BIJLAGE 3 - was & wordt lijst
Tekst van het document
WAS
WORDT
Algemene toelichting: Overwegingen De voorliggende wijziging van de gemeenschappelijke regeling komt allereerst voort uit de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022. Dit maakt aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk. Het gaat hier in het bijzonder om het verbeteren van de democratische legitimering door een sterkere rol van de gemeenteraden. Daarnaast leidt de evaluatie van de Samenwerkingsovereenkomst van Veiligheidsregio Flevoland en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek tot de wens de gemeenschappelijke regelingen van de beide regio’s zo veel als mogelijk is op elkaar te stemmen. Hier is het voornaamste motief het verbeteren van de efficiency van de beide veiligheidsregio’s door het zoveel mogelijk gelijkschakelen van regels en procedures. Hiermee wordt de actuele ambtelijke situatie vertaald in de gemeenschappelijke regeling. Om dezelfde reden is het wenselijk de verordeningen voor de financiële administratie en de controle in de beide regio’s te harmoniseren, waarvoor in de gemeenschappelijke regelingen de basis wordt gelegd. Hetzelfde geldt voor de harmonisatie van discipline-overstijgende strategie- en staftaken die immers voor de beide regio’s gezamenlijk worden uitgevoerd.
Omdat beide regelingen worden geharmoniseerd is de volgorde van de verschillende artikelen op een aantal plaatsen in de aangepaste regelingen anders dan in de bestaande regelingen. Hier en daar zijn de bestaande teksten ‘opgepakt’ en op een andere plek ‘neergezet’ zodat de beide regelingen dezelfde tekstvolgorde hebben. De wijzigingen worden toegelicht, tenzij de wijziging alleen tekstueel is of voor zich spreekt. De artikelen van de beide regelingen over de besluitvorming met stemverhoudingen en de kostenverdeelsleutel zijn niet geharmoniseerd. Essentiële benadering gemeenschappelijke regeling In deze wijziging van de gemeenschappelijke regeling hebben we een belangrijke verandering aangebracht door verschillende artikelen die eerder waren opgenomen, te verwijderen. Deze beslissing is genomen na een grondige beoordeling van de bestaande wetten en regels ten overstaan van de artikelen in de regeling van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Informatie in deze artikelen is reeds in bestaande wetgeving vastgelegd, en worden om die reden niet nogmaals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling.
1
Door deze duplicerende bepalingen uit de regeling te halen, kunnen we de regeling vereenvoudigen en vermijden we eventuele verwarring en misverstanden. De vereenvoudigde regeling zal ons in staat stellen de regeling te concentreren op de belangrijkste elementen van onze specifieke veiligheidsregio. Tevens voorkomen we dat de regeling gewijzigd dient te worden wanneer de onderliggende wettelijke bepaling gewijzigd wordt. Dit is een cruciale stap om ervoor te zorgen dat onze veiligheidsregio efficiënt en effectief functioneert. Het is belangrijk op te merken dat het verwijderen van deze artikelen de belangrijkheid van de informatie die ze bestreken, niet vermindert, maar er juist op wijst dat deze informatie al goed vastgelegd is in wetgeving. In enkele bepalingen komt de tekst nog voor in zowel de regeling als in de wet. Deze worden echter binnen de context van de betreffende bepalingen passend en daarmee van praktische toegevoegde waarde geacht. Het gaat hier onder andere om artikel 5 t/m 9 en artikel 17 van Gemeenschappelijke Regeling Gooi en Vechtstreek 2022. Uitleg kleurgebruik In deze was/wordt-lijst zijn de wijzigingen die voortkomen uit de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen blauw gekleurd.
De wijzigingen die voortkomen uit het harmoniseren van de gemeenschappelijke regelingen van Veiligheidsregio Flevoland en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek zijn rood gekleurd. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren;
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren;
Gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Overwegende:
-
dat de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters in 2006 besloten hebben om vooruitlopend op de komst van de Wet veiligheidsregio’s per 1 januari 2007 een veiligheidsregio te vormen en hiertoe per die datum een gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek zijn aangegaan;
-
dat de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om per 1 januari 2009 de
Overwegende, dat de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters in 2006 besloten hebben om vooruitlopend op de komst van de Wet veiligheidsregio’s per 1 januari 2007 een veiligheidsregio te vormen en hiertoe per die datum een gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek zijn aangegaan;
2
dat de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om per 1 januari 2009 de gemeentelijke brandweer over te dragen aan de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en dat om die reden de gemeenschappelijke regeling per die datum gewijzigd werd;
gemeentelijke brandweer over te dragen aan de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en dat om die reden de gemeenschappelijke regeling per die datum gewijzigd werd;
-
dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s en de verankering van de doorontwikkeling van de gemeentelijke bevolkingszorg, de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek in 2011 te herzien;
-
dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de afgesproken herziening van de kostenverdeelsleutel en de gewijzigde Wet veiligheidsregio, per 1 januari 2014 de gemeenschappelijke regeling te wijzigen;
dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen, per 1 december 2015 de gemeenschappelijke regeling aan te passen;
-
dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen, per 1 december 2015 de gemeenschappelijke regeling aan te passen;
dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de opheffing van de gemeenten Bussum, Muiden en Naarden en de instelling van de gemeente Gooise Meren, per 1 juni 2016 de gemeenschappelijke regeling aan te passen.
