbescheiden – voortkomend uit taken en bevoegdheden – wordt verricht volgens een door het algemeen bestuur vast te stellen verordening.
2. De secretaris van het dagelijks bestuur is belast met het feitelijke beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het algemeen bestuur vast te stellen regeling.
2.
Ten aanzien van beheer van de archiefbescheiden voortkomende uit de diensten worden door het dagelijks bestuur nadere regelingen getroffen.
3. Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum aangewezen.
3.
De ambtelijk secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum.
4.
De archivaris van de gemeente Hilversum oefent toezicht uit op het onder het derde lid genoemde beheer.
5.
Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in
4. De beheerder van de in het vorige lid aan te wijzen archiefbewaarplaats oefent overeenkomstig de regeling als bedoeld in het eerste lid toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen.
42
deze regeling genoemde organen is aangewezen archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum.
de
6.
Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de onder het eerste lid bedoelde archiefbescheiden met inachtneming van artikel 8 van het Archiefbesluit voor zover mogelijk vervreemd aan de taakopvolger. De overbrenging van de archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum geschiedt als had geen opheffing plaatsgevonden. Als er geen taakopvolger is, geschiedt de genoemde overbrenging direct.
7.
De onder het vijfde en zesde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Hilversum.
Toelichting: Redactioneel gewijzigd o.b.v. advies uit het proces verbetering informatiehuishouding van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Veiligheidsregio Flevoland. HOOFDSTUK OPHEFFING
12
TOETREDING,
UITTREDING,
WIJZIGING
EN
Artikel 37 Toetreding en uittreding 1. Toetreding van gemeenten tot deze regeling of uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s als bedoeld in de bij de Wet veiligheidsregio’s behorende bijlage.
HOOFDSTUK OPHEFFING
10
TOETREDING,
UITTREDING,
Artikel 33
Toetreding en uittreding
WIJZIGING
EN
1.
Toetreding van gemeenten tot deze regeling of uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s zoals vastgelegd in de bijlage bij artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s of na gemeentelijke herindeling op basis van de Wet algemene herindeling.
2.
De colleges van de deelnemende gemeenten en die van de toeof uittredende gemeente(n) regelen in onderling overleg de
2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding.
43
gevolgen van de toetreding of de uittreding voor het vermogen van de gemeenschappelijke regeling en de deelnemende gemeenten. Daartoe maken zij afspraken over ten minste: personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing.
3.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de gevolgen van uittreding en daarmee de uittreding zelf, kan op verzoek van elk van de colleges toepassing worden gegeven aan artikel 36 van deze regeling.
Toelichting: Een besluit tot uittreding wordt niet genomen door de uittredende gemeente zelf maar volgt hetzij uit een wijziging van de indeling in regio’s zoals opgenomen In de bijlage bij de wet veiligheidsregio's dan wel uit een gemeentelijke herindeling. Dit betekent dat een verzoek tot uittreding van de uittredende gemeente aan het algemeen bestuur niet aan de orde is. Het gaat om een melding waar het algemeen bestuur kennis van neemt. Omdat een veiligheidsregio een regeling van colleges van burgemeester en wethouders is, zijn alle colleges partij. Zij dienen dus te overleggen over de gevolgen van de uittreding. Kijkend naar artikel 1 van de Wgr lijkt het om redenen van democratische legitimering aantrekkelijk dat alle colleges hun voornemen tot besluitvorming over die gevolgen ter kennis brengen van de eigen raad en deze om een eventuele zienswijze vragen. Als alle colleges, gedekt door de raden, het eens zijn over de gevolgen van de uittreding is de zaak opgelost en kan tot afwikkeling worden overgegaan. Wanneer geen overeenstemming kan worden bereikt doet zich de vraag voor hoe tot besluitvorming kan worden gekomen, om een patstelling te voorkomen. Het algemeen bestuur is zodanig geen partij dat hij hierin een knoop door kan hakken. Bovendien: de uittredende gemeente delft dan altijd het onderspit.
Hetzelfde euvel doet zich voor als je de colleges in meerderheid laat beslissen. Beter is een geschillenregeling. De bestaande geschillenregeling is bedoeld om een oplossing te bieden in die gevallen waarin over de toepassing van de gemeenschappelijke regeling verschil van opvatting persisteert. Een verschil van mening over de gevolgen van de uittreding is logischerwijs misschien wel aan te merken als een geschil over de toepassing van de gemeenschappelijke regeling in de ruimste zin. Maar om onduidelijkheid te voorkomen wordt dit expliciet genoemd en verwezen naar de geschillenregeling van de gemeenschappelijke regeling.
44
Artikel 38 Wijziging
Artikel 34
1. Zowel het algemeen bestuur als de colleges van burgemeester en wethouders van ten minste een derde van de aan deze regeling deelnemende gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling.
1.
Wijziging van de regeling vindt plaats bij eensluidende besluiten van de colleges, na toestemming van de desbetreffende raden, van ten minste twee derde van de deelnemende gemeenten. Een voorstel daartoe kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de colleges van ten minste een derde van de deelnemende gemeenten.
2.
Als een voorstel als bedoeld in het vorige lid uitgaat van colleges, dienen zij dit in bij het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur legt het voorstel ter beslissing voor aan de colleges die hun raad omtoestemming vragen.
