CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - tuinbeschrijving

Commissie Ruimte en Infrastructuur 4 februari 2026, gemeente larenBij agendapunt: Opiniërend voorstel; Principe-verzoek bouw woningen Torenlaan 64/Co Bremanlaan8.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tuin van Oranjestein te Laren

Albers Adviezen Guinée Landschapsarchitectuur

Tuin van Oranjestein te Laren Historie en Waardering

Opdracht van Torenlaan 64 1251 HL Laren

November 2005 Dr L.H. Albers Albers Adviezen Postbus 85 3500 AB Utrecht 030-2310788 AlbersAdviezen@hetnet.nl www.historicalparks.nl

ir A. Guinée Landschapsarchitectuur Statensingel 92 A 3039 LS Rotterdam 010-4657171 A,Guinee@zonnet.nl

Oranjestein Laren

Albers Adviezen Historische Parken

0

Historie en waardering tuin

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Historie en waardering tuin

1

Inhoud

Inleiding

3

1. 1.1 1.2

5 5 5

De historisch-landschappelijke context van Oranjestein Het Gooise landschap als decor voor villa’s Het terrein

2. Structuur en invulling van de tuin 2.1 De ruimtelijke opbouw van de tuin 2.2 Invulling en vormgeving van de delen 2.2.1 Voortuin 2.2.2 Achtertuin direct aansluitend op het huis 2.2.3 Middengebied 2.2.4 Randgebied 2.3 Historische elementen / wat is over

9 9 11 11 13 16 19 23

3.

Wouter Hamdorff

25

4.

Waardering

31

Documentatie Literatuur Kaarten

37 37 37

Bijlage: Historie in jaartallen Brief Gemeentewerken Laren (12-12 1977)

39 41

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Albers Adviezen Historische Parken

2

Historie en waardering tuin

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

3

Historie en waardering tuin

Inleiding Aan de oude weg van Laren naar Blaricum, de Torenlaan, werd van 1919 tot 1922 een bijzonder landhuis gebouwd en de bijbehorende tuinaanleg gerealiseerd. De architect van het huis, Wouter Hamdorff (1890-1965), was vermoedelijk ook de architect van de tuin, zo blijkt uit de nauwe samenhang van huis en tuin en verschillende tuintekeningen uit zijn atelier. In het rapport wordt aangetoond dat het landhuis en de tuin de beschermde status van Rijksmonument verdienen, omdat de villa en de tuin werden ontworpen niet alleen in hechte relatie tot elkaar, maar ook tot het aanwezige landschap. Daarbij maakte de architect gebruik van bestaande landschappelijke elementen die zorgvuldig werden gepast in de nieuwe context van de tuin die onmiddellijk aansluit bij het huis. Uit de ruimtelijke analyse blijkt dat de tuin grote kwaliteiten heeft en model kan staan voor een grote villatuin. Omdat andere tuinen van Hamdorff of verdwenen of sterk gewijzigd zijn, heeft de tuin van Oranjestein behalve architectonische waarde ook een uniciteitswaarde. Het is de intentie van de huidige eigenaar, de heer om de tuin te restaureren. Daarom is zo nauwkeurig mogelijk nagegaan hoe de tuin tot stand kwam, wat de elementen zijn die het ontwerp kenmerken en wat over is van de oorspronkelijke aanleg. Op grond daarvan kunnen we in een vervolgrapport een restauratieplan opstellen.

Lucia Albers, Anja Guinée November 2005

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Historie en waardering tuin

4

Oranjestein op de kaart van 1928. In de tuin zijn nog eikenwallen aangegeven.

Dennenbosje hoek Harmen Vosweg – Torenlaan? Vóór 1919

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

5

Historie en waardering tuin

1

De historisch-landschappelijke context van Oranjestein

1.1

Het Gooise landschap als decor voor villa’s

In de periode tussen ruwweg 1875 en 1940 werden op de zandgronden van het Gooi vele villa’s met tuinen gesticht. Het schilderachtige en gezond geachte landschap trok kunstenaars en welgestelde stadsbewoners aan en de ontsluiting van het gebied met spoor- en tramlijnen vergemakkelijkte hun vestiging. Het 19e eeuwse landschap van het Gooi werd gekenmerkt door de afwisseling van dorpen met kleinschalige complexen van (hakhout)bosjes en akker- en bouwlanden die door met eikenhakhout begroeide wallen waren omzoomd en grootschalige heidevelden en dennenbossen. (De dennenbossen waren nieuw aangeplant ter vervanging van het door overbegrazing verdwenen oorspronkelijke bos). Dit betekende dat villa’s en villaparken in verschillende omgevingen konden worden gesticht. De betrokken architecten-stedenbouwkundigen en tuinarchitecten streefden ernaar, gestimuleerd door een steeds groeiende zorg voor de natuur en daaraan gepaarde welstandseisen, om de aanwezige kwaliteiten van het bestaande landschap te bewaren en in hun ontwerpen zo goed mogelijk te benutten. Dat gold zeker voor Wouter Hamdorff, die in het Gooi opgegroeid was en het landschap goed kende. Zijn ontwerp voor een huis en de bijbehorende tuin stemde hij steeds af op de aard van het omringende landschap.

Daarom verschilt de opzet van Oranjestein, dat is gesitueerd in kleinschalige landschap nabij het dorp Laren, van bijvoorbeeld het landhuis Zevenende, dat werd gesticht in de uitgestrekte heide, waar uitzicht bestond tot aan de horizon.

1.2

Het terrein

Oranjestein werd gebouwd aan de Torenlaan, een met vier rijen beuken beplantte hoofdweg tussen Laren en Blaricum waardoor ook een tramverbinding ging. Aan de Torenlaan waren, als lintbebouwing aan de bestaande ontsluiting, reeds verscheidene villa’s tot stand gekomen. Het huis op Torenlaan nr. 62 bijvoorbeeld dateert van ca 1915. De opdrachtgever voor Oranjestein, W.Ouweleen, sloot met de aankoop van bouwgrond feitelijk op dit lint aan. Anders echter dan de eigenaren van de bestaande villa’s, die een kavel van bescheiden omvang bezaten, wenste hij een grote tuin. In 1919 kocht Ouweleen twee percelen die gedeeltelijk achter de achtertuin van zijn buren – nrs. 60 en 62 waren gelegen. Gaande het planvormingsproces kon hij zijn terrein verder uitbreiden en gaf hij Hamdorff opdracht om het ontwerp van het huis daaraan aan te passen. Bij een grotere tuin paste een groter huis. Doordat aan de oostzijde een openbare zandweg liep (nu Harmen.Vosweg), kon Ouweleen zijn toekomstige tuin alleen in zuidelijke en westelijke richting groter maken. Het resultaat daarvan was dat het te bouwen huis ten opzichte van de tuin in een uithoek kwam te staan. Behalve aan de Torenlaan en de zandweg aan de oostrand grensde het terrein over enige lengte ook aan de zuidwestkant aan een oude weg. Deze weg was een oude route naar het dorp die nog een landelijk karakter had.

