CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 3 - Nota van zienswijzen & ambtshalve wijzigingen eerste omgevingsplanwijziging thematische regels Laren

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente larenBij agendapunt: Vaststellen eerste omgevingsplanwijziging voor thematische regels Laren3.477 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen & ambtshalve wijzigingen EERSTE OMGEVINGSPLANWIJZING – THEMATISCHE REGELS LAREN

BEL Combinatie Cluster Ruimte, oktober 2025

Inleiding 1.

Korte inhoud

De gemeente Laren beschikt sinds 1 januari 2024 over een tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijk omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, beheersverordeningen, de Verordening fysiek leefomgeving (VFL) en de landelijke wettelijke regels die in de vorm van de bruidsschat aan lagere overheden zijn overgedragen. De gemeente heeft in het plan van aanpak vastgelegd dat het tijdelijk omgevingsplan met een aantal planwijzigingen tot en met 2031 wordt omgezet naar een definitief omgevingsplan. Op 31 december 2031 dient de gemeente over één omgevingsplan te beschikken volgens de Standaard voor officiële publicaties en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (hierna STOP/TPOD) voor het gehele ambtsgebied. Op dat moment vervalt het tijdelijk omgevingsplan Deze ontwerpwijziging van het omgevingsplan voorziet in de overzetting van bestaande thematische regels over onder meer Groen, Water, Erfgoed, Archeologie, Infrastructuur, Bouwen en de regels van de Verordening fysieke leefomgeving (VFL). Ook wordt met deze eerste planwijziging de hoofdopzet van het omgevingsplan in o.a. hoofstukken, afdelingen, artikelen en leden vastgelegd. De voorliggende planwijzigingen maken ten opzichte van de vigerende (tijdelijke) omgevingsplannen geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Deze wijziging van de omgevingsplannen leidt niet tot nieuwe of andere nadelige gevolgen voor het milieu. 2.

Terinzagelegging

Het ontwerp van dit plan heeft van vanaf 28 mei 2025 tot en met 8 juli 2025 (voor zes weken) ter inzage gelegen. 3.

Zienswijzen

Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn vier zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn ingediend door: A. Brandweer Gooi en Vecht B. GGD Gooi en Vecht C. Provincie Noord-Holland D. Rijkswaterstaat

Pagina 1 van 8

4.

Ontvankelijkheidsbeoordeling

Alle zienswijzen en reacties zijn binnen de ter inzagetermijn binnengekomen en worden in behandeling genomen. 5.

Ambtshalve wijzigingen

Naast de aanpassingen op basis van de ingekomen zienswijzen, zijn er ook nog een aantal ondergeschikte ambtshalve verbeteringen doorgevoerd, welke zijn terug te lezen aan het einde van deze nota.

Samenvatting van de zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarop Hieronder is een korte, zakelijke weergave opgenomen van de ingediende zienswijzen. De ingediende zienswijzen zijn samengevat of de kernpunten eruit gelicht en direct aansluitend, per onderdeel, van een gemeentelijke reactie voorzien. Aan het einde wordt aangegeven of een zienswijze tot een gehele of gedeeltelijke gegrond- of ongegrondverklaring leidt en wordt aangegeven op welke wijze de omgevingsplanwijziging dient/zal te worden aangepast. Bij de beantwoording van de zienswijzen wordt met name ingegaan op feitelijke argumenten. Niet nader onderbouwde opmerkingen en aanvullende informatie worden voor kennisgeving aangenomen. A