3.
Het gemeentebestuur als genoemd in artikel 39 lid 1 geeft van elk besluit van wijziging kennis aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.
2. De regeling kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van ten minste twee derde van de aan deze regeling deelnemende gemeenten. 3. De politieleiding eenheid Midden-Nederland, het bestuur van de GGD Gooi en Vechtstreek en de Regionale Ambulancevoorziening Gooi en Vechtstreek worden van het ontwerp van een besluit tot wijziging van de regeling ten minste tien weken voorafgaande aan de besluitvorming door het algemeen bestuur in kennis gesteld en in de gelegenheid gesteld te reageren.
Artikel 35
Wijziging
Opheffing
1.
Deze gemeenschappelijke regeling kan alleen worden opgeheven indien in plaats hiervan een nieuwe regeling in werking treedt die voldoet aan de eisen uit de Wet veiligheidsregio’s dan wel als de verplichting tot instandhouding van een gemeenschappelijke regeling uit de Wet veiligheidsregio’s niet langer bestaat.
2.
Bij opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur, gehoord de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten, een liquidatieplan vast voor de gevolgen van de opheffing. Hierbij kan van de bepalingen uit deze gemeenschappelijke regeling worden afgeweken.
3.
Dit liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten om
45
alle rechten en verplichtingen van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek te verdelen op een in het liquidatieplan nader te bepalen wijze. Artikel 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is daarbij van overeenkomstige toepassing.
4.
Het liquidatieplan voorziet tevens in de gevolgen die de beëindiging heeft voor de medewerkers werkzaam bij Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.
5.
Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het openbaar lichaam.
6.
Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
7.
Zo nodig blijven de organen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is voltooid.
8.
Het gemeentebestuur, genoemd in artikel 39 lid 1, geeft van elk besluit van opheffing kennis aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.
Toelichting: Ten behoeve van het waarborgen van een dergelijke bepaling in geval van opheffing, alsook ten behoeve van de harmonisatie met GR-VRF, is de clausule betreffende de opheffing van de veiligheidsregio opgenomen. HOOFDSTUK 13 GESCHILLEN
HOOFDSTUK 11 BIJZONDERE BEPALINGEN
Artikel 39 Geschillen
Artikel 36 Geschillen
1.
Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van Wet gemeenschappelijke regelingen de beslissing van gedeputeerde 46
1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie.
staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie.
2.
2. De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, één aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter.
De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers van alle bij het geschil betrokken partijen en een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijk voorzitter.
3.
De geschillencommissie stelt haar werkwijze zelf vast.
3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.
4.
De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken partijen.
4. De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
5.
De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit over de mogelijkheden om partijen tot overeenstemming te brengen. De geschillencommissie brengt dit advies onverwijld ter kennis van de bij het geschil betrokken partijen. Het advies is openbaar.
HOOFDSTUK 12 SLOTBEPALINGEN Artikel 37
Evaluatie betrokkenheid gemeenteraden
Voor de evaluatie van deze regeling wordt aangesloten bij het lokale beleid omtrent de evaluatie van verbonden partijen van de deelnemende gemeenten. HOOFDSTUK 14 SLOTBEPALINGEN Artikel 40 Duur van de regeling
Artikel 38
Duur van de regeling
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
De colleges gaan deze regeling aan voor onbepaalde tijd.
Toelichting artikel 37:
47
De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling kent een verplichting om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Om onnodige administratieve lasten voor de deelnemende partijen te voorkomen wordt niet in de wet voorgeschreven waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de raden mee dienen in te stemmen. Er is gekozen om het evalueren van deze regeling aan te laten sluiten bij het gemeentelijk beleid in evaluatie van de betrokken partijen van de desbetreffende gemeenten. Dit betekent dat de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling zal worden uitgevoerd in overeenstemming met het individuele lokale beleid van elke afzonderlijke deelnemende gemeente met betrekking tot het evalueren van verbonden partijen. Dit heeft als doel om te zorgen dat de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling efficiënt en doeltreffend verloopt. Door de evaluatie aan te sluiten op het gemeentelijk beleid omtrent evaluatie van verbonden partijen, wordt voorkomen dat er onnodige extra last ontstaat voor zowel de gemeenten als de regeling zelf. Artikel 41 Vervanging en inwerkingtreding
Artikel 39
1. De regeling vervangt de ‘Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2021.
1.
Het gemeentebestuur van Hilversum is het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en maakt de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad.
2.
Het dagelijks bestuur voegt in het register, bedoeld in artikel 136 lid 1 Wet gemeenschappelijke regelingen, de gegevens toe, bedoeld in artikel 136, tweede lid Wet gemeenschappelijke regelingen.
3.
Deze gemeenschappelijke regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.
4.
Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.
2. De regeling treedt in werking per de datum die volgt uit de inwerkingtreding van de Wet herindeling Weesp-Amsterdam. 3. Het gemeentebestuur van de gemeente Hilversum maakt de regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Bekendmaking en inwerkingtreding
48
Toelichting: Lid 2 is toegevoegd n.a.v. de inwerkingtreding van de Wet elektronische publicaties. Artikel 42 Titel
Artikel 40
Citeertitel
1. De regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2022’.
Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2023.
Artikel 41 In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur.
49