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

6

Historie en waardering tuin

Vier rijen beuken langs de Torenlaan, rechts het bij nr. 64 gehandhaafde dennenbosje, vóór 1919

De tuinmuur van Oranjestein tijdens de bouw ca 1921

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

7

Historie en waardering tuin

Het terrein omvatte enkele kleine akkers en weiden die werden begrensd door oude eikenhakhoutwallen. Er groeiden verder wat verspreid staande dennen en berken en op de hoek van de Torenlaan en de zandweg (Harmen Vosweg) stond een dennenbosje. Dit bosje moest van de gemeente worden ingepast in het bebouwingsplan, zo valt te lezen in de Laarderbel nr. 55 van 19241. Of er nog andere eisen werden gesteld is niet bekend. In 1927 werden door de toenmalige eigenaar Vermeij nog twee percelen met eiken en andere bomen aan de tuin toegevoegd. Het terrein van Oranjestein bereikte toen zijn maximale omvang. Omstreeks 1971 werden stukken van de tuin afgesneden voor de aanleg van de Co Bremanlaan (langs de zuidrand) en huizenbouw (in de zuidwesthoek). Daarmee kreeg de tuin zijn huidige begrenzing.

Kaartje grondaankoop 1927

1

Laarder Courant, De Bel, vrijdag 13-06-1924, nr 55

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Albers Adviezen Historische Parken

8

Historie en waardering tuin

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Historie en waardering tuin

9

2

Structuur en invulling van de tuin van Oranjestein

2.1

De ruimtelijke opbouw van de tuin

Zie figuur 1. Wouter Hamdorff reageerde met de oriëntatie van het huis op het te handhaven dennenbosje langs de Torenlaan én op de vorm van de kavel. Aan de voorkant knikte hij de gevel, zoals ook vermeld door de RMZ, als het ware rondom het dennenbosje. Net als de gevels van de eerder gebouwde huizen aan de oostzijde van Oranjestein, liet hij degevel beginnen en eindigen parallel aan de Torenlaan. Ter hoogte van de dennen bomen liet hij de gevel echter terugspringen en gaf hij deze een richting dwars op een as die het terrein aan de achterzijde in twee gelijkwaardige driehoeken deelt. Aan de achterzijde maakte hij van deze richting de hoofdrichting van het huis. Hierdoor kreeg het huis niet alleen ten opzichte van de voortuin maar ook ten opzichte van de achtertuin een centrale positie. Terwijl de voorgevel zich door haar indeling in relatief korte wanden bescheiden in de omgeving voegde, grotendeels schuilging achter de bomen in de ondiepe voortuin, was de lange en hoge achtergevel bedoeld voor waarneming vanuit een grote, diepe achtertuin. Zie figuur 2. Op het terrein waren behalve dennen en berken ook eikenhakhoutwallen aanwezig. De wal die zich het dichtst bij de achtergevel bevond werd verwijderd. De andere houtwallen werden gehandhaafd. Twee van deze wallen delen de achtertuin in, in een ruimte vóór en een ruimte áchter de bomen.

De ruimte vóór de houtwallen deelde Hamdorff verder in een klein gebied bij het huis en een groot middengebied. Met de voortuin meegerekend is de tuin dus opgebouwd uit vier delen of zones: 1. Voortuin 2. Achtertuin direct aansluitend op het huis 3. Middengebied 4. Rand (Een deel van de rand werd na 1927 aangelegd) Deze delen hebben elk een andere invulling gekregen. Ze worden beschreven in 2.2 Zie figuur 3. Het huis heeft een bijzondere interne organisatie die aan de plastische vormgeving en detaillering van de gevels is af te lezen. Opvallend is dat Hamdorff deze interne opbouw ook in de structuur van de tuin vertaalde. De verschillende woonvertrekken met hun specifieke geometrische vormen zijn namelijk met de verschillende zones van de tuin verbonden door lange zichtlijnen die als radialen zijn geconstrueerd. En de ‘rondgang’ in het huis wordt in de tuin herhaald in de gebogen randen en de padenstructuur met looplijnen in en dwars op de radiale zichtlijnen. Voor het maken van de zichtlijnen werden op nauwkeurig bepaalde plaatsen openingen gemaakt in de eikenwallen door bomen te kappen en de wal af te graven. Daar waar paden door deze openingen gaan zijn ze gericht op het terras, de hall, de ovale eetkamer aan de oostzijde en de rechthoekige woonkamer aan de westzijde.

De meest belangrijke zichtlijn is de centrale as die is opgespannen tussen de kleine achthoekige hall annex danszaal en de zuidrand van het terrein. Door de aanplant

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Albers Adviezen Historische Parken

10

Historie en waardering tuin

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

11

Historie en waardering tuin

van een berkenlaantje in het middengebied werd deze zichtlijn gedeeltelijk ook als een door bomen begeleide zichtas vormgegeven. Bijzonder is dat de as pal zuid is gericht. De zon staat op het middaguur van de langste dag van het jaar precies in de lijn ervan. Zie figuur 4. Hamdorff streefde ernaar om het huis in het Gooise landschap in te passen. Dit komt behalve in het gebruik van de op het terrein aanwezige landschappelijke elementen (dennenbosje, eikenwallen) ook tot uitdrukking in de toevoeging van reliëf en bij het landschap passende beplantingen. Het huis zette hij op een hoogte en dat benadrukte hij nog door het uitgraven van grond voor een vijver. Doel van de ophoging was ook de bouw van een droge kelder. In de tijd waarin Oranjestein werd gebouwd was de gemiddelde grondwaterstand in het terrein veel hoger dan nu. Niettemin kreeg de vijver een betonnen bodem om het waterpeil nauwkeurig te kunnen beheersen. Verder werden de paden gedeeltelijk verdiept aangelegd. Doordat ze stijgen en dalen wordt de illusie geschapen van een golvend terrein. Ze doen denken aan de holle zandpaden die zijn uitgesleten door de dagelijkse gang van schaapskudden naar de heide. Aan weerszijden van de openingen in de hakhoutwallen stijgen de paden naar het niveau van het maaiveld, om het uitzicht naar het huis te benadrukken.

De uitgegraven grond werd gebruikt om de wallen aan te vullen zodat ze niet zich meer als langwerpige wallen zouden voordoen maar als een heuvelachtig reliëf. De op de kavel aanwezige oude bomen werden aangevuld met groepen en solitairen van soorten die passen bij het landschap (veel berken en taxus, verder eiken, beuken en als veredelde sparren douglassparren). Bijzondere, exotische soorten zijn ook aanwezig, maar deze zijn minder in aantal en vooral nabij het huis geplant. De enige bomen die in een regelmatig verband zijn geplant zijn de berken van het berkenlaantje. Deze werden echter zodanig onregelmatig en dicht opeen gezet dat het laantje een authentiek landschappelijk element leek te zijn.