-
dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de opheffing van de gemeenten Bussum, Muiden en Naarden en de instelling van de gemeente Gooise Meren, per 1 juni 2016 de gemeenschappelijke regeling aan te passen.
-
dat de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en
dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s en de verankering van de doorontwikkeling van de gemeentelijke bevolkingszorg, de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek in 2011 te herzien; dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de afgesproken herziening van de kostenverdeelsleutel en de gewijzigde Wet veiligheidsregio, per 1 januari 2014 de gemeenschappelijke regeling te wijzigen;
dat de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, teneinde aansluiting van de Veiligheidsregio bij een op te richten
3
werkgeversvereniging voor de gezamenlijke veiligheidsregio’s mogelijk te maken alsmede om de regeling te laten aansluiten bij gewijzigde wetgeving voor de meldkamers, per 1 juli 2021 aan te passen; dat de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de opheffing van de gemeente Weesp en toevoeging van haar grondgebied aan Amsterdam de gemeenschappelijke regeling aan te passen per de datum die volgt uit de inwerkingtreding van de Wet herindeling Weesp-Amsterdam;
Vechtstreek besloten hebben om, teneinde aansluiting van de Veiligheidsregio bij een op te richten werkgeversvereniging voor de gezamenlijke veiligheidsregio’s mogelijk te maken alsmede om de regeling te laten aansluiten bij gewijzigde wetgeving voor de meldkamers, per 1 juli 2021 aan te passen;
-
dat de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de opheffing van de gemeente Weesp en toevoeging van haar grondgebied aan Amsterdam de gemeenschappelijke regeling aan te passen per de datum die volgt uit de inwerkingtreding van de Wet herindeling Weesp-Amsterdam;
-
de gemeenschappelijke regeling opnieuw dient te worden gewijzigd naar aanleiding van de op 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen;
-
Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Veiligheidsregio Flevoland hun samenwerking willen versterken en daartoe hun gemeenschappelijke regelingen goeddeels willen harmoniseren;
Besluiten: de volgende gemeenschappelijke regeling te treffen: GEMEENSCHAPPELJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO GOOI EN VECHTSTREEK
gelet op: -
de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet Veiligheidsregio’s, Wet publieke gezondheid en de Gemeentewet;
-
de toestemming van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren;
4
besluiten: de “Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2022” te wijzigen in “Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2023”, waardoor deze als volgt komt te luiden:
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
1.
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;
a.
de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze gemeenschappelijke regeling;
b. ramp: een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken;
b.
deelnemende gemeenten: aan deze regeling deelnemende gemeenten, te weten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren;
c.
c. rampenbestrijding: het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio treft met het oog op een ramp, het voorkomen van een ramp en het beperken van de gevolgen van een ramp;
de regio: de regio Gooi en Vechtstreek zoals benoemd in de in de artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s genoemde bijlage bij die wet. De regio omvat de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren;
d.
Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen;
e.
Wvr: Wet veiligheidsregio’s;
d. crisis: een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast;
f.
DPG: Directeur Publieke Gezondheid;
g.
ramp, rampenbestrijding, crisis, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening: de omschrijving, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.
e. crisisbeheersing: het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het
5
bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde, indien van toepassing in samenhang
2.
met de maatregelen en voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen;
Waar in deze gemeenschappelijke regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester onderscheidenlijk: de veiligheidsregio, het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur en de voorzitter.
f. de minister: de minister van Veiligheid en Justitie; g. regeling: de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, moeten in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester respectievelijk gelezen worden de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2 Openbaar lichaam
Artikel 2
1. Er is een openbaar lichaam, genaamd: ‘Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek’.
1.
Er is een openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.
2. Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te Hilversum.
2.
Het openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid en is gevestigd in Hilversum.
3.
Het gebied waarvoor deze gemeenschappelijke regeling geldt, betreft de regio Gooi en Vechtstreek zoals benoemd in de in de artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s genoemde bijlage bij die wet.
3. Het gebied waarvoor deze regeling geldt betreft de regio Gooi en Vechtstreek zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. De regio omvat de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren. Artikel 3 Bestuursorganen
Artikel 3
1.
Het openbaar lichaam
Bestuursorganen
Veiligheidsregio
Gooi
en
Vechtstreek
kent
de
volgende
6
1. De veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen:
bestuursorganen:
a. het algemeen bestuur;
a.
het algemeen bestuur;
b. het dagelijks bestuur;
b.
het dagelijks bestuur;
c. de voorzitter.
c.
de voorzitter.
2.
Het algemeen bestuur kan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24 en 25 van de Wgr commissies instellen.
3.
Het algemeen bestuur benoemt een ambtelijk secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
Toelichting: Artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het algemeen bestuur vaste commissies van advies kan instellen. Dit kunnen ook commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn. In dat geval geschiedt de instelling en de regeling van de bevoegdheden en de samenstelling door het algemeen bestuur maar op voorstel van het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk de voorzitter. Naast vaste commissies van advies zijn ook andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter mogelijk, deze worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. Artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het algemeen bestuur commissies kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Dat kan evenwel alleen als de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet. De Wet gemeenschappelijke regelingen stelt voorwaarden en beperkingen aan het instellen van dergelijke commissies. HOOFDSTUK 2 BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
HOOFDSTUK 2 BELANGEN, DOELSTELLING EN TAKEN
Artikel 4 Belangen
Artikel 4
1. De veiligheidsregio behartigt de gemeenschappelijke belangen van de aan deze regeling deelnemende gemeenten op de volgende terreinen:
De veiligheidsregio behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen:
Belangen
7
a. de brandweerzorg;
a.
de brandweerzorg;
b. de geneeskundige hulpverlening in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing;
b.
de geneeskundige hulpverlening in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing;
c. de gemeentelijke bevolkingszorg in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing;
c.
de gemeentelijke bevolkingszorg in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing;
d. de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
d.
de rampenbestrijding en crisisbeheersing;
e.
de meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak en ten behoeve van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening
Artikel 5 Taken en bevoegdheden
Artikel 5
Aan de veiligheidsregio worden de volgende taken en bevoegdheden overgedragen.
