CConstaterende datlaren
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 3 - Adviezen van de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO)

Gemeenteraad 24 september 2025, gemeente larenBij agendapunt: Project Natuurbrug Westerheide - N5252.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag 92e (online) vergadering ARO, 28 maart 2023 Voorzitter: ARO-leden:

de heer H. ter Heegde de heer P. Veen, mevrouw M. Peters, de heer M. Willemsen, mevrouw M. Walda, de heer M. Holvoet, de heer B. Kuipers, mevrouw M. Kok Secretaris: de heer H. van Helden (secretaris, verslag) Ondersteuning: de heer M. Veldkamp (provincie Noord-Holland, BEL/IOT)

1.

Opening en mededelingen

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom.

2.

Algemene punten en voorbespreking agenda (niet openbaar gedeelte)

Het verslag van de 91e ARO-vergadering van 31 januari 2023 wordt vastgesteld. De secretaris geeft verder een doorkijk naar een aantal plannen die mogelijk (weer) op de agenda komen.

3.

Natuurbrug Westerheide N525, gemeente Laren Aanwezig bij dit agendapunt: de heer M. Broos (provincie Noord-Holland, B&U/sector bodem en water), de heer P. Hulzing (Goois Natuurreservaat), de heer R. Lugard (strategisch beleidsadviseur ruimtelijke ontwikkeling BEL-combinatie), de heer M. Veldkamp (provincie Noord-Holland, BEL/IOT).

De heer Broos geeft een korte toelichting op het plan. De provincie is voorstander van een natuurbrug/ecoduct over de weg; gemeente Laren wil liever een tunnel. Een tunnel is minder zichtbaar, maar is ecologisch gezien veel ongunstiger. Op basis van het verschil van inzicht zijn provincie en gemeente een proces gestart om tot een gedragen oplossing te komen. Zo is er onder andere een excursie voor raadsleden georganiseerd om verschillende bestaande natuurverbindingen te bekijken en daarover te discussiëren. Er is ook goed gekeken naar het beleidskader, waarbij het BPL onder meer een rol speelt. Er is een nader cultuurhistorisch onderzoek gedaan en door Alterra is nogmaals gekeken naar de ecologische functionaliteit van een ecoduct en een tunnel. De projectorganisatie heeft op verzoek van de wethouder op 16 februari jl. een toelichting gegeven op het project aan de raad van Laren. Hierin is de toetsing van de beschikbare onderzoeken de ARO alsook de formulering van de vragen aan de ARO gepresenteerd en afgestemd. De raad van Laren waardeert de processtap van toetsing door de ARO. Een aanvullende vraag is of een verdiepte weg en een natuurverbinding op maaiveld een alternatieve oplossing zou kunnen zijn. Er zijn van de varianten nog geen ontwerpen gemaakt. Op de aan de ARO gestelde vraag of de onderzoeken volledig zijn kan de commissie op hoofdlijnen bevestigend antwoorden.

De conclusies zijn goed te volgen. Het valt de commissie op dat bij het 1

cultuurhistorisch onderzoek alleen naar de natuurbrug gekeken is en niet naar de tunnel. Op zich is dat ook wel begrijpelijk, omdat vanuit de ecologische functie voor doelsoorten een ecoduct de beste oplossing is. Het cultuurhistorisch onderzoek kan wel aangevuld worden waar het gaat om de beleving van de natuurverbinding vanuit het landschap. Een verdiepte weg is vanuit cultuurhistorisch oogpunt niet wenselijk, omdat daarmee het lineaire karakter en het historisch reliëf van de weg aangetast worden. De ARO beveelt aan om extra ontwerpend onderzoek te doen naar de natuurbrug en daarbij niet te zoeken naar een standaardoplossing, maar naar maatwerk. Aandachtspunten zijn daarbij onder andere behoud van de cultuurhistorische waarden van de weg, het doorlopen van het wegprofiel met laanbomen tot zo dicht mogelijk bij het ecoduct en zichtlijnen van en naar het landschap. De heer Broos merkt op dat er nog niet is ontworpen aan de natuurverbinding. Er zal een landschapsarchitect worden ingeschakeld die het ontwerpend onderzoek kan oppakken. De provincie wil er eerst met de gemeente uitkomen, daarna kan het ontwerpproces starten. De ARO zegt hierop dat voorkomen moet worden dat de landschapsarchitect aan de slag gaat op basis van een programma van eisen met beperkte ruimte voor ontwerpend onderzoek. Uit het ontwerpend onderzoek kunnen ook nieuwe inzichten uit naar voren komen.