2.2

Invulling en vormgeving van de delen

2.2.1 Voortuin In de huidige situatie is de voortuin tamelijk open. Oorspronkelijk stonden er behalve het dennenbosje (waaruit bomen verdwenen zijn) ook veel berken en krentenboompjes. Deze vormden een tegenwicht voor de dennen maar verhinderden niet het uitzicht vanuit de studeerkamer op de entree. De krenten langs de tuinmuur zijn recent vervangen door een rij toverhazelaars. Deze zijn in habitat enigszins vergelijkbaar met krenten en eveneens uit Noord Amerika afkomstig maar ze zijn niet zoals krenten al lang op de zandgronden in Nederland ingeburgerd. De van vuurstenen(engels: flints) gemetselde tuinmuur werd aan de oostzijde hoger gemaakt dan aan de westzijde. Vanuit het huis gezien leek de muur echter overal even hoog omdat de grond in oostelijke richting oploopt. Het dennenbosje staat hoger. Het pad van de voortuin naar de achtertuin liep aan de westzijde rondom de zithoek met de gebogen raampartij. De enige uitgesproken tuinbeplanting was de beplanting in de bloembakken binnen

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

12

Historie en waardering tuin

De achtertuin gezien vanuit het zuidoosten, ca 1924

De rotstuin aan de westzijde van het terras. Op de voorgrond “de Matterhorn” Foto ca 1924

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

13

Historie en waardering tuin

de gevel op de begane grond en de verdieping. Twee taxussen langs het pad zijn inmiddels groot geworden en tot grote bollen geschoren. De vrije vormgeving van het pad is veranderd in een geometrische aanleg en de voortuin is van de achtertuin gescheiden door een hoge taxushaag met een houten deur. 2.2.2. Achtertuin direct aansluitend op het huis Het terras en de vijver vormen een gebouwde eenheid met het huis. Het was nadrukkelijk de bedoeling van Hamdorff dat de architectuur ervan werd gecompleteerd met beplanting. Tot het gevelontwerp behoorden de bloembakken (in totaal 8 bakken) en tegen de muren werd blauwe regen geplant. Op enkele plekken laag in de gevel zijn kleine holten voor muurplanten uitgespaard.Ook op het terras en de trappen mochten planten groeien: kleine kruiden in de voegen tussen de stenen en over de railingen rozen en andere klimplanten. Op oude foto’s is te zien dat de railingen na enige tijd zo ‘overwoekerd’ waren dat ze het uitzicht van en naar het terras belemmerden. Dat was hoogstwaarschijnlijk niet zo door Hamdorff bedoeld. Ook de terrasmuur langs de vijver moest met planten worden verrijkt. Enkele van de verspreid in de muur aanwezige gaten zijn nog altijd begroeid, o.a. met muurleeuwebek.

Ter hoogte van de hall-danszaal liet Hamdorff de gebogen terrasmuur inspringen en ontwierp hij een grote bloembak boven een diagonaal vlak van horizontale ribben Vanuit de centrale zichtas gezien sluit dit gemetselde ornament naadloos aan op de glas-in-lood deur en hoge glas-in-lood ramen van de achthoekige danszaal. De bedoeling van het diagonaal boven het water uitstekende siermetselwerk en de beplanting was dat deze in de vijver worden weerspiegeld. Het spiegelvlak werd ingekaderd door twee plantbakken voor moerasplanten. Vroeger waren deze bakken beplant met gele lissen en grote lisdodden. In een derde bak stond iets onbekends. Bij het juiste waterpeil bevinden de randen van de bakken voor de moerasplanten zich onder water. In twee ronde bakken los van de rand werden waterlelies geplant. Die mochten een deel van het wateroppervlak bedekken. Momenteel zijn ze teveel uitgedijd in het vlak waarin de bloembak wordt weerspiegeld. De betonnen bak van de vijver heeft een betonnen rand waarop oorspronkelijk een kort en vrij steil grastalud aansloot. Daarlangs liep een pad. Recent is het grastalud vervangen door een lage gemetselde keermuur. Het pad is er niet meer. Ook de boom, een gouden regen aan de oostzijde tussen het pad en de vijver is verdwenen. De rotstuin aan de westzijde van het huis vormde een tuin op zich.

Tegelijkertijd verbond de beek in de rotstuin dit onderdeel van de tuin op vanzelfsprekende wijze met de vijver en zo met de rest van de tuin. In de tijd waarin Oranjestein werd gebouwd waren rotstuinen zeer in zwang. De elementen waarmee de rotstuin werd gemaakt – betonnen waterloop, lavastenen – zijn ook kenmerkend voor de betreffende periode. In de rotstuin vormde een grote zwerfkei een prominent element. Deze steen werd vanwege zijn vorm de ‘Matterhorn’ genoemd.

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Historie en waardering tuin

14

De as van berken. Links zicht naar het huis, rechts zicht naar het taxusprieel, ca 1934

De rozentuin met een zonnewijzer in de centrale as, ca 1934

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

15

Historie en waardering tuin

Bijzonder op Oranjestein is dat de beek werkelijk stroomde. Water werd vanuit de kelder van het huis naar verborgen spuitmonden opgepompt en stroomde door de bedding naar de lager gelegen vijver. In de ‘monding’ stroomde en stroomt het water in een soort waterval over rolkeien. Omdat de vijver steeds volliep en het water tegen het grastalud aan over de betonnen rand stroomde, ontstond het beeld van een natuurlijke oever. De meeste soorten alpenplanten eisen een goede bezonning. Oorspronkelijk stonden daarom in de rotstuin slechts enkele kleine coniferen en azalea’s. Inmiddels zijn de Cryptomeria en taxus groot geworden en zijn er andere bomen, struiken en vaste planten aangeplant waardoor de hoek meer het karakter van een schaduwtuin heeft gekregen. Het zandpad door de rotstuin – men kon de beek via een stapsteen oversteken - is verdwenen. Het grintpad dat de voortuin met de trap naar het terras verbond is bestraat. Het pad van het terras naar de ‘beekmonding’ – waar je de beek over kon steken via een brede stenen plaat - is recent aangepast. Omdat de helling van de rotstuin erodeerde en grond in de vijver was geschoven is een gemetselde keerwand gemaakt die aansluit op de trap naar het terras. Aan de oostzijde van het huis werd het hoogteverschil tussen de heuvel waarop het huis staat en de rest van de tuin opgevangen door twee trappen en een glooiend grasveld.

Het pad langs de oever liep door naar de beide trappen. Op het steile talud tussen de trappen werd een vaste plantenborder aangelegd. De grazige ruimte werd van de Harmen.Vosweg afgesloten door de vuurstenen tuinmuur. In het huis bevonden zich aan de oostkant de keuken en de kamer van de dienstbode. In de tijd waarin de familie Vermey Oranjestein bewoonde had het personeel het deel van de tuin waar zij tijdens hun dagelijks werk het meest op uitkeken in gebruik als konijnenwarande. In 1954 werd een stuk aan het huis aangebouwd en verloor de overblijvende ruimte de aansluiting met de rest van de tuin. Het werd een niet gebruikte plek. Na 1990 is de aanbouw door de huidige eigenaar van Oranjestein, weer afgebroken en de oude gevel hersteld, waarna het aangrenzende deel van de tuin opnieuw werd ingericht. Er bevindt zich nu een door taxushagen afgeschermde zijtuin op het niveau waarop de trappen beginnen, een niveau tussen de hoogte van het terras en de hoogte van de rest van de tuin. Blikvanger in de zijtuin is een nieuwe van vuurstenen gemaakte waterbak met spuiter die onderdeel lijkt te zijn van de originele tuinmuur. 2.2.3 Middengebied Het middengebied werd ingevuld met ruime gazons, solitaire bomen en boomgroepen, die voor diepte in het beeld zorgden, en een aantal bijzondere functies of elementen.