1.
Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde belangen worden door de betrokken colleges van burgemeester en wethouders in ieder geval alle taken en bevoegdheden overgedragen die bij of krachtens de Wet veiligheidsregio’s aan de veiligheidsregio worden overgedragen.
2.
Onverminderd lid 1 voert de veiligheidsregio voor de deelnemende gemeenten overige adviestaken uit. Deze taken worden opgenomen in het beleidsplan als bedoeld in artikel 14 Wvr.
A. Algemeen
Taken en bevoegdheden
1. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; 2. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan als bedoeld in artikel 7 zijn bepaald;
Artikel 5a 3. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders van de aan deze regeling deelnemende gemeenten over de brandweerzorg, waartoe behoort: het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al
1.
Bevolkingszorgtaken
Ten behoeve van de deelnemende gemeenten wordt een operationele organisatie ingesteld en in stand gehouden voor de voorbereiding op en uitvoering van de gemeenschappelijke taken ten aanzien van gemeentelijke bevolkingszorg waaronder in ieder 8
hetgeen daarmee verband houdt; alsmede het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand.
geval wordt verstaan de gecoördineerde inzet van daartoe aangesteld en opgeleid personeel belast met de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis.
4. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;
2.
Het algemeen bestuur wijst de coördinerend functionaris bevolkingszorg, genoemd in artikel 36 Wvr, aan op voordracht van de gemeentesecretarissen in de regio. De coördinerend functionaris bevolkingszorg is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die voor de gemeenten worden getroffen met het oog op een ramp of crisis. Voor de uitvoering van bevolkingszorg vertegenwoordigt de coördinerend functionaris bevolkingszorg de deelnemende gemeenten.
3.
De coördinerend functionaris bevolkingszorg, genoemd in dit artikel, sluit detacheringsovereenkomsten met de gemeenten ten behoeve van het personeel dat werkzaam is voor bevolkingszorg.
5. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; 6. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de in dit artikel onder 1d, 2, 3, 4 en 5 genoemde taken. B. Brandweer 1. Het instellen en in stand houden van de Brandweer Gooi en Vechtstreek die in ieder geval de volgende taken uitvoert; a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; c. het waarschuwen van de bevolking; d. het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; e. het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van de brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen; f. taken in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing. C. Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR)
9
1) het instellen en in stand houden van de GHOR Gooi en Vechtstreek die in ieder geval de volgende taken uitvoert; 2) de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing door daartoe aangesteld personeel, als onderdeel van een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines, door tussenkomst van een meldkamer; 3) de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied; 4) de dienstverleningstaak van de GHOR is ondergebracht bij de Gemeentelijke Gezondheidsdienst(GGD) en als zodanig opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek. D. Meldkamer 1. het, gezamenlijk met de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s in het werkgebied van de meldkamer, bedoeld in artikel 25a, tweede lid van de politiewet 2012, zorg dragen voor het op die meldkamer uitvoeren van de meldkamerfunctie, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de Politiewet 2012, ten behoeve van de brandweertaak en ten behoeve van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening; 2. het met de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s in het werkgebied van de meldkamer sluiten van een convenant, dat in ieder geval afspraken bevat over de uitvoering van de meldkamerfunctie, bedoeld onder a.; 3.
het met betrekking tot de voorbereiding op en het daadwerkelijk optreden bij ongevallen, rampen en crises eventueel en al dan niet met de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s in het werkgebied van de meldkamer stellen van eisen aan de uitvoering van de meldkamerfunctie door de Regionale Ambulancevoorziening.