Zienswijzen van Brandweer Gooi en Vecht Per email d.d. 9 juli 2025

Ingebrachte zienswijzen

Reactie en conclusie gemeente

1. Bij paragraaf 4.2 staan de doelen van 'bouwwerken en andere werken' beschreven. In het kader van duurzaamheid wordt er tegenwoordig vaak gebruik gemaakt van natuurlijke bouw- en isolatiematerialen. Ook komt het steeds vaker voor dat particulieren zelfgeproduceerde energie gaan opslaan. In sommige gevallen gelden hierbij ook eisen vanuit de milieuregelgeving. Verder is de gemeente erg bosrijk. Het advies is om bij de nadere uitwerking van deze doelen extra aandacht te hebben voor (brand)veiligheid. Met de komst van de Wet private kwaliteitsborging kan de gemeente alleen in het ruimtelijke proces eisen stellen aan gebouwen met een gevolgklasse 1. Mogelijk dat dit op termijn verder uitgebreid wordt. Koppeling met artikel 5.18. 2. Bij paragraaf 4.10 Doelen van 'infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied' staat niet specifiek benoemd dat de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten geborgd is. Verder is het ook belangrijk dat bij zogenaamde 'piekbuien' de hoofdroutes voor de nood- en hulpdiensten goed berijdbaar blijven. Hiervoor heeft de gemeente een zogenaamde 'stress-test' uitgevoerd, zie artikel

1. Wij danken de brandweer (veiligheidsregio) met de uitgebreide en degelijke zienswijze. De in artikel 4.2 omschreven doelen hebben onder meer betrekking op het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het voorkomen van hinder en overlast. Deze doelen zijn algemeen en ruim en omvatten de doelen die de brandweer aangeeft. In die zin vinden wij het niet nodig om de doelen verder aan te vullen. Daarnaast zijn de doelen op zich zelf niet bedoeld voor specifieke regels. Dit volgt in de oogmerken en inhoudelijke regels waarmee invulling wordt gegeven aan deze doelen. In dit geval betreft dat paragraaf 5.21.

2. In artikel 4.10 worden verschillende doelen omschreven die betrekking hebben op infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied. Deze doelen zijn ruim omschreven. Onder a en b zijn het waarborgen van de veiligheid en het beschermen van de gezondheid weergegeven. De bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten vallen hier onder. Daarnaast zijn de doelen op zich zelf niet bedoeld voor specifieke Pagina 2 van 8

4.43. Indien er meervoudig ruimte gebruik van toepassing is, dan is ook de bereikbaarheid weer relevant.

regels. Dit volgt in de oogmerken en inhoudelijke regels waarmee invulling wordt gegeven aan deze doelen. Dit blijkt onder meer uit paragraaf 5.2.9.

3. Bij de paragrafen 4.11, 4.12, 4.13 4.15 en 4.17 gaat het over het plaatsen, aanleggen en veranderen in de openbare ruimte. Het is bij al deze activiteiten belangrijk dat de openbare bluswatervoorzieningen niet geblokkeerd worden maar ten alle tijde vrij toegankelijk blijven met voldoende vrije ruimte rondom de voorziening voor een adequate brandweerinzet. Deels is dit benoemd bij artikel 5.57.

Dat de wegen ook bij grote regenval berijdbaar blijven, valt ook onder het doel Veiligheid 3. Ook op dit punt zijn wij het met u eens. Wij zijn van mening, dat artikel 5.57, waarin door middel van een zorgplicht is aangegeven dat de vrije toegang tot brandputten en vluchtdeuren geborgd moet zijn, afdoende is voor het door u gesignaleerde probleem. Daarnaast staat in het hetzelfde artikel omschreven dat de specifieke zorgplicht voor het plaatsen van objecten op een openbare plaats in beheer van de gemeente in ieder geval ook inhoudt dat voldoende vrije doorgang voor hulpdiensten en op voetpaden overblijft;

4. Bij artikel 4.33 Doelen van 'natuur' is er geen specifieke aandacht voor natuurbrandbeheersing terwijl de kans op het ontstaan van een brand steeds groter wordt door de klimaatverandering. Dit heeft enerzijds te maken met recreatie (zoals kamperen) in de natuur maar anderzijds ook met het onderhoud en de vrije ruimte tussen de bebouwing en de natuurgebieden. 5. Bij artikel 4.39 Doelen voor 'milieu' is het belangrijk om ook aandacht te hebben voor onderwerpen die niet in het Besluit activiteiten leefomgeving geregeld zijn maar via de bruidsschat bij de gemeenten belegd zijn. Daarnaast zijn er nog activiteiten die o.a. met de energietransitie te maken hebben waar op dit moment nog geen regelgeving voor bestaat. Via het omgevingsplan is het mogelijk om hiervoor maatwerpvoorschriften op te nemen, zie artikel 5.3. 6. De artikelen 5.9 en 5.10 zijn nu nog gereserveerd. De brandweer wil graag inhoudelijk meedenken over de aanvraagvereisten en gelijkwaardige maatregelen. 7. Bij artikel 5.14 gaat het om 'maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de fysieke leefomgeving'. Is dit artikel specifiek bedacht om invulling te geven aan het ruimtelijk proces bij de Wet private kwaliteitsborging bouwen? In dat geval wil de brandweer hier graag inhoudelijk over meedenken.