Het berkenlaantje in de centrale as was zeer opvallend maar vormde niet een sterk delend element omdat de ruimte visueel onder de kruinen doorliep en omdat aan weerszijden ook solitaire berken stonden. Vanuit het huis gezien zorgde het laantje wel voor een splitsing van zichtlijnen. Taxusstruiken die op verschillende plaatsen, dus asymmetrisch, naast het laantje werden geplant versterkten de scheiding tussen doorzichten naar het zuidwesten, het zuiden en het zuidoosten.

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

16

Historie en waardering tuin

De rozentuin met buxushagen, gezien vanaf de tennisbaan naar het zuid-westen, ca 1934

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

17

Historie en waardering tuin

In het verlengde van het berkenlaantje heeft een rozentuin gelegen met in het midden een zonnewijzer. De rozen stonden in rechthoekige perken tussen buxushagen. Het is enigszins twijfelachtig of de aanleg van een rozentuin op deze plek het idee van Hamdorff is geweest. Met buxus afgezette perken cultuurrozen passen namelijk meer in een voedselrijk natuurlijk milieu dan op de schrale zandgrond van het Gooische landschap. Ze contrasteren ook sterk met de oude eikenhakhoutwallen en het landschappelijke berkenlaantje. In het concept van een overgang van huis naar Gooisch landschap past een rozentuin wel nabij het huis maar niet nabij het landschap. Daartegenover kan aangevoerd worden dat rozentuinen in de periode van aanleg van Oranjestein populair waren en dat, gezien het feit dat alle andere typische elementen voor een grote villatuin er voorkwamen, een rozentuin er zeker bijhoorde. Een rozentuin op enige afstand van het huis gelegen, zodat je erheen moest wandelen om de rozen te bekijken, was ook niet ongewoon. Met name Springer paste dat idee meermaals toe. Tegen de achtertuinen van de huizen langs de Torenlaan werden de moestuin en de boomgaard aangelegd. Vanuit het huis waren de fruitbomen zichtbaar, de groentebedden waarschijnlijk niet. De moestuin maakte wel deel uit van de beleving van de tuin wanneer je er rondwandelde.

Ze lag op een logische plaats tussen het zeer gecultiveerde sierdeel van de tuin bij het huis en het ‘natuurlijke’ tuindeel verder weg van het huis. Bij de moestuin werden ook drie kindertuintjes aangelegd. Aan de oostzijde van het berkenlaantje werd parallel aan de oude hakhoutwal die tot 1927 de perceelsgrens vormde, een tennisbaan aangelegd. Waarschijnlijk was deze oorspronkelijk een grasbaan, waarvan het rechthoekige speelveld geen hard contrast vormde met het aangrenzende gazon. De baan lag wel in een kooi en op een foto van de familie Vermey is een tennishuisje te zien dat naast de baan stond. Begin jaren dertig werd de baan verhard. De tennisbaan moest vlak liggen. Dit leidde tot een klein hoogteverschil met het gazon aan de westzijde. Hoewel het hoogteverschil gering is, werd het benadrukt met een gemetseld trapje. Het metselwerk daarvan komt overeen omstreeks 1960 met dat van de trappen van het terras. Vanwege de bestemming ‘bouwterrein’ die de gemeente Laren aan de tuin van Oranjestein gaf, is het middengebied langdurig verwaarloosd. Daardoor zijn elementen verdwenen en is de oorspronkelijke structuur moeilijk meer te herkennen. Zo overgroeiden de paden en resteren van de opgeruimde rozentuin alleen nog wat haagplanten die in de zuidrand werden gezet en uitgroeiden tot buxusstruiken.

Het door ouderdom in verval geraakte berkenlaantje werd, toen het na enige tijd niet meer doenlijk was om de gaten met robinia’s te ‘stoppen’, geheel gekapt en vervangen door linden. Deze hebben een totaal ander ruimtelijk effect. Reden om linden te kiezen in plaats van berken was de veronderstelling dat berken het vanwege de lagere grondwaterstanden niet zouden doen. De berken die er stonden waren ruwe berken (Betula verrucosa). Oudere exemplaren van deze soort verdragen geen grondwaterdaling omdat hun wortelstelsel zich niet meer kan aanpassen. Jonge exemplaren kunnen echter wel op drogere gronden worden aangeplant. Het is de andere inheemse berk, de zachte berk (Betula pubescens), die meer van vocht houdt en veel voorkomt in natte duinvalleien en moerassige gebieden.

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

18

Historie en waardering tuin

Het huisje naast de tennisbaan, ca 1934

Verdiept pad in 2005

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

19

Historie en waardering tuin

Vermoedelijk op de plaats van de kindertuintjes is een siertuintje aangelegd met een achthoekige waterbak. De inmiddels hoge taxushaag om de tuin belemmert het doorzicht naar de zuidwesthoek van de tuin. Aan de oostzijde van de linden zijn enkele nieuwe borders aangelegd. Als gevolg van een herplantplicht, die rustte op het als bos bestemde deel van de tuin, is op een willekeurige plaats, half in de open ruimte en half in een van de oude eikenwallen een groep van meer dan honderd sparren gezet. Ook zijn op willekeurige plaatsen allerlei andere naald- en loofbomen aangeplant. Hierdoor is het oorspronkelijke ontwerp nog verder vertroebeld geraakt. 2.2.4 Randgebied In het oorspronkelijke tuinontwerp werd de zuidgrens gevormd door de eikenhakhoutwal die achter het prieeltje en de tennisbaan langsliep. Aan de west zijde lag ook een eikenhakhoutwal, maar deze vormde slechts gedééltelijk de grens van de tuin. De zuidwesthoek, waar de schuur was gebouwd lag achter deze wal. Om het doorzicht in de tuin naar het zuidwesten zo diep mogelijk te maken haalde Hamdorff de zuidelijke helft van de rij eiken eraf. Om het verlengde uitzicht te beëindigen plantte hij enkele bomen (kastanjes, linden) bij de schuur en rododendrons langs de zuidelijke eikenwal. Verder zorgden een kastanje en enkele naaldbomen (Thuja, Taxus) voor een overgang tussen het middengebied en de rand.

Aan de binnenzijde van de eiken, en in de zuidwesthoek ook aan de buitenzijde, ontwierp Hamdorff gebogen, verdiept liggende paden. Die maakten het mogelijk om rond te wandelen langs en door de bomenrijke rand van de tuin en daarbij naar ‘buiten’ te kijken, naar het toen nog niet bebouwde landschap aan de zuidzijde, en naar ‘binnen’ naar het huis. Het pad naar de tennisbaan en het pad dat door de westelijke houtwal snijdt naar de zuidwesthoek van tuin liggen precies in zichtlijnen vanaf het terras en de ovalen eetzaal. Twee van deze zichtlijnen vormden samen met de centrale zichtlijn door het berkenlaantje vanaf de danshal een denkbeeldige patte d’oie (ganzenvoet) van lijnen. Vanaf het zuidwestelijke pad konden de bewoners op twee plaatsen de tuin uit wandelen. Een pad bij de schuur met een breed hek dat er nog is, gaf toegang tot een oud weggetje dat naar het dorp ging (nu de Co Bremanlaan). Een smaller paadje oostelijk daarvan, kwam via een klein hek uit op het verlengde van die weg, een voetpad en schapendrift. In de wandeling werd op twee plaatsen een uitzichtpunt nadrukkelijk vormgegeven. Het eerste uitzichtpunt was een iets verhoogd gelegen prieel gemaakt van latwerk en taxushagen. Dit prieel stond in de zichtlijn van de centrale zichtas door het berkenlaantje. De open zijde en trappen waren op het huis gericht.