De commissie vraagt ook aandacht voor de effecten op het recreatief gebruik van het gebied. Als er een wandelpad gekoppeld wordt aan de natuurverbinding of als bestaande wandelpaden in de aanloop naar het ecoduct worden opgeheven moet hierbij een goede afweging worden gemaakt. De heer Broos zegt hierop dat er geen recreatieve verbinding via de natuurbrug zal lopen. In de nabijheid zijn al twee goede verbindingen voor langzaam verkeer: een gelijkvloerse oversteek en een tunneltje. De heer Hulzing zegt dat Goois Natuurreservaat beheerder is van zowel de natuur als het recreatieve netwerk. Er zal nog worden gekeken naar het herstel van de padenstructuur, in participatie met omwonenden en participanten. Hij vraagt of de ARO nog tips heeft voor het ontwerpend onderzoek en of het momentum van de aanleg van de natuurbrug niet gebruikt kan worden om de landschappelijke en cultuurhistorisch patronen te versterken. De commissie zegt dat het belangrijk is dat het ontwerpend onderzoek een integraal proces wordt, waarbij een landschapsarchitect, samen met deskundigen op het gebied van cultuurhistorie en ecologie tot scenario’s komt, bijvoorbeeld met meer nadruk op landschap, of op cultuurhistorie of ecologie. Zo ontstaat een bandbreedte aan oplossingen.

De ARO adviseert om vanuit cultuurhistorisch oogpunt terughoudend te zijn met al te ingrijpende of opvallende oplossingen en te voorkomen dat recreanten te dicht bij de natuurverbinding kunnen komen. Conclusie, samenvatting De commissie is op hooflijnen akkoord met de uitgevoerde onderzoeken en de conclusies die daaruit naar voren komen. Het realiseren van een optimale verbinding voor doelsoorten is het belangrijkste. Daarom heeft de ARO ook de voorkeur voor een natuurverbinding over de weg. Een tunnel is ecologisch gezien niet gewenst en een verdiepte ligging van de weg, met een natuurverbinding op maaiveld, heeft met het oog op de cultuurhistorische waarden van de weg teveel nadelen. De commissie heeft nog de volgende opmerkingen en aanbevelingen: a. Vul het cultuurhistorisch onderzoek aan waar het gaat om de beleving van de natuurverbinding vanuit het landschap. Dit kan ook onderdeel zijn van het ontwerpend onderzoek (zie hieronder). b. Zorg ervoor dat een landschapsarchitect niet alleen maar aan de slag gaat op basis van een programma van eisen, maar laat deze een integraal ontwerpend onderzoek 2

uitvoeren, in samenwerking met een deskundige op het gebied van cultuurhistorie en een ecoloog. Zorg daarbij voor een aantal scenario’s, met een bandbreedte aan oplossingen, bijvoorbeeld met meer nadruk op landschap, of op cultuurhistorie, of ecologie. c. Voorkom standaardoplossingen en zorg voor maatwerk: houd rekening met de specifieke landschappelijke en cultuurhistorische waarden ter plekke en zorg dat deze waar mogelijk worden versterkt of benadrukt. Wees daarbij vanuit cultuurhistorisch oogpunt terughoudend met al te ingrijpende of opvallende oplossingen. De ARO ziet de resultaten van het ontwerpend onderzoek en de aanzet voor het ontwerp van de natuurverbinding graag nog een keer terug.

4.

Woningbouwontwikkeling Hemmerbuurt 19, Hem, gemeente Drechterland Aanwezig bij dit agendapunt: mevrouw C. Vos (projectleider gemeente Drechterland), de heer J. Breen (stedenbouwkundige gemeente Drechterland), de heer N. Hoedjes (adviseur initiatiefnemer), de heer F. Bouwman (stedenbouwkundige initiatiefnemer).