4. In artikel 4.33 is onder andere het beschermen van natuurgebieden als doel opgenomen. Dit is ruim gesteld en het beschermen tegen brand, is daar onderdeel van. Het heeft hier vooral betrekking op oogmerken die gaan over bomen kappen, kamperen en verkeer in natuurgebieden.

5. In artikel 4.39 zijn de doelen voor het milieu ruim omschreven. De door u genoemde energietransitie valt ons inzien onder een doelmatig gebruik van energie en grondstoffen. Daarnaast zijn regels met betrekking tot de energietransitie geen onderdeel van deze planwijziging.

6. Bij wijziging van het omgevingsplan, c.q. de invulling van de gereserveerde artikelen, zullen wij u betrekken.

7. Dit nog niet ingevulde artikel heeft (nog) geen betrekking op de invulling Wet private kwaliteitsborging. Wij zullen u conform punt 6 wel betrekken bij een eventuele invulling van het artikel.

Pagina 3 van 8

8. In paragraaf 5.2.1 is het proces van de Wet private kwaliteitsborging niet benoemd en uitgewerkt. De gemeente gaat bij dat proces alleen nog over het ruimtelijke proces waarbij aan de voorzijde van het proces input kan worden geleverd via een risicomatrix. De bouwkundige toets van het Besluit bouwen leefomgeving is bij commerciële partijen belegd. 9. Bij artikel 5.20 zou de gemeente een artikel op kunnen nemen over het onderhoud van particuliere bluswatervoorzieningen bij woningen. Het komt voor dat er bij particuliere woningen eigen bluswatervoorzieningen zijn gerealiseerd i.v.m. de grote afstand tot de openbare weg of omdat de openbare bluswatervoorziening ontoereikend is. De brandweer houdt hier geen toezicht op. Bij een brand zal moeten blijken of de voorziening functioneert en adequaat onderhouden is. 10. In afdeling 8.3 staan de adviseurs benoemd. In welke gevallen gaat de veiligheidsregio/brandweer om advies gevraagd worden? In diverse artikelen staat de mogelijkheid om een vergunning aan te vragen.

8. Dat klopt. Dit is een wettelijke regeling waar wij ons aan moeten houden.

11. Hoofdstuk 9 is nog gereserveerd. Er komen steeds minder vergunningen maar meer meldingen. De meldingen komen direct bij toezicht terecht. De brandweer is benieuwd of er nog een soort risicobeoordeling komt om te bepalen hoe met toezicht wordt omgegaan en/of de brandweer dan betrokken gaat worden. 12. Bij paragraaf 11.2.3 staat de regeling festiviteiten benoemd. De brandweer is benieuwd of er in die gevallen een evenementenvergunning moet worden aangevraagd of een melding moet worden gedaan waarbij ze om advies gaat worden gevraagd afhankelijk van de grootte en de risico's.

11. De BEL gemeenten hebben besloten dat de invoering van de Omgevingswet, beleidsluw verloopt. Derhalve worden er geen nieuwe meldingen ingevoerd als daar vanuit bestaand beleid geen aanleiding toe is. Maar mocht hier toch sprake van zijn dan gaan wij gezamenlijk moeten optrekken om te bezien of en hoe omgegaan wordt met toezicht. 12. Dit artikel heeft betrekking op het overgangsrecht in relatie tot het tijdelijk deel In dit geval nog de samenhang met de Verordening fysieke leefomgeving. Dit heeft geen betrekking op specifiek evenementenvergunningen. De regeling voor evenementen maakt ook geen onderdeel uit van deze planwijziging.

9. De regeling waar u op doelt, geregeld in de artikelen 5.4, 5.17 en 5.20 hebben een toepassingsbereik voor de activiteit bouwen. Onderhoud valt daar niet onder. Omdat de overgang van bestemmingsplan naar omgevingsplan beleidsluw plaatsvind is er nu ook geen aanleiding voor nieuwe regelgeving op dit gebied.