Tegelijkertijd stond het prieel op een knooppunt van drie holle zandpaden. Achter het prieel was een witte esdoorn geplant die de zichtas beëindigde. Het tweede uitzichtpunt was een landschappelijke open plek met een bank op de rug van de oost-west lopende houtwal. Deze plek lag in een zichtlijn vanuit de ovalen eetkamer. Het ontwerp van het randgebied van Oranjestein is goed vergelijkbaar met de langgerekte wandelingen in Engelse landschapsstijl op voormalige bolwerken en de

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

20

Historie en waardering tuin

Verdiept pad met keien in de taluds, ca 1934

Korenschoven, ca 1934

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

21

Historie en waardering tuin

boomrijke wandelingen langs de randen van buitenplaatsen. Kenmerkend voor zo’n wandeling zijn een voortdurende verandering van het beeld langs het pad en verrassende uitzichten. Na 1927 voegde de nieuwe eigenaar van Oranjestein, Vermeij, twee stukken grond bij de tuin, een driehoekig stuk in het zuidoosten en een rechthoekig stuk in het noordwesten. Deze uitbreiding maakte het mogelijk de wandeling in de rand nog uit te breiden. Onbekend is of Hamdorff zelf nog bemoeienis heeft gehad met deze uitbreiding. Zeker is wel dat zijn ontwerp is aangevuld en niet aangetast. De bomen die langs de nieuwe perceelsgrenzen werden geplant om de wandeling verder vorm te geven zijn voor het merendeel van soorten die passen bij een iets verrijkte plek in het landschap. Reden voor de aanplant van douglassparren was behalve dat ze chiquer waren dan gewone sparren en dennen waarschijnlijk ook dat ze snel groeiden. De Robinia’s, ook snelle groeiers, zorgden voor een fraai kleurcontrast met de donkere naaldbomen. Afgaande op de ouderdom van de bomen werd de huidige zuidgrens van de tuin pas dicht geplant na aanleg van de Co Bremanlaan en de bouw van huizen langs die weg. In correspondentie van vroegere bewoners van Oranjestein is sprake van schapen en een geit die achter in de tuin werden gehouden op een weide. Er is ook een oude foto waarop graanschoven te zien zijn.

Een open plek die was ingericht als akker of veld past conceptueel goed in het ontwerp van de randzone als landschappelijke wandeling. De meest waarschijnlijke plaats voor een dergelijk element is in de westrand, in de door Vermeij toegevoegde ruimte achter de eikenhoutwal in de noordwesthoek. Het is mogelijk dat de oorspronkelijke akker of weide tussen de twee houtwallen eenvoudig werd aangepast; dat er een kleine stal voor beesten werd gezet en dat er voor de verbijzondering van de uitzichten bomen werden geplant. Vooral een nog bestaande kastanje en witte esdoorn zijn duidelijk geplant om het tafereel te verfraaien. Wanneer men na een wandeling naar het dorp door het tuinhek binnenkwam en langs de kastanjes en de linde naar het noorden keek, zou men dan de ruigte of akker hebben zien liggen en links van de ingang de schuur. (Hier staat nu de bebouwing langs de Co Bremanlaan nr. 23 tot en met 27.) Op oude foto’s zijn verdiepte paden te zien met in de taluds grote keien, heesters, coniferen en lage planten. Onduidelijk is waar de foto’s zijn gemaakt. Verondersteld kan worden dat de paden aan de huiszijde meer gecultiveerd waren dan de paden aan de buitenzijde. Van de oude heesterbeplanting zijn echter alleen enkele oude rododendrons aan de westzijde van het prieeltje over. Ook zijn er geen stenen meer zichtbaar in de taluds. Op enkele plekken groeien nu Lelietjes van dalen.

Deze groeiden ook onder de dennen in de voortuin. Wat voor het middengebied geldt, geldt ook voor het randgebied. Het is sterk verwilderd en dichtgegroeid. Zaailingen hebben zelfs al een aanzienlijke maat gekregen en verdringen de bomen die tot het oorspronkelijke ontwerp horen. Pogingen om weer lucht en zicht te scheppen door ze te verwijderen, hebben geleid tot de verplichte aanplant van bomen. Her en der zijn dan ook jonge bomen, vooral Robinia’s en beuken, aangeplant onder of net naast de kruin van oude bomen. Kaart historische elementen tuin van Oranjestein Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Albers Adviezen Historische Parken

22

Historie en waardering tuin

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

2.3

Historie en waardering tuin

23

Historische elementen / wat is over

Op de kaart historische elementen is zichtbaar wat van de oude aanleg nu nog resteert. De kern van de aanleg wordt gevormd door het huis met het terras en de vijver daar onlosmakelijk mee verbonden. Het waterleiding systeem kwam uit het huis en liep door het grootste deel van de tuin. De zichtassen in de tuin staan in figuur 3 afgebeeld. Zij zijn aanwezig of herstelbaar. Voortuin: Tuinmuur van vuurstenen, Dennenbosje 2 Taxus Aansluitend op huis: Zijtuin west Beek , rotstuin met stapstenen en rotsen (Matterhorn) Cryptomeria, Taxus, Azalea’s, Krenten Terras met hek en trappen Vijver met plantenbakken Zijtuin oost Tuinmuur In grasveld: kastanje, linde, Amerikaanse eik, bonte esdoorn Middengebied De centrale as door de laan 2 Taxus aan einde laantje Waterleidingen (deels vervangen door PVC) Herstelbaar zijn: Tennisbaan met stenen trapje, Rozentuin, Boomgaard, moestuin Randgebied padenstructuur, niveauverschillen, oude eiken wallen, oude eiken van voor de tuinaanleg, doorzichten naar het huis, uitzichtpunten vroeger met prieel of bank diverse oude parkbomen en struiken, veel oude bomen in de rand achteringang-toegangsweg

Het belangrijkste dat over is, is het grondgebied en daarmee de mogelijkheid om waar nodig de historische gegevens aan te vullen tot de tuin weer is hersteld.

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

24

Historie en waardering tuin

De eerste schets voor Oranjestein, 1919

Schetsplan begane grond, bijna het definitieve ontwerp

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

3.