10
E. Bevolkingszorg 1. het instellen en in stand houden van een operationele organisatie voor de uitvoering van de gemeenschappelijke taken ten aanzien van de bevolkingszorg waaronder in ieder geval wordt verstaan de gecoördineerde inzet van daartoe aangesteld en opgeleid (inter)regionaal personeel belast met de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis; 2. de coördinerend functionaris bevolkingszorg als bedoeld in artikel 27 lid 5 van deze regeling sluit detacheringsovereenkomsten met de gemeenten ten behoeve van het personeel dat werkzaam is voor bevolkingszorg. Toelichting artikel 5 lid 2: De beide veiligheidsregio’s voeren niet alleen taken uit op grond van in de Wvr opgenomen verplichtingen. Ze verbreden daarnaast hun takenpakket, op basis van specifieke omstandigheden, met niet-wettelijke advisering, waaronder het adviseren over omgevingsvisies en evenementenvergunningen. In deze regeling is dat nu geborgd. Omdat de betreffende taken in de tijd wijzigen worden deze niet in de gemeenschappelijke regeling, maar in het beleidsplan opgesomd. Artikel 6 Risicoprofiel
[vervallen]
1. Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hetgeen hierover bepaald is in artikel 15 van de Wet veiligheidsregio’s, een risicoprofiel vast. Het risicoprofiel bestaat uit: a. een overzicht van de risicovolle situaties binnen de veiligheidsregio die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden; b. een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de veiligheidsregio kunnen voordoen;
11
c. een analyse waarin de weging en inschatting van de gevolgen van de soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. Artikel 7 Beleidsplan
[vervallen]
Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar, met inachtneming van hetgeen hierover bepaald is in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s, een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de taken van de veiligheidsregio. Artikel 8 Crisisplan
[vervallen]
Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar, met inachtneming van hetgeen hierover bepaald is in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s, een crisisplan vast, waarin in ieder geval de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing worden beschreven. Artikel 9 Rampbestrijdingsplan
[vervallen]
Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hetgeen hierover bepaald is in artikel 17 van de Wet veiligheidsregio’s, rampbestrijdingsplannen vast voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën inrichtingen, rampen en luchtvaartterreinen. Toelichting art. 5 t/m 9: Vervallen in verband met overlap met wettelijke bepalingen uit de Wvr. Artikel 10 Overige bevoegdheden
Artikel 9
Taken en bevoegdheden algemeen bestuur
(…) 12
Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio is bevoegd ter uitvoering van de taken en bevoegdheden die bij wet zijn opgedragen of die krachtens deze regeling aan de veiligheidsregio zijn overgedragen, tot het heffen en innen van retributies en/of leges met betrekking tot aan de veiligheidsregio overgedragen brandweertaken op basis van een daartoe door het algemeen bestuur vast testellen verordening.
4.
Artikel 11 Verplichte advisering
[vervallen]
Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio is bevoegd ter uitvoering van de taken en bevoegdheden die bij wet zijn opgedragen of die krachtens deze gemeenschappelijke regeling aan de veiligheidsregio zijn overgedragen, tot het heffen en innen van retributies en/of leges met betrekking tot aan de veiligheidsregio overgedragen brandweertaken op basis van een daartoe door het algemeen bestuur vast te stellen verordening.
1. De aan deze regeling deelnemende gemeenten leggen de volgende onderwerpen ter advisering voor aan de veiligheidsregio: a. het beleid en de regelgeving op het gebied van crisisbeheersing; b. de voorbereidende maatregelen op het gebied van crisis- en brandbestrijding en veiligheidsbevordering bij bijzondere objecten, omstandigheden en situaties met een hoog risicoprofiel, algemene advisering op grond van de omgevingsvergunning, de verlening van bouw-, milieu- en gebruiksvergunningen daaronder begrepen; c. de aanschaf van voorzieningen die betrekking hebben op de crisisbeheersing. Toelichting: Het verplichte karakter van deze bepaling werd niet wenselijk geacht. Vrijwillige advisering staat natuurlijkerwijs immer vrij, maar behoeft niet als zodanig in de gemeenschappelijke regeling opgenomen te worden. Wetgeving ondervangt reeds een deel van deze bepaling. Artikel 6
Integrale afstemming
Het algemeen bestuur kan convenanten sluiten met daartoe betrokken partners ten aanzien van het bevorderen van eenduidig beleid op en 13
uitvoering van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Toelichting: Hiermee wordt een betere borging van de praktijk beoogd. Artikel 12 Dienstverlening
Artikel 7
1. Het algemeen bestuur beslist op een verzoek tot dienstverlening van een of meer aan deze regeling deelnemende gemeenten of van een andere gemeente of derden.
1.
De veiligheidsregio is bevoegd tot het verrichten van diensten voor één of meer deelnemende gemeenten met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, voor derden, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur dit verzoek inwilligt. Een verzoek tot dienstverlening kan geen betrekking hebben op de reguliere - en voor alle deelnemende gemeenten gelijkwaardige - zorg.
2.
Het algemeen bestuur beslist op een verzoek tot dienstverlening van een of meer deelnemende gemeenten of van een andere gemeente of derden.
3.
De dienstverlening geschiedt op basis van een overeenkomst tussen de veiligheidsregio en de partijen die het aangaat. In deze overeenkomst wordt vastgelegd welke prestaties de veiligheidsregio zal leveren, de kosten die bij de betrokken partij(en) in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan.
4.
Het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze de veiligheidsregio uitvoering geeft aan de overeengekomen dienstverlening.
2. Een verzoek tot dienstverlening kan geen betrekking hebben op de reguliere – en voor alle deelnemende gemeenten gelijkwaardige – zorg. 3. De dienstverlening geschiedt op basis van een overeenkomst tussen de veiligheidsregio, gemeente(n) of derden die het aangaat voor zover hierin niet in deze regeling is voorzien. In deze overeenkomst wordt neergelegd welke prestaties de veiligheidsregio zal leveren, de kosten die daarvoor in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan. 4. Het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze zij uitvoering geeft aan de overeengekomen dienstverlening.
HOOFDSTUK 3 HET ALGEMEEN BESTUUR
Dienstverlening
HOOFDSTUK 3 HET ALGEMEEN BESTUUR
14
Artikel 13 Samenstelling
Artikel 8
Samenstelling van het algemeen bestuur
1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de aan deze regeling deelnemende gemeenten.
1.
Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.
2. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hij vertegenwoordigt;
2.
Bij verhindering of ontstentenis kan een burgemeester zich laten vervangen overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet.