10. De desbetreffende afdeling waar naar verwezen wordt gaat over de aspecten ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie. Als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning wordt de brandweer om advies gevraagd daar waar nodig. Dit is ook onderdeel van het vooroverleg van deze aanvraag.

De toelichting bij dit artikel luidt onder meer: In artikel 2.21, tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond ook een bevoegdheid voor gemeenten om bij of krachtens een gemeentelijke verordening voorwaarden te verbinden aan festiviteiten om geluidhinder te beperken of te Pagina 4 van 8

voorkomen. Deze regels in een gemeentelijke verordening blijven na inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet mag de gemeente voorwaarden verbinden aan festiviteiten in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening. Dit is ondervangen in het betreffende artikel. B

Zienswijzen GGD Gooi en Vecht Per mail d.d. 7 juli 2025 De GGD heeft naar de documenten gekeken en geven aan dat het een beleid neutrale overstap lijkt. De GGD vraagt zich af, of dat klopt. Ingebrachte zienswijzen Reactie en conclusie gemeente 1. Vanuit gezondheid is gekeken naar de documenten en daarin komt gezondheid terug in de doelen en tegelijk lijkt er veel nog nader in te vullen, zoals de regels en de programma’s. Voor nu gaat de GGD ervanuit dat dat als er onderwerpen gewijzigd worden die gezondheid beïnvloeden (zoals geluid, luchtkwaliteit, geur) zij apart een bericht krijgen en daarom zullen we nu geen zienswijze indienen. 2. Verder denkt de GGD graag mee met gezondheid beschermende en/of bevorderende normen. Hierbij kan naast de standaard onderwerpen als geluid en luchtkwaliteit ook aan de gezonde voedselomgeving, of aan een programma ‘gezonde leefomgeving’.

1. Geluid, lucht, bodem etc. zijn onderwerpen die bij volgende omgevingsplanwijzigingen aan de orde komen. Wij zullen de GGD daarbij betrekken. Op dat moment worden doelen en regels aangaande dit thema ook verder ingevuld.

2. Wij houden ons hiervoor aanbevolen.

C

Zienswijzen provincie Noord-Holland Per mail 7 juli 2025 Gelet op het feit, dat er in het omgevingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt ten opzichte van het huidige omgevingsplan ziet de provincie geen aanleiding om een zienswijze in te dienen. Ingebrachte zienswijzen Reactie en conclusie gemeente 1. 1. Wel zou de provincie graag nog inzicht De planwijziging is op geen enkele manier strijdig met de willen krijgen hoe deze regels van de provincie. De regels zijn overgenomen van de omgevingsplanwijziging aan de bestaande bestemmingsplannen en de bruidsschat. Daarnaast instructieregels van de provinciale is de bebouwingscontour houtkap aangewezen. Hierbij is ook rekening gehouden met de provinciale instructieregels. Onder omgevingsverordening zijn getoetst. De instructieregels zijn ter bescherming van de meer ten aanzien van de beschermde NNN gebieden. Bij provinciale belangen en een volgende planwijziging wordt met de aanvulling van de regels omgevingsplanwijziging mag niet in strijd opnieuw getoetst aan de relevante onderdelen van de met deze instructieregels zijn. Omgevingsverordening. Pagina 5 van 8

2. Verder verzoekt de provincie om bij nieuwe omgevingsplanwijzigingen al vroegtijdig in het proces te worden betrokken, voordat het als ontwerpversie ter inzage wordt gelegd. Dat biedt meer mogelijkheden tot afstemming. Ook kunnen eventuele knelpunten met de instructieregels dan vroegtijdig worden besproken.