25

Historie en waardering tuin

Wouter Hamdorff 1890-1965

Wouter Hamdorff is voor architectuurhistorici een bekende architect geworden, vooral van landhuizen in het Gooi. Marijke Estourgie--Beijer heeft in 1989 een monografie geschreven naar aanleiding van de tentoonstelling van zijn werk in het Singermuseum in Laren. Daarin is een lijst opgenomen van zijn voornaamste bouwwerken: van 1916 tot 1960. Daartussen ligt een lange reeks van vooral atelierwoningen en landhuizen, maar ook openbare gebouwen. In 2000 heeft de Historische Kring Laren naar aanleiding van de Open Monumentendag een beknopt maar degelijk gidsje uitgegeven, geschreven door (redaktie), met een route langs door Hamdoff ontworpen gebouwen in de omgeving van Laren en Blaricum. Wouter Hamdorff werd te Laren geboren als zoon van een rijtuigmaker. Zijn oom Jan Hamdorff had in het dorp een bekend logement, de Vergulde Postwagen, later Hotel Hamdorff, waar de kunstenaars werden ontvangen die met de Gooische Stoomtram sinds 1874 naar Laren konden komen. Wouter was opgeleid als timmerman en leerde het ontwerpen in de praktijk bij de architecten H.C. Elzinga en W.M. Dudok. In de monografie van Estourgie over Hamdorff wordt zijn werk ingedeeld in vier perioden.

Beter is het goed geschreven boekje zelf te lezen, daarom volgt hiervan een uiterst summiere samenvatting: 1915-1920 kleine landhuisjes en atelierwoningen; 1920-1931 de huizen Herdershoeve en Oranjestein markeren het begin van de tweede periode waarin de huizen groter worden, gebouwd in een romantisch expressionistische stijl, verwant aan de Amsterdamse school. Hij kreeg veel opdrachten en nam architecten-tekenaars in dienst; 1931-1940 strakker en meer sober; 1940-1960 meer openbare gebouwen, teruggrijpend naar regionale voorbeelden in aansluiting bij de heersende bouwtraditie. Estourgie beschrijft dat hij ook adviezen gaf voor het interieur, meubels, verlichting en de tuin. “Omdat een van de belangrijkste gegevens voor hem bij het ontwerpen de natuurlijke omgeving van het te bebouwen terrein was, lag het voor de hand dat ook vaak de tuinaanleg rond de gebouwen in zijn ontwerp werd opgenomen.”2 De eerste tekening voor Oranjestein werd gemaakt in opdracht van W. Ouweleen. De opdrachtgever had zijn fortuin gemaakt met handel in grondstoffen uit Indië. Hij liet een groot huis bouwen en het interieur er deels bij ontwerpen. Het huis werd opgeleverd in 1922, waarbij het interieur van de benedenverdieping nooit werd afgebouwd omdat Ouweleen tengevolge van de economische crisis in financiële nood was geraakt.

De familie Ouweleen (echtpaar en 3 kinderen) verhuisde in 1924, waarna Oranjestein enige tijd in gebruik was als pension. In 1926 gekocht door de familie Vermey werd in 1927 grond bij gekocht en de tuin voltooid. Om aan te geven hoeveel belang Hamdorff hechtte aan de omgeving van het nieuw te bouwen huis volgt hier een lang citaat van Estourgie (p.16). “Eerst werd het pakket van eisen met de bouwheer doorgesproken. De volgende stap, en deze was voor Hamdorff uitermate belangrijk, was de bestudering van het terrein. Dagenlang besteedde hij daaraan. De lichtinval – onder verschillende

2

M.E.Th. Estourgie-Beijer, Wouter Hamdorff, architect 1890-1965, Singer Museum Laren 1989, p.10

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

26

Historie en waardering tuin

Woonhuis van architect W. Hamdorff, gebouwd 1920-’26, foto in Buiten, 1930

Plan voor eigen woonhuis, atelier en tuin door W. Hamdorff, foto in Architectura nr 11, 1922

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

27

Historie en waardering tuin

zonnestanden en bij diverse weersgesteldheden geobserveerd – zou de ligging van de toekomstige vertrekken gaan bepalen, een effen of glooiend terrein de vorm van het huis en vooral het silhouet ven de kap, de dichtheid van de beplanting de plaats van het huis en de omgevingskleuren tenslotte beïnvloedden de keus van de te gebruiken materialen. Het huis moest in Hamdorffs visie als het ware uit de natuur groeien en er een zo groot mogelijke eenheid mee gaan vormen.” Op Oranjestein is dit zeker van toepassing. De indeling van het huis is afgestemd op de bezonning en hangt samen met de uitzichtmogelijkheden van het terrein. De keuken en het vertrek van de dienstbode liggen bijvoorbeeld ‘s zomers om zeven ‘s morgens volop in de zon. Het terras ligt op het zuiden en de avondzon valt binnen door de ramen van de zitkamer op het westen. Ook het grootste en mooiste glas-inlood raam, dat van de balzaal, krijgt de volle zon op het zuiden. Voor de belangrijkste woonvertrekken werden verre doorzichten in de tuin gemaakt, waarbij gebruik gemaakt werd van de aanwezige eiken en dennen. Is Wouter Hamdorff ook de architect van de tuin? De eerste tekening voor Oranjestein door Hamdorff van 1919 vertoont een terras en de aanzet van een lange vijver in de lengte richting, waar uiteindelijk de berkenlaan werd geplant. Deze en volgende tekeningen zijn nog eenvoudig gesigneerd met W.H.

Ze laten verder geen tuin zien. Wel bestaan er tuintekeningen van Hamdorff bij respectievelijk zijn eigen woonhuis met atelier (vóór 1922) en bij het landhuis Herdershoeve (1922). Die van Herdershoeve heeft een signatuur. Op de tekening van het atelierhuis is Hamdorffs naam aangebracht in dezelfde letters als de titel. Huis Zevenende heeft een tekening met een aanduiding van een grasplein, bomen en beplantingsvakken. Verder geen getekende tuin, omdat het huis direct aan de heide grensde. De tekening is ondertekend met “Arch Bur. W. Hamdorff, 1925” In alle tekeningen worden de bomen als spiralen getekend, niet bepaald gebruikelijk bij tuinarchitecten. In de tuintekening van Herdershoeve staan in een tweede handschrift notities die later zijn toegevoegd. Deze worden in de volgende alinea behandeld. Door de architect of tekenaar geschreven elementen in de tuin van Herdershoeve zijn: “bestaande eikenwal”, platte spiralen met het woord “piramide” (fruitbomen), banken aan weerszijden van het uiteinde van het pad door de boomgaard omgeven door hagen, een driehoekig gazon met aan de twee lange zijden een ”vaste planten border met onregelmatige stapstenen (flagstones) daarlangs; op de hoek drie kindertuintjes voor Jan, Wim en Henny. Vier rond gesnoeide “Linden boomen” staan in het handschrift van de architect, evenals “terras”, “bestaand border”, “vaste planten”,.

In de vier ons bekende tuinontwerpen (Oranjestein 1919-20, Herdershoeve 1919-22, “plan [eigen] woonhuis met atelier” (vóór 1922). en Zevenende 1926) komt een aantal overeenkomstige elementen voor. De opbouw van de tuinen is hoofdzakelijk geometrisch, maar niet symmetrisch. Daarbij komen ronde en onregelmatig getekende onderdelen voor. Er is veel reliëf: het huis staat op een verhoging, zodat tuinmuren, trapjes, taluds, naar het gazon nodig zijn. Ook de gazons hebben reliëf.