De heer Hoedjes legt uit dat het bestaande kassenbedrijf op deze locatie geen toekomst heeft. Het gebied wordt omsloten door bebouwing, waardoor uitbreiding niet mogelijk is. Bovendien staat het bedrijf, waar 24 uur per dag activiteiten plaatsvinden, op gespannen voet met de woonomgeving. Het voorgestelde woningbouwplan sluit aan bij het plan aan de zuidzijde, dat reeds in uitvoering is. De ARO merkt op dat het woningbouw op deze locatie begrijpelijk is gezien de reeds in gang gezette ontwikkelingen en de bebouwing in de omgeving. De uitwerking van het plan levert echter een wat gefragmenteerd beeld op. Er is sprake van een hofje dat nog onvoldoende aansluit op de hoofdstructuur van het gebied. De opzet met de woningen lijkt ook standaard en weinig gebiedsspecifiek (West-Fries). Vraag is welke sfeer de buitenruimte oplevert. Het is wenselijk om het plan meer te verankeren in de omgeving. De commissie vraagt naar aanleiding van het beeldkwaliteitsplan wat de uitstraling van de rijwoningen wordt. Het is wenselijk dat deze aansluit bij de kwaliteit en uitstraling van de particuliere woningen. De heer Bouman geeft aan dat de tweekappers en de vrijstaande woningen aansluiten bij de sfeer van de woningen aan de zuidzijde van deze ontwikkeling. De rijwoningen vormen een seniorenhofje, met een bouwlaag met kap. Hij is het ermee eens dat dat ze niet te eentonig mogen worden.

Deze woningen zullen nog nader worden ontworpen, waarbij het uitgangspunt is dat ze ogen als individuele woningen. Daarnaast adviseert de ARO om minder vrijblijvend om te gaan bij bergingen en bijgebouwen en hier in het bestemmingsplan meer over op te nemen. De heer Bouwman zegt toe om hier meer aandacht aan te besteden. De commissie heeft wat betreft het wandelpad de voorkeur voor een rechte verbinding. Lange lijnen passen beter bij de structuur van het landschap. In het ontwerp is nu sprake van een aantal knikken in de route. De heer Bouwman geeft aan de knikken in het pad ook te maken hebben met veiligheid. Voorkomen moet worden dat het pad teveel uitnodigt om hard overheen te fietsen. De ARO zegt dat dit niet leidend zou moeten zijn, maar dat de structuur van het landschap uitgangspunt zou moeten zijn. Het is ook denkbaar dat de ontsluiting nog veel informeler wordt, door de paden eruit te halen 3

Verslag 102e vergadering ARO, 3 september 2024 Voorzi er: ARO-leden: Secretaris: Ondersteuning:

1.

de heer H. ter Heegde de heer B. Kuipers, de heer M. Holvoet, mevrouw M. Kok, mevrouw M. Peters en de heer M. Willemsen de heer K. Kingma (secretaris, verslag) de heer M. Veldkamp (provincie Noord-Holland, BEL/IOT)

Opening en mededelingen

De voorzi er opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom. 2.

Algemene punten en voorbespreking agenda (niet openbaar gedeelte)

Het verslag van de 101e ARO-vergadering van 25 juni 2024 wordt vastgesteld.

3.

Zonneroute Gooi en Vechtstreek, provincie Noord-Holland

Aanwezig bij dit agendapunt: mevrouw J. Everaers (Venhoeven CS), de heer S. Hildering (projectleider provincie Noord-Holland), de heer J. Timmermans (projectmanager RWS), de heer N. de Vries (projectmanager provincie Noord-Holland) De heer Hildering gee een korte introduc e over de voortgang van het project. Op basis van het vernieuwde voorstel van Venhoeven CS kijkt Rijkswaterstaat (RWS), samen met de netbeheerder naar de benodigde kabellengte voor de aanslui ng en de posi e van produc elandschappen ten opzichte van mogelijke afnemers van de energie. Met deze informa e kan Rijkswaterstaat een inscha ng maken van de financiële haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het project. Mevrouw Everaers gee een toelich ng op de nadere uitwerking van het plan en schetst in welke fase het project zich bevindt. De voorkeursvarianten zijn nader uitgewerkt. Op basis van de ambi ecriteria zijn de percelen opnieuw getoetst, waardoor de scope verkleind is. Zo komt het plan uit op een aantal percelen waarop eigenlijk specifiek een lijn-oplossing, een eiland-oplossing of een produc elandschap kan landen. Dat geheel aan vierkante meters vormt de voorkeursvariant, waarmee de technische fase gestart kan worden. De ARO bedankt mevrouw Everaers voor de presentatie. De ARO complimenteert opnieuw met de uitvoerige studie die verricht is. De ARO heeft nog wel een aantal vragen over het project.