D

Citaat motivering bijgesloten bij het wijzigingsbesluit: ‘’Het uitgangspunt van de eerste planwijziging is het beleidsluw omzetten van het tijdelijk omgevingsplan. Beleidsluw betekent dat er wel beperkte aanpassingen zijn doorgevoerd van de regels, maar dat er geen nieuw beleid wordt ontwikkeld of mogelijk wordt gemaakt met deze planwijziging. Er is bewust gekozen om zo weinig mogelijk beleid aan te passen, behalve voor de regels waar het echt noodzakelijk was. Bijvoorbeeld de aanpassing van een oude regel, omdat deze te ingewikkeld was om over te zetten. Het betreft daarbij geen grote inhoudelijke wijzigingen, maar kleine tekstuele wijzigingen waardoor de regel beter te begrijpen is. Alle regels die in deze planwijziging zijn opgenomen uit het tijdelijk omgevingsplan zijn ook al eerder vastgesteld door de gemeenteraad. Ook de overgenomen regels uit de bruidsschat zijn bestaande regels vanuit het rijk. 7 Daarnaast worden met deze planwijziging geen nieuwe activiteiten (en geen nieuwe ontwikkelingen) met mogelijke milieugevolgen toegestaan, waarbij getoetst moet worden aan het beleid van de verschillende overheidslagen of aan verschillende milieu- en omgevingsaspecten. De regels van deze planwijziging voldoen hiermee al aan het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid en daarmee is een onderbouwing van het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten niet nodig.’’ 2.

Bij volgende wijzigingen van het omgevingsplan zullen wij u inderdaad eerder betrekken.

Zienswijze van Rijkswaterstaat (RWS) Per mail 7 juli 2025

Ingebrachte zienswijzen 1. In het omgevingsplan (paragrafen 5.2.11 en 5.2.12) wordt o.a. ingegaan op regels ten aanzien van activiteiten aan of nabij wegen. Hierbij wordt aangegeven dat deze regels uitsluitend gelden voor wegen in beheer bij de gemeente. Onduidelijk is of er op basis van de nu voorliggende ontwerp omgevingsplanwijziging ook regels worden gesteld aan activiteiten rondom wegen in beheer bij andere overheden, dit aangezien dergelijke wegen ook binnen het plangebied van het omgevingsplan vallen. Verzoek is dit te verduidelijken.

Reactie en conclusie gemeente 1. Het gaat hier inderdaad om gemeentelijke wegen. Planologische regels voor de hoofd infrastructuur (rijkswegen) worden meegenomen in de volgende planwijzigingen. In de huidige situatie volstaat het tijdelijk omgevingsplan. Provinciale wegen zijn in beheer en eigendom van de provincie. Dat betekent dat de provincie de beheerder is en zelf verantwoordelijk voor het vaststellen van regels die bij deze wegen horen, via de provinciale Omgevingsverordening.

Pagina 6 van 8

2. Het ontwerp omgevingsplan beschrijft regels voor diverse activiteiten die binnen het plangebied kunnen plaatsvinden. Voor veel activiteiten wordt hierbij ook aangegeven dat het verboden is dergelijke activiteiten uit te voeren zonder omgevingsvergunning. In theorie kunnen de beschreven activiteiten ook plaatsvinden nabij netwerken in beheer bij Rijkswaterstaat (in dit geval rijkswegen en wateren). Verzocht wordt om in het omgevingsplan op te nemen, dat in het geval activiteiten plaatsvinden nabij netwerken in beheer bij Rijkswaterstaat (en mogelijk van invloed kunnen zijn op het functioneren van deze netwerken), er bij de beoordeling hiervan advies wordt gevraagd aan Rijkswaterstaat. In dit licht zou het daarnaast helpen als er in het omgevingsplan ook een link wordt gelegd met de beperkingengebieden van het Rijk, zodat voor iedereen die het omgevingsplan bekijkt duidelijk is dat er op sommige locaties naast een omgevingsvergunning van de gemeente ook een omgevingsvergunning van Rijkswaterstaat nodig is. 3. Een concreet voorbeeld van bovenstaande zijn de bepalingen ten aanzien van het plaatsen van reclame (paragraaf 5.2.17). Hierin worden regels benoemd ten aanzien van het plaatsen van reclame. In de meeste gevallen is hiervoor een omgevingsvergunning vereist.

Verzoek is om bijvoorbeeld in de beoordelingsregels (artikel 5.97) op te nemen dat voor locaties zichtbaar vanaf het hoofdwegennet (dit kan dus ook voor locaties buiten het beperkingengebied van het Rijk gelden) advies aan de wegbeheerder gevraagd moet worden. Tevens wordt geadviseerd bij de beoordeling gebruik te maken van de handreiking beoordeling objecten langs auto(snel)wegen (Beoordeling van objecten langs autowegen en autosnelwegen I Richtlijn I Rijksoverheid.nl).