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

28

Historie en waardering tuin

Ontwerp tuin van Herdershoeve en detail van het ontwerp, ca 1919-‘21, NAI Rotterdam

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

29

Historie en waardering tuin

Het grote gazon van Oranjestein lag enigszins hol. Tuinmuren en hagen scheiden de tuinen van de straat; in de hoek van de boomgaard, naast de moestuin een kinderspeelplaats en kindertuintjes dicht bij de huizen. Kippenhokken zijn ook vaste onderdelen van de tuinen. Een groot gazon met enkele solitaire bomen, flagstones door het gras en langs de vaste planten border, een prieel van waaruit men zicht heeft over de tuin. Voorts bij Herdershoeve: een bestaande eikenwal, banken met een haag er omheen. Zevenende beschikt over een tennisbaan, zoals ook het huis Schlimmer van Hamdorff (1929-‘36). Het landhuis ’s Grave-hoeve aan de ’s Gravelandse weg te Hilversum door Hamdorff beschikte over “rijk aangelegde moes-, sier- en natuurtuinen”3 De tekening van Herdershoeve heeft in een ander handschrift de professionele Latijnse benamingen voor struiken en bomen: o 2 gouden regen naast het prieel dat een achtergrondhaag heeft van 24 beuken veren o 4 Prunus pissardii langs de kinderspeelplaats o 28 st. roode meidoorn als onderbrekingen van een ligustrum haag o 110 heesters tegen de heuvel op o 2 blauwe regen op de hoeken van de garage o 2 Hedera en 3 gouden regen aan de buitenkant van de garage o 4 morellen langs de tuinmuur o “155 meter doornhaag 4 st.

p.meter” langs de oprijlaan Een aantal planten zijn overeenkomstig de beplanting van Oranjestein: Het gebruik van Blauwe regen tegen het huis, Gouden regen op Oranjestein bij de vijver. De Prunus pissardii bevindt zich tegen de muur aan de oostkant. Wie die hovenier of tuinarchitect was, is nog onbekend. Zeker is wel dat Hamdorff zelf (óf een tekenaar van zijn atelier), de tuintekeningen heeft gemaakt, waarna in het geval van Herdershoeve door een tuindeskundige plantennamen zijn toegevoegd.

3

www/kranten.kb.nl/advertentie in Het Vaderland, zaterdag 24 september 1938, ochtendblad A

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

30

Historie en waardering tuin

Goois natuurreservaat, 2005

Dynamische vormgeving huis, terras en vijver, 2005

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Historie en waardering tuin

31

4. Waardering Voor de waardering zijn diverse criteria van belang: 1. landschappelijke context 2. ensemble-waarde 3. eenheid huis - tuin 4. kwaliteit van het ontwerp 5. belang van de architect 6. gaafheid, staat van onderhoud, mogelijkheid van herstel 7. zeldzaamheid/ uniciteit 8. kenmerkendheid voor grote villatuin in het Gooi 1. Landschappelijke context De tuin van Oranjestein is aangelegd in kleinschalig landschap van veldjes, hakhoutwallen en zandwegen. Aan de overzijde van de zandweg (H. Vosweg) ligt nog een stukje oorspronkelijk landschap in eigendom van het Gooisch Natuur Reservaat. Hier zijn rond een zandverstuiving vliegdennen, berken, eikenhakhout en douglassparren te zien, vergelijkbaar met die in de tuin van Oranjestein. Aan de achterzijde van de tuin zijn in de jaren zestig nieuwe huizen in het tot dan toe ongerepte gebied gezet. Zware eiken aan deze weg herinneren nog aan de vroegere situatie. Voor een groot deel heeft de tuin zijn landschappelijke context behouden, wat van weinig villa’s in het Gooi gezegd kan worden. 2. Ensemble waarde. Allereerst staat het markante landhuis Oranjestein (Rijksmonument) aan de Torenlaan waaraan meerdere landhuizen en villa’s staan. In het Monumenten Inventarisatie Project zijn de huisnummers 31, 34, 39, 40, 42, 53, 55, 57, 59 en 60 beschreven, omdat die de moeite waard werden geacht.

De waarde van deze Gooise villa’s als ensemble wordt niet alleen bepaald door de architectuur van de bebouwing maar evenzeer door de kwaliteit van de buitenruimte: de met beuken beplante Torenlaan (waaruit overigens twee rijen beuken zijn verdwenen), de tuinen en het omringende landschap. Dankzij de grote tuin van Oranjestein blijft de historische relatie tussen de bebouwing en het landschap beleefbaar. 3. Eenheid huis - tuin De eenheid huis – tuin is uitvoerig beschreven en in kaart gebracht. De grootte van huis en tuin zijn op elkaar afgestemd. Vanuit de verschillende vertrekken van het huis gaan zichtassen tot achterin de tuin. Vanaf de zitjes die daar waren, werd dwars door de tuin en terug naar het grote huis gekeken. Het knap gecomponeerde huis dient van achter uit de tuin bezien te worden. Dan vormen de gebogen daklijn, het hoge glas-in-lood raam, de glas-in-lood deur, de bloembak en de schuine muur boven de vijver een eenheid. Kijkend door de gekleurde ramen zie je de diepte van de tuin. 4. Kwaliteit van het ontwerp Het ruimtelijk ontwerp van de tuin is zeer geraffineerd. Vanuit de omgeving bezien lijkt het huis eenvoudigweg op een mooie plek in het landschap te zijn gezet. Het beeld wordt bepaald door glooiende grasvelden, dennen, eiken en een berkenlaantje.

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

32

Historie en waardering tuin

Voortuin met vuurstenen tuinmuur, geschoren taxus en dennenbosje, 2005

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

33

Historie en waardering tuin

Uitgesproken kunstmatige en gecultiveerde ‘tuinelementen’ (rozentuin, rotstuin, vijver, plantenborders) zijn wel aanwezig maar ze liggen buiten de lange zichtlijnen (rozentuin) of direct tegen de belangrijkste woonvertrekken aan de achterzijde, waar ze ‘versmolten’ zijn met de architectuur van het huis en waar alleen de bewoners ze kunnen zien. Het is zeer bijzonder dat de vijver en de rotstuin met het terras een kunstzinnig en rijk gedetailleerd tuinlandschap vormen dat het ontwerp van de achtergevel aanvult. 5. Belang van de architect Het belang van het werk van de architect Wouter Hamdorff is al ruimschoots onderzocht en vastgesteld. Diverse van zijn gebouwen zijn als Rijksmonument beschermd. Daarbij speelt het vernieuwende van Hamdorff, initiator van de Gooise landhuisstijl, een rol naast de kwaliteit van de gebouwen. Het huis Oranjestein met de gebouwde elementen terras, vijver, beek en tuinmuur is Rijksmonument. Zijn rol als architect is bekend; zijn belang als tuinarchitect is echter tot nu toe onderbelicht gebleven. De tuin van Oranjestein is ook door hem ontworpen, of in elk geval in zijn atelier in nauwe relatie met hem. In de geschiedenis van de tuinhistorie neemt de tuin van Oranjestein mogelijk een bijzondere plaats in. Bij de landhuizen in Nederland waren vanaf ca 1907 moderne geometrische tuinen aangelegd in de nieuwe architectonische stijl.