Bij de voorbeelduitwerkingen is het niet altijd duidelijk hoe deze onderbouwd zijn vanuit de analyse. De koppeling tussen de verschillende schaalniveaus is daardoor niet altijd duidelijk. De samenhang tussen de verschillende onderdelen langs een traject van de snelweg is ook niet altijd duidelijk. Mevrouw Everaers reageert op de opmerkingen. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt getoond welke typologie wordt gebruikt en wat de samenhang is tussen de verschillende locaties. De eiland-opstellingen volgen het landschap, zodat ze er een onderdeel van worden. De lijn-opstellingen volgen de infrastructuur en de productielandschappen vormen losliggende kavels. De ARO reageert op de getoonde presentatie. In een van de voorbeelden is het niet duidelijk waarom 1

de keuze gemaakt is voor een bepaalde oplossing. Er lijken andere overwegingen aan ten grondslag te liggen. Het zijn specifieke ontwerpoplossingen die niet uit de conceptuele benadering naar voren komen. Deze lijken eerder voort te komen uit een ruimtelijke analyse van de locatie. De vraag is hoe je dit in het plan vastlegt. De ARO is ook nieuwsgierig over de wijze waarop de haalbaarheid van de verschillende locaties wordt getest. Mevrouw van Stiphout reageert op deze opmerkingen. De ruimtelijke analyse van een locatie kan worden toegevoegd, zodat op basis hiervan een inzending goed beoordeeld kan worden. Het lijkt ook wenselijk een Q-team dat deze beoordeling uitvoert. De heer Timmerman beantwoordt de vraag over de haalbaarheid. Deze zal pas blijken bij de aanbestedingen. Nadat over de percelen uit de getoonde voorkeursvariant overeenstemming is bereikt met gemeenten en provincies worden er tenders uitgeschreven, waarop partijen kunnen inschrijven. Voor de financiële haalbaarheid zijn twee factoren bepalend: de energieprijzen en de rentestand. Als er geen inschrijvingen volgen gebeurt er niks op de betreffende locatie. Conclusie, samenvatting De ARO heeft waardering voor het ruimtelijke en ontwerpend onderzoek, maar vraagt opnieuw aandacht voor de haalbaarheid van de voorstellen. Ook vraagt zij aandacht voor de bewaking van de kwaliteit van de uitvoering van de plannen.

Zij doet de aanbeveling hiervoor een Q-team is te stellen. De ARO stelt het op prijs op de hoogte te worden gehouden van de verdere ontwikkeling, mede gezien het belang van het project voor de verdere ontwikkelingen in Noord-Holland.

4.

Natuurverbinding Westerheide N525, provincie Noord-Holland

tweede behandeling

Aanwezig bij dit agendapunt: de heer M. Broos (provincie Noord-Holland), mevrouw L. Rijkhoff (provincie Noord-Holland), de heer L. Emmen (Smartland landschapsarchitecten) De heer Broos gee een korte toelich ng op de ontwikkeling van het plan. In maart 2023 is het plan behandeld in de ARO. De opmerkingen en aanbevelingen zijn overgenomen en verwerkt in het advies aan de gemeenteraad van Laren. De raad hee vervolgens gevraagd ook een verdiepte variant in de gevraagde studie mee te nemen. Er is opdracht verleend aan Smartland om ontwerpend onderzoek te voeren met inachtneming van de extra vraag van gemeente Laren naar de verdiepte variant. De heer Emmen gee een toelich ng op het ontwerp. Er is gestart met het schetsen van een brede range aan varianten die is teruggebracht tot een zestal onderzoeksvarianten, met daarin ook een variant voor een half verdiepte en een verdiepte ligging. Deze varianten zijn uitgewerkt in pla egrond, doorsneden en aanzichten vanaf de Hilversumseweg en de Westerheide en een projec e op de kaart met cultuurhistorische en aardkundige elementen in het gebied. Elke variant is steeds vanuit hetzelfde standpunt gevisualiseerd. In de visualisa es van de verdiepte variant vanuit de Hilversumseweg wordt duidelijk dat de zichtas geblokkeerd wordt. Voor een aanvullend cultuurhistorisch onderzoek is Adriaan Haartsen als cultuurhistoricus aan het team toegevoegd.