2. In deze planwijziging zijn er nog geen regels opgenomen die rekening houden met de aanwezigheid van de rijks infrastructuur. Hierdoor kunnen wij uw verzoek dat in het geval activiteiten plaatsvinden nabij netwerken in beheer bij Rijkswaterstaat (en mogelijk van invloed kunnen zijn op het functioneren van deze netwerken), er bij de beoordeling hiervan advies wordt gevraagd aan Rijkswaterstaat nog niet verwerken in het omgevingsplan. Daarnaast is de invulling van deze adviesbepaling nog onvoldoende concreet om op te nemen in de planwijziging. Ook kan er juridisch geen koppeling worden gemaakt met de beperkingengebieden van het Rijk. Dit moet blijken uit bijvoorbeeld de prik op de kaart dan wel de vergunning check of er nog andere omgevingsvergunningen nodig zijn. Het omgevingsplan mag alleen regels met bijbehorende geometrie stellen voor die aspecten waar de gemeente bevoegd gezag over is. In de volgende planwijzigingen wordt u meegenomen om te adviseren over regels die rekening houden met de aanwezigheid van de rijkswegen.

3. Zie hiervoor de beantwoording onder 2 van deze zienswijze. Aanvullend hierop specifiek dit artikel gaat over de vergunningplicht om handelsreclame te plaatsen op of aan een onroerende zaak. Waarbij in de beoordelingsregel staat dat de omgevingsvergunning in ieder geval wordt geweigerd als: a. als het verkeer in gevaar wordt gebracht; b. of ernstige hinder voor de omgeving ontstaat. Dit artikel is beleidsluw overgenomen uit de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Laren. De gemeente ziet geen aanleiding tot een beleidsrijke wijziging met aanvulling zoals voorgesteld in de zienswijze. De gemeente treedt hierover wel graag in overleg bij een volgende planwijziging. De gemeente kan daarnaast in het geval van vooroverleg Rijkswaterstaat alsnog om advies vragen of in elk geval van reclame in de nabijheid van hoofd infrastructuur van het Rijk sprake is van ernstige hinder, bijvoorbeeld bij de omgevingstafel.

Pagina 7 van 8

Ambtshalve wijzigingen Laren: Ten behoeve van de thematische planwijziging zijn er tussen ontwerp en de vast te stellen versie nog een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Dit betreffen: - Regels opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke waarbij het artikel van toepassing is op het gehele ambtsgebied. - Het toevoegen van specifieke aanvraagvereisten bij de volgende artikelen: o Weg aanleggen, veranderen en opbreken o Slopen van karakteristieke gebouwen o Verkeer in natuurgebieden en recreatieterreinen o Overige geluidhinder veroorzaken - Het toevoegen van de redengevende omschrijvingen voor de gemeentelijke monumenten aan de bijlage bij de regels. - In de regels is verduidelijkt dat de bruidsschat bouwen komt te vervallen. De betreffende regels zijn omzet naar bouwregels in het omgevingsplan. - De regeling kappen is op punten verduidelijkt en aangevuld. Dit is in lijn met de regeling voor kappen in de Verordening voor de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld is toegevoegd dat niet 4 weken van te voren een melding hoeft te gedaan in geval van noodkap. - Regeling parkeerexcessen. Er is voor de voortgang van het proces richting vaststelling besloten om de regels ten aanzien van parkeerexcessen in de Verordening fysieke leefomgeving in stand te laten. En deze regeling om te zetten bij een volgende planwijziging.

De reden hiervoor is dat de regeling voor parkeerexcessen in het omgevingsplan voorzien moet worden van een beleidsregel parkeerexcessen. Deze beleidsregel is nog niet beschikbaar. Daarmee komt de Verordening nog niet (geheel) te vervallen bij deze 1e planwijziging. - Een aantal regels die zijn overgenomen uit de Verordening fysieke leefomgeving zij verduidelijkt. - Het toepassingsbereik van de regeling voor het rijden in natuurgebieden is in overeenstemming gebracht met de inhoud van het artikel.

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16412198/1