3. Een burgemeester wordt waargenomen op de wijze zoals is bepaald in de Gemeentewet. Artikel 14 Taken en bevoegdheden
Artikel 9
1. Het algemeen bestuur heeft naast de taken genoemd in artikel 5 en artikel 10 de volgende taken:
1.
Taken en bevoegdheden algemeen bestuur
Het algemeen bestuur heeft naast de taken genoemd in artikel 5 de volgende taken:
a. het algemeen toezicht op al wat het openbaar lichaam aangaat;
a.
het algemeen toezicht op al wat de veiligheidsregio aangaat;
b. het houden van toezicht op het beheer van de vermogenswaarden en de boekhouding;
b.
de zorg voor de controle op het beheer van de vermogenswaarden en de boekhouding;
c.
het houden van toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden.
2. Het algemeen bestuur heeft naast de bevoegdheden genoemd in artikel 5 en artikel 10 de volgende taken en bevoegdheden: a. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, met uitzondering van arbeidsvoorwaardenregelingen voor het personeel; b. het nemen van een beslissing omtrent schorsing en ontslag van de leden van het dagelijks bestuur;
2.
Het algemeen bestuur heeft naast de bevoegdheden genoemd in artikel 5 de volgende bevoegdheden:
a.
het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, met uitzondering van arbeidsvoorwaardenregelingen voor het personeel;
b.
het besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit hiertoe 15
c.
het besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit hiertoe wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
3. Het algemeen bestuur stelt voor nader door hem aan te geven onderwerpen een mandaatregeling vast.
wordt niet genomen dan nadat de raden van de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
c.
3.
gevraagd of ongevraagd, aan een of meer deelnemende gemeenten advies te geven en voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig acht.
Het algemeen bestuur stelt voor nader door hem aan te geven onderwerpen een mandaatregeling vast.
(…) Artikel 15 De werkwijze
Artikel 10
1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordelen, dan wel indien ten minste drie leden daarom verzoeken.
1.
Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.
2.
Het algemeen bestuur vergadert ten minste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter, dan wel indien ten minste een vijfde van het aantal leden dit onder opgaaf van redenen schriftelijk aan de voorzitter verzoekt.
3.
De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar tenzij met in achtneming van artikel 22 lid 4 en 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt besloten de deuren te sluiten.
4.
In een besloten vergadering kan niet worden besloten over:
2. Het reglement van orde, dat door het algemeen bestuur wordt vastgesteld, wordt aan de aan deze regeling deelnemende gemeenten, de hoofdofficier van justitie, de voorzitter van het waterschap, de politiechef van de eenheid Midden-Nederland, het bestuur van de GGD Gooi en Vechtstreek en de Regionale Ambulance Voorziening Gooi en Vechtstreek gezonden. 3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 4. Door de voorzitter of op verzoek van ten minste twee leden kan door het algemeen bestuur besloten worden om de vergadering in beslotenheid te doen plaatsvinden. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
a.
Werkwijze algemeen bestuur
het vaststellen van het risicoprofiel, het beleidsplan, het
16
1. het vaststellen van het risicoprofiel, het beleidsplan, het crisisplan en rampbestrijdingsplannen;
crisisplan en rampbestrijdingsplannen;
b.
het vaststellen of wijzigen van de begroting;
c.
het vaststellen van de rekening;
d.
een voorstel aan de colleges tot wijzigen van deze gemeenschappelijke regeling;
5. het vaststellen van het liquidatieplan;
e.
het vaststellen van het liquidatieplan;
6. invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies en /of leges;
f.
invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies en /of leges;
7. regelingen met andere openbare lichamen;
g.
regelingen met andere openbare lichamen;
8. doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging die dat mogelijk maakt is goedgekeurd.
h.
doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging die dat mogelijk maakt is goedgekeurd.
2. het vaststellen of wijzigen van de begroting; 3. het vaststellen van de rekening; 4. het wijzigen van deze regeling;
5. De hoofdofficier van justitie en de voorzitter van het waterschap Amstel Gooi en Vecht worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. 6. De commissaris van de Koning wordt uitgenodigd om bij de vergaderingen van het bestuur van de veiligheidsregio aanwezig te zijn; 7. De voorzitter nodigt de commandant brandweer, de directeur Publieke Gezondheid, de coördinerend functionaris bevolkingszorg, de politiechef en andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. Ter vergadering hebben zij een adviserende stem.
5.
De voorzitter nodigt de commandant brandweer, de Directeur Publieke Gezondheid, de directeur bevolkingszorg, de politiechef eenheid Midden-Nederland en andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. Ter vergadering hebben zij een adviserende stem.
17
Toelichting lid 5 en 6 (GR 2022): gewijzigd in verband met overlap met wettelijke bepalingen uit de Wvr.
Artikel 16 De besluitvorming
Artikel 11
1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.
1.
De leden van het algemeen bestuur hebben in de vergadering van het algemeen bestuur ieder één stem.
2. De besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
2.
Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen.
3.
Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
Artikel 12
Besluitvorming algemeen bestuur
Zienswijze
Anders dan besluiten waarover bij of krachtens de wet de gemeenteraden een zienswijze naar voren kunnen brengen, zijn er, tenzij door het algemeen bestuur anders bepaald, geen besluiten van het algemeen bestuur waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10 lid 5 Wgr. Toelichting: In een gemeenschappelijke regeling moet worden opgenomen of, en zo ja voor welke door het bestuur te nemen besluiten een zienswijze aan de raden wordt gevraagd. Oogmerk is dat gemeenteraden dan hun opvatting kenbaar kunnen maken voordat een bepaald besluit is genomen. De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft hierin niets verplicht voor. De wet bedoeld slechts om een bewuste afweging door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling te bevorderen. Het kan dus ook een bewuste afweging zijn om géén zienswijzen in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. Het is hier belangrijk om te benadrukken dat op basis van de Wet veiligheidsregio’s bij de belangrijkste besluiten en het opstellen van de belangrijkste documenten reeds invloedsmogelijkheden van de raden bestaan. Te weten:
18
-
Begroting: mogelijkheid tot zienswijze voor de gemeenteraden op de ontwerpbegroting, art. 35 Wgr.
-
Beleidsplan: voorafgaand aan de vaststelling van het beleidsplan overlegt de burgemeester van een gemeente in het gebied van de veiligheidsregio met de gemeenteraad over het ontwerpbeleidsplan, art. 14 Wvr.
-
Regionaal risicoprofiel: het bestuur van de veiligheidsregio stelt het risicoprofiel vast na overleg met de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij het bestuur de raden tevens verzoekt hun wensen kenbaar te maken omtrent het in het beleidsplan op te nemen beleid, art. 15 Wvr.
-
Regionaal crisisplan: bij het opmaken worden afspraken gemaakt met bij mogelijke rampen en crises betrokken partijen, art. 16 Wvr.
-
Rampbestrijdingsplannen: bij het aanwijzen waarvoor het bestuur van de veiligheidsregio een rampbestrijdingsplan vaststelt, worden tevens regels gesteld over het raadplegen van de bevolking bij het opstellen van het plan en van belangrijke wijzigingen van dat plan, art. 17 Wvr.
-
Deze mogelijkheden komen naast de reguliere controlerende bevoegdheden van de gemeenteraden naar de burgemeesters.
-
In geval van een bovenlokaal incident is tevens verantwoording aan de gemeenteraden geborgd.
Al deze documenten werken samen om de taken van de veiligheidsregio te definiëren en te bepalen hoe deze taken moeten worden uitgevoerd. Door de invloedsmogelijkheden van de gemeenteraden bij deze documenten, wordt er geacht dat er reeds voldoende wettelijk is geborgd omtrent de invloed van de gemeenteraden op de veiligheidsregio en hoe deze haar taken uitvoert. Het algemeen bestuur behoudt de mogelijkheid hiervan af te zien. Artikel 13
Participatie
Onverminderd de Wet veiligheidsregio’s kan, in samenwerking met de gemeente(raden)n, aan ingezetenen en belanghebbenden gelegenheid worden geboden betrokken te worden bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid, overeenkomstig de wijze als beschreven in de participatieverordening van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Toelichting: De Wet gemeenschappelijke regelingen beoogt ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. Het gaat dan om alle fasen van de beleidscyclus en een regeling daarvoor wordt te gedetailleerd voor de gemeenschappelijke
19
regeling. De veiligheidsregio heeft een wettelijke opdracht en wettelijke taken die zij voor een ieder op gelijk niveau moet uitvoeren en aanbieden. Hierbij worden reeds belanghebbenden en partners betrokken, zoals in de toelichting van artikel 12 besproken. In het bijzonder is wettelijk geborgd:
-
Regionaal risicoprofiel: het bestuur van de veiligheidsregio nodigt ten minste eenmaal per jaar de bij mogelijke rampen en crises in de regio betrokken partijen uit voor een gezamenlijk overleg over de risico’s in de regio, art. 15 Wvr.
-
Rampbestrijdingsplannen: bij het aanwijzen waarvoor het bestuur van de veiligheidsregio een rampbestrijdingsplan vaststelt, worden tevens regels gesteld over het raadplegen van de bevolking bij het opstellen van het plan en van belangrijke wijzigingen van dat plan, art. 17 Wvr.
-
Regionaal crisisplan: bij het opmaken worden afspraken gemaakt met bij mogelijke rampen en crises betrokken partijen, art. 16 Wvr.
Een formeel systeem waarin burgers en belanghebbende bij overige besluiten worden betrokken bestaat bij de veiligheidsregio momenteel niet. Daarom is een algemene bepaling opgenomen dat aan ingezetenen en belanghebbenden ten eerste gelegenheid wordt geboden betrokken te worden bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid, overeenkomstig de wijze als beschreven in de Wet veiligheidsregio’s. Bijkomend zal door het algemeen bestuur verdere verkenning worden gedaan naar de mogelijkheden waarop burgerparticipatie een bijdrage kan leveren aan het versterken van de uitvoering van de taken en verantwoordelijkheden van de veiligheidsregio. Op basis hiervan zal de participatieverordening worden opgemaakt. Artikel 17 Bovenlokale rampen en crises
[vervallen]
1. In geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de voorzitter van de veiligheidsregio ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan a. de artikelen 4 tot en met 7 van de Wet veiligheidsregio’s; b. de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid;
20
c. de artikelen 11, 14, eerste lid, 56, eerste en vierde lid, en 62 van de Politiewet 2012; d. de artikelen 5 tot en met 9 van de Wet openbare manifestaties. 2. De voorzitter roept een regionaal beleidsteam bijeen, dat bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten die betrokken zijn of dreigen te worden bij de ramp of crisis, alsmede uit de hoofdofficier van justitie. De voorzitter van het waterschap Amstel Gooi en Vecht wordt uitgenodigd deel uit te maken van het beleidsteam. 3. De voorzitter wijst een regionaal operationeel leider aan, die is belast met de leiding van een regionaal operationeel team, dat bestaat uit leidinggevenden van de betrokken diensten. De regionaal operationeel leider neemt deel aan de vergaderingen van het regionaal beleidsteam. De voorzitter van de veiligheidsregio nodigt voorts de functionarissen wier aanwezigheid in verband met de omstandigheden van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen. 4. Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, neemt de voorzitter geen besluiten met toepassing van de in het eerste lid genoemde artikelen dan nadat hij het regionaal beleidsteam daarover heeft geraadpleegd. Een burgemeester kan in het regionaal beleidsteam schriftelijk bezwaar doen aantekenen, indien hij van mening is dat een voorgenomen besluit het belang van zijn gemeente onevenredig schaadt. 5.