Deze laatste hee in kaart gebracht welke cultuurhistorische elementen aanwezig zijn en hee een kwetsbaarheids-analyse opgesteld. Twee varianten zijn verder uitgewerkt waarbij is gekeken naar de maakbaarheid en de architectonische kwaliteit. En daarbij ook het advies van de ARO in gedachten genomen om vooral terughoudend te zijn in de vormgeving. Die twee varianten zijn verder uitgewerkt en beschreven en gevisualiseerd. De ARO bedankt de heer Emmen voor zijn heldere toelich ng. De ARO complimenteert de aanvrager 2

met ontwerpend onderzoek, op basis van zichtlijnen en de inpassing in het landschap. Ook de cultuurhistorische onderbouwing is een goede aanvulling. De gekozen varianten leiden tot een bescheiden ingreep, die past bij het landschap. Door te kiezen voor een overspanning zonder extra steunpunten ontstaat een rus g beeld. Wel hee de ARO vragen over de uitvoering en de ingetekende poeltjes. De heer Emmen reageert op de opmerkingen van de commissie. De voorkeur gaat uit naar de boogvariant, omdat deze het meeste opgaat in het landschap. Omdat de weg open moet blijven jdens de uitvoering vraagt deze variant om nader onderzoek naar de toepasbaarheid van prefab elementen. De poeltjes zijn bedoeld voor amfibieën en zijn eerder toegepast. Deze kunnen in droge periodes droogvallen. Conclusie, samenva ng De ARO hee veel waardering voor het verrichte onderzoek en kan zich vinden in de twee voorgestelde varianten. De ARO spreekt haar vertrouwen uit in nadere uitwerking van het project.

5.

Bedrijventerrein de Purmer, gemeente Edam-Volendam

tweede behandeling

Aanwezig bij dit agendapunt: heer P. Wiersma (gemeente Edam-Volendam), de heer M. van Lin (gemeente Edam-Volendam) De heer van Lin gee een korte toelich ng. In de toegezonden tekst wordt antwoord gegeven op de in de vorige vergadering gestelde vragen. De wijzigingen bestaan uit het verplaatsen van het pad in de ecologische zone en het verbreden van deze zone. De Edammerweg is een fietsstraat geworden, als onderdeel van 0ost-west verbinding, zoals genoemd in de gebiedsvisie voor de Purmer. De zone langs de Oosterweg is, als belangrijke drager van het plan, meer aangezet. De bepalingen over de beeldkwaliteit zijn aangescherpt en er zijn a eeldingen toegevoegd ter illustra e van de inten es van het plan. De ARO bedankt de heer van Lin voor zijn toelich ng. De ARO hee een aantal inhoudelijke vragen over het aangepaste plan. Aan de achterkanten van de kavels bevindt zich een bufferzone van 2 meter, die beeldbepalend is voor het hele gebied als eenheid. Het is onduidelijk hoe de beeldkwaliteit van de achterkant wordt gewaarborgd. Hetzelfde geldt voor de hagen die in de profielen worden getekend: de ruimte die ervoor gereserveerd wordt is te klein om de gevraagde kwaliteit te verkrijgen. De groenstructuur kan veel robuuster worden uitgevoerd, zodat deze tegen een stootje kan.

Het valt ARO op dat veel van de bepalingen in het Ontwikkelkader als wenselijk en niet als dwingend worden omschreven. De heer Lin en de heer Wiersma reageren op de opmerkingen. Over de zone aan de achterzijde zijn bepalingen opgenomen in het onderdeel beeldkwaliteit van het Ontwikkelkader. Over de hagen zijn hierin ook bepalingen opgenomen. De heer Wiersma vraagt welke bepalingen in het Ontwikkelkader kunnen worden opgenomen. De ARO reageert op de vraag over het Ontwikkelingskader. Er staan nu aanbevelingen in, maar het lijkt wenselijk sterker in te ze en op duurzame ontwikkeling en daartoe eisen op te stellen over dubbel grondgebruik, de mate van verharding op de kavel, met percentages en duidelijk richtlijnen. Hetzelfde geldt voor het toepassen van zonnepanelen op de daken. Door deze bepalingen in het Ontwikkelkader op te nemen wordt deze doorvertaald in het Omgevingsplan. Het is heel belangrijk 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16011284/1