Voorbeeld is Kareol (1908 Lundberg, Lauger en Springer) en de Hoge Vuursche van Tersteeg (1910). Deze ontwerpen waren min of meer symmetrisch. De tuinen bij de villa’s van Hamdorff waren a-symmetrisch evenals zijn landhuizen. De a-symmetrie van de huizen van Hamdorff vormden in Nederland een nieuw stijlelement (afgeleid van de cottage stijl); de a-symmetrische en toch architectonische tuinen bij de huizen waren dat wellicht ook. Bijzonder voor Hamdorff is dat zijn ontwerp uitgesproken dynamisch is, in tegenstelling tot meer symmetrische ontwerpen van tijdgenoten. De door Hamdorff uitgevonden dynamisch-architectonische tuinstijl is tot dusver niet beschreven. 6. Gaafheid, staat van onderhoud, mogelijkheid van herstel In de kaart “Historische elementen staan de nog aanwezige gegevens getekend, verwoord in de opsomming op pagina 19. Overal in de tuin zijn historische gegevens aanwezig, juist ook achterin. In het midden- en achterste gebied werd gewerkt om de originele, maar sterk overwoekerde tuin weer vrij te maken. Dit proces moest worden gestopt en op ongewenste plaatsen is verplicht bomen te planten. Het midden en achterste deel zijn heel goed te herstellen. Het feit dat bijna de hele tuin nog aanwezig is (de geitenwei in de zuidwest kant is verdwenen) en herstelbaar is, is van groot belang om de eenheid huis-tuin te kunnen handhaven. 7.

Zeldzaamheid / Uniciteit Om de tuin van Oranjestein te kunnen vergelijken met andere tuinen bij huizen van Hamdorff hebben wij zowel architectuurhistoricus te Laren als tuinarchitect en tuinhistoricus Eric Blok geraadpleegd. Zij deden beide onderzoek naar tuinen van Hamdorff. De best vergelijkbare tuin, die van Herdershoeve, is met het huis geheel verdwenen. Dit geldt ook voor het huis Schlimmer in Blaricum.

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

34

Historie en waardering tuin

De achtertuin in het najaar van 2005

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

35

Historie en waardering tuin

Het veel kleinere huis de Molshoop te Blaricum heeft in de tuin nog wat trapjes en een grasveldje bewaard. Het grote landhuis Zevenende was geheel verschillend gesitueerd aan een grote heide. Naar zeggen is ook de omgeving bij dit huis gewijzigd. De tuinaanleg bij het grote huis Schapenduinen te Bloemendaal (1930) is gewijzigd. Conclusie van deze rondgang is dat het erop lijkt dat Oranjestein misschien wel de enig grotendeels bewaarde en best restaureerbare tuin heeft. Het belang van de tuin van Oranjestein als laatst aanwezige van het oeuvre van de architect is dan ook groot. 8. Kenmerkendheid voor grote villatuin in het Gooi In de jaren twintig en dertig zijn diverse boeken gepubliceerd over villatuinen, voorbeelden zijn die van Van Laren en Van Dinn (zie literatuur). Deze en vele andere boeken van tijdgenoten zijn verwerkt in de studie naar nog aanwezige villatuinen die Eric Blok maakte in opdracht van de RDMZ (maart 2005). Deze studie is echter nog niet gepubliceerd. Typerend voor een Gooische villatuin is de tuin van Oranjestein zeker ook omdat er zoveel elementen zijn die andere grote tuinen vroeger ook hadden: vijver, rotstuin, rozentuin, vaste planten borders, landschappelijke elementen in de tuin, boomgaard, tennisbaan. Veel grote villatuinen zijn echter verkaveld of anderszins verdwenen.

Conclusie: In de beschrijving van de RDMZ is de bouwkundige eenheid van het huis met de gebouwde onderdelen van de tuin onderkend. Er is echter voorbij gegaan aan de eenheid van de niet gebouwde landschappelijke onderdelen van de tuin met het huis. De tuin is een knap gemaakt ruimtelijk ontwerp. Speciaal de dynamiek die Hamdorff wist te bereiken is bijzonder. Het achterwege blijven van bescherming van de bijzondere tuin bij dit bijzondere huis zou een omissie zijn.

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

36

Historie en waardering tuin

Rozentuin en tennisbaan bezien naar het noord-oosten, foto ca 1934 in album familie Vermey

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Historie en waardering tuin

37

Documentatie Literatuur Architectura nr 11, 11 maart 1922. M. E.Th. Estourgie-Beijer, Wouter Hamdorff, architect 1890-1965, Singer Museum Laren 1989 Elske de Groot, (red) “Aan de heerlijke heide…”, monumentenroute langs de Larense villa’s van Wouter Hamdorff, Historische Kring Laren, 2000 Jannes de Haan, Gooische villaparken, Ontwikkeling van het buitenwonen in het Gooi tussen 1874 en 1940, Haarlem 1990. Th.J. Dinn, De Villatuin, aanleg, beplanting-onderhoud, Amsterdam Kosmos 1929. A.J. van Laren, Decoratieve tuinbeplanting, tuinboek voor vaklieden en liefhebbers, Amsterdam 1922 (2e ed.) A. van Vliet, Het bouwen van landhuizen naar werken van Jan Rebel, Meulenhof z.j. Kaarten en tekeningen 1919 Eerste schets voor Oranjestein, W. Hamdorff Schetsplan Oranjestein , begane grond,z.j. gesigneerd W.H. (1922) Plattegrond Herdershoeve, Nederlands Architectuur Instituut Rotterdam Chromotopografische kaart, verkend 1928, uitgave 1943 1991 Inmeting / tekening Jorn Copijn Utrecht 2001 Inventarisatie bomentuin van de familie Le Coultre te Laren”, H.L. Copijn Groenekan Met aanvulling in 2004 van inmeting beregeningssysteem. 2003 tekening A. Bleeker en A. Nauta Fotoalbum

collectie

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

Albers Adviezen Historische Parken

38

Historie en waardering tuin

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

Oranjestein Laren

39

Historie en waardering tuin

Bijlage

Historie in jaartallen

1919 - 1924 , opdrachtgeverr van architect W. Hamdorff 27 juni 1919 eerste ontwerp voor Oranjestein; maart 1920 definitief ontwerp 25 aug 1919 biedt de Gemeente Laren percelen te koop aan aan de , samen groot 3370 m2. 1924-1926 pension, eigendom Ouweleen. 1926 -1952 nieuwe eigenaar: 1924/1925 interieur foto’s zijn gemaakt naar aanleiding van Art-deco tentoonstelling te Parijs 1927 aankoop grond van de gemeente 1953 - 1990 Stichting Sonnewijck, uitverkoop tuinelementen, naam werd Marienwijck pension voor paters en later leken verwaarlozing tuin, andere huurders, de naam wordt Casa Tropica 1968-’70 aanleg Co Bremanlaan, het terrein van Oranjestein wordt verkleind van ca 1,5 naar ca 1,2 ha. 1990 koopt Torenlaan 64 en noemt het weer Oranjestein 1990-1998 restauratie huis

Albers Adviezen Historische Parken

Anja Guinéé landschapsarchitectuur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16568929/1