De voorzitter geeft de regionaal operationeel leider de bevelen die hij nodig acht in verband met de uitvoering van de door hem genomen besluiten. 6. Zodra de omstandigheden het toelaten, ontbindt de voorzitter het regionaal beleidsteam.
21
Toelichting: Vervallen in verband met overlap met wettelijke bepalingen uit de Wvr. HOOFDSTUK 4 HET DAGELIJKS BESTUUR
HOOFDSTUK 4 HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 18 Samenstelling
Artikel 14 Samenstelling, dagelijks bestuur
1. Het dagelijks bestuur bestaat uit:
benoeming
en
ontslag
van
het
1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en twee door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen leden.
2.
Een lid dat ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.
a) de voorzitter van het algemeen bestuur b) twee leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. 2. De voorzitter van het algemeen bestuur is ook voorzitter van het dagelijks bestuur.
3. 3. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur. De zittingsperiode van de leden van het dagelijks bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van de raden. Deze leden kunnen opnieuw worden aangewezen.
De leden van het dagelijks bestuur blijven in geval van beëindiging of opzegging van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.
4.
4. De leden van het dagelijks bestuur blijven in geval van beëindiging of opzegging van het lidmaatschap hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.
Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering een nieuw lid.
5.
Een lid, met uitzondering van de voorzitter, kan, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden, worden ontslagen, indien hij het vertrouwen niet meer bezit van het algemeen bestuur. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een of meer leden van het dagelijks bestuur heeft besloten.
5. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt door het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen.
22
Toelichting: In de gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Flevoland is bepaald dat de leden van het dagelijks bestuur een zittingstermijn hebben van drie jaar. In de gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is bepaald dat de leden een zittingstermijn hebben van vier jaar die gelijkloopt met de zittingstermijn van de raden. Voor beide opties zijn geen harde argumenten gevonden. Daarom is geen zittingsperiode meer opgenomen. Artikel 19 Taken en bevoegdheden
Artikel 15
1. Het dagelijks bestuur heeft de volgende taken en bevoegdheden:
Het dagelijks bestuur vervult niet meer dan de wettelijke taken die rechtstreeks uit wetgeving aan het dagelijks bestuur worden opgedragen, tenzij het algemeen bestuur anders beslist.
a) het dagelijks toezicht op al wat het openbaar lichaam aangaat;
Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur
b) het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de veiligheidsregio van belang is. c) Het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter beslissing en overweging wordt voorgelegd; d) het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur; e) het beheren en aankopen van materiaal dat nodig is voor de uitoefening van de taken als bedoeld in de gemeenschappelijke regeling; f) het beheer van de vermogenswaarden; g) het beheer van de inkomsten en uitgaven van de veiligheidsregio. 2. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit.
23
3. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten, met uitzondering van rechtshandelingen genoemd in artikel 14 lid 2 van deze regeling. 4. Het dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 5. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot benoeming, schorsing en ontslag van ambtenaren, met inachtneming van hetgeen bij deze regeling is bepaald. 6. Het dagelijks bestuur is bevoegd regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam. Waaronder het vaststellen, wijzigen of intrekken van rechtspositionele regelingen voor het personeel en de daaruit voortvloeiende besluiten te nemen. 7. Het dagelijks bestuur is bevoegd bestuursdwang toe te passen en dwangsommen op te leggen overeenkomstig de bepalingen van de Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht voor zover dit betrekking heeft op aan de veiligheidsregio overgedragen taken. Toelichting: De bevoegdheden van het dagelijks bestuur zijn, conform de wens van de beide besturen, beperkt tot het wettelijk minimum.
Hierbij is volledig aangesloten op de uitkomsten van de discussie die in 2021 over de inrichting van het dagelijks bestuur in Veiligheidsregio Flevoland is gevoerd en die in het Reglement van Orde Algemeen en Dagelijks Bestuur Veiligheidsregio Flevoland zijn vastgelegd. Relevant hierbij is te vermelden dat artikel 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt: 1. Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd:
24
2.
a.
het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;
b.
beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;
c.
regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;
d.
tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
e.
te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.
Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.
Artikel 20 Werkwijze en vergaderorde
Artikel 16
Werkwijze dagelijks bestuur
1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of twee leden dit de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden.
1.
Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.
2.
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of ten minste één lid van het dagelijks bestuur dit verzoekt.
3.
De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.
4.
Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. Deze machtiging wordt opgenomen in het in lid 1 bedoelde reglement van orde.
25
5.
Artikel 56 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17
Besluitvorming dagelijks bestuur
1.
De leden van het dagelijks bestuur hebben in de vergadering van het dagelijks bestuur ieder één stem.
2.
Het dagelijks bestuur besluit bij meerderheid van stemmen.
Toelichting: Het hoofdstuk over het dagelijks bestuur is aangepast zodat dit overeenkomstig als het hoofdstuk over het algemeen bestuur luidt. Dit ten behoeve van een betere leesbaarheid. HOOFDSTUK 5 DE VOORZITTER
HOOFDSTUK 5 DE VOORZITTER
Artikel 21 Aanwijzing en vervanging
Artikel 18 Benoeming voorzitter plaatsvervangend voorzitter
1. De voorzitter van het algemeen bestuur wordt bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio.
1.
De voorzitter van het algemeen bestuur wordt bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.
2. Het algemeen bestuur wijst één van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt op grond van artikel 11 Wetveiligheidsregio’s.
2.
Het algemeen bestuur wijst een plaatsvervangend voorzitter uit zijn midden aan.
Artikel 22 Taken en bevoegdheden
Artikel 19
1. Taken:
1.
a) De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het dagelijks en algemeen bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van
en
aanwijzing
Taken en bevoegdheden voorzitter
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur
26
het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd.
naar behoren worden uitgevoerd.
1.
De voorzitter vertegenwoordigt de veiligheidsregio in en buiten rechte. Hij kan het vertegenwoordigen van de veiligheidsregio opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.
2.
Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een geding waarbij de veiligheidsregio is betrokken, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervangend voorzitter.
3.
De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.
4.
De voorzitter is bevoegd zaken, die geen uitstel kunnen lijden, terstond af te doen. Van de door hem genomen beslissingen legt hij in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur verantwoording af.
b) De voorzitter verstrekt de minister op diens verzoek informatie over de wijze waarop de veiligheidsregio haar taken uitvoert. c) De voorzitter zendt de minister jaarlijks een rapportage over de uitvoering van de landelijke doelstellingen door de veiligheidsregio. d) De voorzitter geeft de commissaris van de Koning alle inlichtingen die deze voor de uitoefening van diens toezichthoudende rol nodig heeft. e) De voorzitter brengt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk verslag uit aan de raden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Hij vermeldt daarbij of een burgemeester gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid schriftelijk bezwaar aan te tekenen. f) De voorzitter beantwoordt, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaalbeleidsteam, schriftelijk de vragen die de raden na ontvangst van het verslag stellen. g) De voorzitter verstrekt in een raad van een gemeente uit deze veiligheidsregio mondelinge inlichtingen over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, indien de desbetreffende raad daarom verzoekt. 2. Bevoegdheden: a) De voorzitter vertegenwoordigt de veiligheidsregio in en buiten rechte.
b) De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.
27
c) De voorzitter kan functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uitnodigen deel te nemen aan de vergaderingen van het bestuur. d) De voorzitter kan, indien de uitvoering van de geneeskundige hulpverlening of de voorbereiding daarop door een instelling die een taak heeft binnen de geneeskundige hulpverlening, naar het oordeel van het bestuur van de veiligheidsregio tekort schiet, de desbetreffende instelling en zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven. Blijft de instelling in gebreke, dan kan de voorzitter de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verzoekentegen de desbetreffende instelling of zorgaanbieder de nodige maatregelen te treffen. e) In geval van een brand, ramp of crisis of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan kan de voorzitter een verzoek om bijstand richten tot de minister. Hij stelt de commissaris van de Koning van het verzoek in kennis. Hij kan een dergelijk verzoek ook richten tot de voorzitter van een aangrenzende veiligheidsregio, mits de crisisplannen van beide regio’s afspraken daaromtrent omvatten en er sprake is van spoed. In dat geval stelt hij van zijn verzoek de minister en de commissaris van de Koning in kennis. f) De voorzitter is bevoegd elke plaats te betreden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
Toelichting: De vervallen bepalingen uit dit artikel zijn geschrapt door de overlap met wettelijke bepalingen uit de Wvr. HOOFDSTUK 6 COMMISSIES Artikel 23 Commissies van advies
Artikel 3
Bestuursorganen
(…)
28
1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen, met inachtneming van artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, commissies van advies instellen.
2.
Het algemeen bestuur kan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24 en 25 van de Wgr commissies instellen.
(…) HOOFDSTUK 7 INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING
HOOFDSTUK 6 INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING
Artikel 24 Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur
Artikel 20 Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur
1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
1.
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.
2.
Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is, en als het algemeen bestuur om inlichtingen vraagt en geven tussentijds de door het algemeen bestuur of een of meer leden daarvan verlangde inlichtingen, voor zover dit niet strijdig is met het openbaar belang en in ieder geval binnen zes weken.
3.
Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur. Hij geeft aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
3. Zij geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten. 5. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.
29
Artikel 25 Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van colleges 1. Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de colleges van de aan deze regeling deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
Artikel 21 Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de colleges
1.
Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de colleges van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
2. Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de colleges van de aan deze regeling deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die colleges worden verlangd.
2.
Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de colleges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die colleges worden verlangd binnen zes weken na ontvangst van een verzoek daartoe.
Artikel 26 De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van raden
Artikel 22
1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 van de Wetgemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangden wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.